woensdag 22 april 2009

Camino 2: Camino

Kanaal van Castillië bij Boadilla del Camino
Vanochtend om 8 uur ging ik op pad vanuit Boadilla del Camino, de 15e dag. Ik volgde een van de pelgrims. Er lag rijp op de velden en m´n vingers waren in no-time rood, gezwollen en pijnlijk mede door de (noordelijke) wind. Na een kwartiertje, bij het kanaal van Castillië, was zij (een Tsjechische) en ik dus ook de weg kwijt. Geen gele pijlen meer. De zon stond ook niet achter ons, zoals ´s ochtends gewoonlijk is. De camino is namelijk een bijna kaarsrechte weg naar het westen en je loopt ´s ochtends dus lange tijd in je eigen schaduw. Een kwartiertje later zat ik wel weer op de goede route, over een jaagpad naast het kanaal. Een mooie omgeving voor de wandelaar met de vele vogels en een mooi geluid op de ochtend. 
Sluizen bij Fromista
Na 5 km, in Fromista, werd me ook duidelijk waarom dit kanaal nooit gebruikt wordt. Hier waren 4 sluizen die een verval van meer dan 14 meter moesten overbruggen. Het was nu voor een groot deel overgroeid. In Fromista op naar de eerste bar voor de café solo. Ik ging aan een tafeltje zitten bij een Catalaan, Japanse en Koreaanse. We babbelden wat, hadden het over onze verschillende talen en deelden de chocolade croissants. Deze dag zou ik geen grote plaatsen meer aandoen, dus zocht in Fromista verder naar een supermarktje. Iets verderop stond een uithangbord met Alimentacion. 
Het was een klein barretje waar ook groenten, brood, levensmiddelen, etc. verkocht werden. De man/barkeeper stond chorizo te snijden achter de vleesmachine. Mijn noodzakelijk (nood)voorraad voor zo´n dag bestaat inmiddels uit baguette, chorizo, bananen, chocolade, yoghurtjes en een blikje Fanta. Ik kwam inderdaad niks meer tegen en heb bij een beekje uitgebreid geluncht. De laatste twee uren waren een beetje saai, het pad volgde een grote weg naar Carrion de los Condes. Om 3 uur was ik al in deze plaats. Het was al flink warm geworden. De herberg vond ik in een klooster met steenkoude kamers. Vannacht deel ik een kamer met Sally, een Schotse onderwijzeres in een achterstandswijk in Londen, een Italiaan, en Matti, een 65-jarige Fin.
Santa Clara Convent van de Clarissen zusters
Camino betekent pad of weg. El Camino of De Camino is de route naar Santiago de Compostella in Galicië. De route die ik volg heet de Camino Frances. Verschillende Franse routes sluiten in St Jean Pied de Port aan op deze route. Er zijn een stuk of 4 Franse routes, maar ook verschillende Spaanse. Zo kun je vanuit Sevilla over 1000 km de oude Romeinse weg aflopen naar Santiago. Je kunt overigens ook in Nederland beginnen, waar een pelgrimsroute aansluit op de Belgische/Franse. Al deze camino´s komen uit in Santiago.

Ergens in 800 zouden de beenderen van de apostel Jacobus in Santiago gevonden zijn. Het verhaal wil dat ze met een schip vanuit Israël daar naar toe gebracht zijn, nadat hij daar vermoord was. Verder zou diezelfde Jacobus in 800 of 900 een paar keer verschenen zijn en succesvol meegevochten hebben tegen de Moren. Hij wordt daarom ook wel de morendoder genoemd. Dat alles leidde tot een stroom van pelgrims naar het graf van de heilige Jacobus (Sant-iago). Er werden allerlei voorzieningen gebouwd zoals pelgrimsherbergen (hospitium), ziekenhuizen en kerken. Een paar priesters maakten zich verdienstelijk door bruggen te bouwen, want het doorkruizen van de rivieren was een van de grootste problemen, naast de struikrovers. Sommige plaatsen hebben hun naam te danken aan deze bruggenbouwers, zoals Santo Dominga de Calzalda en San Juan de Ortega. De pelgrimsroute bleef een paar honderd jaar heel druk, maar raakte daarna een aantal eeuwen een beetje in de vergetelheid, hoewel een schrijver als Goethe de tocht ook gemaakt heeft. Sinds de jaren 70 is er weer een gestage toename van pelgrims/wandelaars/peregrino´s. De herbergen zijn weer een beetje opgeknapt. Bijna elk dorp heeft wel een of meerdere alberges/refugio´s. UNESCO heeft de Camino ook opgenomen in de lijst van cultureel erfgoed, dus dat doet de route ook goed.

