zondag 11 januari 1981

‘s Ochtends tussen 8 en 9 kregen we een bad voor ons alleen. M’n ouwe jas ging ik ook wassen in het badhuis. Terug merkte ik dat m’n zakje met geld weg was. Zoeken, overal. ‘s Nachts had ik het in m’n slaapzak gehad. M’n slaapzak was ‘s ochtends verplaatst. Ik zocht overal, schakelde Samarou in en verdacht een jongen van het badhuis, die naast me had geslapen. ’s Avonds begon hij er weer over en zei dat Allah, le Dieu, alles zag en dat hij zoiets niet deed. Na veel gezoek, keek Mieke eens in m’n tas en ja hoor, daar was het ...
‘s Ochtends wandelden we wat rond en ik deed verwoede pogingen om te schrijven. Toos trakteerde en we aten ongeveer hetzelfde als twee dagen geleden bij Hadji in het café-restaurant du Carrefour. Mieke vond dat die Touareg een mooie ring had en vroeg of ze die mocht hebben. We werden uitgenodigd op de thee, boven het kafé, waar nog een restaurant was, sjieker en duurder. Onfatsoenlijk werd de thee bezorgd, voor je neer gesmeten. Op de televisie was de koran in beeld. Op het kantoor van Hadji zagen we wat voor man hij was. Hij vertelde dat iedereen op de wereld hem kende. Hij had inderdaad een hoop ansichtkaarten aan de muur hangen. Liet foto-albums zien, waar hij steeds op stond. Een echte ego-tripper. Zelfverheerlijking. Hij vertelde dat hij Holland vaak had bezocht, Duitsland 13x, Parijs 14x, kende heel Zwitserland. Van Samarou hoorden we wat voor man hij precies was. Samarou had 3 jaar bij Hadji gewerkt, maar deze betaalde slecht. Samarou nam daarna ontslag en ging in het hotel werken. Als toeristen naar Samarou vroegen zei hij: “Samarou, il est fou, travaille dans l’oasis”. Hij was 3x in Parijs en 1x in Duitsland geweest. C’est toutes. We mochten ook op het terras zitten en Hadji was al weer snel op straat om andere toeristen op te vangen. We gingen naar beneden en Hadji zei dat we ‘s avonds bij hem muziek moesten komen beluisteren.
Op straat kwamen we een Zwitser tegen, Andy, die Nederlands sprak. Had bij Curver-plastic gewerkt. "Had ook een vriendin gehebt", maar dat was nu uit, "keine Tränen". Kwam uit Zürich en was leraar. We liepen wat en op een rustig plaatsje lazen en schreven we wat. Totdat Toos ineens onzee truuk zag. Ik liep ernaar toe, maar Toos en Mieke hadden er geen zin in. De lust werd mij ook al snel ontnomen. Een kliekje trof ik aan en we gingen maar snel weer verder. In het dorp aten we couscous, lekker. De eigenaar van het kafé zou morgen voor brood zorgen. In het kafé kwam ook Haamed en vertelde van een folkloristisch feest. Samen met hem en Samarou gingen we eerst naar de truuk.

