zaterdag 14 april 1990

9. Het leven is hier vaak een film

Nog even vlak voor ons vertrek een brief uit Zambia. De tijd vliegt voorbij en de laatste weken zullen ook wel zo om zijn. 1 mei vliegen we 's avonds uit Lusaka.
Het is vandaag zaterdagmorgen, met Nederlandse zomerse temperaturen, dus niet te heet. Als ik nu al aan onze vakantie in Nederland denk, heb ik allerlei gemengde gevoelens. Het lijkt me heerlijk om iedereen weer terug te zien en bij te kletsen. Het lijkt me ook heerlijk om eens lekker uit eten te gaan en eens niet te denken aan de schaarste die hier, ook in ons huis, vaak is. Ik hoop ook eens lekker te kunnen uitrusten. Het werken hier is erg vermoeiend en houdt nooit op. Maar het lijkt me ook vreselijk druk in Nederland.  Ik zie nu al tegen het lawaai, de overvolle winkels en de drukke straten op. We zullen ons zo nu en dan wel even terug trekken in ons vakantiehuisje in Maarn.
"Zambia" en "Chilonga" zal ons tijdens ons verlof niet loslaten. Voordat we ook zelf op een afstand ons werk en leven zullen proberen te relativeren, eerst nog wat verhalen er midden uit.
Het leven is hier vaak een film. Zo ook gistermorgen. Een man was op z'n fiets naar het ziekenhuis gekomen, omdat z'n zwangere zus ziek thuis lag in Mufubushi. Ze braakte en kon niet naar het ziekenhuis komen. Onze ambulance wordt gebruikt voor vaccinatiecampagnes en is maar zelden beschikbaar om patiënten op te halen. Gisteren was het Goede Vrijdag. De ambulance was thuis, maar ook de chauffeurs hadden een Bank Holiday. Ik.had het niet zo druk en ben samen met deze man en een leerling midwife Judith op pad gegaan. Mufubushi is zo'n 20 km hier vandaan. Eerst over de verharde weg, daarna een dirt road en vervolgens moesten we een pad op wat niet gemaakt was voor auto's. Na een paar km kon de auto ook niet verder. De auto lieten we achter en lopend gingen we verder, naar beneden richting rivier. De man op z'n fiets voorop, daarachter Judith en ik over het smalle pad tussen 3 meter hoog gras en maïsvelden. Bij de bananenstruiken rechtsaf en verder door het hoge gras. Na 10 minuten kwamen we bij z'n huis aan. In de insaka, open hut, lag de vrouw op de grond. Ze had hoge koorts. Ze moest ondersteund worden en werd door de familie naar de auto gebracht. Ik liep nu met de zus voorop. We bekeken de maiskolven en ze vertelde dat de oogst dit jaar niet goed zal zijn. Ook de zonnebloemen waren niet goed, hoewel ze er wel mooi bij stonden. De regens zijn in maart bijna een maand uitgebleven. Nu regent het zo nu en dan weer, maar iedereen zegt dat het te laat is. In het ziekenhuis bleek dat ze malaria had. Haar temperatuur was bijna 41 °C en 's avonds is ze bevallen.


Ook begin maart heb ik een patiënt opgehaald. Een kopie van de brief die ik van de clinical officer kreeg, zit bij deze rondzendbrief. Nabwalya ligt meer dan 100 km van Chilonga in de Luangwa Valley. In de regentijd zijn de bruggen weggespoeld en kan je er niet met een auto komen. Dit is natuurlijk zo'n sterk en gemakkelijk 'tropenverhaal', maar het geeft ook wel aan hoe hard het leven hier is. Twee dagen later dan gepland kwamen ze in Ntunta en 14 maart is hij achter op de pick-up naar Chilonga gegaan. Mukuka maakt het nu gelukkig goed en ik heb z'n been kunnen behouden.
Ntunta Camp, bij de escarpment
De patiënt in de hut
"Skingraft", huidplastiek die wonderwel goed is aangeslagen
Op 12 maart hebben we ook een vervelende kant van het hier wonen meegemaakt. Nadat bij de buren en in het ziekenhuis al verschillende keren was ingebroken, stonden wij 's ochtends ook verrast naar de lege stereohoek te kijken. Ook Florence haar fluit was verdwenen. Nog dagen daarna zochten we vergeefs naar kleding, pannen, rekenmachine, etc. De wereldontvanger, ons kontakt met de buitenwereld, was ook weg.
In Nederland zullen we ons weer via TV en kranten op de hoogte stellen en nieuwe spullen kopen.
Wij maken ons op voor ons vertrek naar Nederland. De kaarten van Puk van Heel en Coen Moulijn doen ons beseffen dat we toch al weer een tijd uit Nederland weg zijn. En wat was ook al weer m'n pincodenummer?
Onderaan de brief staat altijd een Chilonga-gironummer. We hebben heel regelmatig grote en kleine giften binnengekregen. Daarvoor willen we iedereen heel hartelijk bedanken. Wat doen we ermee? We kopen essentiële medicijnen en andere middelen die hier niet verkrijgbaar zijn en apparatuur die we niet van ons ziekenhuisbudget (fl.140.000,=) kunnen betalen. Zo hebben we al verschillende lampen voor de operatiekamer gekocht en voor de verloskunde hebben we een doptone-instrument aangeschaft. Dit is een apparaat waarmee je de harttonen van een ongeboren kind kan horen. We hebben wel houten toeters, maar soms wil je zeker zijn van een trage of geen hartaktie van het kind. Tijdens ons verlof zullen we meer inkopen doen. De O.K zit te springen om verschillende instrumenten en ook onze apotheek heeft dringend een aantal medicijnen, zoals insuline nodig. En dat is hier niet te koop.
Zonder geld is dat niet mogelijk en wij zijn blij in Chilonga van jullie giften gebruik te kunnen maken. Nogmaals heel vriendelijk dank.

