zondag 8 maart 1998

1. De koffer inpakken op de achterbank van de auto

Na een laatste hectische week in Nederland en een veel te snel afscheid is de reis weer begonnen. Inmiddels ben ik ruim een week onderweg en begin me een beetje te settelen. Het is wel fijn om weer in een vertrouwde stad terug te zijn. Het maakt het wennen wat makkelijker.

De laatste dagen in Nederland waren vol stress. Het leek wel een examenperiode. Ik heb aardig toegelegd op m'n slaap, het ging eigenlijk vanzelf. Er was een dag, ik geloof woensdag, toen ik al rond half 5 wakker werd en begon het boek te malen in mijn hoofd. 's Avonds had ik met Rob afgesproken en was ik geloof ik om een uur of 3 's nachts thuis. De dagen erop waren ook zo, zodat ik er vrijdagmiddag echt doorzat. Gebrek aan rust, slaap en eten. De volgende ochtend bijna verslapen, de laatste spullen op achterbank van de auto ingepakt en naar het vliegveld. Nauwelijks nog tijd om afscheid te nemen, zat ik daarna in het vliegtuig bij te komen met het eerste kopje koffie van die dag. Een comfortabele vlucht met allerlei lekkere hapjes, de nieuwe James Bond en het onvermijdelijke KLM-huisje.

Aangekomen in Nairobi zocht ik tevergeefs naar het bordje "de Vries" of wat er ook maar enigszins op leek. Uiteindelijk met een taxi door donker Nairobi naar een hotel. Zondag lekker bijslapen en bijkomen aan de rand van het zwembad. Ook de volgende dagen bleef het rustig. De persoon die ik in Nairobi moest zien "had travelled" en was maandagochtend naar Addis vertrokken. Op het WHO-kantoor kon ik me rustig door allerlei files werken. Het WHO-kantoor Nairobi is tevens regionaal kantoor voor Oost-Afrika waar ook Zambia onder valt.
The Panafric Hotel in Nairobi.
Nairobi is een moderne Afrikaanse stad met veel wolkenkrabbers, rechte wegen en natuurlijk erg druk. De meeste mensen verplaatsen zich in de overvolle matatus (busjes). Ik zat dichtbij het WHO-kantoor, dus kon te voet, onderweg vaak nog even een broodje en drankje meepikkend. Het ontbijt had ik maar laten zitten in mijn hotel booking, want dat gaf een extra charge van $13. 's Avonds at ik meestal in het hotel. Op een avond ben ik nyama choma gaan eten op aanraden van iemand van de WHO. In het restaurant zoek je eerst een stuk vlees uit, dat daarna op de grill gaat. Ik koos voor een 'arm' van een geit. Eenmaal klaar komt vervolgens een ober met een groot mes de poot serveren. Het vlees wordt van het bot gesneden en in 'hapklare brokken' voor je neergelegd, zodat je daar dan een half uur je gebit op kan oefenen. Gelukkig had ik de dental flosh wel meegenomen. Andere essentiële spulletjes begon ik inmiddels al wel te missen, zoals de wereldontvanger. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen weet ik dus niet; wel dat Ajax met 3-0 van NEC won en wie de doelpunten maakte (uit de Keniaanse "Daily Union") of dat Ajax voor de Europacup verloor van Spartak Moskou (KNBC).