Onderweg kwamen we Hadji tegen en dat liep een beetje mis. In de bus zagen we wel weer wat voor mensen we in onze groep hadden: passief, uitgeblust. Alleen Corina wou wel naar het feest. Ze moesten nog eten en wij gingen alvast naar het feest toe. Over de duinen. Ik vond Haamed wat opdringerig met z'n "Ecoutez". Op het feest gingen Mieke en Toos tussen de vrouwen zitten en wij stonden tussen de mannen. Allemaal in het wit gekleed en met een witte sjez. Tamtam en in beide handen kleppers. Z'n grootvader was er ook, maar ging snel weg. Fatigué. Voor z'n grootmoeder was de afstand te groot. Er werd gedanst en dat ging ontzettend snel. Ik moest ook dansen, met Samarou en iedereen lachte zich rot om mijn stumperig gedoe. Schitterend hoe iedereen in een deuk lag, ook de kleine kinderen. Hoe je dan als Europeaan te kijk staat en uitgelachen wordt. Ook werd er gezongen: "Oe Oula" (vient Allah) en "Mohammed". Verder waren ze ook aan het bidden. Een deed voor wat ze moesten doen, waarbij ze ook door het zand rolden.
Ansichtkaart van dezelfde soort dansers/muzikanten als het feest.
We trokken weer naar een andere plaats, bij het graf van Sidi. Dit feest was een Berber feest, vanwege de geboorte van Mohammed over een paar dagen.
In het badhuis voerde Toos een lang gesprek met een Algerijn, met wie ze wel wou trouwen, maar niet gesluierd en niet in Algerije.
Om 4 uur vertrokken Toos en Mieke naar Tamanrasset met de bus. Ik stond om 7 uur op en ging naar Samarou. Hij had 30 broden voor ons gekocht en ik mocht ze niet betalen. Jan wel aan mij! Bij de bus hoorde ik dat Corina aangerand en bestolen was. Op weg naar het feest had ze de weg gevraagd en twee mannen hadden haar de verkeerde kant opgestuurd met alle gevolgen van dien. Ze was wel een beetje overstuur. Ik ging met haar naar de politie, wat natuurlijk niet hielp.
Samarou gaf mij een witte sjez en ik gaf hem mijn geruit jasje. Daarna vertrokken we richting Arak. De sfeer in de groep was saai. Andy, der Schweizer, reed ook mee. Ik heb nu alweer genoeg van hen, maar zal me zo weinig mogelijk met hen bemoeien. Veel asociaal gedrag en volop passiviteit. Beneden peil.
's Middags hadden we rijstepap. We stopten in de buurt van Arak, bij een kafé! Een paar strooien hutten van nomaden stonden er. We dronken thee.
Op 300 km vanaf Tamanrasset kampeerden we. Het was een soort maanlandschap dat we hier aantroffen. Met Corina kookte ik. De restjes van gisteren met tarwe, maakte een goeie maaltijd. 
M'n tent heeft nog nooit zo beroerd gestaan. Morgen gaan we om 6 uur weg, over een slechte weg, om morgenavond in Tamanrasset te zijn.
Het landschap is schitterend. Wazige bergen, vanwege het opgestoven zand.
Getekende lucht. Net een schilderij: "alsof Willem hier geweest is".

vrijdag 9 januari 1981

Om 6 uur was ik wakker. Het was weer erg koud. Een vuurtje gestookt en m'n tent afgebroken. Om 7 uur was ik helemaal klaar. Tot kwart voor 8 weer naar de weg toe gelopen. Het werd langzamerhand licht. De zon begon weer te warmen.
Bij de grote weg moest ik vier auto's laten passeren, voordat nummer 5 me een lift gaf. Twee mannen in een Berliet. Ik zat tussen hen in. We reden van kwart voor 9 tot half 2 aan één stuk door. Ik kreeg dadels en sinaasappels van hen. Dat deed me goed, want ik had maar net genoeg eten en water bij me gehad voor de overnachting in de woestijn. De auto reed ca. 70-75 km/u en het uitzicht was eerst eentonig. Vlak landschap met hier en daar een rivierbedding (oued). Wel een gek gezicht, dat water in de Sahara. Na 100 km ging de weg 6% dalen, steil naar beneden. Hier en daar lagen autowrakken langs de kant. Een schitterend uitzicht. Dat rotsachtige bleef tot aan Ain Salah. Onderweg praatten we wat over Holland, Algerije, werk (ze werkten in de bouw) en familie. Ik telde onderweg het verkeer: 70 tegenliggers, 2x passererden we een auto en 5x werden we gepasseerd.
In Ain Salah zocht ik het restaurant op de hoek op, met de blauwe man. Er was eerst geen eten, maar een paar Fransen van de Parijs-Dakar rally gaven een reklamepetje en toen wel. Het eten was goed. Ik zat op een soort overdekt terrasje. Eerst sla met tomaten en ui, daarna spaghetti met kip (voor 18 DA). Onder het eten kwamen Mieke en Toos met twee Algerijnen uit Oran binnen. Grika was doorgereden naar Tamanrasset. In het kafé dronken we thee.
Tussen 4 en 5 wachtte ik op het postkantoor op Johan, die niet kwam opdagen. Bij het postkantoor in het Engels, Duits, Frans en Nederlands gesproken met rallyrijders die voor Tamanrasset al uitgevallen waren.
In het kafé kwam ik André en Anke tegen en dronken chocolat. Daarna bracht ik m'n bagage naar het hotel; tegen half 11 zou ik naar binnen worden gebracht. 
Puntschoen kwam me al rond 7 uur halen en zei dat de kust veilig was. In het hotel praatten we wat over ekonomie en socialistische politiek. Puntschoen, een echte kapitalist, zei dat alleen de buurt rond Oran o.k. was. Hij maakte tegen Toos een fuck-gebaar en wilde met haar naar bed. We zorgden toen maar snel dat hij weg ging. Toos bood aan de kamer zelf te betalen. Hij zei dat dat 150 DA was, wat later de helft bleek te zijn. Op de kamer van Toos en Mieke bleef ik nog wat praten. Mieke begon weer te klagen over de reis, en zie dat ze graag naar het Hoggar gebergte wilde. Ik sliep in de hoek van de kamer.
's Nachts om 5 uur was er beweging in het hotel en Mieke vertelde dat ze een nachtmerrie had gehad. "Ik werd opgepakt door de politie en moest vertellen waar ik de laatste dagen geweest was".
Ain Salah, het dorp gebouwd van leem, omdat het er bijna nooit regent.