dinsdag 14 april 2009

Camino 1: eerste brief

St. Jean Pied de Port, ochtend van vertrek, 8 april 2009
De eerste week van de Camino, de wandeltocht naar Santiago, is al voorbij en het gaat me goed af. Ik ben begonnen in St. Jean Pied de Port, aan de voet van de Pyreneeën. Na een nachtje Parijs, ben ik met de TGV naar Bayonne en een boemeltje naar deze plaats gegaan. Ik overnachtte in een pelgrimsherberg, L’Esprit du Chemin, die gerund wordt door Nederlanders. Dit was nog een luxe herberg. Ik deelde een kamer met Peter, een andere Nederlander, en David, een man uit Guernsey. Een kamer met z´n drieën is een luxe op de Camino! Vanwege kou, regen en sneeuw vertelde men dat de bovenroute, ooit door Napoleon gebruikt, niet goed begaanbaar was. Zes weken eerder was er nog iemand door onderkoeling doodgegaan. De benedenroute gaat grotendeels over de grote weg en is minder spectaculair, hoewel Karel de Grote deze route ook gebruikte om Spanje binnen te vallen. Ik begon dus woensdag 8 april met de benedenroute.
De etappe eindigde in Roncevalles, een 800 jaar oud plaatsje met twee restaurants, een enorm groot klooster bewoont door 5 religieuzen, een museum en een pelgrimsherberg. De alberge was een groot stenen gebouw, het leek op een grote schuur met 1 ruimte met 60 stapelbedden. In de kelder waren douche- en toiletvoorzieningen. Zoals ik verder op de route zou merken is het ritueel steeds hetzelfde: om 22 uur gaat de deur dicht, een kwartiertje later het licht uit. Oordopjes is zeker nodig in een zaal met 120 slapende en een paar snurkende wandelaars/pelgrims/peregrinos. Er was 1 man die de boel aardig heeft wakker gehouden, maar die lag gelukkig ver van mij vandaan en ik had mijn oordopjes in. Om half 7 ´s ochtends ging het licht weer aan en om 8 uur moest iedereen de alberge verlaten.
Roncevalles, herberg met 120 slaapplaatsen
Roncesvalles ligt op 1000 meter hoogte en de ochtend was nog frisjes met ijs op de sloten en plassen, de bergtoppen besneeuwd. De zon kwam er gelukkig snel door en het was een aangename wandeling naar de tweede stop in Larrasoaina. Overnachting hier in het voormalige gemeentehuis. De burgemeester houdt zich persoonlijk met de herberg bezig. Hier deelde ik de kamer met 4 Spaanse vrouwen. De week voor Pasen (Semana Santa) zijn veel Spanjaarden aan het wandelen en is alle accommodatie al snel bezet, inclusief noodvoorzieningen in scholen en dergelijke. Ik was gelukkig redelijk vlot in dit plaatsje, na zo´n 7 uur wandelen, maar later op de dag moesten andere wandelaars taxi´s nemen naar andere plaatsen om een overnachtingsplaats te vinden. Dag 3 was een korte wandeling naar Pamplona, de stad van de stierenvechters. Het was Goede Vrijdag en erg druk in deze plaats. De Jesus y Maria kerk fungeert hier als herberg, met in de gangen de stapelbedden, totaal 112 plaatsen, en in het ruim van de kerk een expositieruimte. Deze keer had ik wel pech want een Australische dame die één bed van me verwijderd lag, snurkte enorm, wist niet dat je zo kon snurken... Midden in de nacht m´n oordopjes maar even te voorschijn gehaald, zodat ik nog wat verder kon slapen.
Jesus y Maria kerk
Puerto del Perdon
Inmiddels was het gaan regenen in Pamplona. De wandeldag van zaterdag begon met 2 graden en het werd maar een paar graden warmer die dag. De poncho aan en over m´n rugzak om de boel een beetje droog te houden en op weg naar Puente la Reina. We moesten over de Puerto del Perdon, een 780 m hoge kam, een aardige klim die extra zwaar was omdat het modderpad was geworden. Ik sliep in de herberg van de Padres Reparadores op een zaal met 11 andere mensen (6 stapelbedden). Dit keer was ik beducht op de zwaarlijvige Spanjaard en had uit voorzorg mijn oordopjes ingedaan. Het was ook nodig. Zondag was het beter weer, het miezerde een beetje, maar niet te koud. Goed wandelweer dus. Ik wilde wel eens weten hoe het is om meer dan 25 km te wandelen, en liep door tot aan Villamayor de Monjardin. Een mooie tocht langs wijngaarden en olijfbomen. 
De meeste tracks zijn heel mooi, een enkele keer moet je door een grotere plaats en dan ontkom je er niet aan om over een industrieterrein of langs een lelijke nieuwbouwwijk te gaan. De laatste paar km ging heuvelop. In mijn boekje stond dat de herberg in dit plaatsje door Nederlanders beheerd werd. Het was hier rustig, er kwam later alleen nog een Ier. Er ademde een wat vreemde sfeer en aan tafel vertelde de Nederlander dat zij ´een bunch of christians´ waren, volgens de Ier: born-again Christians. We lieten ons goed opscheppen. Even wat anders dan een pelgrimsdiner dat in de meeste plaatsen verkocht wordt, met meestal een bord macaroni om de koolhydraten aan te vullen. De man gaf ons na het eten nog een boekje ´levend water´ mee, maar ik heb het maar achtergelaten. Later op de avond belandden we in het dorpscafé en werden om 10 uur uitgenodigd om mee te eten. Er was ruimte voor ´een poco´, maar ik heb het bordje ingewanden maar laten staan. De Ier vond de maag wel lekker.
Bordje ingewanden. De paella was wel lekker...
Gisteren opnieuw 29 km gewandeld, nu naar Viana. Er was een dorpsfeest aan de gang, alle kroegen vol met een leuke drumband die door de straten danste. De alberges/refugios zitten meestal op prachtige plekjes. Deze, de Andres Muñoz refugio, zat op de top van de heuvel, naast de ruïnes van een kerk met prachtig uitzicht op de omliggende heuvels. Vandaag ben ik onderweg naar Navarrete, een tochtje van 23 km. Ik ben nu halverwege, in Logroño, de hoofdstad van de Rioja provincie, bekend van de wijn, en heb even rustpauze in dit internetcafé. Ook bijna alle herbergen hebben internetvoorzieningen, het lijkt meestal op zo´n ouderwets racespel (met stuur). Je moet er een euro ingooien en hebt dan 20 minuten tijd om het Net op te gaan. Dat was vroeger wel anders.
Viana
Verder is kenmerkend van de Camino dat je elkaar vaak tegenkomt, van anderen afscheid neemt en weer nieuwe mensen ontmoet. De wandelaars van het eerste uur ben ik allemaal zo´n beetje kwijt. Een aantal gingen sneller en zijn dus al vooruit, anderen zijn langzamer en zal ik dus waarschijnlijk ook niet meer zien, Spanjaarden zijn weer aan het werk, en degenen die hetzelfde tempo hadden heb ik een paar dagen geleden achtergelaten toen ik wat langere afstanden ging lopen. Het is ook wel goed want de meesten vinden het ook plezierig om alleen te lopen. De laatste paar dagen merk ik dat ik al aardig los ben van werk en andere perikelen in Nederland en dat je je bezig houdt met dagelijkse zaken en vooral de omgeving. Ik heb er ruim 150 km op zitten, dus ben nog wel even onderweg om de 780 af te lopen. En ik ben ook van plan om na Santiago nog door te lopen naar de zee (Fisterra), dat is nog eens 90 km (3 dagen). Als het zo doorgaat, zonder blaren en al teveel spierpijn, dan moet het goed lukken in de 6 weken.
Wilgen bij Roncevalles

Groet van de camino, 
Gerard

maandag 4 augustus 2008

Het zit er al weer bijna op, deze mooie inspirerende en een beetje "sentimental journey" door Zambia. We kijken er met een zeer goed gevoel op terug. Het zijn in dit land, de geur, de kleur, de vriendelijke mensen, het voelde allemaal zo vertrouwd. Het loslaten van alles in Nederland gaat dan als vanzelf en kost totaal geen moeite. Op dit moment zijn 5 jongens aan het drummen. Ze willen Douwe laten zien hoe zij het doen. Het is echt heel gezellig en ongedwongen. De camping waar we nu zijn. de Livingstone Safari Lodge, is helemaal een beetje ongedwongen. Het wordt gerund door een Fries, een beetje een hippie. Ook al is de camping niet zo mooi onderhouden, het is hier wel gezellig. Gisteren heeft Jesse, de Fries, een rafttocht voor ons geregeld, op de woeste rivier de Zambezi. We deden de 7e t/m 25e rapid. Gelukkig zaten we in een stevige boot en zijn niet omgeslagen. De andere twee boten hadden wel een flipover en we moesten de opvarenden uit het kolkende water trekken. Bij zo'n flipover in een rapid kom je nogal snel onder de boot terecht en is het even zoeken in de stroomversnelling hoe je weer met je hoofd boven water komt. Een Australische vrouw kwam lijkbleek in onze boot terecht en we hebben haar later aan de kant afgezet. Het was een prachtige tocht tussen de steile 200 meter hoge rotswanden, die ruim 20 km lang was en totaal zo'n 4 uur in beslag nam.

