zondag 3 september 1989

5. Musi-O-Tunya: ''Smoke that thunders"

Uitbetaling salarissen
"Kwacha-Good morning Zambia", gaat door m'n hoofd als ik deze brief schrijf. Het is de titel van een TV-programma op de zondagochtend (een soort Capitool dus), dat direkt na het 'National Anthem' (volkslied) om 6.05 begint. Nog nooit gezien. Kwacha is de munteenheid van Zambia en betekent 'opkomende zon'. Over deze kwacha is de laatste maanden heel wat te doen geweest. In 1987 brak Zambia met het IMF (het Internationale Monetaire Fonds), omdat 75% van de exportinkomsten op ging aan afbetaling en rente. Sinds die tijd zijn de buitenlandse leningen  verminderd en gaat het niet goed met Zambia. Door een tekort aan harde valuta kunnen veel essentiële goederen/onderdelen niet worden ingevoerd: 'de spare-part crisis'. Vooral de industrie en het transport ondervinden hiervan de gevolgen. Het gevolg is ook dat er een zwarte markt ontstaat. Je kunt de kwacha's namelijk niet inwisselen tegen dollars. Eind juni was de kwacha nog maar 4 cent op de zwarte markt, tegen 20 cent bij de bank. Om een idee te geven van prijzen volgen hier enkele cijfers. Een brood kostte 7 kwacha; krant K2-50, benzine is goedkoop K4-50; een kilo kaas K70-00; een pot jam K12-60; suiker K6-30/kg en Mozi bier K5-50 per fles. Een nurse verdient 800 kwacha, een dokter tweemaal zoveel. Verder zit er op een aantal produkten subsidies. Mealie meal, het hoofdbestanddeel van het basisvoedsel nshima, is zwaar gesubsidieerd en wordt op coupons tegen gehalveerde prijzen verkocht aan werknemers met een salaris. Sommige mensen zeggen dat het zo zwaar gesubsidieerd is, dat de prijs onder de produktieprijs ligt. Geen wonder dat er een levendige 'handel' (smokkel) bestaat met de buurlanden, vooral Zaïre. Met een knipoog (?) naar het IMF werd op 1 juli de kwacha gedevalueerd. Officieel is de kwacha nu 13 cent waard.
De prijzen schoten omhoog. Alleen mealie meal bleef onder de prijscontrole vallen. Nieuwe prijzen zijn nu: brood Kl5-00; krant K5-00; benzine K9-10; kaas K200-00 per kg; jam K25-30; suiker Kl0-20 en mozi bier K13-00. Alles is dus verdubbeld, als het verkrijgbaar is. Ter compensatie moeten de lonen 30-50% omhoog. In de grote steden zijn protesten geweest, maar hier dringt het nieuws (en de gevolgen) veel later door. Zo ook het bericht dat de oude kwacha vervangen zou worden door nieuwe. Vrijdagavond 21 juli kondigde president Kaunda aan, dat de grenzen dicht gingen, en er nieuwe kwacha's ingevoerd zouden worden. Zondagavond drong het nieuws hier pas door. Tot 10.000 kwacha kon je zo wisselen. Daarboven moest je 50% 'belasting' betalen. Onze kontakten met de twee banken in het distrikt zijn goed. We hoefden dus niet uren/dagen in de lange rijen te staan. Het ziekenhuis wisselde ook voor alle patiënten. Een hele organisatie. Elke ochtend ging een bus met personeel naar de bank in Mpika.
De gevolgen van deze manoeuvre konden we in de krant lezen. Doordat benzinepompen geen oude kwacha's meer accepteerden, buschauffeurs en andere transportondernemers ook geen oud geld wilden hebben, konden veel villagers de banken niet bereiken met hun oude kwacha's. Ook bij de grens waren mensen woedend. Er werd gezegd dat de helft van de kwacha's in Zaïre zou zitten. Het enige wat aan de biljetten veranderd is, is dat er op het K50 biljet het onafgebouwde VN-gebouw verdwenen is. Verder kijkt Keke (de president) wat bezorgder.

Roelof en Marga die hier op bezoek waren, hebben alle klippen omzeild. Ze kwamen zaterdags met de laatste trein, voordat de grens dicht ging, en gingen twee weken later met de eerste trein weer terug naar Dar es Salaam. Overvol. In de eerste klas, normaal voor 4 personen, zaten 16 mensen. Ik ben benieuwd hoe ze het twee nachten volgehouden hebben. 

We hadden deze maand een kleine familiereünie. Theo kwam was hier half juni, na 8 maanden reizen door Afrika, aan. Hij vliegt 11 september terug naar Nederland en zal er persoonlijk voor zorgen dat deze brief aankomt. Met z'n vijven hebben we nog een korte vakantie in het zuiden gehouden en in Livingstone de Victoria-watervallen bewonderd. "Musi-0-Tunya" zeiden de mensen tegen de ontdekker David Livingstone, "Smoke that thunders". Inderdaad heel indrukwekkend. Je wordt kletsnat als je er langs loopt. Prachtige regenbogen in het water. En een geweldig geruis. Als je over de afgrond naar beneden kijkt, duizelt het je. Je moet wel uitkijken dat je niet naar beneden valt!

Wat staat er verder in de krant? Verkiezingen in Namibië, vredesonderhandelingen in Angola en Mozambique, het gesprek tussen Kaunda en De Klerk (Kaunda is voorzitter van de Frontline-staten) over de apartheid van 'racist South Africa'. Veel nieuws over Zuidelijk Afrika. Op het moment ook nieuwsbepalend in Nederland? In de twee staatskranten  (Times of Zambia en Daily Mail staat verder weinig internationaal nieuws; in mei nog wel een artikeltje over de val van het kabinet Lubbers. Op sportgebied was de laatste maanden veel aandacht  voor de kwalifikatiewedstrijden van Zambia. "We hebben ons gekwalificeerd voor de Africa Cup in Algerije", maar helaas op het nippertje gewipt voor de World Cup in Italië. We moesten de kracht van KALUSHA BWALYA missen in de beslissende wedstrijd tegen Tunesië. We blijven de avonturen van onze Zambiaanse Ster in Nederland met veel interesse volgen.
Het lokale voetbalteam
Nagekomen berichten:
-    de prijscontrole op mealie meal is toch losgelaten. Op coupons kost een zak van 25 kg nu K21 (was K13), zonder coupons betaal je nu K82-30 (was K52 en in januari nog Kl4-85).
-    de geruchten over een nieuwe devaluatie worden sterker.
-    ook gaan er geruchten over een nieuwe kwacha-wissel. Men zegt dat alle K50 biljetten (het grootste biljet) teruggetrokken gaat worden.


