maandag 2 maart 2026

Sea Ice Classic, Luleå

Al weken volg ik de temperaturen in Luleå. De meest noordelijke stad in Zweden, gelegen aan de Botnische Golf, de noordelijke bocht van de Oostzee. Het pensioen dient zich aan. Ik heb meer tijd om nog een paar sportieve uitdagingen aan te gaan. Eén daarvan: nog één keer een langeafstandstocht.

In 1987 schaatste ik de Noorderrondrit in Groningen. 150 kilometer. Alle stempeltjes waren binnen, dacht ik. Tot er vlak voor de finish nóg een geheime stempelpost opdook. De stempelaars waren onverbiddelijk. Het groepje waarin ik schaatste was te laat. We konden over de weg naar Baflo, werd gezegd. Dat was natuurlijk geen optie. In het donker schaatsten we door naar de finish. Maar het kruisje kregen we niet.

Ik wilde zo’n lange afstand nog wel eens schaatsen, zoals elk jaar op de Weissenzee wordt gereden. Vorig jaar werd ik daarom lid van de IJsclub in Boskoop, waar ik mijn conditie probeerde te verbeteren met skeelerlessen. Ik was veruit de oudste. Mijn houterige techniek stak schril af tegen de diepe zit van de jonge inlineskaters. In de zomer hield ik het voor gezien.

Toen de kunstijsbaan in Utrecht openging, startte ik vol enthousiasme mijn rondjes. Te enthousiast. Na de eerste training voelde ik mijn rechterbovenbeen al protesteren. Te veel rondes, te veel pootje-overs. Ik ging wat rustiger trainen. Op de baan in Utrecht las ik ook over een bijzonder evenement: de Sea Ice Classic in Luleå. Schaatsen op zee-ijs. Dat leek me wel wat. En daar zijn wij nu.


De zoute zee ligt hier al maanden dicht. Een ijsvlakte van 75 centimeter dik. Temperaturen waren wekenlang -20 graden ’s nachts en -15 overdag. Ik had extra thermokleding gekocht voor een barre tocht. Dinsdag arriveerden we in een winterwonderland. Een witte deken bedekte het land en ook de straten. Aan zout strooien doet men niet, geen beginnen aan. Wel zijn er continu sneeuwschuivers aan het werk. 


De temperatuur loopt in een paar dagen snel op. Op vrijdag, onze schaatsdag, is het nog maar -5 graden, met nauwelijks wind. Ideaal schaatsweer. Ik heb me (te) goed ingepakt, thermobroek en daarover twee schaatsbroeken; 3 thermoshirts en 2 schaatsshirts, dubbele handschoenen. Koud heb ik het niet gehad.


De eerste rondjes gaan voorspoedig. Het ijs is goed, maar het blijft natuurijs. Scheuren zijn onvermijdelijk, dus goed opletten. Soms behoorlijk diep, te herkennen aan het laagje sneeuw dat erin ligt. Ook vaak luchtijs: belletjes onder het oppervlak die tijdens de koers uitgetrapt worden.

Uitgetrapt luchtijs

De derde ronde rijd ik op met “Postuma”, tenminste, dat staat op zijn shirt. Bij de doorkomst wisselen we een paar woorden en kijk ik op zij. Mijn rechter schaats schiet in een diepe scheur. Daar lig ik. Op mijn rechterheup. Shit.

En het blijft niet bij die ene keer. Een paar rondes later verlies ik mijn evenwicht op luchtbelijs. Ik probeer nog te corrigeren, draai een pirouette, maar eindig op mijn rug. Precies op de transponder die ik in mijn schaatsshirt had gestopt. Ik voel hem in mijn rug drukken en hap naar adem. Na weer een paar rondes val ik voorover en schuif met mijn borstkas over het ijs.

Bij de doorkomst worden mijn pauzes langer. Bijkomen met erwtensoep, een tosti of een worstenbroodje. En vooral de zoete energiedrankjes. Op de bankjes schuiven andere schaatsers aan en we praten wat. Gesprekjes met heel aardige mensen. Het geeft me energie om weer door te gaan.

