zaterdag 10 oktober 2015

voor Jacqueline

Nog even een avond en ochtend in Madrid voordat ik naar Cuba afreis. Drukte op de weg zorgde ervoor dat we gisteren 1,5 uur later met de bus aankwamen. Onderweg wel de noodzakelijke stops om te roken (cinco minutos) en om te eten/comer (vienticinco minutos).
Mijn hostal in het centrum bij de Gran Via blijkt in een tippelbuurt te liggen. De oude beheerster vertelde dat ik geen waardevolle spullen in m'n achterzak moest doen, geen dames mee moest nemen en nog veel meer. Zo goed is m'n Spaans nog niet om dat allemaal te verstaan, hoewel ze het wel veel over la gente negra had.... 
Het was druk op straat met heel veel levende standbeelden, straatmuzikanten en de Zara, Mango, Hache & Eme en andere kledingzaken die tot 10 uur open bleven. Ik zocht de rust in de bioscoop en had de keus tussen El Coro (Boys Choir) en Golpe de Estado (staatsgreep). Beide Amerikaanse peliculas sin subtitulos. Ik kocht maar hetzelfde kaartje als de man voor me en keek twee uur lang hoe een Amerikaans stel met twee kinderen in een Aziatisch land terecht kwam terwijl de president net vermoord werd. Vervolgens werden nog eens honderd mensen afgeslacht, terwijl onze Amerikaanse vrienden wonder boven wonder ongeschonden bleven en uiteindelijk veilig de rivier overpeddelden naar Vietnam. Je ziet dat ik het in ieder geval begrepen heb.

Begin vorig jaar was ik ook kort in Madrid. Ik maakte veel foto's van de bijzondere schilderijcollectie van het Thysen Bornemisza museum aan de Paseo de Prado. Thuis heb ik ze met Jacqueline nog eens bekeken en uitgebreid besproken toen ze in de weekenden na de chemokuur bij ons was. Eigenlijk had ik gehoopt dat ze nog een tripje naar Madrid had kunnen maken. Het mocht niet zo zijn.
Ik was net op weg was naar de Munch tentoonstelling in het Thysen museum en dacht haar mee te nemen tijdens de rondgang langs de schilderijen. Helaas was de 12:30 slot al vol en 14:30 is te laat. De gedachten zijn misschien nu nog wel meer bij haar nu ik op het terras in het zonnetje zit met een cerveza.
Madrid is een stad die goed bij Jacqueline paste. Niet de drukte van de Gran Via of de plazas, maar meer de kleine heuvelachtige straatjes met nu in de herfst de vallende bladeren.


Vorig jaar met kerst en oud-nieuw was achteraf duidelijk dat haar einde naderde. Die dagen hebben we nog met elkaar kunnen vieren. Het kostte haar zichtbaar veel energie. In de tweede week van januari bleek bij het ziekenhuisbezoek dat er weer veel vocht achter de longen zat. Het ging daarna in een week zo rap achteruit dat ze van iedereen afscheid nam. Een klein kringetje bleef over die overdag en 's nachts bij haar bleef. Op de muur verscheen een groot hart met de vele kaarten die ze kreeg. Jacqueline krabbelde toch nog weer op. Zo was ze. Sterk. Ze kon al haar vrienden nog een keer zien en regisseerde dat ook helemaal. In februari ging ze naar het verpleeghuis voor de laatste zorg. Voor haar was het goed zo. Wachten tot het zover was... met haar zussen dichtbij. De avond voordat ze stierf zat ik nog een paar uurtjes bij haar, terwijl de anderen gingen eten. We hoefden niet veel meer te zeggen. Alleen de hand vasthouden en de fysieke nabijheid te voelen was goed. Later die avond zakte ze weg in een diepe slaap om niet meer wakker te worden. Je hebt je rust gevonden Jacqueline, maar ik neem je zo nu en dan wel even mee naar een museum of een stad waar de bladeren van de bomen vallen. 

