zondag 18 oktober 2026

Promotie

De deuren en ramen van de Centrumkerk in Paramaribo staan wijd open in een poging wat doortocht te creëren. Het is eind van de middag en buiten is het nog 31 graden. Binnen is het zo mogelijk nog warmer. Langzaam stroomt de kerk vol met familie, vrienden en collega’s van ‘mijn promovendus’ Eric. Vijf jaar lang heb ik hem als copromotor begeleid, en speciaal voor deze gelegenheid ben ik overgekomen naar Suriname. Omdat de Anton de Kom Universiteit nog geen eigen aula heeft, vindt de plechtigheid plaats in deze historische kerk.

Het protocol hebben we een dag eerder gelukkig al doorgenomen. Na het Surinaamse volkslied loopt de promotiecommissie onder de klanken van het Gaudeamus igitur naar het midden van de kerk. We draaien ons een kwartslag en maken een buiging naar de notabelen, onder wie de minister van Onderwijs en een parlementslid. De minister van Volksgezondheid is helaas verhinderd. Nadat we hebben plaatsgenomen, mag de baret af.

Na het traditionele ‘lekenpraatje’ begint de ondervraging. De commissie bestaat naast de promotor en mijzelf uit een opponent die de meeste vragen stelt, twee referenten die het proefschrift vooraf hebben goedgekeurd, en de decaan van de medische faculteit. Buiten toeteren auto’s en knetteren brommers; soms overstemmen ze de sprekers. Eric blijft er onverstoorbaar onder en beantwoordt elke vraag met verve. In tegenstelling tot de Nederlandse promoties duurt de verdediging hier geen 45, maar 60 minuten. Een lange zit in deze hitte.

Mijn vraag gaat niet over tuberculose, maar over een van zijn stellingen: “De 21e eeuw ontsluiert als nooit tevoren, na een tijdperk gekenmerkt door maskering van hebzucht, de ware aard van machthebbers.” Zowel met de stelling als met zijn antwoord kan ik het alleen maar roerend eens zijn. Bij de laatste, behoorlijk lastige vraag van de promotor over hiv en tuberculose, brengt de pedel redding. Hij stampt met zijn staf op de grond en roept de verlossende woorden: “Hora est!”

Na een kort beraad in het halletje van de kerk overhandigt de decaan de doctorsbul. Ik mag de laudation uitspreken en neem de aanwezigen mee terug naar een gure novemberdag in Nederland, waar Eric met een dikke jas aan en een sjaal om stond te klappertanden van de kou. “Eric houdt niet van de kou”, zeg ik. Dat is ook niet zo gek als je een klimaat gewend bent waar het 's nachts altijd 24 graden is en overdag ruim dertig graden. Nu, tijdens de Surinaamse 'hete tijd', is het elke dag 34 of 35 graden.

Het halletje is te klein voor de felicitatierij van Eric, zijn vrouw, zijn drie kinderen en de promotiecommissie. Ik sta al snel op de trappen van de kerk, waar een windje wat verkoeling brengt. Het is inmiddels donker. Omdat Suriname zo dicht bij de evenaar ligt, is er van een schemering nauwelijks sprake. Een paar Nederlandse toeristen kijken op een afstandje naar het schouwspel. Wanneer ik ze kort uitleg wat hier gevierd wordt, besef ik hoe bijzonder dit moment is. Een kers op mijn carrière en een prachtige afsluiting van onze academische samenwerking met Suriname.

Het etentje vindt plaats in De Waag aan de Waterkant. Een plek waar vroeger de tot slaaf gemaakten aan land kwamen. Vanavond vieren we het succes van een kersverse Surinaamse doctor.