Mijn vlucht naar Lusaka kon met een dag uitgesteld worden en voordat ik donderdag wegvloog kreeg ik mijn 'briefing' van de Amerikaan verantwoordelijk voor het programma. En toen echt onderweg... De vlucht naar Lusaka was exciting, een prachtig landschap vanuit de vlucht. Toen de piloot meldde dat we over Mpika gingen vliegen, heb ik de stewardess gevraagd of ze dat nog een keer wilden herhalen als we echt boven Mpika zouden vliegen, wat dus ook gebeurde. Vanuit de lucht kon ik Mpika, Tazara, de Kasama Junction zien en herkende ik een witte enclave, wat volgens mij Chilonga moest zijn. Je kunt je wel voorstellen hoe opgewonden ik was.
Het cirkeltje op de foto is de 'witte enclave'.
Het was trouwens helemaal een déjà-vu gevoel. Op Nairobi Airport moesten we eerst de koffers identificeren, die naast elkaar op een rij naast het vliegtuig stonden. De verf was een beetje aan het bladderen van het vliegtuig, een Boeing 747 van Aero Zambia. Ook de service was erg Zambiaans. Vriendelijke stewardessen, echt 'vliegtuigvoedsel' en 'Zambiaanse statements'. Zo stond erop het noodlandingsformulier dat indien we op het water zouden landen, de business class life-jackets onder de stoel konden vinden. "Economy class use seat cushions"! Ik prees me even gelukkig dat ik business vloog, maar zag al snel dat ook de business niet voorzien was van life-jackets. Anyway, zonder al te grote problemen, kwamen we aan op het vliegveld. 
Op het eerste gezicht lijkt er niet veel veranderd. Veel herkenning van wegen, gebouwen, etc. De kwacha is veranderd. Het gezicht van Kaunda staat er niet meer op, trouwens ook dat van Chiluba niet. Kochten we in 1989 een Mosi voor 4 kwacha; bij vertrek moesten we ruim 100 kwacha betalen. Nu, in 1998 betaal je 2500 in een lux hotel (800 in de winkel). De bierprijs is beste indicator die aangeeft door welke moeilijke tijden Zambia is gegaan en nog steeds gaat.

woensdag 1 oktober 1997

Voorwoord) Ape(n)staartjes uit London Verhalen van een jaar studie aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine 1996-1997

In 1996 kreeg ik de gelegenheid om met een beurs van het Professor Oomenfonds een masteropleiding te volgen in Engeland aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Na 10 jaar was ik weer student. Ik woonde op een klein kamertje in het hartje van Londen en had de kans om mezelf verder te ontwikkelen. Elke drie weken reisde ik naar Harderwijk om het weekend bij Florence, Douwe en Koen te zijn. Ze kwamen ook een paar keer naar Londen en we brachten onze zomervakantie door in Engeland.

De digitale wereld kwam midden negentiger jaren van de vorige eeuw op stoom. In de School was een computerlokaal met zo’n 70 computers, dag en nacht toegankelijk. Ik maakte elke maand een ‘nieuwsbrief’ die ik apestaartje noemde en stuurde deze naar Florence en waarschijnlijk naar een paar andere mensen die ook al een e-mail adres hadden. De spelling van apestaartje veranderde een half jaar later en het werd een apenstaartje. In de Van Dale uit 1985 die we nog steeds gebruiken, komt het woord ape(n)staartje niet voor!

In Engeland waren tijdens m’n studieperiode een aantal opmerkelijke gebeurtenissen. De gekkekoeienziekte, mad cow disease, was op z’n hoogtepunt. De Britten bleven er redelijk lakoniek onder. Engeland maakte ook verkiezingen mee en werd van het Conservatieven-juk verlost. Er was een jubelstemming en veel optimisme onder het linkse universiteitspersoneel toen Tony Blair gekozen werd. Lady Diana verongelukte in augustus 1997 met haar vriend Dodi. Aan de vooravond van haar begrafenis hadden we ons afscheidsfeestje van de MSc-groep. Ik wandelde ’s nachts naar huis en liep langs de vele mensen die in slaapzakken al een plaatsje op de route hadden ingenomen. Op de Mall, bij Buckingham Palace, zag ik de volgende dag de kist voorbijkomen. Het was indrukwekkend.

Het is twaalf jaar later en ik heb nu gelegenheid om deze ape(n)staartjes te bundelen. De electronische omgeving is niet meer weg te denken en biedt mogelijkheden om zelf een boekje samen te stellen. De brieven (hoofdstukken) geven volgens mij een mooi tijdsbeeld van de jaren negentig en de zaken waar ik toen mee bezig was.

