vrijdag 25 juli 2025

Familiekroniek 6: Berend Bolt (1878-1937)

Deze foto staat op de openingspagina van de website van de historische vereniging Boerakker en Lucaswolde. De man met de snor is mijn overgrootvader Berend Bolt. In 1904 begon hij in Lucaswolde een kruideniers- en manufacturenwinkel. Hij verkocht dus niet alleen levensmiddelen, maar ook kant-en-klare kleding: jassen, broeken, overhemden, overalls. Niet verwonderlijk dat hij in deze branche terechtkwam; zijn ouders Roelf Bolt en Hermina Klunder waren winkelier en winkeliersche in Sebaldeburen, en zijn grootvader Menko Klunder was meer dan een halve eeuw kleermaker in Lutjegast. 

Mijn tante heeft een paar notities bij bovenstaande foto gemaakt. De man met snor is opa Bolt. Naast de vrachtwagen staat de boodschappenkar. De foto is van circa 1935. Rechts is oom Jan (geb. 1912), links oom Menco (geb. 1910) en de vrouw links is tante Dina (geb. 1916). Mijn oma Jantje (geb. 1905) is dan al het huis uit en getrouwd met mijn opa De Vries. 

Op het uithangbord staat B. Bolt en Zonen. Winkelier en Fouragehandel. Helemaal rechts hangt een advertentiebord van het veevoederbedrijf Koudijs; een bedrijf waar mijn vader als fouragehandelaar ook jaren meel van betrok. Als kind vond ik dat een chique, maar ook wat raadselachtig beroep. Het komt erop neer dat je veevoer inkoopt en het vervolgens aan de boeren verkoopt.

De Citroën met nummerplaat A13686 is terug te vinden in een register met Groninger Kentekens (Kenteken A-13686 › Groninger Kentekens). Zoon Roelf (geb. 1903) werd in 1927 eigenaar van de auto en verkocht deze in 1929 door aan zijn vader. Een zoon van Roelf heeft op de website geschreven dat 'zijn vader destijds rijexamen afgelegd heeft in Grootegast, daar enkele rondjes gereden [heeft] met de huisarts en toen was het geklaard.' Opa Berend heeft het autorijden vast van zijn zoon geleerd.

1910

1936

4-2-1935: auto in de sloot tegenover woning B. Bolt

Berend was in 1906 aanwezig bij de eerste vergadering van de schoolvereniging die ervoor moest zorgen dat er een christelijke lagere school kwam in het nabijgelegen Boerakker. Berend werd secretaris en bleef dat vele jaren. De school werd geopend in 1909.

Het schoolbestuur bezocht de school tijdens lesuren, de eerste keer in 1910. Op de ledenvergadering geeft B. Bolt uitgebreid verslag. Alles verliep naar wens. Meester Lok had een vertelling gehouden over Naäman de Syriër. In de lagere klassen was met aandacht de werkzaamheden op de lei gevolgd. 'Niet het minst beviel ons het zingen van de kleine kneuters zoo alleraardigst als dat ging, zoo hebben wij alles wat nagesneuvelt, en wij hebben een goede indruk over geheel meegenomen. Vooruitgang was zeer goed in de schriften te bemerken en vooral bij het vertellen van het hoofd was onverdeelde aandacht te bemerken. Bij de kleinste der eerst beginnende viel mij bijzonder het grootte verschil in ‘t oog. Sommige van de in ‘t voorjaar op de school zijn gekomen schreefen bepaalt al leesbaar, en sommigen konden nog geen letter schrijven maar er zijn altijd bij die onvatbaar zijn.' (Uit: 1909-1984. 75 jaar christelijke lagere school Boerakker, Jan Hamstra)

Schoolbestuur circa 1925, Berend Bolt in het midden op de voorste rij.

Berend was een gezien man in Lucaswolde en Boerakker, maar mocht geen kerkelijke functies meer uitoefenen toen bekend werd dat hij een kind had verwekt bij de dienstmeid. Mijn tante vertelde dat het dorp een nachtlang lawaai maakte door op pannen en potten te slaan - wat 'ketelmuziek' wordt genoemd - en dat er een kar stront voor zijn huis werd gestort. Volkswoede en volksberechting. Mijn oma Jantje heeft het als een zeer angstige gebeurtenis ervaren. Het hele gezin heeft eronder geleden. Ook de kinderen werden erop aangekeken. 

