dinsdag 25 februari 2020

Mr Guy is in the House


Cloud gate ('The Bean') in het Millenium Park van de Britse kunstenaar Anish Kapoor
Ik ben in Chicago. Na New York en Los Angeles is Chicago de grootste stad van de Verenigde Staten. De stad heeft bijna 3 miljoen inwoners en ligt aan het Michiganmeer. Het kan hier stevig waaien tussen de wolkenkrabbers, vandaar de naam ‘Windy City’. Morgen begint hier de Union NAR TB Conferentie 2020. Amerikanen zijn dol op afkortingen. NAR staat voor ‘North American Regional’. ‘The Union’ is de wereld tbc-organisatie die elk jaar ook een wereldtuberculoseconferentie organiseert. Vorig jaar was deze in India (dit jaar in Sevilla). India heeft jaarlijks meer dan een miljoen tbc-patiënten. Goed dat de conferentie daar was, maar voor mij minder relevant. De NAR 2020 leek me interessanter, vanwege ook een Caribisch dagdeel, inclusief Suriname. Met Suriname hebben we vorig jaar een intentieverklaring getekend om vijf jaar samen te werken in de tbc-bestrijding. De conferentie is dus ook een goede gelegenheid om bij te praten met de twee Surinaamse collega’s die morgen komen.
Carl Grapentine (WFMT) pre-consert conversation
Ik ben een paar dagen eerder afgereisd. Op Wikipedia las ik dat het Chicago Symphony Orchestra (CSO) geldt als een van de vijf beste en mooist klinkende ter wereld. Bernard Haitink is twee jaar eerste dirigent van dit orkest geweest; Riccardo Muti is dat nu al tien jaar. 
Zondagmiddag speelde het CSO de tweede en vijfde symfonie van Beethoven. Er waren nog een paar kaarten beschikbaar. Met de jetlag was de middag voor mij de avond. Ideaal dus. Vooraf was er een pre-concert conversatie. Een stevige radioman van WFMT – wat een obesitas is hier – nam ons een half uurtje mee in het leven van Beethoven. De tweede symfonie schreef Beethoven in Heiligenstadt, een dorp bij Wenen, toen hij daar kuurde vanwege zijn toenemende doofheid. Hij was nog maar 32 jaar oud. De kuur hielp niet, maar hij bleef wel symfonieën schrijven. En de radioman liet allerlei stukjes horen van fast (allegro), slow (larghetto/andante/adagio) en fast (allegro) met een tussenstuk (scherzo). Ik begin klassieke muziek een beetje te begrijpen. Uiteraard ging hij ook in op de ‘four note theme’ (of motief): ta-ta-ta-TUM. Het stukje van P.D.Q. Bach (https://www.youtube.com/watch?v=f0vHpeUO5mw) dat hij liet horen is wel grappig, Monty Python-achtig. Het Beethovenconcert van CSO was astonishing. Wat een topklasse.
Schoolklas krijgt uitleg bij het schilderij 'Paris Street, Rainy Day' van Gustave Caillebotte
Tegenover het CSO ligt AIC, het Art Institute of Chicago (AIC), ontworpen in een Beaux-Arts stijl (in 1893) met in 2008 een uitbreiding, die eenvoudig de Modern Wing heet. Niet eerder heb ik een hele dag doorgebracht in een museum. Een genot om rond te lopen. Elke dag is er een guided tour. Onze gids besprak vier schilderijen. Pablo Picasso, Vasily Kandinsky, Marc Chagall en Andy Warhol. Hieronder een paar topstukken van het AIC.
Onze gids bij het schilderij 'White Crucifixion' van Marc Chagall
En bij de doek 'Big Electic Chair' van Andy Warhol
Two Sisters (On the Terrace), Pierre-Auguste Renoir
A Sunday on La Grande Jatte, Georges Seurat
The Bedroom, Vincent van Gogh
Improvisation No. 30 (Cannons), Vasily Kandinsky
Jacques and Berthe Lipchitz, Amedeo Modigliani (Modigliani stierf aan de gevolgen van tuberculose)
Farm near Duivendrecht, Piet Mondriaan
Elizabeth (Liz) Taylor, Andy Warhol
American Gothic, Grant Wood
CSO en AIC liggen aan de South Michigan Avenue (220 en 111). Het adres van mijn hotel is 1100 S Michigan Ave. Na elke straatblok gaat de nummering een 100-tal omhoog. Heel handig. De afstanden zijn goed te lopen. Parallel aan S Michigan Ave ligt S Wabash Ave. De metro (metra in Chicago) loopt hier over de straat. De achtervolgingsscene uit de Blues Brothers zou hier zo opgenomen kunnen zijn. 
S Wabash Ave
En over blues gesproken. Chicago is ook de city of the blues. Op 700 S Wabash Ave zag ik een blues café met de naam Buddy Guy’s Legends. Tussen 6 en 8 een gratis bluesband (Happy Hour) en daarna elke avond een live band voor 10, zaterdag voor 20 dollar. Daar moest ik dus zijn. Met een taco en een Green Line (lokaal bier) luisterde ik gisteravond eerst naar Linsey Alexander’s band. Geen onbekende in Chicago; wel daarbuiten. De andere live band was Brother John. De bediende vertelde me dat ‘Mr Guy in town’ was. De legende is dus nog niet dood. Still alive and kicking, met een vol tour schema. Vorige week speelde hij drie avonden in Miami, volgende week is hij in California. Deze week even geen concerten. Dezelfde bediende kwam even later naar me toe en zei dat ‘Mr Guy in the house’ was. Een oude wat kromme man – hij is geboren in 1936 – zat aan de bar met een Heinekenbiertje met ijs naar het basketbal te kijken. In zijn eigen huis…, want hij (de family Guy) is eigenaar van de bluesclub. Na afloop van Brother John’s optreden, trok Buddy zijn jasje uit, terwijl Brother John’s band een rustige bluesintro speelde en werd (nogmaals) aangekondigd dat ‘Mr Guy in the house’ was. En daar stond de bluesgigant. Wat een stem. Wat een volume. Wat een souplesse. Tien minuten vermaakte hij het 50-koppig publiek met z’n grapjes en vooral met z’n blues. Een levende legende.
Buddy Guy (rechts) en Brother John (links)
Me and Buddy Guy