September 2009. 

woensdag 3 september 1997

17. Last night at the Proms

Dit is dan het laatste apenstaartje. Het jaar zit erop. Een boeiend jaar in Engeland waar ik veel geleerd heb. Niet zoveel nieuwe kennis opgedaan, maar meer kritisch leren denken en analyseren. Ik denk dat ik over een jaar nog maar weinig kan herinneren van bepaalde lectures, maar hopelijk heb ik nieuwe vaardigheden goed aangeleerd. Het was in eerder geval zeer de moeite waard, maar niet om nog een keer te doen, want het was ook eenzaam om weer een single life te leven. En natuurlijk niet alleen ik, want we hebben allemaal moeten afzien. Om even in wielertermen te blijven: De meet is in zicht, want vrijdag lever ik m’n thesis in met de titel “What’s New? The Internet and Public Health in Developing Countries: a critical appraisal of applications”. Klinkt goed, hè. De bloemen wachten: het papiertje met m’n MSc (Master of Science), alleen wordt de uitslag en trofee pas in februari verwacht. De bedankwoorden aan iedereen die mij en ons het laatste jaar gesteund hebben. De coaches, verzorgers en supporters, heel hartelijk dank. Zonder jullie had ik het echt niet gered, is een mooie cliché, maar het is echt zo.

Engeland is in diepe rouw. Diana, the “People’s Princess” is dood. Met haar nieuwe vriendje, verliefd, in de Mercedes van pa met hoge snelheid en een dronken chauffeur, achtervolgd door een horde fotograven, de papparazzi, tegen een betonnen paal geknald (waarom stond die paal daar eigenlijk?). Elke Engelsman heeft blijkbaar een zwarte stropdas in z’n garderobe hangen en elke Engelsvrouw een grijs mantelpakje, want dat is deze week de etiquette. Eigenlijk merk ik niet zo veel van het hele gebeuren, maar dat komt misschien ook omdat ik niet in de buurt van St. James’s Park en Buckingham Palace woon. Toch ontkom je er niet aan als je een tv en radio in huis hebt. De BBC had vanmorgen de volgende items: het eiland Montserrat wil de nieuwe hoofdstad vernoemen naar Diana: Port Diana. De oude is gedeeltelijk verwoest door een vulkaanuitbarsting. Trouwen tijdens de funeral op zaterdag. Zo’n 7000 mensen hebben al een jaar geleden hun huwelijksdatum geprikt. Mogen er nu wel of geen wedding bells geluid worden. Elton John, komt hij wel of niet zingen op de begrafenis. De newspapers: the Independent had een artikeltje met de kop “if only the royals could weep with the people”. 
Toch heeft Engeland ook een aardig plaatsje in m’n hart gekregen. London is een fantastische multiraciale stad. Het is verbazend hoeveel verschillende culturen hier naast elkaar wonen, zonder grote problemen. Ik denk dat de Engelse samenleving, zeker ook door het koloniale verleden, andere mensen veel beter respecteert. Vorige week ben ik naar het Notting Hill carnaval geweest. 1 miljoen mensen op straat om Afro-caribisch carnaval te vieren, hossend door de straten achter steelbands en salsa orkesten aan. Fantastisch. Het volk is ook aardig gedisciplineerd. Sommige boetes bijvoorbeeld zijn in onze (mijn) ogen belachelijk. Zonder geldig kaartje in de bus kost je 5 pond, terwijl roken 1000 pond kost. Als je hondje hier in deze buurt op straat poept en je ruimt het niet op kost het je 500 pond. Het heeft zeker zijn effecten. Prachtig ook om te zien hoe op zomerse namiddagen de straathoeken geblokkeerd raken door pubbezoekers. De cafés zijn dan leeg! Geen betere sportverslaggeving dan de BBC. Voor mij nooit meer Studio Sport, maar Match of the Day op zaterdagavond. De laatste weken begon ik zelfs van Diana te houden. Zo onconventioneel terwijl het koningshuis zo stijf is. Op de water-scooter met haar zoontje, joggend in een Harvard shirtje, of in het mijnenveld van Mozambique of Bosnië wijzend op onrecht in de wereld. Ze zal nu wel een Saint worden in Engeland. 
Dit weekend gaan Florence en ik Engeland even op z’n Engels afsluiten. Ik heb kaartjes voor de Proms in the Royal Albert Hall, onze “last night” hier. De bananendozen die ik van Tesco gehaald heb, staan klaar met alle mappen en boeken van het afgelopen jaar om opgehaald te worden. I’m going home. Tot ziens in Nederland.
Tekening Douwe
Tekening Koen