donderdag 8 juni 1989

4. Nummer 120 op de reservelijst voor de boot

Allereerst willen we jullie hartelijk danken voor de enthousiaste reakties op onze vorige nieuwsbrieven. Natuurlijk vinden we het leuk te horen dat ze grif gelezen worden. Aan de andere kant maakt dit het moeilijker om weer te schrijven nu de verwachtingen hoog liggen. Toch maar weer geprobeerd en hoop dat jullie weer 'smullen', zoals sommige van jullie schreven. Over smullen gesproken: de recepten beginnen al binnen te stromen. Door gebrek aan voedsel nog niet allemaal uit kunnen proberen. De inschrijving is nog steeds open. Ook willen we graag een advies van jullie wat we kunnen doen met circa 1000 citroenen. Inmiddels hebben we al zon 8 liter citroensap ingevroren en al tassen vol weggegeven. We wachten af.
In de laatste brief schreef Gerard al over de sportieve aktiviteiten: voetbal en volleybal. Door tijdgebrek lukt het Gerard niet om regelmatig te voetballen. Het volleyballen is echter een sukses. De student nurses zijn heel enthousiast en leren snel. Er zitten echte natuurtalenten bij. We trainen tweemaal per week en na de training spelen we een kort partijtje. In het begin wilden ze alleen maar spelen. Maar dat was zo vervelend, mede door gebrek aan techniek en spelinzicht. Na één flinke training zagen ze ook het nut van trainen en werkelijk het gaat goed vooruit. Samen met Father Andrew, een jonge enthousiaste Pool, geef ik de training. Als we samen zijn doet hij de training. Als hij de bush in is, neem ik het over. We bespreken altijd waar we op gaan trainen, bijvoorbeeld de set up of de service en bedenken samen oefeningen. Wel wat moeilijk omdat we maar twee volleyballen hebben. Het net is een lijntje tussen 2 palen. Er is ooit wel eens een echt net geweest, maar ja weinig dingen hebben hier een lang leven. Deze week kregen we een verzoek om een echte wedstrijd te spelen tegen Chilonga Basic School. Lange jongens van 16-17 jaar die de bal behoorlijk raken. We namen de uitdaging aan, vooral omdat de nurses zo enthousiast waren. Degene die speelden kregen 3/4 uur eerder vrij van werk. Ik ook. We waren echt zenuwachtig. De jongens zeiden nog "je kunt er allicht wat van leren". Nou, dat is zo. De eerste set werden we ingemaakt: 15-8. De tweede set liep ook al niet lekker, maar na wat goede adviezen, haalden we het op en wonnen met 17-15. Je snapt het enthousiasme. De meiden gaan dan echt uit hun dak: gillen, schreeuwen, dansen. Hartstikke leuk. De jongens vonden het duidelijk een overdreven reaktie en deden ons na. De derde set liep in het begin van geen kanten. Er werd geblokt, gesmasht en we hadden de zon in de rug. Maar we wonnen deze set met 13-15. De wedstrijd zou de beste uit 5 zijn. De strijd lag nog open. Weer stonden we achter: 8-14, maar weer wonnen we, met 16-14. Wij uit onze bol, de jongens teleurgesteld. Toegegeven, we hadden er beiden van geleerd. Wat wij vooral hadden geleerd was het vissen uit het volleybalnet, die de jongens hadden meegebracht.

Zo na dit sportief begin, zal ik wat verder schrijven over het leven en werken in Chilonga. Het leven en werken loopt behoorlijk in elkaar over. Je wordt voortdurend met het ziekenhuis gekonfronteerd, als je niet uit het dorp weg gaat. Daarom was het ook heerlijk om er 14 dagen uit te zijn naar Tanzania. We moesten daar onze auto ophalen, die we vanuit Nederland verscheept hadden. 
Met de trein vanuit Mpika naar Dar es Salaam. De reis duurde zo'n 1½ dag, maar was de moeite waard. Door de geringe snelheid kon je goede indrukken op doen van het land. Het prachtigste was het traject dwars door een wildreservaat (ca. 3 uur). We zagen veel beesten: giraffen, olifanten, zebra's, apen. Het was net echt. Het was ook echt!
De auto ophalen was in een ½ uur gebeurd. Onvoorstelbaar. We zijn daarna met de hovercraft naar Zanzibar gegaan. Prachtig eiland met een rijke historie. Met een gehuurde scooter de kustweg afgereden op zoek naar de slave caves. Dwars door de bush over slechte dirtroads, langs kleine dorpjes met rieten hutjes. De grotten gevonden. Wel indrukwekkend te beseffen wat zich hier allemaal heeft afgespeeld.
Na 3 dagen Zanzibar wilden/moesten we weer terug naar Dar. Bij het bespreken van de boot bleek dat we als 120ste op de reservelijst stonden, maar we konden na 2 uur informeren of we mee konden. 
Na 2 uur bleek de hovercraft helemaal niet te gaan. Het was voor een week uit de vaart genomen voor reparaties. Na veel gepraat in de haven, waarbij we eerst bijna op een vissersboot en later met een zeilschuit de overtocht hadden gemaakt, kwamen we uiteindelijk toch op de hovercraft terecht. We dachten eerst dat we de enige waren, maar na verloop van tijd kwamen er meer mensen bij. Met 50 passagiers i.p.v. 350 ging het naar Dar, waar het in de revisie ging en voor een week uit de vaart genomen werd.
Vanuit Dar gingen we met de auto op weg naar Lusaka, een kleine 2000 km. De wegen in Tanzania zijn aanzienlijk slechter dan in Zambia; diepe potholes en weggeslagen stukken weg. Terug ook door een wildpark. Even stoppen om wat olifanten te fotograferen. Ik bleef in de auto zitten, want je weet maar nooit en zo'n held ben ik niet. Toen ik aan het instellen was, zei Gerard: "Kijk eens in je buitenspiegel". Ik keek recht in het gezicht van een 1½ meter lange aap. Dat was schrikken. Snel raampje dicht en foto's maken. Ze waren met z'n tweeën en liepen om de auto heen en keken me je recht aan. Een tegenligger stopte en deelde bananen uit. Dat wilden ze dus van ons.
De tocht ging verder. Net voor de grens werden we overvallen door een tropische regenbui, zo hevig dat je elkaar niet kon verstaan en totaal geen zicht meer had. Na 30 minuten klaarde het op en bleef er een immense poel water op de weg. De douane nam 1½ uur in beslag voor het inklaren van de auto. 
We gingen verder via Isoka, waar Rolf en Leontien wonen, die we van de NTA-kursus kennen. Rolf's kollega was op vakantie en hij hoopte nu Gerard er was een keizersnee te kunnen doen. En ja hoor, om 4 uur werd Gerard uit z’n bed gehaald om samen met Rolf een keizersnee te doen. In Chilonga lagen 15 brieven te wachten. Allemaal rond Pasen geschreven. We wisten niet waar we moesten beginnen. Heerlijk om weer even in Nederland te zijn. En wat hadden jullie mooi weer. Daarna nog 'even' heen en weer naar Lusaka voor de definitieve inklaring van de auto.

