woensdag 18 maart 1998

4. Een langzaam voorttuffend boemeltje naar Lusaka

De workshop in Livingstone zit erop en inmiddels een lange reis achter de rug naar Lusaka. De workshop was erg interessant. Het belangrijkste doel was om data transfer en presentatie te verbeteren. De 8 landen uit de East African Epidemiological Block waren voor deze workshop uitgenodigd: Eritrea, Ethiopie, Kenia, Tanzania, Uganda, Rwanda, Burundi en Zambia. Elke datamanager kreeg een nieuwe laptop computer met software (o.a. EPI Info en EPI Map). Hiermee hebben we mooie kaarten gemaakt met o.a. alle gevallen van kinderverlamming, tetanus bij pasgeborenen, mazelen en de verschillende coverage rates (het percentage kinderen gevaccineerd voor bepaalde ziekten). Als je eenmaal deze computervaardigheden en -programma’s hebt, is het maken van deze kaartjes een fluitje van een cent. De laatste dag kwamen de EPI (vaccinatie)-managers van de landen en hadden we een gezamenlijke sessie. Ons huisvlijt werd gepresenteerd en plannen voor AFP surveillance werden verder besproken.
AFP is de afkorting voor 'acute flaccid paralyis'. In goed Nederlands: acute slappeverlamming (in tegenstelling tot bijvoorbeeld spastische verlamminen). Naast poliomyelitis zijn er een aantal andere neurologische ziekten die deze (kinder)verlamming kunnen veroorzaken. Gemiddeld komt dit bij 1 op de 100.000 kinderen onder de 15 jaar voor. Als het surveillancesysteem goed zou werken dan zou Zambia ongeveer 50 gevallen van AFP per jaar moeten rapporteren. Als er een polio-epidemie uitbreekt dan stijgt dit aantal natuurlijk. In 1997 zijn slechts 7 gevallen van AFP gerapporteerd; geen gevallen van polio. Als je maar 10% van de 'verdachte polio' gevallen ziet, dan is er de kans dat je polio mist. Mijn taak is vooral om te helpen dit surveillancesysteem op te zetten, niet alleen voor polio maar ook voor andere ziekten, zoals mazelen en meningitis. Een aardige klus.
Bezoekje aan de Records Afdeling van Livingstone General Hospital
De WHO heeft in 1988 zich tot doel gesteld om polio uit te roeien in het jaar 2000. In Zuid- en Noord-Amerika is polio al sinds 1991 niet meer gezien. In China zijn de laatste twee jaar nog maar 4 gevallen voorgekomen. Ook in de Oost-Afrikaanse regio heeft men vorig jaar geen gevallen van polio meer vast kunnen stellen. Goede surveillance is echter cruciaal, want als je niet goed kijkt (onderzoekt en rapporteert), dan zie je het ook niet! Het hogere doel van dit programma is om uiteindelijk poliovaccinatie in de wereld te stoppen, als men een aantal jaren geen poliovirus meer heeft kunnen aantonen (met goede surveillance wereldwijd). Het zou de tweede ziekte zijn, na pokken, die op deze manier uitgeroeid wordt. Hopelijk lukt het….

