zondag 26 maart 2017

De reünie

Beelden voor de school. Overigens deze gebouwen zijn later gebouwd. In mijn tijd waren het alleen maar prefab 'barakken'.
De gezichten ronder, de lichamen wat uitgezakter. Ik zou geen van mijn oud-klasgenoten op straat hebben herkend. Maar na 10 seconden kijken zag ik de gezichten van vroeger weer terug. Het was mijn tweede reünie in 40 jaar. In 1977 verliet ik, en met mij m’n klas, het Christelijk College Groevenbeek. In 1996/7 was ik ook al eens bij een reünie van de school en klas. Onverwacht werd ik geconfronteerd met een moeilijke periode van jeugdpuistjes, pubergedrag en (toen) nog niet verwerkt verdriet over mijn overleden vader. Dat maakte een diepe indruk op me. Nu was dat anders. Het clubje klasgenoten was klein. Allemaal maatschappelijk goed terecht gekomen: een jurist, een dierenarts, een psychotherapeut, een leraar Nederlands. De ene was z’n vierde boek aan het schrijven, de ander werkte nog steeds bij de Rabobank of bij dezelfde school. Even werd de vraag gesteld: wie is er niet meer? Maar behalve de klasgenote die twintig jaar geleden al aan borstkanker overleed, kenden we niemand. Maar dat zegt niks, want veel klasgenoten zijn buiten beeld. Ik heb ook met niemand meer contact. De klasgenoot die vorige keer een hondenschool had in Oost-Groningen, verzorgt nu uitvaarten. Op de website zie ik dat z’n lange haren verdwenen zijn. Zo vindt iedereen z’n weg in het leven.
De leraren zijn uiteraard allemaal met pensioen. Je kon nog een lesje volgen. Bij de bespreking van de wet van Ohm haakte ik af. Natuurkunde is nooit mijn vak geweest en deze leraar ook niet mijn favoriete docent. De wiskundeleraar die me 6 jaar les gaf, de laatste schooljaren zelfs 8 uur per week, zei “Gerard de Vries, die ken ik niet” en liep weer weg. Volgens mij is hij de weg al kwijt. De scheikundedocent wist direct de straat te noemen waar ik in Ermelo woonde. Maar het nummer niet. Dat dan weer niet. Mooi hoe hij vertelde over zijn dyslexie en hoe hij daarmee om ging: Altijd snel het bord schoonvegen, zodat de tekst niet bleef staan. Uiteraard vertelde ik dat mijn zoon nu scheikundeleraar is. Zijn zoon is arts/oncoloog geworden. 
En dan de Engelse lerares. Ze was op haar 25e op deze school komen werken, maar na ons eindexamenjaar vertrokken omdat ze niet deeltijd mocht werken. De herinnering kwam weer terug aan die ene keer dat de klas in Utrecht naar een toneelstuk van Shakespeare ging. Hamlet of Macbeth. Omdat het laat werd, mochten we bij haar logeren. Met 20-25 scholieren. Bijzonder natuurlijk. Het was ook nooit maar gebeurd. Aandoenlijk dat ze nog een agenda uit 1974 mee had genomen, met de klassen en namen van haar leerlingen. En de repetitiecijfers. In blauw de voldoendes, in rood de onvoldoendes.
De klassefoto van de reunisten en de Engelse lerares

