donderdag 23 januari 1997

9. Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net.

Nu na twee weken Engeland, probeer ik maar weer eens een apestaartje te schrijven. Het is net alsof ik twee verschillende levens leid. Een beetje gespleten word ik al. Met de eurostar was het goed reizen, alleen kostte het me wel een hele dag. Acht uur vanaf Waterloo Station naar Harderwijk. In Brussel kon je met een grote duwkar op de roltrap. Fantastisch. Het ging nog goed ook. In Rotterdam sloeg me de kou om de oren. Het was 1 °C. Tijdens de drie weken in Nederland is de temperatuur daarna op één dagje na niet meer boven nul geweest. Met de neus in de boter dus. Ik kan me weinig strenge winters zoals deze herinneren of komt het omdat wij de meeste winters in Afrika zaten. In ieder geval was het veel ijspret. Pas zaterdags voor vertrek had ik het schaatsen weer goed onder de knie en ook wat conditie opgebouwd. Een stukje van de Veluwemeertocht geschaatst, de stompe toren van Elburg gezien en weer terug naar Harderwijk. Prachtig. Het valt hier in Engeland niet goed uit te leggen wat het is, om op zo’n grote ijsvlakte met honderden tegelijk te schaatsen. Het is alsof je langs een stilstaand landschap uit de tijd van Anton Pieck schaatst. Toen ik zondags vertrok, viel de dooi gelijk in. Het was heerlijk om weer thuis in Nederland te zijn. De zware koffer met goede studieintenties heb ik maar weer meegezeuld naar Londen.

Hier dus weer een ander leven. Het is inmiddels flink aanpoten met m’n studie. We doen nu twee vakken in blokken van 5 weken. Ik heb gekozen voor Health Care Evaluatie en Statistische Methodes in Epidemiologie. Voor het eerste vak moet ik aan het eind van de rit (dus midden februari) een evaluatiestudie schrijven over het effect van de bestrijding van malaria met muskietennetten. We worden met terminologie als efficacy, effectiveness, equity en efficiency geconfronteerd. We hebben een werkgroepje van 7 studenten, herkauwen de stof en bespreken de verschillende aspecten van dit soort evaluatieprogramma’s. Aan het eind moet iedereen een essay inleveren.

Vandaag had ik les in het tweede vak (SME). Twee uur college en drie uur computerwerk met statistische programma’s. Het was erg taai vandaag. We hadden het over loglikelihood ratios. Ik zal eens proberen een formule uit onze les van vandaag op papier te zetten, om te laten zien hoe angstwekkend dit er wel niet uit ziet:



, (Gussian likelihood!).


Andere delen van dit vak zijn veel leuker. Zo krijgen we echte databases en kijken wat risicofactoren zijn. Zo heeft men in 1967-69 van zo’n 20.000 mensen een aantal variabelen (roken, leeftijd, werk, onderwijs, cholesterol, etc.) vastgelegd en heeft men vervolgens deze cohort vervolgd. De uitkomst (in dit geval dood) is vergeleken met deze variabelen. Zo heeft men o.a. vast kunnen stellen dat lange mensen langer leven. Factoren in de vroege jeugd bepalen de mortaliteit op latere leeftijd. Dit geeft misschien ook een beetje aan waar een groot deel van mijn studie over gaat, het richt zich op populaties en veel minder op individuen. In de laatste week krijgen we een database en moeten dit dan uitpluizen en beschrijven. Wel leuk.
Op de school worden tussen de middag en na 5 uur vaak nog andere praatjes gehouden. Deze week waren er twee aardige voordrachten. De eerste ging over BSE en vCJD (bovine spongiforme encephalopathie en variant Creutzfeldt-Jakob Disease). De voorzitter van de BSE committee hield een verhaal over de stand van zaken. Wel goed voor me, omdat ik zelf weinig gelezen had over deze epidemie. In Ghana leek het allemaal erg absurd: gekke koeien, veestapel slachten, enzo. In een uurtje ben ik dus aardig bijgeschoold. 160.000 koeien in UK hebben de ‘mad cow disease’ gekregen, en naar schatting waren er zo’n 1.000.000 geïnfecteerd. 14 mensen hebben de CJD ziekte opgelopen en 12 zijn overleden. De verwachting van deze professor was dat er nog tussen de 100 en 10.000 gevallen van CJD zich zullen voordoen... Inmiddels is BSE ook actueel geworden in Nederland. Wie heeft die koe nou opgegeten, wanneer en waarom?