Vooraf wist ik al dat de 100 kilometer in acht uur voor mij niet realistisch was. Maar 50 vond ik te weinig voor zo’n verre reis. Mijn doel lag ertussenin.

Als ik nog twee rondjes van 8,3 kilometer moet om die 75 vol te maken, overweeg ik om te stoppen. Ik schaats verkrampt door de vele valpartijen. Eerst maar een ronde zonder kleerscheuren doorkomen, pep ik mezelf op. Die ronde haal ik, met nóg een val. Ik vrees dat ik het record “meest gevallen deelnemer” op mijn naam heb gezet. De schade valt mee. Het pak is in ieder geval nog heel.

Het begint te schemeren als ik aan mijn laatste ronde begin. Sneeuw dwarrelt al een paar rondes zacht naar beneden. De scheuren worden moeilijker zichtbaar en ik val nog eens. Dit keer gewoon van vermoeidheid. Twee mannen stoppen. “Hoe ver zit je?” “Zeventig.” “En jullie?” “Wij 160”. Ze zijn om 6 uur gestart voor de 200 kilometer. Een van hen adviseert om de kortste weg naar de finish te nemen. “Ik herken wat je hebt”, zegt hij.

Ik blijf nog even op de sneeuwrand zitten. Dan sta ik weer op om de ronde uit te schaatsen. Op 2 kilometer van de finish eet ik nog een energiebar.  Het gelletje dat naast mijn transponder zat, heeft de klap op mijn rug niet overleefd. Die was eigenlijk bedoeld voor dit moment. En ik wacht op de sneeuwschuiver die de scheuren weer zichtbaar maakt. Vallen wil ik niet meer. Niet op de beurse heup, niet op mijn rug.

Dan is daar de finish.

Voorzichtig schaats ik richting de bankjes bij de tipitenten. Extra alert bij de scheur die mijn eerste val veroorzaakte. Ik vraag een vrijwilliger of ik even op hem mag steunen. Nog een val overleef ik niet.

Met de super-behulpzame vrijwilligers
Mijn hel van Noord-Zweden zit erop. Zwaar door de valpartijen. Prachtig door het landschap. Onvergetelijk door de mede-schaatsers en vrijwilligers.

Er zijn alleen medailles met 200, 100 en 50 kilometerinscriptie. Ik krijg de 100 kilometer omgehangen. Die heb ik vandaag meer dan verdiend.

In Luleå is veel meer te zien en te doen dan schaatsen. ’s Avonds verschijnen de mystieke sluiers van het noorderlicht aan de hemel. We maakten een hondensleetocht door het besneeuwde landschap, onder een opkomend zonnetje. De husky’s voor onze slee maakten met luid geblaf duidelijk dat ze er zin in hadden. Tijdens een sneeuwschoenwandeling trokken we een spoor over de maagdelijke sneeuw. Onze gidsen waren allemaal jonge avonturiers uit Duitsland, Tsjechië, Spanje en Schotland. Ik snap wel waarom ze zich hier thuis voelen in deze ruimte, deze eindeloze wijdte.

Hieronder een paar beelden van het noorderlicht, onze hondensleetocht en de sneeuwschoenwandeling.


maandag 15 december 2025

Nizwa, Green Mountains en Wadi Shab

M’n laatste dag in Oman. Ik zit in een restaurant aan Qurum Beach (in Muscat) met een prachtig uitzicht over de zee. Zo begin van de middag is er bijna niemand op het strand. Te warm. De zonnestralen zijn heel scherp. Mensen die niet in restaurants zitten, zoeken de verkoeling onder de palmbomen. Ik blijf hier nog even om de zonsondergang te zien. Die moet ook mooi zijn. Daarna brengt de Mubarak, de chauffeur van het ministerie, me terug naar het hotel. Hij brengt me morgen ook naar het vliegveld. Er wordt goed voor me gezorgd.

