zondag 31 maart 2013

Klein Curaçao, Curaçao

In de vlag van Curaçao staat een grote en een kleine ster. De kleine ster stelt het kleine Curaçao voor, een onbewoond eiland op 2 uur varen van het grote Curaçao. We hadden deze eerste paasdag een boottrip naar dit eiland geboekt. Ontbijt kregen we op het eiland dus de maag was om 7 uur nog aardig leeg. Toch draaiden onze magen zich behoorlijk om toen de boot de hoge golven van de Caribische Zee trotseerde en hingen we allebei over de reling, te kotsen. We waren lang niet de enige.
Klein Curaçao 
Eenmaal bij het eiland zei de kapitein dat we in het water mochten springen en naar de kant konden zwemmen. De bagage werd in grote waterdichte tonnen geladen en met een motorbootje naar het strand gebracht. 
Met de strakblauwe lucht was het risico groot om te verbranden. Dus vaak insmeren met factor 30 en schaduw zoeken onder de rieten afdakjes. Tenminste, als we niet in een t-shirtje aan het snorkelen waren, want dat is een bijzondere activiteit op dit kleine eiland. Grote scholen vissen zwommen onder ons door en we volgden twee keer een kwartier lang een zeeschildpad. Als de schildpad naar boven kwam, kon je hem bijna aanraken. Fascinerend.
De lunch bestond uit een goed verzorgde barbecue met watermeloen en ananas na. Men had ons verzekerd dat de terugweg - de wind en golven mee - we niet opnieuw zeeziek zouden worden. Dat bleek gelukkig waar. Op de terugweg zwom een school dolfijntjes een tijdje met de boot mee, waardoor we allemaal naar die kant gingen om ze te zien. De boot kwam behoorlijk scheef te liggen, totdat de schipper schreeuwde dat iedereen naar z'n plaats terug moest gaan. 
Het was een bijzondere paasdag, zeker de warmste die we ooit meemaakten. Heel anders dan de paasdag in Nederland, de koudste sinds 1964 en kouder dan de kerstdagen.

Hieronder ook nog een paar foto's die we afgelopen dagen maakten.
Flamingo's bij lagune 'Jan Kok'
De oranje troepiaal.  Hij/zij zingt ons elke ochtend wakker.
Ook in de tuin van ons huisje, het suikerdiefje.

vrijdag 29 maart 2013

Willemstad, Curaçao


Op de sloten lag nog een laagje ijs toen we woensdagmorgen naar het station in Gouda fietsten voor de vroege trein naar Schiphol. Ons vliegtuig zou om 9.45 uur vertrekken, maar ik zag al in de trein dat deze een uur vertraagd was. In het vliegtuig vertelde de purser dat het eerder geplande vliegtuig vanwege ‘technische gebreken’ vervangen moest worden en dat men nu bezig was dit vliegtuig met kerosine te vullen. Dat gebeurde iets te enthousiast, want even later werd omgeroepen dat de kerosine uit een van de vleugels liep en we werden verzocht in de stoelen te blijven zitten, met de stoelriemen los. De brandweer was inmiddels ook geïnformeerd en we zagen wat zwaailichten naast het vliegtuig. Ik bedacht me wat ik zou doen als er brand zou uitbreken, want we zaten behoorlijk opgesloten in de middenrij met een medepassagier aan beide kanten. Gelukkig werden we gerustgesteld dat met dit weer de ontvlambaarheid van kerosine meeviel. Het duurde nog wel 2 uur voordat de plas kerosine vervlogen was, opgedroogd of op andere wijze onschuldig gemaakt. Om 1 uur werd het sein veilig gegeven en mochten we eindelijk vertrekken. Om 6 uur lokale tijd landden we met applaus in Willemstad, in Nederland was het inmiddels 11 uur ’s avonds.

