zaterdag 4 maart 2017

Hiroshima en Nagasaki

Een maquette met de grote vuurbal boven de stad Hiroshima
A-bomb dome (koepel van het oude expositiegebouw)
Op 6 en 9 augustus 1945 dropten Amerikaanse vliegtuigen de eerste en de tweede - en tot nu toe gelukkig ook de laatste - atoombom. Het veroorzaakte direct meer dan 100.000 doden door de hitte (3000 tot 4000 °C in het epicentrum), de druk (windsnelheden groter dan een orkaan) en de acute gevolgen van de radioactieve straling. Veel mensen kregen later ziektes door de straling, zoals leukemie, andere vormen van kanker, cataract, groeistoornissen, huidafwijkingen, etc. en overleden er vaak aan. Deze afschuwelijke gevolgen van nucleaire oorlogsvoering heeft de wereld doen beseffen dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Albert Einstein, die in 1943 de Amerikaanse regering nog geadviseerd had om een atoombom te maken, vroeg in 1955 via een petitie de wereld te stoppen met nucleaire wapens.
Hiroshima ligt 800 km van Tokio. Dit was het moment om de stad, die al sinds mijn jeugd tot de verbeelding spreekt, te bezoeken. Bovendien hebben we een railpass aangeschaft waarmee we door heel Japan kunnen reizen. De shinkansen, een supersnelle trein, bracht ons in 4 uurtjes naar de stad die nu 1,5 miljoen inwoners heeft. 
Shinkansen of bullet train
De treinbegeleiders met witte handschoentjes
Ons hotel lag op een paar 100 meter afstand van de het beeldmerk van Hiroshima, namelijk een zwaar beschadigd expositiegebouw met een ronde koepel. Doordat de atoombom vrijwel boven het gebouw in de lucht ontplofte, was er geen zijwaartse druk en zijn de muren blijven staan. Het wordt nu de ‘Atoombomkoepel’ (A-bomb dome) genoemd en staat op de Werelderfgoedlijst. 
Foto van het oorspronkelijke expositiegebouw
Iets verderop ligt tussen twee rivieren het Peace Memorial Park. De stilte in het park doet sereen aan en het is indrukwekkend om daar rond te (mogen) lopen. De vredesvlam zal blijven branden tot er geen nucleaire wapens meer op aarde zijn. 
Het monument voor de slachtoffers, de vredesvlam en de "A-bomb dome"
In het Peace Memorial Museum luisterden we aan het eind van dag naar de verhalen over de eerste dagen na de atoombom. Veel scholieren waren die dag om 8.15 uur in het centrum van Hiroshima bezig om gebouwen om te trekken (demolition work), waarmee men dacht stadsbranden te voorkomen. Veel van hen kwamen direct om of kwamen zwaar verminkt terug bij hun ouders. Aangrijpend te horen hoe hun leven binnen een paar dagen eindigde en over de wanhopige zoektocht van ouders naar een laatste teken van hun kind.
De klok die stilstond op 8.15 uur in Hiroshima op 6 augustus 1945
De avond zagen we een andere kant van Hiroshima, want het is ook een hippe stad met volle restaurants en sfeervolle cafés op vrijdagavond. Hier en daar heeft het de allure van Parijs, maar heeft ook de vele Aziatische neon-uithangborden, lampions met veel mensen op straat. Het is tot nu toe de gezelligste plaats die we hebben bezocht.
Okonomiyaki, Japanse pizza
Omdat Hiroshima zo’n indruk maakte, besloten we vandaag een dagtrip naar Nagasaki te maken. Nagasaki ligt 3,5 uur reizen van Hiroshima, maar met een beetje vroeg opstaan en het stipte vervoer, is dat goed te doen. Ook in Nagasaki gaf de combinatie van een museum en een herdenkingspark veel informatie en een blijvende indruk. De atoombom, dit keer geen uranium maar plutonium (geen idee waarom er een ander radioactief materiaal werd gebruikt) zou eerst boven een andere plaats gedropt worden, maar vanwege het slechte weer werd het Nagasaki. Het beoogde doel, de Mitsubishi-fabriek, werd ook niet gehaald. De bom ontplofte boven een woonwijk in Nagasaki. De meeste slachtoffers waren vrouwen, kinderen en ook veel krijgsgevangenen (vooral Koreanen). De beelden van verkoolde en verminkte lichamen zijn afschuwelijk. Deze oorlog ligt al meer dan 70 jaar achter ons, maar het besef dat er nu in Syrië en Irak gruwelijke oorlogsmisdaden plaatsvinden (soms met zenuwgas), waar we over tig jaar in een museum over leren en die oorlog herdenken, maakt me niet vrolijk.
Peace statue van Kitamura Seibo
De klok stond stil om 11.02 in Nagasaki op 9 augustus 1945
Een aantal tekeningen van overlevenden
 





