zondag 29 januari 2023

Zangvogelwedstrijd Paramaribo

Op Facebook
“Ik zag u op Facebook”, zei deze week de secretaresse van het tbc-programma. Facebook? Ik gebruik het al jaren niet meer. “Ja toch, u was zondag toch bij de zangvogels”. Dat klopt. Elke zondag is er een zangvogelwedstrijd op het Onafhankelijksheidsplein, in het hart van Paramaribo. Het plantsoen ligt tussen het Presidentieel Paleis, de Nationale Assemblee (de Tweede Kamer van Suriname) en de Waterkant. Op het grasveld vinden ook andere publieke bijeenkomsten plaats, maar op zondag bij ochtendgloren de vogelwedstrijden dus. En dat wilde ik wel eens zien.

Op het middenterrein stonden verspreid twee kooien opgesteld met daarnaast twee mannen die turfden hoe vaak de vogeltjes floten. In een cirkel daaromheen was het veld ook bezaaid met kooien. En daar weer omheen, in een buitencirkel aan de rand van het grasveld, stonden mannen te kijken en te praten. Ik liet me informeren over de spelregels. Er waren drie soorten zangvogels: de twa twa, de picolet en de rowtie. Ze worden in ‘het bos’ (=binnenland) gevangen of ‘gekweekt’ (gefokt). De twa twa is het duurst en kan meer 1000 euro’s kosten. Voor een verpleegkundige is dat 3-4 maanden salaris. We stonden te kijken naar een competitiewedstrijd; elke partij duurt dan 15 minuten. Er zijn ook eendaagse bondwedstrijden (van de Surinaamse vogelbond), volgens een knock-out systeem; elke partij duurt dan 10 minuten. De eerste serie was afgelopen. De wedstijd die wij volgden eindigde in 36-33. De winnaar liep blij weg. Ik vroeg de scheidsrechter nog een paar zaken. Hij bleek de bondsvoorzitter te zijn en ook de burgemeester van Commewijne district. In die volgorde staat het ook op zijn Wikipedia-pagina.


De mannetjes vogels worden voor de wedstrijd opgehitst, door eerst een kooi met een vrouwtjes vogel tegen zijn kooi te houden. De kooi is dan nog met een doek afgedekt. Hetzelfde gebeurt vervolgens met een andere mannetjes vogel, waarna het testosteron er af moet spatten. “Deelnemers op uw plaatsen”, riep de scheidsrechter, waarna de kap eraf ging, en de kooitjes in het centrum werden gezet. Na enige tijd vroeg ik, of de wedstrijd al begonnen was, want ik zag niks geturfd. De wedstrijd bleek al een tijdje aan de gang te zijn, maar was een saaie 0-0, dus ik liet het voor gezien.

Voorbereiden van de zangvogels voor de wedstrijd
Het bleef (te) lang 0-0.
De twee weken werk zitten er op. Nu tijd om meer van het land te zien en ook te hangmatteren.
En dat hangmatteren kan zelfs in onze slaapkamer.


