maandag 28 april 2025

DI-RECT in Berlijn

Vorig jaar kreeg ik een mailtje van DI-RECT: aankondiging voor clubshows in België en Duitsland. “Jij kunt daar bij zijn via deze speciale pre-sale, omdat je ooit eerder al kaarten kocht voor één van onze shows”, stond er. En dat klopte. In 2020 hadden we tickets gekocht voor een livestreamconcert van de band in onze huiskamer. Het was coronatijd, alles lag stil. DI-RECT kwam dus met het idee van een livestream. Zelf konden we ook wel wat afleiding gebruiken. Dus zaten we klokslag acht uur klaar op de bank, met een drankje en een schaaltje nootjes.

DI-RECT speelde in een lege Koninklijke Schouwburg. Het was een mooie avond met muziek die raakte. Het nummer Soldier On – wat doorzetten betekent – was eerder dat jaar uitgebracht. Het beeld van Marcel Veenendaal die door de verlaten DWDD-studio’s liep (Marcel Veenendaal (Di-Rect) -  Soldier on), staat me nog steeds helder voor de geest. Een iconische opname, symbolisch voor die bizarre tijd. 

DI-RECT
Marcel Veenendaal

Gitarist Paul-Jan Bakker

Nou was het niet alleen DI-RECT die mijn interesse wekte, het was ook Berlijn. Een bijzondere stad om steeds terug te keren. DI-RECT speelde in de KulturBrauerei, een geweldige plek in de stad, verscholen achter de Schönhauser Allee. Ooit een brouwerij, nu een complex van zes binnenplaatsen en twintig gebouwen van rode en gele bakstenen. Hier vind je een mix van nachtclubs, restaurants en theaters. Het concert vond plaats in de Frannz Club, een zaaltje dat zo’n 300 mensen kan herbergen, waardoor er een intieme sfeer ontstond. Aan het eind van het concert bedankte Marcel Veenendaal het publiek en zei: “Ik kan volgens mij gewoon Nederlands praten”.

'Spike' (Frans van Zoest) in het publiek

Maar er was meer te doen in Berlijn. Een Duitse collega gaf als tip mee om de Boros-collectie te bezoeken, die zich bevindt in de Reichsbahnbunker aan de Friedrichstraße. Deze bunker is gebouwd door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog als schuilkelder voor 1200 mensen. De betonnen muren van de bunker zijn tot 2 meter dik. Aan het einde van de oorlog schuilden tijdens de luchtbombardementen er zo’n 4000 mensen in het complex.  

In de DDR-tijd deed de bunker dienst als opslagplaats voor tropisch fruit, uit Cuba, en stond het onder de Oost-Berlijners bekend als de bananenbunker. In de jaren negentig werd de bunker ingenomen door anarchistische groepen die er hardcore-, techno- en housefeesten organiseerden. Onze gids vertelde dat als de kaarsen tijdens deze feesten uitgingen, door gebrek aan zuurstof, de feestgangers de bunker moesten verlaten.

In 2003 kochten Christian en Karen Boros de bunker en veranderde het in een kunstgalerie,  de Boros Sammlung (Boros-collectie). De kunstverzamelaars wonen zelf op de bovenste verdieping van de bunker. Ik vraag me wel altijd af waar ik naar kijk als ik bij zo’n tentoonstelling van moderne kunst (‘contemporary art’) ben. Met een klein groepje van 20 mensen werden we door de rauwe betonnen zalen van de bunker geleid. De toelichting van de gids over de geschiedenis van het gebouw en de kunstwerken was erg nuttig. Foto’s maken strikt verboden. Wel heb ik op het internet een foto gevonden van de zwarte massa die in een van de ruimtes lag, als een soort lavastroom. Het bleek het restant te zijn van wat overblijft na het koken van 60.000 flessen Coca-Cola, een idee van de Chinese kunstenaar He Xiangju. Ik heb nog geen Coca-Cola meer gedronken…

Het voormalige keizerlijke postkantoor (Postfuhramt) aan de Oranienburger Strasse in Berlin-Mitte
Vliegveld Tempelhof.
Tijdens de oorlog werd het vliegveld gebruikt door de Duitse luchtmacht.
Het fungeert nu als stadspark voor fietsers, skaters, wandelaars en waar mensen hun vlieger op laten.











donderdag 5 december 2024

Milou

Je bent nu 5 maanden oud 
En willen je niet missen, voor geen goud
Vorig jaar zat je rond deze tijd al in mama’s buik
Te zwemmen met soms een duik
Je ouders vertelden ons op 10 november met een brede lach
Dat opa en oma voor ons in het vooruitzicht lag.

