vrijdag 17 april 1998

8. Tito Road en Saddam Hussein Boulevard

Mijn tijd in Zambia begint er al bijna op te zitten. Nog ruim drie weken en ik moet het hier afsluiten. Of mijn missie succesvol geweest is, weet ik niet. Het is in ieder geval niet gemakkelijk geweest. Vooral het gebrek aan een counterpart, maakt het lastig om dingen te bespreken, samen te doen. Via de WHO is nu geadverteerd voor een nationale surveillance officer, maar het is nog de vraag of die voor het eind van mijn contract kan beginnen. Ook de personen die al geselecteerd waren om met mij te werken, konden niet beginnen. Het Central Board of Health wacht nog steeds op een nieuwe directeur-generaal (ook al geselecteerd) die de nieuwe posities moet bekrachtigen. Daarnaast zijn er ook financiële problemen, die het onwaarschijnlijk maken dat deze mensen komen. De nieuwe minister heeft vorige maand bovendien een ban op nieuwe posities gelegd en heeft de benoeming van de nieuwe DG vooralsnog tegengehouden. Je ziet een heel wirwar, waar je niet snel wijs uit wordt.
Ik probeer mijn verblijf zo aangenaam mogelijk te maken en vertrek zondag naar het noordwesten van Zambia, naar de Angola-Congo hoek. In 1995 heeft men hier polio vast kunnen stellen bij een aantal patiënten die uit Zaïre/Congo kwamen. Beide landen hebben nog steeds 'wild polio', dus als polio opnieuw in Zambia wordt geïntroduceerd dan komt het waarschijnlijk uit deze hoek. Het is een regio die ik nog nooit heb bezocht, dus een andere goede reden om daar naartoe te gaan. Daarnaast probeer ik na de koninginnedag, en de jaarlijkse artsenvergadering, naar het noorden te gaan en een weekend in Chilonga te zijn.
Veranderingen in Zambia zijn moeilijk te beschrijven. Wel is er duidelijk een vrijemarkteconomie en kun je niks meer gratis of gesubsidieerd krijgen. Millie meal, transport, gezondheidszorg is allemaal duur geworden. Of het betaalbaar is voor grote groepen van de bevolking is nog maar de vraag. Wat niet veranderd is, zijn de bijzondere straatnamen die nog herinneren aan de vrienden van Kaunda en Zambia. In Kitwe stond het hotel aan de Obote Street, een vroegere president van Uganda. Ons kantoor is aan de Haile Selassie Avenue, dicht bij de Addis Ababa Drive. Deze laatste keizer van Ethiopië was volgens mij ook niet zo fris. Verder is Tito vereeuwigd in de Tito Road. En wat dacht je van de Saddam Hussein Boulevard. Ik kan me niet voorstellen dat in Europa nog een straat of steegje naar deze man vernoemd is. De banden met Saddam Hussein moeten wel heel sterk geweest zijn om al zo vroeg een straat naar hem te noemen (was ook al zo in 1989). Waarschijnlijk heeft hij wel wat oliegeld het land gestuurd. Er gaan trouwens nog steeds geruchten over de banden tussen Kaunda en Saddam Hussein. Een onwettige zoon van Kaunda, zit in Isoka in de gevangenis, omdat hij illegaal het land was binnengekomen vanuit Malawi. Het verhaal gaat dat hij op bezoek wilde bij zijn 'vader' om een brief en handtekening te halen, met een verklaring dat zijn aanzienlijke Malawiaanse bankrekening ten gevolge van een donatie van Saddam Hussein aan KK was. De krant twijfelde zelf ook aan het verhaal. De man zou KK nog nooit gezien hebben. Een mooi verhaal in ieder geval. 
Kaunda is trouwens nog steeds onder huisarrest vanwege een vermeende betrokkenheid bij een coup-poging vorig jaar. Aanvankelijk zat hij een tijdje in de gevangenis, maar onder politieke druk heeft men hem daar uitgehaald en onder huisarrest gezet. Zijn huis is tot 'prison' verklaard en nu heeft de eigenaar van het huis daartegen bezwaar gemaakt. Deze landlord is samen met zijn advocaten een rechtszaak begonnen tegen het feit dat zijn huis plotseling tot staatsgevangenis is verklaard. Mocht hij gelijk krijgen dan moet Kaunda terug naar het gevang. Je ziet hoe het politieke getouwtrek zich hier voortzet, vooral in de media.
Geen éénpartijbier meer in Zambia

vrijdag 10 april 1998

7. Fataal bezoek aan het health centre!

De afgelopen dagen heb ik in de Copperbelt doorgebracht. Een fascinerende naam, te vertalen met de Kopergordel. Kitwe, Luanshya, Ndola, Chingola zijn allemaal steden die in de jaren zestig en zeventig belangrijke mijnsteden waren. De mijnen zijn ook hier aan hun eind. Deze week is men bezig geweest om de grootste (ZCCM) te verkopen aan een consortium, wat uiteindelijk niet is doorgegaan. Wel een beetje vergelijkbaar met Fokker. De mijnen zijn niet rendabel, koper doet het niet meer op de wereldmarkt en degene die dit koopt kan misschien over een paar jaar de boel dicht gooien. Geen leuk vooruitzicht. Daar staat tegenover dat het een van de belangrijkste nationale bedrijven is en je het ook weer niet zo maar van de hand wil doen (nationale trots).