Om 8 uur ging ik uit het hotel en we deden nogal moeilijk over hoe ik weg moest komen. Dat bleek helemaal geen probleem te zijn, want er zat niemand bij de receptie. Ontbijt naast het hotel gegeten. Hoefden alweer niets te betalen.
' s Middags moesten we daar weer komen eten. Geld? "Pas de problème", zei de jongen, die Samarou heette. We liepen ' s ochtends door Ain Salah en kwamen bij een oude vervallen kazerne. Heel veel oude kleren, een gevangenis, etc. ‘s Middags bij Samarou eten: salade, aardappelen met vlees. Een vroeg geld en toen we Samarou erbij haalden, betaalde hij. Achteraf vond ik dat we het hem opgedrongen hadden. We kregen thee en koffie. Met Samarou gingen we die middag op stap. Z’n ouders en broers woonden in Tamanrasset, hij in het hotel, en z’n grootouders woonden ook hier. Bij z’n grootouders dronken we thee, met het bekende theeritueel (3x doorschenken, dan 3x de steeds meer verdunde thee drinken). Aan de muur hingen foto’s uit tijdschriften en veel foto’s van hemzelf. Daarbij kwamen nu enkele foto’s van onze koningin (van Toos). De grootvader was een beetje blind en er kwamen steeds meer kennissen binnen. De grootmoeder liep gebukt en moeilijk. Oorspronkelijk kwamen de voorouders uit Mali en hadden een donkere huidskleur. Overdag werkten de grootouders nog steeds 4 uur in de palmerie. Daar gingen we dan ook heen, samen met Haamed een vriend die uit Arak kwam, een Touareg. De palmerie was heel mooi, veel palmbomen, mandarijnenbomen, peterselie, graan, mais, bieten, granaatappelbomen, tomaten, uien, koolplanten (venkel), vijgen, wortelen. Daarna gingen we naar de Ain (=bron) waar warm water uitkomt in de winter en koud water in de zomer. De bron was van boven afgesloten, omdat er anders mensen in gingen zwemmen. We gingen weer terug naar z’n grootouders, waar nu ook Samarou's broer was. Hij zat in de service militaire. 
Haamed, Toos, Mieke en Samarou
Bij vrachtwagens informeerden we of we mee konden naar het zuiden. Met twee tankwagens kon elk één mee maar dat wilden Mieke en Toos niet. In het dorp nog wat gedronken. 
De koffie ’s avonds werd door Toos betaald; Samarou was daardoor een beetje beledigd. We gingen terug naar het badhuis, waar de mensen nog volop aan het baden waren. Het zou zo afgelopen zijn. Na een uur waren die mensen er allemaal nog en bleven ook slapen. Het badhuis lag vol met Algerijnen. Er waren nog twee toeristen. Wij kregen een plaatsje naast de muur, in de hoek, waar normaal de jongens van het badhuis sliepen. Het sliep prima, op een zacht matras. Tot 4 uur. Om 3 uur liep een wekker af en 4 uur ging iedereen met de bus naar Tamanrasset. Met veel lawaai stapten ze op.
.

woensdag 7 januari 1981

Vanmorgen was er een mooie sterrenhemel. Om 6 uur was ik wakker . Het was al een beetje licht. Meteen naar buiten gegaan. Langs de horizon hing een rode gloed, het werd steeds lichter. Ook langs de horizon breidde zich dat uit. Om kwart voor 7 kwam er een rode bal omhoog. In het westen hing ook een rode gloed. Aan de hemel stonden nog sterren. Foto's genomen. Sneller dan de zon. 