We kregen daarna met kerst van hen een cadeau
Om jou op de echo te zien op een scherm heel groot
Je hartje 💓 klopte en je beentjes gingen heen en weer
Onze harten gingen van vreugde ook te keer
Je ouders noemden je babs
Maar dat was een grapje van paps 😃

Op de dag dat mama was uitgerekend 
Zouden mama en papa bij ons enchiladas eten
We vroegen hen via de app hoe laat ze er zouden zijn
En hoorden dat de weeën waren begonnen met de pijn
En dat zij al een halve dag in het ziekenhuis waren
Om jou te baren. 

Berichtjes kwamen binnen hoe het ging
Wij zaten tegenover elkaar te wachten op elke nieuwe melding
Om 23.27 uur appte papa:
“Het wordt toch een keizersnee”
Wij wachtten in spanning met z’n twee
Tot de foto met je gezichtje kwam
En daarna je naam: Milou Vivian
Na een kort nachtje waren we snel naar jou op pad
Waar je vader me voor het eerst aansprak als opa Gerard
Jij en mama lagen er heel tevreden bij
En wij natuurlijk apetrots en superblij

De zomerse maanden met jou waren een gelukkige tijd voor je ouders
En natuurlijk ook voor je grootouders
Naar je huis lopen is nog geen minuutje of tien
We pakken elke gelegenheid om je te zien. 
Als je moe bent dan draag ik je soms
op m’n arm, nu nog heel licht
Je beentjes worden slap en je ogen vallen dicht
Het is heel fijn om je zo vast te houden 
En van je te houden. 
 
Opa en oma Sinterklaas




donderdag 7 november 2024

Belanda

Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa, Flores, Timor… Mijn moeder dreunde het rijtje Indonesische eilanden altijd met plezier op. Het was er op haar lagere school goed ingestampt. Ik lees dat het de Kleine Sunda-eilanden zijn. De Grote Sunda-eilanden zijn Sumatra, Java, Kalimantan (vroeger Borneo) en Sulawesi (vroeger Celebes). M’n moeder had het ook over ‘onze jongens’ die naar Nederlands-Indië gingen. Later hoorde ik van de ‘politionele acties’; woorden die in mist verhullen wat ‘wij’ daar uitspookten. Op de middelbare school las ik -voor de boekenlijst- Max Havelaar van Multatuli. Het boek staat nog steeds in mijn boekenkast. Het is een verhaal over uitbuiting van de inheemse bevolking en een aanklacht tegen het koloniale bestuur. Het boek werd later verfilmd met Peter Faber in een hoofdrol. Op tv verscheen de serie ‘De Stille Kracht’ over de mystieke krachten in Indonesië. Zowel de film Max Havelaar als de tv-serie zijn via YouTube beschikbaar. Die ga ik nog eens terug kijken. 

Bij de tentoonstelling Revolusi! Indonesie Onafhankelijk in het Rijksmuseum in Amsterdam, 2022
Lange tijd had ik geen belangstelling voor Indonesië, maar de laatste jaren boeit het land me steeds meer. Wat was onze rol in Nederlands-Indië? Wat gebeurde er in de jappenkampen? Hoe verliep de onafhankelijkheidsstrijd? Toen vorig jaar werd aangekondigd dat de volgende Wereld Tuberculoseconferentie in Bali zou zijn, was het besluit snel genomen om deelname aan het congres te combineren met een vakantie aan het land. En ook om meer te lezen over de geschiedenis van het land. 

Uit het tentoonstellingsboek Revolusi!
Het boek ‘Revolusi’ van David van Reybrouck geeft een beschrijving door de ogen van een buitenlandse (Belgische) historicus/schrijver. Hij schrijft dat Nederland weinig zelfreflectie heeft en de geschiedenis door een roze bril ziet. Zoals premier Balkenende eens zei: “Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! …Toch?” Van Reybrouck refereert in een van de hoofdstukken aan deze retorieke ‘toch’ van Balkenende. Nederland blijkt het land te zijn dat het meeste trots’ is op z’n koloniaal verleden. 

Het is belangrijk om de geschiedenis echt te kennen. In vogelvlucht. De VOC begon 350 jaar geleden met het opkopen en transporteren van specerijen. In de 19de eeuw werd vruchtbare grond steeds meer aangewend voor productie van koffie, tabak en suiker. De infrastructuur werd verbeterd zodat producten van deze plantages naar havens gebracht konden worden. 10% van de Nederlandse staatskas-inkomsten kwam in die tijd uit Nederlands-Indië. De weerstand tegen het koloniale bewind nam in de 20ste eeuw steeds meer toe. Nederland probeerde de machtsstructuur in stand te houden en verbande ‘oproerkraaiers’ als Soekarno en Hatta naar afgelegen eilanden zoals Papua Nieuw-Guinea. Het was dus niet vreemd dat de Indonesische nationalisten de Japanners aanvankelijk met open armen ontvingen toen die in 1942 Nederlands-Indië bezetten. En het was ook niet vreemd dat Sukarno op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, de onafhankelijkheid uitriep. Republikeinse jongeren (pemuda’s) richtten hun (bamboe)speren op Nederlanders en met Nederland samenwerkende landgenoten. Die chaotische tijd wordt Bersiap genoemd en ging gepaard met veel bloedvergieten. 