Met Zambia Railways van Livingstone naar Lusaka, 17-18 maart 1998.
Dinsdagavond ben ik met de trein teruggegaan naar Lusaka. De anderen bleven nog voor een tweede vergadering. Ook hier heerst een workshop-cultuur vanwege de aantrekkelijke dagvergoedingen (per diem). Het treinreizen heb ik altijd erg fascinerend gevonden in Afrika. Dit was mijn 4de treinreis. De eerste was een 24-uur durende reis  in 1981 van Enugu naar Kano (Nigeria). In Zambia hadden we in 1989 een 36-urige reis van Mpika naar Dar es Salaam en voordat we in 1996 Ghana verlieten heb ik nog een nachtritje gedaan van Takoradi naar Obuasi. Deze trein (Zambia Railways) zou ’s avonds om half 7 vertrekken en de volgende ochtend om 5 uur in Lusaka aankomen. Ik had een “sleeper”, couchette, gereserveerd. Er werd omgeroepen dat de trein pas om 8 uur weg zou gaan vanwege een technisch defect met de diesellocomotief. Volgens een van de reizigers was dit een terugkerend probleem, "De treinen reden nooit op tijd". Om 8 uur werd de reis uitgesteld tot 10 uur, maar toen 2 uur later er nog geen beweging op het station was, werden een aantal mensen erg boos. Men ging te keer tegen de stationmanager en dit veroorzaakte grote opschudding op het station. Of dit hielp weet ik niet, maar een half uur later begon de locomotief rond te rijden om de wagons bij elkaar te zoeken. Net voor twaalven reden we weg. Het was een langzaam voorttuffend boemeltje, die vaak even moest stoppen, misschien voor een paar koeien of om wat water voor afkoeling te gebruiken. Volgens een van de passagiers was er op de heenreis brand in de machinekamer geweest. Ik deelde de coupé met een Amerikaan die in Livingstone werkte voor een wildwatervaren company (rafting). Hij vertelde het verhaal dat twee maanden geleden een landgenoot uit de boot geslingerd was, z’n zwemvest niet had vastgemaakt en pas 4 dagen later was gevonden. Ik was blij dat ik de rustige tocht “upstream” had gedaan. Om 10 uur waren we dan toch in Lusaka, redelijk uitgerust. Zo snel mogelijk weg van het station, want dat staat bekend als een 'centrum van crime'. Er was geen escorte van politiemensen zoals de conducteur had voorgesteld; een taxi bracht me veilig terug naar Belvedere Lodge, waar ik weer m’n 'tijdelijk basis' kon inrichten.

zaterdag 14 maart 1998

3. The body is still to be found

Woensdag ben ik met drie andere mensen naar Livingstone gereden, een van CBoH, een van WHO-Lusaka en iemand van UTH-virologie laboratorium, het universiteitsziekenhuis. We hebben hier een 'workshop'! Landen uit de East Africa Region zijn hier vertegenwoordigd: Burundi, Rwanda, Uganda, Kenia, Eritrea, Ethiopië, Tanzania en Zambia. Eerst wordt gewerkt aan data-analyse en -interpretatie, waarna dit gepresenteerd wordt op de EPI-managers conference (vaccinaties). Ik woonde alleen het eerste deel bij. Het is erg leuk om alle nieuwe software packages te zien en te gebruiken. Mijn Zambiaanse collega had zich helaas slecht voorbereid en had vrijwel geen data meegenomen. Hier en daar hebben we gelukkig nog wel wat weg kunnen halen, anders was het erg 'embarrased'.

Vandaag (zaterdag) hadden we een halve dag vrij en stelde men voor om te gaan 'raften', met een rubberbootje over de golven van de Zambezi. De gorge, het kolkende basin van de Falls, is niet toegankelijk vanwege het hoge water. Ik ben hier al 4x geweest en heb het eigenlijk nooit aangedurfd of gewild om me in dit gebeuren te storten. Nu we stroomopwaarts gingen, wilde ik het wel eens proberen. Het waren alleen de witneuzen die belangstelling hadden voor deze tocht: Doug (VS), Mac (VS), Berbard (Frankrijk) en ik. We gingen onder begeleiding van een Zuidafrikaan, die zich hier gevestigd heeft. Een grote open truck met bankjes bracht ons 25 km buiten Livingstone. De 'raft' (boot) ging op een andere truck voorop.
Op de Zambezi werden we geëscorteerd door een andere begeleider in een kajak. Zijn taak was om de krokodillen (crocs) en de nijlpaarden (hippo's) te spotten, zodat we niet dwars door een hippo territorium zouden varen. Al snel liet hij ons stoppen en een grote bocht maken. Toen hij met z'n peddel op het water sloeg, kwamen er twee kopjes boven water. Ergens verderop gaf een grote brul van een hippo aan dan we te dicht bij zijn plekje waren gekomen. Eén keer dook een kleine croc naast ons het water in. Gelukkig zagen we deze niet meer terug. Ik was de avond tevoren wel alert gemaakt, toen op het nieuws verteld werd dat een toerist door een croc gebeten was en opgenomen in het ziekenhuis in Livingstone. Volgens onze begeleider was die man dronken geweest en had 's avonds nog even willen zwemmen. Ook vertelde hij ons dat op de plek waar we begonnen vorige maand een Zambiaan tijdens het zwemmen door een croc was aangevallen. "The body is still to be found".
Wij peddelden rustig verder. De natuur was erg mooi. De Zambezi is een brede rivier met veel eilandjes, veel en mooie vogels. Op sommige plekken was de rivier helemaal begroeid zodat je je in de Amazone waant. Het 'raften', het wildwatervaren was wel een beetje teleurstellend. Er waren een paar stroomversnellingen waar we door moesten en kregen dan een klein golfje water over ons heen.
De natuur is hier trouwens helemaal fantastisch. 's Ochtends loop ik vaak even naar de Falls. Je kan op veel plekken de overkant niet eens zien door de hoeveelheid water. Erg indrukwekkend. Op Knife Edge Bridge krijg je een heerlijke warme douche, beter dan het bruine water uit de kraan. Een indrukwekkend natuurverschijnsel. Ook de apen die hier tijdens het ontbijt rondscharrelen zijn erg boeiend en amusant. Vanochtend hadden weer een paar apen succes en gapten broodjes weg. De beveiliging (security wards) hebben er hun handen vol aan, en proberen ze met de katapult te verjagen.
Het is wel jammer dat het hier gaat veranderen. Inter-continental Hotel (Musi-o-Tunya) en Rainbow Lodge gaan tegen de vlakte en over twee jaar moet hier een soort 'Sun City' complex staan. Zuid-afrikanen hebben de boel opgekocht. De commercie zal hier over een paar jaar wel vreselijk toestaan.