donderdag 20 februari 2020

Y uit Syrië

Afgelopen dagen organiseerde ik samen met drie collega’s een workshop in Athene over screening asielzoekers op tuberculose. Griekenland was zowel door ons, het RIVM, als onze opdrachtgever, het Europese ziektebestrijdingsprogramma (ECDC), uitgekozen als de meest geschikte plek om dit onderwerp met tien (vooral) Zuid-Europese landen te bespreken. Het coronavirus leek roet in het eten te gooien, maar alleen een van de twee Kroatische deelnemers moest afzeggen om ‘thuis’ voorbereidingen te treffen voor eventuele coronavirus-gevallen. 
Country posters op de ramen tijdens de workshop
Op de heenreis nam ik de ‘country posters’ nog even door die deelnemende landen over hun situatie hadden gemaakt. Het is een workshop, dus deelnemers moesten flink aan de slag, zowel voor als tijdens de workshop. Op de Griekse poster stond dat dagelijks 300 asielzoekers op de eilanden in de Egeïsche zee arriveren, vooral op Lesbos. De eilanden zitten helemaal vol. Momenteel bivakkeren daar ruim 40.000 asielzoekers, terwijl er maar capaciteit is voor 6.000. De tv-beelden zijn bekend van deze mensonterende omstandigheden: mensen die in de struiken onder zeil slapen en vuurtjes maken om zich te warmen. Want ook in Griekenland kan het koud zijn.

