maandag 4 mei 1998

13. Brendah Mubanga



’s Middags ging ik op de fiets naar Kaombe om Brendah op te zoeken. Ze werkt niet meer voor de dokters in Chilonga. Ik had met Joseph Mwila afgesproken. We gingen eerst bij zijn neef op bezoek. Deze was ziek uit Luanshya gekomen met aids. In het huis zaten 5 oude vrouwen aan zijn bed, waaronder de moeder van deze man. De moeder was de zus van Joseph, zo’n 60 jaar oud. De man zelf 42 jaar. Hij was niet meer bij kennis en lag te rochelen. Ik denk niet dat hij de avond nog gehaald heeft. We konden redelijk open over aids praten en volgens Joseph is dat nu niet meer zo’n taboe dan 6 jaar geleden.
met Brendah
Brendah met haar zelfgemaakte wijn
Bij Brendah heb ik een uurtje in huis gezeten. Ze was al op de hoogte dat ik zou komen. Zo’n bericht gaat als een lopend vuurtje. Het was erg leuk om haar weer te zien. We hebben over haar kinderen en over Florence, Douwe en Koen gepraat. Zij heeft zelf ook twee kinderen Julian en Peter. Julian zit nog op school, in de hoogste klas van Chinsali Girls School. Peter was van school gegaan omdat ze de schoolbijdragen niet meer kon betalen. We zullen proberen om hem weer op school te krijgen. Ik had gehoord dat Brendah nog wel eens ziek was, maar het viel me gelukkig niet tegen hoe ze eruit zag. Ze probeert nu een beetje rond te komen van wat kleine handel in sigaretten en wijn. De wijn maakt ze van gist en suiker. Ik heb ook een glaasje geproefd: niet onaardig, maar ook niet bijzonder.
De zonsondergang, tijdens het terugfietsen naar Chilonga
Zondag kwam Tuesday Chandwe me ophalen met een busje. Ook hij was magerder geworden, maar dat kwam volgens hem omdat hij heel hard werkt. Hij heeft samen met een businessman een privékliniekje opgezet en voor zo’n 15.000 gulden geïnvesteerd. Het was een aardig kliniekje en zo naar zijn boeken kijkend, doet hij het goed. Er zit een laboratorium bij. Hij heeft zuurstof, etc. Patiënten betalen gemiddeld zo’n 10 gulden en hij ziet er 10 per dag.
Ook in Mpika bezocht ik nog verschillende mensen. In Mpika ziekenhuis kwam ik Prisca Bwalya tegen, een verpleegkundige uit Chilonga. Haar moeder, Hildah, bezocht ik later in Tazara. Ze was verbaasd en herkende me eerst niet. Ze zaten op de bank naar voetbal te kijken. Het Zambiaanse voetbalteam speelde tegen Angola in Luando. Eigenlijk hadden ze de dag ervoor moeten spelen, maar het Aero Zambia vliegtuig kon niet vertrekken, omdat - zo stond in de krant - "the battery was flat". Naast Hildah, zat haar zoon Eddie, die mentaal niet helemaal goed was. Hij zat een beetje voor zich uit te staren. Het zoontje van Prisca was ook in huis, en was erg ondervoed. Hij hoestte al een tijd en had diarree. Duidelijk een kindje met aids. Hildah was erg oud geworden, en bezorgd natuurlijk. Een zieke zoon, een ziek kleinkind. Haar haren waren grijs.
Verder ging ik nog naar het huis van de Chandwe's, naar Mr. Daka, een leraar uit Tazara die vroeger met het aids-programma hielp en een businessman, Mr. Mwape, die Chandwe's kliniek financiert. Via hem kon ik gemakkelijk aan een eerste klas ticket komen, en hoorde dat de trein later zou arriveren. Ik kon dus gewoon tv blijven kijken en hoefde niet uren op het station te wachten. De reden van de vertraging was volgens mijn medepassagier dat in Kasama de politie die achter een dief aan zat en had geschoten op twee mensen die onder de trein kropen. Dit waren echter electriciens die de trein inspecteerden! Ze zijn naar het ziekenhuis afgevoerd.
In Kapiri Mposhi kwam ik Theresa Chama tegen. Ik had haar in Chilonga ziekenhuis al gezien en zij was in Chilonga Railway Station ingestapt. Theresa was een student nurse in de tijd dat wij in Chilonga werkten en is later met een Oegandees getrouwd. Een paar jaar geleden vertrokken ze naar de VS, en daar heeft ze haar verpleegkundige diploma gehaald. Het was erg leuk om met haar te praten, vooral omdat ze nu ook een paar jaar in een ander land woonde en met andere ogen naar Zambia keek. Met haar dollars bouwt ze nu een huis in Malama voor haar familie. Ze miste de Zambiaanse gezelligheid vreselijk en was blij weer eens nshima te eten. Voor mij was het bezoek aan Chilonga ook een soort thuiskomst. Ook al realiseer je dat je op een heel bijzondere plek bent, is het toch niet vreemd. Zo vertrouwd. Een beetje heimwee heb ik wel gekregen.