Naast het tijdverschil moeten we ook een temperatuurverschil van 30 graden overbruggen. Geen straf hoor. En we zijn wel wat gewend.
Vandaag eerst boodschappen gedaan. In een Albert Heijn! Bijna alle producten die je in de Nederlandse Appie tegenkomt koopt liggen hier in de schappen. Ook alle AH-merken. De prijzen zijn alleen wat hoger. We aten pistoletjes en paasbrood besmeerd met becel light, en met een kopje DE koffie in de tuin van ons huis. 
Albert Heijn met daarnaast een Hollandse haringkraam!
De informatiefolder van het huis zette de informatie over het eiland nog eens op een rij. Er wonen hier 150.000 mensen. Vroeger was Curaçao een handelsplaats, o.a. van slaven (3500 per jaar werden verhandeld). In 1916 vestigde Shell een olieraffinaderij in Willemstad, wat veel werkgelegenheid verschafte, want verder zijn hier weinig (landbouw)mogelijkheden. De laatste 50 jaar is toerisme een belangrijke inkomstenbron. Niet verwonderlijk, want de gemiddelde temperatuur is 27,8ºC; het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur 4-5 graden en de gemiddelde zeewatertemperatuur is 27,1ºC. We hebben gekozen niet in een vakantieresort aan de kust te gaan zitten, maar zitten in een buitenwijk van Willemstad in een ruime woning met goede voorzieningen. De komende dagen zullen we het eiland verkennen. Dat zal goed te doen zijn want het is maar 61 km lang en 5-14 km breed. Maar vooral lekker zonnen, zwemmen, eten en uitrusten.
Huizen aan de kade van Punda (De Punt), de oudste wijk van Willemstad
Houten pontonbrug (Wilhelminabrug) naar Otrobanda (de andere kant van de Sint Annabaai)
Een gedeelte van de binnenstad van Willemstad staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

vrijdag 19 oktober 2012

Amantea, Italië

Waar in Europa is midden oktober nog een heerlijke najaarszon? Nou, hier op de wreef van de Italiaanse laars, in Calabrië. Vandaag opnieuw een strakblauwe lucht in Amantea, een stadje aan de Tirreense zee. Temperaturen rond de 30 graden. Je kunt het slechter treffen.
Ons appartement ligt op vijf minuten lopen van het strand. Ook het centrum van Amantea is binnen vijf minuten loopafstand en bestaat vooral uit twee winkelstraten: de Via Margherita en de Via Vittorio Emmanuel II. Van daaruit gaan kleine steile trappetjes omhoog naar de oude historische stad, de Centro Storica. Tussen de twee winkelstraten ligt de Piazza Mercato Nuovo. We waren getipt dat zondags hier een boerenmarkt is met lokale producten, volgens het gidsje al sinds 1443. Vooral oudere vrouwen boden hun groenten en fruit aan. Florence kocht een stuk pompoen, vijgen, druiven en een stuk boerenkaas. Ondertussen bewoog ik me tussen de kraampjes en probeerde foto’s te maken van opvallende personen. Het is normaal niet eenvoudig om mensen te fotograferen, maar hier ging dat wel goed. Iedereen was bezig en ik voelde me niet erg aanwezig op de markt met mijn camera. En een sterke telelens helpt natuurlijk ook. Ik draaide zo een half uurtje rond, al kijkend naar producten, daar soms foto’s van makend, maar vooral om mooie plaatjes te schieten van getekende gezichten.
 
 
 
 
 
vijgen
Ik schreef dat het weer mooi is. Dat is het nu. Op zondagavond stortte het water met onweergekletter uit de hemel en vormde een rivier in de Via Margherita. We schuilden een tijdje onder de luifel bij een kledingzaak (winkels zijn hier tot 8 uur open), en werden binnengeroepen. Even later stond er een auto voor de deur. De jongeman van de winkel had zijn oom gebeld. Hij en wij werden naar huis gebracht. Super bello.
Libische parapluverkopers, op elke hoek van de straat (!) in Cosenza.
Italiaans spreken we amper en Italianen spreken ook weinig Engels. Ondanks dat we regelmatig aangeven dat we er helemaal niks van begrijpen, gaan Italianen stug door om een heel verhaal in het Italiaans te houden. Dat geeft interessante conversaties. Zo vroeg ik een man in Cosenza naar het centrum. Hij trok ons met veel gebaren mee over een zebrapad en had het over Chiesa, Dei en Religiosa. Ik maakte daaruit op dat er in het centrum interessante kerken waren, maar Florence begreep dat hoe godgelovig en religieus je ook bent, je maar beter goed kan opletten bij het oversteken….

Tweeëndertig jaar geleden was ik hier ook, in Campora S. Giovanni. Toen met een “Afrika-reis”. Op een nat grasveld draaide de chauffeur de truck vast en hielden we ons hart vast voor de reis door het zand van de Sahara. Ik had nog een foto van het strand van Campora en probeerde nu om het kiekje opnieuw te maken. Niet helemaal dezelfde plek, maar het is wel overduidelijk dezelfde bergketen tussen Campora en Amantea.
Strand bij Campora S. Giovanni, 1980
Strand bij Campora S. Giovanni, 2012
Ciao
 