zondag 22 januari 2023

Fietsen in Paramaribo

Prins Hendrik suites, met ernaast een security bedrijf (wel handig). De rode auto is het vervoer voor de komende week
Vorige week vrijdag was er een mislukte aanslag in Paramaribo. Rond 22.30 uur stopte een bromfiets met twee gehelmde mannen bij het gerechtsgebouw voor strafzaken. Degene die achterop zat, stapte af, gooide een raketgranaat en een handgranaat, aan elkaar getapet in een zak, over het toegangshek. Met een automatisch geweer werd geschoten op het gebouw. Daarna reed de brommer weg. Een veiligheidscamera legde alles vast. De granaten, die niet ontploften, blijken afkomstig van het leger. Het gebouw van de kantonrechter ligt vlak bij de Nederlandse ambassade. Trouw en nu.nl schreven over de mislukte aanslag.
Ik kwam de dag na het voorval aan in Suriname. “Een gemiddelde plofkraak in Nederland is professioneler’, zeiden twee Nederlanders. Op het werk werd er ook lacherig over gedaan en afgedaan als afleidingsmanoeuvres van de overheid. De regering is niet populair nu het economisch steeds slechter gaat. Dat is bijvoorbeeld te merken aan de wisselkoers. Je krijgt nu 32 Surinaamse dollars (SRD’s) voor een euro. In mei vorig jaar was dat nog 20.
Kamer Amalia in Prins Hendrik suites. Je hebt ook nog Alexia en Ariana, en een penthouse Prins Hendrik
Deze tweede week overnacht ik in Prins Hendrik suites.
Een mooi monumentaal pand aan de Prins Hendrikstraat, naast de Nederlandse Ambassade en dichtbij de Palmentuin. Daar was het gisteravond gezellig druk met gezinnetjes en jongeren. We waren nog net op tijd bij de ijscotent. Die sloot al om 9 uur. Ook de terrassen aan de Van Sommelsdijckstraat zaten vol. Aan het eind van de straat stonden twee auto’s aan de kant geparkeerd. Politieagenten controleerden de papieren. Het voorval zat niet meer in m’n hoofd, maar wellicht was dit de extra zichtbaarheid van politie en leger die was toegezegd.
Hindoestaanse tempel in de buurt van Kekemba Resort
Vannacht werd ik wakker door harde knallen.
Ik keek op m’n klok. Het was 0:02 uur. De knallen hielden aan met lichtflitsen. Ik wist meteen wat hoe laat het was. Mensen hadden me al gewaarschuwd. Dat is het fijne van Suriname waar veel met elkaar gepraat wordt en je ook veel hoort. Dit weekend is het namelijk Chinees Nieuwjaar. Vanuit Amalia bekeek ik het vuurwerk dat vanuit één plaats werd gelanceerd. Dat zal wel de Tourtonnelaan zijn geweest, want de straathoek met de Schietbaanweg lag gistermiddag al vol met rode snippers. Goed dat het nieuwjaarsfeest niet een dag eerder was. Ik was vrijdag net op tijd om m’n fiets terug te brengen. Daarna begon het aanhoudend te hozen. Een taxi bracht me terug naar de lodge. Vooral in Paramaribo-Noord, dat wat lager ligt, worden straten dan rivieren. Niet vaak zoiets gezien. Volgens de taxichauffeur kon het nog veel erger.
Oude Charlesburgweg, let op het taxibord
Fietsen is wel een genot! 
Elke ochtend reed ik op m’n stadsfiets van de Mangolaan naar m’n werk. De grietjebie zingt dan al heerlijk haar naam. Mijn Surinaamse collega was verbaasd dat ik dat meezong. Hij hoort het niet eens meer. Op Wikipedia lees ik dat dit een onomatopee (fonetisch het geluid nabootsen). In het Spaans heet deze vogel bien-te-veo, wat betekent ‘Goed je te zien!’. Dat ga ik voortaan meezingen. Daarna fietste ik altijd een stuk over de Nieuwe Charlesburgweg met aan beide kanten een bestraat fietspad. Wel zo veilig. Om 7 uur lopen hier al hordes scholieren in hun uniform. Steevast ook een paar mannen die hun gekooide vogeltje uitlaten. 
Voorbij de Kwattaweg is het wat puzzelen met de eenrichtingstraten. De Kwattaweg gaat naar de stad, maar ik moet via de Verlengde Keizerweg de andere kant op. De eerste dag nam ik nog de afslag naar de Van Idsingalaan. Het had die nacht geregend en dat hoekje stond onder water. M’n fietswiel zakte een paar keer 20-30 cm in een diepe kuil. Nu heb ik een alternatieve route gevonden die me naar het tbc-bureau aan de Rode Kruislaan brengt. Van deur tot deur klokte ik dertien en een halve minuut. In Nederland heb ik nooit naar m’n werk kunnen fietsen!


maandag 16 januari 2023

Een dag in de dierentuin

Nou, het was geen dag hoor, maar een paar uurtjes. Het is ook niet het eerste waar je aan denkt als je naar Suriname gaat. De beheerder had dat wel graag gehoord. Ik kwam hem tegen toen ik wegfietste. Een vriendelijke man. Of ik het naar m’n zin had gehad? Het was zeker aangenaam om deze zondag na een lange vlucht een beetje rond te lopen in de dierentuin. Mooie paden, weelderige flora. Ik had net in de stad een ‘stadsfiets’ gehuurd voor de komende week. Deze keer maar eens niet elke dag met de taxi naar het werk, hoewel fietsen in het Surinaamse verkeer, wel een uitdaging zal zijn. En goed blijven onthouden dat ze hier links rijden en ik dus ook.