vrijdag 3 maart 2017

Een bijzondere ontmoeting tijdens het tuberculosecongres in Tokio

Vorige week stuurde de organisatie van het Japanse tuberculosecongres me een Whatsapp-berichtje met het verzoek om de mail te checken. Een 'important person' wilde na afloop van mijn presentatie met ons spreken. De VIP was 'Her Imperial Higness Pricess Akishino', de beschermvrouwe van de Japanse Anti-Tuberculose Associatie (JATA). Ook KNCV heeft een beschermvrouwe: Prinses Margriet.
Japanner bij het keizerlijk paleis

Wikipedia is altijd een goed bron om raad te plegen. Prinses Akishino is getrouwd met prins Akishino, de tweede zoon van keizer Akihito. Ze wort ook wel prinses Kiko genoemd, naar haar geboortenaam Kiko Kawashima (https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiko_Kawashima). Na haar huwelijk voltooide ze eerst haar mastersopleiding psychologie en promoveerde in 2013 op "Kennis, attitude en gedrag met betrekking tot tuberculose". En voor Japan heel belangrijk: ze is de moeder van het enige mannelijke kleinkind van keizer Akihito. Dus na prins Naruhito, de eerste huidige kroonprins en zoon van Akihito, zal haar zoontje Hisahito de troonopvolger zijn. 
Onzeker over hoe we ons moesten voorbereiden, informeerden we vooraf, en werde gerustgesteld dat de kennismaking geheel onofficieel en informeel zou zijn. Dat betekende ook dat ik aan het begin van mijn presentatie haar niet moest noemen, hoewel ik wel vrij snel zag wie de prinses moest zijn.
Mijn 'lecture' voor de 200 tbc-bestrijders werd na elke 1-2 zinnen vertaald in het Japans. De deelnemers hadden vooraf een reader gekregen met een vertaling van mijn dia's en ook tijdens mijn presentatie zag ik deelnemers driftig aantekeningen maken. De 1,5 uur durende presentatie werd ook opgenomen en het materiaal zou gebruikt worden voor een tv-uitzending. Na de Q&A - de vragen en antwoorden - werden we meegenomen naar de bovenste verdieping van het hotel. De prinses was ons al voorgegaan. Vooraf was verteld dat de prinsed een druk programma had en ons gesprek maar 5 minuten kon duren, duurde de ontmoeting met een kopje groene thee een half uur. Ze stelde eerst vragen over onze manier van publieksvoorlichting over tuberculose en vroeg daarna of ze met Florence mocht praten. Daarbij vertelde ze dat ze een serie van 7 Nederlandse boeken had, van zwangerschap tot aan adolescentie, en was zeer geinteresseerd in de methodieken die wij in de Nederlandse jeugdgezondheidszorg gebruiken. Via JATA zal ik haar het meest recente tbc-voorlichtingsmateriaal sturen. De prinses wilde ons ook heel graag een boek meegeven over de Japanse jeugdgezondheidszorg. We zullen zien hoe we dat voor ons vertrek kunnen regelen. Aan het eind van de audientie vroeg de prinses of we met haar op de foto wilden. Ook met mijn iPhone werd ons bezoek aan de keizerlijke prinses vastgelegd, maar ze vroeg ons de foto's niet op het internet te plaatsen. Dat zullen we dan oon niet doen, maar wel afdrukken en inlijsten. Een niet alledaagse ontmoeting.
Menukaart welkomsdiner. Rechts het voorgerecht, links het nagerecht, en van boven naar beneden!
Een proost met sake (rijstewijn) met Dr Mori, een van de gastheren.
De lege flessen sake. De rechter was ook leeg maar werd voor de foto even rechtop gezet.
Samen met een van de tbc-bestrijders uit Tokio
We aten op de bovenste (42e) verdieping




dinsdag 28 februari 2017

Slapen in een ryokan in Japan

De ramen en de vloer van het huis begonnen net te schudden. “Small earthquake” zei de eigenaar van het familiehotel (ryokan), zoals er elke maand wel een is. Zes jaar geleden (11 maart 2011) was in Fukoshima de laatste grote beving in Japan gevolgd door een tsunami en een grote kernramp.
Besneeuwde bergtoppen in Nikko
We zijn in Nikko, een klein plaatsje honderd kilometer ten westen van Tokio. Twee opperbevelhebbers (shoguns) van het Tokugawa-shogunaat zijn hier in mausolea bijgezet. Samen met een tempelcomplex staat het nu op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