Gisteren was er een college over vruchtbaarheid en bevolkingsgroei. “De bevolkingsgroei zal nooit meer zo hoog zijn als in de negentiger jaren”, stelde de demograaf. Bijna in elk land met een hoog geboortecijfer, is dit aan het afnemen. De bevolking zal zich echter nog wel verdubbelen tot 9-10 miljard in 2050. Er zal dan een hoge druk zijn op het milieu, voedselproductie, werkgelegenheid en onderwijsvoorzieningen. Het vooruitzicht is een verstedelijkte, geriatrische bevolking in 2050. Ik ben dan 91, bij leven en welzijn...
Afgelopen weekend ben ik naar een wedstrijd van Arsenal geweest. Wedstrijden in Engeland zijn bijna altijd helemaal uitverkocht en erg sfeervol. Arsenal speelde tegen Everton en won met 3-1. Bergkamp was in een glansrol. Hij tikte het eerste doelpuntje erin. Je kunt in Engeland overal op wedden, de ruststanden, en dus ook op wie het eerste doelpunt maakt. Bergkamp stond 5/1, Ian Wright stond op 3/1. Dus voor elke pond op Bergkamp had ik er 5 terug gekregen. De kranten waren ook erg lovend over Bergkamp. Dit zijn de superlatieven uit The Times: “Stylish Bergkamp”, “in such resplendent form”, “From the beginning Bergkamp appeared a man on turbo control”, “Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net”, “Yet Arsenal waited too long to exploit Bergkamp‘s graceful omnipotence”. Nou daar kan je wel mee thuis komen, dacht ik.
Tot slot zal ik proberen in elke brief iets (eigen)aardigs over de Britten te vertellen, zoals het feit dat men bang is voor hondsdolheid via de tunnel (er kunnen daar toch ook beesten door kruipen!). In een Engels boekje over Internetadressen vond ik een uitleg waarom Amerikanen hun landcode niet gebruiken: zij hebben namelijk het Internet uitgevonden, net zoals Britse postzegels geen landnaam hebben omdat “wij” de postzegel uitgevonden hebben!

dinsdag 17 december 1996

8. Britain rules the world

Nog één dagje London en het jaar 1996 zit er in Engeland op. Ik geloof dat ik wel kan zeggen dat ik het eerste trimester succesvol heb afgesloten. De resultaten tellen helaas niet mee voor het eindresultaat. Het was wel even stressen de laatste weken, om de essays af te schrijven en de verschillende tests voor te bereiden. Ik merk dan dat het lang geleden is dat ik examens heb gedaan. Jaren “stil” zitten telt dan waarschijnlijk wel mee.

Morgen vertrek ik met de Eurostar naar Brussel, met de Chunnel zoals ze dat hier noemen. Gelukkig rijdt de trein weer, na de brand vorige maand. Het sein staat voorlopig weer op veilig. Het lijkt me wel spannend om zo onder het kanaal door te gaan. De trein vertrekt vanuit Waterloo station, een mooi modern futuristisch station. Het is denk ik wel even kicken om in zo’n snelle trein te zitten. De prijs valt ook mee, want ik betaalde 77 pond. Dit is naar elk station in Nederland. Volgende keer meer over mijn vergelijkend warenonderzoek...

Ik kijk er naar uit om wat langer in Nederland te zijn. De weekenden in Nederland zijn elke keer zo voorbij. Vorige keer was ik er met de Sinterklaas. Het was heel gezellig, met heel veel kadootjes. Het weekend daarvoor hadden we een gourmetje met de kinderen. Dat was wel erg bijzonder om zo met Douwe en Koen te tafelen, met de pannetjes, kaarsjes en kinderwijn. Koen zei wel vijf keer dat het “gezellig hè” was. Dan merk je dat je die “gezelligheid” allemaal mist. Het is ook raar om in twee werelden te leven. Je leidt bijna twee verschillende levens.



Hier is het al volop Kerst. De lampjes branden in Oxford Street. Drommen mensen lopen ‘s avonds door deze straat. Er zal wel heel wat afgekocht worden. Waarschijnlijk nog een graadje erger dan onze Sinterklaas.
Vorige week zag ik een kerstman in één van de portieken zitten. London is een stad van tegenstellingen. 10 minuten hiervandaan is Regent Street, één van de luxe straten in London, maar in elke straat kom je wel één of twee daklozen tegen, die in de portieken slapen en bedelen. Het zijn vaak jongeren, zo rond de dertig. Op m’n dagelijks wandelingetje naar school kom ik meestal ook wel een paar tegen. Dit keer had iemand een kerstmanpak aangetrokken en een baard aangeplakt: “Can you spare me some change, mate?”.

Engelsen zijn wel rare mensen, als het op hun identiteit en zelfstandigheid aankomt. De eurosceptici voeren hier nog steeds de boventoon. ‘t Was wel grappig om het nieuws over de Dublin summit te volgen. Toen daar de nieuwe “Euro” geïntroduceerd werd, waren weer veel mensen tegen. Ze zijn zo gewend aan de Charles Dickens op hun biljetten, dat de Euro een schok in UK zou geven. En waar moet de Queen op het biljet? 1/5 is niet genoeg, dat moet meer. Bovendien zijn de biljetten gesierd met Romeinse en Normandische bruggen en aquaducten, wat weer frustraties van vroegere bezettingen boven brengt.

