zondag 2 april 1989

3. Mwapoleni mukwai. Mulishani? Ndifye bwino!

Wij zijn nu 2 maanden in Chilonga en beginnen ons hier thuis te voelen. Inmiddels ook allebei aan het werk. Florence is nog zonder kontrakt, maar heeft wel een voorlopige toestemming gekregen om te werken. Ook al onze spullen zijn aangekomen. Dat we de radio misten, zoals ik in de eerste rondzendbrief schreef, was slechts figuurlijk bedoeld. Inmiddels is onze radiocassette-recorder wel letterlijk weg. We hadden deze uitgeleend aan twee studenten. Vorige week is er bij hen ingebroken. 

Met het Bemba begint het nu ook een beetje te vlotten. We krijgen één keer per week les van onze buren, drie verpleegkundigen. Het zal nog wel even duren, voordat we een gesprek kunnen aangaan. Het groeten (heel uitgebreid) en een aantal medische vragen zitten er al snel in. Zo weet Florence inmiddels "Waar is de sleutel van de medicijnkast?" in het Bemba is. "Mwapusukeni" betekent "Gered van de dood", de felicitatie als iemand net bevallen is. Die lesavonden zijn heel gezellig. We leren van hen ook wat meer over de kultuur. Zambianen zijn van nature hele vrolijke mensen. Deze verpleegkundigen zijn dan ook drie lachebekken. Er wordt trouwens ook heel wat geroddeld in ons ziekenhuis. Zo weten ze via de 'tam-tam' soms dat we de vorige dag bonenbladeren aten en vraagt iedereen of we het lekker vonden.

Ik zal proberen een indruk te geven van wat ik zoal doe. Florence zal in de volgende brief haar ervaringen op de kinderafdeling (Ward 3) vertellen. Ward 2 (chirurgie), 4 (interne) en 6 (verloskunde) zijn de afdelingen waar ik drie maal per week een ronde loop. Het dagritme is als volgt: om 8 uur 's ochtends lezen we het nachtrapport over het wel en wee van de patiënten. Maandags, woensdags en vrijdags lopen we visite over de afdelingen. Dinsdag- en donderdagochtend zijn voor geplande operaties. Van 10 tot 10.30 uur hebben we koffiepauze, waarbij we de problemen op de afdelingen bespreken. Tot 12.30 uur loopt de ochtend door.
's Middags werken we van 14.00 tot 16.30 uur. Allerlei kleine ingreepjes op de afdelingen, uitgebreider onderzoek van de patiënten en de OPD (poli) moeten dan gedaan worden. Gemiddeld worden per dag 15-20 mensen opgenomen in het ziekenhuis.
's Avonds doet altijd een van ons de ronde. Ook dan zijn er weer een aantal nieuwe patiënten in het ziekenhuis opgenomen. Laatst moest ik 10 nieuwe patiënten bij het licht van zaklantaarn en kaars onderzoeken tijdens een avondronde, omdat de elektriciteit een paar uur uitgevallen was. Als ze me 's nachts in het ziekenhuis nodig hebben komt een watchman naar ons huis en tikt dan heel zachtjes op het raam. Hij heeft een 'call-book' bij zich, een schriftje waarin staat wat er aan de hand is. Ik word 's nachts wel eens wakker en denk dat iemand op het raam getikt heeft. Vaak klopt dat, soms ook niet.
Iedere arts die naar de tropen gaat, kijkt een beetje tegen de OK's op. In Nederland heb je maar een paar grote operaties gedaan en er stond altijd een specialist naast je. Dit geldt met name voor sectio's (keizersnede). In Chilonga word je snel in het diepe gegooid. Na drie dagen moest ik een sectio doen bij een vrouw die hier 150 km vandaan woont en al twee dagen weeën had. Er was echter geen transport beschikbaar. Bij het vaginale onderzoek voelden we de voetjes en het hoofd. Een rare ligging. Het kind kan zo niet geboren worden. Hartaktie van het kind was nog goed en we besloten dus om een sectio te doen. Het kind kwam er goed uit, maar ondanks de reanimatie kwam het niet opgang. Na 30 minuten hebben we de reanimatie gestopt. Gelukkig bleven de andere kinderen, na sectio's geboren (dat zijn er al 8), wel leven.

We zien heel vaak deze problemen doordat mensen niet op tijd in een ziekenhuis of gezondheidscentrum kunnen komen. Het kost ons een dag om met een 4-wheel-drive in de droge tijd in Nabwalya (een dorp in ons distrikt) te komen. Het kost een moeder 3 dagen om met malaria en ernstige bloedarmoede en een ziek kind op de rug naar het ziekenhuis te lopen. Het gebeurt natuurlijk dan vaak dat mensen veel te laat in het ziekenhuis komen. Ik kreeg tijdens een weekenddienst een kind te zien, die heel bleek was. Bij het afnemen van wat bloed om te kruisen voor transfusie, ging het kind onder m'n handen dood. Het bloedgehalte bleek een kwart te zijn van wat het hoort te zijn. De moeder woonde hier een paar kilometer vandaan.
Vorige week moesten we 3 keer een amputatie doen. Alle 3 waren epileptische patiënten die een aanval kregen en in het vuur waren gevallen. Een vreselijk gezicht en er zit vaak niets anders op dan het verbrande deel er af te halen.
Op de kinderafdeling is een aparte zaal voor ondervoede kinderen. Gisteren heb ik nog een kind opgenomen die een klassiek voorbeeld is van ondervoeding. Het kind was bijna 2 jaar. Tot 1 jaar en 4 maanden was de moeder met het kind op de Under Five Clinic geweest. Het kind zat goed op de groeicurve en woog 9 kg in augustus. De moeder was weer zwanger geworden nadat ze de borstvoeding gestopt had. Peutervoeding is hier een groot probleem. Het kind woog nu nog maar 6,5 kg. Vanavond liep ik de avondronde en was het kind plotseling dood. Dit zijn een paar trieste verhalen. Deze blijven juist hangen. Gelukkig gaat het vaak ook goed en knappen kinderen snel op na malaria of longontsteking. Dankbaar is I&D (incisie en drainage), oftewel het openen van een abces. We zien hier veel en grote abcessen. Na een sneetje stroomt de pus eruit, daalt de koorts en zakt de pijn.
De brillen gaan als zoete broodjes weg. Het is snel bekend dat er weer brillen zijn. Op een dag zag ik een man zitten voor Ward 2 te lezen met een veel te klein montuur. Het bleek de bril van een andere patiënt te zijn, die hij geleend had. Zonder bril kon hij niet goed lezen. Hij had +3.00 nodig. Bij het aanmeten vertaalde een leerling verpleegkundige het Bemba naar het Engels. Toen we klaar waren, vertelde ze me dat ze in de klas de letters op het bord niet goed kon zien. Bij het doormeten bleek ze -2.50 nodig te hebben. Degene die een bril met een van deze sterktes heeft, weet dat zo'n bril geen overbodige luxe is. 
De eerste tropische ziekte heeft zich hier ook aangediend. Florence heeft 3 weken geleden, ondanks de profylaxe, malaria gekregen. Na een week was ze gelukkig weer opgeknapt.

