donderdag 24 maart 2016

Johan Cruijff

“Una notitia triste”, hoorde ik de Spaanse nieuwslezeres in het journaal zeggen bij het overlijden van Johan Cruijff vandaag. Een sierlijke voetballer. Een danser. 
Ook een roker, die in de tijd dat we nog weinig wisten van de schadelijke effecten, reclame maakte voor Caballero. Roken bleek slecht voor z'n kransslagaders en ook slecht voor z'n longen. 

Mijn voetbalherinnering gaat terug naar 1969-1970. Feyenoord won de Europacup 1 en daarna ook de wereldbeker met een 1-0 overwinning op het Argentijnse Estudiantes. De bal werd van de linker hoek van het veld teruggelegd op Joop (‘brilletje’) van Daele, die met een streep de bal in de linker hoek legde. Boven mijn bed hing het Feyenoord elftal met de foto’s van Eddy ‘P.G.’ en Ove Kindvall. Geen voetbalplaatjes, maar uitgeknipte foto’s uit de krant op een zwart A4-tje geplakt. Het jaar daarop werd ik voor Ajax. Klaas Nunninga, Henk Groot, Piet Keizer, Sjaak Swart en Johan Cruyff. Later ook de andere goden zoals Johan Neeskens, Dick van Dijk, Ruud Krol, Johnny Rep en de broertjes Mühren. Drie keer op rij werd de Europa Cup 1 gewonnen en 1x de wereldbeker na een overwinning op Independiente. Gouden jaren.

En toen 1974. Het legendarische WK in Duitsland. Ik kan me de opwinding nog herinneren. Iedereen schafte een kleurentelevisie aan. Volgens mij kwam kochten wij die zomer ook een kleurentelevisie. Snabbel en babbel (Krol en Suurbier) waren de sfeermakers van het elftal. Zondag 7 juli was de finale. Bij grote uitzondering gingen we niet naar de kerk en keken we met z’n allen naar de wedstrijd. Het was doodstil op straat. Nederland had de aftrap, tikte de bal rond en speelde Cruijff aan die het strafschopgebied in slalomde en onderuit werd gehaald. Neeskens schoot de 1-0 binnen. Geen Duitser had de bal aangeraakt. De rest van de wedstrijd is geschiedenis.

Cruijff heb ik 1x zien voetballen. Na zijn successen in Barcelona nam hij afscheid in Barcelona. Op 7 november 1978 kreeg hij ook een afscheidswedstrijd in Amsterdam, in het Olympisch Stadion. Ik woonde net een jaartje in Amsterdam en het leek me de kans om hem te zien spelen. Tegenstander was Bayern München. Maar die haalden hun gram. Zij speelden scherp en tackelden hard, terwijl de Amsterdammers misschien al een biertje vooraf aan de wedstrijd hadden gedronken. Het werd Cruijff’s grootste nederlaag! 8-0…
Vandaag is de grootste Nederlandse sporter overleden.

zaterdag 12 maart 2016

Praag, Tsjechie

Reizen is schrijven.
"U heeft waarschijnlijk gemerkt dat we de landing hebben afgebroken", zei de KLM-gezagvoerder gisteren. En daarna iets over een 'rabbit'. In het Nederlands vertelde hij het nog een keer. Het vliegtuig voor ons had een konijn aangereden. Wat men op de grond moest doen werd niet duidelijk. Vrees dat het konijn het niet overleefd heeft. We landden daarna veilig op het Vaclav Havel vliegveld.

Dinsdag stuurde een collega van het RIVM me pas de uitnodiging door voor een meeting in Praag. Hij had het niet eerder in zijn mailbox gezien vanwege de zika-drukte. Starttijd bijeenkomst 8 uur op zaterdag en afsluiting 14 uur. Het onderwerp was relevant en actueel om namens Nederland in te participeren: tbc-screening van migranten, waaronder asielzoekers. In 5 Engelssprekende landen (Australië, Nieuw-Zeeland, Amerika, Canada en Engeland) wordt pre-entry screening gedaan. Studenten, arbeidsmigranten en uitgenodigde vluchtelingen worden in hun land met een longfoto onderzocht en als tbc wordt vastgesteld moet men eerst behandeld worden. In Nederland, en andere Europese landen, doen wij het tbc-onderzoek zelf. Met asielzoekers zien we echter al veranderingen komen. De eerste 50 herplaatste asielzoekers uit Griekenland kwamen vorige maand met een medische intake inclusief screening op tbc op Schiphol aan. Naar zeggen moeten er dit jaar nog 9000 komen. Maar dat was voor de Merkel-Turkije (en Rutte) deal.