Het was hartstikke koud. Ik had een hemd, sweater, trui en jas aan. M'n handen waren rood en tintelden. Het werd gelukkig al snel warmer. Ik ging ontbijten en liep in drie kwartier naar de weg toe. Daar stond een Arabier, die in In Salah werkte en nu naar Timimoun ging (elke maand 1x). Om 9 uur passeerde een ouwe lelijke eend met André en Anke. Het werd heet en om 11 uur was ik terug bij de tent. Ging een uurtje buiten slapen in de slaapzak. Toch ook vliegen hier. Verder de E.H.B.O.-lessen gedaan en in Homerus gelezen. Ook door het zand gewandeld, maar dat verveelt snel. Ik zag met de telelens een grote truuk met oplegger over de weg rijden. Blauw!
's Middags weer terug naar de weg, het enige vertier. Op het kruispunt, de weg naar In Salah, stond een bord met daarop: République Algerienne dernocratique et Populaire/Ministerie des Travaux Publics et de la Construction/Ministerie de la Defense Nationale/11e Groupernent de Realisation de la Route Transsaharienne/Service National.
Ernaast: Terrassement en Rernblais 1.800.000 rn3/Terrassernents Rocheux en deblais 60.000/Couche de base 900.000/Enrobis à froid 57.500; Longueur 337.000 rn/Plate forrne 8.50 m/Reveternent 4.00 rn 24 rnois 750 rn (chaussée terrninée)
M'n naam + datum in het monument gekrast.
Terug bij de tent. In een Oranjeboombierflesje, afgesloten door een stukje kaars, liet ik een berichtje achter, begroef het in het zand en legde er stenen over. Dit is het briefje: "Cher ami. Maintenant c'est le 7e Janvier 1981. Je carnpe ici pour deux nuits, la nuit passez et cette nuit. C'est très chaud au midi, mais froid à la nuit. Le lever du soleil et le coucher du soleil sont extraordinaires. Nous sommes avec un group Hollandaises dans un grand camion et land-rover. Je suis seul ici, pour l'impression et silence, mais j'espère de retrouver le group en Tarnanrasset. D'après nous allons a Carneroun. C'est l'histoire. Je demande a vous qui a trouvé cette lettre d'envoyer la lettre a rnoi. Je suis tres curieux, qui a trouve la lettre et quand elle est trouvë. Merci Bien. Gerard de Vries, Leuvenumseweg 16, 3852 AS Ermelo, Hollande (né le 1er Juin 1959)."



Het is nu bijna 5 uur en ben klaar voor de zonsondergang te fotograferen. Iets na 5 even m'n eerste foto genomen. Na 2 minuten een met telelens. Na 5 minuten nog een foto, nu al met sluitertijd 1/125 en diafragma 5.6. Laatste foto na 15 minuten (1/125; 4.0). 't Is weer een prachtige zonsondergang. Eigenlijk zou je het moeten filmen. Een paar kleine wolkjes aan de lucht, licht blauw-wit. Nu grijs geworden. Verder een blauwe lucht. Het begint meteen al koud en donker te worden. Nog een nacht Sahara. Wel een beetje griezelig, zo alleen. Verlang ernaar om weer in de camion te zitten en elke dag goed te eten, te kletsen, muziek. Morgen is deze eenzaamheid voorbij. Toch wel blij dat ik dit meemaakte. Liftend naar In Salah zal nog een hele toer worden en kijken of Johan daar is. Na 1 of 2 dagen verwacht ik daar de truuk en blijf daar in In Salah op wachten. Vroeg op morgen. Geraas van auto's in de verte. Zo nu en dan zie ik tegen de horizon, op een heuvel een auto rijden. Half 6 en de maan komt er door. Een hele tijd niet gezien en dat is nu wel duidelijk waarom. Een hele dunne sikkel, en that's all there is. De auto’s hebben nu hun lichten op. De horizon heeft nu ook van die strepen, waar de gloed nog doorheen komt. Ook proberen vast te leggen met de maan. Ruim 30 minuten na zonsondergang (5.35; 1/15; 2.0).
Rooksrnaak in m'n mond. Hoorde dat Ida nog wel rookte. Slap. Ik blijf vol houden. De eerste week zit erop. Om kwart voor 6 sliep ik, de hele nacht door.