In de brieven die we krijgen wordt vaak gevraagd wat voor nieuws we krijgen. Nou, televisie is hier (gelukkig) niet in Chilonga. Een Zambiaanse zender heb ik nog niet op de radio kunnen vinden. Kranten kun je alleen krijgen als je een abonnement hebt. In de grote steden is wel losse verkoop. Wat dus overblijft is het nieuws van de Wereldomroep, waarop we hoorden dat Zambia een nieuwe minister-president heeft. En uiteraard jullie knipsels!

We zijn nog niet zo creatief dat we van de hier beschikbare produkten lekkere gerechten kunnen maken. Misschien dat je ons kunt helpen aan een lekker recept. Het lekkerste recept wordt beloond met een chitenge van KK XI (?!).
De ingrediënten: 
- Meelprodukten zijn hier goed te krijgen, zoals nshima, aardappelen, rijst, bloem, spaghetti, macaroni en maïs.
- Groenten: witte kool. paprika, aubergines, komkommer, avocado's, tomaat, wortelen, sla, uien, doperwten, pompoen, pompoenbladeren, bonenbladeren. De rode kool en prei in onze tuin komt net op.
- Aan fruit voldoende: mango's, bananen, citroenen, sinaasappels, passievruchten, guave's.
- De produkten zijn echter heel seizoensgebonden. Op dit moment is er alleen maïs, kool, tomaten en bananen op de markt. Verder hebben we boter, kaas en eieren.
- Eens in de zoveel tijd halen we vlees uit Lusaka; sausages, gehakt, karbonade. Kippen kopen we in het ziekenhuis.
- Kruiden hebben we meegenomen uit Nederland (peper, zout, paprikapoeder, kerrie, oregano, dragon, tijm, basilicum, rozemarijn, chilipoeder).
Dus als je een ander kruid in je recept wil verwerken, moet je het wel meesturen.


We hebben allebei ineens heel veel zin in een zak patat. Hoe zou dat komen?

