zaterdag 18 juli 2015

Hadrian's Wall, Engeland

Het Romeinse Keizerrijk omvatte op het hoogtepunt ongeveer half Europa en strekte zich uit tot de landen van Noord-Afrika, Turkije, Oostenrijk, zuidelijk Duitsland/Nederland en ook "Brittannië". In 43 na Christus (onder Keizer Claudius) vielen de Romeinen Engeland binnen en voerden jaren strijd met de Schotten, maar konden het hele eiland maar niet bezetten. Hadraianus, de veertiende keizer van Rome, besloot om het Rijk maar niet verder naar het noorden uit te breiden en gaf opdracht om een muur te bouwen, 117 km (73 mijl) lang. Hij ging in 122 A.D. zelf op inspectietoer naar Engeland. Zes jaar later stond de muur er: 2 meter dik, 4-5 meter hoog, om de 1,48 km (een Romeinse mijl) een ‘milecastle’ met daartussen elke keer twee torens. Gebouwd met Romeinse precisie. Ook introduceerden zij allerlei producten uit Europa op het eiland. In 400 stortte het Romeinse Rijk in en verviel de functie van de muur. De Romeinen lieten aardig wat 'beschaving' na. De Engelsen moeten in 2017 daarom in het referendum maar voor stemmen om bij de EU te blijven.
Hadrian's Wall
Hadrian's Wall
Dat alles wisten we natuurlijk ook niet, toen we een paar weken geleden besloten via SNP een wandelvakantie langs de muur van Hadraianus te boeken. We hadden een paar verhogingen in het landschap verwacht (zoals de Nederlandse grafheuvels) en hier en daar wat stenen die aan de Romeinse tijd en de muur zouden herinneren. Maar dat bleek toch anders. Over ongeveer de helft van de oorspronkelijke lengte staan er nog grote stukken muur in een verlaten landschap. Veel rugzakkers lopen in 6-8 dagen van Newcastle naar het westen over de oorspronkelijke lengte. Wij logeerden in bed & breakfast’s waar we een paar dagen bleven en vaak een extra rondwandeling maakten. Als we doorliepen naar de volgende B&B werd onze bagage met een auto vervoerd. Ook wel nodig want de SNP-wandelingen gaan vaak niet over verharde paden. Engeland kent veel Public Footpaths, die je toegang geeft om over weilanden te wandelen. Dit zijn vaak nog herkenbare paden langs de rand van een weiland, maar we kwamen ook regelmatig een beschrijving tegen dat we over een vaag pad het weiland moesten oversteken, waarbij we soms tussen de koeien door liepen en in dikke modder wegzakten. Maar zoals vele wegen naar Rome gaan, kwam het hier ook goed.
Public Footpath
"SNP-wandelpad"
Een boeiende afwisseling tijdens deze wandeltocht was het bezoek aan historische plekken en musea. Vindolanda is zo’n plek. Drie generaties Birley's zijn hier bezig geweest om de grond om te ploegen, en volgens Andrew Birley, kan men nog heel wat jaren doorgaan. Enthousiaste archeologen komen vaak tijdens hun vakantie om een paar weken mee te graven. Maa iedereen is welkom, ook zonder enige archeologische kennis. Op Vindolanda staat inmiddels een indrukwekkend museum met alle vondsten, zoals heel wat schoeisel en 2500 muntjes. De kostbaarste, een gouden munt met de kop van Nero erop, is pas vorig jaar gevonden. Het pronkstuk, een pakket Romeinse brieven, ligt in het Britisch museum in Londen. Het zijn flinterdunne houtschilfers van berkenhout ter grootte van een ansichtkaart waarop met inkt het dagelijkse leven is beschreven, zoals een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje.  
Andrew Birley geeft uitleg over opgravingen
Gouden Nero-munt
De tocht langs de muur was pittig. Heuvel op, heuvel af. Eén dag ging de route over de Nine Nicks of Thrilwall (negen inkepingen). Na 7 dagen waren we echte "Wall warkers". Wel "vijf kilo vetter", zoals onze Belgische lotgenoten aan de ontbijttafel met Full English breakfast, voorspelden. Ook het eten in de Engelse pubs was niet verkeerd. Al lang geen Fish & Chips meer, maar smakelijke en volwaardige maaltijden met uiteraard een pint bier. Het was weer een topvakantie. Nu nog even uitrusten..



