woensdag 26 maart 1997

12. I just try to be objective

De rust is weer teruggekeerd in de school. Vorige week was het een hectisch gebeuren  met de gesimuleerde cholera epidemie op school. Het was erg leuk opgezet. We hadden informatie gekregen dat 3 mensen na bezoeken van een begrafenis ergens in Guinee-Conakry, ziek werden en doodgingen. Een totaal van 45 mensen bezochten de begrafenis. Wij werden naar het dorp gestuurd om uit te zoeken welke ziekte er was, wat de oorzaak was en moesten een bestrijdingsprogramma schrijven. Eén van de eerste dingen die we moesten doen, was de bezoekers van de begrafenis interviewen. We hebben een vragenlijst ontwikkeld, getest, en vervolgens alle 45 bezoekers geïnterviewd. Dit waren collega-studenten en docenten. Tegelijkertijd hadden wij een tegenrol. We hadden een etentje bezocht bij één van de staf medewerkers van de school en waren ook wel/niet ziek geworden. De developed country groep was hiermee aan de slag. Het was dus een heel mierennest, waarbij iedereen iedereen zocht in de school. Vervolgens zijn we nog een weekje bezig geweest om de data in te voeren, te analyseren en te interpreteren. Het verslag is inmiddels ingeleverd en telt een beetje mee voor het eindcijfer voor deze studie unit. Morgen heb ik het afsluitend examen. Dan zit dit blok er weer op en kan ik weer eens lekker wat langere tijd in Nederland zijn. De weekendjes in Nederland zijn zo voorbij en soms moet ik ook nog het een en ander doen. Vorig weekend was ik met de cholera epidemie bezig. De tabellen en grafieken werden me via de e-mail toegestuurd en kon ik op afstand nog een beetje in ons groepje meewerken.

Het vliegen begint zo langzamerhand een gewoon gebeuren te worden. Op de heenreis naar Nederland kon ik nog gebruik maken van een oud Accra ticket. We hadden namelijk een KLM ticket Accra-Amsterdam-London-Rotterdam in Ghana voor dezelfde prijs als Accra-Amsterdam kunnen krijgen. Dit keer vloog ik dus naar Rotterdam, met een city hopper. Een kwartier voor vertrek stapte iedereen in. Het vliegtuig was zo klein (Fokker 50), dat we niet via grote slurven, maar gewoon via een trapje het vliegtuig binnengingen. Het vliegtuig, eigenlijk een grote bus, was erg wendbaar en ook windgevoelig. De propellers aan beide vleugels maakten veel lawaai. Het was ook grappig om in Rotterdam te landen, een klein stationnetje, direct naast een woonwijk. Terug vloog ik met een grote Boeing 757 van British Airways. Tijdens de vlucht vertelde de piloot dat er een komeet goed zichtbaar was. Iedereen dus naar één kant van het vliegtuig om de komeet te zien. Wel mooi zo vanuit de lucht. Hebben jullie Hale-Bopp nog gezien? 
Maandag ben ik weer eens naar een voetbalwedstrijd geweest, tussen Arsenal en Liverpool. We waren met z’n zessen, met o.a. Michael uit Duitsland. Voor ons zat een rij fanatieke supporters die twee keer per minuut allemaal opsprongen, of om een spannend moment te volgen, of om hun ongenoegen over scheidsrechter en Liverpool met “Piss off and oh, fuck off” te uiten. Michael zat te klagen over het slechte spel van Arsenal en Bergkamp. Hij vond het maar “college football”. In de tweede helft provoceerde hij verder en vroeg een paar keer aan Roz, ook een PHDC-studente, “Do you know what the word fucking means”. Het leidde bijna tot een knokpartij. “If you don’t shut up, mate, we’ll very soon have a fight”. Michael antwoordde met z’n zwaar Duits accent, dat hij een “stranger” was en gewoon vroeg wat het betekende. Hij bleef maar een beetje jennen en klagen over Arsenal, wat natuurlijk verdere reakties uitlokte. “I just try to be objective”, zei Michael. Dat moet je natuurlijk niet zijn tussen een groep fanatieke, maar teleurgestelde Arsenal supporters. Hij adviseerde nog zachtjes om Klinsmann te kopen, maar zag wel dat hij de grens bereikt had. Gelukkig stonden er een paar politieagenten in de buurt, anders had hij wel een “blow” gekregen denk ik. Liverpool won met 2-1. Michael concludeerde nog dat het beste team had gewonnen...

Het voetbal leeft hier echt in Engeland. De meeste wedstrijden zijn al ver van te voren uitverkocht. Veel live-wedstrijden op Sky-tv. Er loopt ook een aardig continent Nederlanders op de Engelse velden rond. Gullit (Chelsea) en Bergkamp (Arsenal) zijn natuurlijk de bekendste, maar verder ook Monkou en Ulrich van Gobbel (Southampton), Brian Roy en Pierre van Hooydonk (Nottingham Forrest), Regie Blinker (Sheffield Wednesday). Minder bekende voetballers als Molenaar (Leeds United) en Van der Laan (Derby County), de laatste kopt er vaak eentje in. En natuurlijk Jordi Cruyff (Manchester United), maar hij zit vaak op de bank. Verder is er ergens nog een Nederlandse reserve-keeper, zodat er een heel elftal samen te stellen is met onze jongens in Engeland.