donderdag 9 maart 2017

Onsen

Vanuit de onsen heb ik goed zicht op Orion en de nu groter wordende maan. Het sterrenbeeld Orion fascineert me al sinds mijn eerste reis door Afrika. De drie sterren dicht bij elkaar in het midden wordt de ‘Gordel van Orion’ genoemd, lees ik op Wikipedia. De namen van de sterren zijn: Alnitak, Alnilam en Mintaka. Ik zal het proberen te onthouden.
Mount Fuji, in de wolken...
Geisers op de achtergrond
Onze onsen, de Tenzan Tohji-kyȏ, ligt in Hakone, niet ver van de Mount Fuji. Het is hier een vulkanisch gebied waar rookpluimen uit de grond komen. Een teken van heetwaterbronnen (geisers). Een onsen tapt het geiser-water naar baden met verschillende temperaturen. Mannen en vrouwen baden afzonderlijk. 
Ik ben de enige niet-Japanner in het bad. Alles staat in het Japans en dus volg ik het ritueel van een Japanner die net voor me de kleedruimte verlaat naar het bad. Na het schrobben en wat overgietingen met een teiltje water, stap ik hetzelfde bad in als hij. Het blijkt later het heetste bad te zijn: 45,5 °C. Ik ben gelijk op temperatuur. Nu snap ik dat veel Japanners een nat doekje op hun hoofd hebben. Het is om oververhitting te voorkomen. Gelukkig hoor ik andere Japanners ook flink puffen als ze het hete bad instappen. Totaal zijn er zes baden. En ook een natte sauna in een soort laag schuurtje met tatami-matten. Na afloop blazen 12 föhns je droog in een kleine ruimteIk voel me een auto in een wasserette. 
Mount Fuji op de achtergrond, nog steeds in de wolken
Het onsen-ritueel is een goede afsluiting van onze vakantie. We hebben Japan leren kennen als een land waar treinen en bussen exact op tijd rijden. Zeer prettig om te reizen. 
Een treinbegeleider met wit handschoentje en bijzondere gebaren
Japanners zijn zeer behulpzaam en vriendelijk. Toen ik een paar dagen geleden vroeg naar een ATM (geldwisselautomaat) rende de vrouw me achterna met nog extra aanwijzingen om te voorkomen dat ik verdwaalde. En hoewel communicatie niet altijd gemakkelijk was, heeft onze reis een beeld achtergelaten van hippe Japanners, die modieus gekleed zijn, hun haar verven en heel wat afkletsen en aflachen. Heel anders dan het beeld van de gesloten en ingetogen Japanner/Aziaat die ons in het verleden werd voorgehouden. De wereld verandert.
Japanse bruid
Veel mensen kleden zich voor de gelegenheid in kimono.
Nieuwe ervaring: mensen wilden met ons op de foto
Het laatste nieuws van de prinses: het boek zal morgen via-via bij ons laatste hotel worden afgegeven. We zijn benieuwd of er nog een persoonlijke boodschap bij zit....

