woensdag 1 oktober 1997

Voorwoord) Ape(n)staartjes uit London Verhalen van een jaar studie aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine 1996-1997

In 1996 kreeg ik de gelegenheid om met een beurs van het Professor Oomenfonds een masteropleiding te volgen in Engeland aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Na 10 jaar was ik weer student. Ik woonde op een klein kamertje in het hartje van Londen en had de kans om mezelf verder te ontwikkelen. Elke drie weken reisde ik naar Harderwijk om het weekend bij Florence, Douwe en Koen te zijn. Ze kwamen ook een paar keer naar Londen en we brachten onze zomervakantie door in Engeland.

De digitale wereld kwam midden negentiger jaren van de vorige eeuw op stoom. In de School was een computerlokaal met zo’n 70 computers, dag en nacht toegankelijk. Ik maakte elke maand een ‘nieuwsbrief’ die ik apestaartje noemde en stuurde deze naar Florence en waarschijnlijk naar een paar andere mensen die ook al een e-mail adres hadden. De spelling van apestaartje veranderde een half jaar later en het werd een apenstaartje. In de Van Dale uit 1985 die we nog steeds gebruiken, komt het woord ape(n)staartje niet voor!

In Engeland waren tijdens m’n studieperiode een aantal opmerkelijke gebeurtenissen. De gekkekoeienziekte, mad cow disease, was op z’n hoogtepunt. De Britten bleven er redelijk lakoniek onder. Engeland maakte ook verkiezingen mee en werd van het Conservatieven-juk verlost. Er was een jubelstemming en veel optimisme onder het linkse universiteitspersoneel toen Tony Blair gekozen werd. Lady Diana verongelukte in augustus 1997 met haar vriend Dodi. Aan de vooravond van haar begrafenis hadden we ons afscheidsfeestje van de MSc-groep. Ik wandelde ’s nachts naar huis en liep langs de vele mensen die in slaapzakken al een plaatsje op de route hadden ingenomen. Op de Mall, bij Buckingham Palace, zag ik de volgende dag de kist voorbijkomen. Het was indrukwekkend.

Het is twaalf jaar later en ik heb nu gelegenheid om deze ape(n)staartjes te bundelen. De electronische omgeving is niet meer weg te denken en biedt mogelijkheden om zelf een boekje samen te stellen. De brieven (hoofdstukken) geven volgens mij een mooi tijdsbeeld van de jaren negentig en de zaken waar ik toen mee bezig was.

September 2009. 

woensdag 3 september 1997

17. Last night at the Proms

Dit is dan het laatste apenstaartje. Het jaar zit erop. Een boeiend jaar in Engeland waar ik veel geleerd heb. Niet zoveel nieuwe kennis opgedaan, maar meer kritisch leren denken en analyseren. Ik denk dat ik over een jaar nog maar weinig kan herinneren van bepaalde lectures, maar hopelijk heb ik nieuwe vaardigheden goed aangeleerd. Het was in eerder geval zeer de moeite waard, maar niet om nog een keer te doen, want het was ook eenzaam om weer een single life te leven. En natuurlijk niet alleen ik, want we hebben allemaal moeten afzien. Om even in wielertermen te blijven: De meet is in zicht, want vrijdag lever ik m’n thesis in met de titel “What’s New? The Internet and Public Health in Developing Countries: a critical appraisal of applications”. Klinkt goed, hè. De bloemen wachten: het papiertje met m’n MSc (Master of Science), alleen wordt de uitslag en trofee pas in februari verwacht. De bedankwoorden aan iedereen die mij en ons het laatste jaar gesteund hebben. De coaches, verzorgers en supporters, heel hartelijk dank. Zonder jullie had ik het echt niet gered, is een mooie cliché, maar het is echt zo.

Engeland is in diepe rouw. Diana, the “People’s Princess” is dood. Met haar nieuwe vriendje, verliefd, in de Mercedes van pa met hoge snelheid en een dronken chauffeur, achtervolgd door een horde fotograven, de papparazzi, tegen een betonnen paal geknald (waarom stond die paal daar eigenlijk?). Elke Engelsman heeft blijkbaar een zwarte stropdas in z’n garderobe hangen en elke Engelsvrouw een grijs mantelpakje, want dat is deze week de etiquette. Eigenlijk merk ik niet zo veel van het hele gebeuren, maar dat komt misschien ook omdat ik niet in de buurt van St. James’s Park en Buckingham Palace woon. Toch ontkom je er niet aan als je een tv en radio in huis hebt. De BBC had vanmorgen de volgende items: het eiland Montserrat wil de nieuwe hoofdstad vernoemen naar Diana: Port Diana. De oude is gedeeltelijk verwoest door een vulkaanuitbarsting. Trouwen tijdens de funeral op zaterdag. Zo’n 7000 mensen hebben al een jaar geleden hun huwelijksdatum geprikt. Mogen er nu wel of geen wedding bells geluid worden. Elton John, komt hij wel of niet zingen op de begrafenis. De newspapers: the Independent had een artikeltje met de kop “if only the royals could weep with the people”. 
Toch heeft Engeland ook een aardig plaatsje in m’n hart gekregen. London is een fantastische multiraciale stad. Het is verbazend hoeveel verschillende culturen hier naast elkaar wonen, zonder grote problemen. Ik denk dat de Engelse samenleving, zeker ook door het koloniale verleden, andere mensen veel beter respecteert. Vorige week ben ik naar het Notting Hill carnaval geweest. 1 miljoen mensen op straat om Afro-caribisch carnaval te vieren, hossend door de straten achter steelbands en salsa orkesten aan. Fantastisch. Het volk is ook aardig gedisciplineerd. Sommige boetes bijvoorbeeld zijn in onze (mijn) ogen belachelijk. Zonder geldig kaartje in de bus kost je 5 pond, terwijl roken 1000 pond kost. Als je hondje hier in deze buurt op straat poept en je ruimt het niet op kost het je 500 pond. Het heeft zeker zijn effecten. Prachtig ook om te zien hoe op zomerse namiddagen de straathoeken geblokkeerd raken door pubbezoekers. De cafés zijn dan leeg! Geen betere sportverslaggeving dan de BBC. Voor mij nooit meer Studio Sport, maar Match of the Day op zaterdagavond. De laatste weken begon ik zelfs van Diana te houden. Zo onconventioneel terwijl het koningshuis zo stijf is. Op de water-scooter met haar zoontje, joggend in een Harvard shirtje, of in het mijnenveld van Mozambique of Bosnië wijzend op onrecht in de wereld. Ze zal nu wel een Saint worden in Engeland. 
Dit weekend gaan Florence en ik Engeland even op z’n Engels afsluiten. Ik heb kaartjes voor de Proms in the Royal Albert Hall, onze “last night” hier. De bananendozen die ik van Tesco gehaald heb, staan klaar met alle mappen en boeken van het afgelopen jaar om opgehaald te worden. I’m going home. Tot ziens in Nederland.
Tekening Douwe
Tekening Koen