Het laatste nieuws uit Engeland dat ik net in het BBC nieuws hoorde, is dat veel mensen hun salaris pas na de paasdagen krijgen, tengevolge van een computer failure. Waar heb ik dat eerder gehoord?

zondag 9 maart 1997

11. Kippenpokken

Chickenpox is het Engelse woord voor waterpokken. Douwe en Koen hadden ze. Je kan goed zien dat het virus zich gemakkelijk op scholen verspreid. In Ghana hebben ze niet genoeg contact gehad met andere kinderen die waterpokken hadden. Hoewel we regelmatig waterpokken in het ziekenhuis zagen, was er nooit een epidemie op de kinderafdeling. Dit betekent dus dat toch bijna elk kind waterpokken doorgemaakt had.
Op dit moment volg ik een studieblok “epidemiologie en bestrijding van infectieziekten” wat goed aansluit bij het verhaal van waterpokken. Een infectie binnen een huishouden is vrij eenvoudig te verklaren. In een van de werkgroepjes had ik al uitgerekend wanneer Douwe de huiduitslag kon krijgen. Dit zijn de feiten. Het duurt 13-17 dagen na infectie voordat iemand verschijnselen van waterpokken krijgt. Als Douwe besmet was door dezelfde bron dan had hij ook waterpokken moeten krijgen in de week dat Koen ziek werd. Koen had de pokken op zaterdag 15/2.  Douwe werd niet direct ziek en dus werd Koen de primaire bron voor besmetting van Douwe. Besmettelijkheid begint 5 dagen voor de uitslag (10/2) en blijft maximaal 5 dagen na de uitslag (20/2). De minimum incubatieperiode is 13 dagen, dus de eerst mogelijke dag dat Douwe pokken kon krijgen was 23/2. Een maximum incubatieperiode van 17 dagen geeft 9/3 als de laatst mogelijke dag dat verschijnselen konden optreden. Zondag 2 maart ligt daar precies tussenin als meest waarschijnlijke dag. Toen Florence die zondag schreef dat Douwe koorts had, maar nog geen pokken, wist ik dus al dat dit het begin van de waterpokken was. Toen hij even later ging douchen was hij bont van de waterpokken.
De meeste infecties zijn niet eenvoudig één op één binnen een huishouden. We bestuderen natuurlijk ook complexe epidemieën. Dit gaat soms gepaard met ingewikkelde wiskundige formules. Dit gaat terug naar de basiswiskunde van de middelbare school.

Donderdag zijn we naar het Communicable Disease Surveillance Centre geweest in Noord-London. Wel eens leuk om ergens anders les te krijgen. Het gebouw was behoorlijk beveiligd en een rondleiding zat er bijvoorbeeld niet in. Alleen colleges dus. Het was opvallend hoe men steeds naar andere landen wijst waar alles niet zo pluis was. Het begon met een verhaal over Salmonella. Duizenden gevallen in Israël, terwijl men in Engeland door goede surveillance de schade beperkt kon houden tot enkele tientallen. E. coli infectie in USA, besmette hamburgers (Jack in the box) en vorig jaar in Schotland kostten tientallen levens. En dat ... terwijl we geen water mochten drinken in het gebouw vanwege een cryptosporidia infectie in het drinkwater in Noord-London, de koffieautomaten ook drooggelegd waren, de veestapel hier afgeslacht wordt vanwege BSE en diezelfde dag uitlekte dat de minister van landbouw een rapport had achtergehouden, met informatie over E.coli wat misschien wel van nut had kunnen zijn ter preventie van de Schotse epidemie...

Volgende week breekt er een ‘cholera’ epidemie uit op school, maar dat heeft een andere reden. We zitten al weer tegen de examens aan en een onderdeel daarvan is onderzoek van een epidemie. De epidemie is al beschreven. Drie mensen die een begrafenis bezoeken krijgen buikloop en gaan dood. We krijgen lijsten van mensen die de begrafenis bezocht hebben en welk voedsel ze aten. Wij moeten dus het onderzoek doen naar de oorzaak door mensen te interviewen die de begrafenis bezochten. Medestudenten en staf krijgen deze rol toebedeeld. Een soort vossenjacht dus. Zo wordt studeren zelfs leuk. Volgende keer meer...

Florence, Douwe en Koen waren hier twee weken geleden op bezoek. Het was erg gezellig. Ik ben benieuwd wat de diepste indruk achterlaat in de kleine hoofdjes. Ze zijn natuurlijk wel wat gewend om in vreemde omgevingen te zijn. Ik geloof dat de metro de meeste indruk maakte. We zijn ook naar verschillende musea voor kinderen geweest. Koen, geschminkt als batman en Douwe als spiderman, was een succes. Toch is zo’n stad niet erg kindvriendelijk. Je ziet überhaupt weinig kinderen in de stad.

