zondag 9 juni 2013

Heiligenblut, Oostenrijk

Na het Pieterpad, het Hollandse Kustpad en de Camino tijd voor een nieuwe uitdaging. In de Volkskrant bijlage stond een aardig stuk over de Alpen-Adria trail, een wandeltocht door Oostenrijk, Slovenië en Italië; met startpunt op de Grossglockner en eindpunt in de buurt van Triest. Dat leek ons wel wat. Het Duitstalige boekje viel een paar weken geleden in de brievenbus. Ik schrok wel van de hoogteverschillen, de ene dag 1000 meter omhoog, de andere dag 1000 naar beneden, en soms op dezelfde dag zowel 1000 omhoog en als 1000 naar beneden. Maar we hadden onze zinnen er al opgezet,  het vliegtuig naar München en een hotel in Heiligenblut geboekt...
20 minuten overstap naar andere bus
De reis was gisteren een hele onderneming. In Worgl bleek onze aansluitende trein niet te gaan vanwege de overstromingen. De lokettiste stuurde ons naar Zell am Zee, maar de conducteur in die trein adviseerde ons om terug te gaan naar Kitzbühel en daar de bus te pakken naar Lienz. We moesten na een uurtje wel uit de bus, omdat 100 meter weg door een steenlawine weggevaagd was. Alle buspassagiers moesten een steil pad afdalen om 20 minuten later in een andere bus over te stappen. Om 9 uur waren we dan eindelijk in Lienz.  Uiteraard was er geen openbaar vervoer meer en bracht een taxi ons de laatste 40 km naar Heiligenblut.
We werden verwacht, in een ander hotel dan we geboekt hadden...
Hier in het hotel adviseerde men ons om niet vanaf Grossglockner naar beneden te lopen, maar er naartoe. Bergop is veel beter voor je knieën dan bergaf.  Een prachtige wandeling langs ravijnen, watervallen en op veel plaatsen nog smeltende sneeuw. De tocht ging over smalle paadjes. Een keer moesten we halfleunend tegen de bergwand over het pad lopen, waar je nog maar net met een voet kon opstaan.
Op 2000 meter hoogte
We wilden naar Kaiser Franz-Josef Hohe,  maar drie kilometer voor de top vertelde een vrouw ons dat het weer ging omslaan en dit stuk nog erg steil was.  We liepen hetzelfde stuk over de sneeuw terug. Eigenlijk waren we wel blij, want de energie was helemaal op na al het klimmen en dalen. En we zaten nu op 2200 meter hoogte, wat we behoorlijk merkten.
Het is nog vroeg in het seizoen en bussen rijden nog niet. Er zat dus maar een ding op en dat was liften, terwijl het zachtjes begon te regenen.  Alle grote auto's reden ons voorbij, maar een witte Fiat 500 stopte.  We konden opgevouwen op de achterbank, bij een Hongaars stel die hier ook op vakantie was en ons afzette voor het hotel in Heiligenblut. Het regent hier nu stevig en het dal zit dicht.

woensdag 8 mei 2013

Stockholm, Zweden

"Leuk, naar Stockholm.. Ga je nog wat van de stad zien?", vroeg een collega me maandag. Afgelopen twee dagen had ik een bijeenkomst bij het ECDC, het Europese RIVM. "Nou, dat zit er waarschijnlijk niet in", zei ik. Mijn vlucht was om 9 uur en ik had maandag eerst dus nog een complete werkdag in Den Haag. Om 5 uur was het nog mooi weer en genoot ik nog van een biertje op het Plein. Van Arlanda, het internationale vliegveld van Stockholm, kun je met een snelle trein naar de stad. Met wat vertraging kwam ik daar om half 1 aan en wandelde in een kwartiertje naar het hotel. Met de bus gingen we de volgende ochtend naar ECDC. Terug liepen we. Ook in Zweden was het mooi weer; de terrassen zaten vol. De organisatie had helaas het diner in het hotel geboekt en iedereen zocht al vroeg z'n kamer op. Woensdag hetzelfde ritje met de bus naar ECDC en halverwege de middag gingen we in taxi's –afhankelijk van de vluchten- naar het vliegveld. Het klopte dus dat ik vrijwel niets van de stad zou zien. Maar dit is geen geklaag hoor. Het was ontzettend boeiend om met een kleine internationale club (2 Amerikanen, 2 Engelsen, 1 Duitser, 1 Fin, 1 Belg, 1 Kroaat) samen met 5 ECDC’ers plannen te maken voor de bestrijding van tuberculose in de EU.  En een volgende keer plak ik er wel een dagje aan vast of ga wat vroeger weg. Het is ook wel fijn om weer gewoon in m'n eigen bed te slapen.