Deze week kwam tbc ook een klein beetje in het Nederlandse nieuws, omdat we een artikel over tbc bij asielzoekers in het Nederlands Tijdschrift van Geneeskunde publiceerden (je kunt het downloaden: https://www.ntvg.nl/artikelen/tuberculose-bij-asielzoekers-nederland-0), we de jaarcijfers bekend maakten (6% meer dan in 2014) en een vijfjarenplan om tbc beter aan te pakken uitbrachten. Het plan werd vrijdagmiddag bij VWS besproken. Een geslaagde bijeenkomst. Ik vertelde dat we over twee jaar stand van zaken wilden bespreken. "Dan pas", zei de directeur publieke gezondheid een beetje teleurgesteld. Dat aanbod nemen we dus graag aan en zullen volgend jaar terug komen.
M'n meeting zit erop en was heel nuttig. Een klein clubje van 25-30 mensen. Vertegenwoordigers van de EU, WHO Europese regio, Zweden, Noorwegen, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Servië en Griekenland en Amerikanen, Australiërs en een Nieuw-Zeelander. Er zijn nog nooit zoveel mensen als nu op de vlucht en ontheemd. Dat heeft ook allerlei consequenties voor de tbc-bestrijding en vraagt om Europese samenwerking.
Net nog een uurtje over de Karel V brug, de paasmarkt en door Praagse straatjes gewandeld. Het was frisjes. En met een tussenstop in Parijs ben ik nu 24 uur later weer in Amsterdam. Voelde me wel aangesproken door het artikel in de Volkskrant vandaag over de 'overwerkcultuur': 'working nine to (minstens) nine'.
Kerker onder beeld op de Karel V brug

zaterdag 5 maart 2016

Liftwedstrijd

Het voorjaar van 1982. Lente- en reiskriebels. Een jaar eerder had ik 5 maanden door Afrika gereisd en was daarna weer op CASA400 bij het Amstelstation in Amsterdam gaan wonen. Hier begon ool de Gooise weg (A1), met direct na de verkeerslichten een ruime uitwijkplek voor auto’s om lifters mee te nemen. Ik stond er ook vaak, want de trein was duur en studenten nog niet 'verwend' met een ov-kaart. Liften was sowieso fun. Ik heb heel wat bordjes vastgehouden. Een heel enkele keer steek ik m’n duim nog wel eens omhoog.

Op de 10e verdieping had ik een prachtig uitzicht op de liftplaats. Ik tuurde heel wat uurtjes naar buiten om te zien of lifters succesvol waren. Het was ook de tijd dat ik wat blues in m’n leven had en de bluesmuziek van Harry’s Muskee’s Cuby & the Blizzards ontdekte. De teksten 'Somebody will know someday', 'Blues is the only feeling that is so true' en 'The sky is crying' kalkte ik als een ‘outcry’ in liften. ‘Groeten uit Grollo’ draaide ik grijs op mijn pick-up. HJ, Andries en Jacqueline (later m’n schoonzus) waren medebewoners van de studentenunit. HJ was een Herman Brood-fan. Brood was toen net populair met zijn LP Shpritsz en liedjes als 'Dope sucks'. En dat was dezelfde Herman Brood die de piano op 'Groeten uit Grollo' speelde. Daarmee ontstond ook een hechte vriendschap tussen HJ en mij en hebben we ‘Harry’ vaak ergens zien optreden.