Een jaar in Engeland doet me bijna de Nederlands taal vergeten. Toen ik Koen op het vliegveld vroeg hoe het met z’n waterpokken ging, vertaalde ik automatisch het Engelse woord en vroeg dus hoe is het met je “kippenpokken”…

dinsdag 18 februari 1997

10. The year of the Ox

De afgelopen week waren hectisch. De twee examens die ik vorige week moest doen, hebben me heel wat nachtelijke uurtjes gekost. Voor health care evaluation moesten we een evaluatie studie beschrijven om het effect van muskietennetten op malaria te onderzoeken. Er waren dagen dat al de 70 computers voor studenten bezet waren. Mensen moesten gaan queueën om ook aan de beurt te komen. Afgelopen dinsdag heb ik van 9 uur ‘s ochtends tot half 2 ‘s nachts aan de essay gewerkt en toen was het af! Drie studenten bleven achter en hebben de hele nacht achter een beeldscherm doorgebracht. De volgende ochtend (en middag) waren ze er nog steeds. We kregen weinig rust want gisteren moest het tweede stuk ingeleverd worden. Hiervoor kregen we een database uit Malawi om het effect van BCG (TB) vaccinatie op lepra te onderzoeken. Geïnspireerd waarschijnlijk door de nachtelijke escapades van anderen, heb ik ook maar een nachtje doorgewerkt. Zaterdagnacht heb ik in de computerruimte doorgebracht. De tijd vloog voorbij. Er was alleen nog een Portugees die ik om 6 a.m. achterliet. Het gaf me een goed gevoel. Maandagochtend om 10 uur was de deadline en heb ik mijn ‘paper’ ingeleverd

Het is niet alleen maar afzien, hoewel ik nog wel een beetje naweeën heb van zo’n nacht doorwerken. Toen ik zondag een beetje wilde ontspannen, kwam Lucy, een klasgenoot uit Peru, vragen of ik zin had om mee te eten. Ze had vrienden uit Colombia en Mexico uitgenodigd en een heerlijk Peruaans diner gemaakt. We hebben de hele middag gezellig zitten tafelen. Gisteravond moesten we ook even stoom afblazen. Het is leuk dat dit soort spontane afspraken ontstaan. ‘s Middags na een computerles, zaten Lietje, Sylvia en ik, allemaal Nederlanders, nog een beetje te kletsen cq. roddelen. Ik geloof dat Sylvia met het voorstel kwam om bij een Indisch restaurant dichtbij John Astor House te gaan eten. Ik had al iets afgesproken met Nizam, een Bangladeshi, dus die ging ook mee. Na een spicy maaltijd, gingen we nog wat koffiedrinken in een van de woonkamers hier in John Astor House. Een paar Brazilianen, Spanjaarden en een Belg sloten aan om met een fles Ballantines en Havana Cuba-rum tot de kleine uurtjes door te zakken.

Op zo’n internationale school met zoveel verschillende nationaliteiten staat er altijd wel iets te gebeuren. Zo vierden we twee weken geleden het Chinese New Year. We zitten nu in “the Year of the Ox”, en lieten het jaar van de muis achter ons. Het restaurant presenteerde een Chinese maaltijd, de tafeltjes waren leuk versierd en de kaarsjes brandden. In het weekend hadden we een etentje in een student hall en werd het Chinese Nieuwjaar gevierd met een leeuwendans en oorverdovend vuurwerk.

Niet alles is hier zo multicultureel. Als je een avondje BBC kijkt, dan valt het op hoe Engelsen vooral geïnteresseerd zijn in wat er in hun eigen land gebeurt. Het nieuws is soms geheel op het eiland en op roddel gericht. Zo maar een greep uit een 6 o’clock nieuws van vorige week: Engelse soldaat doodgeschoten in Noord-Ierland. Interview met de ouders. Zwarte jongen 4 jaar geleden doodgestoken. Vijf jongens verdacht, maar bij gebrek aan bewijs geen veroordeling. Man in gevangenis steekt een gevangenbewaarster in de rug. Krijgt nog eens 10 jaar bovenop z’n 3x levenslang. Britse nanny in USA rammelt een kind dood. Auto van verdwenen politieman uit vaart gedregd. Allemaal items die een paar minuten in beslag nemen. De ex-doelman van Liverpool Grobbelaar en een Nederlander, Segers worden verdacht van het verkopen van wedstrijden. Grobbelaar moet nu bij videobeelden verklaren waarom hij bepaalde ballen niet stopte! En dan natuurlijk is er altijd een dosis House of Common: “Order, order”. Moet het rietje nu wel of niet weer ingevoerd worden? Er is altijd een heel krakeel in het parlement. Het is eigenlijk wel amusant om te zien hoe daar gedebatteerd worden. Ik geloof dat er in Nederland nou ook een aftreksel van het Lagerhuis is.