Groepsfoto met Berend Bolt en Dieuwke Scheeringa (omcirkeld)
Pas op latere leeftijd kon mijn oma hierover praten met haar eigen kinderen. Mijn tante vond het jammer dat dat gesprek niet eerder is gevoerd. Dat intrigeert me: het zwijgen, waar openheid misschien had kunnen opluchten. Het soort leed dat ongemerkt doorsijpelt in volgende generaties. Ik moest denken aan het onlangs verschenen boek ‘Waar ik me voor schaam’ van Sheila Sitalsing, over haar foute opa in de oorlog. Ze noemt dit: intergenerationele schaamte.

Advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden, 12-10-1912. 
De familie dacht er blijkbaar over om de boel te verkopen en te verhuizen.

Veel van de kinderen van Berend werden later ook grutter. Wij kenden vooral ‘oom Koos’, die elke zaterdag de boodschappen kwam brengen. Aan de keukentafel vroeg hij mijn moeder wat ze de week erop nodig had. Wij kenden het rijtje dat hij dan opdreunde uit ons hoofd: suker, zolt, koffie, thee, etc. Hij was zijn tijd ver vooruit. Picnic en HelloFresh avant la lettre. 

Berend kocht kruidenierswinkels voor zijn zonen Roelf in Boerakker (hier op de foto), Menco in Groningen en Tienco in Marum. Na zijn overlijden zette Gerard (Gerrit) de zaak voort in Lucaswolde.

“In 1937 ligt Berend in het ziekenhuis. Een dag voor een ‘ernstige operatie’ schrijft hij een brief aan zijn gezin: “Mijn geliefde Vrouw en Kinderen. Ik heb hier op dit papier nog wat meer geschreven waartoe ik mij gedrongen voelde. Want als ik niet weer bij u kom wil ik dit u nog gaarne doen weten wat ik nog alzoo op ’t hart hebt. En dan ten eerste mijn lieffe vrouw die ik oprecht bemin, niet tegenstaande ik wel eens geheel verkeert tegen U bent geweest. Vergeef mij mijn verkeerde, bewaar die liefde die gij mij ook zoo veel hebt toegedragen (…)

Zo nu liefffe kinderen als het gebeurd dat vader niet meer bij U komt, allen te samen genomen, wees ten eerste voor zoover getrouwd uw man of vrouw tot steun en volkomen liefde. Maar ik vraag ook van U allen, weest steeds moeder tot hulpe. Neem dit van vader over. Leef in vriendschap en help elkander door het leven, vooral de kleine beide jongens niet vergeten. (…)

Morgen bij middag zal de operatie wel zijn afgelopen denk ik. Zuster zei van ongeveer 3 uur komen, maar zij dacht wel eerder. Moeder moet niet alleen komen. En nu maar biddent wachten.”

Berend Bolt overlijdt kort daarna, in het Academisch Ziekenhuis. De deelneming in het dorp is algemeen.

Laatste rustplaats van Berend en Dieuwke op de begraafplaats in Noordwijk.


Familiekroniek 5: Dieuwke Scheeringa (1881-1951)

Mijn overgrootmoeder Dieuwke was op haar tweede al wees. Haar moeder Jantje Kremer stierf in het kraambed, 15 dagen na de geboorte van Dieuwke. 

Twee maanden eerder waren Jantje en haar man Timen Scheeringa met hun tweejarige dochter Tunniske nog vol verwachting verhuisd van Sebaldeburen naar Briltil. Timen had daar een nieuwe baan als tolpachter gevonden, Jantje was zeven maanden zwanger.

Tolpachterswoning in Briltil

Het gezin keert zes weken later - zonder moeder Jantje - terug naar Sebaldeburen. Baby Dieuwke heeft zorg en voeding nodig, en ze trekken in bij oma Scheeringa, de moeder van Timen. Ik weet uit ervaring hoe fijn het is om een (groot)moeder in de buurt te hebben die bij kan springen in de opvoeding van de kinderen. Maar het onheil is nog niet voorbij in huize Scheeringa: twee jaar later overlijdt ook Timen. De zusjes Tunniske en Dieuwke zijn dan op zeer jonge leeftijd al wees. 

Dieuwke stond tot 1903 ingeschreven bij haar oma Dieuwke Kremer-de Vries.
Uiteraard verhuist oma mee als ze in dat jaar met Berend Bolt trouwt.