We hebben nog niet zoveel geschreven over Chilonga, ons oude ziekenhuis, omdat tijdens het schrijven van de eerste nieuwsbrief de electriciteit uitviel. Elke dag wordt de electriciteit een aantal uren afgesloten om aan de groeiende energiebehoefte van het land te voldoen. In Chilonga zijn we in ons oude huis geweest. Net als veel andere gebouwen was het een beetje vervallen. De Ierse nonnnen zorgeden altijd voor een likje verf en raparaties, maar onderhoud heeft een lage prioriteit bij Zambianen. Er is echter wel heel veel op de compound bijgebouwd, sinds de tijd dat we vertroken, zelfs een geheel nieuwe school voor verloskundigen, waar per jaar 40 in opleiding komen. In het ziekenhuis was het tamelijk rustig. Een aantal afdelingen waren dicht of verbouwd tot fysiotherapieruimte of Aids-counselling afdeling. Sinds 2 jaar zijn ook de Aids-remmers op grote schaal beschikbaar in Zambia, o.a. dankzij USAID en Bill Gates. In Chilonga worden zo'n 200 mensen met ARV's behandeld. Er wordt nu ook actief gescreend op hiv-infectie. Alle zwangeren worden op hiv getest. We zagen dat zelfs in een afgelegen rural health centre als Chiundaponde hiv-testen worden gedaan, middels een druppeltje bloed op een filterpapiertje. Doel daarbij is ook om moeder-naar-kind besmetting te voorkomen. Ook bestaat er een programma gericht op mannen: Man Taking Action, zoals Sr. Musampa van het ziekenhuis ons uitlegde. Er wordt schijnbaar ook makkelijker over Aids gedacht nu het een behandelbare ziekte is. Dutch Gibson verwoordde dat mooi, want hij adviseert zijn personeel als ze een paar keer zich ziek gemeld hebben ("malaria"): "Get your blood tested, get your CD4 count en go on the pills". We kenden Dutch en Barbasa nog uit onze Chilonga-Mpika periode. Zij hebben nu een grote uien en tomaten farm, net buiten Lusaka. We hebben bij hen een nachtje geslapen en het was de enige avond dat het later werd dan 12 uur, maar dat is onvermijdelijk bij de Ierse-Engelse gastvrijheid met veel bier.

Onze vorige rondzendbrief hebben we jullie achtergelaten in Flatdogs, South Luanga. Ook de laatste nacht werder we wakker gemaakt door een grazend geluid. Gerard heeft de tent nog even open geritst om nu te zien welk beest er nu aan het grazen was en zag op 5 meter afstand de roze kop van een grote hippo die onverstoord verder ging. Wij zijn de volgende dag via een behoorlijk bumpie dirtroad naar het asfalt in Chipata gereden. Het was al donker toen we bij een nogal typisch Zambiaans guesthouse in Katete aan kwamen. Na wat twijfels besloten we toch te blijven slapen. Voor 5 euro moet je ook niet veel verwachten. Douwe merkte nog op dat het vast de uurprijs van de kamer was... Het straatbeeld van de Great North en East Road wordt tegenwoordig vooral bepaald door de vele fietsers. De fiets is het vervoermiddel geworden in de dorpen. Op de fiest kan bijna alles vervoerd worden, zoals een aantal zakken mealie meel, 3 grote zakken houtskool, 5 kratten bier, takkenbossen, boomstammen, tot golfplaten die zowel dwars als overeind vervoerd worden. Ook de mobiele telefoon is overal aanwezig, tot in het convent (klooster) van de Zambiaanse nonnen. Toen we bij hen op bezoek kwamen, zaten ze alle 8 met hun mobieltje telefoonnummers en religieuze ringtones uit te wisselen.

Onze vakantie stond ook in het teken van ontmoetingen. We hebben oude bekenden vanuit onze Chilonga-tijd teruggezien, zoals Hildah Bwalya. Het was ontroerend om elkaar in de armen te vallen en terug te mijmeren over toen en om te zien hoe het nu met haar is. Voor Zambiaanse begrippen is ze met haar 62 jaar een oude vrouw, maar nog steeds sterk. Tien jaar geleden zag Gerard haar ook terug, toen met haar zieke zoon Edwin en met een zieke kleindochter. Beiden zijn datzelfde jaar overlden. Prisca, de moeder van haar kleindochter, is in Chilonga opgeleid tot verpleegkundige in de tijd dat wij daar ook werkten. We hadden niet verwacht dat zij nog leefde, maar we kwamen haar "gezond" in Mpika Hospital tegen op de MCH-afdeling. Zij is ook op ARV's en zag er goed uit. Zij had een schort aan met een oproep om je te laten testen op hiv. Ook hebben we Rafael ontmoet, onze tuinman, waarvan wij dachten dat hij allang overleden was aan Aids. Ook hij zag er goed uit en heeft een vaste baan op de ZEM-school als schoonmaker. Francis, de tuinman van Hedie en Rene, heeft ons het ziekenhuis laten zien. We zijn met hem mee naar zijn huis gegaan om zijn vrouw en kinderen te ontmoeten. Zijn vrouw heeft een kleine pre-school opgezet in het dorp wat goed loopt. Het is goed te zien dat mensen ondernemend worden en verantwoordelijkheid nemen om geld te verdienen om ook hun kinderen weer verder op te leiden. Zo heeft Tuesday Chandwe een privekliniek in Mpika en is bezig met het opzetten van een klein prive-ziekenhuisje met 10 bedden. Aubrey, zijn zoon van inmiddels 19, gaat medicijnen studeren en hoopt tzt het ziekenhuis van zijn vader over te nemen. In Lusaka hebben we Maureen Simoonga ontmoet. Florence heeft met haar samengewerkt op de moeder-en-kind (MCH) poli. Zij had speciaal om ons te zien de 700 km gereisd naar Lusaka. Het was geweldig om elkaar weer te zien. Ook haar kinderen studeren in Lusaka. We hadden met hen afgesproken op Manda Hill, een van de grote winkelcentra in Lusaka. Namoonga is 4e jaars economiestudent en heeft veel ambities. Peter Junior is 2e jaars medicijnen. Hij heeft een beurs gekregen omdat hij goed presteerde op de middelbare school. Maureen werkt hard als health assistant en bekostigt de studie van Namoonga.
Ook de ontmoetingen met andere rondtrekkende toeristen waren boeiend. Zo kwamen we een Frans gezin tegen, die al voor de 7e keer op vakantie in zuidelijk Afrika was. Zij gaven ons hele bruikbare tips over de North
Luangwa Valley. Adam en Helen, een Zimbabwiaans stel, waren onze buren in een lodge in Mpika. Zij vertelden ons over de vreselijke gebeurtenissen in hun land. Ze hebben nauwe contacten met de oppositie en lieten ons foto's van de misstanden op hun laptop zien, die ze ook naar Europa sturen. Het Australische koppel, Gary en Joan, zijn 60-ers die al 15 maanden over de wereld trekken in een oud VW-busje. We kwamen hen onderweg een aantal keren tegen en zij nodigden ons uit om een keertje langs te komen in Australie.