Iemand anders zei “they look as cheap as they are”. Nee Engelsen zijn erg behoudend; je moet niet aan hun identiteit komen. Ook met het openen van de grenzen hebben ze grote problemen. Eén minister gaf aan dat hij niet akkoord kon gaan, omdat dit niet fair was tegenover de mensen uit andere Gemenebestlanden, zoals India en Pakistan. Ik geloof dat de politiek nog steeds een beetje uit de Charles Dickens’ tijd is, toen “Britain ruled the World”.

Zoals je misschien al uit de andere apestaartjes begreep zijn de Engelsen wel goed in party’s. Zoals het jaar begon, eindigt het ook. Party time dus! Zondag hebben Lucy, Mumsy en ik een kerstdinertje gemaakt voor een paar mensen van onze gang. Lekker tafelen dus. Maandag was het Bangladesh onafhankelijkheidsdag (25 jaar) en was de keuken en het restaurant aangepast. Dinsdag de Dean’s Christmas party, maar alleen voor de staf. Gisteren (woensdag) hadden we onze cursus-Christmas party in een restaurant in Soho. Dit was in een klein restaurantje, dit keer met een Iranese keuken. In London is niet veel ruimte, en onze avond brachten we door met z’n 40-en op 20 m2, met X-mas crackers, party poppers en een lucky dip!

Vanavond heb ik nog een laatste krachtmeting. Te beginnen met onze after school drink in de Rising Sun, daarna naar een Bangladeshi restaurant, om te eindigen in onze eigen King & Queen op de hoek, voor de John Astor House Christmas drink. Daarna gewoon vrolijk verder in Nederland, met kerstdiners, oliebollen, appelflappen en vuurpijlen.

Ondanks alle studeer- en pubwerk heb ik ook nog wat aan m’n conditie kunnen doen. Het zwembrilletje wat ik van Sinterklaas heb gekregen, heeft me nieuwe inspiratie gegeven om elke dag even het zwembad door te crawlen. ‘t Is maar dat je het weet, mocht je vinden dat ik er wat steviger uitzie. Dat je niet denkt dat het vet is, maar dat het allemaal spieren zijn.

Merry Christmas and a Happy New Year. Cheers.

maandag 2 december 1996

7. The Reds vs The Blues

We naderen het einde van het eerste trimester en het eerste proefwerk zit erop. Ik heb het goed doorstaan. Het is wel grappig om na zoveel jaren weer een test te moeten doen. Ik geloof niet dat ik de laatste 10 jaar een serieus examen heb gedaan. Afgelopen dinsdag hadden we een test voor Statistiek. Dit was slechts om te zien hoever iedereen was met het begrijpen van de stof. Sommigen werden daar echt nerveus van, konden slecht slapen, praatten dagen ervoor alleen nog over die test. Het was dus slechts een progressietest, want het echte examen is in juni. We zaten in een zaaltje met potlood en gummetje de multiple choice vragen aan te kruisen. Ik bracht het er goed vanaf met 15/16 goed. Een oude liefde keert terug: de wiskunde en statistiek. De laatste weken moeten we nog twee van deze voortgangstests doen en moeten tevens twee werkstukken inleveren. Dus nog even hard blokken voor de kerst.