zaterdag 4 maart 2017

Hiroshima en Nagasaki

Een maquette met de grote vuurbal boven de stad Hiroshima
A-bomb dome (koepel van het oude expositiegebouw)
Op 6 en 9 augustus 1945 dropten Amerikaanse vliegtuigen de eerste en de tweede - en tot nu toe gelukkig ook de laatste - atoombom. Het veroorzaakte direct meer dan 100.000 doden door de hitte (3000 tot 4000 °C in het epicentrum), de druk (windsnelheden groter dan een orkaan) en de acute gevolgen van de radioactieve straling. Veel mensen kregen later ziektes door de straling, zoals leukemie, andere vormen van kanker, cataract, groeistoornissen, huidafwijkingen, etc. en overleden er vaak aan. Deze afschuwelijke gevolgen van nucleaire oorlogsvoering heeft de wereld doen beseffen dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Albert Einstein, die in 1943 de Amerikaanse regering nog geadviseerd had om een atoombom te maken, vroeg in 1955 via een petitie de wereld te stoppen met nucleaire wapens.
Hiroshima ligt 800 km van Tokio. Dit was het moment om de stad, die al sinds mijn jeugd tot de verbeelding spreekt, te bezoeken. Bovendien hebben we een railpass aangeschaft waarmee we door heel Japan kunnen reizen. De shinkansen, een supersnelle trein, bracht ons in 4 uurtjes naar de stad die nu 1,5 miljoen inwoners heeft. 
Shinkansen of bullet train
De treinbegeleiders met witte handschoentjes
Ons hotel lag op een paar 100 meter afstand van de het beeldmerk van Hiroshima, namelijk een zwaar beschadigd expositiegebouw met een ronde koepel. Doordat de atoombom vrijwel boven het gebouw in de lucht ontplofte, was er geen zijwaartse druk en zijn de muren blijven staan. Het wordt nu de ‘Atoombomkoepel’ (A-bomb dome) genoemd en staat op de Werelderfgoedlijst. 
Foto van het oorspronkelijke expositiegebouw
Iets verderop ligt tussen twee rivieren het Peace Memorial Park. De stilte in het park doet sereen aan en het is indrukwekkend om daar rond te (mogen) lopen. De vredesvlam zal blijven branden tot er geen nucleaire wapens meer op aarde zijn. 
Het monument voor de slachtoffers, de vredesvlam en de "A-bomb dome"
In het Peace Memorial Museum luisterden we aan het eind van dag naar de verhalen over de eerste dagen na de atoombom. Veel scholieren waren die dag om 8.15 uur in het centrum van Hiroshima bezig om gebouwen om te trekken (demolition work), waarmee men dacht stadsbranden te voorkomen. Veel van hen kwamen direct om of kwamen zwaar verminkt terug bij hun ouders. Aangrijpend te horen hoe hun leven binnen een paar dagen eindigde en over de wanhopige zoektocht van ouders naar een laatste teken van hun kind.
De klok die stilstond op 8.15 uur in Hiroshima op 6 augustus 1945
De avond zagen we een andere kant van Hiroshima, want het is ook een hippe stad met volle restaurants en sfeervolle cafés op vrijdagavond. Hier en daar heeft het de allure van Parijs, maar heeft ook de vele Aziatische neon-uithangborden, lampions met veel mensen op straat. Het is tot nu toe de gezelligste plaats die we hebben bezocht.
Okonomiyaki, Japanse pizza
Omdat Hiroshima zo’n indruk maakte, besloten we vandaag een dagtrip naar Nagasaki te maken. Nagasaki ligt 3,5 uur reizen van Hiroshima, maar met een beetje vroeg opstaan en het stipte vervoer, is dat goed te doen. Ook in Nagasaki gaf de combinatie van een museum en een herdenkingspark veel informatie en een blijvende indruk. De atoombom, dit keer geen uranium maar plutonium (geen idee waarom er een ander radioactief materiaal werd gebruikt) zou eerst boven een andere plaats gedropt worden, maar vanwege het slechte weer werd het Nagasaki. Het beoogde doel, de Mitsubishi-fabriek, werd ook niet gehaald. De bom ontplofte boven een woonwijk in Nagasaki. De meeste slachtoffers waren vrouwen, kinderen en ook veel krijgsgevangenen (vooral Koreanen). De beelden van verkoolde en verminkte lichamen zijn afschuwelijk. Deze oorlog ligt al meer dan 70 jaar achter ons, maar het besef dat er nu in Syrië en Irak gruwelijke oorlogsmisdaden plaatsvinden (soms met zenuwgas), waar we over tig jaar in een museum over leren en die oorlog herdenken, maakt me niet vrolijk.
Peace statue van Kitamura Seibo
De klok stond stil om 11.02 in Nagasaki op 9 augustus 1945
Een aantal tekeningen van overlevenden
 





vrijdag 3 maart 2017

Een bijzondere ontmoeting tijdens het tuberculosecongres in Tokio

Vorige week stuurde de organisatie van het Japanse tuberculosecongres me een Whatsapp-berichtje met het verzoek om de mail te checken. Een 'important person' wilde na afloop van mijn presentatie met ons spreken. De VIP was 'Her Imperial Higness Pricess Akishino', de beschermvrouwe van de Japanse Anti-Tuberculose Associatie (JATA). Ook KNCV heeft een beschermvrouwe: Prinses Margriet.
Japanner bij het keizerlijk paleis