Volgens mijn tantes werden de twee meisjes daarna gescheiden opgevoed door hun grootouders, en hebben ze elkaar twintig jaar niet gezien. De bevolkingsregisters bevestigen dat beeld. Na het overlijden van haar vader gaat Dieuwke naar de grootouders van moederskant: opa en oma Kremer, die eveneens in Sebaldeburen wonen. Tunniske blijft bij oma Scheeringa, totdat die in 1888 overlijdt. Tunniske is dan negen, en wordt vervolgens overgeschreven naar het dorp Ten Boer, ten noordoosten van de stad Groningen. Vanaf haar dertiende vind ik Tunniske terug in dienstbodenregisters. Eerst nog ‘zonder beroep’, in dienst bij een weduwe, maar vanaf haar veertiende als dienstmeid in verschillende huishoudens en in diverse plaatsen. De levens van de zusjes Tunniske en Dieuwke zijn dan inderdaad voor lange tijd gescheiden. 

Opa Dirk Scheeringa is al overleden als Dieuwke wordt geboren. Deze Dirk had een paar interessante beroepen. Zo was hij herbergier in Stroobos (zijn vrouw herbergierster) en later kastelein in Doezum. Toch een caféhouder in mijn familie! In 1863 wordt hij scheepsjager in Zuidhorn, gelegen aan het Hoendiep, destijds een belangrijke vaarroute tussen Groningen en Friesland. Een scheepsjager trekt boten voort over het jaagpad, meestal met een afgedankt paard. De voorloper van de sleepboot. Lang heeft hij dat werk niet kunnen doen, want eind 1863 overlijdt hij. Op zijn overlijdensakte staat dit uitgestorven beroep vermeld. 


Paarden trekken een boot voort op het jaagpad.

Als Dieuwke in 1903 trouwt met Berend Bolt, is haar oma Kremer de enige nog levende ouder/grootouder. Dieuwke is dan 21 en in die tijd was je dan nog minderjarig. Haar 85-jarige oma geeft ‘hare toestem­ming tot dit huwelijk’ zoals in de akte vermeld staat. Er wordt ook bijgeschreven: ‘verklarende de grootmoeder van de echtgenoote niet te kunnen schrijven als hebbende zulks niet geleerd.’ Andere getuigen zijn de moeder van Berend, een veldwachter, een stalknecht, een secretaris en een klerk. 

Berend Bolt en Dieuwke Scheeringa met links mijn oma Jantje.

Het echtpaar Bolt-Scheeringa vestigt zich in 1903 in Lucaswolde, waar hun tien kinderen worden geboren. Mijn oma Jantje is de tweede in de rij. Lucaswolde is dan nog een gehucht zonder voorzieningen. Dus beginnen Dieuwke en Berend een winkel. 

Opa Bolt had alles in de handel, van petroleum tot wijn en jenever”, wist m’n tante zich te herinneren. De wijn werd in een vat gekocht en daarvan getapt; de jenever werd verkocht per ‘maatje’De kindertjes moesten de jenever ook langsbrengen bij de klanten, wat eigenlijk illegaal was. De winkel was dus ook de lokale kroeg. Een bekend verschijnsel, dat ik ook uit Suriname ken. Daar zet men aan het eind van de dag een paar krukjes in de Chinese winkels neer om een ‘biertje te zetten’.

Tijdens een wasdag ontdekten de kinderen dat moeder naar jenever stonk. De dochters vertelden dit aan pa, en die heeft het jenevervat vervolgens afgesloten.

Mijn tante herinnerde zich opoe Dieuwke als iemand die vaak op een bankje zat, de benen omhoog, een deken over haar heen, sokken breiend of aardappelen schillend. Lopen deed ze nauwelijks meer, door de wonden van haar eczeem. Ze zat veel op haar chaise longue. Een van de kleinzonen kwam elke week langs om de krant voor te lezen, vooral de rouwadvertenties.

Tijdens mijn wandeling door Lucaswolde kon ik het niet nalaten om even op de deur van de oude kruidenierswoning te kloppen en “volluk” te roepen. Aan de keukentafel vertelden de bewoners me dat ze na de koop van het huis overal drankflessen hadden gevonden. Ze hadden het huis in 1988 gekocht van Gerard Bolt, de zoon die de kruidenierszaak had voortgezet. In 1972 werd de drankverkoop officieel. 