donderdag 1 februari 1990

8. White X-mas bij 30 graden celcius

De eerste rondzendbrief in het nieuwe jaar. Het oude jaar is omgevlogen, mede door de bezoeken uit Nederland. In december waren onze moeders hier. Het is leuk om dan te kunnen delen van wat je doet, hoe je leeft en werkt, en ook te ervaren en te delen hoe het is in een andere cultuur te leven. Zulke ervaringen geven soms een hele andere indruk, dan je van te voren had voorgesteld. In december hebben we ook weer veel post uit Nederland gekregen. Nog bedankt voor de pakjes, cassettebandjes, foto's, etc. Jullie zijn nogal benieuwd hoe hier de feestdagen gevierd worden. Ik zal in deze brief daarom wat schrijven over feesten.
Etentje in het Malama restaurant
Allereerst de veel gestelde vraag of oud en nieuw hier ook op 31 december en 1 januari valt? Ja, deze valt dezelfde dag als bij jullie, wij zaten hier wel een uur eerder in het nieuwe jaar.
Hoe wordt het gevierd? Zambianen doen eigenlijk niet zoveel aan oud en nieuw. In de grote steden worden wel danspartijen georganiseerd maar gewoon in huiselijke kring gebeurt er niets. De meeste mensen in Chilonga lagen dan ook al ver voor twaalf uur te slapen. Wij hebben hier wel oud en nieuw gevierd. Gerard en ik kwamen 31 december uit Lusaka; de avond ervoor hadden we onze moeders naar het vliegveld gebracht. We hebben 's avonds bij Maire & Marie gegeten (twee Ierse verpleegkundigen) en de avond doorgebracht met wat mensen uit Mpika en van onze compound. Er waren zelfs oliebollen gebakken. Toch was het anders dan in Nederland, want daar word je door het vuurwerk er wel aan herinnert dat het nieuwe jaar eraan komt. Hier is dat anders. Ten eerste geen vuurwerk te bekennen en je zit gelukkig niet al dagen met dat geknetter aan je hoofd. Ik zeg wel geen vuurwerk, maar er is toch wel één vuurpijl afgeschoten. Kwaliteit FREJA, voor insiders. Gerard en ik hadden nog een knaller uit Lusaka meegenomen. Geen echte champagne hoor. Het was een mix van rode en witte wijn die wat bruiste en er zat zo'n knalkurk op en daar ging het om. Toen we dachten dat het twaalf uur was - niemand had z'n horloge gelijk staan - gingen we met die fles aan de gang om het nieuwe jaar in te knallen. Flink schudden, nog een beetje meehelpen. Er gebeurde niets. Afijn, toen na 5 minuten het bolletje van de kurk afbrak, hebben we de kurk er alsnog met een kurkentrekker uit moeten halen. De wijn bruiste en er kon getoost worden op het nieuwe jaar.
De volgende dag moesten we gewoon werken. Raar idee, hè? De poli was open tot 12.00 uur. Het werk in het ziekenhuis gaat natuurlijk altijd door. Er werd een weekendrooster gedraaid, wat inhoudt dat de eerste ploeg van 7.30 uur tot 13.00 uur werkt, de tweede van 13.00 tot 19.30 uur en de nachtploeg als altijd van 19.30 tot 7.30 uur.
Ergens in Malawi
Kerst wordt hier ook heel anders gevierd. Er bestaat alleen een eerste kerstdag en natuurlijk is er voor de kerkgangers een nachtmis. In het ziekenhuis werd gewerkt als op nieuwjaarsdag. Het gevoel van kersttijd is hier anders dan in Nederland. Daar word je al weken in de sfeer gebracht door de kerstmuziek uit de ingebouwde speakers van de overdekte winkelcentra en de overvolle winkels met marsepein en kerstkransjes. Alles duidt erop dat we feest gaan vieren. Ook in Lusaka probeert men zo’n sfeer te creëren, vooral in de winkels die veel door blanken worden bezocht. Daar klinkt het jingle bells en White X-mas en hangen de kerststerren en kerstverlichting voor de ramen. Er worden zelfs kunstkerstbomen en kerst-crackers verkocht. Het toppunt vond ik wel het kerstbrood dat à fl.75,= per brood werd verkocht en het rare is: het wordt nog verkocht ook! Dus geef ze eens ongelijk zoveel te vragen.
Vast in de modder tussen grenspost Zambia en grenspost Malawi
Van de dirt road gegleden
Je kunt je voorstellen dat zo'n sfeer bij een temperatuur van 30 °C niet zo goed in mijn referentiekader past bij "de donkere dagen voor kerst". Wij hebben onze kerst gevierd met onze moeders, Ria en Piety, aan het meer van Malawi. Het was een snikhete dag. 's Morgens vroeg waren Gerard en ik al naar het strand gegaan om te kijken of wij vis konden kopen. Een bootje met twee jongens kwam net aanvaren. Ze hadden maar een paar kleine visjes en duidelijk niet voor de verkoop. We gingen weer terug naar de tent om nog wat verder te slapen. Het was zes uur. Later gingen Ria en Piety naar het strand. Opeens kwam Piety bij de tent of ze wat geld kon krijgen. Ze hadden een vis gekocht. Nou dat was een kanjer van een vis. We brachten de ochtend op het strand en in het water door en bereidden 's middags het kerstdiner voor. Op een kampvuur van hout en houtskool kookten we soep, rijst en bakten we de vis. Wat kaarsjes in de grond, kerstservetten erbij en de sfeer was compleet. De Malawiaanse jongetjes die vanuit een mangoboom toekeken, moeten hebben gedacht dat we niet goed wijs waren, omdat we op klaarlichte dag in de smoorhitte met kaarsjes zaten te eten. Ons ging het om het idee dat eten bij kaarslicht bij kerst hoort.


Toch wordt ook hier wel gefeest. We hebben al heel wat afscheidsfeestjes gehad van student nurses die geslaagd waren en ziekenhuispersoneel dat afscheid nam. Deze feestjes zijn altijd heel gezellig, veel muziek en dansen. Er wordt vaak door iedereen iets gedaan, in de vorm van een lied of een dans voor degene die afscheid neemt. Twee weken geleden hadden we een afscheidsfeestje van Georgina. Zij werkte op het lab en is overgeplaatst naar de Copperbelt, waar haar ouders ook wonen. Ik hielp haar met de voorbereidingen van het feest, met name eten en drinken (vruchtenbowl) gemaakt. Eten hoort ook bij zo'n feest. Vaak krijg je van alles door elkaar: broodjes, cake, snoepjes, popcorn, stukjes kip en koolsalade. Het was een drukte 's avonds. Er was muziek, hoewel er geen elektriciteit was. De stroom is al sinds twee dagen uitgevallen. Maar met wat olielampen was er licht en op een oude accu speelde de oude platenspeler nog prima. Ook werd er voor haar gedanst en gezongen. Er is altijd veel hilariteit als wij mee dansen met de traditionele dansen. Chitenges om de billen en schudden maar. Er wordt dan gegierd en gejoeld, maar we worden vooral toe/uitgelachen. Ze vroegen of wij ook wat wilden doen. De basungu (blanken) hebben een canon het vader Jakob ingezet. De melodie was bekend, maar de woorden wilde men ook graag in het Nederlands meezingen. Dat was snel geleerd en al snel zong de hele bubs mee. Daarna nog in het Engels, in het Frans en als laatste in het Bemba. Het was een heel leuk feest. Wel jammer dat Georgina weg is. Ik kon het altijd goed met haar vinden.


Voorlopig zijn we weer uitgefeest. Deze week hebben we onze vlucht naar Nederland geboekt. We vliegen begin mei. We kijken ernaar uit weer eens in Nederland te zijn.

zondag 10 december 1989

7. Het is oorlog: AIDS

Na alle gezellige rondzendbrieven nu eens een verhaal over de ziekte die ons elke dag bezig houdt: AIDS. We hebben nog weinig over deze ziekte verteld en dat gaf misschien de indruk dat het wel mee valt. Integendeel: AIDS is inmiddels doodsoorzaak no. 1 in ons ziekenhuis.