woensdag 5 september 2012

Mijn roots in de Groninger klei. Van Briltil naar Opende

Het Groningse zit nog steeds in mijn genen, de klei vandaag letterlijk tussen mijn tenen. Veertig jaar geleden verhuisde ik als kind uit het Westerkwartier. Zo nu en dan is het goed om mijn wortelen weer eens te voelen. Deze week had ik daar tijd voor en bivakkeerde in het noorden van het land.
Oude Gemeentehuis Grootegast
Een stukje genealogische speurtocht bracht me naar het stadhuis van Grootegast. Ik werd geïnstalleerd in een kamertje met een computer. Een kan koffie werd op tafel gezet. “De toiletten waren naast de klapdeuren”, zei de medewerkster. Elk uur kwam ze even kijken of ik nog iets nodig had.
Ik zocht wat meer over de ouders van mijn overgrootmoeder Dieuwke Scheeringa. Haar moeder overleed in 1881 in Briltil, twee weken na de bevalling van Dieuwke. Haar vader Timen keerde een maand later met zijn twee dochtertjes terug naar Sebaldeburen. Ze namen intrek bij Timen's moeder, waar nogal wat andere familie woonde. Timen leeft ook niet lang, want hij overlijdt in 1883, 31 jaar oud, waarschijnlijk aan tbc. Dieuwke en haar oudere zusje blijven niet lang bij elkaar. In het register staat dat Dieuwke is ‘overgeboekt op folio 158’ en daar staat dat ze bijgeschreven is bij haar opa en oma van moederskant. Ze blijft daar wonen tot haar trouwen in 1903. Haar 85-jarige oma is getuige bij de bruiloft en verklaart 'niet te kunnen schrijven als hebbende zulks niet geleerd'.
Bevolkingsregister met de onderste drie namen: Timen, Tunniske en  Dieuwke Scheeringa.
(N.B. nummer twee op deze lijst is Willem Scheeringa, overgrootvader van Dirk S)
In het gemeentehuis van Zuidhorn lees ik de data van het kortstondig verblijf van het gezin Scheeringa in het dorp Briltil: op 7 juni 1881 vestigt het gezin zich daar met één kind, op 16 juli wordt Dieuwke geboren, op 31 juli overlijdt moeder en op 3 september vertrekt vader met zijn twee kinderen naar de gemeente Grootegast.
Bij beroep van Timen staat dagloner, maar is doorgestreept en vervangen door tolpachter. De medewerkster van het stadhuis zoekt enthousiast mee naar meer informatie over het beroep tolpachter in Briltil. In het straatnamenboek komen we tegen dat de Brilweg in 1858 volledig met puin werd verhard op kosten van de gemeente. Tot plusminus 1878 werd op deze weg tol geheven. Nou, misschien was dat iets langer. Zij adviseert me om contact op te nemen met de Historische Kring Zuidhorn, wat ik zeker zal doen. In Briltil wandel ik door de paar straten van het gehucht. In het dorpje Noordwijk stop ik nog even bij het graf van Dieuwke Scheeringa. Zij overleed in 1951 op 70-jarige leeftijd.

Hei in Opende
Ik rij door naar Opende en passeer de bloeiende heide. Als kind ben ik hier een keer stiekem geweest met een vriendje die me slangeneieren toonde. Nu grazen er geiten en Schotse Hooglanders. In het 'centrum' van het dorp wandel ik over de Provincialeweg, de doorgaande weg langs de dorpen van het Westerkwartier. Een paar grote eiken bij mijn geboortehuis zijn neergehaald. Het is een kale aanblik. 
Mijn geboortehuis in Opende
Tegenover het huis gaat een paadje naar een geheel nieuwe wijk. Vroeger kon je hier 's winters schaatsen op een ondergelopen weiland. Ik maak een ommetje om de dorpskern en wandel over straten met mooie namen als Topweer en Poelbuurt. Het is hier aangenaam stil; de natuur en huizen nog redelijk onveranderd. De avondlucht is mooi en ik volg het bordje ‘Blôde Fuottenpaad’ naar de Kaleweg. Als kind heb ik hier vaak gevist en op tweede paasdag zochten we kievitseieren in weilanden achter de vaart. Ik heb maar één een visje gevangen, het eerste kievitsei nooit.
Het leek me eerst wat overdreven om op blote voeten de route te lopen maar bij een doolhof met modderpaden was het niet overbodig dat ik ook een korte broek aan had. Ik gleed tot mijn knieën in de moddergeulen, mijn onderbenen pikzwart. In de sloot naast me hoorde ik moeder- en vadergans blazen, die daar met hun drie jonkies zwommen. Aan de overkant van het weiland dronken twee reeën bij de petgaten. De tijd leek verstild, want dit beeld had ik 40 jaar geleden ook gezien. Het was een bijzondere zomeravond met de laagstaande zon en de stilte om me heen.