De winkel is nu verbouwd tot woonhuis
Leekster Courant: Nu ook SLIJTERIJ
Deze week als extra stunt: GRATIS grote fles JUS D'ORANGE bij elke liter gedestilleerd.

Aardige combi in de advertentie (1959): 1 pot tomatensoep, 200 gram bonbons, 1 pot pindakaas en 4 closetrollen.

zondag 15 juni 2025

Nakba

Milou, ons kleinkind, logeerde dit weekend bij ons. Ze huilde even, ze had honger. Na een flesje pap was ze weer helemaal tevreden. “Dat is wel even anders voor de kinderen in Gaza”, zei ik aan de gevulde ontbijttafel. Dáár is het de vraag of ouders hun huilende baby’s (voldoende) te eten kunnen geven. Misschien huilen ze niet eens meer, omdat ze te lamlendig zijn geworden van de uithongering die de Israëlische staat het Palestijnse volk oplegt. Een grote schande.
Zondag was de tweede Rode Lijn-demonstratie in Den Haag. De trein zat vol met in het rood geklede demonstranten. Gouda is de laatste opstapplaats in de intercity naar Den Haag. Ik kon nog net een plekje vinden in het portiek, geplet tegen de deur – maar dat gaf natuurlijk niet. Integendeel. Het doet goed om te zien hoeveel Nederlanders bereid te zijn in actie te komen. Samen staan we sterk.

Maar wat is het Israëlisch-Palestijnse conflict? Dat is niet eenvoudig uit te leggen en het hangt er ook van af wie het uitlegt. De Universiteit Utrecht heeft een mooie webpagina met feitelijke informatie of kijk naar Lubach of deze wat drogere uitleg. Hier een paar belangrijke punten in het kort:

In 1918 viel het Ottomaanse Rijk, dat met de Duitsers had gecollaboreerd in de Eerste Wereldoorlog. Palestina kwam onder Brits bestuur. Een jaar eerder sprak het Verenigd Koninkrijk in de Balfourverklaring de wens al uit om een “Joods Tehuis” in Palestina mogelijk te maken. In de jaren 1920 en 1930 begon grootschalige Joodse emigratie naar Palestina, onder andere door het toenemend antisemitisme in Europa. Joodse kolonisten kochten grond van Palestijnse grootgrondbezitters, wat regelmatig tot spanningen en geweld leidde.

Na de Tweede Wereldoorlog was Groot-Brittannië moegestreden en nagenoeg bankroet. Het zag zich niet langer in staat om de orde in Palestina te handhaven en vroeg in 1947 aan de pas opgerichte Verenigde Naties om zich over de toekomst van Palestina te buigen. De VN kwam met een verdeelplan; 56% van het land voor de Joden, 44% voor de Palestijnen. Een tweestatenoplossing! De Palestijnen, gesteund door Arabische buurlanden, verwierpen dat plan. Op 14 mei 1948 – de dag voordat het Britse mandaat afliep – riep het Joodse Agentschap de onafhankelijk staat Israël uit. David Ben-Gurion werd de eerste premier.

Nog geen dag later vielen omringende Arabische landen Israël aan. Ze wilden een Joodse staat voorkomen en verdere onteigening van Palestijnse Arabieren tegengaan. Maar de Arabieren verloren de oorlog. Israël breidde zijn gebied uit en zo’n 700.000 Palestijnen raakten ontheemd. De Palestijnen noemen deze periode de Nakba: de ramp, of de grote catastrofe.

Deze lijn kun je de laatste 75 jaar blijven doortrekken: spanningen en geweld escaleren telkens in (korte) oorlogen, waarna Israël meer land inneemt, Palestijnse huizen met de grond gelijk maakt, en nieuwe Israëlische nederzettingen bouwt, vaak omringd door een muur.

En het wordt steeds grimmiger. De PLO, onder leiding van Arafat, steekt nu gematigd af tegen Hamas. Aan Israëlische kant stond premier Rabin, een man die serieus naar vrede zocht. Maar sinds zijn moord door een Israëlische extremist is die koers verlaten. Netanyahu volgt met zijn ultra-orthodoxe coalitiepartijen een onverzoenlijke lijn. Inmiddels is nog maar 15% van het historische Palestina in handen van de Palestijnen. En als je die lijn doortrekt, dan lijkt duidelijk waar Netanyahu op uit is.