Om een indruk te geven wat hier afspeelt, zal ik een paar verhalen van patiënten vertellen. Als je zo intensief met AIDS-patiënten betrokken bent, blijven namen en verhalen in je geheugen gegrift. De eerste keer dat ik een patiënt vertelde dat ze besmet was met het H.I.V.-virus (de veroorzaker van AIDS) was in februari. De test was al eerder gedaan, maar het duurde toen maanden voordat we de resultaten uit Lusaka kregen. De uitslag was positief. Toen deze vrouw, Alice, in februari opnieuw opgenomen werd, zat ik er tegen aan te hikken om haar de uitslag te vertellen. Ik werd min of meer gedwongen het haar te vertellen, toen ik verpleegkundigen op de gang over haar en haar ziekte hoorde praten. Ze werkte in het resthouse in Mpika als receptioniste en iedereen kende haar wel. Ze was heel erg geschrokken toen ik het haar vertelde. Ze had wel een vermoeden. De eerste vrouw van haar man was 2 jaar geleden met dezelfde soort symptomen overleden. Haar man was ook bij het gesprek en wilde ook getest worden. De volgende dag overleed ze. Haar man hebben we nooit meer terug gezien.
Mercy, 29 jaar, was ook positief. Als iemand positief is, zie je allerlei gewone, maar ook ongewone infekties optreden. Eén daarvan is tuberculose. Zij had open tbc en werd daarvoor behandeld. Toen ik met haar praatte, vertelde ze dat ze in 1985 na een bevalling een bloedtransfusie had gekregen. Ook nu was ze zwanger. In augustus eindigde haar zwangerschap met een te vroeg en doodgeboren kind. Deze week zag ik haar weer. Ze zag er goed uit. Ze is altijd zeer opgewekt. Een HIV-test van haar man was negatief: Zeer waarschijnlijk is zij in 1985, toen het bloed nog niet werd gescreend, besmet.

We hebben lang zitten puzzelen wat er met Charity aan de hand was. Ze was 14 jaar en kwam binnen met koorts en hoesten. Na 10 dagen was ze vertrokken, maar kwam toch weer snel terug. De koorts bleef bestaan, ondanks alle antibiotica. Alle testen voor malaria, tuberculose en slaapziekte waren negatief: In de urine vonden we een trichomonasinfektie, ook een geslachtsziekte. Zou het dan toch…. De HIV-test was positief: We hebben het haar vader verteld Zij ontwikkelde ernstige huiduitslag en ook klierzwellingen. De koorts is nooit weggeweest. Na 2 maanden overleed ze.

Ook in die tijd lag Josephine op de female medical ward (ward 4), waar ik toen de rondes deed. Ook haar symptomen deden aan AIDS denken. We testen haar, maar voordat de uitslag er was, voelde ze zich beter en ik ontsloeg haar. In juli wisselde ik van afdeling en ging naar de kinderafdeling (ward 3) en de TB-afdeling (ward 8). Op ward 3 zag ik Josephine terug met haar kind Ireen, die erg onder haar gewicht zat. Ik vertelde haar de uitslag van de test en zij wilde ook graag dat Ireen getest werd Ondertussen had ik Ireen op een TB-proefbehandeling gezet, en ze knapte erg op en begon te lachen en te spelen. Ze verhuisden naar ward 8. De testuitslag van Ireen was negatief: 50% van de kinderen van HIV-positieve moeders zijn positief. In de 2 maanden TB-behandeling in het ziekenhuis groeide Ireen goed Met de moeder ging het op en af. Soms dagen diarree. Eén keer, na een vrij weekeinde, vroeg ik me af of ze het gehaald had. Gelukkig kwam ik haar zwaaiend in de gang tegen. In augustus heb ik hen ontslagen en ze zouden na 1 maand voor controle terugkomen. Ze zijn nooit meer geweest.

Magdalena, 27 jaar, had ik opgenomen op ward 5 (gynaecologie). Ze was 7 maanden zwanger. Bij onderzoek van haar zwangere buik voelde ik dat er twee kinderen waren. Ze reageerde mat, toen ik haar dit vertelde. Ze beviel een maand later en de twee kinderen deden het redelijk goed. Magdalena kreeg koorts (39-4°C). We zien vaak dat na een bevalling of operatie, als het immuunsysteem al minder goed werkt, plotseling symptomen van HIV-infektie optreden of versterkt worden. We hebben haar getest en de test was positief: Ik heb het de moeder verteld. Toen het een beetje beter ging is ze naar huis gegaan. Niet voor lang. Na een week kwam ze terug en na een paar dagen ging ze dood. De kinderen werden meegenomen door haar zuster.

In Malama, het dorp tegenover het ziekenhuis, is een grootmoeder die voor 3 kleinkinderen moet zorgen. Twee dochters van haar zijn al aan AIDS overleden. "Het is oorlog": zei een AIDS-arts uit Lusak:a. Een hele jonge generatie sterft, maar het treft alle lagen in de bevolking. AIDS openbaart zich hier vooral door middel van gewichtsverlies, diarree en lymfklierzwellingen. Gordelroos bij jonge mensen is een bijna zeker teken van HIV-infektie. Een bijzondere vorm van huidkanker (Kaposi's sarcoom) zien we hier ook regelmatig. Verder veel schimmelinfekties in de mond. Soms zien we hele ongewone, onverklaarbare symptomen, die dan toch te maken hebben met HIV-infektie, zoals plotselinge zenuwuitval (in het gezicht, halfzijdige verlammingen), bloedarmoede, bepaalde mond- en huidafwijkingen.

In juli namen we een 1-week oud kindje op met grote blaren op de benen, die opengegaan waren. De voeten stonden al in een soort dwangstand. Het meisje groeide in de 4 weken dat ze opgenomen was geen gram en bleef 2 kg wegen. Ik heb de moeder getest en zij was positief (we noemen dit een 'healthy carrier state"). Toen ik de uitslag vertelde, barstte ze in tranen uit. Ze vertelde dat ze nooit een andere man dan haar echtgenoot had gehad. De volgende dag heb ik met hem gepraat en hij vertelde dat hij "many girl friends, many times" had, ook tijdens hun huwelijk. Hij was natuurlijk ook HIV-positief:
Ik heb het idee dat het vooral de mannen zijn, die de infektie verspreiden. Sommige student en staff nurses zijn, als je de roddels op de compound mag geloven, ook behoorlijk promiscue.
Dit is nog maar een topje van de epidemie. Elke week gaat er wel iemand dood aan AIDS. Elke dag wordt wel iemand opgenomen met AIDS of AIDS Related Complex (ARC).
Anti-AIDS drama groep Kanyama
Voorlichting
Tribunes zitten vol met patiënten, relatives en personeel
Je kunt natuurlijk niet stil blijven zitten als dit allemaal gebeurt. Sinds 1988 coördineert een Hospital AIDS committee verschillende aktiviteiten en er is ook een District AIDS committee. De student nurses hebben een anti-AIDS club opgericht. Zij hebben ook hele mooie liedjes over AIDS (zoals truckiedriver). Er zijn 2 dramagroepen, die op Wereld-AIDS-Dag (1 december) in het ziekenhuis optraden. Elke vrijdag geven we gezondheidsvoorlichting (health education) over AIDS in de dorpen. In het ziekenhuis hebben we mensen die getraind zijn om uitslagen te vertellen en patiënten te begeleiden (counsellors). Volgend jaar beginnen we met ons 'home-based care'-programma en willen we de AIDS-patiënten en hun familie thuis begeleiden. Dit jaar hebben we verschillende malen kursussen gegeven over AIDS aan clinical officers in health centres in het distrikt, aan priesters, leraren, etc. Als ik in de District Council (gemeenteraad) kom, kan ik m'n mond ook niet dicht houden over AIDS. Het houdt ons elke dag bezig. Ook in 1990.
We beginnen 1990 een uur eerder dan jullie, dus snel "veel liefs in 1990" schrijven, voordat het vuurwerk hier losbarst.