dinsdag 6 januari 1981


M'n tent tussen 8 en 9 opgeruimd. Rugzak ingepakt en een beetje gedoucht. Met Johan El Golea in geweest en wat rondgekeken. Ik wou nog naar een tapijtweverij toe, maar moest eerst naar de direkteur van het S.A.P., de boerenbond. Dat was nog even zoeken, maar uiteindelijk mochten we rondkijken. Een Franse vrouw, vertelde wat over de tapijten. De rondleiding stelde niet zo veel voor; er waren twee zaaltjes, waar mooie tapijten hingen. Er waren Berber- en Targie (mv. van Touareg) tapijten patronen. Vooral een Berbertapijt vond ik heel mooi. Een katoenen patroon en opgevuld met linnen. In de Berbertapijten is een geometrisch driehoekig patroon, zo fijn dat de vrouwen er maar 2-3 uur per dag aan kunnen werken, een maand lang. De vrouwen weven de tapijten thuis, maar halen hier hun benodigdheden weg.

We gingen nog wat drinken in het kafé. Grika kwam nog binnen. Zij was vanochtend ook al liftend uit Ghardaia gekomen. Vandaag 6 januari. werd aan het vervolg van de reis begonnen en Jan dacht dat ze donderdag al in El Golea konden zijn en 12 januari in Tamanrasset houdt hij vol.
We kwamen nog Belgen tegen en zo werd er een kleine Nederlandse kolonie gevormd, waarbij ook André en Anke kwamen zitten. Nog een paar foto's gemaakt, onder andere van Aiche, die ook een foto van Inge en Ton (uit Harderwijk) liet zien. Op een kaart aan hen schreef hij naast mijn verhaaltje: "Votre ami Aiche que vous souhaite la bonne et heureuse année 81. Salut de la part de touts les copains d'El Golea. Aiche". Van de andere "krullebol" kreeg ik z'n adres en zou een foto opsturen. Hij had me 's ochtends in het kafé ontbijt gegeven. Verder wou hij de hele dag m'n appareille de foto hebben/kopen.
Op de kamping met Aiche
De Belgen Chris (Brussel) en Pieter (Antwerpen) gingen met een Frans meisje van de kamping, Eline, naar Timimoun en vervolgens naar Mali. Ik kon met hun Mercedes busje meerijden naar het kruispunt 70 km verderop, waar onze wegen zouden scheiden. Om 2 uur reden we weg en na een kleine rondleiding over moeilijke weggetjes in El Golea langs de Vieux Ksar en "Chameau" (kameel) reden we snel naar het kruispunt. Leuke rit, gezellig en komfortabel. Kort. Bij het uitstappen gaven ze me een stuk brood mee en kreeg nog een slok whisky.
Van 3 tot half 5 liep ik naar het oosten, richting zandheuvels. Het is hier schitterend. M'n tent in een dalletje bij een struikje neergezet. Om 5 uur ging de zon onder en 6 uur was het donker. De zonsondergang was echt fascinerend. Boven verwachting. Met de telelens heb ik schitterende foto's kunnen maken. De kleuren van de zonsondergang zijn ook heel mooi: een witte streep over de horizon, en naar boven toe rood, oranje, geel, groen, licht blauw, blauw en zwart. Een paar kleine lichtjes van auto's; de afstand is moeilijk te schatten. Een straaljager met rode gloed. Morgen wil ik de zonsondergang in etappes fotograferen. En wat te denken van een zonsopgang! Het is nu 7 uur en de sterren bevolken de hemel al. Orion. Grote beer nog niet gezien. 't Is hier heerlijk rustig. "Eindelijk". Een wens die werkelijkheid wordt... Alleen in de dessert. Alleen het zacht schuren van m'n tent is hier te horen. Verder hoor je niets. Vanmiddag nog wel een vogeltje gezien! Dat hier boompjes groeiden, keek ik ook van op. In Niger zal dat wel anders zijn. Wat een rust hier. Als je overspannen bent, zou je hier eens een weekje naar toe moeten. Geen mens gezien en denk ze ook niet te zien. Morgen zal ik een dag hitte beleven. De kou valt me tot nu toe mee.