Jaguar, in het Sranan: penitrigri, pakiratigri
Welke dieren de meeste indruk hadden gemaakt? Even denken. De jaguar is een imposant dier. Die wil je niet in het wild tegen komen, hoewel ze zelf niet van mensen houden. De slingerapen waren erg grappig en fotogeniek. Zij hebben gelukkig een eigen (ei)landje. Want het blijft een dierentuin, met dieren in gevangenschap. Kan dat nog wel anno 2023? 
De man vertelde dat hij in een rubriek ‘Suriname vertelt’ voor een krant schrijft, en vroeg of ik zin had om daaraan mee te werken. Alle toeristen zouden volgens hem direct van Zanderij, het Schiphol van Suriname, naar de dierentuin moeten om eerst de dieren te leren kennen, alvorens ze in de jungle te spotten. Ik had al gezegd dat ik geen tijd had voor een interview, maar vertelde dat de dierentuin toch vooral voor de eigen bevolking is. Het was mooi te zien dat gezinnen met jonge kinderen langs de kooien lopen, ook langs de geiten en konijnen in hokken, er verliefde stelletjes op bankjes naar de slingerapen kijken. Voor kinderen waren er ook andere opties, zoals een zwembad met water uit de rotsen (een subtropisch zwemparadijs!), veelkleurige speeltoestellen en volop schaafijs. Mijn feedback werd op prijs gesteld en ik het praatje. Dat is toch anders dan op een rode, oranje of groene smiley drukken, die je vooral op vliegvelden ziet. Die moeten overal snel weggehaald worden, maar dat terzijde.

roodgezicht slingeraap

Het is een ander stukje Paramaribo, dan ik tot nu toe gewend ben. Mijn lodge ligt direct achter deze dierentuin. De taxichauffeur informeerde me gisteren dat dieven twee kaaimannen (kleine krokodillen) hadden gestolen. Vandaag nagevraagd en het klopt. Zelfs binnen een dierentuin zijn dieren niet veilig.

Er lagen nog 3 kaaimannen in het water

Ik ben hier eerst twee weken voor werk en heb daarna nog twee weken vakantie. Eens zien of ik de brulaap, kwatta aap, groene anaconda, ocelot of toekan herken als ik ze tegen kom.

Ocelot
Uilen

woensdag 2 november 2022

Luipaarden in Etosha

De kilometerteller staat op 4700 als we de 4WD vandaag terugbrengen naar de garage. De meeste kilometers hebben we afgelegd op gravel of zand, de laatste 50 km voor het eerst op een vierbaans snelweg. Namibië is een groot land, anderhalf keer zo groot als Frankrijk. Er wonen maar 2,6 miljoen mensen. Gisteren kwamen we op een strook van 120 km welgeteld twee tegenliggers tegen. De jongeman die bij de afslag stond, hebben we maar meegenomen, ondanks het advies van de Namibische reisorganisatie geen lifters mee te nemen. Hij werkte in de bush om houtskool te maken. Twintig kilometer voor de Waterberg camping stopten we voor een vrouw met een kindje op haar rug. Ze sprak geen Engels. Bij de afslag naar de camping wilde ze niet uit de auto. We reden daarom maar even door naar de camping, waar duidelijk werd dat ze een paar kilometer verder afgezet moest worden, buiten het afgezette resort terrein. Vanochtend checkten we nog even: ze had de vorige dag gelukkig een vervolg-lift gekregen.

Vorige week waren we drie dagen in Etosha. Dit nationaal park in het noorden van Namibië, de helft van Nederland, is volledig omheind. We reden van west naar oost, over de 355 km lange ‘hoofdzandweg’. Springbokken, giraffen en zebra’s zie je hier in overvloed. Bij een waterpoel kwam een kudde olifanten in draf aangerend om water te drinken en zich nat te spuiten. Een mooi gezicht. 

