zondag 7 juni 2026

De poep en knoet. Van archief naar AI

Ik schreef eerder over stadsarchitect A.T. van Wijngaarden. Deze betovergrootvader was getrouwd met Sijtje Dekema. Vorig jaar benaderde een verre achterneef me met een intrigerende vraag over haar afkomst. Volgens verschillende genealogieën zou Sijtje afstammen van de Friese adellijke familie Van Dekema. Hij opperde zelfs een verband – via een bastaardtak – met Floris van Egmont. Via die lijn zou vervolgens een afstamming lopen naar Bourgondische koningen in de vijfde eeuw. Het klonk bijna te mooi om waar te zijn.

Sindsdien heb ik heel wat uurtjes besteed aan het digitaal zoeken naar bewijsmateriaal. Ruim tien jaar geleden werd over deze kwestie ook al een uitgebreide discussie gevoerd op een genealogisch platform. Inmiddels zijn nog twee nazaten aangehaakt die eveneens willen vaststellen of de veronderstelde connectie werkelijk bestaat, of juist moet worden verworpen.

Omdat de digitale bronnen mij niet verder hielpen, bezocht ik twee weken geleden zelf het archief. Met uiteraard genoeg tijd om weer eens van Leeuwarden en de omgeving te genieten. Ik logeerde in het Fletcher Hotel-Paleis Stadhouderlijk Hof, om alvast een beetje in de sfeer van de royals te komen. Stadhouder Willen IV en zijn voorouders uit het huis Nassau-Dietz woonden hier lange tijd.

Een van de stukken die ik graag wilde inzien, betrof de nalatenschap van Hans Jurjens Swart, die op 11 juli 1698 was overleden. Een van de getuigen was Simon Ebbes Decama, brouwersgezel te Leeuwarden en een bewezen verre voorouder Dekema.

Het gerechtsboek uit 1696.
De letters SPQR zijn wellicht bekend: Senatus Populusque Romanus.
SPQL is de Leeuwarder variant: Senatus Populusque Leovardiensis ("de raad en het volk van Leeuwarden")

Het register werd uit het depot gehaald, maar de zeventiende-eeuwse tekst bleek nauwelijks leesbaar. “Geen probleem”, zei de medewerker. Tegenwoordig bestaat er software, zoals Transkribus, die oud handschrift verrassend goed kan ontcijferen. Hij wilde het wel even proberen. Binnen enkele minuten had ik het transcript in m’n mailbox. Leesbaar, maar nog steeds lastig om daar een verhaal uit te construeren.

Ook dat is tegenwoordig geen groot probleem meer. Met hulp van AI kan zo’n transcript in no-time worden omgezet in een lopende tekst. Je moet wel een beetje regie houden. De eerste versie vond ik te vlot, te modern. Daarom vroeg ik AI dichter bij het origineel te blijven. Bijkomend voordeel is dat AI je spontaan uitleg geeft van zeventiende-eeuwse woorden en begrippen die wij niet meer kennen. Hieronder het ingekorte verhaal met bijzondere nadruk aandacht voor de getuigenis van Simon Decama:

In de zomer van 1698 stierf in een steegje van de stad Leeuwarden Hans Jurjens Swart, schoenlapper, geboren te te Mullem (Mülheim), “drie uur boven Ceulen”. Hij had bijna twintig jaar lang gewerkt en gewoond in de potkast van brouwerse Ytie Reins. Familie had hij nauwelijks meer. Op zijn sterfbed verklaarde hij dat hij slechts nog een broer had, "van wie hij niet wist of die nog levend of dood was".

Tien dagen na zijn overlijden opent het stadsbestuur een officieel onderzoek naar zijn nalatenschap. Burgemeester Epæus Wielinga laat meerdere getuigen onder ede verhoren.

Eerst worden Jan Roelofs, turfdrager, en zijn huisvrouw Dirckjen Gerrits gehoord. Zij hadden een jaar bij Hans in diens woning ingewoond. Jan verklaarde dat hij met Hans gesproken heeft tijdens diens ziekte, over de beschikking van zijn nalatenschap, omdat "hij soo een ongemeen [ongewoon] gewoon besoeck van paepsgesinde [katholieke] lieden in die tijt bij sijn bed had." Daarop gaf hij [Hans] ten antwoord: “Sij beminnen mij om mijn goet, maer aen de persoon is haer weinigh gelegen.”

Dirkje verklaarde dat ook andere bekende en onbekende katholieke personen bij hem van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat over de vloer kwamen. Zij sprak ook met de buurvrouw Acke, die eveneens het katholieke geloof aanhangt, over de ziekte en de aardse bezittingen van de genoemde Hans. Zij ontving van deze Acke als antwoord: "Indien hij geen testament maeckt, soo is sijn ziel niet verzorgt." Ook heeft deze vrouw (Acke) de genoemde Hans tijdens zijn ziekte vaak alleen bezocht, hoewel ze er anders werkelijk nooit over de drempel kwam.

Simon Ebbes Decama, brouwersgezel, 24 jaar oud, gedagvaard, beëdigd en ondervraagd, getuigde dat hij veertien dagen geleden in de namiddag — als een goede vriend en op verzoek van Hans Jurjens Swart — door zijn hospita Ytie Reins bij diens ziekbed is geroepen. Deze Hans had jarenlang als schoenlapper gewerkt in de 'potkast' (de kelderruimte of kast onder de trap) van deze Ytie Reins.