vrijdag 4 juli 1997

16. Henmania

Even deze apenstaartje onderweg van Heathrow naar Harderwijk schrijven. Daarvoor is de laptop toch: op de schoot. Het staat natuurlijk ook wel interessant om zo tussen alle vroege vogels om half 7 al zitten “te werken”. Gisteravond hadden we de party in John Astor House. Het was weer gezellig, lekker gedronken, gegeten, gekletst en gedanst. Zo rond 2 uur zat het in het zaaltje beneden in het gebouw erop, waarna we nog even in een van de keukens wat verder gingen drinken. Half 4 ging ik op stap. Ik moest eerst nog naar Oxford Street lopen om met succes een taxi aan te houden. Deze bracht me naar Trafalgar Square waar het ook om 4 uur ‘s nachts nog een drukte is. Met de dubbeldekker reden we naar Heathrow. Bovenin de bus kon ik het langzaam licht zien worden. Ik ben net eventjes een klein half uurtje weggedut in de vertrekhal en nu begint de boarding. 
Henmania is voorbij in Britain. Nadat hij met succes twee Nederlanders uitgeschakeld had, is hij nu uitgeschakeld door een Duitser. Zondag heb ik zelf de kans genomen om ook wat van Wimbledon te zien. Na alle regen hadden ze besloten dat er op zondag gespeeld kon worden en men noemt dit de people’s day: tennis voor het gewone volk! Een lange queue (rij) slingerde over het grasveld, langs het water, de straat naar de loketten. Zeker een paar mijl lang. Doe als de Britten als je in Brittania bent, dus ik sloot ook aan in de queue, maar na een half uur wachten en 200 meter verder, besloot ik om me toch maar niet als een Engelsman te gedragen en ben ergens voorin ingeschoten. Toen ik dat later aan een Engelse vertelde, was hij geschokt van deze etikettenschennis. Bij het loket moest ik kiezen tussen Centre Court (Seles, Henman-Haarhuis) en Court no. 1 (Hingis, Krajicek). Ik besloot voor onze Wimbledon kampioen te kiezen. De partijen waren helaas niet spannend, terwijl Haarhuis uiteindelijk het spit moest delven in een trillende vijfde set met 14-12. De Engelsen natuurlijk helemaal uit hun bol. Toch was het leuk om zo’n dagje naar het tennis te kijken. Ik vind sowieso dat sport live veel dichter bij je komt, terwijl de close-ups juist een rare afstand creëren. Het was ook leuk om langs de andere velden te wandelen. Je staat dan echt naast de tennisbaan en kan zo een praatje beginnen met de spelers. Brenda Schulz, Kafelnikov en nog vele anderen waren aan het dubbelen.
Nog even iets over het juni examen, want dat was toch ook wel bijzonder. De examens werden afgenomen in Senate House, een groot gebouw dicht bij de school. Zo’n honderd tafeltjes stonden opgesteld en onze examen nummers lagen erop. Het ging er allemaal erg officieel aan toe. Zodra we binnenkwamen werd ons verteld dat je niet mag praten in de examenhal. De stoffige heren en dames die moesten toezien of het examen rechtmatig toeging, konden zo uit het House of Lords geplukt zijn. Knorrige, narrige mensen, met krakerige stemmen. Eén van hen had de eer om in z’n toga het examen te openen. Het eerste examen bestond uit vier vakken (statistiek, epidemiologie, gezondheidspolitiek en sociologie). Voor elk vak konden we een keus maken uit 2 vragen. De vragen waren niet te moeilijk, maar het was wel veel. Iedereen had de drie uur tijd hard nodig en er was eigenlijk niet genoeg tijd. Het tweede examen was een geïntegreerd examen, met o.a. een heel algemene vraag over een 25% verhoging van het jaarbudget van een programma (ik koos voor geslachtsziekten). Je werd gevraagd hoe je als hoofd van die afdeling dat zou aanpakken.