donderdag 2 november 1989

6. Child spacing

Inmiddels zitten we hier al meer dan 9 maanden en voor je het weet is het jaar al weer om. Terwijl bij jullie de herfst al in volle gang is en de nodige regenbuien en herfststormen al over Nederland zijn uitgestort, zitten wij hier nog volop in de hete periode en kijken verlangend uit naar de eerste regenbuien. Een dag als vandaag bracht de thermometer o36 °en dan zitten wij nog op 1700-1800 meter hoogte.
Op de veranda met Chris
Het is nu 's avonds 10 over 6 als ik deze rondzendbrief schrijf. De zon is al onder. Het schemert nog, maar dat duurt maar kort. Ik zit op de veranda te schrijven, terwijl Gerard aan het koken is. Gerard heeft deze week vrij genomen om het eens rustig aan te doen. Ik geloof dat hij nog elke dag in het ziekenhuis geweest is, voor administratieve zaken. Hij is dus eigenlijk gewoon vrij van diensten en patiëntenzorg, maar voor de rest draait hij gewoon mee.
Ik had jullie in een vorige rondzendbrief beloofd eens wat te schrijven over m'n werk. Het is een veelzijdige baan en ik wist eerst niet waar te beginnen, maar dacht dat het misschien wel een aardig idee is om een dag als vandaag te beschrijven. Dan komt een volgende keer een ander aspect van m'n werk aan de orde.

Donderdag 2 november 1989.
Het is half 7 als ik wakker word. Wekkers zetten we allang niet meer, omdat we altijd al voor die tijd wakker zijn. Hier is het al om 5.00 uur licht en dan begint ook het leven. Meestal word ik om 5.45 uur even wakker van de schoolbel, om dan definitief om 6.30 uur door de tweede bel van de school gewekt te worden. Om 7.00 uur sta ik maar eens op. Theezetten, ontbijten en tegen achten richting ziekenhuis. Als ik binnendoor kan, d.w.z. via de achterdeur van het ziekenhuis, dan is het vijf minuten lopen. Het is al heet als ik buiten kom. De lucht is strak blauw. Chris, de hond, die altijd met me mee loopt naar het ziekenhuis om daar vervolgens verder te slapen, want meer doet hij niet, kan ik thuis laten, omdat Gerard thuis blijft. We beginnen altijd om 8.00 uur maar de MCH-kliniek (consultatiebureau voor kinderen en moeders) gaat pas om 8.30 uur open. Ik begin vast met wat administratief werk. M'n collega, Hilde Bwalya gaat vandaag met de Mobile Clinic mee. Maureen Simoonga, de health assistant is er nog niet. Mijn andere kollega Annie Lambwe heeft vakantie.
Om 8.15 uur komt een moeder binnen met een ziek kind. Ik heb vaak meegemaakt dat de moeders dan weer naar buiten worden gestuurd, omdat het nog geen tijd is. Nou daar kan ik niet aan wennen. In Nederland doen we dat eigenlijk ook niet en dus help ik de moeder en het kind. Het kind blijkt diarree en koorts te hebben en ziet er ook belabberd uit. Ik zoek in het archief naar de kaart. Een redelijk goed systeem, waarbij het nummer van de underfive-kaart (groeikaart) korrespondeert met de polikliniek kaart. De groeikaart wordt door de moeders zelf bewaard. De poli-kaart is een schoolschriftje waar je elke keer als het kind komt, gegevens in op schrijft, zoals temperatuur, gewicht, leeftijd en de klacht. Wij sturen het kind dan door naar respectievelijk het lab voor verder onderzoek, bijvoorbeeld naar malaria of bloedarmoede, en dan naar de clinical officer, de CO. Deze hebben een training van 3 jaar gedaan, kunnen diagnoses stellen en medicijnen voorschrijven. Is het kind heel erg ziek en moet het opgenomen worden dan brengen we het kind gelijk naar de medical officer, de MO (Gerard, Doreen of Djurre). Als die niet in de buurt zijn brengen we het kind meteen naar de afdeling, waar het alvast de nodige zorg kan krijgen en de MO komt dan vanzelf wel.
Het kindje van vanmorgen is 14 maanden en sinds twee maanden bekend met sikkelcelanemie, een bloedziekte die veel in Afrika voorkomt. Het lichaam maakt dan verkeerde/minder sterke rode bloedlichaampjes aan, waardoor bloedarmoede ontstaat. Er kan daarbij ook beenmergontsteking optreden.
Nadat ik het kind gescreend heb, verwijs ik moeder en kind naar het lab voor een bloodslide (malaria) en een Hb (bloedarmoede).
Maureen komt om half 9, en neemt de clinic over, terwijl ik verder ga met de administratie. Ik ben bezig met een evaluatierapport over de mobile clinics. Ik probeer een jaaroverzicht te geven van elk dorp waar de clinic komt. Dat zijn er 30. Het overzicht houdt in: de opkomst, het aantal vaccinaties, het aantal kinderen met ondergewicht en het aantal beschermde kinderen (kinderen die de volledige vaccinaties gehad hebben) en dat per keer over het hele jaar. Het resultaat kan gevolgen hebben voor het dorp. Bijvoorbeeld als het een drukke clinic is en er zijn twee clinics op een dag de drukke clinic loskoppelen, of bij rustige clinics telkens een maand overslaan.
De weg omhoog naar de dokterswoning met de Jakaranda tree
Om 10.00 uur loop ik weer via het ziekenhuis naar huis, naar boven noemen we dat altijd, omdat ons huis tegen een heuvel aan ligt. De hitte neemt toe en mijn looptempo begint al het tempo van de mensen hier te worden. Vroeger hield men me nooit bij, maar nu noodgedwongen door de warmte voel je waarom het tempo lager moet. Thuis zitten Doreen, Djurre, Rebecca en Gerard al aan de koffie. We drinken altijd samen koffie, omdat het tegelijk overlegtijd is voor de 'dokters'. Hoewel Gerard vakantie heeft, wordt hem toch de nodige adviezen gevraagd. Je leert altijd veel van die overleggen en het is ook leuk, want je weet precies wat er in het ziekenhuis gebeurt. Je kunt je wel een beetje voorstellen dat het werk je 24 uur van de dag bezig houdt.
Om half 11 weer terug. Ik ga naar Ward 3, de kinderafdeling, omdat een van de student nurses, Sr. Veronica, een examen moet doen in het geven van health education. Ze heeft de moeders al verzameld en 15 gevraagd deel te nemen. Slim, want dat is net een mooie groep voor discussie. De voorlichting gaat over het nut van de underfive-clinic (het zuigelingen & kleuterburo). Ik ben verbaasd hoe levendig zo'n onderwerp gebracht wordt. De moeders zijn erg betrokken, stellen veel vragen. Zelfs de verlegen moeders weet ze aan het praten te krijgen. En dit terwijl het haar eerste keer is. Later als we erover napraten en ik het examenformulier invul, zegt Veronica dat het haar erg mee viel. Ik ga weer terug naar de MCH-afdeling waar ik nog net voor de lunch (12.00 uur tot 14.00 uur) verder aan m’n overzicht werk.