vrijdag 4 juli 1997

16. Henmania

Even deze apenstaartje onderweg van Heathrow naar Harderwijk schrijven. Daarvoor is de laptop toch: op de schoot. Het staat natuurlijk ook wel interessant om zo tussen alle vroege vogels om half 7 al zitten “te werken”. Gisteravond hadden we de party in John Astor House. Het was weer gezellig, lekker gedronken, gegeten, gekletst en gedanst. Zo rond 2 uur zat het in het zaaltje beneden in het gebouw erop, waarna we nog even in een van de keukens wat verder gingen drinken. Half 4 ging ik op stap. Ik moest eerst nog naar Oxford Street lopen om met succes een taxi aan te houden. Deze bracht me naar Trafalgar Square waar het ook om 4 uur ‘s nachts nog een drukte is. Met de dubbeldekker reden we naar Heathrow. Bovenin de bus kon ik het langzaam licht zien worden. Ik ben net eventjes een klein half uurtje weggedut in de vertrekhal en nu begint de boarding. 
Henmania is voorbij in Britain. Nadat hij met succes twee Nederlanders uitgeschakeld had, is hij nu uitgeschakeld door een Duitser. Zondag heb ik zelf de kans genomen om ook wat van Wimbledon te zien. Na alle regen hadden ze besloten dat er op zondag gespeeld kon worden en men noemt dit de people’s day: tennis voor het gewone volk! Een lange queue (rij) slingerde over het grasveld, langs het water, de straat naar de loketten. Zeker een paar mijl lang. Doe als de Britten als je in Brittania bent, dus ik sloot ook aan in de queue, maar na een half uur wachten en 200 meter verder, besloot ik om me toch maar niet als een Engelsman te gedragen en ben ergens voorin ingeschoten. Toen ik dat later aan een Engelse vertelde, was hij geschokt van deze etikettenschennis. Bij het loket moest ik kiezen tussen Centre Court (Seles, Henman-Haarhuis) en Court no. 1 (Hingis, Krajicek). Ik besloot voor onze Wimbledon kampioen te kiezen. De partijen waren helaas niet spannend, terwijl Haarhuis uiteindelijk het spit moest delven in een trillende vijfde set met 14-12. De Engelsen natuurlijk helemaal uit hun bol. Toch was het leuk om zo’n dagje naar het tennis te kijken. Ik vind sowieso dat sport live veel dichter bij je komt, terwijl de close-ups juist een rare afstand creëren. Het was ook leuk om langs de andere velden te wandelen. Je staat dan echt naast de tennisbaan en kan zo een praatje beginnen met de spelers. Brenda Schulz, Kafelnikov en nog vele anderen waren aan het dubbelen.
Nog even iets over het juni examen, want dat was toch ook wel bijzonder. De examens werden afgenomen in Senate House, een groot gebouw dicht bij de school. Zo’n honderd tafeltjes stonden opgesteld en onze examen nummers lagen erop. Het ging er allemaal erg officieel aan toe. Zodra we binnenkwamen werd ons verteld dat je niet mag praten in de examenhal. De stoffige heren en dames die moesten toezien of het examen rechtmatig toeging, konden zo uit het House of Lords geplukt zijn. Knorrige, narrige mensen, met krakerige stemmen. Eén van hen had de eer om in z’n toga het examen te openen. Het eerste examen bestond uit vier vakken (statistiek, epidemiologie, gezondheidspolitiek en sociologie). Voor elk vak konden we een keus maken uit 2 vragen. De vragen waren niet te moeilijk, maar het was wel veel. Iedereen had de drie uur tijd hard nodig en er was eigenlijk niet genoeg tijd. Het tweede examen was een geïntegreerd examen, met o.a. een heel algemene vraag over een 25% verhoging van het jaarbudget van een programma (ik koos voor geslachtsziekten). Je werd gevraagd hoe je als hoofd van die afdeling dat zou aanpakken.


Dit is niet echt de tijd om nog veel aan de studie terug te denken. Nu, in Nederland heb ik het knopje al omgezet en ben weer even niet meer de student. In London vertrok ik in hevige regen, maar in Amsterdam was het onbewolkt met veel zon, een goed teken. Het Engelse ontbijt in het vliegtuig was echt onsmakelijk, een plastic bakje met een worstje, spek, scrambled egg, en nog iets ondefinieerbaars alles drijvend in een plasje heet water, waarschijnlijk gestoomd spul. Ik kon het met geen mogelijkheid naar binnen krijgen. Straks gewoon weer een bruine boterham met kaas. Ik zit nu in de trein te laptoppen. Met een treintaxi kaartje hoop ik straks aangenaam terug te rijden naar huis. Ik ben dan net op tijd om om 12 uur bij het schoolhek te staan en de jongens op te vangen na hun laatste schooldag. Ze weten niet dat ik vandaag al kom.