's Avonds op blote voeten door het zand gebaggerd. De sterrenhemel is vol, maar die bekijk ik morgen wel als ik uit de tent kom. Misschien ga ik morgen wel buiten slapen. Nu ga ik eerst nog wat lezen in het "Oranje kruisboekje", om verbanden, zwachtels en spalken leren aanleggen. Toch nog een weinige studie...

maandag 5 januari 1981

's Ochtends maar wat vroeger opgestaan. Om 8 uur was ik in Hotel El Bousrarn voor het ontbijt. Bij de ingang werd gevraagd, wat ik ging doen. Ik zei dat ik om 8 uur een afspraak had in het restaurant. Er waren weinig hotelgasten, en voornamelijk Arabieren. Ik kreeg m'n ontbijt, toast met dadeljam en koffie. Ik zat niet zo lekker en heb alles snel naar binnengewerkt. Steeds omkijkend.
Op het postkantoor de brief aan Mr. Pieter gepost en bij de bank $50 gewisseld (192 DA). Op het marktje een laatste kijk genomen en daarna m’n tent opgezocht, klaar voor vertrek, 11 uur. Bij de tent hoorde ik van een ouder Frans echtpaar dat een Nederlandse jongen langs was geweest. Uit hun beschrijving kon ik opmaken dat het Johan geweest moest zijn. Tot 3-4 uur gewacht.
's Middags bij werklui gegeten. Hun goed gekruide soep, met wortelen en andere groenten, waarin brood werd gedompeld, smaakte goed. Daarna thee.
Eindelijk kwam ik Johan dan tegen. Ik was al van plan om weg te gaan. Hij was al een nacht in El Golea en was met een Nederlands stel meegelift. Ze stonden in de palmerie. Er was uit het Nederlandse kamp weinig nieuws. Ze hadden oud en nieuw gevierd met een paar flessen wijn en een groot kampvuur.
In het karnping-kafé gingen we even wat drinken. De twee Nederlanders, André en Anke, uit Utrecht, kwamen we daar ook tegen. Even later wipten Toos en Mieke binnen. Zij vertelden dat Jan pas gistermorgen, 4 januari, in Ghardaia was aangekomen, John en Jojo in Tamanrasset wachten en Willem de grens al over was.
Op de karnping kwamen we nog twee Nederlanders uit Eindhoven tegen die een soort reisburootje hadden. Vanaf Ghardaia organiseerden ze een 15-daagse trip naar het Hoggar gebergte. We kregen het nog zwaar... We zijn overigens wel bekend bij de toeristen.
' s Avonds aten Johan en ik bij André en Anke in de palmerie. Tomatensoep en linzen met uien. Koffie toe. We zaten rond een kampvuurtje. Het was heel lekker en gezellig. Gepraat over reiservaringen, het vegetariër zijn. Om half 10 was ik terug.