Maar natuurlijk waren er ook onderweg heel veel contacten met Zambianen, soms in de dorpen, tijdens de gameviews, op de campings, de markten, de winkeltjes en restaurants. Altijd erg behulpzaam om je verder te helpen. We zullen dit mooie land en de mensen missen, en genieten dus nog maar even van de twee dagen die ons nog resten.

maandag 28 juli 2008

Nadat we de vorige mail naar jullie verstuurd hadden, bracht Edwin de watchman ons terug naar de tent, schijnend met z'n lamp van links naar rechts, elk bosje werd belicht, kwamen we veilig bij onze tent aan. De jongens klommen de boom in en wij kropen in onze tent op de grond. Luisterend naar de Afrikaanse geluiden en het inmiddels vertrouwde hippo-geluid vielen we in slaap. Rond 1 uur 's nachts werden we wakker van geschuivel langs onze tent en geritsel van takken. Een schaduw van een olifant verduisterde onze tent. We hielden onze adem in, maar er gebeurde gelukkig niks.

De ochtenden beginnen altijd vroeg in Zambia. Douwe en Florence zaten aan de picknicktafel toen een olifant hun richting op kwam. Hij bleef op 10 meter afstand staan. Ze doken beiden de auto in en zagen Gerard achter de olifant vandaan komen. Hij ging snel de trap op naar de tent waar Koen lag te slapen. De olifant liep om de boom en begon van de bladeren te eten en liep vlak langs onze tent. Een uurtje later kwam een hele kudde olifanten de rust op de camping verstoren. Ook bij de Zambianen veroorzaakt dat de nodige aandacht. We hebben ze ongeveer een uur gadegeslagen. Langzaam trok de kudde over de camping, op zoek naar bladeren maar ook naar allerlei eten van de toeristen. We moesten snel ons ontbijt met gebakken eitjes opeten. Ook de apen moet je goed in de gaten houden, want die proberen ook van alles open te maken en op te eten. Bij ons verdween een tomaatje van de snijplank. Bij onze buren werd de koelbox open gemaakt.

's Middags en 's avonds gingen we op gamedrive. Totaal 4 uur op een open auto, en rond zonsondergang een sundowner aan het water. Hoogtepunt was aan het eind, toen we met spotlights een luipaard zagen. We hebben hem een lange tijd gevolgd: de auto reed naast hem, op jacht naar een antilope. We hebben (helaas) gemist dat de luipaard deze antilope te pakken kreeg, omdat we om 8 uur uit het park moesten zijn.

Ook vanochtend zijn we op gamedrive gegaan, met allereerst een 2 uur durende wandeling door het park. We hebben verschillende tracks van de beesten bestudeerd, allerlei uitwerpselen bekeken, etc. Na zo’n ochtend lukt het wel om de poep en sporen te herkennen, maar we weten natuurlijk niet hoelang zoiets blijft hangen. Wel mooi om te zien hoe de olifantenpoep door apen weer ontrafeld wordt, en ook door mestkevers en termieten wordt opgegeten. 's Ochtends is het best nog wel koud, en de wandeling was dus beter dan achter op een open auto te zitten. De laatste twee uurtjes van de gamedrive hebben we nog wel rondgereden en giraffen, zebra's, krokodillen, etc. bekeken. Het is elke keer toch weer heel bijzonder om deze beesten in hun natuurlijke omgeving te zien.

De rest van de dag hebben we gerelaxed in Flatdogs, de camping waar we staan. Inmiddels is de auto gerepareerd door Patrick, een mecanicien van de garage alhier. Er bleek een stuk van de remschijf uitgevallen te zijn, en ook alle remvloeistof was eruit gelopen. De auto en de remmen doen het nu weer en we zullen morgen richting Lusaka vertrekken, en daarna naar Livingstone.

Flatdogs is overigens een prachtige plek aan de Luangwa rivier en bestaat sinds 1999. De naam 'platte hond' slaat op de vele krokodillen die hier in de rivier zitten. Verder is het geluid van de hippo's kenmerkend voor deze plek en veel andere campingplekken langs rivieren in Zambia.

zaterdag 26 juli 2008

Inmiddels zijn we weer bij een Internet Access Point. Vandaag zijn we na 4 dagen bushroads aangekomen in Flatdogs, bij Mfuwe. Flatdogs is een camping aan de Luangwa rivier, en ligt tegen het South Luangwa National Park aan. Op de camping komen elke dag ook olifanten, nijlpaarden, apen etc. langs. Net nadat we waren aangekomen, kwam een kudde van zo'n 10 giraffen langs de receptie wandelen. Douwe en Koen hebben hun tent 'opgezet' op een boomplatform, zo'n 3 meter van de grond. Alleen de binnentent staat op, want het is aardig warm hier in de vallei. Als we 's avonds naar het restaurant lopen, en dat hebben we net gedaan, moet dat onder escorte, want ook leeuwen kunnen zich hier op de camping laten zien... Een nijlpaard is vorig jaar in het zwembad geduikeld. Het kostte z'n leven, want hij kon er niet uitgehaald worden. Ook het zwembad moest na deze actie herbouwd worden.

Vorige week hebben we ook verscheidene andere mooie plekjes aangedaan. We zijn twee nachten bij Kapishya Hot Springs geweest, waar 40 graden warm water uit de grond borrelt. Mark Harvey runt deze plek en hij was zo aardig om ons een lodge te geven tegen een sterk gereduceerde prijs. We hebben daar Koen's 16e verjaardag gevierd en 's avonds heerlijk Mexicaans gegeten aan een lange tafel met de andere gasten. Daarna hebben we een dagje en nachtje in Mpika doorgebracht en o.a. Tuesday Chandwe en familie teruggezien. Chandwe werkte destijds met ons in Chilonga en is ook twee keer in Nederland geweest.