Het idee kwam spontaan, misschien wel dezelfde dag, om een liftwedstrijd naar Grollo te houden. De regels waren als volgt: HJ en ik zouden met een tussenpoos van een uur vertrekken. Bestemming Grollo en melden in de kroeg. We gingen er vanuit dat er maar 1 kroeg was en dat klopte. Bij aankomst Andries bellen (de mobiele telefoon moest nog worden uitgevonden) die vervolgens de tijd noteerde. Degene die het snelst de afstand overbrugde was winnaar. De tos bepaalde dat ik als eerste weg moest, om 15 uur. Ik voelde het gegniffel aan de overkant toen de auto’s maar voorbij raasden. Een half uur later was ik dan eindelijk op pad. Bij het Hoevelaken klaverblad liet ik me afzetten door de bestuurder die verder naar het oosten reed. Een zakenman pikte me op en was vooral boos, omdat ik, maar vooral ook hij het risico liep op een boete om daar te stoppen. Daarna kreeg ik een lift van een trucker die via z’n bakkie regelde dat ik op een parkeerplaats overstapte op een andere truck richting Veendam. Hier zat het geheim van mijn overwinning: niet de Beilen-afslag nemen, die wat eerder is, en hemelsbreed korter is naar Grollo, maar even een bocht maken. En dat wist ik, omdat ik naast een tandenborstel ook een kaart van Nederland in de binnenzak van m’n lange regenjas had gestopt. De laatste paar km had ik ook snel een lift en werd bij Café Hofsteenge afgezet. Met de aaneensluitende liften zal het rond half 7 zijn geweest. Ik belde Andries en ging aan de bar zitten en bestelde een bord patat en bier. Ik hield de tijd en de deur goed in de gaten, maar na een uur was de uitkomst van de wedstrijd duidelijk: ‘Ik had gewonnen’. Een half uur later deed HJ zijn verhaal. Op de Gooise weg had hij maar kort gestaan en werd door een snelle auto meegenomen. “Kat in het bakkie” dacht hij en na een paar liften was hij bij afslag Beilen. Eén lift had hem daarna nog naar Amen gebracht, maar toen was het stil op de boerenweggetjes. Er zat niks anders op om naar Grollo te lopen, een uur lang. En daar verloor hij zijn voorsprong.

We kwamen die avond niet meer van de barkruk af en hoorden de verhalen aan over Harry en Herman: “Harry was een goeie jongen, maar Herman…”. Herman die ’s ochtends een uur met de Telegraaf op het toilet zat te poepen. Na een tijdje vroegen we de kroegbaas naar een logies-adres. Hij belde wat particuliere adressen, maar toen dat niet lukte, zei hij dat we ook wel aan de overkant konden slapen in een soort schuur met stapelbedden. En dat deden we toen de kroeg dicht ging. De volgende dag lifte HJ naar Enschede en ik naar Ermelo.

Maar waarom nu dit verhaal? We zijn een weekendje in het noorden, slapen in een B&B in de oude veldwachterswoning in Rolde (met Bromsnor op de muur) en vertrekken NU naar het Drents museum voor de Harry Muskee ‘Windows of my eyes’ tentoonstelling. Later meer....

zaterdag 13 februari 2016

Ma

Zo heet het vorig jaar verschenen boek van Hugo Borst over zijn moeder die aan alzheimer dementie lijdt. Ik kocht het boek woensdagochtend om 7 uur op Rotterdam CS tijdens de 10 minuten overstap op de trein naar Brussel-Zaventem. Toen we om 13 uur in Valencia landden had ik het boek uit. Zeer herkenbare verhalen. Ook mijn ‘ma’ lijdt aan dementie. De eerste keer dat ik iets vreemds merkte, was tijdens een bezoek bijna vier jaar geleden. Ze nam de telefoon niet op terwijl ze toch gewoon thuis was. Toen ze ’s middags terugbelde en ik bij haar langs ging was ze erg geheimzinnig. Ik fantaseerde dat ze op haar slaapkamer een hele grote legpuzzel aan het maken was en daar helemaal in verzonken was. Later dat jaar ging ze met de trein naar Hilversum en kwam ze niet op de afgesproken tijd aan. Ze had de trein gemist, omdat haar treinkaart in een andere jas zat en ze terug moest om deze op te halen. “Dat kan gebeuren”, zei ze, en ja dat kan. Maar het kwam vaker voor: verdwalen in Haren en kletsnat en verkleumd op de verjaardag van haar zus komen. Eind 2013 reed ze voor het laatst in haar auto naar haar vertrouwde ‘noorden’. Op de terugweg kon ze vanwege wegwerkzaamheden de juiste afslag niet vinden en belandde in Emmen, maar uiteindelijk toch ook gewoon weer in Ermelo. En ja, ze had toen ook moeite om haar zwager en schoonzus te vinden die ergens anders waren gaan wonen. “Ook dat kan gebeuren!” 
In Ermelo bracht ze op tweede kerstdag een kennis naar huis, maar verdwaalde omdat ze de buurt niet goed kende. Op een boerenweggetje wilde ze haar auto even keren, maar belandde in de sloot. Ze zat een uur vast, totdat een boer haar uit deze hachelijke situatie bevrijdde en haar naar haar huis bracht. De volgende dag werd de auto netjes thuis afgeleverd. Het was haar laatste autoritje. Ook haar vader, mijn opa, beleefde hetzelfde toen hij dacht dat zijn DAF in de vooruit stond, de gaspedaal intrapte en achteruit de sloot in reed.