donderdag 4 april 2013

Seú in Otrabanda, Willemstad, Curacao

“Na twee of drie dagen ben je wel uitgekeken op het eiland”, zeiden verschillende mensen toen ze hoorden dat we naar Curaçao gingen. Willemstad, de hoofdstad, heb je inderdaad snel gezien. Er zijn maar een paar winkelstraten. Aan de St. Annabaai liggen aan weerszijde de fraaigekleurde historische woningen. Maar er is meer: prachtige baaien, waar je heerlijk kunt snorkelen, zwemmen en zonnen op witte zandstranden. Dat verveelt nooit.
Grote Knip
Je moet ook wat geluk hebben. Zo hoorden we dat er op tweede paasdag een optocht zou zijn in Otrobanda, een wijk in Willemstad. We hadden geen idee of dit een grote of een kleine parade zou zijn. Het was groots... Langs de kilometerslange route waren mensen bezig partytenten op te zetten. Stoeltjes en kooktoestellen werden geïnstalleerd. Wij vonden een schaduwplek naast een winkel, waar mannen domino speelden. Een interessant schouwspel. 
Zij vertelden dat er 43 wagens meereden, maar dat de politie problemen maakte omdat sommige wagens niet (goed)gekeurd waren en/of niet voldoende water bij zich hadden. “Curaçaoënaars houden van wachten want dan kunnen ze alvast feestvieren en drinken”, zei later David een lokale taxichauffeur.
Seú (traditioneel oogstfeestoptocht) in Otrabanda, Willemstad
Na drie uur wachten kwam de eerste wagen, een truck met een band die harde salsabeatmuziek speelde en daarachter een in felle kleuren uitgedoste, dansende en zingende groep mensen. Dat herhaalde zich 42 keer. Volgens de krant deden er 5.000 mensen mee aan de optocht, meer dan 3% van de bevolking... En half Curaçao stond langs de route. Wij genoten en dansten soms mee.





In de vorige blog schreef ik over onze zeeziekte en overgeven onderweg naar klein Curaçao. De krant meldde dat het zondag ‘code geel’ was. Ook de tv had een nieuwsbericht dat cruiseschepen zondag moeite hadden de haven van Willemstad in te komen vanwege het ruwe weer. Het is maar goed dat je dit alles niet van te voren weet.
Ik was ook geïnteresseerd naar de tuberculosesituatie op Curaçao. Volgens de cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) was er maar één tbc-patiënt op Curaçao in 2011 en 5 in 2010. Het tropische winderige zeeklimaat heeft er vast aan bijgedragen dat tuberculose hier nooit een groot volksgezondheidsprobleem is geweest zoals in Nederland. Tijdens een koffieafspraak praatte mijn Curaçaose tbc-bestrijdingscollega me bij. Een beetje over tuberculose, -er was hier vroeger ook een sanatorium-, maar vooral veel over het eiland waar hij z'n hele leven al woont. Ik kende hem via mailcontact over een tbc-patiënt op Bonaire. Het was een aangename kennismaking en ik moest zeker eens terugkomen. Dat doe ik uiteraard graag. 

En tot slot nog een foto van een leguaan die even door onze tuin wandelde.