's Middags staan homevisits (huisbezoeken) op het programma. Hilde heeft 5 afspraken voor ons gemaakt. Te veel natuurlijk voor 2 uur, maar er zijn er altijd 1 of 2 naar het veld. Beter iets dan niets. Normaal doen we de homevisits met z'n tweeën. Nu gaat er een student nurse, Hilde Shula, mee, omdat ze voor haar eindexamen homevisits gedaan moet hebben. Simoonga, Shula en ik gaan het dorp tegenover het ziekenhuis (Malama) in. Het is even zoeken. Maureen die hier ook niet uit de buurt komt, is door Hilde Bwalya gisteren geïnformeerd waar we moeten zijn en Hilde heeft haar de huizen aangewezen. Na wat lopen blijken we toch niet goed te zitten. Ik moet meteen aan Koog a/d Zaan denken. Daar ben ik in m'n eigen wijk toch ook vaak verkeerd gereden, maar dan had ik gelukkig altijd nog een plattegrond bij me. Malama heeft 270 hutten en allemaal smalle zandpaadjes ertussen. Geen straatnamen. Laat staan een plattegrond. Het enige wat we hebben zijn de namen van de mensen. Niet de achternamen, maar de namen van de eerstgeborene. Zo zou mijn moeder Bana Jacqueline heten. Bana betekent 'moeder van'. Bashi is 'vader van'. Dus maar aankloppen bij een hut. “Weten jullie waar Bana Chomba woont?" Gelukkig weet iemand het en brengt ons naar het huis van banachomba, alwaar bashichomba en banachomba al op ons zitten te wachten. Onmiddellijk worden er krukjes aangedragen. We leggen uit waarom we komen. We doen namelijk huis-aan-huis bezoek om te kijken hoe het met de gezondheid/welzijn van de mensen is. De mensen kunnen ons vragen stellen over gezondheid. We vragen naar zaken die in Nederland vanzelfsprekend zijn, zoals het hebben van een W.C. Velen hebben dat nog niet. Ik bedoel dan een pitlatrine, een gat in de grond. Veel mensen doen hun behoefte nog in de bush rondom hun huis. We stimuleren de mensen hun eigen pitlatrine te maken en leggen de nadelen van het 'bushgebruik' uit. De Chomba's hebben nog geen pitlatrine, maar zijn bezig er een te maken. Tot nu toe gaan ze bij bashikulu chomba, de grootvader, die een paar hutten verder woont. De kleintjes gaan bij diarree gewoon in de bush en vermoedelijk de volwassenen ook.
Ook de family-planning en 'child-spacing' komt aan de orde. Een kind heeft de beste kansen om gezond te blijven als zijn broertje of zusje 2 jaar na hem komt, dit i.v.m. het krijgen van borstvoeding. Meestal krijgt het kind als de moeder weer zwanger is geen borstvoeding meer. Het beste voor het kind is om tot 1½ jaar borstvoeding te krijgen. Je ziet bij deze kinderen zelden ondervoeding. De jongste in dit gezin is nu 13 maanden oud en krijgt nog borstvoeding. Over family-planning wisten ze niets, maar wel over child-spacing. De vader onthoudt zich 2 jaar van enig seksueel kontakt met z'n vrouw. Tenminste dat beweert hij. Maureen en Hilde zeggen meteen dat ze daar niets van geloven en dat hij zich bewust moest zijn van de gevaren het met andere vrouwen te doen. Hij ontkent dat. Er wordt nog een paar maal gevraagd welke methode ze gebruiken, maar hij blijft er bij dat dit de waarheid is. Hij wil nog wel van ons weten welke andere methoden er zijn, dus spenderen we daar nog een health talk aan.
Na een uur gaan we naar het volgende huis. Bana Chilufya, een jonge vrouw van 23 jaar, heeft 3 kinderen, waarvan 1 aan mazelen is overleden. De twee kinderen zijn 5 en 7 jaar. Als het gesprek over family-planning gaat, wil ze graag weten waarom ze de laatste drie jaar geen kinderen meer heeft gehad. We kunnen hetzelfde verhaal houden als bij de geboortepreventie, alleen de risikodagen zijn nu de dagen die ze extra moet benutten. Het is de eerste keer dat ze over de menstruele cyclus hoort en ze had er nog nooit zo bij stil gestaan dat dit belangrijk is voor zwangerschap.
Kinderen in Malama
Het is al half 5 als we teruglopen naar het ziekenhuis. Daar is iedereen, op de avondploeg na, al naar huis. Onderweg naar huis heb ik een heel tevreden gevoel over deze werkdag. Ook in Nederland vond ik de huisbezoeken altijd leuk om te doen. Mensen spreken veel vrijer, als ze in hun eigen omgeving zijn.
Inmiddels is het al 22.00 uur. Gerard is naar Mr. Banda, een clinical officer, om een potje te schaken. Door al het schrijven heb ik niet naar Radio Nederland geluisterd, maar ik zal wel niet veel gemist hebben. Ik hou het hierbij en ga naar bed, want morgen is er weer een dag, dan hebben we een consultatiebureau voor underfive in het ziekenhuis.