Stevig klimmen langs de muur
Lokaal pub-spel: ijzeren ringen gooien (quoits) bij Once Brewed


dinsdag 14 april 2015

Istanbul, Turkije

Als om half 6 de gebedsoproep uit de luidsprekers van de moskee schalt, draai ik me maar weer even om en slaap verder. Je raakt eraan gewend. Aan moskeeën geen gebrek in Istanboel, waar we nu een weekje vakantie hebben. Istanboel, met 14 miljoen inwoners, is een conglomeraat van verschillende wijken/steden. Wij verblijven in de wijk Fatih, het oude Constantinopel, waar nu op de zeven heuvels evenzoveel grote moskeeën liggen. Dat was niet toen Keizer Constantijn de Grootte deze stad de hoofdstad van het Romeinse Rijk maakte. Daarna was het duizend jaar de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk, zeg maar onder Griekse invloed, totdat sultan Mehmet II in 1453 de stad veroverde. Deze sultan kreeg de bijnaam “Fatih” wat veroveraar betekent. Een aantal kerken werd gespaard en voorzien van minaretten. En ziedaar, je hebt een moskee. Het is een gek gezicht om het middenschip van de Aya Sofia te zien met de islamitische teksten in het rond. De fresco’s van deze kerk werden weg geplamuurd maar zijn nu na restauratie weer voor een deel zichtbaar. 
Sultan Ahmedmoskee (Blauwe Moskee)
De sultans hielden vijf eeuwen stand. Deze periode wordt het Ottomaanse Rijk genoemd. Begin jaren twintig van de vorige eeuw werd de (laatste) sultan afgezet en kwam Mustafa Kemal aan de macht. Hij stichtte de Republiek Turkije, zorgde voor scheiding van religie en staat, en verving het Arabische alfabet. De betekenis van deze president Kemal, die later Atatürk (vader van Turkije) werd genoemd, is zeer groot. Zijn portret hangt daarom nog steeds in ieder openbaar gebouw. 
Broodverkoper
We zijn in Istanboel ook een illusie armer geworden: tulpen komen niet uit Amsterdam maar uit Turkije. Natuurlijk wisten we dat wel, want de vliegende fakir in de Efteling wordt ook omgeven door tulpen, maar toch. Als je de bloeiende tulpenvelden in Istanboel ziet, wordt dat Hollandse beeld snel bijgesteld. En wat is er meer te doen in Istanboel. Veel, zoals kebab, köfte (gehaktballetjes) eten, en granaatappelsap en appelthee drinken. Je kunt aan een waterpijp lurken, maar ik vermoed dat de hete stoom (niet alleen met tabak, maar ook met appelaroma) niet erg goed voor je longen is. De Bosporus over varen naar het Aziatische deel en sinds een jaar kun je ook met een metro naar de overkant. Wat ook opvalt is de concentratie van dezelfde winkels in bepaalde gebieden. Dat is gemakkelijk winkelen, of juist niet. Want hoe kies je nou een bruidsjapon in een kilometerslange straat met alleen maar bruidskleding!

Granaatappelperser
Boottocht over de Bosporus
Bruine dolfijnen in de Bosporus
We hadden in Nederland ook nog bedacht om naar een voetbalwedstrijd van Fenerbahçe te gaan. Een Turkse collega bij KNCV probeerde via vrienden aan kaartjes te komen maar dat bleek haast onmogelijk. Uiteindelijk was het ook vergeefs geweest, want de competitie lag dit weekend stil vanwege de beschieting van de Fenerbahçe bus, waarbij de buschauffeur in z’n hoofd is geraakt. 
En als je een alternatief zoekt, dan mail je gewoon een je Turkse tbc-collega dat je ‘in town’ bent. Het was even zoeken naar het ziekenhuis omdat ik dacht dat Gögüs Hastalıklari de straatnaam was, maar dat bleek het Turks voor de afdeling longziekten te zijn. Een idee dat we meegenomen hebben is om tijdens de tbc-week een topclub te vragen aandacht te geven aan tuberculose.
Voetbalteam Fenerbahce met spandoek Verem Hastaligi (Bestrijd tuberculose)


