maandag 2 maart 1981

De volgende ochtend was het natuurlijk een en al ellende: trillende benen, koppijn.
Om 8 uur vertrokken we naar het politieburo, waar Hamdou een paar uur later vrij kwam. Alouette en Bernard namen afscheid en gingen met z’n tweetjes naar Douala. Haast. De landrover werd verkocht voor 600.000 CFA, nieuw prijs was 2000 gulden geweest in Nederland. Ook de chemische plee ging weg. De truuk is nu aardig leeg. Tenten verkocht. Weer een grote verkoop. Bij de verkoop stonden veel mensen, waaronder een meisje met een lichtgrijs-bruin gehaakt hoedje. Brutale, ondeugende ogen. Ze vroeg me wat ik te verkopen had en ik zei "rien". Mieke gaf me een crèmedoosje en ik gaf ook m'n adres aan haar. Zij zei eerst dat ze geen adres had, maar wist toch nog snel wat op te krabbelen.
We vertrokken om 100 m verderop een verfrissing van de zaak te drinken. Ik zocht met Hans haar huis op. We vonden haar huis wel, maar niemand thuis (Domino Bar). Een mooi en groot huis. Terug namen we een lift. Ik had een wee gevoel. Ik was een half uurtje verliefd geweest en nu al weer voorbij. Alsof je iemand op straat voorbij ziet flitsen, zo snel was het. Misschien zien we elkaar nog eens.
We moesten nog een tijdje wachten op Karin en Ida. Bij het kolaboertje stonden een groep kinderen te kijken. Jan kocht een stuk of 60 oliebollen en wou ze netjes uitdelen. De kinderen stormden erop af. De schaal viel van het stoeltje, het bakje met saus op de grond. En de oliebollen waren weg. Jan zat later heel lief met een kindje op schoot. Ook was er nog een klein leuk aapje met een witte neus, van de kaféhouder. We namen hem mee in de bus en gaven hem bananen te eten. Buiten stond een klein, blij springend meisje.
Half 3 vertrokken we uit Bertoua, waar m'n hart wel een beetje achterbleef. Over de piste, richting Yaoundé. We reden vandaag nog 75 km. Naar Yaoundé was het nog 350 km. Onderweg mensen zwaaien met handen omhoog, kinderen die met de wagen mee renden, juichten en schreeuwden. Blije gezichten. We reden door het oerwoud. Eeuwenoude dikke bomen, palmbomen. Bananen, ananassen, koffieplanten, meloenen. In een klein dorpje Meba stopten we voor de nacht. Een gezin met 8 stralende kinderen. Er werden direkt stoelen aangesjouwd en we zaten onder een rieten afdakje. Bier. 
's Avonds maakten we soep en aten daar gezamenlijk. De kinderen hielden het langer vol dan velen van ons. De radio kwam erbij en we zaten nog een tijdje te genieten van al de mooie geluiden in het bos. Veel apen. Voor het huisje zaten we nog een tijdje te praten. Jan vertelde over gisteravond. Hij had een hotelkamer gehuurd, maar was 's avonds zo stoned en dronken dat hij niet meer terug kon en ook niet naar ons "feest". Het licht bleef hij wel de hele nacht zien. Pieter was 's avonds grote stenen aan het sjouwen geweest en had heel maf gedaan. 
De tam-tam ging de hele nacht. In de buurt was iemand overleden en we hadden hem nog opgebaard zien liggen. Ook mensen daar uit de buurt waren naar de begrafenis. Waarschijnlijk was er ook een feest volgens gebruik. We bleven nog even zitten met Karin, Thea, Hamdou, Jan en Arne. Een klein flesje bier en "we like weeds". In het huisje mochten we slapen. Er lag een lekker matras uitgespreid, 2-persoons, waar ik alleen op sliep. Ik lag in de salon. Een paar foto's aan de muur. Twee tafels met elk 6 stoelen, mooie stoelen. Een naaimachine en een paar dozen.