zondag 4 januari 1981

Ik wou vanochtend in het hotel ontbijten en was daar om 9 uur, maar kreeg de indruk dat ik te laat was. 
Om half 11 was ik in het ziekenhuis. De direkteur nam me mee naar Mohammed die me rondleidde. Eerst nam Mohammed me mee naar de radiologische afdeling, waar hij werkte. Zag er modern uit, maar weinig bescherming tegen straling. Een foto van een hand met 6 vingers hing er. Op de pediatrische afdeling liepen een paar zusters rond. Ze lachten wat om m'n Frans. De afdeling bestond uit twee delen, een voor kinderen en een voor peuters. Op de ene lag een jongetje met een femurfraktuur. Op de andere 4 kinderen met t.b.c., dehydratie en een kind met epilepsie. Het patientje met de uitdroging zag er heel zwak uit, 3 maanden oud. "Biafra-handjes".
De vrouwenafdeling lag aardig vol, zo'n 10 bedden. Sommige wachten op de laatste dagen. Mohammed vertelde dat tuberculose en febris typhoidea veel voorkwamen. Op de kraamafdeling werd ik ook rondgeleid. Er waren drie kamertjes met totaal ongeveer 15 bedden. Ik begreep niet precies waarvoor drie kamertjes nodig waren. Eén was waarschijnlijk voor de nazorg. Eén voor de opvang van zwangere vrouwen. Ze vertelden ook iets over abortussen en prematuren, waar ook een speciaal kamertje voor was. In de verloskamer stond zo'n baartafel. Verder een schaal waar de baby in gewassen wordt en een hoop medicijnen. In de curettagekamer stond een tafel, waar de nageboorte plaats vond. In totaal waren er 559 geboortes geweest in 1980.
In de apotheek was een man die vrij goed Engels sprak, een Egyptenaar. Hij vertelde dat er een staf van 7 dokters was. Hij vertelde wat over antibiotika. Streptomycine en rifarnpicine tegen t.b.c. (ca. 1% van de ziekten). Ook gebruikten ze sedativa, tranquillizers (valium, librium) en hij was daar niet zo voorzichtig mee, niet zo terughoudend als in Nederland.
Op de mannenafdeling lagen 2 mannen. Een oud mannetje lag op z’n Arabisch boven de dekens (ouderdomsdiabetes) en een had een oogoperatie ondergaan.
Op de polikliniek was nog een tandarts. Het laboratorium gezien, waar mikroben gekweekt werden. Verder was er nog een keuken en garage, etc. Na een uur ging ik weg en ik bedankte Mohammed en de direkteur.
Hoewel ik nog niet zo'n goede indruk heb van wat een ziekenhuis is, is me wel wat opgevallen. 60 bedden op een bevolking van 27.000. Veel specialisatie. Klein gezellig ziekenhuis met goede werksfeer. Hygiëne en voorzorgsmaatregelen zijn minimaal. Ook opvallend weinig verplegend personeel. De patiënten die er lagen waren goed ziek of lagen op sterven. Chirurgie heb ik niet gezien en ik vraag me af wat voor chirurgie ze doen. Het leek min of meer een sanatorium. Patienten die heen en weer wandelden, "open" ziekenhuis. Televisies op de kamers. De twee specialisaties van dit ziekenhuis waren gynaecologie en ophthalrnologie.
Konklusie: de mensen die hier wonen zijn hard. Zijn ze ziek dan zijn ze echt ziek. Hoewel medische zorg gratis is, ligt het ziekenhuis toch niet vol. Kleine dingen worden niet behandeld, omdat de mensen daarvoor waarschijnlijk niet komen. De ernstige ziekten kunnen gewoonweg niet behandeld worden. "Oude tijd?" Vrij positieve indruk wat gezondheidszorg betreft, negatief wat het peil van de geneeskunde betreft.

's Middags ben ik het zand ingelopen. Na een uur was ik in een soort duinvallei. Heerlijk in het zand en in de zon gelegen. Terug kwam ik weer langs de dromedarissen en hutten. De kinderen renden weg toen ik een foto wou nemen. Soort nomadenvolk, ongesluierd. Deze buurt ligt aan de andere kant van de Vieux Ksar. Mensen groetten en zwaaiden naar me.
In het dorp was de bank gesloten. Ik wou nog een sjez kopen. In het kleine restaurantje waar ik met de Fransen ook gegeten had, soep (chocba) gegeten. Daarna kwam ik weer drie jongens tegen, die op de karnping wat gingen drinken. Ik hoefde weer niets te betalen en praatte wat over onze groep, die ze nu al met spanning aan zien komen. Gefrustreerd zijn ze hier wel. Ze wilden me naar een bordeel brengen, ik kon een meisje kopen voor 50 DA, etc. Ook een tijdje met een jongen gesproken over z'n werk in de radar bij NIPPON-electrics, niet zo gefrustreerd, toch wel een beetje.