donderdag 28 juni 2012

Lange Voorhout, Den Haag


Twee keer per dag wandel ik over het Lange Voorhout, van Den Haag CS naar het kantoor van de KNCV aan de Parkstraat. Nooit een straf om over het laantje met de lindebomen te lopen. Ook niet als het regent want het bladerdek fungeert als een groot dak. En zeker niet als de zon door de bladeren schijnt met allerlei bewegende schaduwtjes.
In het voorjaar staan de perken vol met krokussen, elke donderdag is er antiekmarkt en uiteraard passeert hier de gouden koets op de derde dinsdag van september. Ik ben een paar jaar geleden ook eens gaan kijken, maar op moment supreme juichte een koningsgezinde toeschouwer.
Prinsjesdag 2010


's Zomers is er altijd een beeldententoonstelling, dit keer van Zuid-Afrikaanse beeldhouwers, en trekt altijd veel bezoekers. Zelf heb ik dit jaar nog geen tijd genomen om eens rustig stil te staan bij de nieuwe beelden. Vanmiddag - onderweg naar huis - liep ik langs een nieuw beeld. Tenminste dat realiseerde ik me toen ik er al aan voorbij was. Het bronskleurige beeld stond wat weggestopt, tussen een bankje en een boom, met een bronskleurige rugzak op de grond, en een bronzen bakje ervoor. Hier klopte iets niet.. Andere mensen liepen door en keken ook nog even om. Ik pakte m'n portemonnaie en gooide een euro in het bakje. Het beeld antwoordde met een knipoog. Ik liep even naar hem toe en zei tegen hem dat ik hier toch twee keer per dag langs liep maar hem nooit had gezien. "Het is ook de eerste keer dat ik hier sta", zei het beeld. "Te gek, man", zei ik. "Wil je even in m'n nek kijken?" zei het beeld, "want het kriebelt. Ik denk dat er een vliegje zit". Er kroop inderdaad een langwerpig insect over de goudbruine huid. Ik haalde het beestje van z'n huid af en liet het nog even aan hem zien. "Bedankt!" zei het beeld, en ik wenste hem een fijne avond en liet hem in zijn pose achter.

donderdag 21 juni 2012

Tuberculosedagen in Antwerpen

Een steile, smalle trap met een tot op de draad versleten vloerbedding leidde naar de derde verdieping van Hotel Scheldezicht in Antwerpen. Het zicht was alles behalve op de Schelde, maar op de binnenplaats van een bejaardencentrum. Een aantal ouderen in een rolstoel zaten met dekentje in het vage zonnetje.
Ik ben in Antwerpen voor de Nederlandstalige Tuberculosedagen, ooit begonnen als Nederlandse maar sinds vorig jaar organiseren we deze twee dagen samen met de Belgische tbc-bestrijders. Belangstelling is groot met ruim 150 longartsen, microbiologen, analisten, GGD-artsen, verpleegkundigen. Daaronder ook veel Nederlanders omdat het goed vertoeven is in het Antwerpse en met onze Belgische vrienden.

Onze gastheer van het Instituut voor Tropische Geneeskunde vertelde bij de opening over Paul Janssen omdat de oude kloosterzaal waar de conferentie plaats vond, vernoemd is naar deze arts/farmacoloog en ontdekker van vele medicijnen. Bij de verkiezing tot Grootste Belg eindigde hij als tweede, na Pater Damiaan, maar voor Eddy Merckx. Als je Wikipedia erop naslaat blijkt dat deze verkiezing tot tweespalt in België heeft geleid. Tijdens onze bijeenkomst is trouwens niks van verdeeldheid te merken en presenteren ook de Waalse Belgen in moeizaam Nederlands en doen hun uiterste best om mee te doen aan discussies.

Na het ontbijt maakte ik vanochtend nog een korte wandeling. Op het pleintje tegenover het hotel staat een monumentaal gebouw. Via twee lange houten roltrappen daalde ik af naar de Sint-Annatunnel. Deze 500-meter lange tunnel werd aangelegd in 1933, en verbindt beide oevers van de Schelde. Sinds 1995 mag je 'stapvoets' fietsen in de tunnel, maar trokken deze ochtend fietsers zich weinig van dit advies aan. Bijzonder is dat de tunnel zonder dalingen en stijgingen is. Heel anders dan de IJ-tunnel waar ik eens met de Dam-tot-Dam loop doorheen skeelerde. De relatieve stilte in de tunnel valt ook op; ingetogen lopen en fietsen de Belgen naar hun (werk)bestemming aan de andere oever van de Schelde.