zondag 1 maart 1981

We vertrokken om 6.30 richting Bertoua. Eerst nog afscheid genomen van de bevolking hier. Kadootjes gegeven van Bran Buds tot pennen, t-shirts, pyama's, petjes. Ze waren er heel blij mee en straalden. Bertoua hadden we gemakkelijk moeten bereiken. De eerste fout was de berekening, geen 170 maar 270 km. We stopten een paar maal onderweg. Herman trakteerde op koeken "oliebollen". "Zouden ze een oliebol lusten Herman". De hele schaal van 20 werden leeg gekocht. Bij de tweede stop gingenThea en ik op zoek naar een dispensaire. Het was gesloten. In de chirurgie lag op een stenen tafel een operatieschaaltje met wat gereedschap. Vandaag, zaterdag gesloten. Het zag er ook bouwvallig en gesloten uit.
In een klein plaatsje Downbe lachte het ongeluk ons weer toe. Een rem van de trailor liep vast en het kostte uren om het te repareren. Ondertussen hadden wij een beekje gevonden met een klein watervalletje. We konden het vuil er weer afwassen. Verder aten we onze warme hap van macaroni. Er was ook nog bier, maar verder weinig te beleven.






















10 km verderop kregen we problemen met de laatste van de vier remmen. Gelukkig snel verholpen. We besloten om hier de nacht door te brengen. Op 100 meter (Jans maat), dus wel een halve kilometer haalden we water. Twee bassins en een stromende pijpleiding. We naderen steeds dichter het oerwoud. De begroeiing wordt steeds dichter. De ronde hutjes zijn ook verdwenen. Nu zijn het vierkante, vaak heel bouwvallig. Een raamwerk van hout eerst opgezet, met daar tussen de gebakken stenen. Het rietwerk is ook minder.
Langs de route wuiven de mensen. Ze zitten voor de huizen. Waarschijnlijk weinig anders te doen. Hoe zit het met hun geluk? Met Karin M praatte ik daarover. Ze zijn dom en onwetend en daardoor gelukkiger volgens Karin M!
Ik zou wel meer willen schrijven, maar het is nu half 7 en het wordt donker. De laatste dag van februari.

Lang hield ik het 's avonds niet vol. Om 8 uur lag ik al te slapen en sliep door tot de volgende morgen 6-7 uur. We vertrokken uit het dorpje met achterlaten van wat spulletjes. We reden vlot door naar Bertoua. Bij het binnenkomen van dit plaatsje begonnen de problemen. Politiekontrole. Tweede politiekontrole. Paspoorten. Mensen tellen. Er was er een teveel. Omdat Hamdou geen visum had, moest er eentje duiken en dat liep helemaal mis. Hamdou moest mee naar het politieburo, de kommissaris wou ’s zondags niet gestoord worden en hij moest dus blijven. We knepen 'm wel even hoor. Bij het Novotel parkeerden we de auto. Bernard ging naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto. Een deel ging zwemmen en zonnebaden in het hotel. Afschuwelijk. Een voetbalwedstrijd was er aan de gang, maar het spel boeide me niet.
Met Thea ging ik Hamdou opzoeken in jail. Onderweg kochten we wat voor hem. De politieagenten waren best aardig. Aten de bananen met ons mee en vroegen naar whisky of gin. Hamdou gaf geld, zodat ze het konden gaan halen. Voor het politieburo dronken we met de agenten de gin. Daarna gingen we over een grote brede verlichte laan terug. Bij de brik was grote ruzie. Pieter was een beetje dronken en schold op de verantwoordelijkheid van iedereen. Hij vertelde dat hij de truuk had gekocht en ons in 6 maanden wel even naar Douala zou brengen. Grika en Mieke speelden mee. Ze zongen en zeiden dat ze de truuk gingen jatten. Jan was inmiddels binnengekomen en rustig gaan zitten luisteren. Ineens kwam hij met een zaklantaarn. De bom barstte.