Inmiddels hebben we een weekje rust. We kunnen wat computerlessen volgen. Over twee dagen komen Florence, Douwe en Koen. Lijkt me erg leuk. Ik ben benieuwd hoe de jongens het vinden om in London te zijn. Koen denkt vaak dat ik ergens in Ghana ben, omdat voor hem Engels gelijk staat met Ghanees. Het is wel goed voor hen om te zien waar ik nou een jaartje uithang. 

donderdag 23 januari 1997

9. Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net.

Nu na twee weken Engeland, probeer ik maar weer eens een apestaartje te schrijven. Het is net alsof ik twee verschillende levens leid. Een beetje gespleten word ik al. Met de eurostar was het goed reizen, alleen kostte het me wel een hele dag. Acht uur vanaf Waterloo Station naar Harderwijk. In Brussel kon je met een grote duwkar op de roltrap. Fantastisch. Het ging nog goed ook. In Rotterdam sloeg me de kou om de oren. Het was 1 °C. Tijdens de drie weken in Nederland is de temperatuur daarna op één dagje na niet meer boven nul geweest. Met de neus in de boter dus. Ik kan me weinig strenge winters zoals deze herinneren of komt het omdat wij de meeste winters in Afrika zaten. In ieder geval was het veel ijspret. Pas zaterdags voor vertrek had ik het schaatsen weer goed onder de knie en ook wat conditie opgebouwd. Een stukje van de Veluwemeertocht geschaatst, de stompe toren van Elburg gezien en weer terug naar Harderwijk. Prachtig. Het valt hier in Engeland niet goed uit te leggen wat het is, om op zo’n grote ijsvlakte met honderden tegelijk te schaatsen. Het is alsof je langs een stilstaand landschap uit de tijd van Anton Pieck schaatst. Toen ik zondags vertrok, viel de dooi gelijk in. Het was heerlijk om weer thuis in Nederland te zijn. De zware koffer met goede studieintenties heb ik maar weer meegezeuld naar Londen.

Hier dus weer een ander leven. Het is inmiddels flink aanpoten met m’n studie. We doen nu twee vakken in blokken van 5 weken. Ik heb gekozen voor Health Care Evaluatie en Statistische Methodes in Epidemiologie. Voor het eerste vak moet ik aan het eind van de rit (dus midden februari) een evaluatiestudie schrijven over het effect van de bestrijding van malaria met muskietennetten. We worden met terminologie als efficacy, effectiveness, equity en efficiency geconfronteerd. We hebben een werkgroepje van 7 studenten, herkauwen de stof en bespreken de verschillende aspecten van dit soort evaluatieprogramma’s. Aan het eind moet iedereen een essay inleveren.

Vandaag had ik les in het tweede vak (SME). Twee uur college en drie uur computerwerk met statistische programma’s. Het was erg taai vandaag. We hadden het over loglikelihood ratios. Ik zal eens proberen een formule uit onze les van vandaag op papier te zetten, om te laten zien hoe angstwekkend dit er wel niet uit ziet:



, (Gussian likelihood!).


Andere delen van dit vak zijn veel leuker. Zo krijgen we echte databases en kijken wat risicofactoren zijn. Zo heeft men in 1967-69 van zo’n 20.000 mensen een aantal variabelen (roken, leeftijd, werk, onderwijs, cholesterol, etc.) vastgelegd en heeft men vervolgens deze cohort vervolgd. De uitkomst (in dit geval dood) is vergeleken met deze variabelen. Zo heeft men o.a. vast kunnen stellen dat lange mensen langer leven. Factoren in de vroege jeugd bepalen de mortaliteit op latere leeftijd. Dit geeft misschien ook een beetje aan waar een groot deel van mijn studie over gaat, het richt zich op populaties en veel minder op individuen. In de laatste week krijgen we een database en moeten dit dan uitpluizen en beschrijven. Wel leuk.
Op de school worden tussen de middag en na 5 uur vaak nog andere praatjes gehouden. Deze week waren er twee aardige voordrachten. De eerste ging over BSE en vCJD (bovine spongiforme encephalopathie en variant Creutzfeldt-Jakob Disease). De voorzitter van de BSE committee hield een verhaal over de stand van zaken. Wel goed voor me, omdat ik zelf weinig gelezen had over deze epidemie. In Ghana leek het allemaal erg absurd: gekke koeien, veestapel slachten, enzo. In een uurtje ben ik dus aardig bijgeschoold. 160.000 koeien in UK hebben de ‘mad cow disease’ gekregen, en naar schatting waren er zo’n 1.000.000 geïnfecteerd. 14 mensen hebben de CJD ziekte opgelopen en 12 zijn overleden. De verwachting van deze professor was dat er nog tussen de 100 en 10.000 gevallen van CJD zich zullen voordoen... Inmiddels is BSE ook actueel geworden in Nederland. Wie heeft die koe nou opgegeten, wanneer en waarom?