Afgelopen weekend kwam daar niet zo veel van, want Maire uit Ierland kwam op bezoek. Samen zijn we naar Victor Crutchley gegaan, die we nog uit Zambia kenden. Ik had Victor al meer dan 5 jaar niet gezien en waarschijnlijk nooit meer, als Maire hem niet had opgebeld om dit weekend bij hem door te brengen. Met de trein zijn we naar Dorchester gegaan, in de Zuidpunt van Engeland, 2½ uur vanuit London. Victor woont nu in een klein dorpje, Powerstock, waar zijn vader veel landerijen bezit. Een herenboer (landlord). Victor haalde ons op en na een half uurtje rijden over boeren-weggetjes, eindigden we bij zijn huis. Een prachtig oude mansion, een beetje vervallen, volledig “Victoriaans” ingericht, met al z’n snuisterijen. De woonkamer had een paar oude stoelen en een bank, bedekt met een paar kleden. Ook oude kleden op de grond. De verf aan de plafonds was aan het bladeren. Het haardvuur brandde, en we hebben gezellig zitten kletsen met hem en zijn vrouw Tisha. ‘s Nachts op de zolder geslapen, kruik in bed en straalkacheltje aan, want het was roetkoud die nacht.
Zaterdagochtend zag ik waar we beland waren. Een prachtige omgeving, een glooiend landschap. Het huis staat in een vallei. We hebben een stevige wandeling gemaakt over velden met veel schapen. Een ruig landschap. De wind woei hard en dus een hoge chilling factor. We bleken maar een paar mijl van de kust te zitten en konden de zee zien.
In Zambia gaf Victor veel cursussen in toegepaste technologie en hier doet hij eigenlijk hetzelfde. In een schuur was een zelfgemaakte draaibank, waar hij hout op draaide. Ook heeft hij in een bos een tent opgezet waar hij in de zomer cursussen houtdraaien geeft. Wij zijn ‘s middags ook een bos ingegaan, omdat we zondags een hockeywedstrijd zouden spelen en we slechts drie sticks hadden. We zochten geschikte kromme takken aan bomen en zaagden die af. In de schuur kregen Nick (een neef van Victor) en ik een spoedcursus hockeystick maken. We hebben nog 5 “sticks” gemaakt.
‘s Avonds hadden we een footballdance in het lokale houten gebouwtje naast de kerk. Er speelde een live band muziek uit de jaren zestig: Stones, Kinks en Small Faces. Het grootste deel van het dorp (er wonen maar 400 mensen) was aanwezig, jong en oud. Heel gezellig.

Zondag was dan de match tussen een vriend van Victor (the Reds) en ons team (the Blues). Terwijl wij achterop de oude landrover naar het voetbalveld reden, kwamen the Reds in een paar grote Landcruisers aangereden. Netjes gekleed in cricket shirts, mooie hockey sticks en goed schoeisel. Wij, the Blues, echter waren slechts gekleed in oude broeken, hadden voornamelijk laarzen aan onze voeten (niet super op het drassige veld) en waren dus uitgerust met de “self-made hockey sticks”. Victor met bromfietshelm in doel, de doelman van de tegenpartij met volledige bescherming. Het was een aardig contrast. Op de meegebrachte werkbank hebben we nog even voor de wedstrijd de laatste schaafjes gedaan, onze stokken aangescherpt. 
Het was de eerste keer dat we ze konden uitproberen, omdat we geen bal hadden. Toch functioneerden deze sticks verrassend goed. Het werd dan ook een stevige partij hockey, waarbij techniek en spel waarschijnlijk meer leek op ijshockey dan op veldhockey. Iedereen heeft zeker wel een paar blauwe plekken opgelopen. Ik heb er ook flinke spierpijn aan over gehouden. We verloren met 4-0, maar waren zeker niet kansloos en hadden een paar goede kansen op doel. Fun was het zeker. Na bezoek aan de plaatselijke pub met een ploughman’s lunch was een gezellig weekend weer voorbij. Maire is gisteren weer teruggevlogen naar Ierland.

Inmiddels zitten we hier al in de Christmas sfeer, met mooie verlichte kerstbomen in Oxford Street. Iemand nog behoefte om hier kerstinkopen te doen? Het is een waanzinnige, commerciële drukte, die ik niet helemaal kan ontwijken, want ik moet nog even voor St. Nicolaas op stap...

vrijdag 15 november 1996

6. Champagne, please!

Vliegensvlug, veels te vlug, maar zeker niet vluchtig. Weer even een weekend in Holland doorgebracht. Dit keer vloog ik vanaf Heathrow met British Airways. Zo langzamerhand kan ik een vergelijkend onderzoek doen naar luchtvaart-maatschappijen en vliegvelden. Ook dit keer had het vliegtuig een uur vertraging. Het werd echter ruimschoots goed gemaakt doordat ik “Club” kon zitten. Een man wilde graag naast zijn vrouw en kind zitten en gelukkig had ik die plaats in mijn bezit. Ik ruilde m’n plekje dus graag en nam plaats naast een keurige Brit in de Club Class. Toen de steward ons kwam vragen wat we wilden drinken, sloot ik me maar bij m’n buurman aan: “Champagne, please!” Dat ik me nog niet helemaal aangepast had, bleek toen we het vliegtuig uitgingen. De jasjes werden door de steward uit de garderobe gehaald. Ik haalde m’n verfrommeld jasje onder m’n stoel vandaan.