Ik werd wat onrustiger toen ineens naast de weg een grote olifant opdook. Rustig schopte hij met z’n poot het droge gras los en sloeg het met z’n slurf naar binnen. Ik ben toch maar even helemaal naar de andere kant van de weg gegaan om er langs te rijden. Met één beweging had hij – het was een bull – de auto kunnen raken. 

Onze highlight was op de laatste dag in het park. We stopten bij een auto die langs de kant stil stond. Twee mensen tuurden met een verrekijker in de verte. Ze hadden drie luipaarden gespot, die achter elkaar door het gras liepen. We volgden ze - het waren jachtluipaarden (cheetahs) - een half uur, langzaam meerijdend in onze auto’s. Het aantal volgauto’s werd steeds groter.




Na de Eerste Wereldoorlog werd Namibië een mandaatgebied van Zuid-Afrika. In de jaren zestig voerde Zuid-Afrika, net zoals in haar eigen land, hier het systeem van thuislanden in. Elke bevolkingsgroep kreeg een reservaat toegewezen, een bantoestan, waar de zwarte en gekleurde bevolking moest wonen. Het waren veelal droge, dorre, onvruchtbare stukken. De oorspronkelijke bevolking kreeg slechts 40% van het land, het overige meer vruchtbare land ging naar het blanke deel van de bevolking. Met de onafhankelijkheid van Namibië in 1990 werden de thuislanden afgeschaft. De namen blijven nog wel hardnekkig aanwezig in de reisgidsen, zoals Damaraland en Kaokoveld.

Rotstekeningen van de Damara.

Rotsgravures van de san (bushmen)
De meest bijzondere plek was wel Opuwo. Een plaatsje in het noordwesten van Namibië met vooral Himba’s en Herero’s. Deze bevolkingsgroepen hebben vrijwel dezelfde taal, maar totaal verschillende kleding en outlook. De Himbavrouwen bedekken hun borsten niet en smeren zich in met oker, waardoor de huid rood wordt. Het beschermt hen ook tegen de zon. Het gevlochten haar wordt ingesmeerd met geitenvet en oker. Getrouwde vrouwen dragen daarbij nog een kleine kroon van geitenvel op hun hoofd.

Bezoek aan een Himba village


Na het bezoek gaf de gids meel, rijst en olie aan het dorp. De kinderen waren vooral dol op het ijs.
De Hererovrouwen liepen oorspronkelijk ook met ontbloot bovenlichaam, maar Duitse missionarissen bevalen hen zich te kleden volgens de geldende Europese mode. Vandaag de dag lopen vooral oudere vrouwen nog in deze Victoriaanse jurken met daaronder vele onderrokken, en op hun hoofd een dwarsgeplaatste grote hoed, die de hoorns van de koe symboliseert.

Namibië heeft ons verrast: ontzettend aardige mensen, geweldige natuur, mooie zonsondergangen, fantastische campings met braaigelegenheid, elektriciteit en vaak een eigen douche en toilet. Het stond op mijn bucketlist en ik denk dat ik het er gewoon op laat staan!



Secretarisvogel

zaterdag 22 oktober 2022

Hendrik Witbooi

In 1884 begint Hendrik Witbooi met zijn Nama-volk aan een trektocht naar het vruchtbare noorden om de droogte van de Kalahari-woestijn te ontvluchten. Tegelijkertijd gaat zo’n honderd kilometer verderop de keizerlijke afgevaardigde dr. Göring aan land in de nieuwe Duitse kolonie Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië. Wat volgt, beschrijft Conny Braam in haar boek ‘Ik ben Hendrik Witbooi’. Het boek was voor mij een ‘must’ omdat Namibië bovenaan m’n bucketlijst stond, en Conny Braam mijn favoriete schrijver is. Ik las het vorig jaar met verbazing, ontroering, boosheid en verdriet. Eerst dacht ik nog dat het verhaal op veel fictie gebaseerd was, maar het werd al snel duidelijk dat de feiten klopten. Uiteraard met de vrijheid van de schrijver om personen tot leven te brengen in gesprekken en in overpeinzingen.

Kalahari Anib Campsite

Mijn bucketlijst is kleiner geworden, want we reizen nu met een 4 wheel drive met daktent door Namibië! Het boek is mee. En Witbooi reist ook mee, want drie van de vijf Namibische dollarbiljetten (vroeger alle vijf) dragen zijn beeltenis.

