zondag 12 juni 2011

Het Hollands Kustpad (3)

Via het Haagse Bos wandelden we deze eerste Pinksterdag langs het Huis ten Bosch, de residentie van Koningin Beatrix. Het ligt slechts op 15-20 minuten lopen van het Centraal Station. Via Duindigt en Clingendael liepen we vervolgens de stad uit en kwamen op de Waalsdorpervlakte. In de Tweede Wereldoorlog zijn hier ruim 250 mensen gefusilleerd: verzetsmensen, medewerkers van kranten (veel CPN’ers) of vergeldingen voor aanslagen op Duitse officiers. Op 4 mei vindt elk jaar bij de grote klok de stille tocht plaats. De vogelgeluiden in de duinen zijn dan indrukwekkend tijdens die stilte.
Wij vervolgden ons pad door het prachtige duinlandschap. Interessant was te lezen dat het rivierwater uit de Maas hier naar toe gebracht wordt (2 x 30 km), waar het duinzand fungeert als een filter voor biologische zuivering. De volgende keer drink ik het Haagse water op kantoor met meer aandacht. De wandeling door het duingebied bij Berkheide was heel mooi, soms een beetje zwaar vanwege het mulle zand, en met duinpannetjes om even uit te rusten. Het laatste traject van de 27 km ging via Katwijk naar Noordwijk over verharde paden en was een makkie. We zijn klaar om volgende week in 5 dagen door te stomen naar Den Helder.
Huis ten Bosch, Koningin Beatrix
Grote klok, Waalsdorpervlakte
Mul zand van duinpad


zondag 5 juni 2011

Het Hollands Kustpad (2)

De buienradar voorspelde vanmiddag forse regenbuien, dus gingen we vroeg op stap. Een relatief korte etappe die ons hemelsbreed niet veel verder bracht, maar ons wel een mooi stukje Den Haag liet zien. Via Kijkduin slingerden we eerst 8 km door de duinen naar Scheveningen, de noordelijke badplaats van Den Haag. In de serre van het Kurhaus dronken we koffie met een klassiek muziekje op de achtergrond en uitzicht op een betrokken strand. Daarna ging de route door de Scheveningse Bosjes, dat zoals zoveel andere parken in de dertiger jaren van de vorige eeuw is aangelegd door werklozen tijdens de werkverschaffing. Uiteraard ging de route ook langs monumentale gebouwen zoals het Vredespaleis en over het Binnenhof. Het jaartal 1813 kwam een paar maal ter sprake tijdens onze wandeltocht. In Scheveningen staat een gedenknaald op het strand als herinnering van de terugkeer van prins Willem I na zijn 18-jarige ballingschap. Van 1795 tot 1813/1815 waren we onder de Fransen (vanaf 1804 onder Napoleon). In 1815 werd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht en werd Willem I onze eerste koning. In 1830 splitste België zich af en zijn we dus doorgegaan als het Koninkrijk der Nederlanden. Vanuit de KNCV kijk ik uit op Plein 1813. Nu weet ik naar welke historische gebeurtenis dit jaartal verwijst. Overigens zat de buienradar er naast want de zon scheen toen we op Den Haag Centraal Station aankwamen.
Strandjuttersmuseum, Kijkduin

Kurhaus, Scheveningen
Vredespaleis, Den Haag
Beelden, Lange Voorhout, Den Haag

donderdag 2 juni 2011

Het Hollands Kustpad (1)

Vandaag zijn we begonnen met het Hollands Kustpad, een lange afstandswandeling van ruim 200 km van Hoek van Holland naar Den Helder. De wandelgids kreeg ik gisteren op mijn verjaardag cadeau en vandaag hebben we dus meteen de wandelschoenen aangetrokken en zijn op pad gegaan. Het eerste stukje ging langs de Nieuwe Waterweg waar de grote containerschepen doorvaren van Noordzee naar Maas. Bij de pier draaiden we het hoekje om en liepen naar het noorden, het strand op. De route ging echter voor een groot deel niet over strand en duinpaden, maar door dorpen zoals ‘s-Gravenzande, Ter Heijde, Monster, Poeldijk en Loosduinen. Een gebied dat Westland genoemd wordt en bekend is van de kassen. Verrassend was het recreatiegebied Ockenburg met veel uitgebloeide rododendrons. Er waren plannen om hier ooit een grote woonwijk aan te leggen, maar door het uitbreken van de tweede wereldoorlog is het daar gelukkig nooit van gekomen. De 22 kilometers vlogen vandaag onder onze voeten voorbij en na een paar duintoppen kwamen we aan in Kijkduin, het minder bekende zuidelijke badplaatsje van Den Haag. En hoewel we aardig gebruind waren in Egypte heeft de zon en zeewind ons weer een ander kleurtje gegeven.
Vertrek Hoek van Holland
Strandhuisjes op het strand bij Hoek van Holland
Kassen in het Westland
Op het strand van Kijkduin, einde van de eerste dag