Gisteren was er een college over vruchtbaarheid en bevolkingsgroei. “De bevolkingsgroei zal nooit meer zo hoog zijn als in de negentiger jaren”, stelde de demograaf. Bijna in elk land met een hoog geboortecijfer, is dit aan het afnemen. De bevolking zal zich echter nog wel verdubbelen tot 9-10 miljard in 2050. Er zal dan een hoge druk zijn op het milieu, voedselproductie, werkgelegenheid en onderwijsvoorzieningen. Het vooruitzicht is een verstedelijkte, geriatrische bevolking in 2050. Ik ben dan 91, bij leven en welzijn...
Afgelopen weekend ben ik naar een wedstrijd van Arsenal geweest. Wedstrijden in Engeland zijn bijna altijd helemaal uitverkocht en erg sfeervol. Arsenal speelde tegen Everton en won met 3-1. Bergkamp was in een glansrol. Hij tikte het eerste doelpuntje erin. Je kunt in Engeland overal op wedden, de ruststanden, en dus ook op wie het eerste doelpunt maakt. Bergkamp stond 5/1, Ian Wright stond op 3/1. Dus voor elke pond op Bergkamp had ik er 5 terug gekregen. De kranten waren ook erg lovend over Bergkamp. Dit zijn de superlatieven uit The Times: “Stylish Bergkamp”, “in such resplendent form”, “From the beginning Bergkamp appeared a man on turbo control”, “Bergkamp, only using the instep of his right boot, let the ball fade elegantly off him into the net”, “Yet Arsenal waited too long to exploit Bergkamp‘s graceful omnipotence”. Nou daar kan je wel mee thuis komen, dacht ik.
Tot slot zal ik proberen in elke brief iets (eigen)aardigs over de Britten te vertellen, zoals het feit dat men bang is voor hondsdolheid via de tunnel (er kunnen daar toch ook beesten door kruipen!). In een Engels boekje over Internetadressen vond ik een uitleg waarom Amerikanen hun landcode niet gebruiken: zij hebben namelijk het Internet uitgevonden, net zoals Britse postzegels geen landnaam hebben omdat “wij” de postzegel uitgevonden hebben!

dinsdag 17 december 1996

8. Britain rules the world

Nog één dagje London en het jaar 1996 zit er in Engeland op. Ik geloof dat ik wel kan zeggen dat ik het eerste trimester succesvol heb afgesloten. De resultaten tellen helaas niet mee voor het eindresultaat. Het was wel even stressen de laatste weken, om de essays af te schrijven en de verschillende tests voor te bereiden. Ik merk dan dat het lang geleden is dat ik examens heb gedaan. Jaren “stil” zitten telt dan waarschijnlijk wel mee.

Morgen vertrek ik met de Eurostar naar Brussel, met de Chunnel zoals ze dat hier noemen. Gelukkig rijdt de trein weer, na de brand vorige maand. Het sein staat voorlopig weer op veilig. Het lijkt me wel spannend om zo onder het kanaal door te gaan. De trein vertrekt vanuit Waterloo station, een mooi modern futuristisch station. Het is denk ik wel even kicken om in zo’n snelle trein te zitten. De prijs valt ook mee, want ik betaalde 77 pond. Dit is naar elk station in Nederland. Volgende keer meer over mijn vergelijkend warenonderzoek...

Ik kijk er naar uit om wat langer in Nederland te zijn. De weekenden in Nederland zijn elke keer zo voorbij. Vorige keer was ik er met de Sinterklaas. Het was heel gezellig, met heel veel kadootjes. Het weekend daarvoor hadden we een gourmetje met de kinderen. Dat was wel erg bijzonder om zo met Douwe en Koen te tafelen, met de pannetjes, kaarsjes en kinderwijn. Koen zei wel vijf keer dat het “gezellig hè” was. Dan merk je dat je die “gezelligheid” allemaal mist. Het is ook raar om in twee werelden te leven. Je leidt bijna twee verschillende levens.



Hier is het al volop Kerst. De lampjes branden in Oxford Street. Drommen mensen lopen ‘s avonds door deze straat. Er zal wel heel wat afgekocht worden. Waarschijnlijk nog een graadje erger dan onze Sinterklaas.
Vorige week zag ik een kerstman in één van de portieken zitten. London is een stad van tegenstellingen. 10 minuten hiervandaan is Regent Street, één van de luxe straten in London, maar in elke straat kom je wel één of twee daklozen tegen, die in de portieken slapen en bedelen. Het zijn vaak jongeren, zo rond de dertig. Op m’n dagelijks wandelingetje naar school kom ik meestal ook wel een paar tegen. Dit keer had iemand een kerstmanpak aangetrokken en een baard aangeplakt: “Can you spare me some change, mate?”.