De 14 dagen waren zo om. Mijn officiële werkvergunning was aangekomen. Een zorg minder. Weer aan het werk op de kinderafdeling. Leuk om weer terug te zijn. Ik zou jullie eigenlijk eens moeten schrijven hoe het hier toe gaat. Dat doe ik binnenkort wel, anders krijgen jullie teveel in één keer te verwerken. Afijn, net 1½ week terug in Chilonga, krijg ik de mogelijkheid om voor 3 weken een taa1kursus Chibemba te volgen. Ik moest binnen een dag beslissen en overleggen met de matron. Ik kreeg toestemming en 2 dagen later reed ik met de auto naar Ilondola, 3½ uur hier vandaan. Met mij gingen nog 7 patiënten, inklusief familie, mee. Transport is een probleem. Een auto vol met vrouwen die allemaal lekker zaten te babbelen in Bemba en geen woord Engels spraken. Ik snapte er (nog) niet veel van. Na 2 uur rijden, stapten er twee uit en kwamen er drie bij. Het liefst hadden 2 andere ook meegegaan en snapten het probleem niet. Ze konden er nog makkelijk bij, maar ik vond 11 mensen iets teveel. Jammer, volgende transport dan maar.
Na 40 km dirt road kwamen we veilig in Ilondola aan. Het dorp ligt midden in de bush. Het is dan toch heel gek als je na zo'n dirt road in het dorp tegen een gigantische kerk aankijkt. Bij die kerk hoort een missiepost waar al 20 jaar Bemba-kursussen gegeven worden, verzorgd door de witte paters. In het missiehuis wonen 2 Nederlandse paters, 1 Franse en een Nederlandse broeder. Allen gezellige mensen met een schat aan kennis over het Bemba. De cursus werd gegeven door 2 Zambiaanse leraren: lerares Judith (32 jaar) en leraar Stephen (74 jaar). Onze groep bestond uit 4 kursisten: 2 Noren, 1 Brit en ik. Het was dus een intensief gebeuren van 's morgens 8 uur tot 's middags 4 uur. Alleen maar Bemba. Na 4 uur ging ik meestal het dorp in. De mensen zijn al zo gewend aan de kursisten, dat ze precies weten wat ze moeten zeggen en kunnen vragen. Nou, dat gaf hoop. Het leek of je al heel wat wist. Ik heb een vrouw (Elizabeth) ontmoet van 22 jaar, die ik elke dag na school zag. Ze leerde me wat Bemba bij en vertelde veel over gewoontes en gebruiken in hun kultuur. Ze was pas getrouwd en woonde een hut verder dan haar ouders, bij wie ik ook dagelijks kwam. Haar man mag daar het eerste jaar niet komen en moet zich bewijzen t.o.v. haar ouders. Haar moeder, een ontzettend vrolijke vrouw van 49 jaar, vertelde trots over haar 10 kinderen waarvan er maar één overleden was. Ik werd bij hun in huis uitgenodigd wat heel bijzonder is. Normaal wordt het huis alleen gebruikt voor het bewaren van kostbaarheden en om te slapen en speelt het leven zich buiten op de veranda en rond huis af. De laatste dag van de kursus werden we alle 4 uitgenodigd bij Elizabeth's ouders. De eerste dag vroegen ze me of ik een fototoestel bij me had en of ik hen op de foto wilde zetten. Nou geen probleem, alleen kwam het er steeds niet van. Deze laatste dag dus de kamera mee. De hele familie was aanwezig. De netste kleren aangetrokken, prachtig. Dat het wel een tijdje kon duren voor ze de foto's zouden krijgen was een teleurstelling, maar goed het was niet anders. Na de fotosessie kregen we nshima met vis en rallish (saus) te eten. Dit keer met de hand. Heerlijk!

Inmiddels ben ik al weer 2 weken thuis en ben begonnen als public health nurse. Afgelopen weken moeder en kindzorg gedaan en de zwangerschapscontroles. Dit laatste samen met een midwife, want van die buiken maak ik nog niet zo veel. Mijn Bernba-kursus komt nu goed van pas. Simpele vragen kan ik stellen en de antwoorden begrijp ik nu ook. Het lijkt heel wat, maar de meeste kinderen komen met dezelfde klachten. Hoesten, buikpijn, koorts, pijnlijke ogen, braken en diarree. Nou, als je dat 30 keer gehoord hebt, weet je het ook. Het neemt niet weg dat het toch heel leuk is en dat de moeders het ook erg waarderen en me soms belonen met een antwoord in het Engels als ik loop te ploeteren in het Bemba. 
Tijdens de buro's worden er ook voorlichtingspraatjes gegeven door student nurses (voor een puntje). De schatten maken van de gelegenheid gebruik om dat onder mijn supervisie te doen. Het praatje is in het Bemba. Omdat ik de strekking van het verhaal weet, herken ik wat woorden. Een andere student vertaalt globaal (erg minimaal) waar het over gaat. Dus ik kan niet echt de vinger erop houden en kan ze dus niet korrigeren. Ik ga maar af op de nonverbale reakties van de moeders; of ze het zinnig vinden of niet. Na afloop moet ik zo'n puntenlijst invullen van 0 t/m 5. Er wordt dan gesmeekt of ik niet lager dan 3 wil geven. Ik weet nog precies hoe dat in mijn leerlingentijd was en ben dus de beroerdste niet. Na het aftekenen vertelden ze me dat Sr. Celine (hoofd van de opleiding, non) het niet toestond om praatjes door blanken te laten tekenen, omdat die geen Bemba verstaan. Uitgekookt als ze zijn, zeggen ze dan dat dat voor mij anders is, nu ik die kursus heb gedaan en het Bemba begrijp. Ik moet je zeggen dat als ik in hun plaats stond, ik hetzelfde ha gedaan. Gewoon iemand opzoeken die niet al te moeilijk doet. Zo zijn twee Ierse verpleegkundigen, Maire en Marie, ook een gewillig slachtoffer. Ik geloof ook omdat wij de zin en vooral onzin van dit Engelse schoolsysteem duidelijk laten blijken. Als ik op deze manier opgeleid was, zou ik gillend weglopen. Wij, Maire, Marie en ik, zoeken nog een subtiele weg om wat modernisering in de opleiding te brengen. Met de laatste examens hebben we gemerkt, dat het niet alleen van de nonnen komt, maar dat het landelijke procedures zijn. Misschien de procedures leren en daarna snel alles vergeten en als een echte verpleegkundige aan het werk gaan. Volgende keer zal ik wat schrijven over de afdeling en de knullige procedures. Trouwens die examens brachten een hoop te weeg in het ziekenhuis. Gedurende drie dagen lagen er op alle bedden nieuwe lakens en spreien. De patiënten hadden nieuwe uniformen aan (ja, ja ziekenhuiskleding is verplicht, behalve op de kinderafdeling omdat ze gewoon meegenomen worden na ontslag). Op de kinderafdeling kregen alle kinderen nu ook een uniform, maar deze werden direkt na het examen weer verzameld. De nurses die examen deden, hadden ook nieuwe uniformen aan. De patiënten kregen bij hun eten drie dagen een sinaasappel. Maire en Marie moesten een kapje dragen. Zij werken op de afdeling. Ik was een uitzondering, omdat ik op de buitenafdeling werk. Alhoewel ze me vandaag een kapje hebben aangesmeerd (van papier). Na twee uur zakte het uit en heb ik duidelijk gemaakt dat het aan mijn niet besteed is. Ik heb ook niet het gevoel meer status te hebben met zo'n ding op. Het enige is dat patiënten me nu wel met zuster aanspraken, i.p.v. dokter (dus statusverlaging).

