maandag 8 december 1980

Zondags bleef ik bij de truuk. We hadden een rustdag. John en ik timmerden een paal onder de balk voor de watertanken. Ging rennen in m'n korte broek in de heuvels. Tentpennen weer rechtgeslagen en de tent schoongemaakt. Dagboek wat bij kunnen schrijven. Ondertussen was ik ook gestopt met roken, wat niet zo goed beviel. 's Nachts werd ik wakker en verlangde naar een sigaret.
Tot 's avonds laat liep ik in m'n korte broek rond. M'n relatie met Alouette liep steeds slechter. 's Avonds wandelde ik over het strand naar Hamman-Lif om daar wat over na te denken. Ging vroeg slapen. Om 12 uur werd ik wakker. Er zaten een paar mensen buiten met een gitaar. Om 2 uur kwam Alouette in de tent en vertelde dat ze op het strand bij het restaurant onder de boom en in het huisje 'gefeest' hadden. Whisky en wijn. Bernard trakteerde, omdat hij het niet-roken niet volgehouden had. Jojo was flink zat en schreeuwde en zong. Corina schreeuwde van "Hou je kop!", wat door Jojo een half uur herhaald werd: "Corina, hou je kop!". Ze hield wijs genoeg ook haar mond. Alouette sliep meteen. Ik kon niet direkt slapen.

De volgende dag barstte Corina, tegen Pieter, in tranen uit. Ze was de hele dag sip. Arne had wekdienst; "Willen de mensen die minder gestoord zijn, hun verstand gebruiken?" en "Er staat voor de kamping een bus die over 5 minuten naar Afrika vertrekt".
Met Alouette nog wat gepraat. We besloten als vrienden verder te gaan. Om 12 of 1 uur zouden we vertrekken. Dat viel tegen. De hele dag een beetje rondgelopen, tenten opgepakt, maar geen vertrek. De landrover kwam als zo vaak, veel te laat terug. Om 3 uur vertrekken had volgens Jan weinig zin. Ik had geen zin om m'n tent weer op te zetten. Die nacht sliep ik voor de tweede keer in de truuk. Ik had wel eens zin om in de stoel te slapen, als ik naar "mevrouw Mieke" keek... Dat viel dus tegen. Johan zat tot vervelends toe te schrijven. Later ging ik op de grond liggen en weer later tussen de stoelen. Het was koud.

zaterdag 6 december 1980


Zaterdag naar Tunis met Alouette, Corina en Bernard. Eerst gelift naar Hamman-Lif en daarna met de trein naar Tunis. Lopend door de kleine straatjes en langs de winkeltjes: de souk. Veel Arabische spullen. Ik kocht een fez en werd gelijk nageroepen "Ali Baba et 40 voleurs" (Ali Baba en de 40 rovers), uit een sprookje.
Na de souk kwamen we op een pleintje terecht, waar net een school uitkwam. We kregen gelijk 50 kinderen om ons heen. Ze staarden ons aan en vormden een kring om ons. Ongemakkelijk. We wandelden verder door de stad. Corina en Bernard kregen ruzie over hoe we terug moesten.
Bij de kasbah waren allemaal regeringsgebouwen, met veel militaire politie. We voetbalden met Tunesiërs. "Johan Cruyff" doet het overal goed. Op de terugweg kwam ik de man met de pet weer tegen. Gaf hem weer een hand.
Bij een kledingzaak pasten we een jack: 1 dinar. Wij naar binnen. Alouette één en ik één aan. Samen 15 DA. Corina was even moeder, Alouette het zusje. De verkoper ging wel naar beneden met z'n prijs tot 7 DA, maar niet verder. Hij zei dan ook dat hij ons binnen wou krijgen met z'n 1 dinar. Dat was dan gelukt maar dat verkopen ging niet door. De verkooplui kennen ook een paar Nederlandse woorden: "Allemachtig, Prachtig", "Godverdomme" en "Kijken, kijken, niks kopen" of "alles gratis".
In de stampvolle trein gingen we terug. Bij het station werden m'n schoenen nog gepoetst. Van het station ging het lopend naar de kamping. Op de kamping vierden we Sinterklaas. Piet kwam met de kado's binnen. Ik kwam er al heel snel uit de zak en kreeg een woestijnroos. Later hoorde ik van Grika dat ze haar kado eerst kwijt was en kreeg later nog het eerste kado, een.puzzelboekje met bijbehorend gedicht:

De avond was heel gezellig. Vreemde kado's. Eieren van chocola voor Willem. Autootje voor Herman. Olijven voor Arne. Koran in klein voor Karin M. Een Mexicaantje voor Pieter (van Alouette). Verder chocolademelk, pepernoten en taai-taai...

vrijdag 5 december 1980

‘s Ochtends om 10 uur wakker. De boot schommelde nog hevig. Even in het restaurant gezeten en gepraat met een Fransman die naar West-Afrika ging. Hij was een paar jaar geleden al eens in Kameroen geweest. Tegen Herman vertelde hij nog wat over het rijden in de woestijn. Het begon me toen wel wat te veel te schommelen en ik dacht er goed aan te doen m'n bed weer op te zoeken. Na een paar uur was de zee wat rustiger geworden. In het inmiddels Tunesische restaurant kocht ik Johnny Walker (5500 lire = 10 gulden), bier en broodjes. Het geld was daarna op. Wat later konden we ons ook op het dek begeven. De Tunesische kust kwam in zicht. Om 2 uur lagen we in de haven, bijna 4 uur vertraging door de harde wind.
Toos D en Jos op de loopbrug naar het Afrikaanse land, om daarna weer naar Nederland te vertrekken
We zetten voet op Afrikaanse bodem. De loopbrug kwam uit. Overdekt. Het regende in Afrika!
Als passagiers hadden we geen problemen bij de douane. Met de truuk was het moeilijker. We bivakkeerden een paar uur in het wachtlokaal. Geld gewisseld; koffie, kaarten gekocht en een gedichtje voor Toos Dijkman geschreven:
Lieve Toos
Je bent wel eens boos
maar wat Sint zeer waardeert
is hoe je met je kinderen verkeert.
Vaak zie je haar in een telefooncel
wanneer ze op een Pavesi naar huis belt
"Laat 'es wat van je horen"
knoopt ze goed in haar oren.

Ik hoorde van Jos dat hij echt weg ging. Ik vond het wel jammer, maar so what. Op naar Kameroen. De douane had moeilijk gedaan over de landrover in de truuk, dat kon helemaal niet! Bij de vrachtwagen aangekomen hoorde ik dat ook Toos D weg ging. Ik schrok wel even, vooral omdat ik in de hal de hele tijd met haar bezig was geweest. Binnen 5 minuten vertrok ze met Jos in een taxi. Ik wist nog net haar Sinterklaaskadootje en gedicht in haar tas te stoppen.
Kamping Moulin Blue, Hamman-Lif bij Tunis
We reden 's avonds door Tunis en stopten in de buurt van Hamman-Lif, bij de kamping Moulin Blue. Het 'huis' trakteerde op een etentje. Tafels werden tegen elkaar geschoven en we zaten in een rondje. We begonnen met een slaatje. Daarna patates frites uit de olijfolie, brood en een soort macaroni met koffie na, en veel wijn bij het eten. Het was heel lekker. We gingen vroeg slapen. Alouettes tent hadden we opgezet, veel ruimte en droog. Alouette had nog Sinterklaaskadootjes uit Nederland gekregen, waaronder een leuk hoorspel.

donderdag 4 december 1980

Om 8 uur werd vertrokken. Na 1 stop waren we rond 11 uur in Palermo. Ik ging met Alouette de stad in. Na het postkantoor en een paar andere winkels kwamen we op de markt terecht. Schreeuwende visboeren. Alles vers. We aten nog wat. Kochten bruine rijst, wat later gewoon tarwe bleek te zijn, een paar mokken om het eetgerei aan te vullen, en Sinterklaaskadootjes. Zo doolden we door de stad.
Bij het station konden we eindelijk aan wat Italiaans geld komen. Bij het postkantoor belde ik na veel moeite naar huis. Ik kreeg Jan aan de telefoon. Ze waren ongerust geweest vanwege de aardbeving. Daar: koud, hagel en sneeuw. Theo zat in de bijkeuken om een surprise te maken. Ik vertelde nog wat over de reis en de overtocht.
We liepen verder door de sloppenwijk. Kleine opdondertjes, met zwarte kopjes. Vrouwen met de was boven de straat, aan stokken vastgemaakt. In een klein straatje begon het te regenen, en doken we een bar binnen. Twee tafels met 12 mannen eromheen. Ze dronken wijn op 'Adje'. Op de tafel eieren in eihouders, die ze erbij aten. We dronken bier en wijn en kregen eieren aangeboden. Toen ze hoorden dat we uit Nederland kwamen, was er een gekakel: "Flamands". "Nee, Ollande". Weer een hoop geschreeuw door elkaar. Ze lachten over m'n lengte. In de stad begon het weer te plenzen en we dronken nog wat aan de boulevard. Veel Franse matrozen daar.
Jos had met Toos D en Corina gekookt. Rijst met lever en aubergines. Na het eten kondigde Jos zijn vertrek aan en Toos D liet ook zoiets doorschemeren. We zouden een rustige plaats zoeken om er verder over te praten. Om 9 uur verhuisden we naar het haventerrein. Over Jos werd niet meer gepraat. Ik zat een half uurtje bij Herman voorin, waarna de truuk op de boot gereden werd. Iedereen als een razende uit de trailer en via de trap naar het dek. Jan moest eerst nog wat regelen! Het gaf nogal wat problemen. Om 12 uur was hij terug met de paspoorten.