Terug in Engeland breng ik het grootste deel van m’n tijd weer op school door. Ik heb een weekprogramma van 4½ dag colleges en werkgroepen. Het begint maandagochtend met Student Presentations. Elke maandag bespreken vier studenten een onderwerp. Vorige week was het mijn beurt. Ik heb een verhaal gehouden over Management Information Systems, een onderwerp waar ik in Ghana nogal mee bezig ben geweest. Dit is een systeem waarmee data verzameld in het veld wordt omgezet in informatie (via indicatoren), wat gebruikt kan worden in het lokale management. Met deze presentaties leer je natuurlijk goed een verhaal in elkaar te zetten, overheadsheets te maken, vragen te beantwoorden, etc. Het is ook erg boeiend om naar je klasgenoten te luisteren en hun ervaring te horen. Totaal zijn we met 33 in onze klas, uit 25 verschillende landen. 
Uit Afrika komen: Rakiya (Nigeria), Mulugeta (Ethiopië), Themba (Botswana), Christine (Kumasi, Ghana), Rolland (militair arts, Accra, Ghana), Eric (Rwanda) en Mumsy (Ivoorkust). Eric was een Hutu balling die voor het Hutu regime gevlucht was naar Oeganda en nu dus terug is bij Tutsi-Rwanda! Mumsy is m’n buurvrouw, en toen ik haar de eerste keer zag, kon ze me niet goed vertellen, waar ze vandaan kwam. Geboren in Lesotho, met ouders van Lesotho/Zuid-Afrika is ze 20 jaar geleden medicijnen gaan studeren in Moskou en ontmoette daar haar man uit Ivoorkust, waar ze nu ook woont en een gezin heeft. Je vraagt je dan inderdaad af waar je hoort. Meer mensen uit onze groep hebben zo’n achtergrond. Quang komt uit Vietnam, is in 1975 naar Parijs gekomen met ouders, heeft daar z’n tandartsopleiding gedaan en woont de laatste jaren in Engeland met z’n Franse vrouw. Zij werkten in Niger. Sultan Salimee woont met z’n gezin ook in Engeland. Hij komt uit Afghanistan en is ook al geruime tijd weg uit zijn land vanwege o.a. de Russische bezetting. Uit die regio komen ook Mash (Mongolië), Qing-Hui (China), Jacky (Philippijnen), Tokuaki (Japan), Thinzar (Burma), Nizam (Bangladesh), Gazi (Bangladesh) en Mahadev (een tbc-arts uit India). Van het Amerikaanse continent hebben we Julia (een Koreaanse uit Canada), Mia (USA) en twee kinderartsen uit Peru (Lucy) en Venezuela (Elizabeth). Blijft over de Europeanen. Patsy, is een Jamaicaanse gezondheidsvoorlichter uit Engeland. Mickey, een Indische arts uit Engeland en Roz ook uit Engeland. Zij hebben een Zuidafrikaanse werkervaring. Verder Carlos (Spanje), Nuria (ook Spanje) en Valerie (Frankrijk), die allemaal voor Artsen zonder Grenzen werkten in Somalië, Bosnië, en andere brandhaarden in de wereld. Ook de andere twee Nederlanders in mijn groep werkten via Artsen zonder Grenzen. Mija Tesse werkte o.a. in Ingushetia (naast Tsjetsjenië) en Lietje in Cambodja en Soedan. Verder nog twee Belgen: Eric Verschueren werkte in de voormalige Belgische kolonie Zaïre, en Vincent (een Waal) werkte de laatste vier jaar in Monze, Zambia. Michael uit Duitsland heeft wel op een zeer exotische plek gewerkt. Na Zimbabwe, werkte hij de laatste twee jaar in Tuvalu. Je mag zelf kijken waar het precies ligt. Het zijn 9 eilandjes ergens in de Pacific waar nog geen 10.000 mensen wonen. Oceanië is zodoende ook nog een beetje vertegenwoordigd. Zijn ervaring was echter niet zo paradijselijk...

Wij zijn niet de enige MSc (Master of Science) Course. Gelijktijdig lopen er nog zo’n 25 andere cursussen. Totaal heeft de school meer dan 600 studenten uit 90 landen. Vaak hebben we met andere cursisten gelijktijdig college (tot 200 man) en werkgroepen. Je mixt dus aardig in de school. Er zijn op dit moment zelfs blokken waar ik als enige PHDC (Public Health in Developing Countries) student tussen zit. Ik ben namelijk een beetje naar de Epidemiologie toegeschoven, wat me mogelijk ook wat meer kansen geeft in Europa. 

Gisteren at ik met de Birmees, de Chinees en de Bangladeshi in een Thai restaurant. Met zo’n gezelschap hoef je zelf geen keus te maken. Alle drie waren ze wel eens in Bangkok geweest en wisten wel wat lekker was. Heerlijk eten dus! Ons tafelgesprek ging o.a. over de “one-child policy” in China (één kind per gezin). Bangladesh had nog het meeste begrip, maar daar wonen ze ook met 800 op een km2. Ik heb het nog even nagezocht in een Worldbank Report (Birma heeft 62/km2, China 120/km2 en Nederland 405/km2!)..

