donderdag 29 augustus 2019

Unu n’e tek‘ no wan kans

De KLM kon dit keer goed landen op het vliegveld Zanderij in Suriname. Een dag eerder moest het vliegtuig nog een uur in de lucht blijven cirkelen vanwege hevige regen- en onweersbuien, voordat het kon landen. Het weer is hier ook van slag. De grote regentijd zou al lang voorbij moeten zijn, maar wij zullen de eerste dagen ook nog een paar flinke tropische regenbuien krijgen.
Als 60-jarige privileges: in de rij met de vip's, diplomaten en vliegtuigcrew.
Passende zitplaatsen!
Voor mij is het een beetje thuiskomen, al weer de zesde keer in Suriname. Nu op vakantie. Het warme klimaat doet me altijd goed. Bij de ingang staat een beambte formuliertjes uit te delen. Dat is nieuw. In het vliegtuig had de stewardess al de immigratiekaarten uitgedeeld en die hadden we netjes ingevuld. “Waar is dat voor?”, vraag ik. “Dat is voor Uw veiligheid”, krijg ik als antwoord en als ik nog een vraag stel, zegt ze: “Jij gaat het lezen”. Op het formuliertje staan nog meer vragen over ons verblijfadres en telefoonnummers waar we te bereiken zijn. De Surinaams-Nederlandse dame voor ons maakt veel misbaar bij het loket en weigert het formulier in te vullen, maar ontkomt er niet aan om dat uiteindelijk ook te doen.
De volgende dag lezen we in de krant de reden. Er zat een Chinese passagier in het vliegtuig die uit Congo kwam, het land waar nu een ebolaepidemie heerst. En hoewel hij meer dan 1500 kilometer van het ziektegebied kwam - Congo is een groot land - gingen hier de alarmbellen af. De Surinaamse minister van Volksgezondheid zegt in de krant "De man praat alleen Chinees en unu n’e tek‘ no wan kans". We nemen geen enkel risico!
De volgende dag staat er een vervolg op de voorpagina van De Ware Tijd. Nu is ook het veiligheidsapparaat geïnteresseerd in de ‘handel en wandel’ van de passagier, want hij blijkt met meerdere paspoorten te reizen en wil niet vertellen wat hij in Suriname komt doen. Hij wordt momenteel ‘flink aan de tand gevoeld’ schrijft de krant. De volgende dag is er nog een redactioneel gewijd aan de zwijgende Chinees die op doorreis was naar Brazilië. De krant vraagt zich af waarom andere landen geen alarm hebben geslagen. Hoe het met de Chinees is afgelopen weten we niet, want daags erop gingen wij diep het binnenland in. Onvindbaar voor de autoriteiten. De Chinees zal geen ebola hebben gehad, want dan hadden we het via het wereldnieuws ongetwijfeld wel gehoord.
  