1. We are the people!
2. We won't be silenced1
3. Let's stop the bombing!
NOW NOW NOW NOW

Hospitals. Not a target
Patients. Not a target
Doctors. Not a target
Paramedics. Not a target
Healthcare. Not a target


zondag 8 juni 2025

In de ban van een jurk

Wetenschappers noemen de jurk 'de Nachtwacht van het Textiel'
In het huisje waar we verblijven, raakten we aan de praat met de eigenaar. Al snel ging het gesprek over een jurk uit de zeventiende eeuw, opgedoken uit een scheepswrak voor de kust van Texel. Ik had er vaag iets over gehoord; nieuws blijft meestal maar een paar dagen hangen. Hij vertelde dat er een documentaire over was gemaakt. Dus keken we die avond en de volgende dag de drie afleveringen van ‘De Jurk en het Scheepswrak’.

De oostkust van Texel, met uitzicht op de Waddenzee, heet de Reede van Texel. Hier lagen vroeger schepen voor anker, wachtend op lading en bevoorrading, of een gunstige wind om uit te zeilen. Het was een druk knooppunt, maar zeker geen veilige haven. In de loop van de eeuwen zijn naar schatting tussen de 500 en 1000 schepen gezonken.

In 2014 ontdekken duikers de resten van een wrak dat deels was vrijgespoeld. Het vele tropisch palmhout dat men opduikt, was bestemd voor de luxe meubelmakerij. Het wrak krijgt daarom al snel de naam ‘Palmhoutwrak’.  Maar men haalt ook een pakketje op. Bij het uitspoelen, met een simpele tuinslang (!), blijkt het om een jurk te gaan. De meeste gevonden voorwerpen verdwijnen in de vitrines van de duikclub of in de huiskamers van de duikers. Maar wat te doen met de jurk? De duikers overleggen met de directeur van het lokale museum, Kaap Skil. De gesprekken en dilemma’s worden prachtig vastgelegd in de documentaire. De museumdirecteur speelt een mediërende rol tussen de duikers en de overheidsinstanties. Zij begrijpt beide werelden.

Detail van de zijden jurk met bloemmotief
Knopen van het kledingstuk

De vondst trekt vervolgens veel aandacht van wetenschappers, archeologen en de media. De duikers doen onder andere hun verhaal bij De Wereld Draait Door. Maar er ontstaat een heftige discussie: van wie zijn zulke vondsten eigenlijk? De duikers vinden dat zij het recht hebben op wat ze zelf uit de zee hebben gehaald. De provincie stelt daarentegen dat het cultureel erfgoed is, en dat sommige voorwerpen onrechtmatig zijn meegenomen. In de documentaire zie je mooi het spanningsveld tussen vrijdenkende eilanders en de regels van de overheid, tussen de rauwborsten en de mensen in pak, tussen doeners en denkers. Waar vinden we die spanning nog meer in onze maatschappij?

Deksel van de pronkbeker. Gevonden in het Palmhoutwrak

Uiteindelijk wordt er een compromis gesloten. In een klein autootje worden de ‘gestolen voorwerpen’ naar de provincie gebracht en kan de archivaris die het boek al klaar heeft, opnieuw beginnen, nu met twee keer zoveel materiaal. De documentaire laat ook de waarde van wetenschappelijk onderzoek zien, en waarom regels nodig zijn. Want ja, om nu een deel van de jurk in de wasmachine te stoppen en aan de waslijn te hangen, past toch niet. De vrouw die dat stukje textiel zelf had gewassen, gaf dat uiteindelijk ook met een glimlach  toe. “Maar we blijven wel eilanders!”.

En de jurk? Die is op Texel gebleven, want dat was onderdeel van de onderhandeling. Nu ligt het in een zuurstofvrije vitrine in museum Kaap Skil. Voor iedereen te bewonderen. 