Het eten werd zoals de laatste tijd verwaarloosd. Rode kool met rauwe uien. Opnieuw naar Hamdou. Langs de grote laan zaten allemaal leerlingen onder de lamp te leren. Met een jongen, jaar of 16, die met biologie bezig was, praatten we even. De biologie die hij moest doen was vrij ingewikkeld. Veel hoger peil dan bij ons. Elke avond zaten ze daar te studeren. Het was heel indrukwekkend en ik had ook zin om daar te gaan zitten lezen. Bij Hamdou was het nu minder. Een andere wacht. Die nacht sliep hij ook niet. Wij trouwens ook weinig. Voor de zoveelste maal langs de studerende mensen. Lopend te repeteren op straat. Bij het kroegje Cinq Six Dancing gingen we nog even een pilsje drinken. We praatten wat. Pieter kwam nog binnen, maar werd opgehaald door Corina. Jan vertelde dat Hamdou helemaal in de organisatie betrokken zou worden. In Yaoundé moest hij zaken doen om dan in Nederland auto's op te zoeken, die goed voor de verkoop waren. We gingen rond 12 uur terug naar de auto. Jan, die al eerder terug was gegaan, vroeg echter of we nog wat bier wilden halen. We kwamen niet terug. Dansen met een Kameroenese en schuivelen met Thea. Ze vonden ons het danspaar van het jaar. "Nog nooit zoiets gezien". We bleven tot 2 uur. 
Piet kwam nog een paar keer langs, danste ook mee en vertelde over z'n clownsnummer. Beter dan Popov! Hij vertelde het zo goed, dat we het bijna gingen geloven. Corina kwam Pieter denk ik voor de derde keer halen. Weer een 'echtelijke' ruzie. Ook Hans kwam nog eens bier halen maar bleef hangen. Ik begon te zweven. Bij het kampvuurtje draaide de sterrenhemel om me heen. Op de tribune van het voetbalstadion sliepen we. Het was moeilijk om in slaap te komen.

vrijdag 27 februari 1981

100 dagen weg. 26 februari. Piste dag. Acht uur weg en naar Mgeigange. Een paar maal gestopt. Het zeil vastgemaakt, omdat er veel stof binnenkwam. Bij een stop gaf ik een t-shirt weg aan een meisje. Bij een kraampje kochten we bananen voor 5 cent. We namen ze allemaal mee.
Corina ging bij "het rondje van het huis", weer onderuit. Toen we weer in de wagen gingen, was Herman met z'n hond een spelletje aan het doen met de kinderen. Hij voorzeggen en zij nazeggen. "Emma". "Herman is gek". "Jan is nog gekker". "Corina veel beterschap". 

Ook de letters van de AFRICA TOURS werden gespeld:
  • De A van het aapje, die zie je hier overal.
  • F van feestje, dat we zo missen.
  • R van het reisje, wat dit moet zijn.
  • I van indruk, die krijgen we genoeg.
  • C van Cameroun en daar krijgt iedereen een zoen.
  • De A is weer van het aapje van het begin.
  • T van Thea en dat is moeilijk.
  • De 0 van ouwehoer en dat staat voor Pieter.
  • U is uitermate goed en dat is hier niet van toepassing.
  • R voor handen verkeerd gespeld.
  • S van zegen, omdat we geen Z meer hadden.

In Mgeiganga stopten we voor brandstof, benzine en bier. De bier had waarschijnlijk een slechte invloed. Eerst ruzie tussen Bernard en Herman over het kopen van marihuana. Koppen tegen elkaar. Daarna ruzie tussen Bernard en Corina en tussen Bernard en Pieter. Bernard ging als een wilde tekeer. We moesten hem vasthouden. Dit hadden we veel eerder verwacht. Nog 1 week het hoofd koel houden. We reden nog een klein stukje door tot een klein dorpje. Het was een hel achterin: stof, lawaai, niets te zien (ik zat op de achterste plaats), trillen. De Sahara-ritten kwamen weer in herinnering.
Bij het plaatsje waswater. Een klein soort oerwoudje eromheen. Dichtbegroeid, bananenstruiken met grote trossen bananen. Ook een paar anderen werden moe en "ziek". Toos ging meteen slapen. Bernard verstuikte z'n enkel en kan bijna niet meer lopen en Grika kreeg medelijden met hongerende kinderen, die stonden te kijken hoe wij soep aten. Vroeg slapen om hier allemaal overheen te komen. Morgen waarschijnlijk een iets makkelijker weg. Het blijft onverhard. 's Avonds was het warm en broeierig. Een enerverende dag voorbij.

Vandaag weer een dag vol belevenissen. 6 uur op, 7 uur weg.
Eerst nog even wassen in de plas. Het was vandaag vrijdag en in een dorpje op 34 km van Meiganga en 49 van Pont du Lom was er een plaatselijk feestje. Een vijftal muzikanten stonden voor het huisje te spelen voor de 'burgemeester'. Twee drums en een fluitist met een hele lange toeter. Ook nog twee toeteraars. De ene bolde de wangen tot grote ballen.