Cartoon in de Times of Suriname: "Ik? Ziek dit land bezoeken? No man!! Doktoren, verpleegsters en ziekenhuizen staken! Dus alleen als je kerngezond bent, kom je dan naar Suriname."
De plaats Atjoni is genoemd naar de Chinees A Tong die bij de rivier een supermarkt bouwde.
Wachtende korjalen bij Atjoni
Het binnenland is een enorme aanrader. Na drie uur reizen kom je vanuit Paramaribo in Atjoni, waar de weg letterlijk ophoudt bij de Boven-Surinamerivier. De stadse busjes komen zo rond de middag aan en 1-2 uur later vertrekken de korjalen stroomopwaarts. Ieder dorp heeft z’n eigen korjaal, allemaal voorzien van een Yamaha-buitenboordmotor. Wij gaan met ‘Lauwtje’ (Love Boat) naar Pikin Slee, een tocht van twee uur door het Amazoneregenwoud. Langs de oevers de dorpjes met badende mensen, spelende kinderen en vrouwen die de (af)was doen. De rivier is een paar honderd meter breed. Het water staat hoog zo aan het eind van de regentijd. Een paar keer moeten we door stroomversnellingen (sula’s) en klotst het water gevaarlijk tegen de boot, maar de bootsman weet de korjaal daar behendig doorheen te manoeuvreren.
In de korjaal op de Surinamerivier
In Gunzi (Tei Wei) is ook een mooie overnachtingsplek en gaan we met Kwame het 'bos' in. Bij het kampvuur vertelt hij hoe slaven uit het gebied rondom de Saramaccarivier (bij Groningen) wegliepen, diep de jungle in, om daar vrij te leven. Van de indianen (nu inheemse bevolking) leerden ze hoe te overleven in het bos. In Suriname wordt deze groep gevluchte slaven de marrons genoemd, ook wel boslandcreolen. Ze hebben hun eigen taal: het Saramakaans, een combinatie van Spaans, Portugees, Engels, Nederlands en Afrikaans. Er is geen r in die taal, dus spreekt men zelf van Saamáka.  
Veel dieren hebben we tijdens onze overnachting in de jungle niet gezien. Twee toekans fluiten hoog in de boom naar elkaar; ze zijn zelf onzichtbaar. Dat geldt ook voor de bospolitie vogel. Wie dat geluid eens wil horen kan dit filmpje beluisteren: https://www.youtube.com/watch?v=XXQiJUURe7Q 's Nachts zien we de oogjes van de kaaimannen in de kreek oplichten; de kreek waar in de middag nog in gezwommen hadden... In de ochtend wakkert Kwame het smeulend kampvuurtje weer aan om een kopje thee te zetten en dan breken we ons kampement op en zetten onze reis voort. 
Tot slot: De mooiste straatnaam van Paramaribo is de Nieuw Weergevondenweg, dichtbij het vliegveld Zorg en Hoop. Daar nemen we maandag een binnenlandse vlucht naar Palumeu, nog dieper het Amazonewoud in naar een gebied waar de inheemse bevolking woont.
Middagdutje
Welke roofvogel is dit?



zondag 7 juli 2019

Een eclectische signatuur in het Westfriese landschap

  
De datum stond al twee jaar vast: 29 juni 2019. De locatie het laatste half jaar ook: Kasteel Radboud te Medemblik. En ook wat er zou gebeuren: een boek uitbrengen ter gelegenheid van de tweehonderdste geboortedag van A.T. van Wijngaarden, de betovergrootvader, die stadsarchitect werd en waar ik eerder over schreef. Maar het boek moest nog wèl geschreven, opgemaakt en gedrukt worden. En dat is gelukt! Twee dagen voor de boekpresentatie leverde de drukker twee pellets boeken af, in totaal 500 kg, een halve ton boeken! Het boek weegt 1 kg en bevat 160 pagina’s. Veel meer pagina’s dan gepland, maar daar was ook alle reden toe. Er waren maar liefst 57 gebouwen van de hand van de architect, die allemaal een plaatsje in het boek hebben gekregen. En van alle panden is ook een plaatje. De laatste ontbrekende foto betrof de oude pastorie in Wieringerwaard. Dat was lang een interessante puzzel, want we werden steeds verwezen naar een atypisch Van Wijngaarden-huis als we naar de oude pastorie vroegen. Totdat duidelijk werd dat dit inderdaad de oude pastorie was, maar niet het huis dat Van Wijngaarden had gebouwd. De pastorie die hij had ontworpen, moest in 1908 al wijken voor een trambaan. Een foto leek lastig, totdat ik een mail kreeg dat een oudere inwoner nog een kiekje had in een fotoalbum. Met de iPhone een foto maken en per e-mail opsturen lukte niet, want hij had nog nooit met computers gewerkt. Ik mocht wel langskomen en op mijn vraag waar ik moest zijn, was het antwoord: “in het zorgcentrum”. Bij binnenkomst lagen de fotoalbums al op tafel en zo werd ook het laatste beeld aangevuld. Het is een van de vele verhalen die deze zoektocht zo mooi maakte, met veel verrassende ontmoetingen.
De wethouder van de gemeente Medemblik nam zaterdag 29 juni het eerste exemplaar in ontvangst en schreef maandag dat hij in het overleg met ambtenaren direct het boek onder de aandacht had gebracht. Zijn idee van een A.T. van Wijngaarden-fietsroute werd enthousiast ontvangen. Dat zou een leuk vervolg zijn. En zo zijn er nog meer. Er is een kleine expositie in het gemeentehuis in Wognum en binnenkort verschijnt er een artikel in het Noord-Hollands Dagblad. Ik mag ook nog een paar keer opdraven voor presentaties, onder andere tijdens de Open Monumentendag. Allemaal ook met het doel om het boek te verkopen, want om uit de kosten te raken, moet ik er totaal wel 400 verkopen. De eerste honderd zijn in ieder geval verkocht. Iedereen is dus welkom om onze garage wat leger te maken.
Volle Radboudzaal
Boeken verkoop
Een uur lang boeken signeren
Zie ook: www.atvanwijngaarden.nl