Halverwege de vlucht vroeg de jonge vrouw naast me of ik op vakantie ging. Ze leek me Grieks. Ik vertelde haar dat ik op pad was voor mijn werk. En zij vertelde haar indrukwekkende verhaal in accentloos Nederlands. Ze was 19 jaar. Met haar ouders was ze 9 jaar geleden uit Syrië vertrokken. De familie had slechte ervaringen met het bewind van Assad. Twee ooms waren door de vorige Assad, vader van de huidige president, twintig jaar gevangen gezet. Haar ooms waren intellectuelen die een bedreiging vormden voor het regime. Religie speelde minder mee, alhoewel Assad de sjiitische leer aanhangt (net zoals Iran) en zij soennitisch was/is. Het gezin vertrok dus uit Syrië om ergens anders een toekomst op te bouwen. Eerst naar Libanon, daarna naar Egypte, weer terug naar Libanon en vervolgens naar Turkije. De ouders huurden een huis in Turkije en probeerden werk te vinden. De kinderen gingen naar school. Zij sprak dus ook Turks; ik ga ervan uit accentloos. Maar ook in Turkije lukte het niet en na twee jaar raakte het geld op. Het zal een moeilijke beslissing zijn geweest, maar een weloverwogen. Vader ging met de boot naar Italië en reisde door verschillende landen naar Nederland om daar/asiel aan te vragen. En toen dat lukte kon de familie een jaar later overkomen om herenigd te worden. Na een half jaar in een azc kreeg het gezin een woning. De taal eigen maken was haar eerste prioriteit en dat deed ze via allerlei baantjes. Ze volgt nu Havo-volwassenonderwijs, doet dit jaar eindexamen, en wil daarna haar Vwo-diploma halen. En dan naar de universiteit. Geweldig te voelen wat een veerkracht en doorzettingsvermogen deze jonge vrouw heeft. Ze komt er wel. Meer dan dat. Het was een bijzonder gesprek met een 19-jarige, die in een situatie is beland waar we allemaal in kunnen komen
Bij de opening van de cursus vertelde ik kort haar verhaal. Het belangrijkste doel van de cursus was dat landen leren van elkaars ervaringen. De deelnemer uit Malta vertelde dat er die maandag weer een boot was gearriveerd met vluchtelingen. Gemiddeld heeft 1 op de 100 asielzoekers tuberculose als ze uit Afrika komen. De deelnemers, eigenlijk collega’s die de landelijke tbc-programma’s aansturen, zetten zich allemaal in voor een betere gezondheid van deze mensen. Maar het is een ‘disgrace’ dat Europa deze asielzoekers en de landen die hen als eerste opvangt, zo in de steek laat. 
Geen bezoek aan Athene zonder een bezoek aan de Acropolis
En aan het geweldige Akropolis museum