Engelsen zijn wel rare mensen, als het op hun identiteit en zelfstandigheid aankomt. De eurosceptici voeren hier nog steeds de boventoon. ‘t Was wel grappig om het nieuws over de Dublin summit te volgen. Toen daar de nieuwe “Euro” geïntroduceerd werd, waren weer veel mensen tegen. Ze zijn zo gewend aan de Charles Dickens op hun biljetten, dat de Euro een schok in UK zou geven. En waar moet de Queen op het biljet? 1/5 is niet genoeg, dat moet meer. Bovendien zijn de biljetten gesierd met Romeinse en Normandische bruggen en aquaducten, wat weer frustraties van vroegere bezettingen boven brengt.

Iemand anders zei “they look as cheap as they are”. Nee Engelsen zijn erg behoudend; je moet niet aan hun identiteit komen. Ook met het openen van de grenzen hebben ze grote problemen. Eén minister gaf aan dat hij niet akkoord kon gaan, omdat dit niet fair was tegenover de mensen uit andere Gemenebestlanden, zoals India en Pakistan. Ik geloof dat de politiek nog steeds een beetje uit de Charles Dickens’ tijd is, toen “Britain ruled the World”.

Zoals je misschien al uit de andere apestaartjes begreep zijn de Engelsen wel goed in party’s. Zoals het jaar begon, eindigt het ook. Party time dus! Zondag hebben Lucy, Mumsy en ik een kerstdinertje gemaakt voor een paar mensen van onze gang. Lekker tafelen dus. Maandag was het Bangladesh onafhankelijkheidsdag (25 jaar) en was de keuken en het restaurant aangepast. Dinsdag de Dean’s Christmas party, maar alleen voor de staf. Gisteren (woensdag) hadden we onze cursus-Christmas party in een restaurant in Soho. Dit was in een klein restaurantje, dit keer met een Iranese keuken. In London is niet veel ruimte, en onze avond brachten we door met z’n 40-en op 20 m2, met X-mas crackers, party poppers en een lucky dip!

Vanavond heb ik nog een laatste krachtmeting. Te beginnen met onze after school drink in de Rising Sun, daarna naar een Bangladeshi restaurant, om te eindigen in onze eigen King & Queen op de hoek, voor de John Astor House Christmas drink. Daarna gewoon vrolijk verder in Nederland, met kerstdiners, oliebollen, appelflappen en vuurpijlen.

Ondanks alle studeer- en pubwerk heb ik ook nog wat aan m’n conditie kunnen doen. Het zwembrilletje wat ik van Sinterklaas heb gekregen, heeft me nieuwe inspiratie gegeven om elke dag even het zwembad door te crawlen. ‘t Is maar dat je het weet, mocht je vinden dat ik er wat steviger uitzie. Dat je niet denkt dat het vet is, maar dat het allemaal spieren zijn.

Merry Christmas and a Happy New Year. Cheers.

maandag 2 december 1996

7. The Reds vs The Blues

We naderen het einde van het eerste trimester en het eerste proefwerk zit erop. Ik heb het goed doorstaan. Het is wel grappig om na zoveel jaren weer een test te moeten doen. Ik geloof niet dat ik de laatste 10 jaar een serieus examen heb gedaan. Afgelopen dinsdag hadden we een test voor Statistiek. Dit was slechts om te zien hoever iedereen was met het begrijpen van de stof. Sommigen werden daar echt nerveus van, konden slecht slapen, praatten dagen ervoor alleen nog over die test. Het was dus slechts een progressietest, want het echte examen is in juni. We zaten in een zaaltje met potlood en gummetje de multiple choice vragen aan te kruisen. Ik bracht het er goed vanaf met 15/16 goed. Een oude liefde keert terug: de wiskunde en statistiek. De laatste weken moeten we nog twee van deze voortgangstests doen en moeten tevens twee werkstukken inleveren. Dus nog even hard blokken voor de kerst.

Afgelopen weekend kwam daar niet zo veel van, want Maire uit Ierland kwam op bezoek. Samen zijn we naar Victor Crutchley gegaan, die we nog uit Zambia kenden. Ik had Victor al meer dan 5 jaar niet gezien en waarschijnlijk nooit meer, als Maire hem niet had opgebeld om dit weekend bij hem door te brengen. Met de trein zijn we naar Dorchester gegaan, in de Zuidpunt van Engeland, 2½ uur vanuit London. Victor woont nu in een klein dorpje, Powerstock, waar zijn vader veel landerijen bezit. Een herenboer (landlord). Victor haalde ons op en na een half uurtje rijden over boeren-weggetjes, eindigden we bij zijn huis. Een prachtig oude mansion, een beetje vervallen, volledig “Victoriaans” ingericht, met al z’n snuisterijen. De woonkamer had een paar oude stoelen en een bank, bedekt met een paar kleden. Ook oude kleden op de grond. De verf aan de plafonds was aan het bladeren. Het haardvuur brandde, en we hebben gezellig zitten kletsen met hem en zijn vrouw Tisha. ‘s Nachts op de zolder geslapen, kruik in bed en straalkacheltje aan, want het was roetkoud die nacht.
Zaterdagochtend zag ik waar we beland waren. Een prachtige omgeving, een glooiend landschap. Het huis staat in een vallei. We hebben een stevige wandeling gemaakt over velden met veel schapen. Een ruig landschap. De wind woei hard en dus een hoge chilling factor. We bleken maar een paar mijl van de kust te zitten en konden de zee zien.
In Zambia gaf Victor veel cursussen in toegepaste technologie en hier doet hij eigenlijk hetzelfde. In een schuur was een zelfgemaakte draaibank, waar hij hout op draaide. Ook heeft hij in een bos een tent opgezet waar hij in de zomer cursussen houtdraaien geeft. Wij zijn ‘s middags ook een bos ingegaan, omdat we zondags een hockeywedstrijd zouden spelen en we slechts drie sticks hadden. We zochten geschikte kromme takken aan bomen en zaagden die af. In de schuur kregen Nick (een neef van Victor) en ik een spoedcursus hockeystick maken. We hebben nog 5 “sticks” gemaakt.
‘s Avonds hadden we een footballdance in het lokale houten gebouwtje naast de kerk. Er speelde een live band muziek uit de jaren zestig: Stones, Kinks en Small Faces. Het grootste deel van het dorp (er wonen maar 400 mensen) was aanwezig, jong en oud. Heel gezellig.