Dinsdag hebben we een dagje vrij. In een pamflet werd uitgelegd dat het Hoger Onderwijzend personeel in Engeland staakt (voor meer £’s). Er wordt uitgelegd dat “sessions will not take place on that day. This means that should students want to show their support for the strike they will not be missing out on teaching on that day”!!! Het lijkt er bijna op dat men zo aardig is geweest om geen lessen te plannen, zodat wij de staking kunnen steunen. Wie staakt er? Volgens mij betekent het gewoon dat we geen les hebben en/of dat we vrij hebben. Ik hoop dat m’n examens niet zo moeilijk worden.

zondag 3 november 1996

5. Next time stick to salad, lads!

FIRE! Het leek wel een aflevering uit John Cleese’ Fawlty Tower. Gisteravond zaten Rob en ik in de keuken op de vierde verdieping te eten toen het brandalarm afging. We keken elkaar even aan en maakten niet echt aanstalten om weg te gaan. Het maakte wel een hels lawaai. Ik keek even op de gang en zag dat iedereen rustig uit zijn/haar kamer stapte, de deur op slot deed en naar de trappen liep. We volgden toch maar het voorbeeld. Ik vergat wel schoenen en jas aan te doen. Bij de trappen was het een drukte, mensen in badjassen en teenslippers. Wat opviel was dat er totaal geen paniek was. Nizam, uit m’n groep, had zelfs z’n blikje bier meegenomen. Iedereen liep rustig naar buiten, bijna emotieloos. Binnen 5 minuten stonden er 4 brandweerauto’s in de straat. We zagen nog steeds geen rook en vlammen. Na 10 minuten was het sein veilig en konden we weer naar binnen. We gingen nog even langs de tweede verdieping, waar het alarm af was gegaan. Het stonk er wel vreselijk. Iemand had z’n pannetje op het vuur laten staan. Er liepen nog twee brandweermannen op de gang. “Next time, stick to salad, lads!”, zeiden ze... 

John Astor House ligt op 10 minuten lopen van de school. Het is een oud zusterhuis dat bij het Middlesex Hospital hoort. Het merendeel van de 400 kamers is dan ook bezet door verpleegkundigen en coassistenten. De School heeft 60 kamers voor hun studenten. Het zijn maar kleine kamers. Ik heb een schetsje geprobeerd te maken van de kamer: 
Het voordeel van dicht bij het centrum en school overstijgen de nadelen tot nu toe. Je loopt gemakkelijk even de stad in of ‘s avonds even naar de bibliotheek of computerruimte van de school. De school is 24 uur per dag open, je kan er elk moment van de dag in! Verder is het ook prettig om met meerdere postgraduate studenten te wonen. Je legt gemakkelijk contact als je in hetzelfde gebouw woont en hetzelfde loopje hebt. We proberen ook met een paar mensen een soort kookclubje te organiseren voor de weekends. De keukens zijn redelijk groot. Er zijn ligbaden en douches en zowaar een zwembad (alleen door de week open). Een 25 meter bad, wel een beetje koud, met teveel chloor. Ik zwem nu één keer per week ‘s avonds zo’n 10 baantjes. Ben dan helemaal verkleumd, maar een warme douche helpt dan weer. Erg verfrissend deze Romeinse baden.

Vorige week kwam de Hurricane Lilly langs. Het gierde om de Telecom Tower die naast ons gebouw staat. Dit is een 200+ meter hoge toren van de BT, de British Telecom. Mocht ‘ie omkukelen dan valt ‘ie zo bij mij in de kamer. Ook werd ik ‘s nachts wakker van de klapperende ramen. Hier en daar had men wel wat schade, er waren windstoten gemeten van 90 miles/hr.
Het weer is nu echt omgeslagen. Het is echt herfstweer. Veel bladeren in de straten. Het valt dan pas op hoeveel bomen nog in de straten zijn. De blad- en straatvegers zijn er maar druk mee. Vanochtend toen ik terug kwam van mijn loopje in het Regent’s Park zag ik verschillende straatvegers blad vegen. Ik dacht dat dat alleen in Frankrijk gedaan werd. Ook in het Regent’s Park wordt trouwens blad geveegd! Het valt me nu pas op hoe schoon en onderhouden de parken en de straten zijn. Het zal zijn prijskaartje wel hebben, maar het is wel erg aangenaam en prettig.