Als laatste nog iets over namen. Van Wijngaarden is onuitspreekbaar, dus is het Florence. Daar Ietje 'Dr. de Vries' heet, Gerard 'Dr. Gerad' en omdat sommige je liever met de achternaam aanspreken, heet ik nu 'Mrs. F. Gerade'. Zelfs op de dienstlijst.

Het laatste nieuws: ook Gerard is geveld door de malaria. Hij had de pech nog drie dagen beroerd en met hoge koorts door te moeten werken, omdat de andere twee dokters op vakantie waren. Hij is veel afgevallen, maar voelt zich nu weer goed en was binnen 1 week weer aan het werk. We hadden al bedacht dat deze kilo's er pas volgend jaar, tijdens ons verlof, weer bij zullen komen!

zondag 2 april 1989

3. Mwapoleni mukwai. Mulishani? Ndifye bwino!

Wij zijn nu 2 maanden in Chilonga en beginnen ons hier thuis te voelen. Inmiddels ook allebei aan het werk. Florence is nog zonder kontrakt, maar heeft wel een voorlopige toestemming gekregen om te werken. Ook al onze spullen zijn aangekomen. Dat we de radio misten, zoals ik in de eerste rondzendbrief schreef, was slechts figuurlijk bedoeld. Inmiddels is onze radiocassette-recorder wel letterlijk weg. We hadden deze uitgeleend aan twee studenten. Vorige week is er bij hen ingebroken. 

Met het Bemba begint het nu ook een beetje te vlotten. We krijgen één keer per week les van onze buren, drie verpleegkundigen. Het zal nog wel even duren, voordat we een gesprek kunnen aangaan. Het groeten (heel uitgebreid) en een aantal medische vragen zitten er al snel in. Zo weet Florence inmiddels "Waar is de sleutel van de medicijnkast?" in het Bemba is. "Mwapusukeni" betekent "Gered van de dood", de felicitatie als iemand net bevallen is. Die lesavonden zijn heel gezellig. We leren van hen ook wat meer over de kultuur. Zambianen zijn van nature hele vrolijke mensen. Deze verpleegkundigen zijn dan ook drie lachebekken. Er wordt trouwens ook heel wat geroddeld in ons ziekenhuis. Zo weten ze via de 'tam-tam' soms dat we de vorige dag bonenbladeren aten en vraagt iedereen of we het lekker vonden.

Ik zal proberen een indruk te geven van wat ik zoal doe. Florence zal in de volgende brief haar ervaringen op de kinderafdeling (Ward 3) vertellen. Ward 2 (chirurgie), 4 (interne) en 6 (verloskunde) zijn de afdelingen waar ik drie maal per week een ronde loop. Het dagritme is als volgt: om 8 uur 's ochtends lezen we het nachtrapport over het wel en wee van de patiënten. Maandags, woensdags en vrijdags lopen we visite over de afdelingen. Dinsdag- en donderdagochtend zijn voor geplande operaties. Van 10 tot 10.30 uur hebben we koffiepauze, waarbij we de problemen op de afdelingen bespreken. Tot 12.30 uur loopt de ochtend door.
's Middags werken we van 14.00 tot 16.30 uur. Allerlei kleine ingreepjes op de afdelingen, uitgebreider onderzoek van de patiënten en de OPD (poli) moeten dan gedaan worden. Gemiddeld worden per dag 15-20 mensen opgenomen in het ziekenhuis.
's Avonds doet altijd een van ons de ronde. Ook dan zijn er weer een aantal nieuwe patiënten in het ziekenhuis opgenomen. Laatst moest ik 10 nieuwe patiënten bij het licht van zaklantaarn en kaars onderzoeken tijdens een avondronde, omdat de elektriciteit een paar uur uitgevallen was. Als ze me 's nachts in het ziekenhuis nodig hebben komt een watchman naar ons huis en tikt dan heel zachtjes op het raam. Hij heeft een 'call-book' bij zich, een schriftje waarin staat wat er aan de hand is. Ik word 's nachts wel eens wakker en denk dat iemand op het raam getikt heeft. Vaak klopt dat, soms ook niet.
Iedere arts die naar de tropen gaat, kijkt een beetje tegen de OK's op. In Nederland heb je maar een paar grote operaties gedaan en er stond altijd een specialist naast je. Dit geldt met name voor sectio's (keizersnede). In Chilonga word je snel in het diepe gegooid. Na drie dagen moest ik een sectio doen bij een vrouw die hier 150 km vandaan woont en al twee dagen weeën had. Er was echter geen transport beschikbaar. Bij het vaginale onderzoek voelden we de voetjes en het hoofd. Een rare ligging. Het kind kan zo niet geboren worden. Hartaktie van het kind was nog goed en we besloten dus om een sectio te doen. Het kind kwam er goed uit, maar ondanks de reanimatie kwam het niet opgang. Na 30 minuten hebben we de reanimatie gestopt. Gelukkig bleven de andere kinderen, na sectio's geboren (dat zijn er al 8), wel leven.

We zien heel vaak deze problemen doordat mensen niet op tijd in een ziekenhuis of gezondheidscentrum kunnen komen. Het kost ons een dag om met een 4-wheel-drive in de droge tijd in Nabwalya (een dorp in ons distrikt) te komen. Het kost een moeder 3 dagen om met malaria en ernstige bloedarmoede en een ziek kind op de rug naar het ziekenhuis te lopen. Het gebeurt natuurlijk dan vaak dat mensen veel te laat in het ziekenhuis komen. Ik kreeg tijdens een weekenddienst een kind te zien, die heel bleek was. Bij het afnemen van wat bloed om te kruisen voor transfusie, ging het kind onder m'n handen dood. Het bloedgehalte bleek een kwart te zijn van wat het hoort te zijn. De moeder woonde hier een paar kilometer vandaan.
Vorige week moesten we 3 keer een amputatie doen. Alle 3 waren epileptische patiënten die een aanval kregen en in het vuur waren gevallen. Een vreselijk gezicht en er zit vaak niets anders op dan het verbrande deel er af te halen.
Op de kinderafdeling is een aparte zaal voor ondervoede kinderen. Gisteren heb ik nog een kind opgenomen die een klassiek voorbeeld is van ondervoeding. Het kind was bijna 2 jaar. Tot 1 jaar en 4 maanden was de moeder met het kind op de Under Five Clinic geweest. Het kind zat goed op de groeicurve en woog 9 kg in augustus. De moeder was weer zwanger geworden nadat ze de borstvoeding gestopt had. Peutervoeding is hier een groot probleem. Het kind woog nu nog maar 6,5 kg. Vanavond liep ik de avondronde en was het kind plotseling dood. Dit zijn een paar trieste verhalen. Deze blijven juist hangen. Gelukkig gaat het vaak ook goed en knappen kinderen snel op na malaria of longontsteking. Dankbaar is I&D (incisie en drainage), oftewel het openen van een abces. We zien hier veel en grote abcessen. Na een sneetje stroomt de pus eruit, daalt de koorts en zakt de pijn.
De brillen gaan als zoete broodjes weg. Het is snel bekend dat er weer brillen zijn. Op een dag zag ik een man zitten voor Ward 2 te lezen met een veel te klein montuur. Het bleek de bril van een andere patiënt te zijn, die hij geleend had. Zonder bril kon hij niet goed lezen. Hij had +3.00 nodig. Bij het aanmeten vertaalde een leerling verpleegkundige het Bemba naar het Engels. Toen we klaar waren, vertelde ze me dat ze in de klas de letters op het bord niet goed kon zien. Bij het doormeten bleek ze -2.50 nodig te hebben. Degene die een bril met een van deze sterktes heeft, weet dat zo'n bril geen overbodige luxe is. 
De eerste tropische ziekte heeft zich hier ook aangediend. Florence heeft 3 weken geleden, ondanks de profylaxe, malaria gekregen. Na een week was ze gelukkig weer opgeknapt.