12. Terug naar Chilonga

Met een van de Chilonga-dokters, Jannemiek, had ik afgesproken om op 1 mei met haar mee te rijden naar Chilonga. Een nieuwe ziekenhuisauto die al in Lusaka was, bleek echter niet door Interpol vrijgegeven, dus we zaten zonder vervoer. Met Piet Reijer, ook ex-Chilonga-dokter, konden we meerijden tot aan Kapiri Mposhi. drie generaties Chilonga in de auto (‘80-’82; ‘89-’92 en ‘96-nu).

Tazara railways, trein van Kapiri naar Mpika
In Kapiri bleek de eerste en tweede klas tickets al verkocht te zijn, dus waren we genoodzaakt om derde klas te reizen. De trein vertrok exact om 14.27! Het was de sneltrein, de TAZARA-express naar Dar es Salaam, en stopte alleen in Mkushi en Serenje, voordat we Mpika aandeden. De trein was niet al te vol, alhoewel de portieken wel een beetje ‘packed’ waren. We konden gelukkig zitplaatsen veroveren in de derde klas. Eigenlijk doet deze trein niet onder voor een Europese trein. Alleen de snelheid is echt Afrikaans, met een gangetje van zo’n 70 km per uur. Ook de restauratiewagen was aangenaam, waar we kip met patat aten en een Tanzaniaans biertje dronken. Na 8 uur treinen, waren we in Tazara en stond de ziekenhuisauto ons op te wachten om ons naar Chilonga te brengen. 
Kopa, mijn gids van de dag
’s Ochtends liep ik met Jannemiek naar het ziekenhuis en werd al snel door allerlei mensen begroet. Ik geloof dat Anna Mulaita de eerste was. Binnen een minuut kwamen Josephine en anderen van de OPD gerend en zo ging het eigenlijk de hele dag door. ‘Ba Geradi, bashimubanga’. ‘How is Florence?’ ‘How is Mubanga?’ ‘How is Koen?’. Het duurde bijna een uur voordat ik langs de portier het ziekenhuis in ging. Op de MCH kwam ik Kopa tegen, de dochter van een chief, die destijds student nurse was. Nu is ze student midwife. Zij vertelde me een beetje hoe het de afgelopen jaren gegaan was. De verhalen van de crisistijden, gossips, etc. Met haar streepte ik ook af wie er niet meer waren: Martha Mutale, Victoria, Shilunguta, Annie Lambwe, Stella Musonda. Alle andere staf was overgeplaatst naar andere ziekenhuizen na de grote conflicten binnen Chilonga. De minister heeft daar zelf een paar jaar geleden voor gezorgd.

Ward 5, de vrouwenafdeling
Sterilisatiepannen
Het ziekenhuis was leeg. De afdelingen 1 en 4 waren gesloten vanwege tekort aan personeel, zodat 2 en 5 gemengde interne en chirurgische afdelingen waren, maar zelfs dan nog maar half bezet. Op de kinderafdeling lagen zo’n 15 kinderen. De nieuwe maternity ward zag er prachtig uit, maar ook hier weinig vrouwen. De oude ward 6 was veranderd in een ‘Annex’; zwangeren met hoog risico wachten hier tot ze gaan bevallen. De oude verloskamer is de ingang van de Annex geworden. Dit was de plek waar Florence bevallen en Douwe geboren is. Er was tevens een klein kamertje voor echografie gebouwd. De nursery, een kamertje waar vroeger 3 incubators en 5 bedjes stonden voor te vroeg geboren kinderen, was nu een kamertje met een bed, waar staf opgenomen werd.
Sr. Kathleen's kaartjes
Trolley met patient files op kraamafdeling
Opvallend is dat er toch niet zo veel veranderd is. Zelfs Sr. Kathleen’s kaartjes waren nog overal aanwezig. Het ziekenhuis zat nog goed in de verf en zag er als vanouds uit. Toch is het ook een beetje teleurstellend dat er weinig veranderd is. Op de TB afdeling kwam ik dezelfde scheuren in de muur tegen. Men moet volgens mij een paar rigoreuze veranderingen doorvoeren, want andere dingen zijn wel veranderd. Zo heeft Mpika ziekenhuis een nieuwe uitbouw gekregen, met een operatiekamer. Als dit open is zal dit zeker effekt hebben op Chilonga. Mpika heeft nu ook 3 artsen, 2 Cubanen en een Zairees! Ik denk dat het ziekenhuis zich heel snel moet gaan specialiseren en verkleinen om nog een bestaansrecht te hebben. Transport is tegenwoordig zo duur, dat de bedden bijna niet bezet kunnen worden.
Joseph Mwila
Ook viel het me op, dat er zo weinig aids-patienten in het ziekenhuis lagen. Het beeld wat ik op mijn netvlies had, toen we weggingen uit Chilonga, was afdelingen vol met hoestende, magere patiënten met diarree. De home based care vangt wel een deel van deze patiënten op en je kan in het ziekenhuis maar beperkte dingen doen, maar toch. Joseph Mwila is met twee andere werkers verantwoordelijk voor het anti-aids programma. Op de muur van zijn kantoortje kwam ik dezelfde foto’s tegen, die we 6 jaar geleden achtergelaten hadden.