dinsdag 22 oktober 1996

4. Hé papa, ben je terug?

Maandag 21/10. Weer terug in London na een kort bezoek aan Nederland. Het was echt een vliegend bezoek, want alles bij elkaar was ik maar 36 uur in Nederland. Ik vloog met Air UK vanuit London Stansted en zou om 8.30 p.m. vertrekken. Ik zat me al op te vreten toen ik de half uur vertraging op het bord zag verschijnen. Ook het instappen en vertrekken ging allemaal erg traag, zodat we een uur later dan gepland weggingen. Met nog het extra uur tijdverschil tussen Engeland en Nederland kwam ik om 11.30 ‘s avonds op Schiphol aan. Te laat om Harderwijk nog te halen. Om 1.00 uur ‘s nachts was ik in Amersfoort en gelukkig was Florence daar om me op te halen. M’n late reizen heeft nog meer mensen wakker gehouden, want Piety heeft op de slapende kinderen gepast. Om half 3 lagen we in bed, en zoals gewoonlijk kwamen Douwe en Koen midden in de nacht even bijschuiven in het bed. Koen was de eerste rond 4 uur. Hij zei slaperig “hé, Gerard” en sliep weer verder. Toen Douwe kwam keek ik slaperig even op m’n horloge. Het was kwart over vijf GMT, maar al kwart over zes Nederlandse tijd. “Hé papa, je bent terug” en hij kroop tegen me aan. Douwe is een echt ochtendmens. Die slaapt dan niet meer, ligt wat te woelen en wacht ongeduldig tot hij eruit kan/mag. Om 7 uur waren we beneden. Je kunt je voorstellen dat Florence en ik half gebroken de dag doorkwamen. Het was er niet minder gezellig om. Het was fijn om weer bij hen te zijn. De dag was echter zo om en na een tweede korte nacht en het ontbijt moest ik om 10 uur alweer met de trein naar Schiphol. Douwe wilde niet mee naar het station en vroeg of hij thuis televisie mocht blijven kijken. Dat kon niet. Op het station betrok z’n gezicht helemaal, stond sip te kijken toen de deuren dicht gingen. Koen stond nog fanatiek te zwaaien toen de trein wegging, maar stond daarna ook te huilen. Volgende keer loop ik wel gewoon naar het station, want het afscheid nemen valt hen zwaar. Ik was wel blij dat we met de auto naar het station gingen, want ik had weer een aardige hoeveelheid kilo’s meegesleept. Boeken, koffiezetapparaatje en een tweede geluidsbox, de spullen die ik de eerste keer niet mee kon nemen.

Dit keer vloog ik met easyJet, de concurrent van de grote maatschappijen, naar London Luton. Het was wel een aparte ervaring. Ten eerste krijg je geen ticket, alleen een bevestiging van je vlucht op een fel oranje A-4tje. Op Schiphol gaf men mij een plastic kaartje met een nummer erop, vergelijkbaar met een volgnummertje bij de slager. Bij de gate stond het vliegtuig al, een Boeing 737, met het telefoonnummer in grote koeienletters erop geschilderd. Een echte manier van luchtadverteren. Je krijgt ook geen seatnummer. Ben je het eerst in het vliegtuig dan zoek je zelf een plaatsje uit. De “stewardessen” waren gekleed in zwarte broek en oranje poloshirt, eveneens met het telefoonnummer op de rug. Je krijgt een prijslijstje en kan tijdens de vlucht koffie, thee, bier en andere drankjes van hen kopen. Ook verkopen ze biscuitjes, koekjes en pinda’s tijdens de vlucht. Nog net voor de landing kwam één van hen langs met een vuilniszak om de troep op te halen. De landing was wel een beetje schokkerig, maar dat kwam hopelijk door de harde wind die er stond. Ik vond het wel een plezierige ervaring. Weg van het orthodoxe: de hoedjes, de parfummetjes en de maniertjes van de trutten van de KLM. Laat die luchtbel maar knappen. Vliegen wordt hopelijk net zo gewoon als treinreizen.

maandag 14 oktober 1996

3. In Holland gibt es beinahe ebenso wenige Multimillionäre wie Elefanten und Rhinozerosse

Zondag 13/10. Net terug van een rondje door het Regent’s Park. ‘t Is erg zacht weer hier. Een rustige herfst. Met een zonnetje, door mooie lanen, langs prachtige gebouwen en veel mensen in het park, was het lekker rennen en genieten. Even wat anders dan de intensieve introductieperiode, vooral de avonden waren inspannend. Ik denk dat het goed was dat er veel aandacht was voor het sociale element, want het komende jaar spreken we elkaar vooral in koffiepauzes en tijdens lunches. Er is dus een goeie basis gelegd voor een hechte groep.

Mijn opleiding bestaat uit verschillende study units. Het eerste trimester hebben we een aantal verplichte vakken en een paar facultatieve. Het tweede en derde trimester alleen nog maar keuzevakken. Er wordt meestal een uur les gegeven in een grote collegezaal, de Goldsmith’s Theatre, gevolgd door een seminar. Dit zijn kleine groepjes die dan verder met de stof spelen. Voor de lectures moeten we veel lezen en ook de seminars moeten we voorbereiden en soms een presentatie geven. Voor morgen bijvoorbeeld moet ik een kritiek geven op een krantenartikel over een health onderwerp in relatie tot de economics of health. Je ziet dat het nu echt gaat beginnen. Mijn weekprogramma voor het eerste trimester is gevuld met Student Seminars; Health Economics; Extended Epidemiology (2 dagdelen); Statistics with Computing (2 dagdelen); Health, Policy, Process and Power; Introduction to Computing; Social Science Methods & Methodology. Er is slechts één vrije middag.