vrijdag 9 oktober 2015

Correo electeronico (e-mail), Valencia, Espana

Zonet knalde het vuurwerk de lucht in. Groot spektakel om de nationale feestdag, morgen, te openen. Achthonderdzevenzeventig jaar geleden (in 1238) versloeg Jaime I de Moren in Valencia. Maandag is er een landelijke feestdag, want op 12 oktober wordt gevierd dat Christoffer Columbus Amerika ontdekte. Aan landelijke en lokale feestdagen geen gebrek. Zo is er in maart een week lang Las Fallas, waarbij elke straat in Valencia versierd is met zelfgemaakte beelden/constructies, die later verbrand worden. Op de laatste dag is er een kleurrijke optocht van opgedofte Valencianen. Het eindpunt is de Plaza de la Virgin, waar de bloemen op een 10 meter hoge stellage worden gestoken en een bloemenmantel wordt gevormd. Ook het tomatenfestival (La Tomatina) is misschien bekend. In een dorpje Buñol hier 40 km vandaan wordt op de laatste woensdag van augustus drie vrachtwagens overrijpe tomaten op een plein gestort en mogen - meestal schaarsgeklede - mensen zich een uur lang uitleven met gooien en smijten van tomaten. Douches zijn aanwezig! Vroeger spoelde men zich in de rivier af, maar die kleurde nog lang daarna rood. 
Je leert hier nog wat. Vorige week volgde ik het facultatief uurtje culturele les. Het Spaans was goed te verstaan, in tegenstelling tot deze week die ging over films over de periode van de tweede republiek (1931-1936). Voor mij en mijn klas te hoog gegrepen. 
De moeilijkheidsgraad neemt toe.
Bovendien moest ik studeren voor m'n examen. Gisteren kreeg ik vijf bladzijden grammatica en tekstbegrip voorgeschoteld en moest een kort verhaaltje schrijven. Met m'n 8,8 voldeed ik net niet aan de kwalificatie ‘sobresaliente’, maar kan met m’n ‘notable’ ook heel tevreden zijn en volgende week in Cuba aan niveau A2 beginnen.
Flamenco dansers
 

Valencia is een aangename stad. Niet te groot, ook geen bijzondere topattracties. Er zijn veel pleinen waar tot 12 uur 's avonds veel mensen nog op straat zitten te eten of te drinken. Dat kan ook goed met dit klimaat, ook nu nog 20 graden in de nacht. 
Verder ligt er een prachtig wit zandstrand aan de Middellandse Zee-kust dat gemakkelijk met de tram is te bereiken. Om de oude stad heen liep vroeger de rivier Turia, maar sinds een ernstige overstroming met 400 (!) doden in 1957 is de rivier omgeleid. Er is nu een prachtige groene zone om de stad met naald- en palmbomen, sportvelden, en een 5 km verhard en verlicht pad voor hardlopers. Ik heb me twee keer per week uitgeleefd op dit pad. Op het eind van de droge Turia, richting zee, zijn drie moderne, architectonisch interessante gebouwen verrezen: L’Oceanografic (soort waterdierentuin zoals in Blijdorp maar dan iets groter) en de Ciudad de las Artes (kunstmuseum) and Ciencias (soort Nemo) van de architect Santiago Calatrava, de Valenciaanse Rem Koolhaas. Het mocht was kosten, want de stad is er bijna failliet aan gegaan.
Het Science museum
Spelende kinderen met grote zeepbellen op Plaza Ayuntamiente
‘El Gordo’, de dikke of vette loterij, is elk jaar op 22 december. Misschien wel eens gezien in Nederland op de televisie: weeskinderen trekken de nummers en lezen deze zingend voor. Elk jaar is er meer geld; heel Spanje speelt mee en ondertussen ook een deel van Europa. Dit jaar ben ik ook voorzien!!
Nog even het laatste nieuws over de zwerver die tegenover mijn huis lag/ligt. Hij is weer terug, de buren hebben zich niet meer laten horen of zien. Eerst had de zwerver een aardig verscholen plekje achter de container, maar de container is gisteren opgehaald. Gelukkig hebben ze z'n matras laten liggen. En blijkbaar heeft de regen van vandaag het matras niet teveel doorweekt, want hij ligt al weer lekker te slapen.
¡Buenas noches!

zaterdag 26 september 2015

Valencia, España

¡Hola! ¿Qué tal?