zondag 31 maart 2013

Klein Curaçao, Curaçao

In de vlag van Curaçao staat een grote en een kleine ster. De kleine ster stelt het kleine Curaçao voor, een onbewoond eiland op 2 uur varen van het grote Curaçao. We hadden deze eerste paasdag een boottrip naar dit eiland geboekt. Ontbijt kregen we op het eiland dus de maag was om 7 uur nog aardig leeg. Toch draaiden onze magen zich behoorlijk om toen de boot de hoge golven van de Caribische Zee trotseerde en hingen we allebei over de reling, te kotsen. We waren lang niet de enige.
Klein Curaçao 
Eenmaal bij het eiland zei de kapitein dat we in het water mochten springen en naar de kant konden zwemmen. De bagage werd in grote waterdichte tonnen geladen en met een motorbootje naar het strand gebracht. 
Met de strakblauwe lucht was het risico groot om te verbranden. Dus vaak insmeren met factor 30 en schaduw zoeken onder de rieten afdakjes. Tenminste, als we niet in een t-shirtje aan het snorkelen waren, want dat is een bijzondere activiteit op dit kleine eiland. Grote scholen vissen zwommen onder ons door en we volgden twee keer een kwartier lang een zeeschildpad. Als de schildpad naar boven kwam, kon je hem bijna aanraken. Fascinerend.
De lunch bestond uit een goed verzorgde barbecue met watermeloen en ananas na. Men had ons verzekerd dat de terugweg - de wind en golven mee - we niet opnieuw zeeziek zouden worden. Dat bleek gelukkig waar. Op de terugweg zwom een school dolfijntjes een tijdje met de boot mee, waardoor we allemaal naar die kant gingen om ze te zien. De boot kwam behoorlijk scheef te liggen, totdat de schipper schreeuwde dat iedereen naar z'n plaats terug moest gaan. 
Het was een bijzondere paasdag, zeker de warmste die we ooit meemaakten. Heel anders dan de paasdag in Nederland, de koudste sinds 1964 en kouder dan de kerstdagen.

Hieronder ook nog een paar foto's die we afgelopen dagen maakten.
Flamingo's bij lagune 'Jan Kok'
De oranje troepiaal.  Hij/zij zingt ons elke ochtend wakker.
Ook in de tuin van ons huisje, het suikerdiefje.

vrijdag 29 maart 2013

Willemstad, Curaçao


Op de sloten lag nog een laagje ijs toen we woensdagmorgen naar het station in Gouda fietsten voor de vroege trein naar Schiphol. Ons vliegtuig zou om 9.45 uur vertrekken, maar ik zag al in de trein dat deze een uur vertraagd was. In het vliegtuig vertelde de purser dat het eerder geplande vliegtuig vanwege ‘technische gebreken’ vervangen moest worden en dat men nu bezig was dit vliegtuig met kerosine te vullen. Dat gebeurde iets te enthousiast, want even later werd omgeroepen dat de kerosine uit een van de vleugels liep en we werden verzocht in de stoelen te blijven zitten, met de stoelriemen los. De brandweer was inmiddels ook geïnformeerd en we zagen wat zwaailichten naast het vliegtuig. Ik bedacht me wat ik zou doen als er brand zou uitbreken, want we zaten behoorlijk opgesloten in de middenrij met een medepassagier aan beide kanten. Gelukkig werden we gerustgesteld dat met dit weer de ontvlambaarheid van kerosine meeviel. Het duurde nog wel 2 uur voordat de plas kerosine vervlogen was, opgedroogd of op andere wijze onschuldig gemaakt. Om 1 uur werd het sein veilig gegeven en mochten we eindelijk vertrekken. Om 6 uur lokale tijd landden we met applaus in Willemstad, in Nederland was het inmiddels 11 uur ’s avonds.

Naast het tijdverschil moeten we ook een temperatuurverschil van 30 graden overbruggen. Geen straf hoor. En we zijn wel wat gewend.
Vandaag eerst boodschappen gedaan. In een Albert Heijn! Bijna alle producten die je in de Nederlandse Appie tegenkomt koopt liggen hier in de schappen. Ook alle AH-merken. De prijzen zijn alleen wat hoger. We aten pistoletjes en paasbrood besmeerd met becel light, en met een kopje DE koffie in de tuin van ons huis. 
Albert Heijn met daarnaast een Hollandse haringkraam!
De informatiefolder van het huis zette de informatie over het eiland nog eens op een rij. Er wonen hier 150.000 mensen. Vroeger was Curaçao een handelsplaats, o.a. van slaven (3500 per jaar werden verhandeld). In 1916 vestigde Shell een olieraffinaderij in Willemstad, wat veel werkgelegenheid verschafte, want verder zijn hier weinig (landbouw)mogelijkheden. De laatste 50 jaar is toerisme een belangrijke inkomstenbron. Niet verwonderlijk, want de gemiddelde temperatuur is 27,8ºC; het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur 4-5 graden en de gemiddelde zeewatertemperatuur is 27,1ºC. We hebben gekozen niet in een vakantieresort aan de kust te gaan zitten, maar zitten in een buitenwijk van Willemstad in een ruime woning met goede voorzieningen. De komende dagen zullen we het eiland verkennen. Dat zal goed te doen zijn want het is maar 61 km lang en 5-14 km breed. Maar vooral lekker zonnen, zwemmen, eten en uitrusten.
Huizen aan de kade van Punda (De Punt), de oudste wijk van Willemstad
Houten pontonbrug (Wilhelminabrug) naar Otrobanda (de andere kant van de Sint Annabaai)
Een gedeelte van de binnenstad van Willemstad staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