Maar ook zonder die steun kun je goed je weg vinden in Oman. Ik heb twee trips gemaakt via GetYourGuide, een internationaal boekingskantoor. Ali, de chauffeur, stond vrijdag al om 6 uur voor het hotel voor een lange dagtrip. Er was nog één andere passagier, een 24-jarige Chinese vrouw die in Dubai werkt met crypto’s en eigenlijk alleen maar wilde slapen op de achterbank. In Nizwa, 130 km van Muscat, bezochten we eerst de veemarkt. De veeboeren liepen rondjes met een geit of koe, om kopers te interesseren. De dieren raakten behoorlijk opgefokt. Op een onbewaakt ogenblik kreeg ik ook een beuk van een koe. 

Daarna naar de soek voor de dadels en naar het oude fort waar Omaanse mannen, jong en oud, dansten en zongen. Allemaal heel gemoedelijk. Een goed uitje voor een zondag, want de vrijdag is hier de zondag. 

Na de lunch gingen we naar Jebel Akhdar, de “Green Mountain”. Wat een fantastisch uitzicht. De hoogste top is 3000 meter. En bizar, dat hier, op deze hoogte en met deze hitte, een ultra-run wordt gehouden van 120 km over oneffen paden.

Ultraloper uit Kuweit die er nog behoorlijk fit uit zag na 29 uur lopen over de 120 km.
Ik had hier graag een week willen bivakkeren. De Chinese alleen als er Wifi aanwezig was. Zij was voortdurend in gesprek met China en heeft weinig van de reis meegekregen.

Gisteren maakte ik met een grotere groep een trip naar Wadi Shab. Een wadi is een rivierbed. De meesten staan droog. Wadi Shab niet. Je moet wel een uurtje rijden vanuit Muscat. Eenmaal daar loop je eerst nog 45 minuten door een kloof van oranje rotsen en kom je bij de turquoise wadi aan. Het water is ondiep, maar een zwemvest is wel prettig omdat je gemakkelijk uitglijdt over de gladde stenen. Na een kwartiertje zwemmen, kom je bij een smalle spleet in een rotswand. Met wat passen en meten gaat je hoofd er net tussen door. Op de terugweg bleef m’n hoofd wél steken en zocht ik het ruimere sop door kopje onder te gaan. Gelukkig werkte het waterdichte hoesje van mijn iPhone prima!

Vandaag nog een bezoek aan de Grote Moskee.
Grappige foto door de chauffeur Mubarak.


donderdag 11 december 2025

Omani in witte gewaden en zwarte jurken

De uitgestoken hand werd niet geaccepteerd. Ik had het moeten weten: in Oman gelden andere omgangsvormen dan bij ons. Mannen lopen in lange witte gewaden (dishdasha) en dragen een kleurrijke tulband (musar) of een geborduurd mutsje (kuma). Vrouwen zijn gehuld in zwarte jurken (abaya) met een hoofddoek (lihaf of hijab). Heel soms zie je iemand met een niqab die bijna het hele gezicht bedekt. Het is even wennen. Juist dat trok me aan: de confrontatie met een cultuur die ik nog niet zo goed ken. Wel enigszins, want als 21-jarige trok ik een maand door Algerije. Ik voelde me daar na een tijdje verrassend snel thuis.

De cultuur shock duurde ook deze keer erg kort. Ik ben hier op uitnodiging van het ministerie van volksgezondheid. Dit traject had een lange aanloop. Na een online presentatie in 2023 voor een groep Arabische landen, nam mijn Omaanse collega contact met me op. Ze vroeg of ik wilde meedenken vanuit mijn expertise. Daarna bleef het lang stil. Tot begin dit jaar, toen ik lange ingesproken Whatsapp-berichten kreeg en de plannen concreet werden: een bijdrage aan een tweedaagse training, gevolgd door overleg over andere samenwerking.