Wat is er verder nog veranderd? Niet veel denk ik. De twee scholen voor verpleegkundigen en verloskundigen zijn beide nog in bedrijf. Het klaslokaal wat we toen gepland hadden was gebouwd. Men was met de fundering bezig voor 6 nieuwe stafhuizen. Het oude kerkje was met de grond gelijk gemaakt. De visvijvers waren een mislukking, en nu echt bushy terrein geworden. Ook de kippenhokken stonden leeg. Vorig jaar was het niet meer rendabel geweest, na grote sterfte onder de kippen. Van het zwembad was alleen nog een groot betonnen gat over, met veel scheuren erin. Een klein beetje verval, wat zeker te verwachten was na het vertrek van de Ierse nonnen (Sr. Josephine), maar over het algemeen was het allemaal nog in goede staat.
De tuberculoseafdeling (ward 8)
Een arts op de Koninginnedag-vergadering waarschuwde al, dat zo’n bezoekje goed is voor je ego. Ik moet toegeven dat het goed deed om de mensen terug te zien, de verhalen te horen van de goede indruk die we achtergelaten hadden. Ook veel patiënten kenden me nog. Een moeder op de kinderafdeling vertelde dat haar dochtertje met een fractuur op ward 5 lag. Een patient met TB en aids op ward 8, wist mijn naam nog uit te spreken. Soms fluisterde iemand achter me ‘bashimubanga’. Het deed me inderdaad goed. 
Een bekende patiënt op de tuberculoseafdeling

vrijdag 1 mei 1998

11. Oranjebitter en haring op Koninginnedag in Afrika

Koninginnedag in Afrika is altijd speciaal. Een arts, Wilbert, die vroeger in Luwingu werkte, had zelfs een weekje vrij in Nederland genomen om dit alles in Lusaka mee te maken. Deze keer was de receptie ’s avonds bij de ambassadeur: een grote massa mensen in zijn tuin, zo’n paar honderd. Je botst voortdurend tegen een bekende aan en kletst de tijd zo vol. Zoals met Grainne, een medische student uit de Chilonga tijd, die nu als arts in Senanga werkt. Of met Piet Reijer die na 20 jaar nog steeds in Zambia zit. Het vertrouwde toosten ‘to the president of the Republic of Zambia’ en ‘to her majesty the Queen of the Netherlands’ en natuurlijk de volksliederen. Dit keer heb ik ze beide meegezongen en bleek ik vooral te struikelen over de oud-Nederlandse woorden van het Wilhelmus. Ik las trouwens deze week dat het Wilhelmus het oudste Europese volkslied is, uit 1573, dus misschien is dat de reden. Het welkomsdrankje was oranjebitter. Verder was er ook volop haring, paling, kaas en Heineken. De ambassadeur had lovende woorden over deze biergigant. De Nederlandse vlag was net niet vervangen door de Heineken, hoewel die wel volop in de tuin aanwezig was.

Zo rond een uur of 10 verschoof de party zich naar het huis van Rik, de sector specialist gezondheidszorg. Tot diep in de nacht geswingd op de disco muziek. Mijn gewoonte om als laatste de tent te verlaten, kwam weer even boven. Zo rond 3 uur bracht Ini ons naar Corina’s huis, waar Wilbert ook logeerde, en ik de sleutel van had. Corina was al eerder vertrokken.

De Dutch doctors meeting vond traditineel plaats op 29 april. De naam is veranderd in Dutch health workers and their counterparts meeting. Het stond vooral in het teken van de ‘health reforms’, de hervormingen in de gezondheidszorg die nu in volle gang zijn. Ik heb maar een klein gedeelte meegemaakt, omdat ik andere bezigheden had, maar hield nog wel een praatje over het polioprogramma.