woensdag 18 mei 2011

Snorkelen in de Rode Zee, Hurghada, Egypte



We hebben dit jaar onze vakantie in weekjes geknipt. Een paar weken geleden waren we met Koen en Julia al een lang weekend in Boedapest om daar de oude stad aan de Donau te bekijken. En nu zijn we met een last minute all-inclusive booking in Hurghada, Egypte. De aantrekkelijke prijs, de zongarantie en het lekker uitrusten was ons vooruitzicht en dat klopt helemaal. Het regent hier maar eens in de 3 tot 4 jaar. Temperaturen zijn altijd boven de 30 graden en voor zaterdag is zelfs 41 graden voorspeld. Dat is gelijk ook een risico want je verbrandt ongemerkt. Wij hebben dat aan het inmiddels rode lijf ondervonden.
Snorkelen in de Rode Zee
Gisteren hebben we een snorkeltripje gemaakt. Na een uurtje varen kwamen we in een koraalgebied. Na wat snorkeltips sprongen we van de boot in het heldere blauwe water. Ahmed, onze begeleider, zwom voorop met een zakje kleine visjes als aas en trok daarmee grote scholen vis met zich en ons mee. Duizenden veelkleurige visjes: geel, groen, blauw, rood. Alsof je zelf in een aquarium zwemt. Heel bijzonder. In het koraalrif zitten ook de Morena slangen. Ahmed dook steeds een paar meter naar de diepte en lokte de 1-meter lange beesten met een stuk vis uit hun hol. Ze hapten naar de vis maar ook naar Ahmed. Het zijn geen ongevaarlijk dieren. Ook de groenige Napoleonvis was indrukwekkend. Deze vis kan meer dan 2 meter lang worden en bijna 200 kg zwaar. Na deze eerste kennismaking die een uurtje duurde voeren we een stukje verder naar een ander koraalgebied. Nu mochten we vrij snorkelen en dreven een uurtje rond om de onderwaterwereld te bewonderen. Fascinerend. Ik wist niet dat je ook zelf als een Jacques Cousteau de vissen zo kon bekijken. Het laatste uitstapje was naar het zandstrand van het Giftun eiland, waar we konden zonnen, maar de diehards onder ons (de niet-Russen dus) zetten de snorkels weer op en deden de flippers weer aan de voeten. Het drijven is overigens geen enkel probleem in deze zoute zee. Terug in het hotel konden we in de spiegel zien wat de zon ons gedaan had. Vandaag mijden we de zon maar even, maar vrijdag gaan we nog een keertje dezelfde snorkeltrip maken. Je raakt niet uitgekeken.

Dolfijnen in de Rode Zee
Mijn voorstelling van Hurghada was dat het alleen maar een toeristenoord aan de kust zou zijn, maar er is ook nog een leuke oude stad. Op de billboards is naast het Arabisch en het Engels, Russisch de voertaal. Men zegt dat meer dan 90 percent van de toeristen uit Rusland komt. In ons hotel is dat zeker ook te merken. We blijven hier tot zaterdag en vliegen dan in de avond/nacht terug naar Schiphol. Hoop dat de DVD van onze snorkeltrip dan ook gebracht is. Ik stond gisteravond vergeefs om 10 uur te wachten bij de lobby van het hotel op onze videoman…
Moskee bij zonsondergang, Hurghada

vrijdag 8 april 2011

Tallinn, Estland - Cursus Tuberculose

Het buitenland inspireert me om weer een stukje te schrijven en op Facebook te zetten. Niet dat er op andere momenten niets te vertellen of te delen is, maar het ontbreekt me meestal aan tijd. Van sommige mensen hoor ik dat ze dagelijks berichten via Twitter schrijven voor hun volgers. Misschien moet ik dat ook maar eens uitzoeken hoe dat werkt (en hoe ze dat doen), en om met de tijd mee te gaan!