Vier dagen geleden zijn we dus van de (verharde) Great North Road afgegaan. De koelbox hadden we volgeladen met tomaten, bananen, kool, zoete aardappelen en brood. De eerste dag zijn we naar de rand van de North Luangwa Valley gereden (escarpment). Toen we in Zambia woonden was de North Luangwa valley niet toegankelijk voor gewone mensen (wel voor biologen). We waren nu dus wel 'excited' om daar door heen te rijden. Mark Harvey had op onze kaart aangetekend waar we de juiste afslagen moesten nemen. Op onze eerste stop, net binnen het park, kampeerden we langs een riviertje met hippo's (nijlpaarden) in Ntwange Community Camp. De 'campingbeheerder' stookte voor ons drie vuurtjes op: een voor een warme douche, een om te koken en een om bij te zitten. We waren de enige campinggasten. De nacht was verder rustig. De volgende dag reden we door het nationale park en zagen onderweg veel antilopen, zebra's, nijlpaarden. De wegen waren erg goed, alleen op het eind was het erg zoeken naar de weg naar de ponton (pont) die ons aan de andere kant van de Luangwa rivier moest brengen. Pas toen Douwe iemand aan de overkant zag staan, wisten we dat we in de buurt waren. Net voor 'sluitingstijd' van het park bereikten we de pont. Alleen Gerard mocht eerst met de auto over. Hij kon eerst de steile oeverhelling niet op, maar dat lukte uiteindelijk met de 4x4. Daarna gingen Florence, Douwe en Koen over. De camping lag naast de pontoon en dezelfde mannen die ons overtrokken, verschenen ook op de camping. Een van hen verscheen even later in een spierwit pak en met koksmuts op. Hij vertelde dat hij voor ons kon koken. 's Avonds zaten we bij het kampvuur nog lang met hen te praten onder een prachtige sterrenhemel en bij het gegrom van de hippo's.
De volgende dag reden we naar Luambe National Park en kwamen onderweg geen enkele auto tegen! Vaak stopten we even bij dorpjes om te vragen of we echt wel op de goede weg waren. Ook in Luambe National Park stonden we weer aan een rivier met hippo's die we 's avonds uit het water zagen gaan en vanochtend weer terug zagen komen. De hippo's grazen namelijk 's nachts. We dronken nog een sundowner in het restaurant dat door een Zuidafrikaanse dame gerund wordt. Vandaag dus ons pad vervolgd. Onderweg moesten we stoppen bij overstekende olifanten, die nog even trompetterden toen we voorbij reden. Douwe heeft vandaag ook z'n eerste 'rijles' gehad in een deel van het South Luangwa National Park. Hij deed het heel goed en vond het leuk. Tijdens het rijden hoorden we al wat gepiep bij een van de banden. We zijn net even langs een garage gegaan hier in Flatdogs bij de camping en blijkt dat een van de remleidingen waarschijnlijk kapot is. We zullen proberen de auto hier morgen te repareren. Morgen en overmorgen gaan we op gamedrive in een open auto door het park. We zullen een nightdrive doen en misschien ook nog een wandeling. Als de auto gerepareerd is, gaan we het asfalt weer op naar Lusaka en zullen dan na een dagje rust doorgaan naar de Vic Falls in Livingstone.

woensdag 23 juli 2008

Beste jullie. Zo begonnen we de nieuwsbrieven die we tussen 1989 en 1992 vanuit Chilonga, Zambia schreven. We zijn nu voor een vakantie terug in Zambia en voelen ons gelijk weer thuis. Sinds onze aankomst op 13 juli hebben we al veel ondernomen. We hadden per e-mail via een Mr. Simon een 4WD (four wheel drive) gehuurd. Dit blijkt een 16-jaar oude Toyota Landcruiser Prado te zijn die het tot nu toe goed doet. Mr. Simon haalde ons ook van het vliegveld en bracht ons naar het eerste hotel. Net voor ons vertrek uit Nederland sms'te hij ons nog even en ook in Nairobi tijdens onze tussenstop hadden we nog even op die manier contact. Communicatie heeft in Zambia ook een grote vlucht genomen. Bijna iedereen loopt met een mobiel telefoontje en Mr. Simon heeft de hele dag een oortje in om met jan-en-alleman contact te houden. Een tweede grote verandering kwamen we tegen toen we de volgende dag wat inkopen gingen doen. Er zijn nu giga shopping malls in Lusaka waar alles te koop is. Grote supermarkten met 30 kassa's waar je met je Mastercard betaalt en ook grote campingwinkels. De eerste ochtend zijn we een paar zaken langs geweest voor voorraad, een coolbox en na wat zoeken kochten we uiteindelijk een 3 kg gastank bij Game en een gaspit bij de Shoprite. Daarna moest de fles nog gevuld worden en ook dat lukte nog redelijk goed, alhoewel dat als vanouds door heel wat personen uitgevoerd moest worden met een aantal bonnen. We reden uiteindelijk pas begin van de middag uit Lusaka en kwamen de eerste dag niet verder dan Mkushi, 300 km van Lusaka, waar nu toevallig een camping langs de Great North Road was.
De tweede dag bereikten we Kasanka National Park, waar we een aantal safari's gemaakt hebben, heel veel kudu's en ook vier olifanten hebben gezien. De olifanten, indrukwekkend groot, hadden een paar dagen eerder op een camping een toilet vermorzeld. Ook naast onze tenten lagen grote olifantdrollen. Verder was het heel bijzonder om zo in het park te kamperen bij een kampvuurtje en 's nachts alle geluiden te horen. We stonden dicht bij een stroompje met nijlpaarden. Zo nu en dan kwam er een grommend geluid achter het riet vandaan. Verder zaten er ook een paar apen die hoog van boom tot boom sprongen. Om door het park te rijden moesten we met een pontje over de Kasanka rivier. Dit is een houten vlot waar je met ijzeren oprijplaten oprijdt; vervolgens word je met een touw overgetrokken. Douwe en Koen hebben zich ook verdienstig gemaakt om de auto over te zetten. Na Kasanka zijn we over een moeilijk begaanbare weg naar Chiundaponde gereden. We overnachtten in een dorp die speciaal voor toeristen een aantal hutten ingericht had. 's Avonds was er muziek en dans bij een houtvuurtje en natuurlijk aten we het traditionele eten: nshima, gemaakt van maismeel en casavemeel. Chiundaponde ligt in Mpika District en werd regelmatig door ons bezocht. We hebben nu dus ook een korte stop gemaakt bij het rural health centre. Een van de nurses werkte daar in 1991 ook al en kende ons nog. De 70-km "weg" naar de verharde weg (tarmac) was erg slecht en we deden er zo'n 4-5 uur over. Een van de bruggen was ook in de regentijd weggespoeld, waardoor we langs de Chief’s Palace moesten. Je kunt de chief niet passeren zonder hem te groeten, te vertellen wat je kwam doen, en vooral wat geld achter te laten. We zijn dus ook 5 minuten op audientie geweest bij Chief Chiundaponde die met een rood gewaad op een gele plastic stoel in z'n insaka recht zat te spreken.