Ik sliep met Karin, Ida en Alouette op kamer 224. Johan werd nog even afgebekt. Warme douches! Het restaurant en de bar waren dicht. Er waaide een harde wind op het dek. We gingen maar snel slapen. De bootreis ging verder prima. Alleen Karin was een beetje zeeziek geworden.

woensdag 3 december 1980

Woensdagochtend met Karin M in Taormina boodschappen gedaan. Grika zorgde voor het ontbijt. In het dorp melk voor de lunch en broccoli, geraspte kaas en tomaten voor de avond gekocht. We waren wel wat laat terug, maar dat kwam misschien ook door de verschillende vruchtenyoghurts die we uit moesten proberen.
van links naar rechts: eerste rij John, "kleine Karin";
tweede rij Bernard, Karin M, Alouette, Gerard;
derde rij Grika, Mieke, Toos, Ida;
laatste rij (rechts) Corina en Johan.
Achterin links keukentje met een provisorische douche en de landrover.
Om 11 uur reden we dan. Onderweg stopten we om geld te wisselen en om te telefoneren. Ondertussen bleek dat we een lekke band hadden gekregen, die snel verwisseld moest worden. We zorgden voor de lunch: spaghetti en brood. Die dag kwamen we niet zo ver. Op een Pavesi mochten we onze tenten weer in de modder opzetten, tussen de plantjes. In de bar gingen we na de maaltijd nog wat drinken. De dag ging zoals gewoonlijk weer snel voorbij. Ik praatte nog wat met Alouette. Zij vond dat we overdag te weinig met elkaar omgingen en dat meer moesten doen.

Om 5 uur 's nachts werden we gewekt door het lawaai van Willem en Thea. Hun tent was in elkaar gezakt. We merkten, dat ook mijn tent water binnen had gekregen en sliepen verder. Om half 7, toen we gewekt werden, konden we de schade opnemen. Aan de lage kant stond een hele plas water. We waren niet de enigen, ook de andere kampeerders hadden last van de ''watersnood” gehad.

dinsdag 2 december 1980

's Ochtends vertrokken we om 9 uur naar de Etna. Het was prachtig weer. Eerst nog in het dorp een paar mensen uit het hotel opgepikt, waarna we met een overbeladen (14 mensen) jeep de noordroute van de Etna volgden. Op een gegeven moment was de weg gedeeltelijk weggeslagen en reden we midden in het lava-landschap. 

Samen met Thea stond ik achterop de jeep. Het werd steeds kouder: sneeuw, bevroren water op de weg. Een paar km van een restaurant durfde Willem niet verder. Lopend en sneeuwballen-gooiend gingen we omhoog. De landrover met Willem probeerde het toch en passeerde ons. Na een half uur lopen was het restaurant er. Warme chocolade en bruine bonensoep werd volop besteld. Na dit warme vocht in het skirestaurant togen we weer af. Naar beneden ging veel sneller, maar toch maar in z'n tweede versnelling.
Bij onze standplaats, wat bij licht een kerkhof bleek met veel zwerfkatten, bleek nu ineens wel een kamping open te zijn. Een groot deel bracht daar de komende nacht door.
Met Willem, Piet en Jan en de kookploeg ging ik in Taormina inkopen doen en gas halen. Ik kon een paar brieven kwijt en ging met Hans en Karin eten kopen. We kochten als toetje een kaktusvrucht die we eerst proefden. We kregen ook een sinaasappel te proeven en voelden ons knap achterlijk. We kochten sardientjes, een bak vol, plus nog wat kleinere visjes. Jan kon nog wel wat afdingen, maar veel kreeg hij er niet af. Ook een grote vis kon hij er niet bijkrijgen. De sardientjes·werden direkt in de braadslee op het vuur gestoofd. Arne had een kampvuur aangelegd. Flink heet. De eerste sardientjes verbrandden. Voor de paar mensen die er toen al waren, waaronder ondergetekende, was het overdadig smullen. Later kwam er ook spaghetti en rauwkost bij. Voortreffelijk eten.