Ik ben nu in Estland waar ik vanaf maandag een tuberculose cursus volg, met veel aandacht voor multiresistente tuberculose. Gisteravond zag ik tot m’n schrik nog net bij het weerkaartje dat het slechts 1 graad was in Estland. Dus nog maar even snel een winterjas en muts te voorschijn gehaald. Ik dacht dat de winter voorbij was maar de aanblik van een wit landschap vanuit het vliegtuig maakte me duidelijk dat deze week nog een winterweek voor me wordt.
Sneeuwresten in Tallinn

Estland is één van de Baltische landen, met slechts 1,3 miljoen mensen. In de hoofdstad Tallinn woont een derde van de bevolking (400.000 mensen). Tallinn is een oude Hanzestad en heeft dikke vestigingsmuren, torens, koopmanshuizen en grote kathedralen. Een schilderachtig plaatsje en zeker de moeite waard om eens aan te doen.
Alexander Nevsky (de Grote) Kathedraal

Estland heeft zich na de onafhankelijkheid in 1991 in veel opzichten snel ontwikkeld. Veel mensen, zeker jongeren, spreken goed Engels. Estland heeft een hoge internetdichtheid onder de bevolking. Skype is hier bijvoorbeeld ontwikkeld! En je hoeft tegenwoordig je munt niet meer te wisselen want sinds 1 januari is hier de euro geïntroduceerd. De komende dagen ga ik vast meer over dit land leren.

Foto uit het Museum of Occupations

Foto uit het Museum of Occupations
 De geschiedenis heb ik al een beetje bestudeerd met een bezoek aan het bezettingenmuseum. Meervoud, want Estland was de vorige eeuw verschillende keren bezet. Dit schrijft Wikipedia:
“Estland is pas vanaf 1918 een zelfstandige staat. Het onafhankelijke Estland werd in 1940 door sovjettroepen bezet en daarna in 1941 door Duitse troepen bezet. Talrijke Esten traden als vrijwilliger of dienstplichtige toe tot Estse eenheden van de Waffen-SS om zo aan de zijde van Duitsland, de onafhankelijkheid van hun land van de Sovjet-Unie te bewaren. In 1944 werd Estland door de Sovjet-Unie ingelijfd. Het bezette Estland herkreeg in 1991 zijn onafhankelijkheid. De jaren van toenemende vrijheid die aan deze gebeurtenis voorafgingen, gingen de geschiedenis in als de zingende revolutie". Ik merkte dat ik de laatste recente gebeurtenissen amper heb meegekregen, omdat we toen (1989-1992) in Zambia woonden. Wel bijzonder om nu de imponerende tv-beelden te zien en vervolgens over dezelfde pleinen en straten te lopen. Alles is overigens goed te belopen en de oude binnenstad is zo goed als autovrij.
Tallinn, culturele hoofdstak van Europa 2011




Tallinn is dit jaar ook de culturele hoofdstad van Europa. Veel activiteiten dus. Vanavond ben ik naar een concert geweest van het Estse Nationale Symfonie-orkest met stukken van Tsjaikovski en Ravel. En wie hier volgende week komt kan naar de opera La Traviata of naar het Zwanenmeer ballet. Ik zag dat er morgen (zaterdag) nog ergens een kamerconcert is met muziek van Beethoven. Misschien koop ik daarvoor nog een kaartje. Zondag reis ik naar Tartu, een universiteitsstadje 200 km van Tallinn, dicht bij de Russische grens, en begint mijn cursus.

Goed lenteweekend allemaal!

vrijdag 3 december 2010

Country visit Finland

Op uitnodiging van het Europese Centrum voor Ziektebestrijding (ECDC) was ik deze week in Finland. ECDC doet samen met WHO Euro zogenaamde ‘country visits’ om met een team van experts landelijke tbc-bestrijdingsprogramma’s onder de loep te nemen. Finland is het vijfde land dat nu bezocht werd. Estland, Portugal, Bulgarije en Roemenie gingen Finland voor. Nederland had eigenlijk de primeur, want hier werd al in 2003 en 2008 al een dergelijk bezoek georganiseerd, waarbij we zelf een aantal buitenlandse experts uitnodigden om kritisch naar onze tbc-bestrijding te kijken. ECDC en WHO moeten vanwege hun onafhankelijke positie wel een stuk voorzichtiger opereren, en een echte visitatie (review) wordt in andere culturele en/of politieke settings soms ook niet evenveel gewaardeerd. Diplomatie is dus geboden bij een dergelijk bezoek.