Mijn missie naar de Copperbelt was een andere. In deze streek heeft men weinig gevallen van kinderverlamming gerapporteerd, en ook al zou er geen polio meer zijn, dan zou men toch een aantal gevallen van kinderverlamming moeten zien. Zondag zat ik in het vliegtuig naar Ndola. Ik had de WHO gevraagd om een auto, maar dat lukte niet. Mijn baas suggereerde om maar te vliegen. Een vluchtje van slechts 35 minuten en je bent een paar honderd kilometer verder. Ik had met Karin en René, die ik nog uit Nederland kende, afgesproken, en zij stonden met hun twee kinderen me op te wachten op het vliegveld. Een grappig klein vliegveldje. Na het uitstappen, loop je nog een klein stukje naar een hangar, pakt je tas van een wagentje en loopt langs een balie. Het huisje had nog het meeste weg van een schuurtje en was niet groter dan de helft van onze woonkamer. Geen gedoe met douane, en zo op zo’n binnenlandse vlucht. Vanuit Ndola gingen we naar Ibenga waar Karin en René nu al vijf jaar wonen en werken. Ooit hebben Florence en ik in hetzelfde huis overnacht, zo’n 8 jaar geleden, toen daar twee SNV-ers woonden. Het was wel een leuk weerzien. Ibenga heeft ook van alles: paters, nonnen, een missie meisjesschool en het missieziekenhuis. Ik ben er twee nachten geweest en heb hier en daar wat kunnen praten over mijn missie.
Community Based Rehabilitation project van Karin (fysiotherapeut in Ibenga)
Dinsdag en woensdag bezocht ik de twee grote ziekenhuizen in Ndola en Kitwe. Allebei met zo’n 600 bedden. In Ndola is een speciaal kinderziekenhuis. Bedoeling van mijn missie was vooral om de kinderartsen te bewegen (hier heet dat 'sensitiseren') om verdachte gevallen van kinderverlamming te rapporteren ook al weten ze dat het niet ten gevolge van polio is. Als we deze zien en onderzoeken, is de kans klein dat, mocht er zich polio voordoen, dat polio gemist wordt. Een aardig voorbeeld gaf een fysiotherapeut in Kitwe. Drie jaar geleden waren er 6 gevallen van polio in Kitwe, ’a pure picture’ volgens haar, maar omdat de kinderartsen niet zeker waren, is het gerapporteerd als ’neuropathy’. Het systeem is nu gemakkelijker om verdachte polio gevallen te rapporteren. Drie jaar geleden waren de laatste 7 bewezen polio gevallen, vooral in Lusaka. Met deze 6 gevallen, plus nog één die ik in Livingstone in de boeken tegen kwam, komen we al op 14 polio gevallen, wat duidelijk laat zien dat er onderrapportage is, als polio zich voordoet.

In de ziekenhuizen werd ik overal erg hartelijk ontvangen. Het feit dat je via de WHO en Central Board of Health, Lusaka komt, opent vele deuren. De matrons, ziekenhuisdirecteuren en districtsartsen maken gelijk tijd voor je, geven je de gelegenheid om overal rond te kijken en met iedereen te praten met wie je maar wilt. Soms komt het zelfs een beetje intimiderend over als je vertelt dat je via WHO-CBoH bent. In Ibenga sprak ik al een tijdje met een verpleegkundige. Toen hij hoorde dat ik van de WHO was, sprong hij gelijk van zijn stoel en verontschuldigde zich. Ik ben maar blijven staan. In een paar districten werd gelijk het districtsteam bij elkaar of zelfs teruggeroepen om me te woord te staan.
In Kitwe heb ik met een kinderarts geregeld dat begin mei er een bijeenkomst in de Copperbelt wordt gehouden van de kinderartsen-vereniging gehouden en we over polio praten. Ik moet de WHO nog bereid zien te vinden om een paar dingen te financieren. Begin mei ga ik dan voor een paar dagen terug naar Kitwe.
Workshop in mei 1998