En toen waren we in Chilonga! Veel was nog hetzelfde. Francis Katongo, die vroeger werkte bij Hedie en Rene werkte, is nu watchman en zat in uniform bij de ingang van het ziekenhuis. Hij heeft ons door het ziekenhuis geleid. Wat vooral opviel was dat een aantal afdelingen omgebouwd waren. Ward 4 was nu een VTC (voluntary testing and counselling), oftewel de aids/hiv-afdeling waar poli-patienten aids-remmers krijgen. Ward 2 was een fysiotherapie afdeling. Aan ward 6 waar Florence bevallen is en Douwe geboren, is nu een nieuwe vleugel aangebouwd. De tbc-afdeling was vrijwel helemaal leeg omdat patienten in de dorpen worden behandeld en niet meer twee maanden in het ziekenhuis hoeven te liggen. Ook de compound was sterk veranderd met heel veel nieuwe stafwoningen en een guesthouse waar wij konden logeren. We zijn totaal twee dagen in Chilonga geweest en hebben heel veel bezoekjes afgelegd. Indrukwekkend was het contact met Peter Mulaita, de zoon van Brendah, die voor Douwe gezorgd heeft en hem z'n tweede naam gegeven heeft: Mubanga. Brendah is in 1999 overleden, waarschijnlijk ten gevolge van aids. Peter heeft nu een winkeltje tegenover het ziekenhuis in Malama. We zijn met hem ook even naar z'n huis gegaan en hebben zijn vrouw en twee kinderen gezien. Ook hun oudste heet Mubanga, vernoemd naar oma. Ze hadden ook een mapje foto's in huis met de foto's van Douwe en Koen die wij regelmatig naar Brendah stuurden.
En toen was de power off... Inmiddels zijn we al weer heel wat dagen verder en opnieuw in Mpika beland. We gaan zo meteen door de North Luangwa Valley. Het zal een trip worden van 4 dagen om uiteindelijk in South Luangwa Valley te komen. Daar hebben we vast wel weer toegang tot e-mail.

zondag 11 augustus 2002

Ghana revisited (18 juli - 11 augustus 2002)

Van 1993 tot en met 1996 verbleven we drie jaar in Ghana en stuurden tien Ghana nieuwsbrieven. Nu we het land opnieuw bezochten kregen we weer zin om onze indrukken vast te leggen en jullie wat over onze ervaringen te vertellen. Er is veel veranderd en niet in de laatste plaats zijn wij veel veranderd. In Cape Coast Castle hebben we hetzelfde kiekje herhaald van 1993:

18/7/02: Vertrek en aankomst (Florence)
Dat ik het zo spannend zou vinden voor vertrek had ik niet verwacht. We moesten even wat organiseren om 10 tassen bij de trein te krijgen en ook het overstappen ging in etappes. Douwe en Koen hadden er ook zin in. Douwe was erg gespannen voor het vliegen. Op Schiphol was Piety er om ons uit te zwaaien. Eenmaal in het vliegtuig was de spanning voorbij. Ik heb vooral genoten van Douwe en Koen die zich zo heerlijk vermaakten met audio/ video en vooral Koen met rondlopen en af en toe een drankje scoren.
Na zes uur vliegen waren we in Ghana. Onmiddellijk na het verlaten van het vliegtuig kreeg ik een goed gevoel: de geur, de warmte. Afrika! Na wat douaneformaliteiten – Gerard had twee lichtbakken van de GGD meegeno-men en had hier zelf formulieren voor gemaakt waar een mooi stempeltje op gezet werd – stonden we buiten Kotoka Airport. Het vliegveld is volledig veranderd. Als je nu buiten komt is er veel meer afstand tussen reizigers en ophalers. Ook waren er veel meer security mensen waardoor een en ander minder hectisch is. We werden opgehaald door de chiefdriver Mr. Bentil. Het was allemaal zo vertrouwd, het donkere Accra, de mensen. We gingen naar het Benitohouse, het guesthouse van de Spaanse sisters. Ook hier herkenning. James, de housekeeper, werkt er niet meer, maar kwam gelijk langs. Douwe en Koen waren moe en hadden het warm. De ventilator hadden ze op 5 gezet maar dit hielp niet veel. Al snel vielen ze in slaap. Onze eerste hernieuwde kennismaking met kakkerlakken en krekels gaf weer het vertrouwde gevoel. In de nacht werd ik wakker van kletterend water. Ik dacht dat iemand onder de douche stond, maar het was een forse regenbui.

Accra-Foso (Gerard)
Vrijdags gingen we naar Assin Foso, nadat we eerst wat inkopen gedaan hadden in Accra. Het wegennet is sterk verbeterd met twee- en hier en daar driebaanswegen. Het Thomas Sankara circle, waar de Nederlandse Ambassade ook ligt, was onherkenbaar geworden door de twee fly-overs (een soort Prins Clausplein). Het mag eigenlijk niet de naam van een rotonde hebben. Later ondervond ik dat de verkeerschaos er niet minder op geworden is, doordat ook de hoeveelheid auto’s enorm is toegenomen. Het kostte me anderhalf uur om van de ene kant naar de andere kant van de stad te gaan! Ik wisselde wat euro’s bij een Forex-kantoor. We waren allemaal op slag miljonair.

Het  ziekenhuis (Gerard)
We werden heel hartelijk ontvangen in het ziekenhuis. Het was opvallend hoe weinig staf turnover er was geweest. Vrijwel alle verpleegkundigen werkten er nog. Veel gehoord commentaar op ons weerzien was: ‘You have grown fat’ (een compliment) en dientengevolge: ‘Now, you are a man’!
Het ziekenhuis had een aantal forse veranderingen ondergaan. Het administrationblok was nu voltooid (accountant, hospital secretary, boardroom). Een grote polikliniek (OPD) was voor het ziekenhuis verrezen met EU-gelden. Ik heb in 1996 de plannen nog op papier gezien, en het is een kwadrant gebouw geworden met een binnenplaats: een zijde met 5 consultationrooms, een zijde met een aantal emergency lying-in rooms, een zijde met het laboratorium en cashiers office en een zijde met de PHC department. Het deed me deugd dat die laatste vleugel toegevoegd is. Aanvankelijk wilde het ziekenhuis alleen maar de eerste drie vleugels bouwen. Met de PHC afdeling is de zorg voor zwangeren (ANC) en kinderen (CWC) sterk verbeterd.
Er is de laatste zes jaar nog veel meer bijgebouwd, maar er waren ook andere zichtbare veranderingen. Elke afdeling had nu een Ghanese verpleegkundige als in-charge. Op elke afdeling was nu bijna een televisie. Elk cashier’s office is uitgerust met een computer (in totaal zo’n 6-7 computers in het ziekenhuis en administratie). Het ziekenhuis heeft nu zonne-energie. Als het licht (Akosombo) uitvalt dan schakelt het auto-matisch over op solar. Ook bracht ik een bezoekje aan het mortuarium. Dit is big business in Ghana, want men hecht veel waarde aan het begraven (burial and funeral). Hoewel er maar drie koelcellen waren lagen er ruim 30 lichamen in het mortuarium. Men kan een lichaam hier wel 6 maanden houden, nadat het gebalsemd is. Een gevolg van deze business is dat er tegenover en naast het ziekenhuis een coffin market aan het ontwikkelen is. Er waren vier kraampjes waar kisten verkocht werden. Hoewel het bij mij altijd een gevoel geeft van aasgieren – vogels die trouwens ook veel rond het ziekenhuis te vinden zijn – is het een zichtbare werkelijkheid van het ziekenhuis wel-en-wee.