Dit is niet echt de tijd om nog veel aan de studie terug te denken. Nu, in Nederland heb ik het knopje al omgezet en ben weer even niet meer de student. In London vertrok ik in hevige regen, maar in Amsterdam was het onbewolkt met veel zon, een goed teken. Het Engelse ontbijt in het vliegtuig was echt onsmakelijk, een plastic bakje met een worstje, spek, scrambled egg, en nog iets ondefinieerbaars alles drijvend in een plasje heet water, waarschijnlijk gestoomd spul. Ik kon het met geen mogelijkheid naar binnen krijgen. Straks gewoon weer een bruine boterham met kaas. Ik zit nu in de trein te laptoppen. Met een treintaxi kaartje hoop ik straks aangenaam terug te rijden naar huis. Ik ben dan net op tijd om om 12 uur bij het schoolhek te staan en de jongens op te vangen na hun laatste schooldag. Ze weten niet dat ik vandaag al kom.

donderdag 3 juli 1997

15. School’s out!

Het zit er op. School’s out! De laatste weken was het nog even flink zweten. In juni twee weken hard studeren voor de examens van 23 en 24 juni. Gisteren rond vijf uur konden we de uitslag oppikken en was bijna iedereen in de computerruimte van de school in afwachting van de uitslag. Er waren twee mogelijkheden: of je kreeg te horen dat je er door was (“pass”), of je moest nog een mondeling doen. Dit laatste hing af of je “borderline” was. Dit kon zowel betekenen dat je een twijfel geval was voor “pass/fail” of voor “pass/distinction”. Het was bijna 6 uur toen iemand van onze cursus met een enveloppe in de computerzaal ‘smiling’ binnenkwam: de uitslagen waren binnen. Sommigen renden naar de postvakjes, graaiden hun enveloppe eruit en verdwenen (o.a. naar de toiletten). Anderen openden de enveloppe ter plekke. Ik was ook wel nerveus geworden, want ik had het gevoel dat ik de juni examens niet zo geweldig gemaakt had. Ik had er zelfs een beetje een kater aan over gehouden. De rest had ik echter wel goed gemaakt. In de brief stond dus dat ik de volgende dag verwacht werd, voor een mondeling, een “viva” heet het hier. Er werd in de brief niet vermeld dat het voor pass/fail of pass/distinction was, maar ik werd gerustgesteld door mijn cursusbegeleider. Nog een dag spanning opbouwen dus. Vandaag dus 20 minuten mondeling voor een panel van drie lecturers/professoren. Het ging gelukkig redelijk goed en het is echt een opluchting dat nu alle examens en de studie achter de rug is. Het enige wat nu nog over blijft is de dissertatie, maar dat is meer een individuele activiteit met hopelijk veel onder-steuning van mijn tutor/begeleider. Uiteindelijk moesten 12 van de 33 opdraven. 4 of 5 voor pass/fail en de anderen voor pass/ distinction.