Verder hebben we op 30 april een marathonzitting gehouden om kandidaten voor de nationale en regionale surveillance officers te interviewen. Een totaal van 15 kandidaten verscheen voor het panel van vier. Van 9 tot 6 uur zijn we bijna non-stop bezig geweest. Gelukkig zaten er goede kandidaten tussen en hebben we nu vijf voorgedragen (met een paar als reserve) aan het WHO-AFRO kantoor  in Harare voor goedkeuring. Er zit dus schot in het programma. Eindelijk.

woensdag 22 april 1998

10. Your problems are better than ours

De belangrijkste reden om eens in Mwinilunga te gaan kijken was vanwege het feit dat hier 3 jaar geleden nog polio vastgesteld is. Dit was in het noorden van het district. Na overleg met het District Health Office kon ik een auto meekrijgen naar Kalene Hill Hospital, zo'n 100 km van de boma. Deze naam wordt nog steeds gebruikt voor de districtshoofdstad en betekent British Overseas Miliary Administration! Tot enkele weken geleden had het hier nog hard geregend, maar nu warn een aantal wegen weer begaanbaar. Er waren wel een aantal bruggen weggespoeld en nieuwe wegen ontstaan, doordat oude soms totaal weggespoeld waren en diepe geulen achter hadden gelaten van zo'n 30-50 cm diep. 

Tolboom
Bij één zo’n plek stonden 3 jongens die er een tolweg van gemaakt hadden. Ze hadden zelf een nieuwe weg gekapt en een slagboom gemaakt. Het kostte wat overleg maar we konden toch gewoon door, steeds dieper de bush in. Bij één zo’n zijpad kwamen we dan toch vast te zitten. Men had daar duidelijk veel ervaring mee. Iemand werd weggestuurd voor hulp die even later terugkwam met een paar mensen en een schop. De wielen werden uitgegraven, de auto opgekrikt en boompjes omgekapt om een aantal balkjes onder de wielen te leggen. Daarna was de auto zo los. 
Rond half 4 waren we in het missieziekenhuis, een 200-bed ziekenhuis in de middle of nowhere. De Canadese administrateur die hoorde dat we van het CBoH waren begon gelijk een klaagzang over het niet betalen van staf. Toen we zeiden dat we in het kader van het polioeradicatieprogramma kwamen, begon hij zich te verdedigen en vertelde dat ze alle kinderen vaccineerden, zo goed werk deden om oude polio gevallen weer op de been te brengen, etc. Het was een slechte ontvangst. Gelukkig waren andere mensen meer behulpzaam. Van de government officials hoorde ik later ook dat samenwerking met hen erg moeilijk is. Waarschijnlijk hebben deze mensen juist zo’n afgelaten plek opgezocht om hun eigen agenda en ideeën te volgen. Het ziekenhuis heeft veel toeloop uit Angola en Congo, wat op enkele kms afstand ligt: een soort drielandenpunt dus. Men had zelfs een eigen airstrip aangelegd en een eigen vliegtuigje + piloot. De helft van het jaar is het overland niet bereikbaar vanwege de regens!
Bijzondere bagagedrager
De terugweg ging moeiteloos. Wel weer een bijzondere ervaring, om zo tegen zonsondergang langs alle dorpjes te rijden: de schreeuwende kinderen. Wat later toen het al donker was de lichten van de vuurtjes voor de hutten, de geuren van houtskool, en de prachtige sterrenhemel. Het was een mooie tocht. Rond 9 uur waren we terug. Voor mij ook een geslaagde missie want het liet me zien dat er nogal wat cross-border activiteiten zijn. Men had eind vorig jaar nog 5 kinderen gezien met post-polio; verlammingen die zo’n 6-12 maanden oud waren. Polio bestaat dus nog in deze hoek. Ook discussie met Belgische artsen in het districtsziekenhuis liet zien dat er toch nog wel eens verdacht polio binnenkomt. Ze waren niet zo op de hoogte hoe dit te rapporteren en te onderzoeken en ik heb dit kunnen uitleggen. Ben dus benieuws wat dit gaat opleveren in het laboratorium.
De overnachtingen bracht ik door in Lunga Bridge Guesthouse, idyllisch gelegen aan de Lunga rivier. Twee landbouw officers, die daar zaten te drinken, bleken een tijdje in Wageningen een cursus gevolgd te hebben. De understatement die één van hen uit Nederland had meegenomen, kan ik je niet onthouden, namelijk: “Your problems are better than ours”…