vrijdag 13 maart 1998

2. Nachtelijke onrust

Na de eerste opwinding viel ik toch even in een diep gat. Daar zit je dan in het Pamodzi Hotel, in een kamer op 5-hoog, met Zuidafrikaanse TV, een zwembad, etc. Luxe die toen zo aangenaam was als je drie maanden in de 'bush' was geweest, maar niet als je net uit Europa komt. Is dit mijn leven de komende maanden, vraag je je af. M'n eerste contacten met WHO-Lusaka en Central Board of Health waren ook al kort, zakelijk, en een beetje chaotisch. Zaterdag verhuisde ik naar Belvedere Lodge, een government lodge tussen Woodlands en Kabolonga. Ik kreeg een kamer naast de keuken, was niet de beste plek was. Uit verveling en vermoeidheid ging ik 's avonds al vroeg slapen, maar werd regelmatig wakker gemaakt, eerst door de late gasten, daarna door de watchman en vanaf 2 uur was het bal op de zolder. De muizen (of waren het ratten) renden heen en weer. Geen wonder als je zag wat allemaal nog in de keuken open stond. De afwas stond al klaar voor de ochtendploeg.

Gelukkig draaide mijn gemoed zondag al weer een beetje bij. Ik verhuisde naar een andere kamer Een kamer on suite, met TV, koelkast, toilet en bad. De kraan lekte, de doucheslang was al  lang geleden verdwenen, net als de knop voor de koude kraan. Om toch nog een aangenaam warm bad te nemen, moest ik een half uur tevoren de stop in het bad doen, zodat het koude water opgevangen kon worden, en daarna de hete water kraan opendraaien. Het water kwam  uit allerlei richtingen. Ik voelde me hier beter thuis met deze 'Zambiaanse' ongemakken. Bovendien zijn de mensen erg aardig. Ook werd ik 's avonds uitgenodigd bij een Nederlands onderonsje.
Op het Central Board of Health (CBoH) begin ik ook een beetje mee te draaien. Zambia heeft de laatste jaren ingrijpende veranderingen doorgemaakt (Strukturele Aanpassingsprogramma's en Health Reforms). Het Ministry of Health is afgeslankt en is nu alleen nog een beleidsorgaan. Het CBoH is een nieuw instituut belast met uitvoeringstaken. Veel mensen zijn ontslagen en maar weinigen zijn opnieuw aangenomen, vaak op contractbasis. De provinciale kantoren (PMO offices) zijn gesloten en ook de ziekenhuizen moeten personeel ontslaan. Het geeft veel onrust. Opvallend is te zien wat voor arbeidsethos en -sfeer in het CBoH heerst. Weekenden en avonden worden doorgewerkt, memo's en e-mails vliegen rond. Een dynamisch bedrijf. Tegelijkertijd krijg je het gevoel dat veel dingen te snel gaan. Men loopt achter de feiten aan, heeft geen tijd. Veel had gisteren al gedaan moeten worden. Wat een verschil met 6-9 jaar geleden, toen alles morgen ook kon!

zondag 8 maart 1998

1. De koffer inpakken op de achterbank van de auto

Na een laatste hectische week in Nederland en een veel te snel afscheid is de reis weer begonnen. Inmiddels ben ik ruim een week onderweg en begin me een beetje te settelen. Het is wel fijn om weer in een vertrouwde stad terug te zijn. Het maakt het wennen wat makkelijker.