Na de eerste trainingsdag merkte ik dat ik al snel “door de kleding heen” keek. Die statige mannen in hun witte gewaden, bleken net zo goed onzekerheden te hebben. En de vrouwen? Die stonden hun hun mannetje prima. Ze reageerden scherp, zelfverzekerd met een vriendelijke lach. Maar het blijft opvallend om de afstand tussen mannen en vrouwen te zien, zoals tijdens de rollenspelen. En gisteravond ook letterlijk tijdens het diner: de mannen aan de ene kant van de lange tafel, de vrouwen aan de andere kant. Niet dat die scheiding verplicht is. Maar je merkt dat iedereen zich eenvoudigweg wat meer op zijn gemak voelt bij zijn eigen groep.
Groepwerk - rollenspel

Gisteravond nam mijn collega me mee voor een koffie in een hippe barista-zaak. Het was een modern tafereel: jonge vrouwen in zwarte abaya’s, gympen eronder, oortjes in, druk tikkend op hun laptops. Zelfs om tien uur kwamen er nog een paar jonge vrouwen binnen voor een drankje. Veiligheid lijkt hier totaal geen zorg. 

Cappuccino

In de barista

Oman is een heel gedisciplineerde samenleving. “Er rijdt één politieauto rond, puur voor de vorm,” grapte de zoon van mijn collega, die ook mee was. Dat is wat overdreven. Ik heb er inmiddels heel wat meer gezien, vaak met zwaailicht gevolgd door een stoet auto’s met officials die hier ook veel komen. Oman is booming. 

Onder de kleiner Golfstaten ligt Saoedi-Arabië. Rechtsonder ligt Oman, met hoofdstad Muscat. 'Boven' de golf: Iran.
Oman is een van de Golfstaten, in het Engels: de Gulf Cooperation Council (GCC) landen. Deze landen liggen aan de Perzische Golf. Na de vernauwing bij de straat van Hormuz heet het de Golf van Oman en mondt uit in de Arabische Zee/Indische Oceaan. Tijdens de vliegreis kreeg ik een mooi overzicht van deze staten. Er zijn er zes. Kleine landjes als Bahrein, Koeweit en Qatar. Grotere landen als Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (o.a. Abu Dhabi en Dubai) en Oman.

De souk in Muscat

Oman was lange tijd een erg achtergesteld land. De sultan deed weinig aan de ontwikkeling. In 1970 werd hij door zijn zoon Qaboos afgezet. Onder Sultan Qaboos en mede dankzij de inkomsten uit de olieproductie, werd het land getransformeerd in een moderne staat. Voor de olieproductie, de aanleg van wegen, ziekenhuizen, huizen, en voor de dienstverlenende sector waren veel arbeidskrachten nodig. De helft van de bevolking is ondertussen “expatriate”. En daar komt ook de link met tuberculose weer terug, want tuberculose komt vaker bij deze “expatriates” voor.  

De vier intensieve dagen zitten er vandaag op. Ik kon mijn verblijf met een paar dagen verlengen om nog wat het land te zien. Morgen staat er om 6 uur een busje voor de deur om met een groep het binnenland in te gaan. Ik heb de buitentemperaturen nog niet ervaren. Het is hier overdag 26-28 graden en ’s nachts 16 graden. Dat moet te doen zijn. In de zomer niet, dan kunnen temperaturen oplopen tot wel 50 graden!



zaterdag 27 september 2025

Burendag in het azc Gouda

Eén keer per jaar zetten de asielzoekerscentra in Nederland hun deuren open voor buren en belangstellenden. Dit jaar leek dat belangrijker dan ooit. Ik ging langs bij het azc in Gouda, op loopafstand van mijn huis. Het centrum is relatief nieuw en is pas uitgebreid naar een capaciteit van 400 mensen. Ik had er nooit een wanklank over gehoord in de gemeente.

Wachtkamer van de medische dienst in het azc

Binnen viel vooral de ruimte en de frisse uitstraling op: een gezondheidspost, een fitness- en recreatieruimte met biljart en tafelvoetbal. In een andere zaal zaten twee kinderen te tekenen. Terwijl we stonden te kijken, kwam een lange vrouw met een warme glimlach naar ons toe en zei dat ze wel uitleg kon geven bij de tekeningen als dat nodig was. We raakten in gesprek. 