maandag 20 april 1998

9. In de bus naar Kitwe met video "Speed" met Dennis Hopper op

Deze week heb ik gepland om twee distrikten in de noord-west hoek van Zambia te bezoeken. Ik had gedacht om het in een paar dagen te doen, maar het transport valt een beetje tegen. Van het ministerie kon ik op zo'n korte termijn geen vervoer krijgen en bovendien leek het me ook wel wat om met het openbaar vervoer te gaan.
Het duurt even voordat deze bus vol is.
Zondag, gisteren, begon ik m'n reis. Om half 8 was ik op het grote busstation in Lusaka en werd ik al voor het station opgewacht door 'call boys', die je in een van de vele bussen moeten loodsen. De ‘coach met video’ sprak me wel aan. Het was inderdaad een prachtige bus met video. Twee speelfilms werden tijdens de reis naar Kitwe gedraaid. De tweede film was "Speed" met Dennis Hopper, waar een maniak een bom in een bus plaatst en de bus met hoge snelheid allerlei gevaarlijke capriolen doorstaat. Als je even vanuit de bus naar beneden keek, kon je kijken wat er in werkelijkheid gebeurde. Het was een tamelijk veilige en vooral aangename rit. Rond het middaguur waren we in Kitwe en een uur later ging een minibusje naar Solwezi. Even stond ik op het punt van bus te verwisselen, omdat naast het minibusje nog een grotere bus stond, die naar Mwinilunga ging, mijn eindbestemming. Men hield me er gelukkig vanaf. De bus bleek al twee dagen aan het "laden" en was nog wel één of twee dagen bezig voordat de bus vol zou zijn. De achterbank van het minibusje was bezet met een fanatieke jeugdclub, die religieuze songs zongen. De reis verliep voorspoedig. Onderweg werd nog een keertje een tros bananen ingeslagen en voor K100 per vier doorverkocht in de bus. De 'underfives' kregen allemaal een banaantje toegestopt.

In Solwezi was geen transport. Ik kon in het missie guesthouse overnachten. De volgende ochtend ging ik al om half 7 naar het busstation. Men had me verteld dat dat de beste tijd was om 's maandags vervoer naar Mwinilunga te krijgen. Het busje had nog maar een paar mensen. Om 8 uur zat er nog geen schot in en ben ik een paar uurtjes naar het District Health Office gegaan. Het is inmiddels 11 uur en we wachten nog steeds op een ‘paar’ meer mensen. Het busje moet echt stampvol zijn, anders is het blijkbaar niet rendabel. Dat wordt avond voordat we in Mwinilunga zijn. Ik praatte net een tijdje met een teacher uit Chama district (ligt tegen Malawi-grens). Haar man is overgeplaatst naar Mwinilunga en het kost haar bijna een week reizen om hem op te zoeken! Ik maak me ook maar niet al te druk. Het is wel eens goed om dit allemaal te ervaren.
panne
Half twaalf was de auto 'packed' en vertrokken we. Tenminste als er benzine in de tank had gezeten. Geen druppel dus! Geen ramp, met een paar jerrycannetjes naar de pomp en de auto startte nu wel. Bij de BP nog even de tank echt volgegooid, de banden opgepompt en om 12 uur waren we onderweg. Echter niet voor lang, want vijf minuten later stonden we stil. De aandrijfas (shaft?) was afgebroken. Waarschijnlijk toch een beetje overbeladen. Het defekte stuk werd losgeschroefd, iemand naar town gestuurd, die even later met een taxi terugkwam en weer vertrok om het afgebroken stuk te lassen. Het oponthoud viel uiteindelijk erg mee, want na een uurtje kwam een auto terug om het gerepareerde onderdeel af te leveren, en rond tweeën reden we weer. ..Met een extra passagier aan boord, bleek al snel. Hoe en waar ze in de auto was gekomen was niet helemaal duidelijk, maar het verhaal was dat haar man een paar maanden geleden naar Mwinilunga was verdwenen. Nu had deze man zijn broer gestuurd om zijn kind van een jaar of 5 op te halen. Zijn vrouw wilde in ieder geval zien waar haar kind naar toe ging en misschien ook met wie haar man nu was. Waarschijnlijk was er nog wel een en ander uit te leggen. De broer had echter geen reisgeld voor de vrouw en de buschauffeur wilde haar niet zo maar meenemen. Bij de eerste politiepost moest de politie uiteindelijk interveniëren en kon de vrouw toch mee. Verder geen bijzonderheden te melden van deze reis en we arriveerden nog net voor donker in Mwinilunga.
Een verstekeling aan boord