Tekening van een 11-jarige jongen
Vanaf maart 1946 dacht Nederland het gezag weer over te nemen, en stuurde twee keer troepen, waarbij ook oorlogsmisdaden werden begaan. De pas opgerichte Verenigde Naties bekritiseerde deze Nederlandse ‘politionele acties’, de Verenigde Staten dreigde de naoorlogse Marshallhulp aan Nederland te stoppen. Nederland stond uiteindelijk helemaal alleen in haar visie om een land met bijna 10x zoveel inwoners als kolonie te behouden. In de onafhankelijkheidsoorlog vielen minstens 100.000 doden en na afloop vertrokken 300.000 Indische Nederlanders en Molukkers naar Nederland. De soevereiniteitsoverdracht vond op 27 december 1949 plaats. 

We worden regelmatig gevraagd waar we vandaan komen. Als we zeggen uit Nederland/Holland dan wordt dat beantwoord met: “Oh, Belanda”. We hebben dit antwoord snel overgenomen, als men ons die vraag stelt. De Indonesische Wikipedia-pagina ‘Nederland’ heet ook Belanda. Onze chauffeur vertelde deze week echter dat Belanda of Blanda ook een scheldwoord was voor blanke of blondje. Of nog is? Zijn er nog stille krachten in Indonesië?

Paar vakantie kiekjes:

Javaanse danser in sultan paleis (kraton), Yokyakarta

Rokende vulkaan Bromo
Clowns op de markt in Kalibaru die een centje bij proberen te verdienen

Groene schildpad die eitjes legt op het strand
De volgende dag kleine schildpadjes loslaten op het strand (na 2 maanden komen de eieren uit)
Bewaker bij een Balinese Hindu tempel
Bali Myna (Balispreeuw)

maandag 28 oktober 2024

Motors op Java

Ik stel me zo de TT van Assen voor: als het licht op groen springt, dan vliegen de motoren uit de startblokken. Dit verschijnsel zien we al een week lang op Java. De motors wurmen zich om de auto’s heen naar een goede startpositie. Het gaat allemaal echter heel organisch. Iedereen let goed op elkaar en men rijdt met lage snelheid. Oké, er zijn wel eens eenrichtingswegen waar motors je tegemoet komen of over de stoep rijden, maar dat doe ik ook wel eens met de fiets. Er is altijd wel wat ruimte te vinden.

Indonesië is echt een ge-motor-iseerd land. De motor is een ideaal vervoermiddel in steden, maar ook op het platteland. Vanaf je 17e mag je motorrijden. Je kunt er met z’n tweeën, drieën, vieren op; wellicht met nog meer. Met een kind in een draagzak of een baby tussen ouders ingeklemd. Geschikt voor mannen en vrouwen, jong en oud. En ook geschikt om van alles te vervoeren. Soms wordt de motor als taxi gebruikt, maar dan wel met een tasje tussen de vrouwelijke medepassagier en de bestuurder (zoals onze chauffeur ons vertelde)
.



Een ander vervoermiddel is de betjak, de fietstaxi. Bij een (Indische) riksja zit de bestuurder vóór de passagier, bij de betjak zit de bestuurder juist achter de passagier(s). Maar wil je wel in zo’n ‘bakfiets’ vervoerd worden? Ik had daar een beeld bij van zwetende mannen die zich het leplazarus trappen om ons – met een beetje overgewicht – de steile straten op fietsen. Die gêne is minder nu de meeste betjaks gemotoriseerd zijn. En terwijl wij vervolgens in de hitte van alles bekijken, ligt onze betjak-bestuurder relaxt in de bakfiets onder het zeiltje op ons te wachten.

We begonnen onze drie weken vakantie in Jakarta met een wandeling door de oude stad. Tenminste, wat daar nog van over is. Onze gids Hendra gaf ons 4 uur geschiedenisles over het waterstelsel van Batavia, de oude naam van Jakarta tijdens de Nederlands-Indië periode. 

Het mapje oude foto’s was nodig om de functie van de riviertjes in tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) te begrijpen. De ernstig vervuilde riviertjes zijn nu bijna niet meer herkenbaar in een landschap van betonnen viaducten, wegen en vervallen huizen. 