zaterdag 29 november 2014

Christiania, Denemarken

Christiania zat altijd in mijn hoofd. Volgens mij las ik er over nadat ik in 1982 / 1984 voor het eerst in Kopenhagen was. In die jaren was het een bekend krakersbolwerk en dat boeide me toen en nu nog steeds. Vandaag had ik nog een paar uurtjes om wat van de stad te zien en liep naar de wijk Christianshavn. Ik dacht dat dit het beruchte gebied was en wilde al teleurgesteld weglopen omdat deze wijk net is zoals vele andere stadswijken. Ik keek nog eens goed op de kaart en zag gelukkig met kleine letters de naam 'Christiania' staan. Na een paar zijstraten was duidelijk dat ik in de buurt was: veel jongeren, capuchon over het kortgeknipte haar, snellopend naar één plek. Ik ging ook door de poort naar binnen en had geen idee wat me te wachten stond.
Een groot omheind complex - het was ooit een kazerne - met oude hallen, opgeschilderde woningen en nog een paar werkzame bedrijfjes zoals een smid, een winkeltje. De core business was duidelijk. Tientallen kleine winkeltjes waar achter een camouflagegordijn hasj en andere softdrugs werd verhandeld. Bij de vuurkorven stonden mensen te posten om de vrijehandel te bewaken. En overal posters dat fotograferen verboden was, omdat hasj in Denemarken illegaal is. Op de terrasjes zaten jongeren rustig bij elkaar, in de kou, allemaal met een stoomboot in de hand.

Bij een 'organic food' restaurantje liep ik naar binnen. Aan tafel zat iemand wortels en komkommers te snijden. Een kopje warme soep met bruin brood leek me wel lekker, maar het werd me snel duidelijk dat hier niet gepind kon worden. Tja, ik had geen Deense kronen in mijn portemonnaie omdat je buiten Christiania alles pint.

dinsdag 11 november 2014

Poppy (klaproos), Londen

Het was dinsdag doodstil in de John Snow collegezaal van de London School of Hygiene & Tropical Medicine in Londen. De voorzitter van het tbc-symposium had iedereen gevraagd om 11 uur terug te zijn voor de twee minuten herdenking. Op 11 november herdenkt Engeland en veel andere landen zijn vele doden van de Eerste Wereldoorlog. De oorlog die 100 jaar geleden begon en op 11 november 1918 eindigde. Legers zaten jarenlang tegenover elkaar in de loopgraven en werden er zo nu en dan uitgestuurd om door kanonnen weggevaagd te worden. Ook herinner ik me een verhaal dat rond de kerst de soldaten van beide kanten tijdens een staakt-het-vuren met elkaar babbelden. Wat is dat toch, oorlog? Conny Braam beschrijft in haar boek 'De handelsreiziger van de Nederlandse cocaïne fabriek' op indrukwekkende wijze de verschrikkingen van die tijd.
De klaproos (poppy) is hét teken van de Eerste Wereldoorlog. De klaproos groeit namelijk goed op omgeploegde aarde. Het verhaal gaat dat de bloem zo rood kleurt door het bloed van de gesneuvelden. De velden in Vlaanderen liggen er vol mee. Dit is een gedicht dat in 1918 al werd geschreven:
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields

Vertaling: In de velden van Vlaanderen bloeien de klaprozen. Tussen de kruisen, rij aan rij, die onze plek markeren; en in de lucht vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend, zelden gehoord te midden van het kanongebulder. Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden leefden we nog, voelden de dagenraad, zagen de zon ondergaan, beminden en werden bemind en nu liggen we in de velden van Vlaanderen. Zet ons gevecht met de vijand voort: tot u gooien wij, met falende hand, de fakkel; aan u om het hoog te houden. Als gij breekt met ons die sterven, zullen wij niet niet slapen, ook al bloeien de klaprozen op de velden van Vlaanderen.

Het klaproosje wordt in november door veel mensen gedragen om niet te vergeten.

De telefooncel doet tegenwoordig dienst als iPhone-oplader
Geen bezoek aan Londen zonder bezoek aan King & Queen