woensdag 9 oktober 2019

Het Parlementspaleis

Het Parlementspaleis in Boekarest is het grootste gebouw van Europa en na Pentagon en het Long Ao building (wie kent deze?) het derde grootste ter wereld. Dit megalomaan idee kwam van president Ceauşescu. Het gebouw heeft nog meer records: het duurste administratief gebouw ter wereld en ook het zwaarste. Elk jaar zakt het 6 mm de grond in. De bouw startte in 1984, maar Ceauşescu heeft het eindresultaat niet meegemaakt. In 1989 werd hij door een militair tribunaal standrechtelijk geëxecuteerd; samen met zijn vrouw Elena. Gehaat door het volk. Ik herinner me de beelden nog. Het was Kerst 1989 en we waren met ‘onze’ moeders op vakantie in Malawi en weer eens een journaal op een televisie konden bekijken. We zagen de scheldende dictator neerzakken, doorzeefd met kogels.
In het kolossale gebouw is nu het parlement gevestigd en ook een aantal musea. Ook worden er regelmatig events gehouden, zoals symposia en congressen; de NAVO-conferentie vond er een keer plaats. Maar daarmee is nog maar 30% van de 1100 kamers in gebruik. Mediamagnaat Rupert Murdoch wilde het kopen voor 1 miljard dollar, maar dat bod werd afgewezen. De waarde wordt geschat op meer dan 3 miljard euro, maar wat heb je daar aan. De kosten van verwarming en verlichting zijn jaarlijks al 6 miljoen euro, evenveel als de elektriciteitsvoorziening van een middelgrote stad.
Ik had het Parlementspaleis altijd nog eens willen bezoeken, maar je moet ruim van te voren tickets bestellen. Ook deze keer niet gedaan, want de trip was maar kort: dinsdag heen, woensdagavond terug. Woensdag was de afsluitende bijeenkomst van het Europese project. De mobiele röntgenunit heeft nu ruim een jaar mensen op tbc gescreend in Roemeense gevangenissen, in Roma settings en in daklozencentra. De conferentie was woensdag gepland in een van de hotels, maar eenmaal ingecheckt hoorde ik dat de gebeurtenis plaats zou vinden in het parlementsgebouw… 
Een zwarte Mercedesbus reed ons van het hotel naar het Parlementspaleis. Een gebouw met 1 miljoen kubieke meter marmer en enorme kroonluchters. Bij alles wat je ziet, ben je bewust van de totale waanzin van dit gebouw. Maar wel mooi en indrukwekkend!
De entree
Het marmer
De kroonluchters
De conferentie was ook over de top. Nog nooit aan zo'n grote ronde tafel gezeten met circa 40 mensen, waarvan er 20 een woordje van vijf minuten mochten doen. Mijn verhaal stond een uur later al op een internetsite. 
Dit was mijn laatste trip naar Roemenie voor dit project. Een bijzondere ervaring waarbij het verschil in arbeidsethos, flexibiliteit, bureaucratie en public health-denken erg opviel. We hebben onze expertise gedeeld en een aanzet gegeven voor deze manier van vroege opsporing van tbc. De screening wordt nu op een andere wijze voortgezet. Met ander Europees geld zijn nog drie röntgenunits aangeschaft om heel het land te kunnen bedienen. Op hun manier.  
De helft van de ronde tafel



zondag 8 september 2019

Zorg en Hoop

 
Midden in Paramaribo, in de wijk ‘Zorg en Hoop’, ligt het vliegveld met dezelfde naam. Hier vertrekken vliegtuigjes naar het binnenland, vooral naar plaatsen in het district Sipaliwini. Sipaliwini is het grootste district (provincie) van Suriname en omvat zo’n 80% van het hele land. Drie keer zo groot als Nederland! Het bestaat vooral uit regenwoud. Er wonen slechts 37.000 mensen. Een deel van dit gebied hadden we de eerste week al bezocht. Nu gaan we met een vliegtuigje nog verder het binnenland in, waar de oorspronkelijke bewoners van Suriname wonen, de indianen of Amerindianen.
In de wachtruimte zien we dat een man met een motor-trekkertje een vliegtuig uit de hangar trekt. Het is ons vliegtuig. Voor geïnteresseerden: een Caravan, met plek voor 12 passagiers. Het vliegtuig heeft maar een beperkt laadvermogen. In Nederland moesten we daarom ons gewicht al doorgeven. Elke passagier mag maximaal 8 kg meenemen. Spannend dus als de reisbegeleider de namen opleest voor het wegen. Wij zijn het tweede clubje van zes die de wachtruimte uitgaat, om vervolgens met z’n zessen, inclusief bagage, op een grote weegschaal te staan: 520 kg. Het kan er blijkbaar mee door. 
Daarna krijgen we in de vertrekruimte de vliegtuigmaaltijd: een broodje kaas en een beker ranja. Ja hoor, het is een echte vlucht! En dan mogen we boarden. Al snel laten we Paramaribo achter ons en volgen de Surinamerivier tot het Brokopondo(stuw)meer en zien daarna de dorpjes langs de Boven-Surinamerivier waar we een week eerder waren. En dan alleen nog boomtoppen met een paar grote heuvels/bergen en zo nu en dan een rivier of kreek. Ik vraag me enigszins bezorgd af wat er zou gebeuren als de piloot onwel wordt. De stoel naast hem is namelijk leeg. ‘Zorg en hoop’…, het beste er maar van hopen. En het gaat goed. Al snel hobbelen we over de graspollen van de landingsbaan van het Vincent Fayks vliegveld van Palumeu. De airstrip, want meer is het niet, is genoemd naar een van de twee piloten die hier in 1959 crashten. Volgens onze gids weigerde een van de motoren van het tweemotorige vliegtuigje. In plaats van terug te keren naar Paramaribo, besloten ze op de Tapanohony-rivier te landen, maar door de lage waterstand raakte het vliegtuig een rots in het water. Twee piloten is dus ook geen garantie voor een veilige vlucht. Wij applaudisseren voor onze piloot, een teken dat ook anderen het wel spannend vonden. De piloot schuift het Winnie the Poeh-zonnescherm opzij en zet de motor uit. Het grondpersoneel staat met kruiwagens al klaar om onze bagage naar de ‘aankomsthal’ te brengen.
Het uitgestrekte Amazoneregenwoud