Op de terugweg deed ik Kapiri Mposhi aan. Ik ging ’s ochtends al vroeg met een minibusje uit Kitwe en was om 9 uur in K/Mposhi. De reden om hier te stoppen was dat men twee gevallen van AFP (verdachte polio) in 1997 rapporteerde. Niemand had daar enige aktie op ondernomen. In het ziekenhuisje kon men zich het kind nog goed herinneren. Het andere kind was in een kliniekje gezien. Men zou de follow-up doen. Het districtsteam stond net op het punt om naar een dorpje en een kliniek te gaan waar een mazelenepidemie heerste. Elke week zag de kliniek ongeveer 5 gevallen, maar de laatste twee maanden was het omhoog geschoten naar zo’n 30 per week. Er waren al verschillende kinderen overleden. Nu was er ook iemand uit het dorp komen vertellen dat 4 kinderen overleden waren en men had besloten om eens te gaan kijken. Ik vroeg of het bezwaarlijk was als ik mee ging. Mazelen valt ook onder het surveillanceprogramma waar ik mee bezig ben, dus was het een goede gelegenheid om eens in het veld te kijken. Dit is natuurlijk het meest boeiende van het werk. 
Schooltje in Kabonga
Interieur van de school: stenen en planken
Een oude bekende
Na een uur rijden kwamen we in het dorpje Kabonga aan, waar vorig jaar een school was geopend. De ouders hadden de school opgezet. Het ’schooltje’ was opgetrokken uit moddersteen, had een rieten dak, met alleen een paar stenen en planken als schoolbanken. De school had zo’n 200 leerlingen verdeeld over klassen 1 t/m 4. Kinderen van 5 tot 14 jaar zaten op de school. Het was vakantietijd, dus er waren nu geen leerlingen. De twee leraren woonden voor de school ook in een hut van moddersteen en riet. We hebben even met hen gepraat over de mazelengevallen. De ’headteacher’ vroeg aan mij: ’Dr. Gerard, did you work in Mpika?’. Hij bleek namelijk ooit bij een 3-daags aids-seminar te zijn geweest, die wij in Tazara voor teachers organiseerden… Bizar. 


Teachers' bungalows
Hij bracht ons naar het huis/hut van de overleden kinderen. Er waren maar een paar hutten. We hebben even met de vader gepraat. Hij was een polygamist, had twee vrouwen. Z’n kind Bridget (11 maanden) was 3 weken geleden overleden in het health centre. Twee weken later was z’n kind Gertrude (9 maanden), wat hij bij zijn andere vrouw had, thuis aan mazelen overleden. We konden achterhalen wat er precies gebeurd was. Bridget was zo’n 6 weken geleden met koorts (malaria) naar het health centre gebracht. Misschien dat ze daar nog wel een nachtje heeft geslapen, want het is een aardige afstand. Het health centre nam alle kinderen met mazelen op. Er waren gemiddeld zo’n 10 per dag in het health centre en daarnaast waren er natuurlijk ook kinderen met mazelen op de polikliniek. Ik denk dat Bridget daar met het mazelenvirus besmet geraakt is. Eenmaal thuis heeft ze haar halfzusje ook aangestoken. Het bezoek aan het health centre is hun fataal geworden! 
Compound van de ouders van Bridget en Gertrude
We hebben dit met de health centre staff besproken en geadviseerd alleen de ernstig zieke kinderen met mazelen op te nemen en de anderen vooral thuis laten uitzieken. Tegen de avond waren we terug in Kabwe en kon ik nog net met een minibusje mee naar Lusaka. Een leerzame dag, waarbij ik zelfs nog even een paar patiënten in het health centre heb onderzocht. Je ontkomt er niet aan: je bent dokter of niet.

Sr. Agnes Lunda
Erg leuk om oude ’bekenden’ terug te zien. In UTH kwam een bekende verpleegkundige mij groeten. In Luanshya was een verpleegkundige non, die destijds in opleiding was voor nurse in Chilonga. In Ndola kwam ik ook een bekend gezicht tegenkwam in het kinderziekenhuis. De verpleegkundige was opgeleid in Chilonga, maar 1993... Dat kwam niet overeen met ons verblijf daar. Wat bleek: haar zusje had twee jaar eerder haar opleiding in Chilonga gedaan en blijkbaar hadden ze nogal wat overeenkomsten. Dat gezichten na zoveel jaar nog in je geheugen zitten. Ook de medisch directeur van Kitwe Ziekenhuis kende ik. We hebben een tijdje zitten puzzelen, en kwamen erachter dat we elkaar in Nederland op het KIT een paar keer ontmoet hadden. Je merkt dat ik in een vertrouwde wereld terug ben.