Zo begon maandag de Spaanse les. Of eigenlijk begon de les met een toets, waar ik niks van bakte. Het advies was om niet te gokken, dus ben er na 4 invulvragen mee opgehouden. Ook de vraag om een verhaaltje in het Spaans op te schrijven, heb ik maar gelaten. Het gevolg is dat ik in een niveau A1 klasje ben ingedeeld samen met een andere Nederlandse (net klaar met gymnasium), een Zweedse (studente architectuur die voor haar Masters naar Bolivia gaat) en een Russische/Zwitserse, die vorig jaar twee appartementen in Valencia heeft gekocht. Deze week was Miguel onze ‘profesor’. De lessen waren van 15-19 uur. De eerste dag de cijfers 1 tot en met 12, de tweede dag tot 100 en de derde dag tot 1000. Verbuigingen van het werkwoord praten (hablar), zijn (ser) en hebben (tener). Donderdag en vrijdag hebben we veel gepraat over wonen (vivir), eten (comer) en drinken (beber). In Spanje eet men vijf keer per dag: desayunar, almorzar, comer, merendar y cenar. Wel grappig om elke dag intensief met zo’n divers clubje bezig te zijn met grammatica en woordjes en met elkaar zinnen te oefenen en elkaar vragen te stellen. Miguel paste ervoor om Engels te praten, en legde alles in het Spaans uit. Heel goed. Muy bueno.
Ik ben in Valencia en straks in Cuba om een restant vakantiedagen op te maken. Een korte sabbatical om even los te komen van mijn werk. In Valencia kon ik via-via een appartement huren in de oude stad, op een paar minuten loopafstand van de Mercado Central, een prachtige markthal in jugendstil (in het Spaans: modernisme). De buurt is wel een beetje in verval. Ik kijk uit op een met gaas ingepakt huis, om te voorkomen dat brokstukken naar beneden vallen en op voetgangers terechtkomen. De eerste avond hoorde ik glas kapotvallen. Een jonge vrouw ging tekeer tegen haar man/vriend die met ontbloot bovenlichaam in huis stond. De vrouw liep nog vier keer naar het balkonnetje om glaswerk op straat kapot te gooien. De zwerver die zich in een hoekje met een kartonnen doos al had geïnstalleerd was even later weg en heb ik niet meer teruggezien.
Gisteren ben ik naar de voetbalwedstrijd Valencia-Granada geweest. Het Mestalla stadion, thuishaven van Valencia CF, ligt tegen de oude stad aan. Misschien is het in Nederland ook nog wel zo, maar de sfeer was heel gemoedelijk. Jong en oud, mannen en vrouwen, en ook veel kleine kinderen in het stadion. De fanatieke supporters achter het doel probeerden met tromgeroffel de spelers een beetje op te peppen tot een leuke wedstrijd. Uit één mooie actie werd door Valencia gescoord, maar daar bleef het bij. Supporters waren ontevreden en hier en daar werd met een zakdoekje gewaaid. De spelers werden met een fluitsignaal bedankt.
Het weekend ben ik uiteraard vrij van school, maar genoeg Spaans te oefenen op straat, in de winkel, het restaurant of op het strand. De temperaturen zijn rond 28 graden en het zeewater heeft nog een aangename temperatuur.