In de brieven die we krijgen wordt vaak gevraagd wat voor nieuws we krijgen. Nou, televisie is hier (gelukkig) niet in Chilonga. Een Zambiaanse zender heb ik nog niet op de radio kunnen vinden. Kranten kun je alleen krijgen als je een abonnement hebt. In de grote steden is wel losse verkoop. Wat dus overblijft is het nieuws van de Wereldomroep, waarop we hoorden dat Zambia een nieuwe minister-president heeft. En uiteraard jullie knipsels!

We zijn nog niet zo creatief dat we van de hier beschikbare produkten lekkere gerechten kunnen maken. Misschien dat je ons kunt helpen aan een lekker recept. Het lekkerste recept wordt beloond met een chitenge van KK XI (?!).
De ingrediënten: 
- Meelprodukten zijn hier goed te krijgen, zoals nshima, aardappelen, rijst, bloem, spaghetti, macaroni en maïs.
- Groenten: witte kool. paprika, aubergines, komkommer, avocado's, tomaat, wortelen, sla, uien, doperwten, pompoen, pompoenbladeren, bonenbladeren. De rode kool en prei in onze tuin komt net op.
- Aan fruit voldoende: mango's, bananen, citroenen, sinaasappels, passievruchten, guave's.
- De produkten zijn echter heel seizoensgebonden. Op dit moment is er alleen maïs, kool, tomaten en bananen op de markt. Verder hebben we boter, kaas en eieren.
- Eens in de zoveel tijd halen we vlees uit Lusaka; sausages, gehakt, karbonade. Kippen kopen we in het ziekenhuis.
- Kruiden hebben we meegenomen uit Nederland (peper, zout, paprikapoeder, kerrie, oregano, dragon, tijm, basilicum, rozemarijn, chilipoeder).
Dus als je een ander kruid in je recept wil verwerken, moet je het wel meesturen.


We hebben allebei ineens heel veel zin in een zak patat. Hoe zou dat komen?

woensdag 15 februari 1989

2. Met 400 eendagskuikens in een pickup truck

Dit keer is het mijn beurt om jullie wat te schrijven. Hoewel pas drie weken in Zambia hebben we toch al heel wat beleefd. Gerard is inmiddels al volop aan het werk in het ziekenhuis en heeft al heel wat avond- en nachtdiensten er op zitten. Ik ben nog steeds in afwachting van mijn employment permit. Deze kan binnen enkele weken afgegeven worden. Tot die tijd mag ik nog niet aan de slag, maar loop zo nu en dan wel mee in het ziekenhuis. Deze week gaat het verpleegkundig hoofd Sr. Clementine, een Zambiaanse non, proberen om een voorlopig employment permit voor me te krijgen, zodat ik alvast een beetje ingewerkt kan worden.
Zoals het er nu naar uitziet ga ik na een inwerkperiode van circa een jaar in de 'public health care' werken, met als taken coördinatie, ondersteuning en onderwijs en vooral observeren en signaleren van problemen. In de tussentijd zit ik natuurlijk niet stil en heb ik mooi de gelegenheid om wat meer van het Afrikaanse leven te zien. 
Regelmatig ga ik naar het marktje aan de overkant van de weg om groente en fruit te kopen. Als het er is. Zo'n markt moet je niet voorstellen als een Albert Cuyp met mooie kraampjes waar volop alles te krijgen is. Deze markt is een kleine overdekte betonnen vloer, waar zo'n 15 zakken op de grond kunnen liggen. Op die zakken liggen de waren te koop. Deze tijd van het jaar (regentijd) is een moeilijke tijd; er zijn dan weinig groenten. Op dit moment verkopen ze kolen, mango's, pompoenbladeren en de eerste bananen zijn van de boom gekomen. Ook worden hier kleine visjes (kapenta) verkocht. Ik heb ze nog niet gekocht, hoewel ze wel erg eiwitrijk zijn. Tijdens de kooklessen op de tropenkursus heb ik ze geproefd en om je de waarheid te zeggen: ik zou eerst een goed recept moeten hebben. De mensen hier roeren ze door de nshima, een dagelijks terugkerende maïspap, dat gegeten wordt met een soort groentesaus. Dit doet me weer denken aan de eerste avond in Lusaka. We bestelden toen ook nshima. "De Zambiaanse specialiteit", zei de ober nog. We kregen een bord vol met een dikke brei en een klein beetje groentesaus gemaakt van kool. Als goed opgevoede mensen aten we de nshima met mes en vork. Een Zambiaans meisje, die tegenover ons zat, moest erg lachen en kon het niet laten verschillende mensen in het restaurant te informeren over onze eetgewoonte. Zij had zelf ook nshima besteld. We zagen hoe ze behendig met een hand van de nshima een stevig balletje draaide, daar een kuiltje in maakte en dit vervolgens door de saus haalde. We begrepen haar lol, maar voelden nog niet de behoefte om dit zelf al te doen. Eerst nog maar eens oefenen.
Ik ben al ook al een paar keer naar Mpika geweest, dat ligt hier 30 km vandaan. In Chilonga wordt het een grote plaats genoemd, maar als je er met die verwachting heen gaat, valt het tegen. Het heeft meer weg van een wildwest-dorp. Een paar winkels, een bank, een postkantoor, een grotere markt, politie en een bar waar eens in de zoveel tijd bier is en men zich in twee dagen door de voorraad drinkt. De wegen in Mpika zijn allemaal 'dirt roads', dus zanderige weggetjes.
Op dit moment gaat het economisch slecht in Zambia. Dat is ook te merken aan de voorraden in de winkels. Heel veel schappen zijn leeg en er is een beperkte keuze in produkten. Mij werd aangeraden om iets wat je ziet en nodig hebt in grote hoeveelheden te kopen. Een volgende keer kan het op zijn en je weet niet wanneer het weer komt. Het kan wel maanden duren. In het begin ben je daar nog niet zo op ingesteld. Ik dacht "dat zal wel los lopen". Ik zag schappen vol waspoeder liggen en omdat onze bagage nog niet is aangekomen, waar 1 pak waspoeder in zit, was het wel zinvol om 1 pak mee te nemen. Ik had geen geld bij me, maar kon het wel van iemand lenen. Maar omdat ik twee dagen later weer naar Mpika zou gaan, dacht ik dan koop ik het dan wel. Na twee dagen kwam ik in die winkel en waren alle schappen leeg. Dus ik vroeg de verkoper waar de Coldpowder lag. Coldpowder is het merk waspoeder speciaal om te wassen met koud water. Hij was er helemaal doorheen, maar had nog 1 pakje voor zichzelf achtergehouden. Ik mocht die wel kopen. Ik geneerde me dood en protesteerde wel, maar hij wilde er niets van weten dat ik het niet nam. Achteraf was ik wel blij, want door de zware regens is het behoorlijk modderig, waardoor de kleren echt vies worden. Je ziet de huishoudelijke beslommeringen dringen ook door in deze brief.