Zondag was dan de match tussen een vriend van Victor (the Reds) en ons team (the Blues). Terwijl wij achterop de oude landrover naar het voetbalveld reden, kwamen the Reds in een paar grote Landcruisers aangereden. Netjes gekleed in cricket shirts, mooie hockey sticks en goed schoeisel. Wij, the Blues, echter waren slechts gekleed in oude broeken, hadden voornamelijk laarzen aan onze voeten (niet super op het drassige veld) en waren dus uitgerust met de “self-made hockey sticks”. Victor met bromfietshelm in doel, de doelman van de tegenpartij met volledige bescherming. Het was een aardig contrast. Op de meegebrachte werkbank hebben we nog even voor de wedstrijd de laatste schaafjes gedaan, onze stokken aangescherpt. 
Het was de eerste keer dat we ze konden uitproberen, omdat we geen bal hadden. Toch functioneerden deze sticks verrassend goed. Het werd dan ook een stevige partij hockey, waarbij techniek en spel waarschijnlijk meer leek op ijshockey dan op veldhockey. Iedereen heeft zeker wel een paar blauwe plekken opgelopen. Ik heb er ook flinke spierpijn aan over gehouden. We verloren met 4-0, maar waren zeker niet kansloos en hadden een paar goede kansen op doel. Fun was het zeker. Na bezoek aan de plaatselijke pub met een ploughman’s lunch was een gezellig weekend weer voorbij. Maire is gisteren weer teruggevlogen naar Ierland.

Inmiddels zitten we hier al in de Christmas sfeer, met mooie verlichte kerstbomen in Oxford Street. Iemand nog behoefte om hier kerstinkopen te doen? Het is een waanzinnige, commerciële drukte, die ik niet helemaal kan ontwijken, want ik moet nog even voor St. Nicolaas op stap...

vrijdag 15 november 1996

6. Champagne, please!

Vliegensvlug, veels te vlug, maar zeker niet vluchtig. Weer even een weekend in Holland doorgebracht. Dit keer vloog ik vanaf Heathrow met British Airways. Zo langzamerhand kan ik een vergelijkend onderzoek doen naar luchtvaart-maatschappijen en vliegvelden. Ook dit keer had het vliegtuig een uur vertraging. Het werd echter ruimschoots goed gemaakt doordat ik “Club” kon zitten. Een man wilde graag naast zijn vrouw en kind zitten en gelukkig had ik die plaats in mijn bezit. Ik ruilde m’n plekje dus graag en nam plaats naast een keurige Brit in de Club Class. Toen de steward ons kwam vragen wat we wilden drinken, sloot ik me maar bij m’n buurman aan: “Champagne, please!” Dat ik me nog niet helemaal aangepast had, bleek toen we het vliegtuig uitgingen. De jasjes werden door de steward uit de garderobe gehaald. Ik haalde m’n verfrommeld jasje onder m’n stoel vandaan.