vrijdag 17 april 1998

8. Tito Road en Saddam Hussein Boulevard

Mijn tijd in Zambia begint er al bijna op te zitten. Nog ruim drie weken en ik moet het hier afsluiten. Of mijn missie succesvol geweest is, weet ik niet. Het is in ieder geval niet gemakkelijk geweest. Vooral het gebrek aan een counterpart, maakt het lastig om dingen te bespreken, samen te doen. Via de WHO is nu geadverteerd voor een nationale surveillance officer, maar het is nog de vraag of die voor het eind van mijn contract kan beginnen. Ook de personen die al geselecteerd waren om met mij te werken, konden niet beginnen. Het Central Board of Health wacht nog steeds op een nieuwe directeur-generaal (ook al geselecteerd) die de nieuwe posities moet bekrachtigen. Daarnaast zijn er ook financiële problemen, die het onwaarschijnlijk maken dat deze mensen komen. De nieuwe minister heeft vorige maand bovendien een ban op nieuwe posities gelegd en heeft de benoeming van de nieuwe DG vooralsnog tegengehouden. Je ziet een heel wirwar, waar je niet snel wijs uit wordt.
Ik probeer mijn verblijf zo aangenaam mogelijk te maken en vertrek zondag naar het noordwesten van Zambia, naar de Angola-Congo hoek. In 1995 heeft men hier polio vast kunnen stellen bij een aantal patiënten die uit Zaïre/Congo kwamen. Beide landen hebben nog steeds 'wild polio', dus als polio opnieuw in Zambia wordt geïntroduceerd dan komt het waarschijnlijk uit deze hoek. Het is een regio die ik nog nooit heb bezocht, dus een andere goede reden om daar naartoe te gaan. Daarnaast probeer ik na de koninginnedag, en de jaarlijkse artsenvergadering, naar het noorden te gaan en een weekend in Chilonga te zijn.
Veranderingen in Zambia zijn moeilijk te beschrijven. Wel is er duidelijk een vrijemarkteconomie en kun je niks meer gratis of gesubsidieerd krijgen. Millie meal, transport, gezondheidszorg is allemaal duur geworden. Of het betaalbaar is voor grote groepen van de bevolking is nog maar de vraag. Wat niet veranderd is, zijn de bijzondere straatnamen die nog herinneren aan de vrienden van Kaunda en Zambia. In Kitwe stond het hotel aan de Obote Street, een vroegere president van Uganda. Ons kantoor is aan de Haile Selassie Avenue, dicht bij de Addis Ababa Drive. Deze laatste keizer van Ethiopië was volgens mij ook niet zo fris. Verder is Tito vereeuwigd in de Tito Road. En wat dacht je van de Saddam Hussein Boulevard. Ik kan me niet voorstellen dat in Europa nog een straat of steegje naar deze man vernoemd is. De banden met Saddam Hussein moeten wel heel sterk geweest zijn om al zo vroeg een straat naar hem te noemen (was ook al zo in 1989). Waarschijnlijk heeft hij wel wat oliegeld het land gestuurd. Er gaan trouwens nog steeds geruchten over de banden tussen Kaunda en Saddam Hussein. Een onwettige zoon van Kaunda, zit in Isoka in de gevangenis, omdat hij illegaal het land was binnengekomen vanuit Malawi. Het verhaal gaat dat hij op bezoek wilde bij zijn 'vader' om een brief en handtekening te halen, met een verklaring dat zijn aanzienlijke Malawiaanse bankrekening ten gevolge van een donatie van Saddam Hussein aan KK was. De krant twijfelde zelf ook aan het verhaal. De man zou KK nog nooit gezien hebben. Een mooi verhaal in ieder geval. 
Kaunda is trouwens nog steeds onder huisarrest vanwege een vermeende betrokkenheid bij een coup-poging vorig jaar. Aanvankelijk zat hij een tijdje in de gevangenis, maar onder politieke druk heeft men hem daar uitgehaald en onder huisarrest gezet. Zijn huis is tot 'prison' verklaard en nu heeft de eigenaar van het huis daartegen bezwaar gemaakt. Deze landlord is samen met zijn advocaten een rechtszaak begonnen tegen het feit dat zijn huis plotseling tot staatsgevangenis is verklaard. Mocht hij gelijk krijgen dan moet Kaunda terug naar het gevang. Je ziet hoe het politieke getouwtrek zich hier voortzet, vooral in de media.
Geen éénpartijbier meer in Zambia

vrijdag 10 april 1998

7. Fataal bezoek aan het health centre!

De afgelopen dagen heb ik in de Copperbelt doorgebracht. Een fascinerende naam, te vertalen met de Kopergordel. Kitwe, Luanshya, Ndola, Chingola zijn allemaal steden die in de jaren zestig en zeventig belangrijke mijnsteden waren. De mijnen zijn ook hier aan hun eind. Deze week is men bezig geweest om de grootste (ZCCM) te verkopen aan een consortium, wat uiteindelijk niet is doorgegaan. Wel een beetje vergelijkbaar met Fokker. De mijnen zijn niet rendabel, koper doet het niet meer op de wereldmarkt en degene die dit koopt kan misschien over een paar jaar de boel dicht gooien. Geen leuk vooruitzicht. Daar staat tegenover dat het een van de belangrijkste nationale bedrijven is en je het ook weer niet zo maar van de hand wil doen (nationale trots).