woensdag 1 april 1998

6. Virus hunt

Electronenmicroscoop in UTH, Lusaka
Bij mijn vertrek wenste iemand me sukses met de 'virus hunt', het opsporen en najagen van het poliovirus. Zo voelt het ook wel een beetje. De kans is klein dat we in Zambia nog een wild poliovirus tegenkomen. De laatste epidemie was in 1995, waarbij toen bij 7 kinderen het poliovirus is gevonden. In 1996 en 1997 zijn grote massacampagnes gehouden: de Nationale Immunisatie Dagen (NID's). In juli en augustus werd tweemaal een dag besteed om alle kinderen onder de 5 jaar met het poliovaccin te immuniseren. In Zambia gebruikt men het Orale Polio Vaccin (OPV), een druppeltje. In Nederland is dit ook wel bekend omdat in de Staphorst-epidemieën de kinderen met een suikerklontje (dus met een druppeltje poliovaccin) gevaccineerd werden. Op zo'n dag worden in Zambia 2 miljoen kinderen gevaccineerd. In een land als India meer dan 100 miljoen kinderen op een dag. Dit jaar zal waarschijnlijk de laatste ronde NID's zijn, want het is een behoorlijke onderneming om dit voor elkaar te krijgen. Zo'n campagne kost enkele miljoenen guldens in Zambia. Het effekt van zo'n campagne is overal groot gebleken. In veel landen heeft men na een eerste ronde het poliovirus niet meer aan kunnen tonen en dat is nu net de bedoeling: niet om kinderen te beschermen, maar om de overdracht van het virus te verhinderen. Het belang van de surveillance is nu om aan te tonen dat er wel (kinder)verlamming bestaat, zo'n 50 gevallen per jaar, maar dat dit niet veroorzaakt wordt door het poliovirus.

Her virologisch lab in UTH, Lusaka
Innocent
Bij mijn eerste bezoek aan het Universiteitsziekenhuis (UTH) liet de Indiase professor mij een kind zien met een halfzijdige verlamming. Het kindje was 3 jaar, erg ondervoed en heette Innocent. Zondags merkte de moeder dat hij zijn arm niet meer kon gebruiken en 's avonds bleek ook een been verlamd te zijn. Ik heb geholpen om de goede formulieren naar het virologisch  laboratorium te sturen en heb inmiddels gehoord dat de twee ontlastingen ingezet zijn voor de viruskweken. We horen over 2 weken of het een poliovirus is. Dit is onwaarschijnlijk, want het kindje had alle vaccinaties gehad en tevens OPV tijdens de twee campagnes. Er zijn ook nog andere virussen die zo'n beeld kunnen geven. Deze week hoop ik in het lab het vervolg van dit onderzoek met eigen ogen te kunnen waarnemen. Gisteren heb ik al even kennisgemaakt met de Japanse professor, die in het lab werkt. JICA, de Japanse ontwikkelingshulp, ondersteunt het virologisch laboratorium, doet onderzoek en promoot natuurlijk hun eigen testen.

Woensdag 1 april en dit is geen grap ben ik naar de Rotary Club geweest. Ik werd uitgenodigd door Mr. Din, een Pakistaan, geboren in Uganda, door Amin het land uitgegooid in de jaren 70 en inmiddels al bijna 20 jaar werkzaam in Zambia. Hij is verantwoordelijk voor het onderhoud en reparaties van ALLE koelkasten in de gezondheidsposten en ziekenhuizen. Een onmogelijke taak dus, zeker als je de grootte van het land in beschouwing neemt. Hij nodigde me dus uit voor de wekelijkse lunch van de Rotarians in het Intercontinental Hotel. Het was wel een grappige bijeenkomst. De club heeft zo’n 25 leden en men moet geloof ik 70% bijwoning hebben. Met de 17 leden haalden ze dat net. Na een drankje gingen we aan de ronde tafel. Rotary President Patrick hief het glas op de president van Zambia en zei dat we onze jasjes uit mochten trekken. Voor mij was dat niet nodig. Na het diner was er een voordracht van de eerste secretaris van de Amerikaanse ambassade. Weinig verrassend ging zijn bijdrage over het genot van Internet. Hij adviseerde Zambiaanse bedrijven om via het Internet te adverteren en liet zien wat de ‘search response’ was bij woorden als Chiluba, Kaunda en Rotary. Veel lucht dus. Anyway, het was een aangename lunch en bovendien is Rotary International een van de grootste donoren van het Polioeradicatieprogramma, dus was het voor mij eigenlijk een werklunch!

