vrijdag 8 mei 2009

Camino 6: In Santiago!

Hola. De sterke geur van de eucalyptusbomen prikkelde mijn luchtwegen, geest en benen om m´n pas nog eens te versnellen. Zo dicht bij Santiago! Ik liep nog een dag door in de avondzon (41 km) en moest voor het eerst een hotelkamer boeken. De herberg was "Completa". Elk nadeel heeft z´n voordeel en ik hoefde nu ook niet voor 22 uur binnen te zijn en kon de Champions League halve finale tussen Chelsea en Barça in een volle kroeg uitkijken. Barça scoorde het beslissende doelpunt in de extra tijd en staat over een paar weken in de finale. Juichende mensen in de kroegen en toeterende auto´s op straat.
Dat was een paar dagen geleden. Vanochtend was iedereen al vroeg in de weer. Nog 22 km te gaan naar Santiago en het is gebruikelijk om dan om 12 uur in de kathedraal bij de pelgrimsmis te zijn. Ik sprong dus ook maar om 6 uur uit mijn stapelbed. Buiten Pedrouza volgde ik een aantal zaklantaarns in het donkere bos. En om 11 uur stond ik op de Praxa voor de kathedraal in Santiago de Compostella. De mis vind ik (nog steeds) een grote poppenkast, hoewel het geslinger van het grote wierookvat aan een lang touw wel zeer spectaculair was.
In Santiago de Compostella met een volle stempelkaart (credential)
Aankomen is zeker leuk, maar zoals men zegt "de weg is het doel”. Ik ben 31 dagen onderweg geweest, waarvan 1 dag in bed doorgebracht, gemiddeld 26 km per dag gewandeld. Het is boven verwachting goed gegaan. De nieuwe rugzak zat perfect op mijn rug met zo´n 10-14 kg bagage. Onderin de slaapzak, de poncho en een regenhoes voor de rugzak. Twee plastic zakken met kleding (van alles 2-3 stuks extra), toiletspullen, paar boekjes en sandalen. Daar bovenop de voorraad voor de dag. Je hebt niet veel nodig als peregrino. Een bed in de alberge kost meestal 6-7 euro, in Galicië in de overheidsherbergen is er een vaste prijs van 3 euro waarvoor je ook nog een disposable laken en kussenhoes krijgt. Het menu de peregrino of menu de dia met een primero, segundo en een postre, pan y vino/aqua kost meestal 9 euro. Per dag was ik niet veel meer kwijt dan 25 euro, 1 euro per kilometer.
De eeuwen trekken hier aan je voorbij. Ik heb al iets over de middeleeuwen geschreven. De Camino is in die tijd ontstaan, evenals veel gebouwen. Chris en Michèle, twee Australische vrouwen, zeiden vaak bij de oude bruggen “another medieval bridge”. Ook heb je het op een gegeven moment wel gehad met de oude kerken, die meestal niet meer gebruikt worden. Restanten uit de Romeinse tijd, zeg maar rond het jaar 0, waren soms ook nog goed zichtbaar zoals in het plaatsje Astorga waar ik het Museo Romano bezocht met mooie grafzerken van legionairs. Er bestaat ook een 1000 km pelgrimsroute van Sevilla naar Santiago over een oude Romeinse weg. Volgens kenners is dit de mooiste Camino! Verrassend was Atapuerca waar tien jaar geleden de oudste Europese mens gevonden is, de homo antecessor. Er was een mooi klein museum ingericht met video om hier uitleg over te geven. In de Gallicische boerenbergdorpjes leek de tijd stil te staan, maar de Camino kwam ook door grote steden zoals Logroño, Burgos en León, en langs snelwegen. De moderne tijd was niet helemaal uit beeld.
In een Gallicisch dorp
Ik was voorbereid om mezelf tegen te komen, maar dat is niet gebeurd. Een vrouw van mijn leeftijd vertelde dat ze in deze levensfase voor het eerst het gevoel had “uit huis te zijn”. Ze was al jong getrouwd, had kinderen gekregen en was pas gescheiden. Ze kwam nu pas aan zichzelf toe en deed veel dingen voor het eerst, zoals een 2-persoonsbed delen met een andere vrouw toen de herberg vol was. Ik moest terugdenken hoe ik als 21-jarige door Europa interrailde en met een groepje Israëliërs in een studentenhuis in Rome belandde. Ik heb daar ´s nachts op een 1-persoonsbed geslapen met de voeten van een stoned Israëliër in mijn gezicht. En de Afrika-reis die ik een paar maanden later maakte was natuurlijk ook heel vormend en bevrijdend. Tijdens de Camino heb ik natuurlijk tijd gehad om bepaalde periodes en gebeurtenissen uit mijn leven terug te halen, maar de Camino was vooral een zijn in het hier en nu, een soort meditatie. Mijn hoofd is lekker leeg geworden.