vrijdag 19 oktober 2012

Amantea, Italië

Waar in Europa is midden oktober nog een heerlijke najaarszon? Nou, hier op de wreef van de Italiaanse laars, in Calabrië. Vandaag opnieuw een strakblauwe lucht in Amantea, een stadje aan de Tirreense zee. Temperaturen rond de 30 graden. Je kunt het slechter treffen.
Ons appartement ligt op vijf minuten lopen van het strand. Ook het centrum van Amantea is binnen vijf minuten loopafstand en bestaat vooral uit twee winkelstraten: de Via Margherita en de Via Vittorio Emmanuel II. Van daaruit gaan kleine steile trappetjes omhoog naar de oude historische stad, de Centro Storica. Tussen de twee winkelstraten ligt de Piazza Mercato Nuovo. We waren getipt dat zondags hier een boerenmarkt is met lokale producten, volgens het gidsje al sinds 1443. Vooral oudere vrouwen boden hun groenten en fruit aan. Florence kocht een stuk pompoen, vijgen, druiven en een stuk boerenkaas. Ondertussen bewoog ik me tussen de kraampjes en probeerde foto’s te maken van opvallende personen. Het is normaal niet eenvoudig om mensen te fotograferen, maar hier ging dat wel goed. Iedereen was bezig en ik voelde me niet erg aanwezig op de markt met mijn camera. En een sterke telelens helpt natuurlijk ook. Ik draaide zo een half uurtje rond, al kijkend naar producten, daar soms foto’s van makend, maar vooral om mooie plaatjes te schieten van getekende gezichten.
 
 
 
 
 
vijgen
Ik schreef dat het weer mooi is. Dat is het nu. Op zondagavond stortte het water met onweergekletter uit de hemel en vormde een rivier in de Via Margherita. We schuilden een tijdje onder de luifel bij een kledingzaak (winkels zijn hier tot 8 uur open), en werden binnengeroepen. Even later stond er een auto voor de deur. De jongeman van de winkel had zijn oom gebeld. Hij en wij werden naar huis gebracht. Super bello.
Libische parapluverkopers, op elke hoek van de straat (!) in Cosenza.
Italiaans spreken we amper en Italianen spreken ook weinig Engels. Ondanks dat we regelmatig aangeven dat we er helemaal niks van begrijpen, gaan Italianen stug door om een heel verhaal in het Italiaans te houden. Dat geeft interessante conversaties. Zo vroeg ik een man in Cosenza naar het centrum. Hij trok ons met veel gebaren mee over een zebrapad en had het over Chiesa, Dei en Religiosa. Ik maakte daaruit op dat er in het centrum interessante kerken waren, maar Florence begreep dat hoe godgelovig en religieus je ook bent, je maar beter goed kan opletten bij het oversteken….

Tweeëndertig jaar geleden was ik hier ook, in Campora S. Giovanni. Toen met een “Afrika-reis”. Op een nat grasveld draaide de chauffeur de truck vast en hielden we ons hart vast voor de reis door het zand van de Sahara. Ik had nog een foto van het strand van Campora en probeerde nu om het kiekje opnieuw te maken. Niet helemaal dezelfde plek, maar het is wel overduidelijk dezelfde bergketen tussen Campora en Amantea.
Strand bij Campora S. Giovanni, 1980
Strand bij Campora S. Giovanni, 2012
Ciao
 