Iets voorbij het riviertje stopten we nog een keer. De rolzeilen gingen weer omhoog en er kon volop stof binnenkomen. Tegen de middag waren we in het grensplaatsje bij de Centrale Republiek van Afrika: Garoua Boulai. 270 km van Ngaoundere en 750 van Maroua. We bleven daar een paar uur. Er was een marktje waar we wat bananen en sigaretten kochten. Ook bier was hier. In het plaatselijk kafé dronken vrouwen ook bier. Het leek wel een Brabants kafé.
We hoorden van Noren dat de weg naar Yaoundé en Douala slecht was. Eén en al piste. De steden waren ook niet om naar huis te schrijven, krimineel. Nog een paar uurtjes reden we. Met wat bier in m'n lijf sufte ik al snel weg, echter niet voor lang, gehobbbel, herrie en stof. Het was weer bar en boos. 4 uur stopten we. Een fotootje voor de auto gemaakt van de stofzoekers. "Zwart tussen de zwarten." Bij een waterplaatsje konden we ons een beetje verfrissen, maar meer ook niet. Schoon werden we niet. Arne werd nog smeriger, want hij nam een modderbad. De mensen stonden wel te kijken.
6 uur. Groene thee drinken bij Hamdou en Thea. 's Avonds waren er kinderen rond het vuur, die de liedjes van Grika na zongen. Om 8-9 uur gingen we al slapen om de volgende dag om 5 uur op te staan.

woensdag 25 februari 1981

Het was vandaag een rustdag. Tot de middag niets gedaan.
Hoe ziet de truuk er nu uit?
Voorin de twee planken met kasetterekorder. De zakjes van Corina, de grote doos met NEZO-zout. Op de bovenste plank links en rechts de voorraad Kellogg's Cornflakes, daartussen ook allemaal zakjes. Langs de kant hangen nog een paar rugzakken. Onder de stoelen liggen de koffers. De plaatjes Pritt zitten bijna allemaal op de stoel. De ton rijst staat voorin. Bij elke stoel staat nog een enorme rommel van tasjes, etc. Het zeil is open, zodat je leuk naar buiten kunt kijken. Draai me even om, om in de keuken te kijken. De gasstellen zijn nu helemaal smerig en worden niet meer schoongemaakt. De planken boven zijn ook bijna allemaal los getrild. De twee platformpjes die in de woonkamer hingen, zijn ook naar beneden gekomen. Pores boia.
Op de planken staan een aantal teksten. Bovenkeukenplank: “Ida kleine porties. Caloriearm dieet, geen suiker, etc.” "Kookploeg handen wassen" en de hoeveelheid suiker in thee en koffie. 
Voorin op de planken:

Eindelijk hier wat tomaten en uien kunnen kopen. 's Middags aten we onze warme hap. Er was ook gierst en macaroni bij. Niet zo veel, maar wel lekker. Dit was denk ik de eerste keer, dat we 's middags warm aten. Ook een brief naar huis geschreven.
's Middags gingen ze weer op safari, met de landrover. De kap hadden ze er nu afgehaald. Een echte safari auto. Nu hadden ze wel olifanten gezien. De leeuwen kwamen niet meer te voorschijn.
Met Thea ging ik weer zwemmen, wassen en bij de waterval kijken. Een afgrond daar beneden. Het water klotste naar beneden. De rotsen waren helemaal uitgeslepen. Terug bij ons plaatsje een sigaret op een doosje richting Alouette gestuurd. Halverwege kapseisde het ‘bootje’. Ook met Corina en Thea nog een eind gewandeld. Over een brugje een stuk de bush in gelopen. Veel sporen van olifanten en leeuwen. Echter geen wilde beesten. Wel hele mooie apen, soort baboons en baardapen: witte staart, witte baard rond de kop en ook witte strepen op het lichaam. Ze waren veel aktiever dan de baboons. Verder ook veel vogels, mooie ijsvogels (blauw), groene vleugels, rode borst, gele kop en ook gieren en arenden.
M'n broek die ik gewassen had, was verkleurd, blauwe strepen op m'n broek. M'n kleren bleven niet zo lang droog, want Thea gaf me een duwtje. We liepen in het donker terug over de rotsen. Wel gevaarlijk hoor. We hielden elkaar goed vast. Thea zonder lenzen als een blinde. Het was een klim van bijna een uur, maar gelukkig kwamen we heel terug. Vandaag had Jan papiertjes uitgedeeld met taken voor iedereen. Samen met Thea moest ik het zeil vastmaken en de cover over de landrover doen. Het zeil van de bus ging er niet zo gemakkelijk over. Het zeil was meer naar de andere kant gegaan. M'n vingers gingen er aan kapot. M’n handen en voeten zijn overal beschadigd na wandelingen over de stenen op de rotsen en een verwoeste poging om in een palmboom te komen. Rond het kampvuurtje aten we nog wat soep. Brood was er niet te krijgen. Het eten wordt steeds kariger. Tegen tienen was deze dag voorbij.