donderdag 3 juli 1997

15. School’s out!

Het zit er op. School’s out! De laatste weken was het nog even flink zweten. In juni twee weken hard studeren voor de examens van 23 en 24 juni. Gisteren rond vijf uur konden we de uitslag oppikken en was bijna iedereen in de computerruimte van de school in afwachting van de uitslag. Er waren twee mogelijkheden: of je kreeg te horen dat je er door was (“pass”), of je moest nog een mondeling doen. Dit laatste hing af of je “borderline” was. Dit kon zowel betekenen dat je een twijfel geval was voor “pass/fail” of voor “pass/distinction”. Het was bijna 6 uur toen iemand van onze cursus met een enveloppe in de computerzaal ‘smiling’ binnenkwam: de uitslagen waren binnen. Sommigen renden naar de postvakjes, graaiden hun enveloppe eruit en verdwenen (o.a. naar de toiletten). Anderen openden de enveloppe ter plekke. Ik was ook wel nerveus geworden, want ik had het gevoel dat ik de juni examens niet zo geweldig gemaakt had. Ik had er zelfs een beetje een kater aan over gehouden. De rest had ik echter wel goed gemaakt. In de brief stond dus dat ik de volgende dag verwacht werd, voor een mondeling, een “viva” heet het hier. Er werd in de brief niet vermeld dat het voor pass/fail of pass/distinction was, maar ik werd gerustgesteld door mijn cursusbegeleider. Nog een dag spanning opbouwen dus. Vandaag dus 20 minuten mondeling voor een panel van drie lecturers/professoren. Het ging gelukkig redelijk goed en het is echt een opluchting dat nu alle examens en de studie achter de rug is. Het enige wat nu nog over blijft is de dissertatie, maar dat is meer een individuele activiteit met hopelijk veel onder-steuning van mijn tutor/begeleider. Uiteindelijk moesten 12 van de 33 opdraven. 4 of 5 voor pass/fail en de anderen voor pass/ distinction.

Morgen vlieg ik weer naar Nederland. Deze week boekte ik een vlucht bij het studenten travel agency. Omdat ik pas over drie weken weer terugvlieg, vroeg de guy “Are you going home for a while?”. Ik stond op het punt om te zeggen: “yes, my mum has her birthday this week, then my child and my wife will have their birthday at the end of the month”. Het geeft wel een beetje aan in wat voor situatie je hier toch zit. Ik heb een vlucht morgen vroeg voor 7 uur vanaf Heathrow. De metro rijdt niet zo vroeg, dus moet ik een nachtbus nemen.

Gelukkig is er een feestje vanavond, Carlos heeft zijn verjaardag, dus het wordt sowieso laat. In het midden van de nacht neem ik mijn koffer, en kijk of ik een taxi kan krijgen naar Trafalgar Square, van waaruit het dan nog 1½ reizen is naar Heathrow. Mijn computertje gaat mee, dus misschien dat ik daar nog wat energie heb om de afgelopen weken te beschrijven. Over onze hero Tony in Amsterdam op de Eurotop, regen in Engeland, Krajicek op Wimbledon en natuurlijk Henmania...

dinsdag 13 mei 1997

14. An Afternoon in the Sewer

Het was geen “Day at the Races” of “A Night at the Opera”, maar een “An Afternoon in the Sewer” oftewel een middagje stappen in het riool van London. Via de John Snow Society waar ik inmiddels lid van ben geworden, kon ik mee met de “John Snow Society London Sewer Tour”, een riooltocht. Het was een unieke kans want weinig mensen worden toegelaten om het riool in te gaan. Op de 20 beschikbare plaatsen hadden een aantal professoren en mensen van het Public Health Laboratory ingeschreven. Toevallig hoorde ik ervan en samen met een andere student werd ik toegelaten tot deze trip. Op de uitnodiging stond dat een extra set kleding geadviseerd werd om mee te nemen, in het geval je ongelukkig zou zijn en in het riool zou vallen....

Vanmiddag vond de excursie plaats en stond een busje ons op te wachten op het Bromley By Bow metrostation. Van daaruit werden we naar Wick Lane Main Drainage Depot gebracht. Thames Water is de grootste van de 100 water- en rioolbedrijven in Engeland en voorziet het grootste deel van London. Dit zijn hun cijfers: per dag 2.600 miljoen liter water door 31.191 km distributienetwerk waterleiding naar 7.3 miljoen klanten. 11.5 miljoen klanten produceren per dag 3.200 miljoen liter rioolwater, wat door een netwerk van 81.208 km riolering gaat. Uiteindelijk wordt het bewerkt in het oosten van London, voordat het afvalwater de Thames in gaat. De Thames is een getijden rivier en men moet dus goed uitkienen wanneer dit de Thames in gaat. De Thames wordt aan de westkant ook gebruikt voor drinkwater.

We kregen eerst een praatje over de historie van de riolering in London. Tussen 1859 en 1873 is het grootste deel aangelegd, met het doel om rioolwater naar het oosten te verplaatsen. Tot die tijd werd het gewoon overal in de Thames geloosd, met o.a. de cholera epidemieën tot gevolg. Toen de riolering eindelijk klaar was, stroomde het gelijk over omdat tegelijkertijd de helft van de straten geplaveid werden, en het afvoerwater van regen etc. niet meer de grond in ging, maar ook het riool in. Na het praatje en de dia’s werden we eerst vergast met een tafel lekkere hapjes en een drankje, daarna begon het echte werk.