De laatste dagen in Nederland waren vol stress. Het leek wel een examenperiode. Ik heb aardig toegelegd op m'n slaap, het ging eigenlijk vanzelf. Er was een dag, ik geloof woensdag, toen ik al rond half 5 wakker werd en begon het boek te malen in mijn hoofd. 's Avonds had ik met Rob afgesproken en was ik geloof ik om een uur of 3 's nachts thuis. De dagen erop waren ook zo, zodat ik er vrijdagmiddag echt doorzat. Gebrek aan rust, slaap en eten. De volgende ochtend bijna verslapen, de laatste spullen op achterbank van de auto ingepakt en naar het vliegveld. Nauwelijks nog tijd om afscheid te nemen, zat ik daarna in het vliegtuig bij te komen met het eerste kopje koffie van die dag. Een comfortabele vlucht met allerlei lekkere hapjes, de nieuwe James Bond en het onvermijdelijke KLM-huisje.

Aangekomen in Nairobi zocht ik tevergeefs naar het bordje "de Vries" of wat er ook maar enigszins op leek. Uiteindelijk met een taxi door donker Nairobi naar een hotel. Zondag lekker bijslapen en bijkomen aan de rand van het zwembad. Ook de volgende dagen bleef het rustig. De persoon die ik in Nairobi moest zien "had travelled" en was maandagochtend naar Addis vertrokken. Op het WHO-kantoor kon ik me rustig door allerlei files werken. Het WHO-kantoor Nairobi is tevens regionaal kantoor voor Oost-Afrika waar ook Zambia onder valt.
The Panafric Hotel in Nairobi.
Nairobi is een moderne Afrikaanse stad met veel wolkenkrabbers, rechte wegen en natuurlijk erg druk. De meeste mensen verplaatsen zich in de overvolle matatus (busjes). Ik zat dichtbij het WHO-kantoor, dus kon te voet, onderweg vaak nog even een broodje en drankje meepikkend. Het ontbijt had ik maar laten zitten in mijn hotel booking, want dat gaf een extra charge van $13. 's Avonds at ik meestal in het hotel. Op een avond ben ik nyama choma gaan eten op aanraden van iemand van de WHO. In het restaurant zoek je eerst een stuk vlees uit, dat daarna op de grill gaat. Ik koos voor een 'arm' van een geit. Eenmaal klaar komt vervolgens een ober met een groot mes de poot serveren. Het vlees wordt van het bot gesneden en in 'hapklare brokken' voor je neergelegd, zodat je daar dan een half uur je gebit op kan oefenen. Gelukkig had ik de dental flosh wel meegenomen. Andere essentiële spulletjes begon ik inmiddels al wel te missen, zoals de wereldontvanger. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen weet ik dus niet; wel dat Ajax met 3-0 van NEC won en wie de doelpunten maakte (uit de Keniaanse "Daily Union") of dat Ajax voor de Europacup verloor van Spartak Moskou (KNBC).