's Ochtends vroeg opstaan. Nog wel even zwemmen in de rivier en een bakkie koffie in het hotel. De landrover kwam weer achter in de auto en we reden door het bos terug. Na een uurtje zaten we op de grote weg naar Ngaoundere. De weg was goed. Verhard. We gingen door een mooi natuurgebied en over een hoog gebergte. Een klein kronkelweggetje omhoog, kapotte vangrails, omgekeerde auto's langs de kant in de diepte. We reden soms langs de rand en je kon dan in die diepte kijken, zonder asfalt te zien. Ik vond het wel griezelig, na onze ervaring in Jos om  van de weg te raken en geruchten dat nog maar 1 van de 4 remmen van de trailor werkten. Gelukkig ging alles goed en waren we in de middag in Ngaoundere.
Met Corina boodschappen gehaald. Brood, uien, wortelen en kool. Ook de anderen hadden brood gehaald, zodat we weer een aardige voorraad hebben. Daarna met Thea het stadje in gegaan. Bij een kruideniertje kochten we pasta, blikjes melk uit Nederland. Bij het hotel was er weer bier, schreef nog wat ansichtkaarten en gingen we terug naar de bus. Een paar kilometer buiten de stad zochten we ons plekje voor de nacht. Corina en ik zorgden voor het eten. Vandaag 100 dagen op reis, dus: stoofvlees.

Een groepje kinderen kwam bij het kampvuurtje staan en ging voor ons zingen: het Kameroenese volkslied en strijdlied. Ik vond dat ze niet zo mooi zongen als eerder. Wel waren ze heel ritmisch, beweeglijk. Daarna waren wij aan de beurt. In de eigen taal is het wel bar slecht gesteld met de liedjes. Al snel over in het Engels.

maandag 23 februari 1981

's Ochtends om 8 uur vertrokken naar het park. Na een uurtje waren we bij de ingang, waar 1500 CFA betaald moest worden. We reden richting Buffle Noir. Ze vertelden ons bij de ingang dat het 30-40 km hier vandaan was. Nou, vergeet het maar. Ik zat in de jeep en we moesten steeds takken aan de kant houden, boomstammen weghalen en de gevaarlijke plekken op de route markeren. Onderweg moesten we de weg vragen naar het kamp. Twee auto 's in volle vaart kwamen eraan. De eerste stopte, de tweede ook, maar te laat en klapte er tegenaan. Ik stapte onderweg weer in de big truck. Het zat weer onder het zand, schudde aan alle kanten en de takken kwamen binnen. Moeilijke smalle zandweggetjes, slingerend omhoog en naar beneden, over slootjes met planken of met ijzer ondersteund. Het ging moeizaam. Totaal reden we twee uur over de afstand en konden uiteindelijk genieten van het bier. Een beetje uitgeblust ging ik eerst een beetje dutten en daarna het water in. Ook hier weer een stromend water, misschien wel mooier dan Yankari. Aan het begin is het water heel hoog, stroomt door rotsen in een waterval naar beneden. Het water was daar ondiep, maar wel lekker fris·. Nieuwsgierig als altijd, ging ik bij het watervalletje kijken. Het kostte me bijna m'n leven. Onderschatte de kracht van de stroom. Uit de rotsen kwam het water als een aantrekkelijke douche naar beneden. Ik had m'n hoofd nog niet onder water gehad en dacht: "lekker, een douche". Nou, niet weer hoor. Er zat een enorme kracht achter die douche en bovendien stroomde het water in een kolk.·Ik werd met de rug tegen de muur geduwd, tegen de rots en kwam onder water. Ik werd bang en dacht dat dit wel eens het einde kon zijn. Zo met je rug tegen de rots geplet. Gelukkig kon ik onder water weg zwemmen van dat watergekletter en ben teruggegaan. Nog wel een paar maal uitgegleden op de glibberige rotsen en hier en daar mezelf opengehaald.
De andere kant van het beekje opgegaan. Het water was daar diep. In de rotsen vogelnestjes. Na wat rust, terug naar de truuk en speelde met Hamdou en later met Thea kaart. Randa. Was een leuk spel. Ook poker en een soort 31-en, wat ook leuk was. De hele avond gingen we door en aten de hutspot met goulashvlees.
Prima geslapen op een perkje met een beetje gras. Hoewel, een paar keer leeuwegebrul gehoord...