woensdag 15 februari 1989

2. Met 400 eendagskuikens in een pickup truck

Dit keer is het mijn beurt om jullie wat te schrijven. Hoewel pas drie weken in Zambia hebben we toch al heel wat beleefd. Gerard is inmiddels al volop aan het werk in het ziekenhuis en heeft al heel wat avond- en nachtdiensten er op zitten. Ik ben nog steeds in afwachting van mijn employment permit. Deze kan binnen enkele weken afgegeven worden. Tot die tijd mag ik nog niet aan de slag, maar loop zo nu en dan wel mee in het ziekenhuis. Deze week gaat het verpleegkundig hoofd Sr. Clementine, een Zambiaanse non, proberen om een voorlopig employment permit voor me te krijgen, zodat ik alvast een beetje ingewerkt kan worden.
Zoals het er nu naar uitziet ga ik na een inwerkperiode van circa een jaar in de 'public health care' werken, met als taken coördinatie, ondersteuning en onderwijs en vooral observeren en signaleren van problemen. In de tussentijd zit ik natuurlijk niet stil en heb ik mooi de gelegenheid om wat meer van het Afrikaanse leven te zien. 
Regelmatig ga ik naar het marktje aan de overkant van de weg om groente en fruit te kopen. Als het er is. Zo'n markt moet je niet voorstellen als een Albert Cuyp met mooie kraampjes waar volop alles te krijgen is. Deze markt is een kleine overdekte betonnen vloer, waar zo'n 15 zakken op de grond kunnen liggen. Op die zakken liggen de waren te koop. Deze tijd van het jaar (regentijd) is een moeilijke tijd; er zijn dan weinig groenten. Op dit moment verkopen ze kolen, mango's, pompoenbladeren en de eerste bananen zijn van de boom gekomen. Ook worden hier kleine visjes (kapenta) verkocht. Ik heb ze nog niet gekocht, hoewel ze wel erg eiwitrijk zijn. Tijdens de kooklessen op de tropenkursus heb ik ze geproefd en om je de waarheid te zeggen: ik zou eerst een goed recept moeten hebben. De mensen hier roeren ze door de nshima, een dagelijks terugkerende maïspap, dat gegeten wordt met een soort groentesaus. Dit doet me weer denken aan de eerste avond in Lusaka. We bestelden toen ook nshima. "De Zambiaanse specialiteit", zei de ober nog. We kregen een bord vol met een dikke brei en een klein beetje groentesaus gemaakt van kool. Als goed opgevoede mensen aten we de nshima met mes en vork. Een Zambiaans meisje, die tegenover ons zat, moest erg lachen en kon het niet laten verschillende mensen in het restaurant te informeren over onze eetgewoonte. Zij had zelf ook nshima besteld. We zagen hoe ze behendig met een hand van de nshima een stevig balletje draaide, daar een kuiltje in maakte en dit vervolgens door de saus haalde. We begrepen haar lol, maar voelden nog niet de behoefte om dit zelf al te doen. Eerst nog maar eens oefenen.
Ik ben al ook al een paar keer naar Mpika geweest, dat ligt hier 30 km vandaan. In Chilonga wordt het een grote plaats genoemd, maar als je er met die verwachting heen gaat, valt het tegen. Het heeft meer weg van een wildwest-dorp. Een paar winkels, een bank, een postkantoor, een grotere markt, politie en een bar waar eens in de zoveel tijd bier is en men zich in twee dagen door de voorraad drinkt. De wegen in Mpika zijn allemaal 'dirt roads', dus zanderige weggetjes.
Op dit moment gaat het economisch slecht in Zambia. Dat is ook te merken aan de voorraden in de winkels. Heel veel schappen zijn leeg en er is een beperkte keuze in produkten. Mij werd aangeraden om iets wat je ziet en nodig hebt in grote hoeveelheden te kopen. Een volgende keer kan het op zijn en je weet niet wanneer het weer komt. Het kan wel maanden duren. In het begin ben je daar nog niet zo op ingesteld. Ik dacht "dat zal wel los lopen". Ik zag schappen vol waspoeder liggen en omdat onze bagage nog niet is aangekomen, waar 1 pak waspoeder in zit, was het wel zinvol om 1 pak mee te nemen. Ik had geen geld bij me, maar kon het wel van iemand lenen. Maar omdat ik twee dagen later weer naar Mpika zou gaan, dacht ik dan koop ik het dan wel. Na twee dagen kwam ik in die winkel en waren alle schappen leeg. Dus ik vroeg de verkoper waar de Coldpowder lag. Coldpowder is het merk waspoeder speciaal om te wassen met koud water. Hij was er helemaal doorheen, maar had nog 1 pakje voor zichzelf achtergehouden. Ik mocht die wel kopen. Ik geneerde me dood en protesteerde wel, maar hij wilde er niets van weten dat ik het niet nam. Achteraf was ik wel blij, want door de zware regens is het behoorlijk modderig, waardoor de kleren echt vies worden. Je ziet de huishoudelijke beslommeringen dringen ook door in deze brief.

Net een week in Chilonga, kreeg ik de gelegenheid om naar Lusaka om onze bagage in te klaren en voor het ziekenhuis 400 eendagskuikens op te halen. We vertrokken om 6 uur. Sr. Rosalie, Simon de chauffeur, 3 patiënten, 2 baby's en ik. Zes volwassenen en twee baby's in een Toyota pickup is wel even proppen. Even, is 630 km op redelijke wegen, maar harder dan 100  km/uur kun je niet rijden. Door de zware regens zijn de wegen behoorlijk verslechterd; hier en daar een stuk weg met flinke gaten, die je maar beter kunt omzeilen. Ook vrachtwagens en bussen doen dit, maar zijn niet voor dit soort slingerpraktijken gebouwd, met als gevolg dat je onderweg veel gekantelde vrachtwagens en bussen ziet. Ook de 'road blocks', militaire controleposten, kunnen het nodige oponthoud geven, maar een auto met 'Chilonga Mission Hospital' er op kan meestal doorrijden, na natuurlijk eerst te stoppen en vriendelijk te groeten.
Onderweg zie je ook veel van het leven: kinderen op weg naar school. Met de hak in de hand, want voor schooltijd moeten ze eerst op het land werken. Vrouwen met zware lasten op het hoofd. Ook apen in de berm die regelmatig overstaken. Ik had het gevoel echt in de tropen te zijn; zoiets zie je in Nederland niet.
Na 8 uur rijden in een warme auto kwamen we in Lusaka aan. We reden door de buitenwijken, met zogenaamde compounds, wijken met kleine lemen huisjes. Door de regen zijn velen dakloos geworden. Je kunt je voorstellen dat dat veel ziektes geeft. Ook in ons ziekenhuis liggen veel mensen met longontstekingen en malaria.
De patiënten werden bij het universiteitsziekenhuis afgezet om daar een meer specifieke behandeling te krijgen. Ingewikkelde gevallen worden doorgestuurd naar Lusaka. Als er geen ziekenhuisauto gaat moeten mensen met de bus. Die moet je circa twee weken van te voren bespreken. Je snapt dat verwijzen soms een probleem is. Toch wordt er vaak wat geregeld, zodat mensen mee kunnen liften.