Net een week in Chilonga, kreeg ik de gelegenheid om naar Lusaka om onze bagage in te klaren en voor het ziekenhuis 400 eendagskuikens op te halen. We vertrokken om 6 uur. Sr. Rosalie, Simon de chauffeur, 3 patiënten, 2 baby's en ik. Zes volwassenen en twee baby's in een Toyota pickup is wel even proppen. Even, is 630 km op redelijke wegen, maar harder dan 100  km/uur kun je niet rijden. Door de zware regens zijn de wegen behoorlijk verslechterd; hier en daar een stuk weg met flinke gaten, die je maar beter kunt omzeilen. Ook vrachtwagens en bussen doen dit, maar zijn niet voor dit soort slingerpraktijken gebouwd, met als gevolg dat je onderweg veel gekantelde vrachtwagens en bussen ziet. Ook de 'road blocks', militaire controleposten, kunnen het nodige oponthoud geven, maar een auto met 'Chilonga Mission Hospital' er op kan meestal doorrijden, na natuurlijk eerst te stoppen en vriendelijk te groeten.
Onderweg zie je ook veel van het leven: kinderen op weg naar school. Met de hak in de hand, want voor schooltijd moeten ze eerst op het land werken. Vrouwen met zware lasten op het hoofd. Ook apen in de berm die regelmatig overstaken. Ik had het gevoel echt in de tropen te zijn; zoiets zie je in Nederland niet.
Na 8 uur rijden in een warme auto kwamen we in Lusaka aan. We reden door de buitenwijken, met zogenaamde compounds, wijken met kleine lemen huisjes. Door de regen zijn velen dakloos geworden. Je kunt je voorstellen dat dat veel ziektes geeft. Ook in ons ziekenhuis liggen veel mensen met longontstekingen en malaria.
De patiënten werden bij het universiteitsziekenhuis afgezet om daar een meer specifieke behandeling te krijgen. Ingewikkelde gevallen worden doorgestuurd naar Lusaka. Als er geen ziekenhuisauto gaat moeten mensen met de bus. Die moet je circa twee weken van te voren bespreken. Je snapt dat verwijzen soms een probleem is. Toch wordt er vaak wat geregeld, zodat mensen mee kunnen liften.

's Avonds heb ik geslapen bij de "White Fathers". Deze plek is voor witte paters, maar ook voor mensen die in missieziekenhuizen werken kunnen tegen een geringe vergoeding, inklusief de maaltijden, hier terecht. Dit is wel erg plezierig, want het is moeilijk om in Lusaka betaalbare veilige overnachting te vinden. Een hotel kost zo'n fl. 150,= per nacht en is meer dan m'n maandsalaris. 's Avonds in de relaxruimte bij de paters werden de meest wilde verhalen verteld over criminelen, gevangenissen en doodstraffen. De een nog sterker dan de ander. De onveiligheid in Lusaka kwam ook ter sprake, ervaringen van messentrekkers, etc. Toen 's nachts het inbraakalarm afging en ik drie pistoolschoten hoorde, besefte ik dat die verhalen misschien wel niet zo overdreven waren als ik dacht. De volgende ochtend brak de discussie los over de schietpartij en het alarm. De een had wel vijf schoten gehoord, de ander nog meer, dus toch aandikkerij. Het hele voorval is met een sisser afgelopen. De inbrekers zijn door het alarm geschrokken. Een van de paters had voor de zekerheid met een alarmpistool in de lucht geschoten.
Ik heb m'n bagage ingeklaard, wat de hele ochtend in beslag nam. In de middag veel boodschappen gedaan om een voorraad in Chilonga aan te leggen. Verse groenten en limonadesiroop, want frisdrank is niet te krijgen. Lusaka zit al een week zonder brood. Ook suiker en melkpoeder is moeilijk te krijgen. Soms verlang ik naar een lekker glas melk. De volgende ochtend vertrokken we met z'n 404-en naar Chilonga. Sr. Rosalie, Sr. Kathleen, Simon, 400 eendagskuikens en ik. We zaten net zo krap als op de heenweg, omdat de kuikens ook op de achterbank moesten. De beestjes werden onderweg goed verzorgd en zijn alle 400 levend aangekomen. Ik had tot de volgende dag nog een blijvend getjilp in m'n oren.

Afgelopen weekend zijn we naar ons definitieve huis verhuisd. Het is hier gezellig en een luxe: grote woonkamer, open haard, 3 slaapkamers, badkamer met ligbad, warm-koud stromend water (van de waterval achter het ziekenhuis). Er is een bloementuin en een groentetuin, die ik vandaag voor een gedeelte heb omgespit en waar ik zaaibedden heb gemaakt. Waar zo'n tropenkursus al niet goed voor is! 
Deze week ben ik ook nog naar een meeting geweest voor health workers. Thema: verbeteren van de gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen. Hoe en op welke manier? Het was voor mij heel zinnig. Je krijgt een beetje zicht op de problematiek (speciaal in ons distrikt). Tevens zie je ook hoe gecompliceerd het allemaal is en dat er geen pasklare oplossing is. De meetings zullen regelmatig terugkeren.

Nou zoals je ziet heb :ik niet zoveel problemen met m’n tijdelijke werkloosheid. Alhoewel ik graag aan de slag wil. Verder kijken we natuurlijk elke dag uit naar de post. Tot nu toe hebben we 4 brieven uit Nederland gekregen, die we al 3 keer hebben doorgelezen. Via de Wereldomroep blijven we ook een beetje op de hoogte, dit is slechts 10 minuten per dag. We weten in ieder geval hoeveel graden het bij jullie is en dat het stormt en er natte sneeuw valt.

Zo. Jullie zijn weer op de hoogte en ik heb wat van me afgeschreven. Als je zo'n rondzendbrief schrijft heb je het gevoel toch weer even bij jullie te zijn.

zaterdag 28 januari 1989

1. Eerste kennismaking met 's lands autoriteiten

Chilonga, Mpika, Zambia. Beste jullie, 
Zoals je leest zijn we op de plaats van bestemming aangekomen. Zo'n eerste week gebeurt er ontzettend veel en doe je veel indrukken op. Daarom gelijk maar een brief rondzenden. Na weken afscheid nemen, was het op Schiphol dan definitief. In Lusaka beseften we pas, dat we hier de eerste 1½ jaar zullen blijven en onze vrienden en familie niet zullen zien. Op Schiphol was het ook het begin van iets waar we jaren naar toe gewerkt hebben. De laatste maanden waren heel intensief geweest. Ook wij vonden het moeilijk om afscheid te nemen. In het vliegtuig kwamen de tranen. Vooral toen we in onze bagage allerlei briefjes, snoep en gelukkig ook een paar zakdoekjes vonden.
"De vogel is gevlogen"
Het vliegen stelde niet zoveel voor. Het was donker en bewolkt boven Afrika. Om half zeven (een uur later dan in Nederland) meldde de cockpit dat we gingen landen. De temperatuur in Lusaka was inmiddels 23ºC. Twee mensen van de CMAZ (Churches Medical Association of Zambia) stonden ons op te wachten met een bord: DE VRAIS, VAN WIJNGARDEN. In een oude Renault 4-bestel werden we naar een hotel buiten Lusaka gebracht. Het gesprek van de dag was de voetbalwedstrijd Zambia-Zaïre, die 's middags gespeeld werd. Een voor-rondewedstrijd voor het WK 1990. Overal in het hotel stond de radio hard aan. We konden bij de manager tv kijken en 'we wonnen met 4-2'.