zondag 10 maart 2019

Er gaat niets boven Groningen

Dat vonden de ‘boeren’ niet toen zij zich in 1845 in het Surinaamse Groningen settelden, in het moeras van de Saramaccarivier. Binnen een half jaar overleed de helft van de 200 mensen die vooral uit Gelderland en Overijssel kwamen. Gevlucht voor de armoede, die toen volop heerste in Nederland, zocht men een nieuwe toekomst in Suriname. De slavernij stond op het punt om afgeschaft te worden, dus arbeidskrachten waren nodig op de plantages en om de landbouw te ontwikkelen. Maar niet iedereen overleed. De overlevenden heten ‘Boeroe’ (=boer).
Benzinestation Groningen
Ik ben weer in Suriname voor de ondersteuning van het tbc-programma. Dit keer twee weken, met een weekend. Tijd dus om Paramaribo uit te gaan. Het plaatsje Groningen maakte me nieuwsgierig. Het ligt op een uurtje rijden van Paramaribo. Ik logeerde in een mooie lodge aan de Saramaccarivier die door de eigenaars tot Bloemendaal was omgedoopt. Genoeg vermaak voor een paar dagen: met een bootje over de rivier, kapucijnaapjes spotten die langs de rivier struinen, een stukje fietsen en schrijven aan het boek over AT van Wijngaarden.
Resort Bloemendaal in Groningen
Paramaribo en Suriname begint vertrouwd te worden. Ook deze keer logeerde ik weer aan de Wagenwegstraat, een typisch Suri wit houten huis. De weg naar mijn ‘werk’ aan de Rode Kruislaan ken ik ook al goed. Ik heb een vast eettentje aan de Waterkant met uitzicht over de Surinamerivier waar het ’s avonds goed toeven is met een licht briesje. Want warm is het. Overdag 30 graden, ‘s nachts 24 graden. Het kantoor waar ik het meeste werk doe heeft airco, mijn slaapkamer ook.
De vrienden van Bouterse
Het plan is om een volgende keer echt vakantie in Suriname te houden. En dan uiteraard ook het ‘bos’ in zoals mijn taxichauffeur Franky en veel Surinamers het binnenland noemen. Het oerwoud wordt helaas in rap tempo gekapt. De president verkoopt het hout aan de Chinezen. “‘Bouta’ heeft geld nodig om volgend jaar herkozen te worden”, zeggen de mensen hier. Het is jammer om te zien dat een land met zoveel potentie, stagneert en ook afglijdt. Economisch gaat het slecht in Suriname. Wat de tbc betreft, hoop ik de komende jaren mijn steentje bij te dragen aan een betere gezondheid van de bevolking. We hebben een samenwerkingsovereenkomst opgesteld voor de komende 5 jaar.
Noodlanding op de Azoren
“Cabin crew prepare for landing”, roept de piloot vanuit de cockpit. Ik was net aan het indommelen. Het is 1 uur Suriname tijd en kunnen nog niet in Nederland zijn. Er klopt dus iets niet. Daarna komt de mededeling dat een passagier in de business class onwel is geworden en we een tussenlanding gaan maken op de Azoren. De passagier wordt van boord gehaald. Wij mogen tijdens het bijtanken niet in het vliegtuig blijven. Midden in de nacht worden bussen aangereden. De Boeing 747 is een groot vliegtuig, met ruim 400 mensen, dus het duurt wel even voordat iedereen naar de hal is gebracht, waar het mannentoilet ‘spontaan’ wordt omgebouwd tot een rookruimte. Maar na drie uren oponthoud, nu (om 11 uur) toch in Schiphol. Van slapen is het niet meer gekomen.
Voetbalstadion Groningen
Derby van Jong Groningen tegen de buren (Calcutta)
Loket (10 SRD = 1,20 euro)
De verrichtingen van Ajax worden in Suriname ook op de voet gevolgd