zaterdag 9 juni 2012

London

Pas bij de Engels douane, die - als je met Eurostar reist - in Brussel al is, besefte ik dat het 10 jaar geleden was dat ik mijn laatste trip naar Londen maakte. We hadden vrijdag een werkbijeenkomst met Engelse collega's over tuberculose in de grote stad, ook het thema van mijn proefschrift. Volgende maand staat "Urban TB Control" centraal op de Europese Tuberculose Conferentie in Londen. Ik mag dan nog een keer vier dagen  naar Londen en zal o.a. een sessie voorzitten en een posterdiscussie leiden. Na een zeer productieve dag (we zullen 3 papers schrijven) gingen we volgens goed Brits gebruik naar de pub.
Ibrahim, Alistair, Rob en ik voor de King & Queen
En dat werd naar de King & Queen, op de hoek van Foleystreet, waar ik een jaar woonde toen ik mijn Masters deed. Paddy, de Ierse pubeigenaar is al lang dood, het interieur nog hetzelfde met rood tapijt op de grond, lage tafeltjes en krukken. Met het rookverbod is de lucht weer gezond en goed vertoeven. En, veel flatscreens op de muur met de openingswedstrijd Polen-Griekenland op. Een van de gasten vertelde dat de odds (gokverhouding) voor Rusland 22 tegen 1 was, voor elke pond krijgt hij er 22 terug. Hij had 30 ingezet. De Russen zijn het EK-toernooi (wel) goed begonnen.

Zaterdag had ik nog een dagje Londen en wandelde vanuit Alistair's woning de Portobello Road af in de Notting Hill buurt. Ik had geen benul dat deze kilometerslange straat een bekende markt van allerlei multiculti-, antiekkramen en straatmuzikanten is. Erg gezellig. En zo vroeg op de ochtend nog niet zo druk.

en een filmpje:

Zwanen in Serpentine Lake van Hyde Park, London
Via Kensington Park en Hyde Park liep ik door tot aan de Big Ben bij de Thames. Het werd tijd om terug te gaan, bagage op te halen op naar Gatwick vliegveld. De terugweg ging niet snel. En omdat ik veel fotootjes en filmpjes gemaakt had, was mijn iPhone leeg. Terug bij Alistair's flat zag ik geen naambord, en ik wist ook geen nummer. Hij woont op de 4e verdieping, maar alles wat ik met 4 intoetste antwoordde niet. Wat te doen? In de kroeg op de hoek vroeg ik of ze een iPhone konden opladen, maar de dames hadden alleen blackberries. In het Palestijnse restaurant had ik meer geluk en kon na 10 minuten bellen, mijn spullen ophalen en naar de metro gaan. De metro kwam na lang wachten, bij het overstappen naar de Circle Line nam ik de verkeerde metrolijn, en daarna was het bijna een half uur wachten voordat de volgende metro kwam. Ik had nog gedacht iets van het voetbal op Gatwick te zien, maar begon me nu meer zorgen te maken of ik mijn vliegtuig van 18.45 uur (GMT) wel zou halen. Om 17.30 uur zat ik dan toch in de Gatwick Express, en moest nog een half uur reizen naar het vliegveld. Ik hoorde een bellende Engelsman zeggen dat hij een vlucht had om 18.40, zich al wel had ingecheckt, maar omdat hij in de North Terminal moest zijn, er rekening mee hield om zondag een ander vliegtuig te nemen. Zaterdags is het meestal erg druk op het vliegveld. Oei. Ik wist niet eens in welke vertrekhal ik moest zijn en moest ook nog inchecken! Om 18.00 uur rende ik met mijn koffertje naar de vertrekborden van de South Terminal. Geen Amsterdam! Alle British Airways vluchten gaan van de North Terminal.. Rennen naar de shuttle, die er net aan kwam. North lag gelukkig niet ver van South. In de vertrekhal was het rustig en rende naar de eerste vrije dame aan een BA-balie. Het was 18.10 uur. Ze belde of ze me nog mocht inchecken. En dat mocht! De douane- en bagagecontrole verliep vervolgens vlotjes. Een kwartiertje later stond ik bij Gate 104 en kon nog 5 minuten van Nederland-Denemarken zien voordat ik als laatste ging boarden. Het vliegtuig was maar voor een kwart bezet, en net als alle Engelsen bestelde ik een gin-tonic met ijs en citroen. Had ik wel nodig! Bij de douane in Amsterdam vroeg ik nog even naar de uitslag van het Nederlandse elftal, maar die hoef ik hier niet te herhalen.

Ik heb weer een belangrijke les geleerd. En volgende keer ga ik met de trein naar Londen, want dan ben je gelijk in het centrum. Cheers!