Juni 2015 werd mijn ‘ma’ opgenomen in het verpleeghuis. Eerder die week was ze door de thuiszorg ’s ochtends rillend naast haar bed op de grond gevonden en in allerijl nog naar het ziekenhuis gebracht om uit te zoeken of er niets gebroken was. Twee dagen later ging ik bij haar langs. Twee keer gebeld en twee keer aangebeld en uiteindelijk de sleutel gebruikt om naar binnen te gaan. Ze zat op het bed en was zich aan het verkleden. Ze was net een kwartiertje terug van de dagbesteding. Het duurde lang voor ze zich had omgekleed, maar het lukte haar uiteindelijk wel zelf. Ze zei in de slaapkamer al dat ze ’s nachts weer een probleem had gehad. Aan tafel legde ze uit dat ze ’s nachts een tijd op de bedrand had gezeten totdat de nachtzorg – voor haar onverwachts – om 4 uur binnen kwam en haar weer in bed bracht. Gelukkig maar, anders had ze tot 8 uur zo gezeten of was ze weer op de grond terechtgekomen. Ze gaf aan dat ze niet wist hoe ze verder moest en maakte zich daar ook zorgen over. Het moment om niet langer te wachten en naar een andere plek uit te kijken. Ik besprak het met haar en ze berustte zich er in. Er waren natuurlijk reacties van “daar moet ik over na denken”, “vandaag voel ik me al weer een stuk beter” en “dat kan gebeuren”, maar merkte toch ook dat ze het fijn vond om onder de mensen te zijn en continue verzorging te hebben. Alle broers stemden in en de volgende morgen belde ik de huisarts die ook vond dat het zo niet langer kon en een uur later was een crisisplek geregeld. Ik reed dus die ochtend weer naar Ermelo en vertelde haar dat ze ter observatie opgenomen werd. M’n schoonzus en een broer waren ondertussen ook gearriveerd. Gek om haar de laatste ‘tafeltje-dekje-maaltijd’ te zien eten en dan mee te nemen in de auto, naar ook voor ons een onbekende omgeving. Gelukkig woont ze nu in een mooie kamer op een woongroep met fantastisch verzorgend personeel. De omliggende tuin is door haar in het najaar fanatiek van grasjes ontdaan. We hebben haar vaak nog even gevraagd of ze haar oude woning miste, maar dat was niet zo. Haar wens om er nog één keertje te slapen, hebben we in kunnen willigen. Vorige week zat ze aan tafel de piepers te schillen voor de groep. Ze is op een fijne plek!

De spulletjes in haar appartement hebben we verdeeld of naar de kringloop gebracht. Ik nam de krantenbak mee, maar deze zal niet gebruikt worden waarvoor deze ooit gemaakt is, want kranten lezen we tegenwoordig digitaal en door de Nee-Nee sticker valt er weinig papier op onze deurmat.