Hasta luego.

zaterdag 18 juli 2015

Hadrian's Wall, Engeland

Het Romeinse Keizerrijk omvatte op het hoogtepunt ongeveer half Europa en strekte zich uit tot de landen van Noord-Afrika, Turkije, Oostenrijk, zuidelijk Duitsland/Nederland en ook "Brittannië". In 43 na Christus (onder Keizer Claudius) vielen de Romeinen Engeland binnen en voerden jaren strijd met de Schotten, maar konden het hele eiland maar niet bezetten. Hadraianus, de veertiende keizer van Rome, besloot om het Rijk maar niet verder naar het noorden uit te breiden en gaf opdracht om een muur te bouwen, 117 km (73 mijl) lang. Hij ging in 122 A.D. zelf op inspectietoer naar Engeland. Zes jaar later stond de muur er: 2 meter dik, 4-5 meter hoog, om de 1,48 km (een Romeinse mijl) een ‘milecastle’ met daartussen elke keer twee torens. Gebouwd met Romeinse precisie. Ook introduceerden zij allerlei producten uit Europa op het eiland. In 400 stortte het Romeinse Rijk in en verviel de functie van de muur. De Romeinen lieten aardig wat 'beschaving' na. De Engelsen moeten in 2017 daarom in het referendum maar voor stemmen om bij de EU te blijven.
Hadrian's Wall
Hadrian's Wall
Dat alles wisten we natuurlijk ook niet, toen we een paar weken geleden besloten via SNP een wandelvakantie langs de muur van Hadraianus te boeken. We hadden een paar verhogingen in het landschap verwacht (zoals de Nederlandse grafheuvels) en hier en daar wat stenen die aan de Romeinse tijd en de muur zouden herinneren. Maar dat bleek toch anders. Over ongeveer de helft van de oorspronkelijke lengte staan er nog grote stukken muur in een verlaten landschap. Veel rugzakkers lopen in 6-8 dagen van Newcastle naar het westen over de oorspronkelijke lengte. Wij logeerden in bed & breakfast’s waar we een paar dagen bleven en vaak een extra rondwandeling maakten. Als we doorliepen naar de volgende B&B werd onze bagage met een auto vervoerd. Ook wel nodig want de SNP-wandelingen gaan vaak niet over verharde paden. Engeland kent veel Public Footpaths, die je toegang geeft om over weilanden te wandelen. Dit zijn vaak nog herkenbare paden langs de rand van een weiland, maar we kwamen ook regelmatig een beschrijving tegen dat we over een vaag pad het weiland moesten oversteken, waarbij we soms tussen de koeien door liepen en in dikke modder wegzakten. Maar zoals vele wegen naar Rome gaan, kwam het hier ook goed.
Public Footpath
"SNP-wandelpad"
Een boeiende afwisseling tijdens deze wandeltocht was het bezoek aan historische plekken en musea. Vindolanda is zo’n plek. Drie generaties Birley's zijn hier bezig geweest om de grond om te ploegen, en volgens Andrew Birley, kan men nog heel wat jaren doorgaan. Enthousiaste archeologen komen vaak tijdens hun vakantie om een paar weken mee te graven. Maa iedereen is welkom, ook zonder enige archeologische kennis. Op Vindolanda staat inmiddels een indrukwekkend museum met alle vondsten, zoals heel wat schoeisel en 2500 muntjes. De kostbaarste, een gouden munt met de kop van Nero erop, is pas vorig jaar gevonden. Het pronkstuk, een pakket Romeinse brieven, ligt in het Britisch museum in Londen. Het zijn flinterdunne houtschilfers van berkenhout ter grootte van een ansichtkaart waarop met inkt het dagelijkse leven is beschreven, zoals een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje.  
Andrew Birley geeft uitleg over opgravingen
Gouden Nero-munt
De tocht langs de muur was pittig. Heuvel op, heuvel af. Eén dag ging de route over de Nine Nicks of Thrilwall (negen inkepingen). Na 7 dagen waren we echte "Wall warkers". Wel "vijf kilo vetter", zoals onze Belgische lotgenoten aan de ontbijttafel met Full English breakfast, voorspelden. Ook het eten in de Engelse pubs was niet verkeerd. Al lang geen Fish & Chips meer, maar smakelijke en volwaardige maaltijden met uiteraard een pint bier. Het was weer een topvakantie. Nu nog even uitrusten..