zondag 3 september 1989

5. Musi-O-Tunya: ''Smoke that thunders"

Uitbetaling salarissen
"Kwacha-Good morning Zambia", gaat door m'n hoofd als ik deze brief schrijf. Het is de titel van een TV-programma op de zondagochtend (een soort Capitool dus), dat direkt na het 'National Anthem' (volkslied) om 6.05 begint. Nog nooit gezien. Kwacha is de munteenheid van Zambia en betekent 'opkomende zon'. Over deze kwacha is de laatste maanden heel wat te doen geweest. In 1987 brak Zambia met het IMF (het Internationale Monetaire Fonds), omdat 75% van de exportinkomsten op ging aan afbetaling en rente. Sinds die tijd zijn de buitenlandse leningen  verminderd en gaat het niet goed met Zambia. Door een tekort aan harde valuta kunnen veel essentiële goederen/onderdelen niet worden ingevoerd: 'de spare-part crisis'. Vooral de industrie en het transport ondervinden hiervan de gevolgen. Het gevolg is ook dat er een zwarte markt ontstaat. Je kunt de kwacha's namelijk niet inwisselen tegen dollars. Eind juni was de kwacha nog maar 4 cent op de zwarte markt, tegen 20 cent bij de bank. Om een idee te geven van prijzen volgen hier enkele cijfers. Een brood kostte 7 kwacha; krant K2-50, benzine is goedkoop K4-50; een kilo kaas K70-00; een pot jam K12-60; suiker K6-30/kg en Mozi bier K5-50 per fles. Een nurse verdient 800 kwacha, een dokter tweemaal zoveel. Verder zit er op een aantal produkten subsidies. Mealie meal, het hoofdbestanddeel van het basisvoedsel nshima, is zwaar gesubsidieerd en wordt op coupons tegen gehalveerde prijzen verkocht aan werknemers met een salaris. Sommige mensen zeggen dat het zo zwaar gesubsidieerd is, dat de prijs onder de produktieprijs ligt. Geen wonder dat er een levendige 'handel' (smokkel) bestaat met de buurlanden, vooral Zaïre. Met een knipoog (?) naar het IMF werd op 1 juli de kwacha gedevalueerd. Officieel is de kwacha nu 13 cent waard.
De prijzen schoten omhoog. Alleen mealie meal bleef onder de prijscontrole vallen. Nieuwe prijzen zijn nu: brood Kl5-00; krant K5-00; benzine K9-10; kaas K200-00 per kg; jam K25-30; suiker Kl0-20 en mozi bier K13-00. Alles is dus verdubbeld, als het verkrijgbaar is. Ter compensatie moeten de lonen 30-50% omhoog. In de grote steden zijn protesten geweest, maar hier dringt het nieuws (en de gevolgen) veel later door. Zo ook het bericht dat de oude kwacha vervangen zou worden door nieuwe. Vrijdagavond 21 juli kondigde president Kaunda aan, dat de grenzen dicht gingen, en er nieuwe kwacha's ingevoerd zouden worden. Zondagavond drong het nieuws hier pas door. Tot 10.000 kwacha kon je zo wisselen. Daarboven moest je 50% 'belasting' betalen. Onze kontakten met de twee banken in het distrikt zijn goed. We hoefden dus niet uren/dagen in de lange rijen te staan. Het ziekenhuis wisselde ook voor alle patiënten. Een hele organisatie. Elke ochtend ging een bus met personeel naar de bank in Mpika.
De gevolgen van deze manoeuvre konden we in de krant lezen. Doordat benzinepompen geen oude kwacha's meer accepteerden, buschauffeurs en andere transportondernemers ook geen oud geld wilden hebben, konden veel villagers de banken niet bereiken met hun oude kwacha's. Ook bij de grens waren mensen woedend. Er werd gezegd dat de helft van de kwacha's in Zaïre zou zitten. Het enige wat aan de biljetten veranderd is, is dat er op het K50 biljet het onafgebouwde VN-gebouw verdwenen is. Verder kijkt Keke (de president) wat bezorgder.

Roelof en Marga die hier op bezoek waren, hebben alle klippen omzeild. Ze kwamen zaterdags met de laatste trein, voordat de grens dicht ging, en gingen twee weken later met de eerste trein weer terug naar Dar es Salaam. Overvol. In de eerste klas, normaal voor 4 personen, zaten 16 mensen. Ik ben benieuwd hoe ze het twee nachten volgehouden hebben. 

We hadden deze maand een kleine familiereünie. Theo kwam was hier half juni, na 8 maanden reizen door Afrika, aan. Hij vliegt 11 september terug naar Nederland en zal er persoonlijk voor zorgen dat deze brief aankomt. Met z'n vijven hebben we nog een korte vakantie in het zuiden gehouden en in Livingstone de Victoria-watervallen bewonderd. "Musi-0-Tunya" zeiden de mensen tegen de ontdekker David Livingstone, "Smoke that thunders". Inderdaad heel indrukwekkend. Je wordt kletsnat als je er langs loopt. Prachtige regenbogen in het water. En een geweldig geruis. Als je over de afgrond naar beneden kijkt, duizelt het je. Je moet wel uitkijken dat je niet naar beneden valt!

Wat staat er verder in de krant? Verkiezingen in Namibië, vredesonderhandelingen in Angola en Mozambique, het gesprek tussen Kaunda en De Klerk (Kaunda is voorzitter van de Frontline-staten) over de apartheid van 'racist South Africa'. Veel nieuws over Zuidelijk Afrika. Op het moment ook nieuwsbepalend in Nederland? In de twee staatskranten  (Times of Zambia en Daily Mail staat verder weinig internationaal nieuws; in mei nog wel een artikeltje over de val van het kabinet Lubbers. Op sportgebied was de laatste maanden veel aandacht  voor de kwalifikatiewedstrijden van Zambia. "We hebben ons gekwalificeerd voor de Africa Cup in Algerije", maar helaas op het nippertje gewipt voor de World Cup in Italië. We moesten de kracht van KALUSHA BWALYA missen in de beslissende wedstrijd tegen Tunesië. We blijven de avonturen van onze Zambiaanse Ster in Nederland met veel interesse volgen.
Het lokale voetbalteam
Nagekomen berichten:
-    de prijscontrole op mealie meal is toch losgelaten. Op coupons kost een zak van 25 kg nu K21 (was K13), zonder coupons betaal je nu K82-30 (was K52 en in januari nog Kl4-85).
-    de geruchten over een nieuwe devaluatie worden sterker.
-    ook gaan er geruchten over een nieuwe kwacha-wissel. Men zegt dat alle K50 biljetten (het grootste biljet) teruggetrokken gaat worden.