Huizen (Koen)
In Ghana bouwen arme mensen een huis van modder. Dat is het goed-koopst. De modderhuizen worden gemaakt van modderblokken. Die stapelen ze op elkaar. Dat is een slap bouwsel. Als dat net gedroogd is en er een regenbui aankomt dan moet je uit de buurt zijn, anders lig je eronder. De modderhuizen hebben droog gras als dak.
Mensen met meer geld bouwen huizen van cement. Die worden gemaakt van cementblokken. Die huizen zijn veel steviger. De daken van de cementhuizen zijn van golfplaten of van dakpannen.

Weerzien van oude bekenden (Florence)
Ons bezoek stond ook in het teken van  het terugzien van oude bekenden. Het was ontroerend de eerste avond door het ziekenhuis, de warme begroe-tingen. Met name het terugzien van de verpleegkundigen op de verlos-kundeafdeling, Patricia, Sarah en Mary Essel deed me goed. Vol trots lieten ze de pas verbouwde afdeling zien met zelfs een tv. Ook het ooit met moeite verworven koelkastje stond er nog. Met plezier hebben we nog gepraat over de dingen die toen soms moeizaam waren. Wat onmogelijk leek is nu gerealiseerd. Ghanese verpleegkundigen zijn hoofd van de afdelingen geworden. Wat hebben we vaak met de sisters gepraat en dit voorstel gedaan. Als je de verantwoordelijkheid deelt voelen de verpleegkundige zich ook meer verantwoordelijk voor het werk wat moet gebeuren. Door de kleine aanwas van religieuze sisters was men ook gedwongen deze stap te nemen waardoor ze ondervonden hebben dat het nog werkt ook.
Een andere oude bekende is Dr. Ring. Ring werkte in Foso tot 1994 en was 1½ jaar onze buurman. Hij is met zijn gezin naar Canada geëmigreerd en heeft daar de Canadese nationaliteit gekregen. Ring is een Soedanees en is lang geleden met zijn gezin naar Liberia gevlucht vanwege de oorlog in Soedan. Toen ook in Liberia de burgeroorlog uitbrak zijn ze naar Ghana gevlucht. Om toch een meer zekere toekomst te krijgen hebben ze asiel in Canada aangevraagd en zijn naar Regina verhuisd. Ring is gynaecoloog en had zijn opleiding in Ierland gedaan. In Canada moest hij weer examens doen en zich helemaal inwerken in de nieuwste technologieën. Dit viel hem niet mee, zijn vrouw Moona is verpleegkundige geworden en ook de kinderen doen het geweldig goed op College en universiteit. Ring is twee jaar geleden weer terug gekomen naar Foso en gaat eenmaal per jaar naar ‘huis’. Hij was net weer twee weken terug en nodigde ons uit voor een dag gezellig bijpraten, wat eten en drinken, muziek luisteren. Het was Koen’s verjaardag, zijn vierde in Ghana. Ring had een cake gebakken en er echt iets speciaals voor Koen van gemaakt. Koen was het stralende middelpunt die dag. Koen en Douwe trokken met Deng op. Deng woont bij Ring in huis en komt ook uit Soedan. Ze hebben hem leren yahtzeeën en hebben dat menig avondje gespeeld
Ook Mr. Appiah is een oude bekende. Hij werkt in de apotheek van het district maar nu ook in het ziekenhuis. Hij was Gerard’s maatje als ze het district in gingen. Zijn vrouw bakte altijd brood voor ons. Ze bakt nog steeds dus gedurende ons verblijf konden we weer rekenen op haar heerlijke broden. Mr. Appiah heeft ons meegenomen naar zijn huis die nu bijna af is. Huizen bouwen is vanwege geld een meerjarenplan, hij was al begonnen in ‘94 en we zijn nu acht jaar verder.
Op dinsdag, nadat we een wandeling door het dorp hadden gemaakt, kwamen we Prince tegen. Prince, voor degene die het niet (meer) weet, was de man die ons huishouden deed. Hij kookte een paar maal per week voor ons en maakte het huis schoon. Hij zat ons op te wachten voor het ziekenhuis. Ik herkende hem meteen. Klein, donker en een mooie wit/blauw gestreepte blouse aan die hij, zoals hij later vertelde, nog van ons had gekregen zo’n acht jaar geleden. “Hij bewaarde alles zorgvuldig” zei hij. We gingen wat met hem drinken in het ziekenhuisrestaurant. Prince had foto’s bij zich van hem met Douwe en Koen en van zijn familie. Ook had hij een foto van Stella die drie jaar voor Douwe en Koen heeft gezorgd. Stella is helaas begin dit jaar overleden, een maand nadat ze was bevallen. Haar kindje had maar vier dagen geleefd. Ik had bij het plannen van onze reis er naar uitgekeken Stella te ontmoeten. Ze had ons geschreven dat ze zwanger was en dat als het een jongetje was het Koen zou gaan heten. Het liep allemaal anders. Toen we daar zo met Prince zaten, miste ik Stella. Tijdens ons verblijf kwamen er vaker herinneringen aan haar naar boven. Met Prince maakten we een afspraak om aankomende donderdag samen met hem en Mr Appiah naar de ouders van Stella te gaan om ons medeleven te betuigen en afscheid te nemen. Prince zou de ouders op de hoogte brengen van ons bezoek.
De ouders van Stella wonen achter in Foso, een stuk van de doorgaande weg af. We kronkelden tussen huisjes door en kwamen regelmatig bekende medewerkers van het ziekenhuis tegen. De vader van Stella was bezig met het wegslaan van het hoge gras op het pad, zodat wij er makkelijk langs zouden kunnen. We werden ontvangen op de veranda en volgens Ghanees gebruik werd naar ons doel van het bezoek gevraagd. Na wat heen en weer gepraat werden we welkom geheten en gingen er foto’s en fotoboeken van Stella rond. De moeder was erg verdrietig en huilde. Ook de vader was geëmotioneerd. De foto’s brachten ons weer terug naar de tijd dat we in Ghana woonden, een tijd waarin Stella een belangrijke rol in ons leven innam. Het was een ontroerend maar ook een bevredigend bezoek. Ook Douwe en Koen waren aangedaan en waren onder de indruk van deze bijeenkomst. (Later, tijdens ons weekend in Londen hebben ze een kaarsje voor Stella aangestoken in de Westminster Cathedral). Na het bezoek gingen we naar het huis van Prince waar we een cola te drinken kregen. Het leek wel of alle kinderen van Foso achter ons aan waren gekomen. Ze stonden in drommen om de veranda heen naar ons te kijken. Prince die duidelijk niet goed raad wist met de menigte liet zijn neef de kinderen wegjagen. Douwe vroeg later nog wat het ‘toverwoord’ was dat de jongen gebruikte, ze stoven werkelijk uiteen en waren verdwenen. Na een fotosessie, gingen we weer huiswaarts we hadden een goed gevoel aan deze dag overgehouden.