De dagen in Lusaka stonden in het teken van de bureaucratie. Mr. Kulukulu van de CMAZ moest ons langs verschillende instanties leiden. Later werd duidelijk dat we dit in verkeerde volgorde deden, met als gevolg dat we bijna overal 3 keer geweest zijn. Dinsdags werden we 'overgedragen' aan het Ministry of Health en vertelde men dat we een kontrakt hadden met de Zambiaanse overheid en dat zij ons dus konden plaatsen waar we nodig waren.... Bij een paar andere instanties ging dat ook zo. We waren dus blij toen Ietje de Vries, de arts uit Chilonga, ons op sleeptouw nam. Langs de Registratie, Personnel Division, Ministry of Health, Ministry of Finance, Immigration Office en de Nederlandse ambassade. Totaal meer dan 15 bezoekjes. Of dit in Nederland sneller was gegaan, betwijfel ik. Wel werd duidelijk dat de CMAZ weinig voor ons gedaan had. Het zal nu allemaal wel loslopen. De werkvergunning en de registratie moeten volgende week klaar zijn. We zullen wel zien.
Door al deze toestanden kwamen we er niet aan toe om onze onbegeleide bagage op te halen. Een ander deel van onze bagage zal binnenkort moeten komen. We missen een paar spullen toch wel (zoals een radio).

Lusaka is verder wel een aardige stad. Het centrum is maar heel klein en na twee dagen verdwaal je niet meer. Toch wonen er 1 miljoen mensen. Door al onze voorbereidingen voelden we ons helemaal niet vreemd. Krijgen we nog een uitgestelde kultuur-shock?
Een ritje met de taxi is een hele belevenis. Alles wat nog enigszins kan rijden, rijdt. Deuren gaan bijna niet open. Ramen die alleen nog met een tang open gaan. Ruitenwissers die eraf zijn. En dat alles soms met een snelheid van 80 km/uur, in de stromende regen over wegen met grote gaten erin. Een Nederlandse APK-keuring zou de stad autovrij maken! In Lusaka hebben we verder nog wat boodschappen gedaan, omdat er in Mpika bijna niks te krijgen is. Voorlopig zullen we niet verhongeren.

Donderdagmiddag begonnen we aan onze rit naar Chilonga over 650 km. Een lange rit door een eentonig savannegebied. Overal langs de kant van de weg lopen mensen. Soms probeert men wat te verkopen. Simon, de ziekenhuischauffeur, kocht nog een paar visjes aan een touwtje, en hing dit over de buitenspiegel, wat niet zo’n sukses was... De geasfalteerde weg was goed begaanbaar. Simon reed soms 130 km/uur. Na 7 uur rijden kwamen we in donker in Chilonga aan. Na een korte introduktie bij de nonnen in het Convent gingen we bij Yvonne (de arts die vertrekt) aan tafel (spaghetti!).
De eerste nacht in ons tijdelijk huis. We sliepen slecht. Zoveel indrukken. Eindelijk in Chilonga.



Gisteren leidde Frits ons rond in het ziekenhuis en stelde ons aan iedereen voor. De werkelijkheid klopte aardig met het beeld dat we vooraf hadden. Het ziekenhuis heeft acht afdelingen (2 interne, 2 chirurgische, 1 kinderafdeling, 1 verloskunde-gynaecologie, 1 isolatieafdeling (met o.a. vieze wonden) en een TB-afdeling).
Verder een laboratorium, apotheek, röntgen, mothers waiting hostel (voor ''hoogzwangeren") en de OPD (=poli). Verpleegkundigen dragen uniformen met verschillende banden en badges naar gelang de opleiding, en natuurlijk kapjes. Bij het ziekenhuis zijn twee scholen, 1 voor verpleegkundigen (ZEN) en 1 voor verloskundigen (ZEM). 's Middags bij het afscheid van Yvonne kwam Sr. Josephine, ''hoofd" van het ziekenhuis naar ons toe. Ze was heel blij dat we er waren, en dat Florence Public Health nurse is. Ze is al lange tijd op zoek naar iemand die het distriktswerk kan coördineren. Dinsdag gaat ze naar Lusaka en zal proberen de werkvergunning voor Florence te versnellen.
Onze verwachtingen zijn goed!