Beeld voor het graf van Tokugawa Ieyasu (eerste shogun)
Nederland heeft een bijzondere band met Japan, omdat tijdens de Tokugawa- of Edoperiode (1603-1868) wij het enige land waren dat met Japan handel mocht drijven. Op een klein eilandje voor Nagasaki had de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) meer dan twee eeuwen lang een handelspost, de Deshima. Ook dit staat op de UNESCO-lijst, maar of we Nagasaki in deze twee weken aandoen is nog even de vraag.
Japan voert nog steeds een politiek om de eigen cultuur zoveel mogelijk te behouden. Trouwen met een niet-Japanner is niet eenvoudig, hoewel het Yoko Ono natuurlijk wel gelukt is. En het immigratiebeleid is streng: vorig jaar mochten van de 10.000 asielzoekers (ook uit Syrië en Eritrea) er 28 blijven. Eén meer dan het jaar daarvoor.
Terug naar onze ryokan waar ik aan een lage tafel zit te schrijven. In onze vierkante kamer liggen rijststro-matten (tatami) op de vloer en in de hoek liggen twee dunne matrassen (futons) die straks uitgerold worden. Maar eerst gaan we volgens Japans gebruik baden. Je begint met een schrobbeurt zittend op een laag plastic krukje naast het bad en dan lekker ontspannen in de hot tub van 40°C. De rest van de avond zijn we gekleed in een yukata (soort kimono/badjas) en drinken thee of een glaasje wijn aan de lage tafel. De pantoffels staan voor de schuifdeur. Hopelijk blijft het vannacht aardbevingsvrij. 

Japans ontbijt met soep, rijst en zalm. En zeewier om zelf rolletjes te maken.
Met de neus in de boter: de Tokyo maration. Alleen kwamen we pas in de stad toen Kipsang al over de streep was in 2.03.57

Fanatieke supporter die iedereen aanmoedigde.
Zicht op de lopers vanaf de 36e verdieping

woensdag 22 februari 2017

Inle Lake, Myanmar

Hielke en Sietse Klinkhamer zouden op het Inle-meer hun lol op kunnen met hun Kameleon. Het meer is 20 km lang en 5 km breed. Aan de oevers en in het meer liggen 200 dorpjes, de huizen op palen gebouwd. De bewoners van het meer horen bij de Intha bevolkingsgroep. Intha betekent 'zonen van het meer'. Hun leven is helemaal verbonden met het water. Fascinerend zijn de vissers die met het ene been staand op het bootje en met het andere de peddel omklemd wijd uitzwaaiende bewegingen maken, het zogenaamde beenroeien. Zo hebben ze de handen vrij om nog een fuik of een stok met scherpe punt naar de vissen in het heldere water te gooien.
Beenroeier op het Inle-meer
Van waterhyacinten, moerasplanten en bamboe worden drijvende tuinen gemaakt door er aarde op te gooien waar zelfs de bloemkool het goed op doet. En elk dorp heeft wel een handicraft workshop. De 'gondeliers' zetten je slim af bij zilversmeden, wevers, sigarenmakers, botenbouwers of bij een lokale markt. 
Cheroot (sigaren) makers
Drijvende 'kraam' van een lokale markt
Het Engelse onderwijs was slecht tijdens het militaire regime, zodat maar weinig mensen goed Engels spreken. Maar jonge meisjes doen ontzettend hun best om alle stappen van het handwerk uit te leggen. Ooit gehoord dat in de stengel van de lotusbloem een vezel zit, die je voor kleding kunt gebruiken? Je moet de vezels draaien en vijf bij elkaar plakken om een stevige draad te krijgen. De lotusbloemen groeien hier weelderig op het water, maar om voldoende vezels voor een sjaaltje te oogsten heb je wel 3000 stengels nodig en ben je een paar weken bezig. De zelfgeweven sjaaltjes kosten dan ook minimaal 90 dollar, een vermogen in dit land.
De bedrijvigheid in dit land valt sowieso erg op. Uiteraard heb je bij een eerste bezoek geen vergelijking, maar het land lijkt op te leven na (gedeeltelijk) verlost te zijn van het militaire regime. Het overheidsgeld wordt nu geïnvesteerd in goede projecten, zoals verbetering van de infrastructuur. Wegen worden overal verbreed en veel tolpoorten verschijnen. Vrouwen doen hier het zware werk. Dat is toch wel schokkend om te zien. Langs een nieuw stuk weg schept een man gewoonlijk de schalen vol met stenen, die vrouwen vervolgens op hun hoofd zetten en wegdragen naar de weg in aanleg. In de hete zon zitten andere vrouwen naast de weg om de stenen bij elkaar te passen. Uiteindelijk zijn het de mannen die er een nieuwe stukje teer erover leggen.
Wat echt opvalt in dit land is de enorme vriendelijkheid van de mensen. Men maakt graag oogcontact, poseert voor een foto of wil graag met jou op de foto. Want ook in Myanmar heeft iedereen wel een smartphone.Eerder een Koreaanse Samsung of een Chinese Huawei dan een Amerikaanse iPhone. Daar gaat D. Trump niet veel aan veranderen. 
Cheroot rokende Pa-O vrouw