Zo heeft ieder zijn verhaal over de ouder die ouder wordt en de manier waarop je daar als kind mee om gaat. Het boek ‘Ma’ van Hugo Borst kan ik van harte aanbevelen. Ik laat mijn exemplaar volgende week bij ma, zodat familieleden en andere mantelzorgers het ook kunnen lezen.

zondag 1 november 2015

Op de terugweg, Cuba-Madrid

Het is frisjes in Madrid. Heel anders dan drie weken geleden. Een gebroken nacht in het vliegtuig kan ik even verwerken met een steak, een glas vino tiento in een leuk alternatief café (La Realidad) met versleten clubs en bankjes. Als je ooit in Madrid bent een aanrader om even weg te zijn van de grote winkelstraten. Het ligt in de buurt van metro Tribunal, bij Plaza de Europa. Vannacht om 23:30 uur Cubaanse tijd vertrokken. De raampjes bleven lang dicht om iedereen wat slaap te geven, want het werd al snel licht. Ik moest ruim 6 uur wachten voordat mijn vliegtuig naar Amsterdam vertrekt. Mijn koffer was al doorgezet. Ondertussen ken ik het vervoer en de stad een beetje, dus aangenaam om nog even in het centrum van Madrid te zijn.
Diaquiri in El Floridita, Habana
De Cuba-reis is voorbij. Het land met 1000 km kust aan de Atlantische Oceaan en ook 1000 km aan de Caribische Zee is te groot om in een paar weken te zien. De laatste twee dagen was ik in Varadero. Ik had verschillende verhalen gehoord, van het mooiste strand dat er bestaat tot heel erg toeristisch. Lufthansa vliegt rechtstreeks op Varadero, dat op 140 km van Habana ligt. Het is een smalle landtong van 20 km lang en maar een paar 100 meter breed. Op het eind liggen de prijzige grote toeristenhotels. Voor minder dan 100 euro kom je niet binnen. All-inclusive. Ook al zoiets ongemakkelijks. Ik zag een paar mensen met een gekleurd polsbandje over het strand lopen. Gelukkig boekte mijn casa particulare eigenares in Matanzas een casa bij een familielid aan het begin van de strook, waar voornamelijk Cubanen komen. Vanaf de deur was het 75 stappen tot aan het witte strand en dan nog 50 stappen tot de blauwe zee. De zee is nog lang ondiep en kleurt pas 1 tot 2 km verder donkerblauw. Inderdaad een wit strand, maar ook de zeebodem bestaat uit ribbelig zand. Geen vervelende steentjes waar je je voeten aan open haalt. Een paar keer zag ik een visje wegzwemmen. Een mooi slotstuk van mijn trip. Meer had ik niet nodig. Het kleine zwembad/whirlpool was heerlijk om ’s avonds m’n laatste meegebrachte boek uit te lezen.

Donderdag gaf ik mijn voordracht in het Spaans. Een half uur lang, vanaf papier voorgelezen. De print moest nog even door de matrixprinter van de rector. Ik struikelde wel een paar keer over noventa (90) en novecientos (900), maar dat maakte niet uit. Daarna een levendige discussie. De meeste vragen kon ik ook in het Spaans beantwoorden. Het was goed om in het Spaans te spreken, want de meeste toehoorders spraken maar heel matig tot geen Engels. Mijn gastheer wil het verhaal omwerken tot een artikel in het Cubaanse Tijdschrift voor Geneeskunde. Dat zal wel grappig zijn, een leuke ‘collector item’. Een van mijn artikelen is ooit in het Chinees vertaald en er is ook al eens een verhaal over een tbc-cursus die ik vorig jaar in Amsterdam organiseerde in een Wit-Russisch tijdschrift verschenen.
TB Workshops Cubaanse dokters, onder toeziend ogen van Fidel
 

Tja, en ook de zes weken sabbatical zitten erop. Door met de Spaanse taal in klasjes bezig te zijn, ben je even helemaal niet de persoon in je normale omgeving. Het heeft me ook helemaal los gemaakt van m’n werk. De laatste weken niet meer in m’n werkmail gekeken en doe dat tot maandagochtend ook niet. Het bevalt me wel goed om eens in de 5-6 jaar die rust te nemen en me weer op te laden. Over 5 jaar weer!