Mijn vlucht naar Lusaka kon met een dag uitgesteld worden en voordat ik donderdag wegvloog kreeg ik mijn 'briefing' van de Amerikaan verantwoordelijk voor het programma. En toen echt onderweg... De vlucht naar Lusaka was exciting, een prachtig landschap vanuit de vlucht. Toen de piloot meldde dat we over Mpika gingen vliegen, heb ik de stewardess gevraagd of ze dat nog een keer wilden herhalen als we echt boven Mpika zouden vliegen, wat dus ook gebeurde. Vanuit de lucht kon ik Mpika, Tazara, de Kasama Junction zien en herkende ik een witte enclave, wat volgens mij Chilonga moest zijn. Je kunt je wel voorstellen hoe opgewonden ik was.
Het cirkeltje op de foto is de 'witte enclave'.
Het was trouwens helemaal een déjà-vu gevoel. Op Nairobi Airport moesten we eerst de koffers identificeren, die naast elkaar op een rij naast het vliegtuig stonden. De verf was een beetje aan het bladderen van het vliegtuig, een Boeing 747 van Aero Zambia. Ook de service was erg Zambiaans. Vriendelijke stewardessen, echt 'vliegtuigvoedsel' en 'Zambiaanse statements'. Zo stond erop het noodlandingsformulier dat indien we op het water zouden landen, de business class life-jackets onder de stoel konden vinden. "Economy class use seat cushions"! Ik prees me even gelukkig dat ik business vloog, maar zag al snel dat ook de business niet voorzien was van life-jackets. Anyway, zonder al te grote problemen, kwamen we aan op het vliegveld. 
Op het eerste gezicht lijkt er niet veel veranderd. Veel herkenning van wegen, gebouwen, etc. De kwacha is veranderd. Het gezicht van Kaunda staat er niet meer op, trouwens ook dat van Chiluba niet. Kochten we in 1989 een Mosi voor 4 kwacha; bij vertrek moesten we ruim 100 kwacha betalen. Nu, in 1998 betaal je 2500 in een lux hotel (800 in de winkel). De bierprijs is beste indicator die aangeeft door welke moeilijke tijden Zambia is gegaan en nog steeds gaat.

woensdag 1 oktober 1997

Voorwoord) Ape(n)staartjes uit London Verhalen van een jaar studie aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine 1996-1997

In 1996 kreeg ik de gelegenheid om met een beurs van het Professor Oomenfonds een masteropleiding te volgen in Engeland aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Na 10 jaar was ik weer student. Ik woonde op een klein kamertje in het hartje van Londen en had de kans om mezelf verder te ontwikkelen. Elke drie weken reisde ik naar Harderwijk om het weekend bij Florence, Douwe en Koen te zijn. Ze kwamen ook een paar keer naar Londen en we brachten onze zomervakantie door in Engeland.

De digitale wereld kwam midden negentiger jaren van de vorige eeuw op stoom. In de School was een computerlokaal met zo’n 70 computers, dag en nacht toegankelijk. Ik maakte elke maand een ‘nieuwsbrief’ die ik apestaartje noemde en stuurde deze naar Florence en waarschijnlijk naar een paar andere mensen die ook al een e-mail adres hadden. De spelling van apestaartje veranderde een half jaar later en het werd een apenstaartje. In de Van Dale uit 1985 die we nog steeds gebruiken, komt het woord ape(n)staartje niet voor!

In Engeland waren tijdens m’n studieperiode een aantal opmerkelijke gebeurtenissen. De gekkekoeienziekte, mad cow disease, was op z’n hoogtepunt. De Britten bleven er redelijk lakoniek onder. Engeland maakte ook verkiezingen mee en werd van het Conservatieven-juk verlost. Er was een jubelstemming en veel optimisme onder het linkse universiteitspersoneel toen Tony Blair gekozen werd. Lady Diana verongelukte in augustus 1997 met haar vriend Dodi. Aan de vooravond van haar begrafenis hadden we ons afscheidsfeestje van de MSc-groep. Ik wandelde ’s nachts naar huis en liep langs de vele mensen die in slaapzakken al een plaatsje op de route hadden ingenomen. Op de Mall, bij Buckingham Palace, zag ik de volgende dag de kist voorbijkomen. Het was indrukwekkend.

Het is twaalf jaar later en ik heb nu gelegenheid om deze ape(n)staartjes te bundelen. De electronische omgeving is niet meer weg te denken en biedt mogelijkheden om zelf een boekje samen te stellen. De brieven (hoofdstukken) geven volgens mij een mooi tijdsbeeld van de jaren negentig en de zaken waar ik toen mee bezig was.

September 2009. 

woensdag 3 september 1997

17. Last night at the Proms

Dit is dan het laatste apenstaartje. Het jaar zit erop. Een boeiend jaar in Engeland waar ik veel geleerd heb. Niet zoveel nieuwe kennis opgedaan, maar meer kritisch leren denken en analyseren. Ik denk dat ik over een jaar nog maar weinig kan herinneren van bepaalde lectures, maar hopelijk heb ik nieuwe vaardigheden goed aangeleerd. Het was in eerder geval zeer de moeite waard, maar niet om nog een keer te doen, want het was ook eenzaam om weer een single life te leven. En natuurlijk niet alleen ik, want we hebben allemaal moeten afzien. Om even in wielertermen te blijven: De meet is in zicht, want vrijdag lever ik m’n thesis in met de titel “What’s New? The Internet and Public Health in Developing Countries: a critical appraisal of applications”. Klinkt goed, hè. De bloemen wachten: het papiertje met m’n MSc (Master of Science), alleen wordt de uitslag en trofee pas in februari verwacht. De bedankwoorden aan iedereen die mij en ons het laatste jaar gesteund hebben. De coaches, verzorgers en supporters, heel hartelijk dank. Zonder jullie had ik het echt niet gered, is een mooie cliché, maar het is echt zo.