Mijn missie naar de Copperbelt was een andere. In deze streek heeft men weinig gevallen van kinderverlamming gerapporteerd, en ook al zou er geen polio meer zijn, dan zou men toch een aantal gevallen van kinderverlamming moeten zien. Zondag zat ik in het vliegtuig naar Ndola. Ik had de WHO gevraagd om een auto, maar dat lukte niet. Mijn baas suggereerde om maar te vliegen. Een vluchtje van slechts 35 minuten en je bent een paar honderd kilometer verder. Ik had met Karin en René, die ik nog uit Nederland kende, afgesproken, en zij stonden met hun twee kinderen me op te wachten op het vliegveld. Een grappig klein vliegveldje. Na het uitstappen, loop je nog een klein stukje naar een hangar, pakt je tas van een wagentje en loopt langs een balie. Het huisje had nog het meeste weg van een schuurtje en was niet groter dan de helft van onze woonkamer. Geen gedoe met douane, en zo op zo’n binnenlandse vlucht. Vanuit Ndola gingen we naar Ibenga waar Karin en René nu al vijf jaar wonen en werken. Ooit hebben Florence en ik in hetzelfde huis overnacht, zo’n 8 jaar geleden, toen daar twee SNV-ers woonden. Het was wel een leuk weerzien. Ibenga heeft ook van alles: paters, nonnen, een missie meisjesschool en het missieziekenhuis. Ik ben er twee nachten geweest en heb hier en daar wat kunnen praten over mijn missie.
Community Based Rehabilitation project van Karin (fysiotherapeut in Ibenga)
Dinsdag en woensdag bezocht ik de twee grote ziekenhuizen in Ndola en Kitwe. Allebei met zo’n 600 bedden. In Ndola is een speciaal kinderziekenhuis. Bedoeling van mijn missie was vooral om de kinderartsen te bewegen (hier heet dat 'sensitiseren') om verdachte gevallen van kinderverlamming te rapporteren ook al weten ze dat het niet ten gevolge van polio is. Als we deze zien en onderzoeken, is de kans klein dat, mocht er zich polio voordoen, dat polio gemist wordt. Een aardig voorbeeld gaf een fysiotherapeut in Kitwe. Drie jaar geleden waren er 6 gevallen van polio in Kitwe, ’a pure picture’ volgens haar, maar omdat de kinderartsen niet zeker waren, is het gerapporteerd als ’neuropathy’. Het systeem is nu gemakkelijker om verdachte polio gevallen te rapporteren. Drie jaar geleden waren de laatste 7 bewezen polio gevallen, vooral in Lusaka. Met deze 6 gevallen, plus nog één die ik in Livingstone in de boeken tegen kwam, komen we al op 14 polio gevallen, wat duidelijk laat zien dat er onderrapportage is, als polio zich voordoet.

In de ziekenhuizen werd ik overal erg hartelijk ontvangen. Het feit dat je via de WHO en Central Board of Health, Lusaka komt, opent vele deuren. De matrons, ziekenhuisdirecteuren en districtsartsen maken gelijk tijd voor je, geven je de gelegenheid om overal rond te kijken en met iedereen te praten met wie je maar wilt. Soms komt het zelfs een beetje intimiderend over als je vertelt dat je via WHO-CBoH bent. In Ibenga sprak ik al een tijdje met een verpleegkundige. Toen hij hoorde dat ik van de WHO was, sprong hij gelijk van zijn stoel en verontschuldigde zich. Ik ben maar blijven staan. In een paar districten werd gelijk het districtsteam bij elkaar of zelfs teruggeroepen om me te woord te staan.
In Kitwe heb ik met een kinderarts geregeld dat begin mei er een bijeenkomst in de Copperbelt wordt gehouden van de kinderartsen-vereniging gehouden en we over polio praten. Ik moet de WHO nog bereid zien te vinden om een paar dingen te financieren. Begin mei ga ik dan voor een paar dagen terug naar Kitwe.
Workshop in mei 1998