vrijdag 17 april 1981


Na veel moeite om m'n vliegticket te krijgen, dan eindelijk toch in de lucht. Toch bijna alles nog mislukt, omdat ik m'n ticket liet liggen. Vooraf was ik nog gewaarschuwd!
Hado, de koffierverkoper, in Kano tegenover het Central Hotel
Mijn eerste echte vlucht.
De gang van zaken. Door een doorgeefluik m'n koffer afgegeven. Ticket laten zien. Embarcation formulier invullen en tax 5 naira betalen. Dan naar de paspoortenkontrole. Al wel bekend. Een Nederlandse KLM-beambte vertelde me over de brief en bij de paspoortenkontrole had een man me woensdag op m’n fietsje ook gezien. Het verliep allemaal heel gemoedelijk. Ook deviezenkontrole zonder problemen en de koffer werd niet gecheckt. Er werd een kruis op de koffer gekrast. In de wachtzaal m'n naira's uitgegeven en met guldens Coca Cola's gehaald. Na de cokes, waar ik met een Nederlander van Road Nigeria Lmt. Sokote praatte, werd de handbagage gekontroleerd, iets nauwkeuriger. Rolfilmpjes uitgepakt en gefouilleerd. Daarna met de bus naar de DC10.
Vriendelijke stewardessen. Met een iets oudere stewardess over de woestijnervaring gepraat. Kwart voor 12. M'n horloge al vooruit gezet 12.45. Ik dacht dat ik het terug moest zetten. De Holland Herald werd uitgedeeld. Het vliegtuig ging eerst heel langzaam naar de startbaan, om daarna vrij snel te stijgen en Kano achter te laten. Goodbye Africa. De rode lichtjes op de vleugels branden. Tijdens het vliegen voel je wel een beetje de verschillende luchtlagen. Het is net een soort boot, maar dan veel beter en veel minder schommelen. Tax free shop voor sigaretten. Croissants, broodje kaas, ananas, koffie. Geweldig. Van mijn stewardess kreeg ik een koptelefoon en kon ik swingend op de muziek verder gaan. Een film van bijna 2 uur werd gedraaid met Jane Fonda en Dolly Parton. Wel een waardeloze film, maar na 5 maanden zonder, wel heel bijzonder. Met het koptelefoontje kon ik naar het Engels luisteren.
Dat is nu voorbij. Het is 4 uur 's nachts en ik ben niet van plan tijdens deze vliegreis te gaan slapen. Het is volle maan. Net kwamen we over een plaatsje in de Sahara. Een groot wolkendek beneden. De maan staat links en ook wat sterren. Het geronk gaat verder. Iedereen is in rust. De meesten slapen. Een paar passagiers lezen nog wat. Het is heel vreemd om nu onderweg naar Nederland te zijn en al zo snel op Schiphol aan te komen. Ik vind het vliegen fantastisch, maar toch hou ik meer van m'n tentje in de Sahara. Het zal wel heel vreemd worden in Nederland. Ik kan nog niet aan het idee wennen, iedereen over een paar uur terug te zien.
Een paar uur geleden ging ik nog met de taxi door Kano naar de Airport. Langs de kant van de weg de lantaarntjes en de sigarettenverkopers. Een laatste toertje over de zandpaadje en langs de vuilnis. Straks weer met de bus en trein. Van de ene wereld in de andere op dezelfde aarde.
Goh, wat heb ik de laatste dagen toch wel weer naar Nederland verlangd. Ik heb tijdens deze reis nooit heimwee gehad; alleen de laatste dagen wel weer heel sterk naar Nederland toegeleefd, met alle onzekerheden. Pas donderdag viel de eerste last van me af. Ik kon m'n ticket kopen, nadat ik gehoord had dat er voldoende plaats was. Inderdaad het vliegtuig is vrij leeg. Vanavond het tweede obstakel omzeild op het vliegveld om zonder problemen door de Customs te komen. Geen moeilijkheden met de deklaratie, geen moeilijkheden met het gewicht van de bagage. Alles verliep op rolletjes. Royal Dutch Airlines.
We vliegen boven een wolkendek. Het is net een ijsvlakte met hier en daar een wak. De ijsvlakte begint nu, kwart voor 5 te ontdooien. We zijn denk ik net over de Middellandse Zee.
De Alpen overgevlogen. Veel sneeuw. Rotsen. Met hier en daar op de helling of in de vallei verlichte plaatsjes. Daarna grote bossen. Een heel lijnenspel van groen-geel verlichte straten. Fascinerend.
De lichten worden aangedaan en de stewardessen komen met jus d'orange en handdoekjes. Warme handdoekjes. Wel heel verfrissend. Ik heb nu jazz opstaan. Heb ook dorst, maar vooral een lege maag. Met tangetjes halen ze de towels en lege bekertjes weer op. Nu nog wachten op het ontbijt.
Iedereen in Ermelo zal straks nog slapen. Hoe zullen de 5 voorbije maanden geweest zijn? Hoeveel ben ikzelf wel niet veranderd? Hoe zal de aanpassing verlopen?
In de grote vogel, zwevend door de lucht. De maanden die we erover gedaan hebben om op onze bestemming te komen, en nu vlieg ik in uren terug.
Het begin van de 1e of 2e wereld, vanuit de derde. De andere wereld is hier, of eigenlijk al eerder, maar nu echt begonnen: bediening, film, muziek, vliegen, goeie stoel. Een overdosis om daarna in het normale leven terug te keren?
Over een uurtje zijn we al op Schiphol. Ik zal wel doodmoe aankomen. Straks Volkskrant, VanNelle halfzwaar, bloemen kopen. Fulani, Touareg. Ben ik nog dezelfde Nederlander? Breakfast. roomboter, broodjes, omelet met champignons. Africa will you stay on my mind?

vrijdag 3 april 1981

Na Bamenda bezoek bij familie Scheer in Bafoussam. Dat leven trok me ook wel, hoewel ik het toch heel anders zou indelen. Ze waren nog idealistisch. Ik ook nog. Met Jan Scheer ging ik naar een funeral, een 'feest' een jaar nadat een notabele overleden was.







Jan bracht me naar Douala, waar we de puinhoop bij de Eglise Evangelique aanschouwden. De meesten waren naar Kribi geweest en hadden wel een leuke tijd gehad. Nu waren ze bijna allemaal weer terug in Douala. Jan en Herman bijna niet gesproken. Jan zei dat hij toch wel blij was me weer te zien. Hij heeft tijdens de reis een enorm verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkeld. Dat deed me goed. De auto was voor 6 miljoen CFA verkocht. Ze hadden er wel acht voor kunnen krijgen. De Nederlandse prijs lag daar nog ver onder 35.000 gulden.
Ze zijn er niet slechter van geworden, maar echt winstgevend was de reis ook niet. Met Karin en Hans kon ik een normaal gesprek voeren. Pieter was inmiddels getrouwd met Jeanet. Ik moest er voornamelijk om lachen. Jan Scheer vond het vooral onverantwoord en dat was het eigenlijk ook. Volop passiviteit bij Hamdou en Thea. Hamdou was opgepakt en had twee dagen in de bak gezeten. Ik was verbaasd zoveel terug te zien, maar zoals altijd bij het weerzien: teleurstellingen. Ik schaamde me wel een beetje tegenover Jan Scheer over deze toestanden. Altijd te lang in Douala. Nu dus weer een nacht te lang. Bij het ‘nieuwe echtpaar’ op bezoek geweest en 's ochtends vroeg vertrokken.
De rit naar Yaoundé in het busje was "too mad". Het gesprek of meer de monoloog draaide zo'n beetje over blank/zwart. Hebben we blanken wel of niet nodig? In het begin voelde ik me niet zo happy. Iemand zei dat ik een gast was in dit land en dat men beleefd moest zijn tegenover een vreemdeling. Ze voerden waarschijnlijk heel interessante diskussies, maar ik kon het allemaal vrij moeilijk volgen. De redevoerder was waarschijnlijk tegen de blanken. "We hebben lucifers, 33 export en petrol. Waarvoor hebben we de blanke nodig?". “Un coup de sauce, chauffeur"! De hele rit was één om niet snel te vergeten, maar dat geld voor de hele reis.
In Yaoundé kwam ik Karin M weer tegen. Gelukkig geen teleurstelling. Alleen Adolphe viel wat tegen. Karin vertelde waarom. Adolphe was verliefd op Karin geworden en ik denk dat ik te veel was. Karin en ik hadden een goeie tijd samen. Daarna nog naar Libarnba en terug naar Douala. 
In Libamba bezocht ik de school waar de MAVO uit Ermelo een "Poen voor Kameroen'-actie voor had georganiseerd
Weer een nacht teveel. Nu vanwege het visurn voor Nigeria. De laatste avond een tijd met Arne gepraat.
Slaapplaats Arne bij de Missie
On the road. Tiko, Kumba, Mamfe. Leuke ritten. Altijd het gevoel op het eind dat je afscheid neemt van vrienden, ook al heb je niet eens met hen gepraat. Met Peter, een Engelse jongen, 20 jaar, de laatste tijd opgetrokken naar Kano. Hij was door Egypte, Soedan en Centraal-Afrika gereisd. Had erge malaria gehad. Het gaf me een gerust gevoel om niet alleen verder te gaan. Ik wil wel altijd alleen verder, maar het is goed om met iemand verder te trekken.