donderdag 26 maart 1998

5. Oppashuizen met zwembad en horse riding op Noddy

Ook het leven van een consultant gaat natuurlijk niet altijd over geplavijde paden. Deze week was het even een kleine crisis binnen mijn werk. Aanvankelijk was het de bedoeling dat ik gelijktijdig met een nieuwe epidemioloog in het ministerie zou beginnen, of net ietsje na zijn komst. Inmiddels zijn we bijna een maand verder en is de epidemioloog er nog steeds niet. Ook het surveillance plan wat men al in februari in wilde dienen is nog steeds niet weg. Hierin werd een nationale surveillance officer begroot en WHO heeft daar gelden voor beschikbaar. Na een paar weken inventarisatie, wil ik nu eindelijk wel aan het echte surveillance werk beginnen. Ik ben al bij een paar ziekenhuizen en districten geweest, maar krijg steeds meer het gevoel dat ik het alleen aan het opzetten en uitzoeken ben. Dat heeft natuurlijk helemaal geen langetermijneffect. Deze week heb ik dit maar eens aangekaart en als mogelijke oplossing een tijdelijke onderbreking van mijn contract voorgesteld. In de tussentijd kan men dan de twee mensen op de posten zetten en kan ik weer even lekker in Nederland bijpraten, 2½ maand is wel lang van huis. Het plannetje gaat vooralsnog niet op. De WHO Representative, een Liberiaanse arts, heeft even met zijn vingers geknipt en nu komt alles in een stroomversnelling . Waarschijnlijk staat er morgen een advertentie in de krant voor de nationale surveillance officer. Toch wel goed om even je tanden te laten zien.

Het leven is erg veranderlijk in Zambia. 'Overnight' worden mensen van post gewisseld. Afgelopen vrijdag kondigde president Chiluba een shuffle binnen zijn kabinet aan. De gezondheidsminister Katele Kalumba werd doorgeschoven naar Toerisme en Dr. Luo is nu de nieuwe minister van gezondheidszorg. Iedereen erg verbaasd, sommigen teleurgesteld. Een paar dagen later staan er een paar uitspraken van Chiluba in de krant dat hij geen arrogantie duldt. Hij klaagde over ministers die, wanneer ze op dienstreis gaan, de sleutels van hun kantoor meenemen en niet overdragen. "De posten zijn geen persoonlijk bezit", zei Chiluba. In de zondagkrant werd de volgende verandering aangekondigd. Het grote universiteitsziekenhuis was al maanden stuurloos en ik had bij de CMAZ gehoord dat Dr. Mazuwe Banda (de AIDS coördinator) de nieuwe directeur zou worden. In de zondagkrant stond dat een kinderarts de nieuwe baas werd en dat Banda opzij geschoven is. Maandag heb ik deze kinderarts gezien om mijn missie te bespreken. Het verhaal gaat nu dat zij de positie niet wil aanvaarden. Ook de Central Board of Health wacht op een nieuwe Directeur-Generaal, en dit is o.a. de oorzaak van het niet aan kunnen nemen van nieuw personeel. Reden voor al deze wijzigingen en onzekerheden zijn de hervormingen die aan de gang zijn. Het Central Board of Health is gescheiden van het ministerie en is een technisch-uitvoerend orgaan. Het ministerie heeft nog zo n 50 mensen in dienst die vooral met beleid bezig zijn (vroeger zaten daar 400). Er is een proces van decentralisatie aan de gang, waarbij mensen door lokale overheden aangenomen en betaald worden. Op 1 april moet de “delinkage”, zoals dit genoemd wordt, voltooid zijn. Al het medisch personeel heeft opnieuw moeten solliciteren naar functies. Ca. 40% wordt niet meer aangenomen. Pas rond die eerste april wordt duidelijk wie gaat en wie blijft ('Fokker-toestanden' dus). Veel onzekerheid en laag moraal ook. Vandaar waarschijnlijk  dat al deze personeelswisselingen in de top plaats vinden, of zou het toch de sleutels geweest zijn.
Oppashuis van de Deense Ulrike
Een ander aspekt van het consultancy werk is, dat je zonder vaste woon- of verblijfplaats leeft. Je leeft uit een koffer. Na Kenia, Pamodzi, de verschillende kamers in Belvedere Lodge, Hotel Intercontinental Musi-o-Tunya, weer Belvedere, en nu Longacres Lodge. Zondag vertrek ik naar twee 'house-sit' adressen. Een Deense en Nederlandse hebben hun huis voor de duur van hun afwezigheid aangeboden. Ik geloof dat beide huizen met zwembad zijn. Als tegenprestatie moet ik honden te eten geven. Het is wel een aangenaam vooruitzicht om eventjes niet in een hotel-lodge omgeving te zitten, alhoewel het hier redelijke accommodatie is. De ruimte waar ik nu ben heeft een suite: twee kamers met een badkamer. Ik word hier niet claustrofobisch zoals in Engeland.
Ik begin zo langzamerhand hier ook een sociaal leven op te bouwen. Dat gaat toch altijd wel makkelijk in Afrika. Vrijdag ben ik uit eten geweest bij een Chinees Restaurant en belandde daarna bij een feestje van Sarah Davies, die we nog uit Luwingu kennen. Zondag vroeg men mij mee voor horse-riding. Dit zijn dingen die je niet zo snel in Nederland doet, dus een goeie gelegenheid om dat eens te ervaren. Ergens buiten Lusaka was een grote manege waar een aantal Britten aan het poloën waren. Ook hier kwam ik een bekende tegen: Charlotte, die samen met Guy Scott een voormalige landbouw minister, de herenboer van de farm is. Ik zat bijna twee uur op het paard Noddy. Eerst rondjes rijden, soms in galop. Na een klein uurtje oefenen, hebben we een lange tocht door de heuvels gemaakt. Erg mooi om zo door de natuur te gaan. Gelukkig bleef ik in het zadel. Wel een keertje voor herhaling vatbaar. Dit weekend staan ook allerlei aktiviteiten voor de deur. Vrijdag is er een afscheid van een Nederlands stel en zondag ga ik met een andere Nederlandse ergens picknicken in de buurt van Kabwe. Het helpt om vooral de weekenden een beetje gezellig door te komen, want dan slaat de verveling en het gemis van thuis vaak toe. De eerste maand zit er bijna op.