Twee bediendes van een restaurant op het Inle-meer
Ondergaande zon U Bein Bridge, Mandalay


maandag 20 februari 2017

Monniken in Myanmar

De boeddhistische monnik kleurt hier het Birmese straatbeeld oranje, roze of donkerrood. Ieder jongetje moet tussen z'n 7e en 12e jaar zeven dagen monnik zijn. Kaalgeschoren lopen ze elke ochtend met een kom langs de stalletjes om eten op te halen. Wij zouden het bedelen noemen, maar hier heet het een gift (donation) ophalen. 
Rijst werd 's ochtends uitgedeeld voor ons hotel Zfreeti in Bagan
Jassa, onze taxichauffeur in Mandalay, vertelde over zijn eigen ervaring. Op z'n veertiende was hij als leek-monnik ingetreden omdat het gezin met 5 kinderen onvoldoende geld had voor een opleiding. Ook een broertje werd monnik. Drie jaar later werd hij monnik-novice en op z'n 20e monnik. Het leven van de (volwassen) monnik bestaat uit vroeg opstaan, meditatie, met een bedelnap langs winkels gaan om eten op te halen, de middag-lunch, de middagdut en meditatie. Na het middaguur mogen monniken niet meer eten. Jassa's monnik-periode eindigde op z'n 24e toen z'n ouders hem vroegen terug te keren naar huis. Zijn moeder was ziek en is ondertussen aan borstkanker overleden. Hij zorgt nu met z'n taxiritjes voor het inkomen waar vader en een broertje ook van moeten leven. Voor de duidelijkheid: de auto is niet van hem maar van de baas. 
Kind van 14 jaar slijpt de boeddha uit marmer. Op oudere leeftijd hebben veel slijpers longklachten (stoflongen) 
Het hogere doel van de monnik is om door te mediteren en 'goed' te leven in een van de 31 hogere vormen te komen en niet meer te reïncarneren als mens. Maar Myanmar zou volgens mij er meer aan hebben als deze monniken (1% van het land is monnik) goed zouden doen via een maatschappelijke bijdrage/functie. 
Shwedagon-pagode in Yangon
De Birmese bevolking stopt nog steeds veel geld in pagodes. Dit zijn tempels met in het midden een stoepa (puntige toren) met eromheen ruimtes met boeddha's. Zowel de stoepa als de boeddha zijn vaak bekleed met bladgoud. De Shwedagon-pagode is veruit de indrukwekkendste en staat in Yangon. 
Zonsopkomst in Bagan met 15 luchtballonvaarten
In Bagan hebben koningen 1000 jaar geleden in een gebied zo groot als de Hoge Veluwe 4000 pagodes neergezet. Fascinerend om er op een e-bike tussendoor te fietsen. Ons laatste pagode-ervaring was het bezoek aan een grot met 8000 gouden boeddhabeelden. Over overkill gesproken! Het heeft mijn overtuiging versterkt dat religie de persoonlijke en economische ontwikkeling vaak belemmert.
Pindaya cave (grot) met 8000 boeddhabeelden, en er komen nog steeds nieuwe bij.
Monnik die een gouden ring uitzoekt
Elke volwassen monnik heeft wel een iPhone, Heel wat selfiemakende monniken tegengekomen..