vrijdag 1 februari 2019

Sponsors gevraagd


Ik val maar gelijk met de deur in huis, want ik ben op zoek naar sponsors voor het boek over de betovergrootvader van Florence. In de blogs heb ik al een paar keer over deze interessante voorouder verteld en over onze zoektocht. Het heeft mijn leven de afgelopen anderhalf jaar redelijk beheerst en dat zal de komende zes maanden ook zo zijn. Want we gaan een boek over het leven en vooral het werk van de A.T. van Wijngaarden, de Stads Architect van Medemblik, uitgeven. De datum dat we het boek gaan presenteren staat al vast: 29 juni 2019 in Kasteel Radboud in Medemblik. Het is dan precies 200 jaar geleden dat deze Arnoldus Teunis van Wijngaarden in Papendrecht werd geboren.
Meer informatie over het boek is te vinden op de webpagina www.atvanwijngaarden.nl. Daar zijn ook een aantal links te vinden. Eentje naar de brochure met meer informatie over het boek, de sponsoring/crowdfunding en vroeginschrijving. Verder ook een link naar een artikel over dit project dat in augustus in het Noord-Hollands Dagblad verscheen. Op Wikipedia houden we een lijst van gebouwen bij die van zijn hand zijn (https://nl.wikipedia.org/wiki/Arnoldus_Teunis_van_Wijngaarden). Vandaag is er weer één bijgekomen.
Elke steun voor het boek is welkom!

Frosted rain

Palace of Parliament, het voormalige paleis van dictator Ceaucescu, nu 6 maanden gesloten voor publiek omdat buitenlandse gasten voorrang krijgen nu Roemenie voorzitter is van de Europese Unie
Zondag arriveerde ik in Roemenië. De bomen waren bedekt met een dikke laag ijs. In het Roemeens is ijzel ‘ploaie înghețată’, wat vertaald werd in ‘frosted rain’ of ‘frozen rain’ (ploaie = regen en înghețată = ijs). Toen ik later die woorden gebruikte in een gesprek met Engelsen keken ze me enigszins verbaasd aan. In het Engels is ijzel ‘sleet’, maar ik moet zeggen dat ‘frosted rain’ (berijpte regen) of ‘frozen rain’ (bevroren regen) veel idyllischer klinkt.
Normaal ga ik altijd met een taxi naar het longziekenhuis, maar het verkeer zat maandagochtend flink vast. Ik wilde het winters landschap ook wel eens intensief ervaren en wandelde door de parken naar het instituut. Een mooie wandeling van ruim een uur. De paden waren nog glibberig door opgevroren sneeuwresten en ijzel. Dikke ijzel lag ook op de elektriciteitskabels. Met de lichte dooi viel het ijs soms naar beneden. Zaterdag had men het tramverkeer stilgelegd vanwege elektrocutiegevaar.  Ik bedacht me onderweg dat ik door een uitglijder hier zo een botbreuk kon oplopen. Zo langzamerhand behoor ik tot de leeftijdsgroep met een verhoogd risico. En zat niet te wachten op een medische behandeling in een Roemeens ziekenhuis. Gelukkig bereikte ik veilig het longziekenhuis. 
Het is al de achtste keer dat ik voor een Europees project in Roemenië kom. Boekarest begint vertrouwd te worden. Ik sliep laatst in dezelfde hotelkamer. Het felgroene neonlicht van het exit-bord in de kamer dekte ik gelijk maar af met m’n T-shirt, om niet ’s nachts wakker te worden. Het is ook wel fijn om de buurt een beetje te kennen. Dit keer at ik met een Engelse collega in dezelfde pizzeria en uiteraard gingen we naar dezelfde Craft Beer bar. Veel geklets natuurlijk over de brexit. Deze Engelsen hebben hun buik er wel een beetje vol van. Het Europese paspoort moet binnenkort ingewisseld wordt voor een blauw Brits paspoort. De aanbesteding is gewonnen door een Frans bedrijf
De E-DETECT TB Rontgenbus
Met alle aanloopproblemen gaat nu redelijk met het Roemeense ‘bus’ project. Vandaag verscheen er echter een ‘error’ bij het aanmaken van een röntgenfoto. Een paar telefoontjes naar Nederland hebben het probleem nog niet opgelost. Volgende week gaat men er verder mee. De röntgenbus stond dit keer bij ARAS, de Roemeense anti-AIDS organisatie die zich inzet voor drugsverslaafden. Ik ben al eens eerder met hen naar een spuitomruilplek geweest, door hen zelf het getto genoemd. Het was inderdaad heftig om vaak nog jonge mensen zo te zien, helemaal op het verkeerde spoor. Soms al zeer jong, kinderen nog van 15-16 jaar, die aan middelen verslaafd zijn.
Prachtig plafond in de conferentiehal, in het Hilton hotel in Bucharest