's Avonds heb ik geslapen bij de "White Fathers". Deze plek is voor witte paters, maar ook voor mensen die in missieziekenhuizen werken kunnen tegen een geringe vergoeding, inklusief de maaltijden, hier terecht. Dit is wel erg plezierig, want het is moeilijk om in Lusaka betaalbare veilige overnachting te vinden. Een hotel kost zo'n fl. 150,= per nacht en is meer dan m'n maandsalaris. 's Avonds in de relaxruimte bij de paters werden de meest wilde verhalen verteld over criminelen, gevangenissen en doodstraffen. De een nog sterker dan de ander. De onveiligheid in Lusaka kwam ook ter sprake, ervaringen van messentrekkers, etc. Toen 's nachts het inbraakalarm afging en ik drie pistoolschoten hoorde, besefte ik dat die verhalen misschien wel niet zo overdreven waren als ik dacht. De volgende ochtend brak de discussie los over de schietpartij en het alarm. De een had wel vijf schoten gehoord, de ander nog meer, dus toch aandikkerij. Het hele voorval is met een sisser afgelopen. De inbrekers zijn door het alarm geschrokken. Een van de paters had voor de zekerheid met een alarmpistool in de lucht geschoten.
Ik heb m'n bagage ingeklaard, wat de hele ochtend in beslag nam. In de middag veel boodschappen gedaan om een voorraad in Chilonga aan te leggen. Verse groenten en limonadesiroop, want frisdrank is niet te krijgen. Lusaka zit al een week zonder brood. Ook suiker en melkpoeder is moeilijk te krijgen. Soms verlang ik naar een lekker glas melk. De volgende ochtend vertrokken we met z'n 404-en naar Chilonga. Sr. Rosalie, Sr. Kathleen, Simon, 400 eendagskuikens en ik. We zaten net zo krap als op de heenweg, omdat de kuikens ook op de achterbank moesten. De beestjes werden onderweg goed verzorgd en zijn alle 400 levend aangekomen. Ik had tot de volgende dag nog een blijvend getjilp in m'n oren.

Afgelopen weekend zijn we naar ons definitieve huis verhuisd. Het is hier gezellig en een luxe: grote woonkamer, open haard, 3 slaapkamers, badkamer met ligbad, warm-koud stromend water (van de waterval achter het ziekenhuis). Er is een bloementuin en een groentetuin, die ik vandaag voor een gedeelte heb omgespit en waar ik zaaibedden heb gemaakt. Waar zo'n tropenkursus al niet goed voor is! 
Deze week ben ik ook nog naar een meeting geweest voor health workers. Thema: verbeteren van de gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen. Hoe en op welke manier? Het was voor mij heel zinnig. Je krijgt een beetje zicht op de problematiek (speciaal in ons distrikt). Tevens zie je ook hoe gecompliceerd het allemaal is en dat er geen pasklare oplossing is. De meetings zullen regelmatig terugkeren.

Nou zoals je ziet heb :ik niet zoveel problemen met m’n tijdelijke werkloosheid. Alhoewel ik graag aan de slag wil. Verder kijken we natuurlijk elke dag uit naar de post. Tot nu toe hebben we 4 brieven uit Nederland gekregen, die we al 3 keer hebben doorgelezen. Via de Wereldomroep blijven we ook een beetje op de hoogte, dit is slechts 10 minuten per dag. We weten in ieder geval hoeveel graden het bij jullie is en dat het stormt en er natte sneeuw valt.

Zo. Jullie zijn weer op de hoogte en ik heb wat van me afgeschreven. Als je zo'n rondzendbrief schrijft heb je het gevoel toch weer even bij jullie te zijn.

zaterdag 28 januari 1989

1. Eerste kennismaking met 's lands autoriteiten

Chilonga, Mpika, Zambia. Beste jullie, 
Zoals je leest zijn we op de plaats van bestemming aangekomen. Zo'n eerste week gebeurt er ontzettend veel en doe je veel indrukken op. Daarom gelijk maar een brief rondzenden. Na weken afscheid nemen, was het op Schiphol dan definitief. In Lusaka beseften we pas, dat we hier de eerste 1½ jaar zullen blijven en onze vrienden en familie niet zullen zien. Op Schiphol was het ook het begin van iets waar we jaren naar toe gewerkt hebben. De laatste maanden waren heel intensief geweest. Ook wij vonden het moeilijk om afscheid te nemen. In het vliegtuig kwamen de tranen. Vooral toen we in onze bagage allerlei briefjes, snoep en gelukkig ook een paar zakdoekjes vonden.
"De vogel is gevlogen"
Het vliegen stelde niet zoveel voor. Het was donker en bewolkt boven Afrika. Om half zeven (een uur later dan in Nederland) meldde de cockpit dat we gingen landen. De temperatuur in Lusaka was inmiddels 23ºC. Twee mensen van de CMAZ (Churches Medical Association of Zambia) stonden ons op te wachten met een bord: DE VRAIS, VAN WIJNGARDEN. In een oude Renault 4-bestel werden we naar een hotel buiten Lusaka gebracht. Het gesprek van de dag was de voetbalwedstrijd Zambia-Zaïre, die 's middags gespeeld werd. Een voor-rondewedstrijd voor het WK 1990. Overal in het hotel stond de radio hard aan. We konden bij de manager tv kijken en 'we wonnen met 4-2'.

De dagen in Lusaka stonden in het teken van de bureaucratie. Mr. Kulukulu van de CMAZ moest ons langs verschillende instanties leiden. Later werd duidelijk dat we dit in verkeerde volgorde deden, met als gevolg dat we bijna overal 3 keer geweest zijn. Dinsdags werden we 'overgedragen' aan het Ministry of Health en vertelde men dat we een kontrakt hadden met de Zambiaanse overheid en dat zij ons dus konden plaatsen waar we nodig waren.... Bij een paar andere instanties ging dat ook zo. We waren dus blij toen Ietje de Vries, de arts uit Chilonga, ons op sleeptouw nam. Langs de Registratie, Personnel Division, Ministry of Health, Ministry of Finance, Immigration Office en de Nederlandse ambassade. Totaal meer dan 15 bezoekjes. Of dit in Nederland sneller was gegaan, betwijfel ik. Wel werd duidelijk dat de CMAZ weinig voor ons gedaan had. Het zal nu allemaal wel loslopen. De werkvergunning en de registratie moeten volgende week klaar zijn. We zullen wel zien.
Door al deze toestanden kwamen we er niet aan toe om onze onbegeleide bagage op te halen. Een ander deel van onze bagage zal binnenkort moeten komen. We missen een paar spullen toch wel (zoals een radio).