Twee poppenfles-koppen uit het Vijzelwrak, vergaan ca. 1635. Deze poppen vormden de bovenkant van Franse wijnkaraffen. 'Bruikleen Texelse duikers'.... 




zondag 18 mei 2025

De rode lijn


“Nooit meer” schreeuwde iemand vanaf het podium. De mensenmassa op het Malieveld riep terug: “Nooit meer!”. “Nooit meer”. “Nooit meer!” En toch gebeurt het weer. Elke dag gooit Israël bommen op Gaza. Op vluchtelingenkampen, ziekenhuizen, kraamklinieken en scholen. En doodt kinderen, vluchtelingen, hulpverleners en journalisten. Onschuldige mensen. Inmiddels elke dag meer dan honderd doden. Mensen worden uitgehongerd omdat er geen hulp naar binnen mag. Natuurlijk mag een land zich verdedigen, zo je wil: geweld met geweld vergelden. Wat nu gebeurt is niet alleen disproportioneel. Een onzalig duister scenario tekent zich steeds duidelijker af. De vastgoed-president van de Verenigde Staten heeft het beeld neergezet van een Israëlische Riviera, met uiteraard Trump Towers en Trump-golfbanen. De van oorlogsmisdaden verdachte minister-president van Israël voert het plan uit. De woon- en leefruimte van twee miljoen Gazanen is vernietigd. Gazanen worden opgejaagd van het ene deel van de Gazastrook naar het andere, een gebied twee keer zo groot als Texel. En we kijken toe. Elke avond weer. Ook onze regering. Rutte had het al over ‘de rode lijn’. Dat lijkt een dun lijntje dat steeds verder verdwijnt aan de horizon. Maar voor veel mensen is die rode lijn al lang overschreden. Ook voor mij. 

Ik zocht naar een manier om mijn gevoel van ongemak, boosheid, afkeuring, verdriet, maar ook van solidariteit, te uiten. In de Volkskrant las ik over de demonstratie in Den Haag en meldde me aan. Ik was niet de enige. Op verjaardagen en tijdens andere gesprekken hoorde ik ook van anderen die naar Den Haag zouden afreizen. Allemaal in het rood. Om als bevolking de rode lijn te demarqueren die de overheid niet trekt. Als burger heb je het gevoel dat je zo weinig kan, maar afgelopen week en zondag besefte ik dat we wel veel kunnen tegen dit staatsterreur. Samen staan we sterk. Onze staat, onze regering, moet zich niet alleen uitspreken tegen de staat Israël maar ook met daadwerkelijke acties komen. Stop de samenwerking met de staat Israël, stop de levering van wapens. 

De roep tijdens de demonstratie was duidelijk. “Kabinet schande! Bloed aan je handen!” “Nederland schande! Bloed aan je handen!” Want ja, ons belastinggeld wordt gebruikt, dus wij zijn ook medeplichtig. “Niet in mijn naam!”




maandag 28 april 2025

DI-RECT in Berlijn

Vorig jaar kreeg ik een mailtje van DI-RECT: aankondiging voor clubshows in België en Duitsland. “Jij kunt daar bij zijn via deze speciale pre-sale, omdat je ooit eerder al kaarten kocht voor één van onze shows”, stond er. En dat klopte. In 2020 hadden we tickets gekocht voor een livestreamconcert van de band in onze huiskamer. Het was coronatijd, alles lag stil. DI-RECT kwam dus met het idee van een livestream. Zelf konden we ook wel wat afleiding gebruiken. Dus zaten we klokslag acht uur klaar op de bank, met een drankje en een schaaltje nootjes.

DI-RECT speelde in een lege Koninklijke Schouwburg. Het was een mooie avond met muziek die raakte. Het nummer Soldier On – wat doorzetten betekent – was eerder dat jaar uitgebracht. Het beeld van Marcel Veenendaal die door de verlaten DWDD-studio’s liep (Marcel Veenendaal (Di-Rect) -  Soldier on), staat me nog steeds helder voor de geest. Een iconische opname, symbolisch voor die bizarre tijd. 

DI-RECT
Marcel Veenendaal

Gitarist Paul-Jan Bakker

Nou was het niet alleen DI-RECT die mijn interesse wekte, het was ook Berlijn. Een bijzondere stad om steeds terug te keren. DI-RECT speelde in de KulturBrauerei, een geweldige plek in de stad, verscholen achter de Schönhauser Allee. Ooit een brouwerij, nu een complex van zes binnenplaatsen en twintig gebouwen van rode en gele bakstenen. Hier vind je een mix van nachtclubs, restaurants en theaters. Het concert vond plaats in de Frannz Club, een zaaltje dat zo’n 300 mensen kan herbergen, waardoor er een intieme sfeer ontstond. Aan het eind van het concert bedankte Marcel Veenendaal het publiek en zei: “Ik kan volgens mij gewoon Nederlands praten”.