Slavernij (Koen)
Rond zeventienhonderd waren er Nederlanders die mensen uit Afrika kochten en naar andere landen brachten. Ghana was het slachtoffer gewor-den. Er werden mensen uit huizen getrokken en die werden op de markt verkocht. Die mensen werden slaven genoemd. Ze werden vastgehouden in een fort. Twee bekende forten zijn Cape Coast en Elmina. In Cape Coast moesten de slaven door donkere gangen. Er was geen licht, alleen een kijk-gat voor ventilatie en om dag en nacht uit elkaar te houden. In die donkere gangen waren er minimaal 1500 slaven. Je kreeg daar een keer per dag eten en drinken. De mensen poepten en plasten daar. Er was een gootje en als het geregend had of als het vloed werd dan kwam er water door dat gootje en dan werd het poep en de plas meegesleurd. Er was ook een spionnengat. Door dat gat kon je afluisteren wat ze tegen elkaar zeiden. Als je iets slechts over Nederland zei dan werd je in de cel gegooid en dan wist je dat je er niet meer uitging. De slaven gingen door de poort van ‘no return’, dat betekent dat je nooit meer terug komt.
Er waren op het fort kanonnen om piraten te bombarderen. Cape Coast fort was eerst een opslagplaats voor hout. Dit was bezet door de Zweden. Daarna was het een militaire oefenterrein van de Engelsen. Nu is het een museum.
Elmina Castle werd door de Portugezen gemaakt. De Nederlanders waren slim en veroverden het fort vanaf het land, dus van achteren. Het kerkje van de Portugezen was buiten het fort, en de Nederlanders maakten een kerk binnen het fort. De Nederlanders maakten een uitkijkpost achter het fort. De Nederlanders hebben heel veel slaven naar Amerika gebracht. Ze werden met schepen vervoerd. De handen, voeten en het hoofd van de slaven werden met kettingen aan elkaar vastgemaakt.

Uitstapjes (Douwe)
Kusten: de laatste dagen van onze vakantie brachten we door aan de kust. Witte stranden en grote palmbomen. Veel lezen en zonnen. De zee was erg sterk en ik las uit verveling mijn eerste roman (De Passievrucht) wat achter af heel erg bleek mee te vallen. (Mijn vader komt tijdens dat ik dit schrijf even kijken en zegt dat voor ik het weet mijn eigen roman heb geschreven).
We hadden een bal gekregen en die hadden we in het zand begraven maar niet terug gevonden. We waren eerst naar Brenu’s Beach Resort geweest met een restaurant op het strand. Volgens mijn vader kwamen we daar vroeger redelijk vaak (denk er aan: ik kan daar namelijk niets van herinneren). Daar hadden ze sinds een jaar of 3 acht kamers. Daar hebben we een paar nachten geslapen.
Het tweede zee-hotel genaamd Till’s No. 1 Hotel kon ik me wel herinneren, vooral een groot schaakspel wat er stond en de hotelkamers.
Kakum: Kakum [ka-koem] is een nationaal park van Ghana met een “canopee walk” (een boom tot  boomloop over touwbruggen 40 meter hoog door ik bedoel over het tropisch regenwoud). Het was wel melig want er waren Nederlandse rasta mensen en die deden de hele tijd melig over het nieuwe middel lariam®  (een middel tegen malaria). Toen iemand een beetje vaag deed zeiden ze dat is de lariam® man. Of  als iemand een scheet liet zeiden ze je lariam® begint te werken (één van de bijwerkingen van lariam®  is diarree).
Bosomtwi: Bosomtwi is een meer met heel veel dorpjes eromheen. Ze hebben er bootjes (meer houten planken) en met triplex plankjes kun je peddelen. Er is iemand die zich dorpsgids noemt en geld uit toeristen probeert te trekken.
Dat was mijn stuk. Ik hoop dat jullie het een beetje leuk vonden en bye-bye!!!

Feyenoord (Gerard)
In een uitzending van Zembla hebben we eens gezien dat Feyenoord een trainings-/ opleidingskamp in Gomoa Fetteh begonnen was. Dit is waar ook het hotel met de schaakstenen stond, dus een mooie gelegenheid om ‘Stadion’, zoals we onderweg te horen kregen, te bezoeken. Het kostte veel moeite om toegang te krijgen tot het complex. De talentjes waren sinds twee dagen ‘on vacation’ en Mr Broekink was er ook niet om zijn fiat te geven (de tv-uizending had het over de nieuwe slaven!). Een van de jeugdteams was nu in Nederland, een ander in Zuid-Afrika. Hoewel wij dit initiatief zeer kritisch bekijken, is dit een droom van een Afrikaans jongetje: profvoetballer, en daarnaast gedegen onderwijs. We moeten de komende jaren Jordan volgen. Hij zou al bij de jeugdselectie van Feyenoord Rotterdam voetballen.
Uiteindelijk kregen we een rondleiding en zagen mooie gebouwen waar 68 voetbalscholieren van 12 tot en met 17 onderwijs kregen (middelbare school). De satellietschotel op het dak verzorgt de uitzending van voetbal-matches en zo heeft men dus ook de finale van Feyenoord in mei kunnen zien. De voetbalvelden lagen er mooi bij, met een echte sprinkler-installatie en een kunstgrasveld-in-aanleg. Onze gids van de dag, Roger, gaf Koen het adres van Patrick Baah (even oud als Koen en een toekomstige ster) en zei dat hij maar met hem moest schrijven en dat Patrick ons zou komen opzoeken als hij voor een jeugdtoernooi in Nederland komt. Security was zo strikt dat we Roger niet in verlegenheid wilden brengen om hem te vragen of we foto’s mochten maken. Op de terugweg namen we daarom Koen op de foto bij de afslag naar het ‘Stadion’.

10/8/02: Terugreis (Gerard)
De laatste dag kochten we nog snel wat souvenirs op het National Art Centre, dit is de toeristenmarkt in Accra. Het is nog altijd even hectisch. Kijken betekent kopen. ‘We give you a good price’ en voordat je het weet loopt iemand met beeldjes of stoffen achter je aan. We kwamen een paar leuke beeldjes tegen van voetballers in Feyenoord en Ajax outfit. De Feyenoord-transactie verliep vlot, maar de Ajax-koop konden we amper nog betalen. Deze speler was ook veel duurder: ‘much better quality’. Het ging over het hout en de verf.
Op het vliegveld konden we nog even aanschouwen hoe de president binnengehaald werd. We zaten te wachten in de vertrekhal en zagen hoe de rode loper uitgerold werd. President Kouffour was een aantal weken in Maleisië en India geweest en kwam nu aan met een British Airways lijnvlucht. Omringd door ‘his entourage’ en de pers liep hij op korte afstand van ons naar de persruimte. Scherpschutters op de daken maakten het wel een beetje angstaanjagend. De karabijn werd zo nu en dan ook op ons gericht, waar wij in de open ramen het tafereel aanschouwden. De KLM bracht ons na een nachtje vliegen en weinig slapen weer terug op Schiphol.