Winnie the Poeh-zonnescherm voor de piloot
De aankomsthal / hut
Het is het begin van een onvergetelijk verblijf in het regenwoud. We wandelen vele uren met Henk, onze gids, door het bos en leren van alles over bomen, planten en insecten. We staan stil bij een luchtwortel. Terwijl Henk uitlegt wat het verschil is tussen een luchtwortel (groeit naar beneden) en een liaan (groeit omhoog), begint Florence ineens te gillen. Ze heeft waarschijnlijk tijdens het stilstaan met haar stok een wespennest aangetikt. Als Spitfires vallen de wespen haar aan. “Rennen” is het commando van Henk en Florence rent verdwaasd het pad in. Wij rennen het pad terug, ook allebei een keer geraakt door zo’n scherpe steek. Met een boog lopen we om het wespennest heen, terug naar de groep, waar Henk antiwespensteekzalf op de beten van Florence doet. 
Een van de boosdoeners
Een andere dag zien we een andere actie van Henk. Nadat hij eerst een paar kleine visjes aan de rivierkant heeft gevangen, gaan we naar een stroomversnelling. De visjes dienen als aas om een grotere aan de haak te slaan. Helemaal in zijn sas, klimt Henk behendig over de rotsen om in de poeltjes te hengelen. En dan zie ik hem in verte een vis ophouden en een tel later slaat hij met een stok de vis dood. En ook de volgende. Met de derde vis zie ik hem worstelen. Even later is hij terug en vertelt dat de haak gebroken is. Deze laatste vis was ongeveer 5 kg, maar de anjoumaravissen, want zo heten ze, kunnen ook wel 20 kg wegen. Je moet een krachtpatser zijn om zo één binnen te halen.
Deze kans liet ik me niet voorbij gaan.
In Palumeu wonen ongeveer 300 Amerindianen. Zij leven nog steeds van de jacht, de visserij en van de kostgrondjes. Dit zijn kaalgekapte gebieden in het regenwoud voor de verbouw van vooral cassave, het stapelvoedsel van de indianen. Na een paar jaar is de grond uitgeput en wordt het twintig jaar onbebouwd gelaten. Snel groeit er dan weer een dicht (secundair) bos. Het jagen heeft tot gevolg dat er nog maar weinig dieren zijn. We hebben zelfs geen aap gezien, want ook die worden gegeten. Ik vroeg Henk nog of ze geen kippen konden ‘kweken’. Dat bleek men al geprobeerd te hebben. Maar deze kippen worden dan gezien als huisdieren en niet meer gegeten. Nee, de kip in Palumeu komt uit de stad, van de Chinese supermarkt.
Tot onze opluchting was het vliegtuig voor de terugreis bemand met twee piloten, die ons veilig terug bracht naar Zorg en Hoop. En nu, een dag later, zitten we in een Boeing 747, van Zanderij onderweg naar Schiphol. Geen idee hoeveel piloten in de cockpit zitten en ook niet hoeveel passagiers in het vliegtuig. Het heeft allemaal z’n eigen charme.
Insecten soorten genoeg in het 'bos'.
Zoekplaatje
Vruchtjes die als kleurstof worden gebruikt door de Trio indianen.