Wikipedia is altijd een goed bron om raad te plegen. Prinses Akishino is getrouwd met prins Akishino, de tweede zoon van keizer Akihito. Ze wort ook wel prinses Kiko genoemd, naar haar geboortenaam Kiko Kawashima (https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiko_Kawashima). Na haar huwelijk voltooide ze eerst haar mastersopleiding psychologie en promoveerde in 2013 op "Kennis, attitude en gedrag met betrekking tot tuberculose". En voor Japan heel belangrijk: ze is de moeder van het enige mannelijke kleinkind van keizer Akihito. Dus na prins Naruhito, de eerste huidige kroonprins en zoon van Akihito, zal haar zoontje Hisahito de troonopvolger zijn. 
Onzeker over hoe we ons moesten voorbereiden, informeerden we vooraf, en werde gerustgesteld dat de kennismaking geheel onofficieel en informeel zou zijn. Dat betekende ook dat ik aan het begin van mijn presentatie haar niet moest noemen, hoewel ik wel vrij snel zag wie de prinses moest zijn.
Mijn 'lecture' voor de 200 tbc-bestrijders werd na elke 1-2 zinnen vertaald in het Japans. De deelnemers hadden vooraf een reader gekregen met een vertaling van mijn dia's en ook tijdens mijn presentatie zag ik deelnemers driftig aantekeningen maken. De 1,5 uur durende presentatie werd ook opgenomen en het materiaal zou gebruikt worden voor een tv-uitzending. Na de Q&A - de vragen en antwoorden - werden we meegenomen naar de bovenste verdieping van het hotel. De prinses was ons al voorgegaan. Vooraf was verteld dat de prinsed een druk programma had en ons gesprek maar 5 minuten kon duren, duurde de ontmoeting met een kopje groene thee een half uur. Ze stelde eerst vragen over onze manier van publieksvoorlichting over tuberculose en vroeg daarna of ze met Florence mocht praten. Daarbij vertelde ze dat ze een serie van 7 Nederlandse boeken had, van zwangerschap tot aan adolescentie, en was zeer geinteresseerd in de methodieken die wij in de Nederlandse jeugdgezondheidszorg gebruiken. Via JATA zal ik haar het meest recente tbc-voorlichtingsmateriaal sturen. De prinses wilde ons ook heel graag een boek meegeven over de Japanse jeugdgezondheidszorg. We zullen zien hoe we dat voor ons vertrek kunnen regelen. Aan het eind van de audientie vroeg de prinses of we met haar op de foto wilden. Ook met mijn iPhone werd ons bezoek aan de keizerlijke prinses vastgelegd, maar ze vroeg ons de foto's niet op het internet te plaatsen. Dat zullen we dan oon niet doen, maar wel afdrukken en inlijsten. Een niet alledaagse ontmoeting.
Menukaart welkomsdiner. Rechts het voorgerecht, links het nagerecht, en van boven naar beneden!
Een proost met sake (rijstewijn) met Dr Mori, een van de gastheren.
De lege flessen sake. De rechter was ook leeg maar werd voor de foto even rechtop gezet.
Samen met een van de tbc-bestrijders uit Tokio
We aten op de bovenste (42e) verdieping




dinsdag 28 februari 2017

Slapen in een ryokan in Japan

De ramen en de vloer van het huis begonnen net te schudden. “Small earthquake” zei de eigenaar van het familiehotel (ryokan), zoals er elke maand wel een is. Zes jaar geleden (11 maart 2011) was in Fukoshima de laatste grote beving in Japan gevolgd door een tsunami en een grote kernramp.
Besneeuwde bergtoppen in Nikko
We zijn in Nikko, een klein plaatsje honderd kilometer ten westen van Tokio. Twee opperbevelhebbers (shoguns) van het Tokugawa-shogunaat zijn hier in mausolea bijgezet. Samen met een tempelcomplex staat het nu op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

Beeld voor het graf van Tokugawa Ieyasu (eerste shogun)
Nederland heeft een bijzondere band met Japan, omdat tijdens de Tokugawa- of Edoperiode (1603-1868) wij het enige land waren dat met Japan handel mocht drijven. Op een klein eilandje voor Nagasaki had de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) meer dan twee eeuwen lang een handelspost, de Deshima. Ook dit staat op de UNESCO-lijst, maar of we Nagasaki in deze twee weken aandoen is nog even de vraag.
Japan voert nog steeds een politiek om de eigen cultuur zoveel mogelijk te behouden. Trouwen met een niet-Japanner is niet eenvoudig, hoewel het Yoko Ono natuurlijk wel gelukt is. En het immigratiebeleid is streng: vorig jaar mochten van de 10.000 asielzoekers (ook uit Syrië en Eritrea) er 28 blijven. Eén meer dan het jaar daarvoor.
Terug naar onze ryokan waar ik aan een lage tafel zit te schrijven. In onze vierkante kamer liggen rijststro-matten (tatami) op de vloer en in de hoek liggen twee dunne matrassen (futons) die straks uitgerold worden. Maar eerst gaan we volgens Japans gebruik baden. Je begint met een schrobbeurt zittend op een laag plastic krukje naast het bad en dan lekker ontspannen in de hot tub van 40°C. De rest van de avond zijn we gekleed in een yukata (soort kimono/badjas) en drinken thee of een glaasje wijn aan de lage tafel. De pantoffels staan voor de schuifdeur. Hopelijk blijft het vannacht aardbevingsvrij. 