Ik hoefde eigenlijk niet echt na te denken toen het telefoontje van ECDC een maand geleden kwam, want het is voor Nederland ook bijzonder leerzaam om op deze wijze eens in de keuken van een land met weinig tbc-gevallen te kijken. Het enige probleem is eigenlijk de tijd die zoiets vergt. Uiteraard voelde ik me ook vereerd met de uitnodiging, is het voor mezelf ook leerzaam en nuttig voor toekomstige contacten, en is het natuurlijk vreselijk leuk om naar een ander land te gaan. Ik was nog niet eerder in Suomi, het veenland, geweest.
Helsinki Vantaa Airport
Zondag had ik al een vroege vlucht naar Helsinki om ook nog een half dagje wat van de stad te zien. De winter had net zijn intree gedaan in Nederland, en uiteraard ook in Finland. Vanuit de lucht was een wit landschap te zien met bevroren meren. Met een lijnbus ging ik naar het treinstation in het centrum. Daar merkte ik pas dat ik me wel heel slecht voorbereid had. Ik zocht in mijn computer naar de straatnaam van mijn hotel. Een onuitsprekelijke naam (Kluuvikatu), zoals meer Finse namen. Overigens is Finland tweetalig, want Zweeds is ook een officiële taal en alles is tweetalig. Na wat vragen bleek het hotel gelukkig dichtbij het station te liggen. Aan de receptioniste vroeg ik wat ik zo halverwege de middag nog kon doen en zij adviseerde me om naar een eiland met een fort te gaan. Ik had mazzel dat de veerboot op het punt stond om te vertrekken. De zon was al onder en de (lange) schemer was begonnen. Op de boot las ik dat Suomenlinna een eiland is met een bijzondere historie en op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. In de zomer is dit een belangrijke toeristische trekpleister, maar met de gure wind waren er nu vooral wat Finnen op de kerstmarkt afgekomen. Het eiland heeft verschillende oude vestigingen met kanonnen gericht op de Finse golf. De golf is de vaarroute naar St. Petersburg. Aan de overkant ligt Tallinn, de hoofdstad van Estland, op 2 uur varen. Ik wandelde naar King’s Gate, de punt van het eiland en zocht op de terugweg de warmte op van een houten theehuisje dat nog open was. De Glögi, een soort glühwein van hete appelsap met rozijnen, bracht me weer wat op temperatuur. Met een temperatuur van 17 graden onder nul en de zeewind was het een kou die ik me wel kon voorstellen, maar eigenlijk nooit had meegemaakt.

Ook Helsinki ziet er in deze tijd van het jaar, waar iedereen dik ingepakt rondloopt en de bomen verlicht zijn, heel mooi uit. Het is een overzichtelijke stad. Elke dag gingen we met het trammetje naar het landelijk kantoor van infectieziektebestrijding (soort RIVM) om daar via presentaties een beeld te krijgen van de sterke en zwakke punten van het Finse tbc-bestrijdingsprogramma. Dinsdag hadden we een dinertje van het ministerie en het 'RIVM', en stond een typisch Fins kerstgerecht op het menu: rendierfilet. Woensdag gingen we naar Turku, 160 km van Helsinki, waar we het universiteitsziekenhuis bezochten, het nationaal referentielaboratorium, en op de terugweg nog een bezoek brachten aan een grote huisartsenpost. Donderdag was de laatste dag van ons bezoek en rapporteerden we onze bevindingen op het ministerie van volksgezondheid.