Ze was de moeder en afkomstig uit Gaza. Twee jaar geleden was ze in Nederland voor een tweeweekse cursus watermanagement. Maar toen ze terug wilde vliegen, was er op 7 oktober de aanslag in Israël en daarna de oorlog. Teruggaan was onmogelijk. Sindsdien woont ze in azc’s, onder andere in Gouda. Haar man en vier kinderen zijn pas drie maanden geleden naar Nederland gekomen. Dat moet een heftig weerzijn zijn geweest. Het herenigde gezin verbleef tot gisteren op een andere locatie, maar kon naar het azc Gouda nu daar sinds kort ook gezinsunits zijn.

Ze had de twee jongste kinderen verteld dat er vandaag een feest was in het azc Gouda. Vanwege hun aankomst... Met misschien een  knipoog naar de film La vita è bella, waarin een vader de verschrikkelijke waarheid van het concentratiekamp voor zijn zoontje probeert te verbergen, door te doen alsof het kamp het decor is van een spannend spel. Als je de film nog niet gezien hebt, zeker doen!

Giosué moet zich van zijn vader (Guido) verstoppen totdat iedereen is vertrokken.

De woonunits zagen er anders uit. Drie sobere kamers: één met twee bedden en twee met drie bedden, met voor iedere bewoner een smalle aluminiumkast. Een gemeenschappelijke ruimte met tafel, acht stoelen en keukenblok. En verder één toilet en één douche voor de acht personen.

Ik sprak ook met een Eritrese jongen van 17, die over zijn lange vluchtroute vertelde: via Soedan, Egypte en Libië, en daarna in twee dagen de Middellandse Zee over naar Italië. En met een Jemeniet, die inmiddels een status en woning heeft, maar voor deze dag gezellig terugkwam. Nu hij zekerheid heeft en de taal steeds beter beheerst, is hij in gesprek over een hbo- of universitaire studie.

Hoe anders is deze werkelijkheid dan het verhitte Haagse debat of het luide verzet van rechts-Nederland tegen nieuwkomers. Dit zijn mensen met dromen, talenten en kracht. Met wat steun kunnen zij een aanwinst worden voor onze samenleving.

Ik hoop dat de familie uit Gaza ooit terug kan. Maar eerlijk gezegd vrees ik dat Israël de Palestijnen volledig wil verdrijven en het gebied annexeert.


donderdag 18 september 2025

Ventje

Deze week hebben we een Ventje uitgeprobeerd. In Nijkerkerveen zit het bedrijf dat VW Transporters ombouwt tot Ventje-campers. Wij waren nieuwsgierig of dit vervoermiddel bij ons past, nu een nieuwe levensfase nadert.

Over de inrichting is goed nagedacht. Alles is praktisch ingebouwd. Achterin zit een keukentje met een tweepits gasfornuis, een wasbakje en een bovenlader-koelkast. Daaronder vind je allerlei handige laatjes, die je zowel van binnen als van buiten kunt openen. Aan de wanden hangen magneetborden waar schaar, aansteker en kurketrekker keurig op hun plek blijven.

De bank kan in allerlei standen gezet worden en kun je ’s avonds omvormen tot een bed. Extra slaapruimte is er ook in het hefdak. Dat is leuk bedacht, maar wel een hele klimpartij om erin en eruit te komen. Ik zie me dat over vijf jaar niet meer doen. Maar is ook niet nodig, want de bank slaapt veel beter dan het matras in de bovenverdieping.

De kussens kunnen gebruikt worden als buitenstoelen. 