We stonden om 6 uur op en om 7 uur zaten we in de wagen. Een chauffeur en een Duitser voorin, wij met z'n 9-en achter in het Peugeotje. Het bos was veel kaler dan Yankari. De dieren waren daardoor ook beter te zien. koeantilopen, apen, kleine antilopen, wild varken, waterbokken, maar het mooiste was wel de leeuwin die op de weg lag. 
Johan klom uit de wagen en ging eerst voor onze lenzen staan. De leeuwin in gevechtshouding. In een paar sprongen ("6-metersprongen" zei onze begeleider) was hij bij Johan geweest en hadden we plaatjes kunnen nemen. De leeuwin werd echter bang en rende weg. Johan werd uitgescholden. We hadden de leeuwin kunnen zien spelen...
We stopten twee maal bij het water om de nijlpaarden te bekijken. Hun koppen staken boven het water uit en zo nu en dan kon je hun grote logge lichaam zien. Apen en antilopen die in harmonie naast elkaar leefden. De auto scheurde over de paden omhoog en naar beneden. We kregen wel een idee wat een safari was! Na 5 uur waren we weer terug. Genoten van de rit en de mooie dieren.
Na de broodjes warme worst en een pot bier viel ik in slaap. Voelde me aardig dronken worden. Later ging ik met Thea zwemmen. Eerst naar de waterval kijken en daarna in het ‘diepe’, van rots naar rots. De vrouwen waren aan het wassen. Zichzelf, hun kleren en de afwas. De pannen werden in het water gezet. Kleding werd geklopt en op het zand gedroogd. Mannen waren aan het vissen. De kleine visjes kon je in het water zien zwemmen. Een ‘wind’ zorgde ervoor dat het water opsprong en een pan in het water viel. Een soort zandduiveltje in het water. Heel apart.
Terugzwemmen was wel wat moeilijker tegen de stroom in. Daarna gingen we in het dorpje kijken. Eerst aangehouden omdat we op 'presidentieel terrein' waren. Ze deden nogal moeilijk. Een auto kwam met een pas geschoten bosantiloop. Het hart klopte nog. We bleven anderhalf uur kijken naar het villen van het beest. De huid werd eerst afgestroopt, de kop afgesneden en het vlees in bouten verdeeld. Een heel karwei. Er kwam veel lucht uit de magen. Een maag was vol groen voer. "De pantalon ging moeilijk uit". Rond het slachten stonden een groep mannen, die jachtverhalen aan het vertellen waren. Ook verhalen over de auto's ging rond, de auto's in het bos. De slager was een krachtige man. Zijn hulp had gescheurde kleren aan. Een beetje laat terug voor het eten, maar er was nog macaroni met appelmoes.
Nu zit ik al bijna 1½ uur te schrijven in het hotel/kafé achter een Ricard. 