En toen begon mijn terugreis... Het was al chaotisch op het vliegveld omdat Finnair staakte. Ik waande me nog gelukkig met mijn KLM-ticket, maar dat was voorbarig. Door de sneeuwval in Nederland werden een aantal vluchten geannuleerd, zoals de vlucht naar Amsterdam. Zoiets wordt pas bekend nadat de vlucht eerst een paar uur als vertraagd is aangekondigd. Er zat niets anders op om net als veel andere gestrande passagiers een paar km van het vliegveld op een lelijk terrein in een hotel te overnachten. De eerste mogelijkheid met KLM naar Amsterdam was pas zondag, maar ik kon ’s avonds mijn vlucht telefonisch omboeken: via Finncomm, een kleine maatschappij, naar Düsseldorf en vandaar met KLM naar Amsterdam. Om half 5 liet ik me wekken om op tijd mijn ticket op te halen. Ik vond het wel gek dat de vlucht niet op het scherm stond. Via de website kon ik alleen wat binnenlandse vluchten vinden van deze maatschappij en een paar naar de Baltische Staten en Roemenië. Om 7 uur verscheen een medewerker van Finncomm bij de vertrekbalie, en zij was ook een beetje verbaasd over deze vlucht. Na wat zoeken in de computer vertelde ze dat de vlucht 2 uur vertraagd was. Ik had nog maar weinig vertrouwen dat deze vlucht zou plaatsvinden, maar uiteindelijk kwam het toch nog goed. De piloot zette er gelijk een flinke vaart in waardoor de koffiepot op de grond viel en de koffie over de vloermat ons toestroomde. In Düsseldorf was mijn vlucht naar Amsterdam al weg, moest een nieuw ticket regelen, mijn doorgeboekte bagage uit een verlaten hal halen, en checkte ik opnieuw in. Dat deze vlucht ook vertraagd was ‘due to adverse weather conditions’ (barre weersomstandigheden), is denk ik overbodig te vermelden. Deze vertraging was maar een uurtje.
Vertrek met Finncomm
Boven een besneeuwd Ruhrgebied

zaterdag 6 november 2010

Suriname



Deze week was ik in Suriname voor mijn werk. Suriname is vier keer zo groot als Nederland en heeft een bevolking van nog geen 500.000 mensen. De kuststrook (10% van het land) is het dichtst bevolkt met Paramaribo uiteraard als grootste plaats. In het binnenland (“the Interior”) woont slechts 10% van de bevolking.
Ik maakte deel uit van een internationaal team dat door de Surinaamse overheid was uitgenodigd om het tuberculosebestrijdingprogramma te evalueren en om met concrete adviezen te komen voor verbetering. Suriname krijgt namelijk de komende jaren internationale financiering (van het Global Fund to fight AIDS, TB & Malaria) voor de tuberculosebestrijding. Ons team bestond uit drie personen uit Washington/Trinidad van de Pan American Health Organization (PAHO) en twee personen van KNCV Tuberculosefonds.

Vorige week zaterdag landde ik op het vliegveld Zanderij, 50 km buiten Paramaribo. Een busje stond gereed om de vele Nederlanders van de vlucht mee te nemen naar de hotels. Suriname is een populair vakantieland. De KLM had deze periode met aanbiedingen aantrekkelijk gemaakt (minder dan 600 euro voor een ticket), wat voor veel mensen nog een extra reden was om deze kant op te gaan. Ik was om 9 uur ’s ochtends gevlogen, maar vanwege het 5 uur tijdverschil – de klok was nog niet teruggezet – kwam ik ’s middags om 1 uur aan. Altijd bijzonder om al op de trap van het vliegtuig de warmte tegemoet te lopen. Mijn grootste verbazing was dat men in Suriname aan de linker kant rijdt. Verder is het heel bijzonder om gewoon Nederlands te kunnen praten. Ik heb dus regelmatig tijdens onze bezoeken de Nederlandse teksten van posters en documenten voor onze PAHO collega’s moeten uitleggen.
Paramaribo