Onze eerste nacht sliepen we in de kop van Noord-Holland. Daar moest ik, tijdens Open Monumentendag, een presentatie geven over AT van Wijngaarden, de architect waarover ik een boek schreef. Ook drie andere gebouwen van zijn hand (een kerk, een pastorie en een raadhuis) hadden hun deuren opengezet. Geweldig om te zien dat er blijvende aandacht is voor deze architect. En het blijft doorgaan: de eigenaar van het kampeerterrein nodigde me uit om volgend jaar bij de Rotary Club Medemblik een verhaal te houden. Ik heb al toegezegd. De betaling van ons verblijf was daarna niet meer nodig!

De tweede nacht op een troosteloze camperplaats in Brasschaat, naast een drukke weg.

We hadden lukraak onze korte vakantiebestemming geprikt. Het werd Saint-Valery-sur-Somme. Een kustplaatsje in Noord-Frankrijk waar een deel van de baai met eb droogvalt en met vloed weer volloopt. Schilders zoals Degas kwamen hier naartoe omdat het licht er goed is. 

Oversteek van de baai bij laag water van Saint-Valery-sur-Somme naar Le Crotoy. 

Maar ik werd vooral geïntrigeerd door Jean d’Arc. Er staat een monument dat herinnert aan haar passage in december 1430, onderweg naar Rouen, waar haar tribunaal zou plaatsvinden.

Eerlijk gezegd wist ik niet veel meer over Jeanne d’Arc dan dat ze op de brandstapel eindige en de liedjes die haar bezingen. Hoog tijd dus om me bij te laten praten, door Wikipedia én tegenwoordig ook door AI.

Jeanne had al op jonge leeftijd visioenen die haar vertelden dat zij door God was uitverkoren om een cruciale rol te spelen in de bevrijding van Frankrijk van de Engelse overheersing. In 1429, op 17-jarige leeftijd, wist ze Karel VII te overtuigen van haar missie en leidde ze een Franse troepenmacht om de belegerde stad Orléans te bevrijden. Binnen enkele dagen na haar aankomst wisten de Fransen de Engelsen te verslaan. Deze overwinning was een keerpunt in de Honderdjarige Oorlog. Kort daarna trok men op naar Reims, waar Karel VII in juli van dat jaar tot koning werd gekroond, met Jeanne aan zijn zijde.

Maar Jeanne was te eigenzinnig om zich daarna rustig te houden. Ze wilde doorvechten, tegen alle adviezen van de Franse koning in. In 1430 liep het mis: ze werd bij Compiègne gevangen genomen door de Bourgondiërs, bondgenoten van de Engelsen. Die verkochten haar voor een forse som geld aan de Engelsen. Normaal zou een gevangen bevelvoerder zijn vrijgekocht met losgeld, maar Karel VII deed geen enkele poging daartoe. 

Vervolgens kreeg ze in Rouen een proces dat allesbehalve eerlijk was. Ze werd beschuldigd van ketterij en van het dragen van mannenkleren. In de 56 (!) zittingen kon nauwelijks iets strafbaars worden vastgesteld, behalve haar vasthoudendheid in het geloof dat ze een goddelijke oproep had. Uiteindelijk werd ze veroordeeld tot ketterij en op 30 mei 1431, slechts 19 jaar oud, levend verbrand op de Oude Markt van Rouen.

Herman Anton Stilke, Jeanne op de brandstapel, 1843

In 1455 volgde al een herzieningsproces. Getuigen schetsten nu een beeld van een eerlijk, zuiver, integer en dapper meisje. Jeanne werd volledig in ere hersteld. De rechters en aanklagers van het eerste proces, van wie velen nog leefden en hoge kerkelijke functies bekleedden, bleven buiten schot. Eeuwen later, in 1920, werd ze door de katholieke kerk heilig verklaard. 

Het was goed om haar beter te kennen dan uit de songteksten van Leonard Cohens ‘Joan of Arc’ en van OMD’s ‘Maid of Orleans’. Een camperproefrit die begon met slimme lades en een goed bed, eindigde dus met een geschiedenisles over een van de meest fascinerende figuren uit de Franse geschiedenis. Reizen verrast altijd.

En is het Ventje de camper voor deze aanstaande pensionado’s? Daar slapen we nog een nachtje over.