Engeland is in diepe rouw. Diana, the “People’s Princess” is dood. Met haar nieuwe vriendje, verliefd, in de Mercedes van pa met hoge snelheid en een dronken chauffeur, achtervolgd door een horde fotograven, de papparazzi, tegen een betonnen paal geknald (waarom stond die paal daar eigenlijk?). Elke Engelsman heeft blijkbaar een zwarte stropdas in z’n garderobe hangen en elke Engelsvrouw een grijs mantelpakje, want dat is deze week de etiquette. Eigenlijk merk ik niet zo veel van het hele gebeuren, maar dat komt misschien ook omdat ik niet in de buurt van St. James’s Park en Buckingham Palace woon. Toch ontkom je er niet aan als je een tv en radio in huis hebt. De BBC had vanmorgen de volgende items: het eiland Montserrat wil de nieuwe hoofdstad vernoemen naar Diana: Port Diana. De oude is gedeeltelijk verwoest door een vulkaanuitbarsting. Trouwen tijdens de funeral op zaterdag. Zo’n 7000 mensen hebben al een jaar geleden hun huwelijksdatum geprikt. Mogen er nu wel of geen wedding bells geluid worden. Elton John, komt hij wel of niet zingen op de begrafenis. De newspapers: the Independent had een artikeltje met de kop “if only the royals could weep with the people”. 
Toch heeft Engeland ook een aardig plaatsje in m’n hart gekregen. London is een fantastische multiraciale stad. Het is verbazend hoeveel verschillende culturen hier naast elkaar wonen, zonder grote problemen. Ik denk dat de Engelse samenleving, zeker ook door het koloniale verleden, andere mensen veel beter respecteert. Vorige week ben ik naar het Notting Hill carnaval geweest. 1 miljoen mensen op straat om Afro-caribisch carnaval te vieren, hossend door de straten achter steelbands en salsa orkesten aan. Fantastisch. Het volk is ook aardig gedisciplineerd. Sommige boetes bijvoorbeeld zijn in onze (mijn) ogen belachelijk. Zonder geldig kaartje in de bus kost je 5 pond, terwijl roken 1000 pond kost. Als je hondje hier in deze buurt op straat poept en je ruimt het niet op kost het je 500 pond. Het heeft zeker zijn effecten. Prachtig ook om te zien hoe op zomerse namiddagen de straathoeken geblokkeerd raken door pubbezoekers. De cafés zijn dan leeg! Geen betere sportverslaggeving dan de BBC. Voor mij nooit meer Studio Sport, maar Match of the Day op zaterdagavond. De laatste weken begon ik zelfs van Diana te houden. Zo onconventioneel terwijl het koningshuis zo stijf is. Op de water-scooter met haar zoontje, joggend in een Harvard shirtje, of in het mijnenveld van Mozambique of Bosnië wijzend op onrecht in de wereld. Ze zal nu wel een Saint worden in Engeland. 
Dit weekend gaan Florence en ik Engeland even op z’n Engels afsluiten. Ik heb kaartjes voor de Proms in the Royal Albert Hall, onze “last night” hier. De bananendozen die ik van Tesco gehaald heb, staan klaar met alle mappen en boeken van het afgelopen jaar om opgehaald te worden. I’m going home. Tot ziens in Nederland.
Tekening Douwe
Tekening Koen