's Avonds in de trailer werd Jos z'n verhaal weer voorgelezen. Dit keer minder suksesvol dan de eerste keer. Onder de heldere sterrenhemel was het vroeg slapen.

maandag 1 december 1980

Maandag op een redelijke tijd vertrokken, rond 9 uur. Het wegrijden was weer een afgang. Een betonnen paaltje moest eruit gehaald worden en met heel wat gesjor kwamen we er dan toch uit. Ida kwam lelijk te vallen, op haar reet. Een flinke jaap was het gevolg. Zuster Karin moest E.H.B.O. doen.
De reis verliep verder uitstekend. Tot aan Palmi reden we door, waar we een bankstop hielden. De meesten waren bij de Pavesi's door hun geld geraakt. Na lang gezoek in Palmi kwamen we eindelijk bij een van de twee banken terecht. De verkeerde. Bij de andere duurde het ook uren. Herman was de laatste en kon niet meer dan 100 gulden wisselen. Na een paar uur was iedereen weer terug.
In Villa S. Giovanni moest de oversteek naar Messina gemaakt worden. We kregen eerst geen toestemming, maar Herman kreeg het uiteindelijk toch voor elkaar. Doorrijhoogte: 4,10 meter. Herman reed door en het dak bleef erop zitten. Wel een hoop lawaai! We schampten de ijzeren balken waar we maar net onderdoor konden...
De bootreis was kort, maar mooi.
Straat van Messina
Arne en Alouette
Herman, de chauffeur
Via Messina reden we door naar Taormina. In de kleine straatjes moest Herman al z'n stuurkunst gebruiken. Hij had al een maand z'n grootrijbewijs. Herman die al eerder een auto geraakt had ("Herman je hebt maar een autootje geraakt") zoende nu een Siciliaans balkon. De was kwam op het dak te liggen en er kwam gruis naar beneden. We kregen veel belangstelling. Een dikke Siciliaanse kwam met veel gebaar op het balkon staan. Mensen kwamen uit hun huizen. Inmiddels was er een file achter ons ontstaan. In z'n achteruit en daarna het bochtje iets groter, kwamen we er toch uit. Bij de tweede kamping gingen we weer proberen. Geen kamping, tenminste gesloten.
Met Karin M ben ik even gaan kijken naar een goede standplaats. Onderweg vertelden we elkaar enge verhalen. Karin over het houten beentje, dat uit het graf gestolen was. ("stap, tik, ..."."Waar is m'n houten been?"). Ik vertelde over de ‘zwarte mensen en de leeuw’. We kwamen bij een citroenboomgaard. We gingen het terrein op en daar stond een bouwvallig huisje. Het zag er schitterend uit. Er werd waarschijnlijk wijn gemaakt. Het begon al wat te schemeren. Via de trap kwamen we bij de zolderkamers. Een vleermuis ging in de aanval en kwam verschillende malen in duikvlucht op ons af. Ik werd een beetje bang en stond te trillen, door de plotselinge verbreking van de stilte. Er was ook een mooie schildering op de muur. Ook Karin werd heel bang en we gingen er vandoor. We hadden al uitgerekend dat er 5-7 tenten konden staan. Tijdens de maaltijd hoorden we van Jojo dat een Italiaanse boer, Rosario, 4 plaatsjes op z'n terrein tot onze beschikking had gegeven. Heel voorzichtig tussen de broccoli en andere koolplantjes zetten we onze tenten op. Een deel ging 's avonds nog naar het dorp. Toos, Toos, Corina en Jos bleven daar en sliepen in een hotel. Ik praatte nog wat met Jojo en ging al vroeg naar m'n tent. Alouette kwam later.