zaterdag 3 januari 1981

1 januari 1981. 0.15 uur Uit m' n tent. Een soort boerenjongens met de Fransen gedronken.
's Ochtends met de Nederlanders hier gepraat en nieuwjaar gewenst. Twee mannen die uit Tamanrasset kwamen en een echtpaar op weg naar Opper-Volta. Ze hadden nog wat nieuws uit Nederland (van de Wereldomroep):
  • Religieuze onlusten in Kano waarbij 200 doden waren;
  • Nederlands elftal in Uruguay de eerste wedstrijd met 1-0 verloren;
  • 3 mensen dood door eten van bami;
  • Storm voor de Afrikaanse kust, waarbij boten gezonken waren en winter in Noord-Algerije;
  • Parijs-Dakar begonnen;
  • In Tamanrasset hadden ze de Encounter Overlanders gezien, op weg naar Dar-es-Salaam, Tanzania (een beetje sneller dan wij het doen);
  • De abourtuswet was erdoor;
  • Irene ging scheiden;
  • etcetra.
's Middags ging ik lekker in het zonnetje zitten lezen op het pleintje. Na een uur zag ik tot m'n verbazing de landrover voor het politieburo staan. Ik ging naar binnen en vroeg hoe deze hier kwam. Hij was 's avonds gevonden in El Golea met drie Italiaanse meisjes. Willem was naar Tamanrasset gegaan. Ik had een uur daar gezeten en liet m'n adres achter voor het geval de landrover opgehaald moest worden. Op het politieburo was ook een Kameroenees, van wie ik z'n adres kreeg. Z’n paspoort was gestolen. Hij was zeeman!
Ik liep nog wat door de stad. Trakteerde mezelf op koffie met gebak, probeerde in het ziekenhuis te komen. Bij een moskee waren ze aan het bidden. Er tegenover waren kinderen aan het bidden. Indrukwekkend. Bij een restaurantje ging ik soep en brood eten. Ik hoefde weer niet te betalen, dat hadden twee jongens naast me al gedaan. 's Avonds zouden we naar een nieuwjaarsfeest. Zover kwam het niet, want bij het politieburo zag ik Herman en Hans. Zij waren met de bus uit Ghardaia gekomen. De Italiaanse vrouwen hadden een telegram naar Ghardaia gestuurd, dat de landrover daar nog stond om Willem de gelegenheid te geven weg te komen. Duitsers hadden de landrover echter bij het hotel in El Golea gezien en een telegram naar Ghardaia gezonden. Zodoende waren ze hier al. De landrover startte niet goed en we lieten hem die avond staan. In het hotel waar Herman en Hans sliepen, gingen we eten. Ik had al gegeten en at alleen een ei en wat fruit mee. Een fles bier ging er ook goed in. Herman rekende af, om het later bij Willem te deklareren... Aan tafel praatten we wat bij. Jan was nog niet terug, maar zou waarschijnlijk deze avond terugkomen. Ze hadden Nieuwjaar gevierd met een kampvuur. Ik had het niet gemist! 


Om 8 uur liep ik al over straat. In het restaurant van het hotel kreeg ik een ontbijt (vaker doen!), van brood met dadeljam, boter en thee. De auto wou ook nu niet meteen starten en moest aangesleept worden. Ik had een auto, landrover bij de kamping weggehaald en die trok 'm op. Er moest nog meer gesleuteld worden. Benzine en olie erbij. Een nieuwe krik moet nog gekocht worden, die is verdwenen. We gingen nog even naar de kamping om wat te drinken. Herman en Hans gingen weg en ik ging de Vieux Ksar weer op. Ik was net te laat om de moskee uit te zien komen. 

In het kafeetje praatte ik met een Algerijn en probeerde het verhaal van de landrover te rekonstrueren. Ik zei dat ik met die Italiaanse getrouwd was. Zo ouwehoerden we een tijdje door. Om 8 uur was ik zo moe en loom dat ik al ging slapen. 

10 uur. Ik ben nu nog moe. Kwam vandaag dan ook langzaam op gang. Tot 3 uur in de zon gelegen, gelezen, geschreven, gepuzzeld. Het was warm. In El Golea postte ik brieven, kocht sinaasappels op de markt en liep nog even langs het ziekenhuis. Morgen om 10.30 kan ik rondkijken, zei de direkteur me.
Bij het kafeetje hiernaast wordt nog steeds druk gediskussieerd over de diefstal. Willem, Jojo en nog een Nederlander(se) zijn met een Peugeot 504 naar Tamanrasset gereden. Jojo reed in de landrover en had die aan de Italiaanse dames gegeven, in ruil voor een wilde nacht. Het verhaal is moeilijk te rekonstrueren. 
Ik werd 's nachts vaak wakker, steeds was het nog geen licht.