Lusaka is verder wel een aardige stad. Het centrum is maar heel klein en na twee dagen verdwaal je niet meer. Toch wonen er 1 miljoen mensen. Door al onze voorbereidingen voelden we ons helemaal niet vreemd. Krijgen we nog een uitgestelde kultuur-shock?
Een ritje met de taxi is een hele belevenis. Alles wat nog enigszins kan rijden, rijdt. Deuren gaan bijna niet open. Ramen die alleen nog met een tang open gaan. Ruitenwissers die eraf zijn. En dat alles soms met een snelheid van 80 km/uur, in de stromende regen over wegen met grote gaten erin. Een Nederlandse APK-keuring zou de stad autovrij maken! In Lusaka hebben we verder nog wat boodschappen gedaan, omdat er in Mpika bijna niks te krijgen is. Voorlopig zullen we niet verhongeren.

Donderdagmiddag begonnen we aan onze rit naar Chilonga over 650 km. Een lange rit door een eentonig savannegebied. Overal langs de kant van de weg lopen mensen. Soms probeert men wat te verkopen. Simon, de ziekenhuischauffeur, kocht nog een paar visjes aan een touwtje, en hing dit over de buitenspiegel, wat niet zo’n sukses was... De geasfalteerde weg was goed begaanbaar. Simon reed soms 130 km/uur. Na 7 uur rijden kwamen we in donker in Chilonga aan. Na een korte introduktie bij de nonnen in het Convent gingen we bij Yvonne (de arts die vertrekt) aan tafel (spaghetti!).
De eerste nacht in ons tijdelijk huis. We sliepen slecht. Zoveel indrukken. Eindelijk in Chilonga.



Gisteren leidde Frits ons rond in het ziekenhuis en stelde ons aan iedereen voor. De werkelijkheid klopte aardig met het beeld dat we vooraf hadden. Het ziekenhuis heeft acht afdelingen (2 interne, 2 chirurgische, 1 kinderafdeling, 1 verloskunde-gynaecologie, 1 isolatieafdeling (met o.a. vieze wonden) en een TB-afdeling).
Verder een laboratorium, apotheek, röntgen, mothers waiting hostel (voor ''hoogzwangeren") en de OPD (=poli). Verpleegkundigen dragen uniformen met verschillende banden en badges naar gelang de opleiding, en natuurlijk kapjes. Bij het ziekenhuis zijn twee scholen, 1 voor verpleegkundigen (ZEN) en 1 voor verloskundigen (ZEM). 's Middags bij het afscheid van Yvonne kwam Sr. Josephine, ''hoofd" van het ziekenhuis naar ons toe. Ze was heel blij dat we er waren, en dat Florence Public Health nurse is. Ze is al lange tijd op zoek naar iemand die het distriktswerk kan coördineren. Dinsdag gaat ze naar Lusaka en zal proberen de werkvergunning voor Florence te versnellen.
Onze verwachtingen zijn goed!