Terug in Engeland breng ik het grootste deel van m’n tijd weer op school door. Ik heb een weekprogramma van 4½ dag colleges en werkgroepen. Het begint maandagochtend met Student Presentations. Elke maandag bespreken vier studenten een onderwerp. Vorige week was het mijn beurt. Ik heb een verhaal gehouden over Management Information Systems, een onderwerp waar ik in Ghana nogal mee bezig ben geweest. Dit is een systeem waarmee data verzameld in het veld wordt omgezet in informatie (via indicatoren), wat gebruikt kan worden in het lokale management. Met deze presentaties leer je natuurlijk goed een verhaal in elkaar te zetten, overheadsheets te maken, vragen te beantwoorden, etc. Het is ook erg boeiend om naar je klasgenoten te luisteren en hun ervaring te horen. Totaal zijn we met 33 in onze klas, uit 25 verschillende landen. 
Uit Afrika komen: Rakiya (Nigeria), Mulugeta (Ethiopië), Themba (Botswana), Christine (Kumasi, Ghana), Rolland (militair arts, Accra, Ghana), Eric (Rwanda) en Mumsy (Ivoorkust). Eric was een Hutu balling die voor het Hutu regime gevlucht was naar Oeganda en nu dus terug is bij Tutsi-Rwanda! Mumsy is m’n buurvrouw, en toen ik haar de eerste keer zag, kon ze me niet goed vertellen, waar ze vandaan kwam. Geboren in Lesotho, met ouders van Lesotho/Zuid-Afrika is ze 20 jaar geleden medicijnen gaan studeren in Moskou en ontmoette daar haar man uit Ivoorkust, waar ze nu ook woont en een gezin heeft. Je vraagt je dan inderdaad af waar je hoort. Meer mensen uit onze groep hebben zo’n achtergrond. Quang komt uit Vietnam, is in 1975 naar Parijs gekomen met ouders, heeft daar z’n tandartsopleiding gedaan en woont de laatste jaren in Engeland met z’n Franse vrouw. Zij werkten in Niger. Sultan Salimee woont met z’n gezin ook in Engeland. Hij komt uit Afghanistan en is ook al geruime tijd weg uit zijn land vanwege o.a. de Russische bezetting. Uit die regio komen ook Mash (Mongolië), Qing-Hui (China), Jacky (Philippijnen), Tokuaki (Japan), Thinzar (Burma), Nizam (Bangladesh), Gazi (Bangladesh) en Mahadev (een tbc-arts uit India). Van het Amerikaanse continent hebben we Julia (een Koreaanse uit Canada), Mia (USA) en twee kinderartsen uit Peru (Lucy) en Venezuela (Elizabeth). Blijft over de Europeanen. Patsy, is een Jamaicaanse gezondheidsvoorlichter uit Engeland. Mickey, een Indische arts uit Engeland en Roz ook uit Engeland. Zij hebben een Zuidafrikaanse werkervaring. Verder Carlos (Spanje), Nuria (ook Spanje) en Valerie (Frankrijk), die allemaal voor Artsen zonder Grenzen werkten in Somalië, Bosnië, en andere brandhaarden in de wereld. Ook de andere twee Nederlanders in mijn groep werkten via Artsen zonder Grenzen. Mija Tesse werkte o.a. in Ingushetia (naast Tsjetsjenië) en Lietje in Cambodja en Soedan. Verder nog twee Belgen: Eric Verschueren werkte in de voormalige Belgische kolonie Zaïre, en Vincent (een Waal) werkte de laatste vier jaar in Monze, Zambia. Michael uit Duitsland heeft wel op een zeer exotische plek gewerkt. Na Zimbabwe, werkte hij de laatste twee jaar in Tuvalu. Je mag zelf kijken waar het precies ligt. Het zijn 9 eilandjes ergens in de Pacific waar nog geen 10.000 mensen wonen. Oceanië is zodoende ook nog een beetje vertegenwoordigd. Zijn ervaring was echter niet zo paradijselijk...

Wij zijn niet de enige MSc (Master of Science) Course. Gelijktijdig lopen er nog zo’n 25 andere cursussen. Totaal heeft de school meer dan 600 studenten uit 90 landen. Vaak hebben we met andere cursisten gelijktijdig college (tot 200 man) en werkgroepen. Je mixt dus aardig in de school. Er zijn op dit moment zelfs blokken waar ik als enige PHDC (Public Health in Developing Countries) student tussen zit. Ik ben namelijk een beetje naar de Epidemiologie toegeschoven, wat me mogelijk ook wat meer kansen geeft in Europa. 

Gisteren at ik met de Birmees, de Chinees en de Bangladeshi in een Thai restaurant. Met zo’n gezelschap hoef je zelf geen keus te maken. Alle drie waren ze wel eens in Bangkok geweest en wisten wel wat lekker was. Heerlijk eten dus! Ons tafelgesprek ging o.a. over de “one-child policy” in China (één kind per gezin). Bangladesh had nog het meeste begrip, maar daar wonen ze ook met 800 op een km2. Ik heb het nog even nagezocht in een Worldbank Report (Birma heeft 62/km2, China 120/km2 en Nederland 405/km2!)..

Dinsdag hebben we een dagje vrij. In een pamflet werd uitgelegd dat het Hoger Onderwijzend personeel in Engeland staakt (voor meer £’s). Er wordt uitgelegd dat “sessions will not take place on that day. This means that should students want to show their support for the strike they will not be missing out on teaching on that day”!!! Het lijkt er bijna op dat men zo aardig is geweest om geen lessen te plannen, zodat wij de staking kunnen steunen. Wie staakt er? Volgens mij betekent het gewoon dat we geen les hebben en/of dat we vrij hebben. Ik hoop dat m’n examens niet zo moeilijk worden.