Vanuit Windhoek vertrekken we naar het zuiden. Tien kilometer buiten de stad ligt Heroes’ Acre (heldenakker), met een gedenkteken voor de slachtoffers van de onafhankelijkheidsoorlog. Namibië werd pas in 1990 onafhankelijk. Via een kronkelend zijweggetje komen we bij een groot hek, waar eerst nog wat papierwerk verricht moet worden en daarna lopen we in de verzengende hitte de trappen omhoog naar de marmeren obelisk en een 8 meter hoog standbeeld, gebouwd door Noord-Koreanen. Als we langs een aantal heldengraven lopen, staan we ineens voor de steen van Hendrik Witbooi. De eerste op de bovenste rij!

Bij het heldengraf van Hendrik Witbooi op Heroes' Acre

De volgende dag rijden we langs Rehoboth en Gibeon. Plaatsen met Bijbelse namen die me bekend zijn uit het boek. De Witboois werden midden negentiende eeuw door de blanken Zuid-Afrika uitgedreven en hadden zich in een vlakte van de Kalahari-woestijn gevestigd. Ze noemden de plaats Khata-tsûs: de plek waar het voor boogschutters (lees: andere stammen) onveilig is. Een zendeling herdoopte de plaats later tot Gibeon en gaf de Witboois allemaal Europese voornamen. Maar ook in Gibeon is het droog en men trekt verder naar betere oorden.

Er volgen twintig jaren confrontaties met de Duitse bezetter, die eerst via concessies het land wil bezitten, maar later via veldslagen de bevolking probeert uit te roeien. In 1905, Hendrik is een jaar eerder al doodgeschoten, worden de Witboois, maar ook andere bevolkingsgroepen zoals de Herero, in concentratiekampen opgesloten. Eerst in de buurt van Windhoek, maar omdat de bewoners klagen over stankoverlast, transporteert men hen naar Shark (haaien)-eiland bij Lüderitz. Veel mensen sterven van de kou, ziekte of honger. Een arts vindt het medisch interessant om de schedels in Duitsland te onderzoeken. Dat gebeurt ook met een van de laatste Witbooi-leiders. De schedel van Kornelius Fredericks wordt een eeuw later door een Berlijns museum teruggegeven aan Namibië. 

Bij het monument op Shark-eiland staan we stil bij de afgrijselijke periode die me sinds het lezen van het boek pas bekend is. Vorig jaar heeft Duitsland de genocide officieel erkend en een bedrag van 1,3 miljard euro beschikbaar gesteld om in de toekomst van Namibië te investeren.

Buiten Lüderitz bezoeken we nog Kolmanskop, nu een ghost town. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd dit dorp in de woestijn gebouwd. Alle moderne voorzieningen van die tijd waren voorhanden: elektriciteit, een bioscoop (met stomme film), een ziekenhuis met röntgenapparaat, een kegelbaan en zelfs een ijsfabriek. Zoet water werd in vaten aangelverd uit Zuid-Afrika, het laatste stuk via een spoorlijntje tussen Lüderitz en Kolmanskop. De reden voor de bouw van dit dorp op deze merkwaardige plek was de vondst van diamanten, op het strand. Op het hoogtepunt woonden hier vierhonderd Duitsers, waaronder 45 schoolgaande kinderen. Maar zo snel het kwam, zo snel verdwenen de mensen ook weer. De huizen raakten deels bedolven onder het woestijnzand, wat de achtergebleven inboedel goed conserveerde. Het dorp is nu een leuke trekpleister voor toeristen en wordt ook regelmatig gebruikt als decor voor films.

Kegelbaan

Conny Braam schrijft ook nog dat Heinrich Göring, zijn hoogzwangere vrouw en een aantal kinderen Namibië in 1890 verlaten. Een paar maanden later krijgt Göring een functie op Haïti en laat vrouw en kinderen voorlopig achter – zonder al te veel spijt: de kleine Hermann blijkt een vreselijke schreeuwlelijk te zijn.

Ochtendwandeling in onze backyard van de Kalahari Anib Campsite

Kokerboom

Campsite Klein Aus
Oryx