Naschrift
Terug in Nederland is me vaak gevraagd wat me het meeste opviel in Cuba. Dat is eigenlijk de afwezigheid van reclame, langs de weg, in kranten, etc. Wat een rust om niet overal geprikkeld te worden om meer te consumeren. Is meer echt nodig? 
Oké, je moet in Cuba dan wel de patriottische borden accepteren: ¡Patria o muerte. Venceremos! ¡Hasta la victoria. Siempre! 


maandag 26 oktober 2015

Che, Cuba

“Quieres Che moneda?” vroeg de toiletjuffrouw mij in het historisch museum in Trinidad terwijl ik de slecht leesbare kopieën uit de Spaanse tijd probeerde te ontcijferen. Voordat ik het wist had ik in een hoekje van het museum 3 CUC neergelegd voor een pakketje met het drie peso-bankbiljet en nog wat muntjes. Het biljet met Che’s beeltenis is erg in trek (bij toeristen) en dus niet in omloop als betaalmiddel. Che (Guevara) is hier nog steeds een groot icoon. 

Che, Fidel en Raul Castro en nog 79 compañeros voeren eind 1956 met een bootje (Granma) vanuit Mexico naar Santiago de Cuba om het regime van dictator Batista omver te werpen. De inname van de militaire basis werd een fiasco. Slechts 22 vrijheidsstrijders overleefden de coup en trokken de bergen in om van daaruit een guerrilla te beginnen. In twee jaar tijd werden dorpen bevrijd, de bevolking gemobiliseerd en op 1 januari 1959 was de overwinning compleet. Batista vluchtte naar Spanje waar Franco hem asiel gaf. 
De VS was niet gelukkig met de veranderingen 'in hun achtertuin'. Florida ligt slechts op 100 km van Cuba. De CIA steunde in 1961 een inval van contrarevolutionairen (Varkensbaai-invasie). Ook dat ging mis. Cuba zocht vervolgens steun van de Sovjet-Unie die op Cuba kernwapens wilden stationeren. De spanning liep op, maar Kennedy en Chroesjtsjov kwamen er uiteindelijk uit en een Derde Wereldoorlog werd voorkomen. 
Che werd in het nieuwe Cuba minister van Financiën. Bijzonder voor een Argentijnse arts. Het bankgebouw in aanbouw kreeg gelijk een andere bestemming: het werd een ziekenhuis. Eigenlijk wilde Che het geldsysteem geheel afschaffen. Ik las net dat in die tijd ook het Monopolyspel van de markt werd gehaald omdat het hebben en nastreven van (meer) bezit indruiste tegen de socialistische principes. Het moet gezegd worden dat de Cubaanse leiders zich niet zoals in veel Oost-Europese landen hebben verrijkt. Het woonadres van de 87-jarige Fidel is overigens onbekend. Volgens sommigen is hij dementerende. Raúl is nu de president. Che werd in 1968 gevangen genomen tijdens de vrijheidsstrijd in Bolivia en geëxecuteerd. Dertig jaar later is zijn lichaam onder een landingsbaan in Bolivia ontdekt en herbegraven in Santa Clara in Cuba. 
Che, nog steeds een icoon, op de jaarkalender 2016
In de rij met bonnenboekje voor melk
Het socialistische systeem heeft zijn beste tijd wel gehad. De boycot van VS, en met de VS ook van andere westerse landen, en de onwil van Cuba om met kapitalistische landen handel te drijven, heeft het land in een wat deplorabele toestand gebracht: lege winkels, lege apotheken, slecht onderhouden huizen, aftands openbaar vervoer, etc. Maar men verwacht dat met de verbetering van de relatie met de VS – Obama was de eerste president die weer met Cuba praatte – het hier snel gaat veranderen. Deze week zijn ook 8 Nederlandse Kamerleden (o.a. Pechtold) op bezoek. Met Kamerleden komt meestal ook de business. Heineken is hier al het best verkrijgbare buitenlandse bier. En ik las dat men verwacht dat de scheiding in twee munten (pesos (CUP) voor de Cubanen en CUC voor de toeristen) over een maand misschien al wordt opgeheven. Het slaat ook nergens op. Het Monopolyspel wordt wellicht ook weer toegelaten! Internetten kun je nog maar beperkt. In een paar parken en pleinen is soms een WiFi-hotspot. Het is er altijd gezellig druk.
Cubanen hebben een bijzondere levensvisie. De 60-jarige lerares van m’n Spaanse cursus hield vaak een vurig betoog over saamhorigheid, het belang van het immateriële en het optimisme. Dat alles wordt ook uitgedrukt in de dans en muziek, zoals salsa. Die levensvisie zal wel blijven. Gisteren kwam ik Luis tegen. “Donde eres?” vroeg hij en “uit welke provincie?”. Vervolgens ging hij me vertellen wat hij van Zuid-Holland wist. Op z’n kruiwagen stond een doos met één meter aan schriftjes waarin hij het allemaal had opgeschreven. Hij noemde zichzelf een denkbeeldige reiziger (viajero imaginar) en had al heel wat van de wereld gezien...