Morgen vlieg ik weer naar Nederland. Deze week boekte ik een vlucht bij het studenten travel agency. Omdat ik pas over drie weken weer terugvlieg, vroeg de guy “Are you going home for a while?”. Ik stond op het punt om te zeggen: “yes, my mum has her birthday this week, then my child and my wife will have their birthday at the end of the month”. Het geeft wel een beetje aan in wat voor situatie je hier toch zit. Ik heb een vlucht morgen vroeg voor 7 uur vanaf Heathrow. De metro rijdt niet zo vroeg, dus moet ik een nachtbus nemen.

Gelukkig is er een feestje vanavond, Carlos heeft zijn verjaardag, dus het wordt sowieso laat. In het midden van de nacht neem ik mijn koffer, en kijk of ik een taxi kan krijgen naar Trafalgar Square, van waaruit het dan nog 1½ reizen is naar Heathrow. Mijn computertje gaat mee, dus misschien dat ik daar nog wat energie heb om de afgelopen weken te beschrijven. Over onze hero Tony in Amsterdam op de Eurotop, regen in Engeland, Krajicek op Wimbledon en natuurlijk Henmania...

dinsdag 13 mei 1997

14. An Afternoon in the Sewer

Het was geen “Day at the Races” of “A Night at the Opera”, maar een “An Afternoon in the Sewer” oftewel een middagje stappen in het riool van London. Via de John Snow Society waar ik inmiddels lid van ben geworden, kon ik mee met de “John Snow Society London Sewer Tour”, een riooltocht. Het was een unieke kans want weinig mensen worden toegelaten om het riool in te gaan. Op de 20 beschikbare plaatsen hadden een aantal professoren en mensen van het Public Health Laboratory ingeschreven. Toevallig hoorde ik ervan en samen met een andere student werd ik toegelaten tot deze trip. Op de uitnodiging stond dat een extra set kleding geadviseerd werd om mee te nemen, in het geval je ongelukkig zou zijn en in het riool zou vallen....

Vanmiddag vond de excursie plaats en stond een busje ons op te wachten op het Bromley By Bow metrostation. Van daaruit werden we naar Wick Lane Main Drainage Depot gebracht. Thames Water is de grootste van de 100 water- en rioolbedrijven in Engeland en voorziet het grootste deel van London. Dit zijn hun cijfers: per dag 2.600 miljoen liter water door 31.191 km distributienetwerk waterleiding naar 7.3 miljoen klanten. 11.5 miljoen klanten produceren per dag 3.200 miljoen liter rioolwater, wat door een netwerk van 81.208 km riolering gaat. Uiteindelijk wordt het bewerkt in het oosten van London, voordat het afvalwater de Thames in gaat. De Thames is een getijden rivier en men moet dus goed uitkienen wanneer dit de Thames in gaat. De Thames wordt aan de westkant ook gebruikt voor drinkwater.

We kregen eerst een praatje over de historie van de riolering in London. Tussen 1859 en 1873 is het grootste deel aangelegd, met het doel om rioolwater naar het oosten te verplaatsen. Tot die tijd werd het gewoon overal in de Thames geloosd, met o.a. de cholera epidemieën tot gevolg. Toen de riolering eindelijk klaar was, stroomde het gelijk over omdat tegelijkertijd de helft van de straten geplaveid werden, en het afvoerwater van regen etc. niet meer de grond in ging, maar ook het riool in. Na het praatje en de dia’s werden we eerst vergast met een tafel lekkere hapjes en een drankje, daarna begon het echte werk.