We gingen in twee groepjes van 10 naar beneden. We moesten ons eerst omkleden, in gele plastieken overalls, kniehoge dikke sokken, lieslaarzen, een plastic hes met ogen en riemen, handschoenen en een helm. Vervolgens gingen we achter het gebouw het luik in, een verticale trap af, nadat we eerst vastgegespt waren. We kregen ook een tas om de nek met een gasmasker en een zuurstoffles erin, in het geval het alarm van gevaarlijke gassen af zou gaan. Na de 4-5 meter steile afdaling werd ik weer losgemaakt en stond ik in het riool, met m’n benen zo’n 30 cm in het rioolwater. De ondergrond was een beetje glibberig. Het rioolwater was grijs, en drollen en toiletpapier stroomden langs me heen. De stank viel erg mee. Langzaam schoven we door het riool. Een ronde “buis”, 9 feet hoog dat is 2,7 meter, gemaakt van baksteen. Een deel van het riool was nog het oude uit 1873, en ander deel was van 1920. Het zag er eigenlijk net zo uit als de metro: een ronde holle buis. We werden begeleid door 3-4 mensen van het bedrijf, die lampjes op hun helmen droegen om ons het pad te wijzen in de duisternis. Je moest je voorzichtig voortbewegen, want er waren veel ondefinieerbare oneffenheden op de ondergrond. Soms harde voorwerpen, zoals stenen, maar meestal zachte massa. Halverwege de toer hadden we een stop om ter plekke wat vragen te stellen. Hier kwamen verschillende ‘buizen’ samen. We stonden naast de buis die Oxford street en omgeving verzorgt. In feite de koninklijke riolering, want deze voert ook de uitwerpselen van Buckingham Palace af. Zo hoorden we dus ook dat ratten in deze snel stromende riolen niet goed overleven, hoewel ze wel voorkomen. Kikkers doen het beter. De meeste werkzaamheden heeft het bedrijf aan de kleinere rioleringen: met een doorsnee van 4 feet, 1.20 meter, men moet er door kruipen. Onze toer vervolgde door een andere buis parallel aan de eerste. Hier en daar leek het een druipsteengrot, met stalactieten. Als het regent dan vullen de riolen zich tot de top, zodat ook poep aan de bovenkant vastplakt. Gelukkig drupte het niet.... Na 45 minuten in het riool geweest te zijn, werden we weer aangegespt om een andere steile trap te beklimmen en konden we onze spacemanpakken weer uittrekken. Iedereen had het droog gehouden. Na een kopje koffie en een biscuitje, konden we nog even in de buitenlucht wachten op het busje, voordat we weer de tube ingingen, onderweg naar een warme douche.

vrijdag 2 mei 1997

13. Tony Blair salmon, John Major rice & curry, Paddy Ashdown mousaka en een 10-Downing Street gustard toetje

Je ziet dat het kopje veranderd is. In een van de tijdschriften kwam ik de omschrijving van @ tegen als apenstaartje. Het klinkt wel niet, maar ik zal me aan de nieuwe spelling houden.
Zondag ben ik weer met de Eurostar teruggekeerd naar Londen. Het was heerlijk om zo lang in Nederland te zijn. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, kostte het me een paar tellen om te realiseren waar ik nu was. De eerste dagen zijn altijd moeilijk om weer op gang te komen. De knoppen moeten om, het vizier op de nieuwe study units en de onvermijdelijke examens na afloop. Deze maand volg ik Tropical Environmental Health, wat vooral over water en sanitatie gaat, en Control of Sexually Transmitted Diseases (geslachtsziekten). Ik heb voor niet te zware kost gekozen, probeer ook al wat voor te bereiden voor de juni examens (23 en 24) en alvast een deel van mijn zomerthesis te schrijven.

De verkiezingen van gisteren hebben voor een aardverschuiving (landslide) gezorgd. Volgens de Britten zijn we nu in een nieuw tijdperk beland. Ik heb de verkiezingsuitslag geboeid gevolgd vanuit m’n bed. Om 10 uur gingen hier de stembussen dicht en tegen elf uur kwamen de eerste uitslagen binnen. In Engeland worden parlementsleden (MPs) gekozen per kiesdistrict (659 constituencies). Het is dus een alles-of-niets race. Per kiesdistrict één parlementslid. Labour won met een meerderheid van 179 parlementsleden (2/3 van het parlement), terwijl ze 44% van de stemmen kregen. De liberaal-democraten verdubbelden hun zetels tot 46, terwijl ze over het geheel verloren (17% van de stemmen). Het Engelse volk heeft dus overal de Tories (conservatieven) weggestemd. In conservatieve bolwerken waar Labour de tweede partij was in 1992, hebben de liberaal-democraten massaal op Labour gestemd, en waar de liberaal-democraten de tweede partij was in 1992 heeft de Labour aanhang gestemd op LibDem om de conservatieven weg te stemmen. Tactisch stemmen om bevrijd te worden van het juk van de Tories. Er is veel opluchting in het land. Men was John Major en zijn ministers helemaal zat. Zelfs de roddelpers kopte hier mee “He’s gone”, eindelijk weg. Hoewel het economisch erg goed gaat in Engeland, hebben onderwijs en gezondheidsinstellingen erg te lijden gehad onder 17 jaar Tory bewind. Ook op school was er veel opluchting. Onze teacher van vrijdag kwam met dikke wallen onder de ogen op school. Till what time did you celebrate? vroeg de andere professor. Er was geen twijfel dat ze gefeest had, want zij had in de tijd van Thatcher flinke aanvaringen gehad met het parlement over een seksueel gedragsonderzoek. Hier en daar zaten mensen champagne te drinken in de school.
Wat de echte gevolgen van de aardverschuiving zullen zijn, moeten we nog zien. Tony Blair is geen socialist. Hij heeft het ook over New Labour. De meeste van de parlementsleden zijn Cambridge-opgeleide veertigers, met professionele achtergronden. Veel vrouwen zijn gekozen in het parlement. Zij hebben de stoffige dames en heren van de conservatieven verdrongen. Een andere generatie neemt het land over. Niet uit de tijd van bourgeoisie en werkende klasse, maar van maatschappijbewuste mensen. De school is op dit soort dagen speciaal aangekleed. Slingers in het restaurant. Tony Blair salmon, John Major rice & curry en Paddy Ashdown mousaka op de kaart, met een 10-Downing Street gustard als toetje...