Op de terugweg deed ik Kapiri Mposhi aan. Ik ging ’s ochtends al vroeg met een minibusje uit Kitwe en was om 9 uur in K/Mposhi. De reden om hier te stoppen was dat men twee gevallen van AFP (verdachte polio) in 1997 rapporteerde. Niemand had daar enige aktie op ondernomen. In het ziekenhuisje kon men zich het kind nog goed herinneren. Het andere kind was in een kliniekje gezien. Men zou de follow-up doen. Het districtsteam stond net op het punt om naar een dorpje en een kliniek te gaan waar een mazelenepidemie heerste. Elke week zag de kliniek ongeveer 5 gevallen, maar de laatste twee maanden was het omhoog geschoten naar zo’n 30 per week. Er waren al verschillende kinderen overleden. Nu was er ook iemand uit het dorp komen vertellen dat 4 kinderen overleden waren en men had besloten om eens te gaan kijken. Ik vroeg of het bezwaarlijk was als ik mee ging. Mazelen valt ook onder het surveillanceprogramma waar ik mee bezig ben, dus was het een goede gelegenheid om eens in het veld te kijken. Dit is natuurlijk het meest boeiende van het werk. 
Schooltje in Kabonga
Interieur van de school: stenen en planken
Een oude bekende
Na een uur rijden kwamen we in het dorpje Kabonga aan, waar vorig jaar een school was geopend. De ouders hadden de school opgezet. Het ’schooltje’ was opgetrokken uit moddersteen, had een rieten dak, met alleen een paar stenen en planken als schoolbanken. De school had zo’n 200 leerlingen verdeeld over klassen 1 t/m 4. Kinderen van 5 tot 14 jaar zaten op de school. Het was vakantietijd, dus er waren nu geen leerlingen. De twee leraren woonden voor de school ook in een hut van moddersteen en riet. We hebben even met hen gepraat over de mazelengevallen. De ’headteacher’ vroeg aan mij: ’Dr. Gerard, did you work in Mpika?’. Hij bleek namelijk ooit bij een 3-daags aids-seminar te zijn geweest, die wij in Tazara voor teachers organiseerden… Bizar. 


Teachers' bungalows
Hij bracht ons naar het huis/hut van de overleden kinderen. Er waren maar een paar hutten. We hebben even met de vader gepraat. Hij was een polygamist, had twee vrouwen. Z’n kind Bridget (11 maanden) was 3 weken geleden overleden in het health centre. Twee weken later was z’n kind Gertrude (9 maanden), wat hij bij zijn andere vrouw had, thuis aan mazelen overleden. We konden achterhalen wat er precies gebeurd was. Bridget was zo’n 6 weken geleden met koorts (malaria) naar het health centre gebracht. Misschien dat ze daar nog wel een nachtje heeft geslapen, want het is een aardige afstand. Het health centre nam alle kinderen met mazelen op. Er waren gemiddeld zo’n 10 per dag in het health centre en daarnaast waren er natuurlijk ook kinderen met mazelen op de polikliniek. Ik denk dat Bridget daar met het mazelenvirus besmet geraakt is. Eenmaal thuis heeft ze haar halfzusje ook aangestoken. Het bezoek aan het health centre is hun fataal geworden! 
Compound van de ouders van Bridget en Gertrude
We hebben dit met de health centre staff besproken en geadviseerd alleen de ernstig zieke kinderen met mazelen op te nemen en de anderen vooral thuis laten uitzieken. Tegen de avond waren we terug in Kabwe en kon ik nog net met een minibusje mee naar Lusaka. Een leerzame dag, waarbij ik zelfs nog even een paar patiënten in het health centre heb onderzocht. Je ontkomt er niet aan: je bent dokter of niet.

Sr. Agnes Lunda
Erg leuk om oude ’bekenden’ terug te zien. In UTH kwam een bekende verpleegkundige mij groeten. In Luanshya was een verpleegkundige non, die destijds in opleiding was voor nurse in Chilonga. In Ndola kwam ik ook een bekend gezicht tegenkwam in het kinderziekenhuis. De verpleegkundige was opgeleid in Chilonga, maar 1993... Dat kwam niet overeen met ons verblijf daar. Wat bleek: haar zusje had twee jaar eerder haar opleiding in Chilonga gedaan en blijkbaar hadden ze nogal wat overeenkomsten. Dat gezichten na zoveel jaar nog in je geheugen zitten. Ook de medisch directeur van Kitwe Ziekenhuis kende ik. We hebben een tijdje zitten puzzelen, en kwamen erachter dat we elkaar in Nederland op het KIT een paar keer ontmoet hadden. Je merkt dat ik in een vertrouwde wereld terug ben.