vrijdag 17 april 1981


Na veel moeite om m'n vliegticket te krijgen, dan eindelijk toch in de lucht. Toch bijna alles nog mislukt, omdat ik m'n ticket liet liggen. Vooraf was ik nog gewaarschuwd!
Hado, de koffierverkoper, in Kano tegenover het Central Hotel
Mijn eerste echte vlucht.
De gang van zaken. Door een doorgeefluik m'n koffer afgegeven. Ticket laten zien. Embarcation formulier invullen en tax 5 naira betalen. Dan naar de paspoortenkontrole. Al wel bekend. Een Nederlandse KLM-beambte vertelde me over de brief en bij de paspoortenkontrole had een man me woensdag op m’n fietsje ook gezien. Het verliep allemaal heel gemoedelijk. Ook deviezenkontrole zonder problemen en de koffer werd niet gecheckt. Er werd een kruis op de koffer gekrast. In de wachtzaal m'n naira's uitgegeven en met guldens Coca Cola's gehaald. Na de cokes, waar ik met een Nederlander van Road Nigeria Lmt. Sokote praatte, werd de handbagage gekontroleerd, iets nauwkeuriger. Rolfilmpjes uitgepakt en gefouilleerd. Daarna met de bus naar de DC10.
Vriendelijke stewardessen. Met een iets oudere stewardess over de woestijnervaring gepraat. Kwart voor 12. M'n horloge al vooruit gezet 12.45. Ik dacht dat ik het terug moest zetten. De Holland Herald werd uitgedeeld. Het vliegtuig ging eerst heel langzaam naar de startbaan, om daarna vrij snel te stijgen en Kano achter te laten. Goodbye Africa. De rode lichtjes op de vleugels branden. Tijdens het vliegen voel je wel een beetje de verschillende luchtlagen. Het is net een soort boot, maar dan veel beter en veel minder schommelen. Tax free shop voor sigaretten. Croissants, broodje kaas, ananas, koffie. Geweldig. Van mijn stewardess kreeg ik een koptelefoon en kon ik swingend op de muziek verder gaan. Een film van bijna 2 uur werd gedraaid met Jane Fonda en Dolly Parton. Wel een waardeloze film, maar na 5 maanden zonder, wel heel bijzonder. Met het koptelefoontje kon ik naar het Engels luisteren.
Dat is nu voorbij. Het is 4 uur 's nachts en ik ben niet van plan tijdens deze vliegreis te gaan slapen. Het is volle maan. Net kwamen we over een plaatsje in de Sahara. Een groot wolkendek beneden. De maan staat links en ook wat sterren. Het geronk gaat verder. Iedereen is in rust. De meesten slapen. Een paar passagiers lezen nog wat. Het is heel vreemd om nu onderweg naar Nederland te zijn en al zo snel op Schiphol aan te komen. Ik vind het vliegen fantastisch, maar toch hou ik meer van m'n tentje in de Sahara. Het zal wel heel vreemd worden in Nederland. Ik kan nog niet aan het idee wennen, iedereen over een paar uur terug te zien.
Een paar uur geleden ging ik nog met de taxi door Kano naar de Airport. Langs de kant van de weg de lantaarntjes en de sigarettenverkopers. Een laatste toertje over de zandpaadje en langs de vuilnis. Straks weer met de bus en trein. Van de ene wereld in de andere op dezelfde aarde.
Goh, wat heb ik de laatste dagen toch wel weer naar Nederland verlangd. Ik heb tijdens deze reis nooit heimwee gehad; alleen de laatste dagen wel weer heel sterk naar Nederland toegeleefd, met alle onzekerheden. Pas donderdag viel de eerste last van me af. Ik kon m'n ticket kopen, nadat ik gehoord had dat er voldoende plaats was. Inderdaad het vliegtuig is vrij leeg. Vanavond het tweede obstakel omzeild op het vliegveld om zonder problemen door de Customs te komen. Geen moeilijkheden met de deklaratie, geen moeilijkheden met het gewicht van de bagage. Alles verliep op rolletjes. Royal Dutch Airlines.
We vliegen boven een wolkendek. Het is net een ijsvlakte met hier en daar een wak. De ijsvlakte begint nu, kwart voor 5 te ontdooien. We zijn denk ik net over de Middellandse Zee.
De Alpen overgevlogen. Veel sneeuw. Rotsen. Met hier en daar op de helling of in de vallei verlichte plaatsjes. Daarna grote bossen. Een heel lijnenspel van groen-geel verlichte straten. Fascinerend.
De lichten worden aangedaan en de stewardessen komen met jus d'orange en handdoekjes. Warme handdoekjes. Wel heel verfrissend. Ik heb nu jazz opstaan. Heb ook dorst, maar vooral een lege maag. Met tangetjes halen ze de towels en lege bekertjes weer op. Nu nog wachten op het ontbijt.
Iedereen in Ermelo zal straks nog slapen. Hoe zullen de 5 voorbije maanden geweest zijn? Hoeveel ben ikzelf wel niet veranderd? Hoe zal de aanpassing verlopen?
In de grote vogel, zwevend door de lucht. De maanden die we erover gedaan hebben om op onze bestemming te komen, en nu vlieg ik in uren terug.
Het begin van de 1e of 2e wereld, vanuit de derde. De andere wereld is hier, of eigenlijk al eerder, maar nu echt begonnen: bediening, film, muziek, vliegen, goeie stoel. Een overdosis om daarna in het normale leven terug te keren?
Over een uurtje zijn we al op Schiphol. Ik zal wel doodmoe aankomen. Straks Volkskrant, VanNelle halfzwaar, bloemen kopen. Fulani, Touareg. Ben ik nog dezelfde Nederlander? Breakfast. roomboter, broodjes, omelet met champignons. Africa will you stay on my mind?

vrijdag 3 april 1981

Na Bamenda bezoek bij familie Scheer in Bafoussam. Dat leven trok me ook wel, hoewel ik het toch heel anders zou indelen. Ze waren nog idealistisch. Ik ook nog. Met Jan Scheer ging ik naar een funeral, een 'feest' een jaar nadat een notabele overleden was.







Jan bracht me naar Douala, waar we de puinhoop bij de Eglise Evangelique aanschouwden. De meesten waren naar Kribi geweest en hadden wel een leuke tijd gehad. Nu waren ze bijna allemaal weer terug in Douala. Jan en Herman bijna niet gesproken. Jan zei dat hij toch wel blij was me weer te zien. Hij heeft tijdens de reis een enorm verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkeld. Dat deed me goed. De auto was voor 6 miljoen CFA verkocht. Ze hadden er wel acht voor kunnen krijgen. De Nederlandse prijs lag daar nog ver onder 35.000 gulden.
Ze zijn er niet slechter van geworden, maar echt winstgevend was de reis ook niet. Met Karin en Hans kon ik een normaal gesprek voeren. Pieter was inmiddels getrouwd met Jeanet. Ik moest er voornamelijk om lachen. Jan Scheer vond het vooral onverantwoord en dat was het eigenlijk ook. Volop passiviteit bij Hamdou en Thea. Hamdou was opgepakt en had twee dagen in de bak gezeten. Ik was verbaasd zoveel terug te zien, maar zoals altijd bij het weerzien: teleurstellingen. Ik schaamde me wel een beetje tegenover Jan Scheer over deze toestanden. Altijd te lang in Douala. Nu dus weer een nacht te lang. Bij het ‘nieuwe echtpaar’ op bezoek geweest en 's ochtends vroeg vertrokken.
De rit naar Yaoundé in het busje was "too mad". Het gesprek of meer de monoloog draaide zo'n beetje over blank/zwart. Hebben we blanken wel of niet nodig? In het begin voelde ik me niet zo happy. Iemand zei dat ik een gast was in dit land en dat men beleefd moest zijn tegenover een vreemdeling. Ze voerden waarschijnlijk heel interessante diskussies, maar ik kon het allemaal vrij moeilijk volgen. De redevoerder was waarschijnlijk tegen de blanken. "We hebben lucifers, 33 export en petrol. Waarvoor hebben we de blanke nodig?". “Un coup de sauce, chauffeur"! De hele rit was één om niet snel te vergeten, maar dat geld voor de hele reis.
In Yaoundé kwam ik Karin M weer tegen. Gelukkig geen teleurstelling. Alleen Adolphe viel wat tegen. Karin vertelde waarom. Adolphe was verliefd op Karin geworden en ik denk dat ik te veel was. Karin en ik hadden een goeie tijd samen. Daarna nog naar Libarnba en terug naar Douala. 
In Libamba bezocht ik de school waar de MAVO uit Ermelo een "Poen voor Kameroen'-actie voor had georganiseerd
Weer een nacht teveel. Nu vanwege het visurn voor Nigeria. De laatste avond een tijd met Arne gepraat.
Slaapplaats Arne bij de Missie
On the road. Tiko, Kumba, Mamfe. Leuke ritten. Altijd het gevoel op het eind dat je afscheid neemt van vrienden, ook al heb je niet eens met hen gepraat. Met Peter, een Engelse jongen, 20 jaar, de laatste tijd opgetrokken naar Kano. Hij was door Egypte, Soedan en Centraal-Afrika gereisd. Had erge malaria gehad. Het gaf me een gerust gevoel om niet alleen verder te gaan. Ik wil wel altijd alleen verder, maar het is goed om met iemand verder te trekken.