Wij, Nederlanders, hadden natuurlijk ons eigen feestje al gehad, de dag ervoor. Queen’s Day. Met een paar mensen zijn we naar het enige Nederlandse café in London gegaan. Café Hems in Soho. Gelukkig was het mooi weer. De twee zalen puilden uit. De hele avond hebben we op straat staan “drinken”, een Engelse gewoonte trouwens, want wanneer er ook maar een paar zonnestralen doorkomen, dan zit Engeland op straat. Veel mensen hadden wat oranjes aangetrokken, haren of gezicht oranje geverfd. Rob had een verhaal dat ze tijdens Sinterklaas in dit café onderzocht hadden wat Nederlanders nu in London uitspookten. Op de eerste plaats kwamen studenten, tweede restaurant/receptionisten, derde bankmensen en vierde au-pairs. Het bankgehalte was op 30 april erg hoog en ik heb een stropdas gevraagd wat hij hier deed. ABN-Amro dus. We vonden beiden dat leven en wonen erg duur was in London, alleen praatte hij over z’n appartement bij Hyde park van meer dan 1000 pond per maand en ik over mijn kamertje van 275 pond. Ik vroeg hem wat dan de gemiddelde salarissen in de bankwereld zijn, waarop hij antwoordde dat 100.000 pond jaarsalaris niet ongewoon is. Directer ben ik (helaas) niet geweest...

Tot slot Engelse zelfkennis, het begin van het voorpagina artikel van the Guardian op zaterdag: This was our Velvet Revolution, and yesterday the population went wild, British style. People were seen breaking into half-smiles in public while reading the papers; some thought about making eye contact in the Tube; others even considered talking to complete strangers, then remembered themselves and drew back. (Dit was onze fluwelen revolutie, en gisteren ging het volk uit z’n bol, op z’n Brits. Je zag mensen publiekelijk met een glimlach terwijl ze de krant lazen; sommigen dachten eraan om oogcontact te maken in de metro; anderen zelfs om een praatje te beginnen met een onbekende, maar snel wisten ze wie ze waren en trokken zich weer terug).

woensdag 26 maart 1997

12. I just try to be objective

De rust is weer teruggekeerd in de school. Vorige week was het een hectisch gebeuren  met de gesimuleerde cholera epidemie op school. Het was erg leuk opgezet. We hadden informatie gekregen dat 3 mensen na bezoeken van een begrafenis ergens in Guinee-Conakry, ziek werden en doodgingen. Een totaal van 45 mensen bezochten de begrafenis. Wij werden naar het dorp gestuurd om uit te zoeken welke ziekte er was, wat de oorzaak was en moesten een bestrijdingsprogramma schrijven. Eén van de eerste dingen die we moesten doen, was de bezoekers van de begrafenis interviewen. We hebben een vragenlijst ontwikkeld, getest, en vervolgens alle 45 bezoekers geïnterviewd. Dit waren collega-studenten en docenten. Tegelijkertijd hadden wij een tegenrol. We hadden een etentje bezocht bij één van de staf medewerkers van de school en waren ook wel/niet ziek geworden. De developed country groep was hiermee aan de slag. Het was dus een heel mierennest, waarbij iedereen iedereen zocht in de school. Vervolgens zijn we nog een weekje bezig geweest om de data in te voeren, te analyseren en te interpreteren. Het verslag is inmiddels ingeleverd en telt een beetje mee voor het eindcijfer voor deze studie unit. Morgen heb ik het afsluitend examen. Dan zit dit blok er weer op en kan ik weer eens lekker wat langere tijd in Nederland zijn. De weekendjes in Nederland zijn zo voorbij en soms moet ik ook nog het een en ander doen. Vorig weekend was ik met de cholera epidemie bezig. De tabellen en grafieken werden me via de e-mail toegestuurd en kon ik op afstand nog een beetje in ons groepje meewerken.

Het vliegen begint zo langzamerhand een gewoon gebeuren te worden. Op de heenreis naar Nederland kon ik nog gebruik maken van een oud Accra ticket. We hadden namelijk een KLM ticket Accra-Amsterdam-London-Rotterdam in Ghana voor dezelfde prijs als Accra-Amsterdam kunnen krijgen. Dit keer vloog ik dus naar Rotterdam, met een city hopper. Een kwartier voor vertrek stapte iedereen in. Het vliegtuig was zo klein (Fokker 50), dat we niet via grote slurven, maar gewoon via een trapje het vliegtuig binnengingen. Het vliegtuig, eigenlijk een grote bus, was erg wendbaar en ook windgevoelig. De propellers aan beide vleugels maakten veel lawaai. Het was ook grappig om in Rotterdam te landen, een klein stationnetje, direct naast een woonwijk. Terug vloog ik met een grote Boeing 757 van British Airways. Tijdens de vlucht vertelde de piloot dat er een komeet goed zichtbaar was. Iedereen dus naar één kant van het vliegtuig om de komeet te zien. Wel mooi zo vanuit de lucht. Hebben jullie Hale-Bopp nog gezien? 
Maandag ben ik weer eens naar een voetbalwedstrijd geweest, tussen Arsenal en Liverpool. We waren met z’n zessen, met o.a. Michael uit Duitsland. Voor ons zat een rij fanatieke supporters die twee keer per minuut allemaal opsprongen, of om een spannend moment te volgen, of om hun ongenoegen over scheidsrechter en Liverpool met “Piss off and oh, fuck off” te uiten. Michael zat te klagen over het slechte spel van Arsenal en Bergkamp. Hij vond het maar “college football”. In de tweede helft provoceerde hij verder en vroeg een paar keer aan Roz, ook een PHDC-studente, “Do you know what the word fucking means”. Het leidde bijna tot een knokpartij. “If you don’t shut up, mate, we’ll very soon have a fight”. Michael antwoordde met z’n zwaar Duits accent, dat hij een “stranger” was en gewoon vroeg wat het betekende. Hij bleef maar een beetje jennen en klagen over Arsenal, wat natuurlijk verdere reakties uitlokte. “I just try to be objective”, zei Michael. Dat moet je natuurlijk niet zijn tussen een groep fanatieke, maar teleurgestelde Arsenal supporters. Hij adviseerde nog zachtjes om Klinsmann te kopen, maar zag wel dat hij de grens bereikt had. Gelukkig stonden er een paar politieagenten in de buurt, anders had hij wel een “blow” gekregen denk ik. Liverpool won met 2-1. Michael concludeerde nog dat het beste team had gewonnen...