'Spike' (Frans van Zoest) in het publiek

Maar er was meer te doen in Berlijn. Een Duitse collega gaf als tip mee om de Boros-collectie te bezoeken, die zich bevindt in de Reichsbahnbunker aan de Friedrichstraße. Deze bunker is gebouwd door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog als schuilkelder voor 1200 mensen. De betonnen muren van de bunker zijn tot 2 meter dik. Aan het einde van de oorlog schuilden tijdens de luchtbombardementen er zo’n 4000 mensen in het complex.  

In de DDR-tijd deed de bunker dienst als opslagplaats voor tropisch fruit, uit Cuba, en stond het onder de Oost-Berlijners bekend als de bananenbunker. In de jaren negentig werd de bunker ingenomen door anarchistische groepen die er hardcore-, techno- en housefeesten organiseerden. Onze gids vertelde dat als de kaarsen tijdens deze feesten uitgingen, door gebrek aan zuurstof, de feestgangers de bunker moesten verlaten.

In 2003 kochten Christian en Karen Boros de bunker en veranderde het in een kunstgalerie,  de Boros Sammlung (Boros-collectie). De kunstverzamelaars wonen zelf op de bovenste verdieping van de bunker. Ik vraag me wel altijd af waar ik naar kijk als ik bij zo’n tentoonstelling van moderne kunst (‘contemporary art’) ben. Met een klein groepje van 20 mensen werden we door de rauwe betonnen zalen van de bunker geleid. De toelichting van de gids over de geschiedenis van het gebouw en de kunstwerken was erg nuttig. Foto’s maken strikt verboden. Wel heb ik op het internet een foto gevonden van de zwarte massa die in een van de ruimtes lag, als een soort lavastroom. Het bleek het restant te zijn van wat overblijft na het koken van 60.000 flessen Coca-Cola, een idee van de Chinese kunstenaar He Xiangju. Ik heb nog geen Coca-Cola meer gedronken…

Het voormalige keizerlijke postkantoor (Postfuhramt) aan de Oranienburger Strasse in Berlin-Mitte
Vliegveld Tempelhof.
Tijdens de oorlog werd het vliegveld gebruikt door de Duitse luchtmacht.
Het fungeert nu als stadspark voor fietsers, skaters, wandelaars en waar mensen hun vlieger op laten.











donderdag 5 december 2024

Milou

Je bent nu 5 maanden oud 
En willen je niet missen, voor geen goud
Vorig jaar zat je rond deze tijd al in mama’s buik
Te zwemmen met soms een duik
Je ouders vertelden ons op 10 november met een brede lach
Dat opa en oma voor ons in het vooruitzicht lag.

We kregen daarna met kerst van hen een cadeau
Om jou op de echo te zien op een scherm heel groot
Je hartje 💓 klopte en je beentjes gingen heen en weer
Onze harten gingen van vreugde ook te keer
Je ouders noemden je babs
Maar dat was een grapje van paps 😃

Op de dag dat mama was uitgerekend 
Zouden mama en papa bij ons enchiladas eten
We vroegen hen via de app hoe laat ze er zouden zijn
En hoorden dat de weeën waren begonnen met de pijn
En dat zij al een halve dag in het ziekenhuis waren
Om jou te baren. 

Berichtjes kwamen binnen hoe het ging
Wij zaten tegenover elkaar te wachten op elke nieuwe melding
Om 23.27 uur appte papa:
“Het wordt toch een keizersnee”
Wij wachtten in spanning met z’n twee
Tot de foto met je gezichtje kwam
En daarna je naam: Milou Vivian
Na een kort nachtje waren we snel naar jou op pad
Waar je vader me voor het eerst aansprak als opa Gerard
Jij en mama lagen er heel tevreden bij
En wij natuurlijk apetrots en superblij

De zomerse maanden met jou waren een gelukkige tijd voor je ouders
En natuurlijk ook voor je grootouders
Naar je huis lopen is nog geen minuutje of tien
We pakken elke gelegenheid om je te zien. 
Als je moe bent dan draag ik je soms
op m’n arm, nu nog heel licht
Je beentjes worden slap en je ogen vallen dicht
Het is heel fijn om je zo vast te houden 
En van je te houden. 
 
Opa en oma Sinterklaas