Stevig klimmen langs de muur
Lokaal pub-spel: ijzeren ringen gooien (quoits) bij Once Brewed


dinsdag 14 april 2015

Istanbul, Turkije

Als om half 6 de gebedsoproep uit de luidsprekers van de moskee schalt, draai ik me maar weer even om en slaap verder. Je raakt eraan gewend. Aan moskeeën geen gebrek in Istanboel, waar we nu een weekje vakantie hebben. Istanboel, met 14 miljoen inwoners, is een conglomeraat van verschillende wijken/steden. Wij verblijven in de wijk Fatih, het oude Constantinopel, waar nu op de zeven heuvels evenzoveel grote moskeeën liggen. Dat was niet toen Keizer Constantijn de Grootte deze stad de hoofdstad van het Romeinse Rijk maakte. Daarna was het duizend jaar de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk, zeg maar onder Griekse invloed, totdat sultan Mehmet II in 1453 de stad veroverde. Deze sultan kreeg de bijnaam “Fatih” wat veroveraar betekent. Een aantal kerken werd gespaard en voorzien van minaretten. En ziedaar, je hebt een moskee. Het is een gek gezicht om het middenschip van de Aya Sofia te zien met de islamitische teksten in het rond. De fresco’s van deze kerk werden weg geplamuurd maar zijn nu na restauratie weer voor een deel zichtbaar. 
Sultan Ahmedmoskee (Blauwe Moskee)
De sultans hielden vijf eeuwen stand. Deze periode wordt het Ottomaanse Rijk genoemd. Begin jaren twintig van de vorige eeuw werd de (laatste) sultan afgezet en kwam Mustafa Kemal aan de macht. Hij stichtte de Republiek Turkije, zorgde voor scheiding van religie en staat, en verving het Arabische alfabet. De betekenis van deze president Kemal, die later Atatürk (vader van Turkije) werd genoemd, is zeer groot. Zijn portret hangt daarom nog steeds in ieder openbaar gebouw. 
Broodverkoper
We zijn in Istanboel ook een illusie armer geworden: tulpen komen niet uit Amsterdam maar uit Turkije. Natuurlijk wisten we dat wel, want de vliegende fakir in de Efteling wordt ook omgeven door tulpen, maar toch. Als je de bloeiende tulpenvelden in Istanboel ziet, wordt dat Hollandse beeld snel bijgesteld. En wat is er meer te doen in Istanboel. Veel, zoals kebab, köfte (gehaktballetjes) eten, en granaatappelsap en appelthee drinken. Je kunt aan een waterpijp lurken, maar ik vermoed dat de hete stoom (niet alleen met tabak, maar ook met appelaroma) niet erg goed voor je longen is. De Bosporus over varen naar het Aziatische deel en sinds een jaar kun je ook met een metro naar de overkant. Wat ook opvalt is de concentratie van dezelfde winkels in bepaalde gebieden. Dat is gemakkelijk winkelen, of juist niet. Want hoe kies je nou een bruidsjapon in een kilometerslange straat met alleen maar bruidskleding!

Granaatappelperser
Boottocht over de Bosporus
Bruine dolfijnen in de Bosporus
We hadden in Nederland ook nog bedacht om naar een voetbalwedstrijd van Fenerbahçe te gaan. Een Turkse collega bij KNCV probeerde via vrienden aan kaartjes te komen maar dat bleek haast onmogelijk. Uiteindelijk was het ook vergeefs geweest, want de competitie lag dit weekend stil vanwege de beschieting van de Fenerbahçe bus, waarbij de buschauffeur in z’n hoofd is geraakt. 
En als je een alternatief zoekt, dan mail je gewoon een je Turkse tbc-collega dat je ‘in town’ bent. Het was even zoeken naar het ziekenhuis omdat ik dacht dat Gögüs Hastalıklari de straatnaam was, maar dat bleek het Turks voor de afdeling longziekten te zijn. Een idee dat we meegenomen hebben is om tijdens de tbc-week een topclub te vragen aandacht te geven aan tuberculose.
Voetbalteam Fenerbahce met spandoek Verem Hastaligi (Bestrijd tuberculose)