Het voetbal leeft hier echt in Engeland. De meeste wedstrijden zijn al ver van te voren uitverkocht. Veel live-wedstrijden op Sky-tv. Er loopt ook een aardig continent Nederlanders op de Engelse velden rond. Gullit (Chelsea) en Bergkamp (Arsenal) zijn natuurlijk de bekendste, maar verder ook Monkou en Ulrich van Gobbel (Southampton), Brian Roy en Pierre van Hooydonk (Nottingham Forrest), Regie Blinker (Sheffield Wednesday). Minder bekende voetballers als Molenaar (Leeds United) en Van der Laan (Derby County), de laatste kopt er vaak eentje in. En natuurlijk Jordi Cruyff (Manchester United), maar hij zit vaak op de bank. Verder is er ergens nog een Nederlandse reserve-keeper, zodat er een heel elftal samen te stellen is met onze jongens in Engeland.

Het laatste nieuws uit Engeland dat ik net in het BBC nieuws hoorde, is dat veel mensen hun salaris pas na de paasdagen krijgen, tengevolge van een computer failure. Waar heb ik dat eerder gehoord?

zondag 9 maart 1997

11. Kippenpokken

Chickenpox is het Engelse woord voor waterpokken. Douwe en Koen hadden ze. Je kan goed zien dat het virus zich gemakkelijk op scholen verspreid. In Ghana hebben ze niet genoeg contact gehad met andere kinderen die waterpokken hadden. Hoewel we regelmatig waterpokken in het ziekenhuis zagen, was er nooit een epidemie op de kinderafdeling. Dit betekent dus dat toch bijna elk kind waterpokken doorgemaakt had.
Op dit moment volg ik een studieblok “epidemiologie en bestrijding van infectieziekten” wat goed aansluit bij het verhaal van waterpokken. Een infectie binnen een huishouden is vrij eenvoudig te verklaren. In een van de werkgroepjes had ik al uitgerekend wanneer Douwe de huiduitslag kon krijgen. Dit zijn de feiten. Het duurt 13-17 dagen na infectie voordat iemand verschijnselen van waterpokken krijgt. Als Douwe besmet was door dezelfde bron dan had hij ook waterpokken moeten krijgen in de week dat Koen ziek werd. Koen had de pokken op zaterdag 15/2.  Douwe werd niet direct ziek en dus werd Koen de primaire bron voor besmetting van Douwe. Besmettelijkheid begint 5 dagen voor de uitslag (10/2) en blijft maximaal 5 dagen na de uitslag (20/2). De minimum incubatieperiode is 13 dagen, dus de eerst mogelijke dag dat Douwe pokken kon krijgen was 23/2. Een maximum incubatieperiode van 17 dagen geeft 9/3 als de laatst mogelijke dag dat verschijnselen konden optreden. Zondag 2 maart ligt daar precies tussenin als meest waarschijnlijke dag. Toen Florence die zondag schreef dat Douwe koorts had, maar nog geen pokken, wist ik dus al dat dit het begin van de waterpokken was. Toen hij even later ging douchen was hij bont van de waterpokken.
De meeste infecties zijn niet eenvoudig één op één binnen een huishouden. We bestuderen natuurlijk ook complexe epidemieën. Dit gaat soms gepaard met ingewikkelde wiskundige formules. Dit gaat terug naar de basiswiskunde van de middelbare school.

Donderdag zijn we naar het Communicable Disease Surveillance Centre geweest in Noord-London. Wel eens leuk om ergens anders les te krijgen. Het gebouw was behoorlijk beveiligd en een rondleiding zat er bijvoorbeeld niet in. Alleen colleges dus. Het was opvallend hoe men steeds naar andere landen wijst waar alles niet zo pluis was. Het begon met een verhaal over Salmonella. Duizenden gevallen in Israël, terwijl men in Engeland door goede surveillance de schade beperkt kon houden tot enkele tientallen. E. coli infectie in USA, besmette hamburgers (Jack in the box) en vorig jaar in Schotland kostten tientallen levens. En dat ... terwijl we geen water mochten drinken in het gebouw vanwege een cryptosporidia infectie in het drinkwater in Noord-London, de koffieautomaten ook drooggelegd waren, de veestapel hier afgeslacht wordt vanwege BSE en diezelfde dag uitlekte dat de minister van landbouw een rapport had achtergehouden, met informatie over E.coli wat misschien wel van nut had kunnen zijn ter preventie van de Schotse epidemie...

Volgende week breekt er een ‘cholera’ epidemie uit op school, maar dat heeft een andere reden. We zitten al weer tegen de examens aan en een onderdeel daarvan is onderzoek van een epidemie. De epidemie is al beschreven. Drie mensen die een begrafenis bezoeken krijgen buikloop en gaan dood. We krijgen lijsten van mensen die de begrafenis bezocht hebben en welk voedsel ze aten. Wij moeten dus het onderzoek doen naar de oorzaak door mensen te interviewen die de begrafenis bezochten. Medestudenten en staf krijgen deze rol toebedeeld. Een soort vossenjacht dus. Zo wordt studeren zelfs leuk. Volgende keer meer...

Florence, Douwe en Koen waren hier twee weken geleden op bezoek. Het was erg gezellig. Ik ben benieuwd wat de diepste indruk achterlaat in de kleine hoofdjes. Ze zijn natuurlijk wel wat gewend om in vreemde omgevingen te zijn. Ik geloof dat de metro de meeste indruk maakte. We zijn ook naar verschillende musea voor kinderen geweest. Koen, geschminkt als batman en Douwe als spiderman, was een succes. Toch is zo’n stad niet erg kindvriendelijk. Je ziet überhaupt weinig kinderen in de stad.