vrijdag 20 maart 1981

Een nachtelijke rit van Buea over Nkongsamba, Bafoessam naar Bamenda. 's Middags m'n kaartje gekocht en ’s avonds de rest betaald. Om 8 uur moest ik er zijn en om 9 uur riepen ze me om te vertrekken. Afscheid genomen van m’n vrienden en 10 uur vertrokken we dan eindelijk. Nog even tanken en we stonden even later weer stil. De chauffeur ging naar z'n huis toe om vrouw en kinderen gedag te zeggen, even te eten en te douchen. 11 uur. Een uurtje rijden en weer stil. Een kollega had pech met een as en men is altijd nieuwsgierig. Goed, dat duurde ook weer een tijdje; nog een paar nieuwsgierige chauffeurs stopten. Vertrek. Maar nu kregen wij pech: een lekke band. Het ongemak was snel verholpen. Allemaal er uit en opkrikken, band wisselen en weer verder rijden. Het leek wel een rally. En verder ging de nachtelijke rit. Steeds verzitten in de auto. Het raam, waarbij ik zat ging steeds open. Het was koud. Echt krap zaten we gelukkig niet, steeds kwamen er weer mensen bij en gingen er later weer uit. De hele nacht mensen op straat! De chauffeur reed hard, heel hard, tot 130 km/h. Donker. De binnenbochten nemend. Om 3 uur stopten we bij een nachtclub, waar hij een pilsje ging drinken. Hij gaf mij ook een drankje. En verder gingen we weer, nu minder hard. Het werd heuvelig. Even later reed hij de auto een zandpad op, zonder ook maar iets te zeggen, gooide hij de lichten uit en ging slapen, een uurtje. Ging daarna buiten pissen en toen een auto langs kwam, gooide hij de lichten aan en ging deze achterna. Met licht waren we in Bamenda, waar ontbijt en thee klaarstond in het autopark. Nog een uurtje in de auto geslapen, met m' n kop buiten het raam.
Ik werd bij Thomas Ndinayi en familie heel hartelijk ontvangen. In Buea hadden ze me hun adres gegeven, en gezegd dat ik bij hen kon logeren. Meteen werd me een kamer met bed gegeven. Het bed klaargemaakt en warm water om me te wassen. Na de vermoeiende nachtelijke reis kostte het me geen moeite om het grootste deel van de dag te slapen. Het echtpaar had (nog) geen kinderen. In het huis waren verder nog wel enkele ‘relatives’. Een broer van hem, die wat minder intelligent was, en in de huishouding werkte, noemden ze Boy! Een meisje die geadopteerd was en ook in de keuken werkte. Verder nog een nicht en neef, die beiden naar school gingen. Ook zij hielpen 's avonds mee. De ‘bedienden’ aten niet mee aan tafel. Aan alle kanten werd je bediend, zo netjes, dat ik er wel eens van walgde. Ze werden ook gekommandeerd. "Haal me dit, haal me dat". Ook sociaal werk! Boy Raphaël probeerde nog wel een vak te leren en een andere baan te vinden.
De echtelieden voerden zelf vrij weinig uit in het huis. Overdag werkten ze. Hij had in Engeland gestudeerd, 4 jaar, en was nu Provincial Chief of Telecommunication. Zij werkte op het kantoor van de gouverneur van NW Province. 's Middags gebruikten ze hun siësta. Ze werkten van 8 tot 2.30 uur. 's Avonds gingen ze uit of ontvingen gasten. Ze waren hoog ontwikkeld. Hun Afrikaanse humor was heel geestig. Ook mopjes over Nederland. Beneden zeepeil? Als je uit het raam en naar boven kijkt dan zie je de zee. Heel bijzonder. Een berg van 300 meter? Het waren heel vriendelijke en gewone mensen.
's Avonds boodschappen doen op de markt. Het sociaal leven was daar heel mooi. Praatjes met winkelbediendes, marktkoopvrouwen. Met de katholieke kerk voelden ze zich sterk verbonden. De eerste avond dat ik er was, probeerden ze te beginnen met een soort prayergroep om wat serieuzer met het geloof bezig te zijn. Tom verzorgde vooral het innen van giften en schreef allerlei mensen aan. Hij deed het met plezier. Het .huis zag er ook aan alle kanten ‘christelijk’ uit. De vele Jesus Christ kalenders, een kruis, de pauzen en een Mohammedaans borduursel! Het hele leven is zo vermengd met religie. Zo nu en dan werd de bijbel gepakt om gewoon een stukje te lezen. Naar muziek geluisterd. Hij had nogal veel Engelse singles uit z'n studieperiode '70-'74. LP's waren ook verweven met religie. Zo geïntegreerd in hun samenleving.
's Avonds was er een rust, niets te merken van een drukke, verantwoordelijke baan. Hun kleding was heel mooi, elke avond weer wat anders, soms heel grappige, als opperhoofd en echtgenoot. Lieve, grappige mensen. In Europa werd hem gevraagd waar hij vandaan kwam en of hij die en die ook kende uit Oeganda. Hoezo. Nou, die komt toch ook uit Afrika. De wisseltruck in Dijon met de free meal kaart en betrapt. "Isn't this me?". Ontwikkelingshulp. Eenpartijstelsel. Eén doel voor het oog: development en daarom één partij die dat voor ogen houdt. Ze willen graag ontwikkelen, maar niet ten koste van de kultuur. Telefoonverbindingen met het buitenland en tussen grote steden zijn nodig, niet tussen de dorpen. Dat moet gewoon op de traditionele manier gebeuren: mondelinge overdracht.