zaterdag 29 november 2014

Christiania, Denemarken

Christiania zat altijd in mijn hoofd. Volgens mij las ik er over nadat ik in 1982 / 1984 voor het eerst in Kopenhagen was. In die jaren was het een bekend krakersbolwerk en dat boeide me toen en nu nog steeds. Vandaag had ik nog een paar uurtjes om wat van de stad te zien en liep naar de wijk Christianshavn. Ik dacht dat dit het beruchte gebied was en wilde al teleurgesteld weglopen omdat deze wijk net is zoals vele andere stadswijken. Ik keek nog eens goed op de kaart en zag gelukkig met kleine letters de naam 'Christiania' staan. Na een paar zijstraten was duidelijk dat ik in de buurt was: veel jongeren, capuchon over het kortgeknipte haar, snellopend naar één plek. Ik ging ook door de poort naar binnen en had geen idee wat me te wachten stond.
Een groot omheind complex - het was ooit een kazerne - met oude hallen, opgeschilderde woningen en nog een paar werkzame bedrijfjes zoals een smid, een winkeltje. De core business was duidelijk. Tientallen kleine winkeltjes waar achter een camouflagegordijn hasj en andere softdrugs werd verhandeld. Bij de vuurkorven stonden mensen te posten om de vrijehandel te bewaken. En overal posters dat fotograferen verboden was, omdat hasj in Denemarken illegaal is. Op de terrasjes zaten jongeren rustig bij elkaar, in de kou, allemaal met een stoomboot in de hand.

Bij een 'organic food' restaurantje liep ik naar binnen. Aan tafel zat iemand wortels en komkommers te snijden. Een kopje warme soep met bruin brood leek me wel lekker, maar het werd me snel duidelijk dat hier niet gepind kon worden. Tja, ik had geen Deense kronen in mijn portemonnaie omdat je buiten Christiania alles pint.

dinsdag 11 november 2014

Poppy (klaproos), Londen

Het was dinsdag doodstil in de John Snow collegezaal van de London School of Hygiene & Tropical Medicine in Londen. De voorzitter van het tbc-symposium had iedereen gevraagd om 11 uur terug te zijn voor de twee minuten herdenking. Op 11 november herdenkt Engeland en veel andere landen zijn vele doden van de Eerste Wereldoorlog. De oorlog die 100 jaar geleden begon en op 11 november 1918 eindigde. Legers zaten jarenlang tegenover elkaar in de loopgraven en werden er zo nu en dan uitgestuurd om door kanonnen weggevaagd te worden. Ook herinner ik me een verhaal dat rond de kerst de soldaten van beide kanten tijdens een staakt-het-vuren met elkaar babbelden. Wat is dat toch, oorlog? Conny Braam beschrijft in haar boek 'De handelsreiziger van de Nederlandse cocaïne fabriek' op indrukwekkende wijze de verschrikkingen van die tijd.
De klaproos (poppy) is hét teken van de Eerste Wereldoorlog. De klaproos groeit namelijk goed op omgeploegde aarde. Het verhaal gaat dat de bloem zo rood kleurt door het bloed van de gesneuvelden. De velden in Vlaanderen liggen er vol mee. Dit is een gedicht dat in 1918 al werd geschreven:
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields

Vertaling: In de velden van Vlaanderen bloeien de klaprozen. Tussen de kruisen, rij aan rij, die onze plek markeren; en in de lucht vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend, zelden gehoord te midden van het kanongebulder. Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden leefden we nog, voelden de dagenraad, zagen de zon ondergaan, beminden en werden bemind en nu liggen we in de velden van Vlaanderen. Zet ons gevecht met de vijand voort: tot u gooien wij, met falende hand, de fakkel; aan u om het hoog te houden. Als gij breekt met ons die sterven, zullen wij niet niet slapen, ook al bloeien de klaprozen op de velden van Vlaanderen.

Het klaproosje wordt in november door veel mensen gedragen om niet te vergeten.

De telefooncel doet tegenwoordig dienst als iPhone-oplader
Geen bezoek aan Londen zonder bezoek aan King & Queen