Japans ontbijt met soep, rijst en zalm. En zeewier om zelf rolletjes te maken.
Met de neus in de boter: de Tokyo maration. Alleen kwamen we pas in de stad toen Kipsang al over de streep was in 2.03.57

Fanatieke supporter die iedereen aanmoedigde.
Zicht op de lopers vanaf de 36e verdieping

woensdag 22 februari 2017

Inle Lake, Myanmar

Hielke en Sietse Klinkhamer zouden op het Inle-meer hun lol op kunnen met hun Kameleon. Het meer is 20 km lang en 5 km breed. Aan de oevers en in het meer liggen 200 dorpjes, de huizen op palen gebouwd. De bewoners van het meer horen bij de Intha bevolkingsgroep. Intha betekent 'zonen van het meer'. Hun leven is helemaal verbonden met het water. Fascinerend zijn de vissers die met het ene been staand op het bootje en met het andere de peddel omklemd wijd uitzwaaiende bewegingen maken, het zogenaamde beenroeien. Zo hebben ze de handen vrij om nog een fuik of een stok met scherpe punt naar de vissen in het heldere water te gooien.
Beenroeier op het Inle-meer
Van waterhyacinten, moerasplanten en bamboe worden drijvende tuinen gemaakt door er aarde op te gooien waar zelfs de bloemkool het goed op doet. En elk dorp heeft wel een handicraft workshop. De 'gondeliers' zetten je slim af bij zilversmeden, wevers, sigarenmakers, botenbouwers of bij een lokale markt. 
Cheroot (sigaren) makers
Drijvende 'kraam' van een lokale markt
Het Engelse onderwijs was slecht tijdens het militaire regime, zodat maar weinig mensen goed Engels spreken. Maar jonge meisjes doen ontzettend hun best om alle stappen van het handwerk uit te leggen. Ooit gehoord dat in de stengel van de lotusbloem een vezel zit, die je voor kleding kunt gebruiken? Je moet de vezels draaien en vijf bij elkaar plakken om een stevige draad te krijgen. De lotusbloemen groeien hier weelderig op het water, maar om voldoende vezels voor een sjaaltje te oogsten heb je wel 3000 stengels nodig en ben je een paar weken bezig. De zelfgeweven sjaaltjes kosten dan ook minimaal 90 dollar, een vermogen in dit land.
De bedrijvigheid in dit land valt sowieso erg op. Uiteraard heb je bij een eerste bezoek geen vergelijking, maar het land lijkt op te leven na (gedeeltelijk) verlost te zijn van het militaire regime. Het overheidsgeld wordt nu geïnvesteerd in goede projecten, zoals verbetering van de infrastructuur. Wegen worden overal verbreed en veel tolpoorten verschijnen. Vrouwen doen hier het zware werk. Dat is toch wel schokkend om te zien. Langs een nieuw stuk weg schept een man gewoonlijk de schalen vol met stenen, die vrouwen vervolgens op hun hoofd zetten en wegdragen naar de weg in aanleg. In de hete zon zitten andere vrouwen naast de weg om de stenen bij elkaar te passen. Uiteindelijk zijn het de mannen die er een nieuwe stukje teer erover leggen.
Wat echt opvalt in dit land is de enorme vriendelijkheid van de mensen. Men maakt graag oogcontact, poseert voor een foto of wil graag met jou op de foto. Want ook in Myanmar heeft iedereen wel een smartphone.Eerder een Koreaanse Samsung of een Chinese Huawei dan een Amerikaanse iPhone. Daar gaat D. Trump niet veel aan veranderen. 
Cheroot rokende Pa-O vrouw


Twee bediendes van een restaurant op het Inle-meer
Ondergaande zon U Bein Bridge, Mandalay