zaterdag 21 februari 1981

Richting Garoua. We vertrokken om 7 uur 's ochtends. We wilden medicijnen en Bran Buds aan een missiepost geven, maar er was niemand. Het dorpshoofd was er ook niet en omdat ik de verantwoordelijkheid had over de medicijnen, vond ik dat we ze ergens anders moesten afgeven.
We stopten in een klein dorpje met een leuke markt. De markt was opgesplitst in afdelinkjes. Een deel kleding, groente en fruit, schapen en geiten. Ook een paar kraampjes waar ze wiet verkochten. Met gewoon papier werden daar stikkies van gerold. Veel dingen te koop. Er was ook een speciale stam daar, de vrouwen zaten op de grond. Mooie mensen. Drie mooie vrouwen met prachtig haar stonden bij de auto. Ze wisten niet wat hun overkwam toen we foto's maakten.
maar het waren mannen...
We reden door naar Garoua. Een moderne, schone stad. Mooie huizen, zoals het gemeentehuis. We waren dringend op zoek naar een zwembad. Het enige zwembad was bij het duurste hotel. Alleen voor hotelgasten. In het hotel dronken we wat van de dure prijskaart. Ik baalde weer stevig van de blanke omgeving en de dekadente sfeer en liep terug naar de brik. Wel jammer eigenlijk, want later hoorde ik dat bijna iedereen brutaal weg in het zwembad was gaan liggen. Na een kwartiertje, en veel kabaal van de hoteleigenaar zijn ze er toch maar uitgegaan. De politie stond al voor de deur, maar moest hier ook wel om lachen. Ik had m'n eigen douche bij de truuk, een tuinslang en was daar heel tevreden mee...
Jan wilde de generator verkopen voor 350.000 CFA (3500 gulden); in Nederland voor 800 gulden gekocht. Ik reed met de landrover mee. De koper kwam niet. Jan scheurde echt in de landrover, 90km/h, rookte hasjies onderweg, maar het ging allemaal goed. We zochten al snel een plekje voor de nacht. Arne bouwde een groot vuur. We aten de rijst met snijbonen en ja hoor stoofvlees. M’n slaapplaatsje was onder een boom. M'n muskietengaas gespannen. Het ritselde s nachts wel overal, maar toch prima geslapen. Gekke voetsporen. Piet had s nachts vijf olifanten zien lopen...

vrijdag 20 februari 1981

De volgende ochtend werd ik moeilijk wakker. Net op tijd voor vertrek. Alleen het vertrek was niet om 8 uur. De landrover kwam terug met Thea. Ze hadden bij een politiepost moeilijkheden gehad. Jan en Hans hadden geen paspoorten bij zich en dat gaf veel moeilijkheden. Ze moesten naar Maroua, naar de hoofdkommissaris. Jan, van nature agressief, vooral bij het zien van uniformen, was op een bepaald moment zo ver gegaan, dat ze hem in de boeien wilden slaan. Na wat praten kwam het weer goed. Totaal omgeslagen. Ze hadden heerlijk gegeten en veel gedronken…..
Wij gingen ook onderweg naar de politiepost. Alleen Herman was zo slim geweest om de truuk vast te draaien in het zand. Na anderhalf uur en met hulp van de plaatselijke bevolking kwamen we los. Eindelijk een keertje vast! Hamdou reed de wagen er tenslotte weer uit.