donderdag 8 juni 1989

4. Nummer 120 op de reservelijst voor de boot

Allereerst willen we jullie hartelijk danken voor de enthousiaste reakties op onze vorige nieuwsbrieven. Natuurlijk vinden we het leuk te horen dat ze grif gelezen worden. Aan de andere kant maakt dit het moeilijker om weer te schrijven nu de verwachtingen hoog liggen. Toch maar weer geprobeerd en hoop dat jullie weer 'smullen', zoals sommige van jullie schreven. Over smullen gesproken: de recepten beginnen al binnen te stromen. Door gebrek aan voedsel nog niet allemaal uit kunnen proberen. De inschrijving is nog steeds open. Ook willen we graag een advies van jullie wat we kunnen doen met circa 1000 citroenen. Inmiddels hebben we al zon 8 liter citroensap ingevroren en al tassen vol weggegeven. We wachten af.
In de laatste brief schreef Gerard al over de sportieve aktiviteiten: voetbal en volleybal. Door tijdgebrek lukt het Gerard niet om regelmatig te voetballen. Het volleyballen is echter een sukses. De student nurses zijn heel enthousiast en leren snel. Er zitten echte natuurtalenten bij. We trainen tweemaal per week en na de training spelen we een kort partijtje. In het begin wilden ze alleen maar spelen. Maar dat was zo vervelend, mede door gebrek aan techniek en spelinzicht. Na één flinke training zagen ze ook het nut van trainen en werkelijk het gaat goed vooruit. Samen met Father Andrew, een jonge enthousiaste Pool, geef ik de training. Als we samen zijn doet hij de training. Als hij de bush in is, neem ik het over. We bespreken altijd waar we op gaan trainen, bijvoorbeeld de set up of de service en bedenken samen oefeningen. Wel wat moeilijk omdat we maar twee volleyballen hebben. Het net is een lijntje tussen 2 palen. Er is ooit wel eens een echt net geweest, maar ja weinig dingen hebben hier een lang leven. Deze week kregen we een verzoek om een echte wedstrijd te spelen tegen Chilonga Basic School. Lange jongens van 16-17 jaar die de bal behoorlijk raken. We namen de uitdaging aan, vooral omdat de nurses zo enthousiast waren. Degene die speelden kregen 3/4 uur eerder vrij van werk. Ik ook. We waren echt zenuwachtig. De jongens zeiden nog "je kunt er allicht wat van leren". Nou, dat is zo. De eerste set werden we ingemaakt: 15-8. De tweede set liep ook al niet lekker, maar na wat goede adviezen, haalden we het op en wonnen met 17-15. Je snapt het enthousiasme. De meiden gaan dan echt uit hun dak: gillen, schreeuwen, dansen. Hartstikke leuk. De jongens vonden het duidelijk een overdreven reaktie en deden ons na. De derde set liep in het begin van geen kanten. Er werd geblokt, gesmasht en we hadden de zon in de rug. Maar we wonnen deze set met 13-15. De wedstrijd zou de beste uit 5 zijn. De strijd lag nog open. Weer stonden we achter: 8-14, maar weer wonnen we, met 16-14. Wij uit onze bol, de jongens teleurgesteld. Toegegeven, we hadden er beiden van geleerd. Wat wij vooral hadden geleerd was het vissen uit het volleybalnet, die de jongens hadden meegebracht.

Zo na dit sportief begin, zal ik wat verder schrijven over het leven en werken in Chilonga. Het leven en werken loopt behoorlijk in elkaar over. Je wordt voortdurend met het ziekenhuis gekonfronteerd, als je niet uit het dorp weg gaat. Daarom was het ook heerlijk om er 14 dagen uit te zijn naar Tanzania. We moesten daar onze auto ophalen, die we vanuit Nederland verscheept hadden. 
Met de trein vanuit Mpika naar Dar es Salaam. De reis duurde zo'n 1½ dag, maar was de moeite waard. Door de geringe snelheid kon je goede indrukken op doen van het land. Het prachtigste was het traject dwars door een wildreservaat (ca. 3 uur). We zagen veel beesten: giraffen, olifanten, zebra's, apen. Het was net echt. Het was ook echt!
De auto ophalen was in een ½ uur gebeurd. Onvoorstelbaar. We zijn daarna met de hovercraft naar Zanzibar gegaan. Prachtig eiland met een rijke historie. Met een gehuurde scooter de kustweg afgereden op zoek naar de slave caves. Dwars door de bush over slechte dirtroads, langs kleine dorpjes met rieten hutjes. De grotten gevonden. Wel indrukwekkend te beseffen wat zich hier allemaal heeft afgespeeld.
Na 3 dagen Zanzibar wilden/moesten we weer terug naar Dar. Bij het bespreken van de boot bleek dat we als 120ste op de reservelijst stonden, maar we konden na 2 uur informeren of we mee konden. 
Na 2 uur bleek de hovercraft helemaal niet te gaan. Het was voor een week uit de vaart genomen voor reparaties. Na veel gepraat in de haven, waarbij we eerst bijna op een vissersboot en later met een zeilschuit de overtocht hadden gemaakt, kwamen we uiteindelijk toch op de hovercraft terecht. We dachten eerst dat we de enige waren, maar na verloop van tijd kwamen er meer mensen bij. Met 50 passagiers i.p.v. 350 ging het naar Dar, waar het in de revisie ging en voor een week uit de vaart genomen werd.
Vanuit Dar gingen we met de auto op weg naar Lusaka, een kleine 2000 km. De wegen in Tanzania zijn aanzienlijk slechter dan in Zambia; diepe potholes en weggeslagen stukken weg. Terug ook door een wildpark. Even stoppen om wat olifanten te fotograferen. Ik bleef in de auto zitten, want je weet maar nooit en zo'n held ben ik niet. Toen ik aan het instellen was, zei Gerard: "Kijk eens in je buitenspiegel". Ik keek recht in het gezicht van een 1½ meter lange aap. Dat was schrikken. Snel raampje dicht en foto's maken. Ze waren met z'n tweeën en liepen om de auto heen en keken me je recht aan. Een tegenligger stopte en deelde bananen uit. Dat wilden ze dus van ons.
De tocht ging verder. Net voor de grens werden we overvallen door een tropische regenbui, zo hevig dat je elkaar niet kon verstaan en totaal geen zicht meer had. Na 30 minuten klaarde het op en bleef er een immense poel water op de weg. De douane nam 1½ uur in beslag voor het inklaren van de auto. 
We gingen verder via Isoka, waar Rolf en Leontien wonen, die we van de NTA-kursus kennen. Rolf's kollega was op vakantie en hij hoopte nu Gerard er was een keizersnee te kunnen doen. En ja hoor, om 4 uur werd Gerard uit z’n bed gehaald om samen met Rolf een keizersnee te doen. In Chilonga lagen 15 brieven te wachten. Allemaal rond Pasen geschreven. We wisten niet waar we moesten beginnen. Heerlijk om weer even in Nederland te zijn. En wat hadden jullie mooi weer. Daarna nog 'even' heen en weer naar Lusaka voor de definitieve inklaring van de auto.