woensdag 5 september 2012

Mijn roots in de Groninger klei. Van Briltil naar Opende

Het Groningse zit nog steeds in mijn genen, de klei vandaag letterlijk tussen mijn tenen. Veertig jaar geleden verhuisde ik als kind uit het Westerkwartier. Zo nu en dan is het goed om mijn wortelen weer eens te voelen. Deze week had ik daar tijd voor en bivakkeerde in het noorden van het land.
Oude Gemeentehuis Grootegast
Een stukje genealogische speurtocht bracht me naar het stadhuis van Grootegast. Ik werd geïnstalleerd in een kamertje met een computer. Een kan koffie werd op tafel gezet. “De toiletten waren naast de klapdeuren”, zei de medewerkster. Elk uur kwam ze even kijken of ik nog iets nodig had.
Ik zocht wat meer over de ouders van mijn overgrootmoeder Dieuwke Scheeringa. Haar moeder overleed in 1881 in Briltil, twee weken na de bevalling van Dieuwke. Haar vader Timen keerde een maand later met zijn twee dochtertjes terug naar Sebaldeburen. Ze namen intrek bij Timen's moeder, waar nogal wat andere familie woonde. Timen leeft ook niet lang, want hij overlijdt in 1883, 31 jaar oud, waarschijnlijk aan tbc. Dieuwke en haar oudere zusje blijven niet lang bij elkaar. In het register staat dat Dieuwke is ‘overgeboekt op folio 158’ en daar staat dat ze bijgeschreven is bij haar opa en oma van moederskant. Ze blijft daar wonen tot haar trouwen in 1903. Haar 85-jarige oma is getuige bij de bruiloft en verklaart 'niet te kunnen schrijven als hebbende zulks niet geleerd'.
Bevolkingsregister met de onderste drie namen: Timen, Tunniske en  Dieuwke Scheeringa.
(N.B. nummer twee op deze lijst is Willem Scheeringa, overgrootvader van Dirk S)
In het gemeentehuis van Zuidhorn lees ik de data van het kortstondig verblijf van het gezin Scheeringa in het dorp Briltil: op 7 juni 1881 vestigt het gezin zich daar met één kind, op 16 juli wordt Dieuwke geboren, op 31 juli overlijdt moeder en op 3 september vertrekt vader met zijn twee kinderen naar de gemeente Grootegast.
Bij beroep van Timen staat dagloner, maar is doorgestreept en vervangen door tolpachter. De medewerkster van het stadhuis zoekt enthousiast mee naar meer informatie over het beroep tolpachter in Briltil. In het straatnamenboek komen we tegen dat de Brilweg in 1858 volledig met puin werd verhard op kosten van de gemeente. Tot plusminus 1878 werd op deze weg tol geheven. Nou, misschien was dat iets langer. Zij adviseert me om contact op te nemen met de Historische Kring Zuidhorn, wat ik zeker zal doen. In Briltil wandel ik door de paar straten van het gehucht. In het dorpje Noordwijk stop ik nog even bij het graf van Dieuwke Scheeringa. Zij overleed in 1951 op 70-jarige leeftijd.

Hei in Opende
Ik rij door naar Opende en passeer de bloeiende heide. Als kind ben ik hier een keer stiekem geweest met een vriendje die me slangeneieren toonde. Nu grazen er geiten en Schotse Hooglanders. In het 'centrum' van het dorp wandel ik over de Provincialeweg, de doorgaande weg langs de dorpen van het Westerkwartier. Een paar grote eiken bij mijn geboortehuis zijn neergehaald. Het is een kale aanblik. 
Mijn geboortehuis in Opende
Tegenover het huis gaat een paadje naar een geheel nieuwe wijk. Vroeger kon je hier 's winters schaatsen op een ondergelopen weiland. Ik maak een ommetje om de dorpskern en wandel over straten met mooie namen als Topweer en Poelbuurt. Het is hier aangenaam stil; de natuur en huizen nog redelijk onveranderd. De avondlucht is mooi en ik volg het bordje ‘Blôde Fuottenpaad’ naar de Kaleweg. Als kind heb ik hier vaak gevist en op tweede paasdag zochten we kievitseieren in weilanden achter de vaart. Ik heb maar één een visje gevangen, het eerste kievitsei nooit.
Het leek me eerst wat overdreven om op blote voeten de route te lopen maar bij een doolhof met modderpaden was het niet overbodig dat ik ook een korte broek aan had. Ik gleed tot mijn knieën in de moddergeulen, mijn onderbenen pikzwart. In de sloot naast me hoorde ik moeder- en vadergans blazen, die daar met hun drie jonkies zwommen. Aan de overkant van het weiland dronken twee reeën bij de petgaten. De tijd leek verstild, want dit beeld had ik 40 jaar geleden ook gezien. Het was een bijzondere zomeravond met de laagstaande zon en de stilte om me heen.