Presidentieel paleis
Paramaribo heeft een prachtige historische binnenstad met veel witte houten huizen met veranda’s, en staat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Een gouden tip die elke bezoeker aan Paramaribo krijgt is om een fiets te huren om langs de oude plantages te rijden. En dus fietste ik de volgende dag al vroeg – waar een jetlag wel niet goed voor is – door de stad naar het ‘pontje’ aan de Surinamerivier. Uiteraard moest daar eerst over de prijs onderhandeld worden en betaalde ik met mijn 5 euro ook de overtocht van de drie Surinaamse vrouwen die al een tijdje zaten te wachten. Een van hen vroeg me nog hoeveel zij aan mij moest betalen. Met het plattegrondje van het fietsverhuurbedrijf op zak probeerde ik mijn weg te vinden, eerst van Meerzorg naar Peperpot. Mijn verwachtingen bij deze intrigerende naam waren misschien een beetje te hoog. Er waren slechts een paar grote vervallen gebouwen die aan de voormalige koffie- en cacaoplantage Peperpot herinnerden. Ik fietste nog even door het dorpje naast het complex met een tiental kleine houten keten en een heus ‘sportveld van SV Real Peperpot’.
Via een goede asfaltweg parallel aan de Surinamerivier kwam ik vervolgens langs plaatsjes met prachtige namen zoals Jagtlust, Dordrecht en Lust en Rust. Onderweg moest ik regelmatig stoppen om bij te tanken, want het was in zeven jaar niet zo warm geweest (boven de 35 graden). De ijscokar met schaafijs in Nieuw-Amsterdam had vast een goede dag. In deze plaats komen de Surinamerivier en Commewijnerivier bij elkaar en stromen de oceaan in, terwijl er met de getijdenstroom ook zoutwater (en dolfijnen) naar binnen stroomt. Men vertelde me dat dolfijnen soms te zien zijn in Alkmaar, een plantageplaats 20 kilometer stroomopwaarts op de Commewijnerivier. Ik fietste dezelfde kant en stak ik na een half uurtje de rivier over met een houten taxibootje naar Frederiksdorp. De oude plantagegebouwen waren door de eigenaar opgeknapt en omgevormd voor een hotelletje met een restaurant. Na een paar Parbootjes, het lokale bier, was mijn energie snel weg. Ook mijn huid was onderweg aardig verbrand, zodat ik samen met een paar andere mensen een taxibootje charterde om via de Commewijnerivier en de Surinamerivier een groot deel van de tocht terug te varen, naar Leonsberg. Het laatste stukje ging voor de wind. Het was lang geleden dat ik een zondag zo getoerd had.
voetbalclub SV Real Peperkot
Shirtjes in Peperpot
Kerkje in Nieuw-Amsterdam
Commijnerivier met regenboog
Ons werkbezoek werd maandag ineens ingekort met één dag, omdat Bouterse vrijdag tot nationale feestdag had verklaard, ter gelegenheid van Divali, een hindoefeest dat in meer landen in het Caribische gebied wordt gevierd. Maandag hadden we eerst een briefing met de Directeur Gezondheidszorg en met een aantal andere betrokkenen, om doelen en verwachtingen af te stemmen. Vervolgens hebben in twee dagen heel wat voorzieningen bezocht, zoals het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (een soort GGD), het volledig nieuwe nationaal laboratorium, een oud tuberculosesanatorium met 25 bedden, een ziekenhuis, een regionale gezondheidsdienst (RGD), de medische zending (MZ), een soort staats geneesmiddelenbedrijf en een gevangenis. De RGD verzorgt met bijna 50 klinieken de basisgezondheidszorg in het kustgebied van Suriname en MZ is met subsidie van de overheid verantwoordelijk voor het binnenland. Met een netwerk van ruim 50 klinieken hebben zij een indrukwekkend Primary Health Care programma opgezet voor de zeer verspreid wonende bevolking van ‘Amerindianen’. Donderdagochtend spraken we onze bevindingen door en presenteerden die ’s middags aan een groep van 20 mensen. De opbouw bestond uit wat inleidende achtergrondinformatie, uit een lijst van sterke punten (strengths), een lijst van zwakke punten (weaknesses), gevolgd door aanbevelingen (recommendations). Het is belangrijk om de juiste toon te vinden in zo’n terugkoppeling (debriefing). En dat is goed gelukt want we kregen een applaus. De volgende dag bespraken we met de Directeur Volksgezondheidszorg eventuele ondersteuning die PAHO/KNCV kan leveren. Dus het kan zijn dat ik over enige tijd ook deze kant weer eens op moet, en dat is zeker niet erg want ik heb Suriname leren kennen als een mooi land met zeer vriendelijke mensen. Zeker ook voor vakantie aan te bevelen, waarbij je dan zeker ook met een vliegtuigje naar de ‘jungle’ moet, want daar hoor ik ook heel enthousiaste verhalen over.
Centraal Laboratorium (met Rafael Lopez)
In dit hotel zit ook de ‘Golden Generation’ (Krajicek, Eltingh, Siemerink en Haarhuis). Gisteren gaven ze een exhibition en ben ik even wezen kijken. Morgen zitten ze ook in het vliegtuig, maar kan me niet voorstellen dat ze economy class reizen.
The Golden Generation
Richard Krajicek

Siemerink & Eltingh
Groet en tot ziens in Nederland.