woensdag 18 maart 1998

4. Een langzaam voorttuffend boemeltje naar Lusaka

De workshop in Livingstone zit erop en inmiddels een lange reis achter de rug naar Lusaka. De workshop was erg interessant. Het belangrijkste doel was om data transfer en presentatie te verbeteren. De 8 landen uit de East African Epidemiological Block waren voor deze workshop uitgenodigd: Eritrea, Ethiopie, Kenia, Tanzania, Uganda, Rwanda, Burundi en Zambia. Elke datamanager kreeg een nieuwe laptop computer met software (o.a. EPI Info en EPI Map). Hiermee hebben we mooie kaarten gemaakt met o.a. alle gevallen van kinderverlamming, tetanus bij pasgeborenen, mazelen en de verschillende coverage rates (het percentage kinderen gevaccineerd voor bepaalde ziekten). Als je eenmaal deze computervaardigheden en -programma’s hebt, is het maken van deze kaartjes een fluitje van een cent. De laatste dag kwamen de EPI (vaccinatie)-managers van de landen en hadden we een gezamenlijke sessie. Ons huisvlijt werd gepresenteerd en plannen voor AFP surveillance werden verder besproken.
AFP is de afkorting voor 'acute flaccid paralyis'. In goed Nederlands: acute slappeverlamming (in tegenstelling tot bijvoorbeeld spastische verlamminen). Naast poliomyelitis zijn er een aantal andere neurologische ziekten die deze (kinder)verlamming kunnen veroorzaken. Gemiddeld komt dit bij 1 op de 100.000 kinderen onder de 15 jaar voor. Als het surveillancesysteem goed zou werken dan zou Zambia ongeveer 50 gevallen van AFP per jaar moeten rapporteren. Als er een polio-epidemie uitbreekt dan stijgt dit aantal natuurlijk. In 1997 zijn slechts 7 gevallen van AFP gerapporteerd; geen gevallen van polio. Als je maar 10% van de 'verdachte polio' gevallen ziet, dan is er de kans dat je polio mist. Mijn taak is vooral om te helpen dit surveillancesysteem op te zetten, niet alleen voor polio maar ook voor andere ziekten, zoals mazelen en meningitis. Een aardige klus.
Bezoekje aan de Records Afdeling van Livingstone General Hospital
De WHO heeft in 1988 zich tot doel gesteld om polio uit te roeien in het jaar 2000. In Zuid- en Noord-Amerika is polio al sinds 1991 niet meer gezien. In China zijn de laatste twee jaar nog maar 4 gevallen voorgekomen. Ook in de Oost-Afrikaanse regio heeft men vorig jaar geen gevallen van polio meer vast kunnen stellen. Goede surveillance is echter cruciaal, want als je niet goed kijkt (onderzoekt en rapporteert), dan zie je het ook niet! Het hogere doel van dit programma is om uiteindelijk poliovaccinatie in de wereld te stoppen, als men een aantal jaren geen poliovirus meer heeft kunnen aantonen (met goede surveillance wereldwijd). Het zou de tweede ziekte zijn, na pokken, die op deze manier uitgeroeid wordt. Hopelijk lukt het….