HepHIV2019 conferentie in Bucharest
Tuberculose, hiv en hepatitis zijn ziektes die bij hen veel voorkomen, allemaal gerelateerd aan het drugsgebruik. Via vieze spuiten krijg je hiv, hepatitis B en C. Door de hiv ben je verhoogd vatbaar voor tuberculose. Meer dan 80% van de tbc-patiënten die drugs gebruiken in Roemenië is ook met hiv geïnfecteerd; een kwart van hen overlijdt zelfs tijdens de tbc-behandeling. Allemaal redenen om, zoals ik tijdens het congres vertelde, de medische diensten naar deze mensen te brengen (outreach services). Er is namelijk een grote drempel voor deze groep om met klachten naar de dokter te gaan. En dat betekent dat mensen vaak al heel ziek zijn als ze wel gaan en hebben dan ook al veel anderen besmet met de tbc-bacterie. Er is nog veel werk te doen in dit land!

dinsdag 20 november 2018

Roemenië en digitale ontwikkelingen

Op Schiphol lopen tegenwoordig zwaarbewapende militairen rond. Je kent ze vast wel: met een kogelvrij vest en een mitrailleur scheef voor de borst. Maar niet eerder zag ik ze met een ah-tasje. Een van de twee militairen rekende een paar roomboterappelflappen bij de zelfscanautomaten af. Ze zijn deze week in de aanbieding. De ander stond buiten met een plastic ah-tas. Het pakketje werd erin gefrommeld. Nooit bij stilgestaan, dat deze mensen ook eten moeten scoren, net zoals ik. Ik was wel wat hongerig na mijn vertraagde vlucht uit Boekarest met TAROM. De Roemeense maatschappij serveerde alleen pasta met een klein beetje tomatensaus. De koffie was niet veel beter: een bekertje heet water, waar je zelf het zakje oploskoffie in moest doen. Maar geen geklaag hoor. Ik neem het altijd zoals het is. Van m’n moeder geleerd!
Het samenkomen van de drie nieuwe tijdsverschijnselen was wel een grappig gezicht. Ik ben blij met de ah-to-go’s die op elk groot station staan. Beter een krentenbol en half litertje melk dan een lauwe, slappe kroket uit de snackbarautomaat. Nederlands geld heb ik al helemaal niet meer bij me. Alleen een telefoon met trein- en bankpasjes. En die militairen. Ach, ook dat went.
Roemenië is een vaste bestemming geworden. Dit was mijn derde bezoek van het jaar. In januari staat de volgende trip al weer gepland. Na veel bureaucratische rompslomp, en met meer dan een jaar vertraging, zijn we zover. We hebben na een complexe Europese aanbesteding een vrachtauto (in het Roemeens: ‘caravan’) laten bouwen. In de truck is een digitaal röntgenapparaat geplaatst, met software (van Nederlandse makelij) die de foto’s op afwijkingen scant. En er staat ook een modern lab-apparaat in, die (het DNA van) de tbc-bacterie kan aantonen. De diagnose tuberculose kan zo in twee uur tijd worden gesteld, zonder dat er een arts of verpleegkundige aan te pas komt. Het Europese project waar dit onderdeel van is, heet dan ook E-DETECT TB. Met de E van ‘early’. De foto’s worden geüpload naar de Cloud en kunnen door de tuberculoseartsen in Roemenië real-time bekeken worden. En als het nodig is, kan ik vanuit Nederland de foto’s ook bekijken. Uiteraard wel anoniem vanwege de Europese privacywetgeving. Morgen heb ik een Skypegesprek met een Roemeense collega’s om een paar foto’s (en patiënten) te bespreken. Onvoorstelbaar wat de technologie aan mogelijkheden heeft gebracht!
We zijn al een paar maanden aan de slag, maar nu was het tijd voor een feestje. De gebeurtenis zou eerst bij het parlement plaatsvinden, maar vanwege de eerste sneeuw werd uitgeweken naar een hotel. De ‘caravan’ stond op de binnenplaats. In het hotel vonden ook de toespraakjes plaats, waarna de minister van volksgezondheid de officiële opening verrichtte. Deze ‘politieke betrokkenheid’ is heel belangrijk voor de tuberculosebestrijding. En dat geldt ook voor media-aandacht. Ook dat hadden onze Roemeense collega’s goed georganiseerd. De opening haalde het achtuurjournaal van de Roemeense televisie. 
M’n Engelse collega twitterde er ook aardig op los. Voor zo’n gelegenheid heel nuttig, hoewel ik verder nog weinig nut van twitter heb gezien. Maar er komt vast binnenkort weer iets nieuws. Meegaan in deze digitale revolutie is wel het credo!
De minister van volksgezondheid omringd door de media
Tweets van m'n Engelse collega