Ik ben nog een weekje in Cuba. Donderdag geef ik in Matanzas een presentatie over de Nederlandse tbc-bestrijding. In het Spaans! Ik heb het helemaal uitgeschreven, laat het nog even controleren en lees het dan voor. En zit te wachten achter een daiquiri (een rumcocktail) op de kreeft. Na vijf weken school nog even genieten. 

donderdag 15 oktober 2015

Een rijdend museum, Cuba


Wel een teleurstelling dat de taxi die me zaterdag van het vliegveld haalde een Lada was. Als je over Cuba schrijft denk je namelijk al snel aan de oldtimers die hier nog veel rondrijden, allemaal van voor de revolutie van 1959! De Lada’s kwamen na de revolutie door de intensieve banden die Cuba met de Sovjet-Unie aan ging. Import van Westerse producten werd om politieke redenen gestaakt. Ook de Lada’s rijden hier nog veel rond ook al zijn de contacten met Rusland na de perestrojka bekoeld geraakt. De Cubanen noemen het autopark een rijdend museum. Knap dat ze auto’s vele tientallen jaren – tot meer dan 50 jaar – op de weg houden.


In Cuba heb je vele soorten vervoer: trein, bus, auto’s en verschillende fietstaxi’s. De gele staatstaxi hanteert Europese prijzen en is vooral voor toeristen. De collectivo’s zijn ‘gedeelde’ taxi’s die over vaste routes heen en weer rijden. De Amerikaanse oldtimers hebben meestal vijf plaatsen: twee op de voorbank, naast de chauffeur, en drie op de achterbank. Banken waar je diep in wegzakt. Het blikwerk van de auto’s rammelt behoorlijk. Veel auto’s hebben een soort vrachtwagenuitlaatpijp die veel geluid maakt en vaak zwarte rook produceert. Inventief is men. In een van de collectivo’s draaide een kleine ventilator op een motortje op het dashboard. Wel nodig met dit warme weer, hoewel ik niet het idee had dat het verkoeling bracht. Het idee van de collectivo’s is eigenlijk heel goed. Als een passagier uitstapt, zorgt de chauffeur er weer snel voor dat de plek opgevuld wordt. Zo wordt maximaal gebruik gemaakt van het vervoersmiddel. En het is ook heel gezellig, met de harde salsa muziek. Heel iets anders dan de files in Nederland, met in elke auto één persoon.

Vanuit de Spaanse cursus werd negatief geadviseerd om met de autobus te reizen. Ze zijn overvol, je kunt snel je spullen kwijtraken en vrouwen konden gemakkelijk een paar Cubaanse handen op borst of bil voelen. Ik verbleef de eerste dagen in de wijk Vendado en ging wel elke dag twintig minuten met de bus naar Mirarmar waar de taalschool in een lommerrijke buitenwijk van Habana ligt. Meestal sta je met 20-30 andere mensen bij een bushalte te wachten. Als de bus stopt, dromt iedereen bij de voorste ingang. Het lukt meestal niet om iedereen daar binnen te krijgen, dus hangt de bijrijder uit het raam om van de overige instappende passagiers de 40 centavos (1,6 cent) te ontvangen, zodat bij een van de andere drie ingangen ingestapt kan worden. Na wat duwen kan iedereen dan toch meestal wel mee. Mijn voet raakte een keertje beklemd toen ik op het trappetje stond en de deur dichtklapte. Gelukkig zat er nog een rubberen rand onder de deur en kon bij de volgende halte – na wat wringen met m’n voet – de deur weer open en was m’n voet weer bevrijd. Op een of andere manier heb ik deze thrill/vipe nodig om een land te leren kennen. ¡Yo disfruto!
Vinalis
Alleen voor de foto...