maandag 16 maart 1981

Alleen verder


Huisje van Gerald Wintume en Gaspa Lantum
In Buea, SW Province leuke mensen ontmoet. Gerald, de huisjongen, nam me op in z'n kamer. Ik sliep daar vier nachten op zijn bed. Een sobere kamer. Een waslijntje met kleding, een buro met paperassen en een stoel. Oude kalenders aan de muur. Schoonheid is bedriegelijk. Z'n broer, Bernard, een vriendelijke levensgenieter. Z'n buurjongen, Gaspa, de zoon van z'n baas. Intelligent. Het leven daar was eenvoudig. ’s Ochtends vroeg opstaan rond 6 uur. Daarna wat werken of naar school. ’s Middags hielden ze een paar uur siësta. De radio-kassetterekorder denderde de hele dag door. De paar bandjes die ze hadden, hoorde je dan ook meermalen per dag. Tegen de avond, meestal een partijtje voetballen met de kinderen. Wandelen of gewoon voor het kleine huisje met elkaar zitten kletsen. Er gebeurde niets sensationeels, het leven gaat z'n gangetje. Dol waren ze op de foto's die ik maakte, heel nieuwsgierig over de afloop, popelend van ongeduld. Ook wilden ze graag korresponderen. Dan was er nog Sebastian die me van alles in Buea town liet zien. ’s Avonds dronken we vaak een pilsje (op mijn kosten). 
Gerald, Sebastian, ik, traditional healer
Hij bracht me in kontakt met de traditional doctor en de missie waar hij werkte. Father Stockmann, een heel aardige man, vertelde me over z'n werk in Kameroen, al 22 jaar. Het liefst was hij in de bush gebleven. Nu had hij een ‘kantoorbaantje’ bij de bisschop. Over het bijgeloof van de bewolking. De opzet van scholen, katholieke scholen, nog steeds de beste in Kameroen. Zelfs de kinderen van gouvernementsleden gaan niet naar de overheidsscholen. Ze oefenen goede kontrole uit op inkomsten en onderwijs. De missie probeert zo veel mogelijk de bevolking bij de kerk te betrekken en vraagt daarom ook steeds bijdragen(!). Meestal komen ze tot 1.000.000 terwijl er 8.000.000 CFA nodig is. De rest halen ze uit het buitenland, zoals van een Duitse organisatie en bij vrienden in Nederland. De pater had totaal geen heimwee naar Nederland en wilde het liefst hier sterven. Andere aspekten van de missie waren pastoraal en sociaal-medisch werk. Dat laatste steeds minder. Leuke verhalen vertelde hij over het bijgeloof en wat je ermee moest doen. Het bier smaakte goed bij de pater.
De zondag in de kerk was een belevenis. Door het gedraal van Sebastian kwamen we halverwege de dienst binnen. Geen probleem. Iedereen loopt in en uit. Niet zo strak als in Europa. Veel kinderen, jonge kinderen. Mooie gospels. De kollekte was iets aparts. Iedereen loopt naar voren en deponeert dan wat geld in een mandje. Een leuke wanorde. Ik ging ook ‘ter communie’.
Ik kwam op de Mt. Cameroon een paar Belgische biologen tegen, met vlindernetjes en al. Ze kampeerden in de buurt van de gevangenis. De gevangenen, lichte kriminelen, waren tamelijk vrij, konden vrij rondlopen en liepen ook in Buea in hun gestreepte kleding. Soms werd in de gevangenis wel eens iemand afgeranseld. De gevangenen werkten op een boerderij met koeien en ook landbouw. Om aan hun eigen inkomsten (sigaretten) te komen, moesten ze of familie hebben of op inventieve manier stropen (fazanten). Er was nog een tweede gevangenis, met zwaar delinquente gevangenen. Geketend. Toen we er zondags langs liepen, zongen ze ook gospels.
De Mt. Cameroon niet op geweest. Het zou me twee dagen kosten om de top te bereiken en weer terug te komen. Mooie berg. Ook anderen mensen ontmoet. Big brother van Gerald. Z'n kinderen studeerden allemaal, een paar in Amerika. Studie is heel belangrijk geworden in Kameroen. De mogelijkheid ligt alleen open voor kinderen van rijke ouders. De vader van Gerald en Sebastian zijn dood en voor hen is die mogelijkheid weg. Beiden werden opgenomen in het gezin van een oom. Wel sociaal, ze blijven in leven, maar veel toekomst is er voor hen niet. Ze moeten zelf proberen een baan te vinden, zonder papieren. Gerald was dat niet gelukt.
Het Afrikaanse leven kent geen woord als haast. Het gaat hier allemaal heel relaxt toe. Tijd kennen ze bijna niet, geen horloges. Als de zon op is, staat men ook op. Wanneer de zon onder gaat begint voor hen de avond. 9 uur is het meestal bedtijd. Wanneer men moe is, gaat men slapen en houdt rust. Veel van te leren!!