zaterdag 1 november 2014

De wereldtuberculoseconferentie, Barcelona

Elk jaar organiseert "The Union" een wereldtuberculoseconferentie waar de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen worden besproken. Dit jaar in Barcelona. Gerenomeerde tbc-onderzoekers, jonge onderzoekers, bestijders uit meer dan 100 landen komen hier bij elkaar. Totaal zo'n 3000 deelnemers. Bij de openingsessie op woensdag spraken de ministers van gezondheid van India en Zuid-Afrika. Twee landen die zwaar geraakt worden door de tbc-epidemie. India heeft absoluut het meeste aantal patiënten in de wereld en Zuid-Afrika relatief het meeste. Bijna 1% van de bevolking krijgt daar tuberculose. Elk jaar. De kans dat je in Zuid-Afrika eens in je leven tuberculose doormaakt is aanzienlijk. Veel hoger dan ooit in Nederland is geweest. Een Zuid-Afrikaanse patiënte hield een vlammend pleidooi voor kortere behandeling. Nu moet je minimaal 6 maanden pillen slikken. Vaak meer dan 10 pillen per dag. En dat is alleen nog maar als de bacterie goed gevoelig is. Want als de bacterie resistent is duurt de behandeling minimaal 20 maanden, met meer medicijen en veel meer bijwerkingen. Nick Herbert, een 'member of parlement' uit Engeland, maakte de meeste indruk. "Stand-up", sprak hij, "accepteer niet dat elke dag 4000 mensen doodgaan aan tuberculose" (net zoveel als nu in totaal aan ebola zijn overleden). "Stand-up voor een ziekte die meer doden heeft gemaakt dan enige andere infectieziekte". "Stand-up!". En de zaal stond (uiteraard) op. Dat moet ook gebeuren door veel anderen in de wereld: meer onderzoek, meer geld, meer personeel. 
Met Koen Andries (Janssen, België), de ontdekker van bedaquiline, een nieuw medicijn tegen tuberculose
Bijeenkomst van de Big Cities working group (donderdag)
De conferentie is ook één grote ontmoetingsplaats. Ik ken ondertussen aardig wat mensen in de tbc-wereld. Veel gelegenheid om je netwerk te onderhouden of om  zaken te doen. Zo had ik een afspraak met een Belgisch apotheker/farmaceutisch bedrijf om levering van medicijnen aan de Nederlandse markt te bespreken. Nu tuberculose zover teruggedrongen is in Nederland, zijn bedrijven niet meer geïnteresseerd om deze medicijnen te produceren. Gisteravond belandde ik onverwachts, na een tip van een Engelse collega, bij de borrel voor alumni van de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Typisch Engels om bij grote gelegenheden oud-leerlingen bij elkaar te brengen. En ondanks dat ik bijna niemand kende, was het reuze gezellig in de Beach Club met een mooi uitzicht op de Middellandse Zee.
Meeting Wolfheze financing working group bij WHO Barcelona, Sant Pau Hospital - nu Werelderfgoedmonument (op maandag)
Ik ben al sinds zondag in Barcelona, want veel organisaties plannen side meetings voor, na of tijdens de conferentie. De dagen vliegen voorbij. Vandaag, zaterdag, is de laatste dag. Voor de diehards zijn er al 'Meet the professor' sessies om 8 uur of kun je naar de algemene ledenvergadering van "The Union". Ik ga wel een uurtje later. 
In de WHO stand, met Rob van Hest, Alberto Matteeli en Haileyesys Getahun  de schrijvers van een nieuwe WHO richtlijn  (over latente tuberculose infectie)
Volgend jaar is de conferentie in Kaapstad. Ik hoop dat Nick Herbert zijn plannen waar maakt om daar ook een "all-party parlementsleden bijeenkomst" te houden met parlementariërs uit 100 landen. Dat zal de strijd tegen deze ziekte katalyseren, want dat is hard nodig!
Hasta la vieja.

maandag 8 september 2014

Ria

Ria, echtgenote van Dick; moeder van 4 dochters, nu vrouwen in de middelbare leeftijd; oma van 6 kleinkinderen, nu ook al grote mannen en vrouwen.
Elke keer als deze blog verscheen reageerde je enthousiast. Je vroeg vaak wanneer ik weer op reis ging en wanneer er weer een nieuw verhaal kwam. Deze blog is voor jou maar je zult het niet meer lezen. Vrijdag overleed je toch nog vrij onverwacht, 81 jaar oud.
Je was een zorgzame vrouw, stond altijd klaar voor iedereen. Gezellig, met een droge humor. Bij je thuis altijd een volle huiskamer met je kinderen, kleinkinderen, buurkinderen of vriendinnen die even langs kwamen. Altijd zeer geïnteresseerd in wat iedereen deed en wat er in de wereld gebeurde. Je reisde de wereld rond, naar Canada, Afrika en Praag. Je bezocht ons in Zambia en Ghana. Dat blijft een mooie herinnering, waarbij we een stuk van ons leven en passie konden delen. Ik weet nog hoe we door de diepe plassen over een zandweg de grens bij Malawi bereikten en een paar dagen later met onze auto van een modderige zandweg gleden. 
Je was een gul persoon, gaf van alles weg, koeken of geld, foto's of boeken. Je hechtte niet aan het materiële. 
Je was blij toen je vorig jaar uit je huis kon, en kleiner en overzichtelijker ging wonen. Het appartement aan de Lopes Diaslaan was vanaf de eerste dag jouw huis. We hadden het je zo graag gegund hiervan zoveel langer te genieten. 
Tot een paar maanden geleden was je nog druk in de weer met je iPad. Skypen met Florence waarbij je toch elke keer even naar het beeld- of geluidsknopje geleid moest worden. En Wordfeud spelen. Het interesseerde je niet wie er won, je ging voor de mooie woorden.
Je ging snel achteruit. Het zien was al minder, het lopen ging moeilijker. De rollator in plaats van de elektrische fiets. Deze zomer ging het snel minder met je. 
De laatste 7 weken lag je in ziekenhuisbedden. Het einde naderde. Vorige week zei je nog tegen ons: "Ik wil wel graag verder leven, maar ik moet er ook wat aan hebben". Ik hield je hand nog even vast voordat we weggingen. Het was de laatste keer. Bedankt voor wie je was Ria.