Een jaar in Engeland doet me bijna de Nederlands taal vergeten. Toen ik Koen op het vliegveld vroeg hoe het met z’n waterpokken ging, vertaalde ik automatisch het Engelse woord en vroeg dus hoe is het met je “kippenpokken”…

dinsdag 18 februari 1997

10. The year of the Ox

De afgelopen week waren hectisch. De twee examens die ik vorige week moest doen, hebben me heel wat nachtelijke uurtjes gekost. Voor health care evaluation moesten we een evaluatie studie beschrijven om het effect van muskietennetten op malaria te onderzoeken. Er waren dagen dat al de 70 computers voor studenten bezet waren. Mensen moesten gaan queueën om ook aan de beurt te komen. Afgelopen dinsdag heb ik van 9 uur ‘s ochtends tot half 2 ‘s nachts aan de essay gewerkt en toen was het af! Drie studenten bleven achter en hebben de hele nacht achter een beeldscherm doorgebracht. De volgende ochtend (en middag) waren ze er nog steeds. We kregen weinig rust want gisteren moest het tweede stuk ingeleverd worden. Hiervoor kregen we een database uit Malawi om het effect van BCG (TB) vaccinatie op lepra te onderzoeken. Geïnspireerd waarschijnlijk door de nachtelijke escapades van anderen, heb ik ook maar een nachtje doorgewerkt. Zaterdagnacht heb ik in de computerruimte doorgebracht. De tijd vloog voorbij. Er was alleen nog een Portugees die ik om 6 a.m. achterliet. Het gaf me een goed gevoel. Maandagochtend om 10 uur was de deadline en heb ik mijn ‘paper’ ingeleverd

Het is niet alleen maar afzien, hoewel ik nog wel een beetje naweeën heb van zo’n nacht doorwerken. Toen ik zondag een beetje wilde ontspannen, kwam Lucy, een klasgenoot uit Peru, vragen of ik zin had om mee te eten. Ze had vrienden uit Colombia en Mexico uitgenodigd en een heerlijk Peruaans diner gemaakt. We hebben de hele middag gezellig zitten tafelen. Gisteravond moesten we ook even stoom afblazen. Het is leuk dat dit soort spontane afspraken ontstaan. ‘s Middags na een computerles, zaten Lietje, Sylvia en ik, allemaal Nederlanders, nog een beetje te kletsen cq. roddelen. Ik geloof dat Sylvia met het voorstel kwam om bij een Indisch restaurant dichtbij John Astor House te gaan eten. Ik had al iets afgesproken met Nizam, een Bangladeshi, dus die ging ook mee. Na een spicy maaltijd, gingen we nog wat koffiedrinken in een van de woonkamers hier in John Astor House. Een paar Brazilianen, Spanjaarden en een Belg sloten aan om met een fles Ballantines en Havana Cuba-rum tot de kleine uurtjes door te zakken.

Op zo’n internationale school met zoveel verschillende nationaliteiten staat er altijd wel iets te gebeuren. Zo vierden we twee weken geleden het Chinese New Year. We zitten nu in “the Year of the Ox”, en lieten het jaar van de muis achter ons. Het restaurant presenteerde een Chinese maaltijd, de tafeltjes waren leuk versierd en de kaarsjes brandden. In het weekend hadden we een etentje in een student hall en werd het Chinese Nieuwjaar gevierd met een leeuwendans en oorverdovend vuurwerk.

Niet alles is hier zo multicultureel. Als je een avondje BBC kijkt, dan valt het op hoe Engelsen vooral geïnteresseerd zijn in wat er in hun eigen land gebeurt. Het nieuws is soms geheel op het eiland en op roddel gericht. Zo maar een greep uit een 6 o’clock nieuws van vorige week: Engelse soldaat doodgeschoten in Noord-Ierland. Interview met de ouders. Zwarte jongen 4 jaar geleden doodgestoken. Vijf jongens verdacht, maar bij gebrek aan bewijs geen veroordeling. Man in gevangenis steekt een gevangenbewaarster in de rug. Krijgt nog eens 10 jaar bovenop z’n 3x levenslang. Britse nanny in USA rammelt een kind dood. Auto van verdwenen politieman uit vaart gedregd. Allemaal items die een paar minuten in beslag nemen. De ex-doelman van Liverpool Grobbelaar en een Nederlander, Segers worden verdacht van het verkopen van wedstrijden. Grobbelaar moet nu bij videobeelden verklaren waarom hij bepaalde ballen niet stopte! En dan natuurlijk is er altijd een dosis House of Common: “Order, order”. Moet het rietje nu wel of niet weer ingevoerd worden? Er is altijd een heel krakeel in het parlement. Het is eigenlijk wel amusant om te zien hoe daar gedebatteerd worden. Ik geloof dat er in Nederland nou ook een aftreksel van het Lagerhuis is.


Inmiddels hebben we een weekje rust. We kunnen wat computerlessen volgen. Over twee dagen komen Florence, Douwe en Koen. Lijkt me erg leuk. Ik ben benieuwd hoe de jongens het vinden om in London te zijn. Koen denkt vaak dat ik ergens in Ghana ben, omdat voor hem Engels gelijk staat met Ghanees. Het is wel goed voor hen om te zien waar ik nou een jaartje uithang. 

donderdag 23 januari 1997

9. Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net.