vrijdag 4 juli 1997

16. Henmania

Even deze apenstaartje onderweg van Heathrow naar Harderwijk schrijven. Daarvoor is de laptop toch: op de schoot. Het staat natuurlijk ook wel interessant om zo tussen alle vroege vogels om half 7 al zitten “te werken”. Gisteravond hadden we de party in John Astor House. Het was weer gezellig, lekker gedronken, gegeten, gekletst en gedanst. Zo rond 2 uur zat het in het zaaltje beneden in het gebouw erop, waarna we nog even in een van de keukens wat verder gingen drinken. Half 4 ging ik op stap. Ik moest eerst nog naar Oxford Street lopen om met succes een taxi aan te houden. Deze bracht me naar Trafalgar Square waar het ook om 4 uur ‘s nachts nog een drukte is. Met de dubbeldekker reden we naar Heathrow. Bovenin de bus kon ik het langzaam licht zien worden. Ik ben net eventjes een klein half uurtje weggedut in de vertrekhal en nu begint de boarding. 
Henmania is voorbij in Britain. Nadat hij met succes twee Nederlanders uitgeschakeld had, is hij nu uitgeschakeld door een Duitser. Zondag heb ik zelf de kans genomen om ook wat van Wimbledon te zien. Na alle regen hadden ze besloten dat er op zondag gespeeld kon worden en men noemt dit de people’s day: tennis voor het gewone volk! Een lange queue (rij) slingerde over het grasveld, langs het water, de straat naar de loketten. Zeker een paar mijl lang. Doe als de Britten als je in Brittania bent, dus ik sloot ook aan in de queue, maar na een half uur wachten en 200 meter verder, besloot ik om me toch maar niet als een Engelsman te gedragen en ben ergens voorin ingeschoten. Toen ik dat later aan een Engelse vertelde, was hij geschokt van deze etikettenschennis. Bij het loket moest ik kiezen tussen Centre Court (Seles, Henman-Haarhuis) en Court no. 1 (Hingis, Krajicek). Ik besloot voor onze Wimbledon kampioen te kiezen. De partijen waren helaas niet spannend, terwijl Haarhuis uiteindelijk het spit moest delven in een trillende vijfde set met 14-12. De Engelsen natuurlijk helemaal uit hun bol. Toch was het leuk om zo’n dagje naar het tennis te kijken. Ik vind sowieso dat sport live veel dichter bij je komt, terwijl de close-ups juist een rare afstand creëren. Het was ook leuk om langs de andere velden te wandelen. Je staat dan echt naast de tennisbaan en kan zo een praatje beginnen met de spelers. Brenda Schulz, Kafelnikov en nog vele anderen waren aan het dubbelen.
Nog even iets over het juni examen, want dat was toch ook wel bijzonder. De examens werden afgenomen in Senate House, een groot gebouw dicht bij de school. Zo’n honderd tafeltjes stonden opgesteld en onze examen nummers lagen erop. Het ging er allemaal erg officieel aan toe. Zodra we binnenkwamen werd ons verteld dat je niet mag praten in de examenhal. De stoffige heren en dames die moesten toezien of het examen rechtmatig toeging, konden zo uit het House of Lords geplukt zijn. Knorrige, narrige mensen, met krakerige stemmen. Eén van hen had de eer om in z’n toga het examen te openen. Het eerste examen bestond uit vier vakken (statistiek, epidemiologie, gezondheidspolitiek en sociologie). Voor elk vak konden we een keus maken uit 2 vragen. De vragen waren niet te moeilijk, maar het was wel veel. Iedereen had de drie uur tijd hard nodig en er was eigenlijk niet genoeg tijd. Het tweede examen was een geïntegreerd examen, met o.a. een heel algemene vraag over een 25% verhoging van het jaarbudget van een programma (ik koos voor geslachtsziekten). Je werd gevraagd hoe je als hoofd van die afdeling dat zou aanpakken.


Dit is niet echt de tijd om nog veel aan de studie terug te denken. Nu, in Nederland heb ik het knopje al omgezet en ben weer even niet meer de student. In London vertrok ik in hevige regen, maar in Amsterdam was het onbewolkt met veel zon, een goed teken. Het Engelse ontbijt in het vliegtuig was echt onsmakelijk, een plastic bakje met een worstje, spek, scrambled egg, en nog iets ondefinieerbaars alles drijvend in een plasje heet water, waarschijnlijk gestoomd spul. Ik kon het met geen mogelijkheid naar binnen krijgen. Straks gewoon weer een bruine boterham met kaas. Ik zit nu in de trein te laptoppen. Met een treintaxi kaartje hoop ik straks aangenaam terug te rijden naar huis. Ik ben dan net op tijd om om 12 uur bij het schoolhek te staan en de jongens op te vangen na hun laatste schooldag. Ze weten niet dat ik vandaag al kom.