Hans vertelde de getuige toen met een lachende mond hoe hij kort daarvoor door een kapelaan zelf was benaderd over zijn aardse bezittingen. Hans had die kapelaan daarop geantwoord: “Nu de poep en knoet goet heeft, nu kent men hem wel. Maer dat soud niet soo zijn geweest als hij slechts een stuk brood nodig had gehad; dan sou men den poep en knoet niet hebben gekent.”



De kapelaan had hem daarop gevraagd: “Wel, wil je dan niet Catholics sterven?” Wat Hans daarop heeft geantwoord, “ware hem getuige uijt de memorie gegaen.” [Een formulering die Marke Rutte deze week tijdens de parlementaire enquêteverhoren wellicht ook goed kan gebruiken...]

Een week later wordt Ytie Reins gehoord. Zij had hem gevraagd of de katholieke bakker Dingnum Allerts wellicht zijn erfgenaam zou worden. Hans antwoordde daarop kort en krachtig: “Dingnum sal der niet een hontsvot van hebben.”

Toch lijkt de voortdurende druk hem zwaar gevallen te zijn. Nadat geruchten de ronde deden dat hij inderdaad een testament had opgesteld, vroeg Simon Decama hem rechtstreeks of dat waar was. Hans zou toen zuchtend hebben geantwoord: “Ja Broertie lieff, men heeft niet eerder rust…

De bronnen geven geen volledig antwoord op wat er uiteindelijk met de nalatenschap gebeurde, maar suggereren dat die naar de armen ging. 

Rechts het stadscafé dat tegenwoordig is gehuisvest in de voormalige apotheek van Aebe Hendricks in Dokkum.

Simon was later meester-brouwer in de stad Groningen. Ook zijn ouders, Aebe (Æbe) Hendricks en Cecilia (Zeelytje) Simens, zijn bekend. Aebe komen we voor het eerst tegen in 1671 en is dan werkzaam als apotheker in Dokkum. Bij hem wordt echter nergens de achternaam Dekema vermeld. Of deze familielijn kan worden doorgetrokken naar de Van Dekema's, zal nog wel wat zoek- en graafwerk vergen.

dinsdag 2 juni 2026

Expositie

Opdracht kies een favoriete schilder/schilderij en schilder het na (acryl).
Ik koos voor de Boerderij bij Duivendrecht van Piet Mondriaan. 

De AOW, de Algemene Ouderdomswet werd in 1957 door Willem Drees ingevoerd, twee jaar voordat ik geboren werd. Vanaf die tijd kregen mensen op 65-jarige leeftijd hun AOW. In 2013 werd de AOW-leeftijd verhoogd naar 66 jaar en daarna in stappen naar 67. De komende jaren stijgt de AOW-leeftijd verder, vanwege de toegenomen levensverwachting. Daar zit een logica in. Maar het is niet correct om de AOW-leeftijd één-op-één te laten stijgen met de levensverwachting zoals het kabinet Jetten wil(de); extra jaren laten zich niet zo eenvoudig vertalen naar extra arbeidsproductiviteit.

Ik ben ook in de nazomer van mijn leven gekomen. De rijksoverheid is onverbiddelijk: je stopt op je 67ste. Ik vind het niet erg. Sterker nog, het is eigenlijk best fijn. Meer tijd om nieuwe dingen te leren, met zo nu en dan misschien nog een leuk tbc-klusje.

Die tijd moet je natuurlijk wel invullen. Daarom ben ik vorig jaar begonnen met tekenen en schilderen. Elke woensdagmiddag hebben we twee uur les in de Garenspinnerij, een mooi industrieel gebouw in de binnenstad van Gouda. De cursus is voor beginners. Van de twaalf cursisten zijn er – net zoals ik – meerdere (bijna) pensionado die nog nooit eerder hebben geschilderd.

Van echt les is eigenlijk geen sprake. Pepijn, onze docent, stuurt aan het begin van de week een Whatsappbericht met de techniek die we die week gebruiken en wat we daarvoor nodig hebben: houtskool, acrylverf, aquarel- of tekenpapier. In de les kiezen we vervolgens uit een aantal voorbeelden en gaan aan de slag. Tijdens de les loopt Pepijn rond en geeft wat persoonlijke tips. Dat werkt voor mij prima. Na 25 lessen durf ik mijn werk in deze blog wel eens laten zien: mijn eerste expositie!

Eerste les: kubus, cilinder en sneeuwbal (houtskool)

Kwal (houtskool)

Eerste stapjes met acrylverf

Afrikaanse markt (acryl)

Strand in Oman (acryl).
De opdracht was om te schilderen zonder kwast. Ik heb de palmtakken met een tandenborstel geschilderd en ben hier bezig met een tandenrager.
Begin 2016 stond in het teken van aquarel, een spannende techniek!

Hoge Boezem achter Haastrecht (aquarel)
Kruik, kan en appels - stilleven (aquarel)

En perspectief tekenen:

Spelende kinderen in de Jordaan (aquarel)

Museumhaven Gouda bij volle maan (acryl). Links ligt mijn werk. 
Fazant (collage).
Knippen en plakken! De snavel is een uitgeknipte trouwjurk, de gele rand zijn grafzerken.

Opdracht: schilder iets/iemand waar je gelukkig van wordt op een houten plankje van 10x11 cm (acryl)

Laatste les: schilder bomen op een velkleurige achtergrond (acryl). Rechts mijn werk.