4 km verder was de politiepost. Nu 'goed weer'. Hamdou, nog zonder visum in Kameroen, moest in de truuk blijven. Jan ‘trakteerde’ op bier. We zaten onder het riet in een hut, gezellig bij elkaar. Van de politie-agenten moesten we nog een groepsfoto maken. Het was daar zo zalig, dat we daar nog een tijdje bleven. Nee, dat was 10 km verder bij de volgende post. Op een rieten matje lagen we daar in de schaduw. Ik viel nog even in slaap. In een hutje maakten ze vlees voor ons klaar. Rundvlees. De jerrycans waren leeg en er werd water gehaald uit een put. Niets vermoedend kreeg ik  een lading water over me heen. Het hek was van de dam...
Kleddernat, maar dat ging vanzelf weer over, reden we naar Maroua. Er reden vier Kameroenezen mee en onderweg kwamen er nog eens 10 bij. Achterin zag het 'zwart' van de mensen. Het was daar heel gezellig. We leken wel een busonderneming.
In Maroua gingen we gekleed in een motel wat drinken. Het was daar heel sjiek. Veel veiligheidsmensen zaten er, omdat de president in de stad was. Na een tijdje zochten we een ‘goed’ plekje. We vonden de landrover terug en op een open veld parkeerden we de wagen. Met de oudjes ging ik in een taxi met muziek van de Golden Earring (!) naar het feestterrein, waar de president zou zijn. Een grote mensenmassa. De president Ahmadou Ahidjo en de geïnviteerde president van Guinee kwamen net in een open auto langs rijden. Op een soort groot renveld nam hij weer plaats op de tribune. Op het feestterrein waren dansende vrouwen, primitieve dansen. 
Scan van ansichtkaart
Mannen en een paar vrouwen in korte broek, voorovergebukt dansend met een grote knuppel in de hand. Ook muziek van troms. Er was een defilé voor de presidenten. Een lange stoet van mensen met een Ahidjo-jurk aan. Wij kwamen nu ook dichter bij de dansende groepen. Ik vond het wel angstaanjagend en kon me wel voorstellen, dat zo'n volk tot gekke dingen in staat kan zijn. Op paarden, geheel versierd, kwamen waarschijnlijk de dorpsoudsten in gewaad en met speer en zwaard in volle draf op de tribune aanrijden om daar een groet aan hen te brengen.
Idem
Bij een dansende groep mensen met dierenhuiden om de middel, werden we weggejaagd,omdat ze op ons inliepen met geheven knuppel en speer. Ik begreep wel dat het allemaal spel was, maar vond het toch maar niks. Wekte agressie op. Ook een enorme persoonsverheerlijking. In extase rakende mensen en een vergaand nationalisme.
Het begon flink stoffig te worden, door de paarden en de stampende mensenmassa. De presidenten waren al vertrokken; de militairen en matrozen waren ook niet zo talrijk meer. Ik durfde nu wel foto's te maken, hoewel me het in het begin verboden was. Eerst voorzichtig onder m'n shirt, later ook openlijk. Geen problemen.
Opwaaiend zand
Lopend gingen we terug. Onderweg wat last van prikkelingen in m'n been. Nog wat gedronken in een hotel in de buurt. Na de maaltijd ging ik meteen plat. Te veel en te vroeg gedronken. Ik had een plaatsje in het bos, naast een droge rivier, gevonden onder een boom. Het stonk daar wel. ’s Avonds dacht ik dat ik bovenop een drol moest liggen, zo stonk het.
De wind blies een warme wind (de harmattan). Wel lekker. Eerst een tijdje op m'n slaapzak gelegen, maar vanwege de muggen er later wel ingekropen. In het hotel om 10 uur nog een pilsje gehaald. Een aantal van onze groep hadden daar gegeten en gedronken. Het was er heel duur geweest en ze waren veel geld kwijt. Piet en Johan waren dronken. Na een half uurtje had ik daar wel weer genoeg van en ging weer verder slapen.

De volgende dag ging ik naar de bank. Onderweg kwamen de presidenten weer langs, met motorbegeleiding. Ze zaten in een mooie car, achterin te praten. Naar het publiek keken ze niet om. Bij de bank $100 gewisseld en weer sigaretten, bananen, kola enzo kunnen kopen. Op de markt volop fruit te koop. Sinaasappels, mango's, grapefruits. Een hoed gekocht van een oude man (2500 CFA). De mensen die erom heen stonden, wilden provisieloon hebben, zowel van mij als van die man, maar dat ging niet door. Bij het souvenirgedeelte van de markt wilden ze van alle kanten wat aansmeren: mooie ijzeren beeldjes, schoenen, portefeuilles, etc. Bij de auto was een grote verkoop aan de gang. M'n dekentje had ik al verkocht voor 2000 CFA. Daarna volgden zwembroek, Homerus, nog andere boeken en pennen. Alles voor een prikkie weg. Ook m'n pyama voor 600 CFA verkocht. Ik kocht nog een harpje. Grika kocht van een man een presidentenjurk.
Om half 4 vertrokken we richting Garoua. Corina viel onderweg ‘flauw’. Een beetje aandacht van mijn kant maakte me gelijk een tovenaarsdokter. Alouette had koorts, Bernard dysenterie. Diarree, hoofdpijn bij anderen. Ik word hier nog wel eens als dokter aangekeken!
60 km van Garoua stopten we voor de nacht. Na het eten van aardappelen met rode bieten kwam er weer een praatje van ‘eerwaarde’ Jan Visser over wat er morgen ging gebeuren. Er werd zoals zo vaak weer een heleboel gekankerd. De slechte plek van de vorige nacht, mensen die zich wel een beetje belazerd voelden, over verwachtingen. Met Toos en Arne praatte ik nog wat over intermenselijke relaties, wat we geleerd hadden en zo. 's Avonds probeerde ik daar wat over na te denken, maar dat ging moeilijk. Misschien moet ik me nu al wat voorbereiden op het uitstappen. Krijg wel het gevoel dat ik uit een familie stap.