En dan is het te voet voortbewegen bijna voorbij. De voeten, mijn vehikel van de afgelopen maand, hebben het fantastisch gedaan. Halverwege een tijdje last van mijn achillespees, maar geen enkele blaar opgelopen! Mijn lichaam voelt nu ook ijzersterk. Het zal over een paar dagen wel gek zijn als ik weer in een bus zit naar Santiago. De komende drie dagen loop ik naar de kust, de Atlantische Oceaan, naar Finisterre (in het Gallicisch: Cabo Fisterre) om daar het ruizen van de zee te horen en de zon in het water onder te zien gaan. En donderdag vlieg ik terug naar Nederland. Het is toch ook heel fijn om straks weer thuis te zijn. Tot binnenkort!
Finisterre
Saluta, Gerard

dinsdag 5 mei 2009

Camino 5: Bijna in Santiago

Alternatieve route bij Villafranca, alleen voor geoefende wandelaars..
De sneeuwresten van de bergtoppen zijn aan het wegsmelten. Zondag, op weg naar de laatste grote bergen liep ik door het dal van de Rio Valcarca en kruiste tientallen kleine riviertjes met kolkend water. Het is onvoorstelbaar hoeveel water naar beneden komt. Over een paar maanden zullen de riviertjes allemaal droog zijn en het land dor. Nu, groene weiden met koeien, en veel vogel- en krekelgeluiden. ´s Middags begint het hier gelukkig ook al aardig warm te worden. Ik stopte in een gehucht, La Faba, op 920 meter hoogte. Een dorpje met minder dan 100 inwoners, en met een kerk, bar, tienda (klein winkeltje gericht op de peregrino´s) en een herberg. De Duitse hospitallero vertelde dat de kerkklokken geluid zouden worden als de pastoor binnen zou zijn, maar ze bleven stil. Ik voelde me weer fit en wilde de volgende dag vroeg op pad naar de top op 1250 meter hoogte. Dat was niet zo moeilijk omdat de volgende ochtend om 6 uur al veel mensen in de weer waren, want een Spaanse pelgrim had de hele nacht stevig liggen snurken. 
De (laatste) heuvels van de provincie Castilië en Leon
Ik was de eerste die de herberg in de ochtendschemer verliet, richting O´Cebreiro, het eerste plaatsje in Galicië. Achter me begon het langzaam te gloren en toen ik op de top was stond de zon al weer aan de strakblauwe hemel. Voor me het dal met een dicht wolkendek en enkele bergtopjes daar bovenuit stekend. 
O'Cebreiro, begin van Galicië 
De tocht ging de eerste uren nog over de heuvelrug verder, naar het hoogste punt Alto de Poyo (1337 m), en daarna naar beneden naar Triacastela. Ik had een lange lunchpauze gehad en nog veel energie om verder te gaan en liep nog wat uren door naar een ander dorpje. Het was heerlijk om zo laatmiddag te wandelen; met een briesje, geen andere pelgrims op de weg en soms aangesproken door een bewoner die op een bankje voor het huis zat. Het was 8 uur toen ik nog een plekje vond in de herberg in Calvor. Ik had er 40 km opzitten, de tweede keer dat ik een 40´er deed.

De koninginnenetappe was echter op 30 april langs de Cruz de Hierro, met 1500 meter het hoogste punt van de Camino. ´s Ochtends regende het een beetje en na het grote ijzeren kruis was de afdaling in dichte regenwolken en in de regen. Spookachtig. Het zicht was minder dan 100 meter. Zo nu en dan doken wielrenners op de verharde weg naast me op, met klapperende regenkleding en piepende banden, en verdwenen weer in de mist. 
In El Acebo, het eerste bergdorpje, was voor veel mensen de plek om even iets warms te eten en te drinken. Ik at een broodje dat nog even de magnetron in ging. De regen deerde me eigenlijk weinig deze dag, het was een mooi gezicht en ik zei tegen een passerende pelgrim “Every day has its beauty”. Ook deze dag had ik meer dan 30 km afgelegd en ik trakteerde mezelf op een pizza in Ponferrada. Of het nou deze pizza was, die al na 2 minuten op tafel stond of het stokbroodje met tonijn uit de magnetron van El Acebo, maar de volgende dag was het mis. Ik vroeg aan de hospitallero of ik nog een uurtje mocht blijven liggen, en ze zei dat ik gewoon moest blijven. Dat was maar goed ook, want een uur later kotste ik alles uit. Die dag hield ik niets binnen en bracht bijna geheel slapend in bed door. Het was in ieder geval goed voor m´n spieren om even een dagje rust te hebben.
Inmiddels ben ik in de laatste Comunidad: Galicië. Dit is weer een heel andere omgeving. Kleine boerendorpjes met veel koeienpoep op straat. De 100 km markering ben ik gepasseerd. Santiago is dichtbij.
Nog 100 km te gaan!