Met Zambia Railways van Livingstone naar Lusaka, 17-18 maart 1998.
Dinsdagavond ben ik met de trein teruggegaan naar Lusaka. De anderen bleven nog voor een tweede vergadering. Ook hier heerst een workshop-cultuur vanwege de aantrekkelijke dagvergoedingen (per diem). Het treinreizen heb ik altijd erg fascinerend gevonden in Afrika. Dit was mijn 4de treinreis. De eerste was een 24-uur durende reis  in 1981 van Enugu naar Kano (Nigeria). In Zambia hadden we in 1989 een 36-urige reis van Mpika naar Dar es Salaam en voordat we in 1996 Ghana verlieten heb ik nog een nachtritje gedaan van Takoradi naar Obuasi. Deze trein (Zambia Railways) zou ’s avonds om half 7 vertrekken en de volgende ochtend om 5 uur in Lusaka aankomen. Ik had een “sleeper”, couchette, gereserveerd. Er werd omgeroepen dat de trein pas om 8 uur weg zou gaan vanwege een technisch defect met de diesellocomotief. Volgens een van de reizigers was dit een terugkerend probleem, "De treinen reden nooit op tijd". Om 8 uur werd de reis uitgesteld tot 10 uur, maar toen 2 uur later er nog geen beweging op het station was, werden een aantal mensen erg boos. Men ging te keer tegen de stationmanager en dit veroorzaakte grote opschudding op het station. Of dit hielp weet ik niet, maar een half uur later begon de locomotief rond te rijden om de wagons bij elkaar te zoeken. Net voor twaalven reden we weg. Het was een langzaam voorttuffend boemeltje, die vaak even moest stoppen, misschien voor een paar koeien of om wat water voor afkoeling te gebruiken. Volgens een van de passagiers was er op de heenreis brand in de machinekamer geweest. Ik deelde de coupé met een Amerikaan die in Livingstone werkte voor een wildwatervaren company (rafting). Hij vertelde het verhaal dat twee maanden geleden een landgenoot uit de boot geslingerd was, z’n zwemvest niet had vastgemaakt en pas 4 dagen later was gevonden. Ik was blij dat ik de rustige tocht “upstream” had gedaan. Om 10 uur waren we dan toch in Lusaka, redelijk uitgerust. Zo snel mogelijk weg van het station, want dat staat bekend als een 'centrum van crime'. Er was geen escorte van politiemensen zoals de conducteur had voorgesteld; een taxi bracht me veilig terug naar Belvedere Lodge, waar ik weer m’n 'tijdelijk basis' kon inrichten.

zaterdag 14 maart 1998

3. The body is still to be found

Woensdag ben ik met drie andere mensen naar Livingstone gereden, een van CBoH, een van WHO-Lusaka en iemand van UTH-virologie laboratorium, het universiteitsziekenhuis. We hebben hier een 'workshop'! Landen uit de East Africa Region zijn hier vertegenwoordigd: Burundi, Rwanda, Uganda, Kenia, Eritrea, Ethiopië, Tanzania en Zambia. Eerst wordt gewerkt aan data-analyse en -interpretatie, waarna dit gepresenteerd wordt op de EPI-managers conference (vaccinaties). Ik woonde alleen het eerste deel bij. Het is erg leuk om alle nieuwe software packages te zien en te gebruiken. Mijn Zambiaanse collega had zich helaas slecht voorbereid en had vrijwel geen data meegenomen. Hier en daar hebben we gelukkig nog wel wat weg kunnen halen, anders was het erg 'embarrased'.