vrijdag 12 oktober 2018

Stupid

De taxicentrale in Roemenië werkt fantastisch. Je drukt op een knopje van een automaat op het vliegveld of in het hotel en een bonnetje komt eruit met het nummer van de taxi en het aantal minuten wachttijd. Meestal niet meer dan 3 of 5 minuten. Het Marius Nasta longziekenhuis had nu voor mij een taxi besteld via een app en binnen een paar minuten stond de taxi al op de binnenplaats. De stevige chauffeur, onderuit gezakt in z’n stoel, wees me naar de achterbank. De zender met klassieke muziek stond aan. “Hij luisterde altijd naar klassiek en zong soms in een kerkkoor”, vertelde hij. Het leek een rustige rit te worden. We draaiden de weg op. De personenauto voor ons, een thuisbezorger van wraps, reed niet binnen een paar seconden door, en mijn chauffeur begon te verzitten, mopperen en toeteren. “Stupid”, zei hij. Ik vertelde dat we in Nederland vooral fietsers en brommers hebben die de thuisbezorging doen. Een paar weken geleden reed een Domino Pizzakoerier nog tegen mijn auto in Enkhuizen. Er was geen schade. De 15-jarige scholier was met zijn hoofd ergens anders en stond nog na te trillen van de schrik. Mijn chauffeur was ondertussen alweer aan het toeteren omdat de auto voor hem het drukke kruispunt niet overstak. En toen dat wel gebeurde, wurmde hij zich er ook tussendoor en zette voor een paar honderd meter een spurt in, om vervolgens bij de verkeerslichten aan te sluiten in de rij wachtenden. “Everybody is stupid, the government is stupid, everybody is stupid”. Binnen no time klagen axichauffeurs over de government, een populair gespreksonderwerp. “68% van de Roemenen zijn stupid, hoeveel is dat in mijn land?”, vroeg hij. “Dat hangt er vanaf wat je definitie van stupid is”, zei ik. Hij draaide zich even om en keek me met een verbaasde blik aan. “Stupid is stupid”, zei hij. “Minder dan 1% van de Nederlanders”, probeerde ik maar. Nee dat kon niet zo laag zijn, 20% is al laag. “Nee”, zei ik, “misschien 2%, meer niet”. Hij geloofde me niet. Ik was een ‘patriot’. Geïrriteerd stond hij nu al een minuut in een rijtje te wachten omdat een auto linksaf wilde slaan en op het tegenliggende verkeer moest wachten. Hij rukte aan z’n stuur, naar rechts, en duwde z’n auto voor de andere in de baan naast ons. “Stupid, stupid!” zei hij. De grote BMW naast ons had het raampje open en er kwam harde muziek uit. “Gipsy, zei hij, “stupid”. Nee, in Nederland moesten we toch veel meer stupid mensen hebben vanwege de ‘ausländer’, de buitenlanders. “Dat kan", zei ik "misschien uit Roemenië”. “Yes, we export gipsy’s. All over the world”. Volgens hem zijn de ‘zigeuners’ ooit als slaven vanuit India naar Roemenië gehaald. Het zou kunnen. Ik doe maar geen fact check. We stonden inmiddels voor het hotel. De meter gaf nog net geen 15 lei aan. Drie euro voor een amusante rit van 6 km door Boekarest. Vergeten te vragen of hij bij de 68% stupid Roemenen behoort.