We gingen in twee groepjes van 10 naar beneden. We moesten ons eerst omkleden, in gele plastieken overalls, kniehoge dikke sokken, lieslaarzen, een plastic hes met ogen en riemen, handschoenen en een helm. Vervolgens gingen we achter het gebouw het luik in, een verticale trap af, nadat we eerst vastgegespt waren. We kregen ook een tas om de nek met een gasmasker en een zuurstoffles erin, in het geval het alarm van gevaarlijke gassen af zou gaan. Na de 4-5 meter steile afdaling werd ik weer losgemaakt en stond ik in het riool, met m’n benen zo’n 30 cm in het rioolwater. De ondergrond was een beetje glibberig. Het rioolwater was grijs, en drollen en toiletpapier stroomden langs me heen. De stank viel erg mee. Langzaam schoven we door het riool. Een ronde “buis”, 9 feet hoog dat is 2,7 meter, gemaakt van baksteen. Een deel van het riool was nog het oude uit 1873, en ander deel was van 1920. Het zag er eigenlijk net zo uit als de metro: een ronde holle buis. We werden begeleid door 3-4 mensen van het bedrijf, die lampjes op hun helmen droegen om ons het pad te wijzen in de duisternis. Je moest je voorzichtig voortbewegen, want er waren veel ondefinieerbare oneffenheden op de ondergrond. Soms harde voorwerpen, zoals stenen, maar meestal zachte massa. Halverwege de toer hadden we een stop om ter plekke wat vragen te stellen. Hier kwamen verschillende ‘buizen’ samen. We stonden naast de buis die Oxford street en omgeving verzorgt. In feite de koninklijke riolering, want deze voert ook de uitwerpselen van Buckingham Palace af. Zo hoorden we dus ook dat ratten in deze snel stromende riolen niet goed overleven, hoewel ze wel voorkomen. Kikkers doen het beter. De meeste werkzaamheden heeft het bedrijf aan de kleinere rioleringen: met een doorsnee van 4 feet, 1.20 meter, men moet er door kruipen. Onze toer vervolgde door een andere buis parallel aan de eerste. Hier en daar leek het een druipsteengrot, met stalactieten. Als het regent dan vullen de riolen zich tot de top, zodat ook poep aan de bovenkant vastplakt. Gelukkig drupte het niet.... Na 45 minuten in het riool geweest te zijn, werden we weer aangegespt om een andere steile trap te beklimmen en konden we onze spacemanpakken weer uittrekken. Iedereen had het droog gehouden. Na een kopje koffie en een biscuitje, konden we nog even in de buitenlucht wachten op het busje, voordat we weer de tube ingingen, onderweg naar een warme douche.

vrijdag 2 mei 1997

13. Tony Blair salmon, John Major rice & curry, Paddy Ashdown mousaka en een 10-Downing Street gustard toetje

Je ziet dat het kopje veranderd is. In een van de tijdschriften kwam ik de omschrijving van @ tegen als apenstaartje. Het klinkt wel niet, maar ik zal me aan de nieuwe spelling houden.
Zondag ben ik weer met de Eurostar teruggekeerd naar Londen. Het was heerlijk om zo lang in Nederland te zijn. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, kostte het me een paar tellen om te realiseren waar ik nu was. De eerste dagen zijn altijd moeilijk om weer op gang te komen. De knoppen moeten om, het vizier op de nieuwe study units en de onvermijdelijke examens na afloop. Deze maand volg ik Tropical Environmental Health, wat vooral over water en sanitatie gaat, en Control of Sexually Transmitted Diseases (geslachtsziekten). Ik heb voor niet te zware kost gekozen, probeer ook al wat voor te bereiden voor de juni examens (23 en 24) en alvast een deel van mijn zomerthesis te schrijven.