Afgelopen donderdag gingen we naar Farnham, een dorpje zo’n 40 miles buiten London, west of zuid. In dit dorpje is een oud kasteel (Farnham Castle) waar we een nacht bleven. Vroeger verbleef hier de Bisschop van Westminster. Een paar muren uit 1100 herinnerden nog aan de tijd van de Noormannen, de rest van de gebouwen uit 1400 (kan ook 1600 zijn) waren nog in gebruik. We speelden hier een Green Revolution Game. We werden opgedeeld in Indiase families, die met een paar stukjes land moesten zien te overleven. Onderweg in het spel kregen we allerlei tegenslagen: pest, droogte, inflatie, tbc, geboorte, etc. Andere families waren beter af, maar ik ging als trekarbeider op zoek naar werk. Ik werd daar zo uitgebuit (ik werkte slechts voor eten), dat ik uiteindelijk maar een greep uit de kas deed om me zelf enig salaris te geven. Ik voelde me in ieder geval gesteund door de uitspraken van Bisschop Muskens. Het was erg interessant om je helemaal in de rol van een paria te moeten verplaatsen.
De avond hebben we dansend doorgebracht. Om 12 uur werd Julia, een klasgenoot, jarig en hebben we de “Happy Birthday” in meer dan 10 talen gezongen: Engels, Bangladeshi, Frans, Chinees, Mongools, Russisch, Duits, Zulu, Spaans, Amhara, en natuurlijk Nederlands. Ons “Lang zal ze leven” zong ik samen met een Waal. Julia beantwoordde de felicitaties met een viooloptreden. Het klonk erg goed in de grote zaal. 
Deze week ging het veel over cross-cultural onderwerpen. Een aardig voorval illustreert hoe we verschillende ideeën en gebruiken hebben. Ik deelde m’n kamer met Gazi, uit Bangladesh. Hij was aardig dronken en ging voor hij ging slapen onder de douche staan! Hij ging echter “gewoon” z’n voeten wassen, wat voor hem ongeveer hetzelfde is als voor ons de tanden poetsen (wat hij maar niet meer deed).
Op vrijdag konden we allemaal nog even naar de Oxfamshop (soort Leger des Heils). Er worden daar tweedehandskleren verkocht. In een rijk plaatsje als Farnham kom je wat betere spul tegen... Ik kwam alleen een boek tegen uit 1960 over Holland, geschreven in het Duits. Toen ik de volgende zinnen tegenkwam was ik verkocht: “In Holland gibt es beinahe ebenso wenige Multimillionäre wie Elefanten und Rhinozerosse” en “Um half elf liegt halb Holland im Bett. Um zwölf Uhr ist das Licht - van Harlingen bis Hulst, vom Helder bis Heerlen - aus”. Heerlijk toch. Verder staan er prachtige jaren 60 zwart-wit foto’s in het boek.

Terug in London konden we gelijk door naar de Dean’s party. Ik loop niet weg voor een feestje. Erg gezellig weer. In Nederland kan men daar nog een voorbeeld aan nemen. Ik heb nog nooit een rector van een school een borrel zien geven. Het hoort er helemaal bij in Engeland.

Gisteravond hadden we ook weer een typisch Engels gebeuren. De vorige Dean, Richard Feachem, nu één van de hoge pieten bij de Worldbank, gaf de John Snow Pump Handle Lecture. John Snow was een Engelse arts, die in 1854 nauwkeurig de choleraepidemie in London bestudeerde. Tijdens epidemieën gingen er in een paar weken een paar duizend mensen dood. Snow legde het verband tussen cholera en water. Tijdens de epidemie van 1854 leidde zijn onderzoek naar de pomp in Broad Street in London’s Soho. Hij overtuigde de autoriteiten om de pomp te ontmantelen door de hendel eraf te halen. Snow is dus de grondlegger van de hedendaagse epidemiologie en dit wordt jaarlijks herdacht met een lecture. Feachem mocht ook een modelpomp ontmantelen. Na afloop van dit college toog iedereen naar The John Snow Pub in Broad Street. Rob en ik zijn ook nog even een pintje wezen drinken, gelukkig vrij van bacteriën. Let wel, pas in 1883 ontdekte Robert Koch de Vibrio Cholerae bacterie. Zo zie je, we leren hier ook nog wat.