De dijk naast de rivier was verderop lek!
Zijn verhaal ging ook over de armoede en de sociale problematiek van tegenwoordig. Er zijn grofweg drie lagen in de maatschappij te onderscheiden. De meeste mensen moeten van minder dan één euro per dag rondkomen. Dan is er een tussenlaag, zoals onderwijzers, die circa 300 euro per maand verdienen. Hendra was zelf onderwijzer. En dan de toplaag. Het is heel moeilijk om tussen deze lagen te bewegen: ‘trapped in poverty’. In Indonesië zal men misschien zeggen: als je eenmaal voor een roepia geboren bent…  En ook dat is niet waar, want de roepia heeft een enorme val meegemaakt. Bij elke geldopname word ik miljonair, want voor elke 100 euro krijg ik 1,7 miljoen Indonesische roepia’s.

Plastic sorteerder


In/op de 'negende hemel' van de Borobudur

Ereveld Kalibanteng waar twee (verre) familieleden liggen die in een Japans interneringskamp zijn overleden.
 



vrijdag 18 oktober 2024

l'OMS

De bus bracht me maandag via Nations naar OMS, de bushalte bij de Organisation Mondiale de la Santé, beter bekend als WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Veel Verenigde Naties (VN) agentschappen, zoals UNICEF, UNAIDS, UNHCR, IOM en dus ook de WHO, hebben hun hoofdkantoor in Genève. In het park bij Nations ligt ook een mooi VN-hoofdkantoor; het echter hoofdkantoor is in New York.

Onze bijeenkomst was in de kelder van het WHO-gebouw. De vergaderopstelling was in een E-vorm. Aan de hoofdtafel wisselden voorzitters gedurende de vijf dagen van plek en waren ook deelnemer. Aan drie tafels – de  drie poten van de E – zaten aan beide kanten acht deelnemers, zodat er zo’n 50-60 personen in de zaal waren. Iedereen met een naambord en microfoon voor zich. Als je iets wilde zeggen, dan zette je je naambord verticaal. Per tafel werd vervolgens de inbreng verzameld. Zodra je de microfoon opende, toonde een van de camera’s je op de wandschermen. 

En dat vierenhalve dag lang. Inspannend, maar ook heel inspirerend. Landen met een hoge tbc-ziektelast, zoals India, Indonesië en Zuid-Afrika, vertelden hoe zij tbc-screening heel voortvarend oppakken. Mijn bijdrage viel in het ‘slot’ met Canada, China en Rusland. De laatste twee landen hebben per hoofd van de bevolking tien keer zoveel tbc als Nederland, terwijl dat voor de eerstgenoemde landen dat 50-100 keer zoveel is. Mij was gevraagd om ook op het historische aspect van bevolkingsscreening/onderzoek in Nederland in te gaan. Honderd jaar geleden was tbc volksziekte nummer 1 in Nederland, waaraan elk jaar 5.000-10.000 mensen doodgingen. Door betere leefomstandigheden, medicatie en bevolkingsscreening nam tbc na de Tweede Wereldoorlog in rap tempo af. De bevolkingsonderzoeken zijn allang gestopt. En nu schalen we ook de andere screeningen steeds meer af, omdat tbc steeds minder voorkomt in Nederland. Een heel andere situatie dan in grote delen van de wereld.

Röntgenplaat met daarachter de tas waar alles in kan, de röntgencamera en laptop/computer die de foto's leest. 
De principes van röntgenscreening zijn niet veranderd, de techniek wel. Röntgenfoto’s worden tegenwoordig als digitale plaatjes opgeslagen die door computers (artificiële intelligentie, AI) gelezen (kunnen) worden. De zelflerende software wordt steeds beter. In sommige landen wordt meer dan 10% van de bevolking jaarlijks gescreend op tbc en wordt de ziekte op die manier in een vroeg stadium opgespoord. Veelbelovend zijn ook de ‘tong swabs’. Je kent ze wel van de coronatesten. De DNA van de tbc-bacterie blijkt vaak ook op de tong terug te vinden, als je met een wattenstok materiaal van de tong schraapt. Er zijn al 15 jaar apparaten die het DNA repliceren, waardoor je in 2 uur weet of het sample DNA van de bacterie bevat. De testen zijn nog niet op de markt, maar lijken eraan te komen. Een oude ziekte wordt zo met moderne middelen opgespoord en bestreden. Gaat het dan toch lukken om deze ziekte onder de knie te krijgen?

Hand-held röntgencamera

De 'broken chair' staat tegenover het VN-gebouwe en is symbool voor alle mensen die gemutileerd werden door landmijnen en clusterbommen.