De verkiezingen van gisteren hebben voor een aardverschuiving (landslide) gezorgd. Volgens de Britten zijn we nu in een nieuw tijdperk beland. Ik heb de verkiezingsuitslag geboeid gevolgd vanuit m’n bed. Om 10 uur gingen hier de stembussen dicht en tegen elf uur kwamen de eerste uitslagen binnen. In Engeland worden parlementsleden (MPs) gekozen per kiesdistrict (659 constituencies). Het is dus een alles-of-niets race. Per kiesdistrict één parlementslid. Labour won met een meerderheid van 179 parlementsleden (2/3 van het parlement), terwijl ze 44% van de stemmen kregen. De liberaal-democraten verdubbelden hun zetels tot 46, terwijl ze over het geheel verloren (17% van de stemmen). Het Engelse volk heeft dus overal de Tories (conservatieven) weggestemd. In conservatieve bolwerken waar Labour de tweede partij was in 1992, hebben de liberaal-democraten massaal op Labour gestemd, en waar de liberaal-democraten de tweede partij was in 1992 heeft de Labour aanhang gestemd op LibDem om de conservatieven weg te stemmen. Tactisch stemmen om bevrijd te worden van het juk van de Tories. Er is veel opluchting in het land. Men was John Major en zijn ministers helemaal zat. Zelfs de roddelpers kopte hier mee “He’s gone”, eindelijk weg. Hoewel het economisch erg goed gaat in Engeland, hebben onderwijs en gezondheidsinstellingen erg te lijden gehad onder 17 jaar Tory bewind. Ook op school was er veel opluchting. Onze teacher van vrijdag kwam met dikke wallen onder de ogen op school. Till what time did you celebrate? vroeg de andere professor. Er was geen twijfel dat ze gefeest had, want zij had in de tijd van Thatcher flinke aanvaringen gehad met het parlement over een seksueel gedragsonderzoek. Hier en daar zaten mensen champagne te drinken in de school.
Wat de echte gevolgen van de aardverschuiving zullen zijn, moeten we nog zien. Tony Blair is geen socialist. Hij heeft het ook over New Labour. De meeste van de parlementsleden zijn Cambridge-opgeleide veertigers, met professionele achtergronden. Veel vrouwen zijn gekozen in het parlement. Zij hebben de stoffige dames en heren van de conservatieven verdrongen. Een andere generatie neemt het land over. Niet uit de tijd van bourgeoisie en werkende klasse, maar van maatschappijbewuste mensen. De school is op dit soort dagen speciaal aangekleed. Slingers in het restaurant. Tony Blair salmon, John Major rice & curry en Paddy Ashdown mousaka op de kaart, met een 10-Downing Street gustard als toetje...

Wij, Nederlanders, hadden natuurlijk ons eigen feestje al gehad, de dag ervoor. Queen’s Day. Met een paar mensen zijn we naar het enige Nederlandse café in London gegaan. Café Hems in Soho. Gelukkig was het mooi weer. De twee zalen puilden uit. De hele avond hebben we op straat staan “drinken”, een Engelse gewoonte trouwens, want wanneer er ook maar een paar zonnestralen doorkomen, dan zit Engeland op straat. Veel mensen hadden wat oranjes aangetrokken, haren of gezicht oranje geverfd. Rob had een verhaal dat ze tijdens Sinterklaas in dit café onderzocht hadden wat Nederlanders nu in London uitspookten. Op de eerste plaats kwamen studenten, tweede restaurant/receptionisten, derde bankmensen en vierde au-pairs. Het bankgehalte was op 30 april erg hoog en ik heb een stropdas gevraagd wat hij hier deed. ABN-Amro dus. We vonden beiden dat leven en wonen erg duur was in London, alleen praatte hij over z’n appartement bij Hyde park van meer dan 1000 pond per maand en ik over mijn kamertje van 275 pond. Ik vroeg hem wat dan de gemiddelde salarissen in de bankwereld zijn, waarop hij antwoordde dat 100.000 pond jaarsalaris niet ongewoon is. Directer ben ik (helaas) niet geweest...

Tot slot Engelse zelfkennis, het begin van het voorpagina artikel van the Guardian op zaterdag: This was our Velvet Revolution, and yesterday the population went wild, British style. People were seen breaking into half-smiles in public while reading the papers; some thought about making eye contact in the Tube; others even considered talking to complete strangers, then remembered themselves and drew back. (Dit was onze fluwelen revolutie, en gisteren ging het volk uit z’n bol, op z’n Brits. Je zag mensen publiekelijk met een glimlach terwijl ze de krant lazen; sommigen dachten eraan om oogcontact te maken in de metro; anderen zelfs om een praatje te beginnen met een onbekende, maar snel wisten ze wie ze waren en trokken zich weer terug).