Nu na twee weken Engeland, probeer ik maar weer eens een apestaartje te schrijven. Het is net alsof ik twee verschillende levens leid. Een beetje gespleten word ik al. Met de eurostar was het goed reizen, alleen kostte het me wel een hele dag. Acht uur vanaf Waterloo Station naar Harderwijk. In Brussel kon je met een grote duwkar op de roltrap. Fantastisch. Het ging nog goed ook. In Rotterdam sloeg me de kou om de oren. Het was 1 °C. Tijdens de drie weken in Nederland is de temperatuur daarna op één dagje na niet meer boven nul geweest. Met de neus in de boter dus. Ik kan me weinig strenge winters zoals deze herinneren of komt het omdat wij de meeste winters in Afrika zaten. In ieder geval was het veel ijspret. Pas zaterdags voor vertrek had ik het schaatsen weer goed onder de knie en ook wat conditie opgebouwd. Een stukje van de Veluwemeertocht geschaatst, de stompe toren van Elburg gezien en weer terug naar Harderwijk. Prachtig. Het valt hier in Engeland niet goed uit te leggen wat het is, om op zo’n grote ijsvlakte met honderden tegelijk te schaatsen. Het is alsof je langs een stilstaand landschap uit de tijd van Anton Pieck schaatst. Toen ik zondags vertrok, viel de dooi gelijk in. Het was heerlijk om weer thuis in Nederland te zijn. De zware koffer met goede studieintenties heb ik maar weer meegezeuld naar Londen.

Hier dus weer een ander leven. Het is inmiddels flink aanpoten met m’n studie. We doen nu twee vakken in blokken van 5 weken. Ik heb gekozen voor Health Care Evaluatie en Statistische Methodes in Epidemiologie. Voor het eerste vak moet ik aan het eind van de rit (dus midden februari) een evaluatiestudie schrijven over het effect van de bestrijding van malaria met muskietennetten. We worden met terminologie als efficacy, effectiveness, equity en efficiency geconfronteerd. We hebben een werkgroepje van 7 studenten, herkauwen de stof en bespreken de verschillende aspecten van dit soort evaluatieprogramma’s. Aan het eind moet iedereen een essay inleveren.

Vandaag had ik les in het tweede vak (SME). Twee uur college en drie uur computerwerk met statistische programma’s. Het was erg taai vandaag. We hadden het over loglikelihood ratios. Ik zal eens proberen een formule uit onze les van vandaag op papier te zetten, om te laten zien hoe angstwekkend dit er wel niet uit ziet:



, (Gussian likelihood!).


Andere delen van dit vak zijn veel leuker. Zo krijgen we echte databases en kijken wat risicofactoren zijn. Zo heeft men in 1967-69 van zo’n 20.000 mensen een aantal variabelen (roken, leeftijd, werk, onderwijs, cholesterol, etc.) vastgelegd en heeft men vervolgens deze cohort vervolgd. De uitkomst (in dit geval dood) is vergeleken met deze variabelen. Zo heeft men o.a. vast kunnen stellen dat lange mensen langer leven. Factoren in de vroege jeugd bepalen de mortaliteit op latere leeftijd. Dit geeft misschien ook een beetje aan waar een groot deel van mijn studie over gaat, het richt zich op populaties en veel minder op individuen. In de laatste week krijgen we een database en moeten dit dan uitpluizen en beschrijven. Wel leuk.
Op de school worden tussen de middag en na 5 uur vaak nog andere praatjes gehouden. Deze week waren er twee aardige voordrachten. De eerste ging over BSE en vCJD (bovine spongiforme encephalopathie en variant Creutzfeldt-Jakob Disease). De voorzitter van de BSE committee hield een verhaal over de stand van zaken. Wel goed voor me, omdat ik zelf weinig gelezen had over deze epidemie. In Ghana leek het allemaal erg absurd: gekke koeien, veestapel slachten, enzo. In een uurtje ben ik dus aardig bijgeschoold. 160.000 koeien in UK hebben de ‘mad cow disease’ gekregen, en naar schatting waren er zo’n 1.000.000 geïnfecteerd. 14 mensen hebben de CJD ziekte opgelopen en 12 zijn overleden. De verwachting van deze professor was dat er nog tussen de 100 en 10.000 gevallen van CJD zich zullen voordoen... Inmiddels is BSE ook actueel geworden in Nederland. Wie heeft die koe nou opgegeten, wanneer en waarom?

Gisteren was er een college over vruchtbaarheid en bevolkingsgroei. “De bevolkingsgroei zal nooit meer zo hoog zijn als in de negentiger jaren”, stelde de demograaf. Bijna in elk land met een hoog geboortecijfer, is dit aan het afnemen. De bevolking zal zich echter nog wel verdubbelen tot 9-10 miljard in 2050. Er zal dan een hoge druk zijn op het milieu, voedselproductie, werkgelegenheid en onderwijsvoorzieningen. Het vooruitzicht is een verstedelijkte, geriatrische bevolking in 2050. Ik ben dan 91, bij leven en welzijn...
Afgelopen weekend ben ik naar een wedstrijd van Arsenal geweest. Wedstrijden in Engeland zijn bijna altijd helemaal uitverkocht en erg sfeervol. Arsenal speelde tegen Everton en won met 3-1. Bergkamp was in een glansrol. Hij tikte het eerste doelpuntje erin. Je kunt in Engeland overal op wedden, de ruststanden, en dus ook op wie het eerste doelpunt maakt. Bergkamp stond 5/1, Ian Wright stond op 3/1. Dus voor elke pond op Bergkamp had ik er 5 terug gekregen. De kranten waren ook erg lovend over Bergkamp. Dit zijn de superlatieven uit The Times: “Stylish Bergkamp”, “in such resplendent form”, “From the beginning Bergkamp appeared a man on turbo control”, “Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net”, “Yet Arsenal waited too long to exploit Bergkamp‘s graceful omnipotence”. Nou daar kan je wel mee thuis komen, dacht ik.
Tot slot zal ik proberen in elke brief iets (eigen)aardigs over de Britten te vertellen, zoals het feit dat men bang is voor hondsdolheid via de tunnel (er kunnen daar toch ook beesten door kruipen!). In een Engels boekje over Internetadressen vond ik een uitleg waarom Amerikanen hun landcode niet gebruiken: zij hebben namelijk het Internet uitgevonden, net zoals Britse postzegels geen landnaam hebben omdat “wij” de postzegel uitgevonden hebben!