Vandaag (zaterdag) hadden we een halve dag vrij en stelde men voor om te gaan 'raften', met een rubberbootje over de golven van de Zambezi. De gorge, het kolkende basin van de Falls, is niet toegankelijk vanwege het hoge water. Ik ben hier al 4x geweest en heb het eigenlijk nooit aangedurfd of gewild om me in dit gebeuren te storten. Nu we stroomopwaarts gingen, wilde ik het wel eens proberen. Het waren alleen de witneuzen die belangstelling hadden voor deze tocht: Doug (VS), Mac (VS), Berbard (Frankrijk) en ik. We gingen onder begeleiding van een Zuidafrikaan, die zich hier gevestigd heeft. Een grote open truck met bankjes bracht ons 25 km buiten Livingstone. De 'raft' (boot) ging op een andere truck voorop.
Op de Zambezi werden we geëscorteerd door een andere begeleider in een kajak. Zijn taak was om de krokodillen (crocs) en de nijlpaarden (hippo's) te spotten, zodat we niet dwars door een hippo territorium zouden varen. Al snel liet hij ons stoppen en een grote bocht maken. Toen hij met z'n peddel op het water sloeg, kwamen er twee kopjes boven water. Ergens verderop gaf een grote brul van een hippo aan dan we te dicht bij zijn plekje waren gekomen. Eén keer dook een kleine croc naast ons het water in. Gelukkig zagen we deze niet meer terug. Ik was de avond tevoren wel alert gemaakt, toen op het nieuws verteld werd dat een toerist door een croc gebeten was en opgenomen in het ziekenhuis in Livingstone. Volgens onze begeleider was die man dronken geweest en had 's avonds nog even willen zwemmen. Ook vertelde hij ons dat op de plek waar we begonnen vorige maand een Zambiaan tijdens het zwemmen door een croc was aangevallen. "The body is still to be found".
Wij peddelden rustig verder. De natuur was erg mooi. De Zambezi is een brede rivier met veel eilandjes, veel en mooie vogels. Op sommige plekken was de rivier helemaal begroeid zodat je je in de Amazone waant. Het 'raften', het wildwatervaren was wel een beetje teleurstellend. Er waren een paar stroomversnellingen waar we door moesten en kregen dan een klein golfje water over ons heen.
De natuur is hier trouwens helemaal fantastisch. 's Ochtends loop ik vaak even naar de Falls. Je kan op veel plekken de overkant niet eens zien door de hoeveelheid water. Erg indrukwekkend. Op Knife Edge Bridge krijg je een heerlijke warme douche, beter dan het bruine water uit de kraan. Een indrukwekkend natuurverschijnsel. Ook de apen die hier tijdens het ontbijt rondscharrelen zijn erg boeiend en amusant. Vanochtend hadden weer een paar apen succes en gapten broodjes weg. De beveiliging (security wards) hebben er hun handen vol aan, en proberen ze met de katapult te verjagen.
Het is wel jammer dat het hier gaat veranderen. Inter-continental Hotel (Musi-o-Tunya) en Rainbow Lodge gaan tegen de vlakte en over twee jaar moet hier een soort 'Sun City' complex staan. Zuid-afrikanen hebben de boel opgekocht. De commercie zal hier over een paar jaar wel vreselijk toestaan.

vrijdag 13 maart 1998

2. Nachtelijke onrust

Na de eerste opwinding viel ik toch even in een diep gat. Daar zit je dan in het Pamodzi Hotel, in een kamer op 5-hoog, met Zuidafrikaanse TV, een zwembad, etc. Luxe die toen zo aangenaam was als je drie maanden in de 'bush' was geweest, maar niet als je net uit Europa komt. Is dit mijn leven de komende maanden, vraag je je af. M'n eerste contacten met WHO-Lusaka en Central Board of Health waren ook al kort, zakelijk, en een beetje chaotisch. Zaterdag verhuisde ik naar Belvedere Lodge, een government lodge tussen Woodlands en Kabolonga. Ik kreeg een kamer naast de keuken, was niet de beste plek was. Uit verveling en vermoeidheid ging ik 's avonds al vroeg slapen, maar werd regelmatig wakker gemaakt, eerst door de late gasten, daarna door de watchman en vanaf 2 uur was het bal op de zolder. De muizen (of waren het ratten) renden heen en weer. Geen wonder als je zag wat allemaal nog in de keuken open stond. De afwas stond al klaar voor de ochtendploeg.

Gelukkig draaide mijn gemoed zondag al weer een beetje bij. Ik verhuisde naar een andere kamer Een kamer on suite, met TV, koelkast, toilet en bad. De kraan lekte, de doucheslang was al  lang geleden verdwenen, net als de knop voor de koude kraan. Om toch nog een aangenaam warm bad te nemen, moest ik een half uur tevoren de stop in het bad doen, zodat het koude water opgevangen kon worden, en daarna de hete water kraan opendraaien. Het water kwam  uit allerlei richtingen. Ik voelde me hier beter thuis met deze 'Zambiaanse' ongemakken. Bovendien zijn de mensen erg aardig. Ook werd ik 's avonds uitgenodigd bij een Nederlands onderonsje.
Op het Central Board of Health (CBoH) begin ik ook een beetje mee te draaien. Zambia heeft de laatste jaren ingrijpende veranderingen doorgemaakt (Strukturele Aanpassingsprogramma's en Health Reforms). Het Ministry of Health is afgeslankt en is nu alleen nog een beleidsorgaan. Het CBoH is een nieuw instituut belast met uitvoeringstaken. Veel mensen zijn ontslagen en maar weinigen zijn opnieuw aangenomen, vaak op contractbasis. De provinciale kantoren (PMO offices) zijn gesloten en ook de ziekenhuizen moeten personeel ontslaan. Het geeft veel onrust. Opvallend is te zien wat voor arbeidsethos en -sfeer in het CBoH heerst. Weekenden en avonden worden doorgewerkt, memo's en e-mails vliegen rond. Een dynamisch bedrijf. Tegelijkertijd krijg je het gevoel dat veel dingen te snel gaan. Men loopt achter de feiten aan, heeft geen tijd. Veel had gisteren al gedaan moeten worden. Wat een verschil met 6-9 jaar geleden, toen alles morgen ook kon!