maandag 7 juli 2014

Via Francigena, Italië

De Keniaanse priester begeleidde ons naar het centrum van Montefiascone, een plaatsje op 120 km loopafstand van Rome. De trein was met twee uur vertraging aangekomen. Geen taxi’s bij dit afgelegen station. We moesten nu de 4 km lopen naar het hotel. Gelukkig waren we in gesprek geraakt met Father Absalom die deze buurt goed kende. Ooit met een Keniaan meegelopen? In hoog tempo liepen we de Monte (berg) op. Na een paar kilometer gebruikte Absalom zijn religieuze invloed en werden we met een auto naar ons hotel gebracht. Daar was de keuken bereid om tegen middernacht nog een uitgebreide maaltijd van antipasta, pasta en een vleesgerecht te maken, uiteraard met een goed glas rode wijn.
In 6 dagen liepen we het laatste stuk van de Via Francigena, een tocht die begint in Canterbury in Engeland en eindigt op het St. Pietersplein in Rome. We waren “pellegrino” (pelgrim) voor een week. We hadden ons wel voorgenomen om niet op slaapzalen te overnachten. In Viterbo, onze eerste overnachtingsplaats, was alle accommodatie volgeboekt vanwege een cultureel festival. Een Italiaan zag ons met de rugzakken lopen en wist nog wel een plekje... We sliepen die nacht met 10 pelgrims op zaal, van wie 1 uiteraard snurkte, bovenin een stapelbed. Om 5 uur stonden de eerste pelgrims al op om niet in de middaghitte van 30 graden te hoeven wandelen.
Op de oude Romeinse weg
De route ging door heuvelachtige landschappen met olijfbomen en veel velden met hazelnootbomen. Soms over een stukje historische weg, waarover de Romeinse centurions marcheerden van en naar Rome. De stilte was verrassend; vaak was er alleen het geluid van de vogels. De eerste dagen niet eens door dorpjes, dus zaak om voldoende eten en vooral water mee te nemen. De etappe eindigde steevast met een steile klim naar de eeuwenoude ommuurde stadjes, zoals Vitrella, Sutri en Campagnano di Roma.
‘Veel wegen gaan naar Rome’ is het spreekwoord en dat klopt. Onze dagtochten waren vaak 5 of meer kilometers langer dan aangegeven, omdat de route was veranderd of de bewegwijzering ons in de steek liet. Het Engelse stel dat we onderweg tegenkwamen kon dat niet meer waarderen. Ze waren al 2½ maand onderweg, aan het eind van hun Latijn en wilden Rome zo snel mogelijk bereiken. 
Dat deden wij volgens plan op 3 juli en toen was het voor mij tijd om m’n mind te resetten omdat ik bij een tweedaagse conferentie van de Wereldgezondheidsorganisatie een presentatie moest geven.
Met een Fiat 500 reden we zaterdag naar het toetje van onze vakantie: de Amalfi kust. We kwamen te laat aan om het Wilhelmus nog te horen, maar nog wel op tijd om op een plein de tweede helft van het Nederlands elftal tegen Costa Rica te zien en te juichen voor de strafschopdoelpunten. Nu nog een paar dagen luieren, zwemmen, (beetje!) zonnen, pasta en pizza’s eten en de voetbalwedstrijden kijken.