De 14 dagen waren zo om. Mijn officiële werkvergunning was aangekomen. Een zorg minder. Weer aan het werk op de kinderafdeling. Leuk om weer terug te zijn. Ik zou jullie eigenlijk eens moeten schrijven hoe het hier toe gaat. Dat doe ik binnenkort wel, anders krijgen jullie teveel in één keer te verwerken. Afijn, net 1½ week terug in Chilonga, krijg ik de mogelijkheid om voor 3 weken een taa1kursus Chibemba te volgen. Ik moest binnen een dag beslissen en overleggen met de matron. Ik kreeg toestemming en 2 dagen later reed ik met de auto naar Ilondola, 3½ uur hier vandaan. Met mij gingen nog 7 patiënten, inklusief familie, mee. Transport is een probleem. Een auto vol met vrouwen die allemaal lekker zaten te babbelen in Bemba en geen woord Engels spraken. Ik snapte er (nog) niet veel van. Na 2 uur rijden, stapten er twee uit en kwamen er drie bij. Het liefst hadden 2 andere ook meegegaan en snapten het probleem niet. Ze konden er nog makkelijk bij, maar ik vond 11 mensen iets teveel. Jammer, volgende transport dan maar.
Na 40 km dirt road kwamen we veilig in Ilondola aan. Het dorp ligt midden in de bush. Het is dan toch heel gek als je na zo'n dirt road in het dorp tegen een gigantische kerk aankijkt. Bij die kerk hoort een missiepost waar al 20 jaar Bemba-kursussen gegeven worden, verzorgd door de witte paters. In het missiehuis wonen 2 Nederlandse paters, 1 Franse en een Nederlandse broeder. Allen gezellige mensen met een schat aan kennis over het Bemba. De cursus werd gegeven door 2 Zambiaanse leraren: lerares Judith (32 jaar) en leraar Stephen (74 jaar). Onze groep bestond uit 4 kursisten: 2 Noren, 1 Brit en ik. Het was dus een intensief gebeuren van 's morgens 8 uur tot 's middags 4 uur. Alleen maar Bemba. Na 4 uur ging ik meestal het dorp in. De mensen zijn al zo gewend aan de kursisten, dat ze precies weten wat ze moeten zeggen en kunnen vragen. Nou, dat gaf hoop. Het leek of je al heel wat wist. Ik heb een vrouw (Elizabeth) ontmoet van 22 jaar, die ik elke dag na school zag. Ze leerde me wat Bemba bij en vertelde veel over gewoontes en gebruiken in hun kultuur. Ze was pas getrouwd en woonde een hut verder dan haar ouders, bij wie ik ook dagelijks kwam. Haar man mag daar het eerste jaar niet komen en moet zich bewijzen t.o.v. haar ouders. Haar moeder, een ontzettend vrolijke vrouw van 49 jaar, vertelde trots over haar 10 kinderen waarvan er maar één overleden was. Ik werd bij hun in huis uitgenodigd wat heel bijzonder is. Normaal wordt het huis alleen gebruikt voor het bewaren van kostbaarheden en om te slapen en speelt het leven zich buiten op de veranda en rond huis af. De laatste dag van de kursus werden we alle 4 uitgenodigd bij Elizabeth's ouders. De eerste dag vroegen ze me of ik een fototoestel bij me had en of ik hen op de foto wilde zetten. Nou geen probleem, alleen kwam het er steeds niet van. Deze laatste dag dus de kamera mee. De hele familie was aanwezig. De netste kleren aangetrokken, prachtig. Dat het wel een tijdje kon duren voor ze de foto's zouden krijgen was een teleurstelling, maar goed het was niet anders. Na de fotosessie kregen we nshima met vis en rallish (saus) te eten. Dit keer met de hand. Heerlijk!

Inmiddels ben ik al weer 2 weken thuis en ben begonnen als public health nurse. Afgelopen weken moeder en kindzorg gedaan en de zwangerschapscontroles. Dit laatste samen met een midwife, want van die buiken maak ik nog niet zo veel. Mijn Bernba-kursus komt nu goed van pas. Simpele vragen kan ik stellen en de antwoorden begrijp ik nu ook. Het lijkt heel wat, maar de meeste kinderen komen met dezelfde klachten. Hoesten, buikpijn, koorts, pijnlijke ogen, braken en diarree. Nou, als je dat 30 keer gehoord hebt, weet je het ook. Het neemt niet weg dat het toch heel leuk is en dat de moeders het ook erg waarderen en me soms belonen met een antwoord in het Engels als ik loop te ploeteren in het Bemba. 
Tijdens de buro's worden er ook voorlichtingspraatjes gegeven door student nurses (voor een puntje). De schatten maken van de gelegenheid gebruik om dat onder mijn supervisie te doen. Het praatje is in het Bemba. Omdat ik de strekking van het verhaal weet, herken ik wat woorden. Een andere student vertaalt globaal (erg minimaal) waar het over gaat. Dus ik kan niet echt de vinger erop houden en kan ze dus niet korrigeren. Ik ga maar af op de nonverbale reakties van de moeders; of ze het zinnig vinden of niet. Na afloop moet ik zo'n puntenlijst invullen van 0 t/m 5. Er wordt dan gesmeekt of ik niet lager dan 3 wil geven. Ik weet nog precies hoe dat in mijn leerlingentijd was en ben dus de beroerdste niet. Na het aftekenen vertelden ze me dat Sr. Celine (hoofd van de opleiding, non) het niet toestond om praatjes door blanken te laten tekenen, omdat die geen Bemba verstaan. Uitgekookt als ze zijn, zeggen ze dan dat dat voor mij anders is, nu ik die kursus heb gedaan en het Bemba begrijp. Ik moet je zeggen dat als ik in hun plaats stond, ik hetzelfde ha gedaan. Gewoon iemand opzoeken die niet al te moeilijk doet. Zo zijn twee Ierse verpleegkundigen, Maire en Marie, ook een gewillig slachtoffer. Ik geloof ook omdat wij de zin en vooral onzin van dit Engelse schoolsysteem duidelijk laten blijken. Als ik op deze manier opgeleid was, zou ik gillend weglopen. Wij, Maire, Marie en ik, zoeken nog een subtiele weg om wat modernisering in de opleiding te brengen. Met de laatste examens hebben we gemerkt, dat het niet alleen van de nonnen komt, maar dat het landelijke procedures zijn. Misschien de procedures leren en daarna snel alles vergeten en als een echte verpleegkundige aan het werk gaan. Volgende keer zal ik wat schrijven over de afdeling en de knullige procedures. Trouwens die examens brachten een hoop te weeg in het ziekenhuis. Gedurende drie dagen lagen er op alle bedden nieuwe lakens en spreien. De patiënten hadden nieuwe uniformen aan (ja, ja ziekenhuiskleding is verplicht, behalve op de kinderafdeling omdat ze gewoon meegenomen worden na ontslag). Op de kinderafdeling kregen alle kinderen nu ook een uniform, maar deze werden direkt na het examen weer verzameld. De nurses die examen deden, hadden ook nieuwe uniformen aan. De patiënten kregen bij hun eten drie dagen een sinaasappel. Maire en Marie moesten een kapje dragen. Zij werken op de afdeling. Ik was een uitzondering, omdat ik op de buitenafdeling werk. Alhoewel ze me vandaag een kapje hebben aangesmeerd (van papier). Na twee uur zakte het uit en heb ik duidelijk gemaakt dat het aan mijn niet besteed is. Ik heb ook niet het gevoel meer status te hebben met zo'n ding op. Het enige is dat patiënten me nu wel met zuster aanspraken, i.p.v. dokter (dus statusverlaging).

Als laatste nog iets over namen. Van Wijngaarden is onuitspreekbaar, dus is het Florence. Daar Ietje 'Dr. de Vries' heet, Gerard 'Dr. Gerad' en omdat sommige je liever met de achternaam aanspreken, heet ik nu 'Mrs. F. Gerade'. Zelfs op de dienstlijst.

Het laatste nieuws: ook Gerard is geveld door de malaria. Hij had de pech nog drie dagen beroerd en met hoge koorts door te moeten werken, omdat de andere twee dokters op vakantie waren. Hij is veel afgevallen, maar voelt zich nu weer goed en was binnen 1 week weer aan het werk. We hadden al bedacht dat deze kilo's er pas volgend jaar, tijdens ons verlof, weer bij zullen komen!