donderdag 8 augustus 2013

5,25 inch flop

Al bijna een jaar ben ik op zoek naar de persoon of het bedrijfje die een 'vijfeneenkwart inch floppie' voor me kan lezen. Voor de jongeren: dat is zo'n grote slappe schijf met een gat erin die vroeger in de floppy drive ging, nog voordat er diskettes (3,5 inch), CD/DVD-roms of usb-sticks waren. Ik had nog een box met drie van die 5,25 inch floppen.
Eén met mijn 'doctoraalscriptie'. Het zal rond 1982 zijn geweest dat ik bij Frank (zwager) achter de Commodore 64 dit verslag typte en de flop per post naar Roelof (broer) stuurde die het uitprintte. Hij had een letterprinter. De toetsen van zo'n printer tikten de letters uit het plastic lint een voor een op het papier. Heel anders dan de matrixprinter die heen en weer ratelde en een veel minder mooie print maakte. Nadeel was dat je het plastic lint na één keer kon weggooien, dus duur. Maar dat mocht wel voor deze gelegenheid. Twee dagen later lag de scriptie over chondropathia patellae in mijn brievenbus.

Op de andere twee floppies stond "Afrika Tours"en 'backup Afrika Tours'. In 1980 reisde ik voor het eerst naar Afrika. De kennismaking destijds met een aantal reisgenoten en de truck was op de plek waar nu de Amsterdam Arena staat. In de jaren tachtig schreef ik recalcitrant/alternatief 'truuk'. We vonden toen dat we onze eigen taal mochten bepalen. Zo was de c in die tijd in de ban; het was aktie, reklame, kode en ko-assistent!
De reis duurde 5 maanden, van november 1980 tot april 1981, via Italië, Tunesië uiteindelijk naar Kameroen; tijdens de reis hield ik een reisverslag bij. Toen ik in 1986/87 in Soest woonde en werkte typte ik op de Commodore 64 die ik inmiddels zelf tweedehands had bemachtigd, de pagina's over. In mijn boekenkast staat het Afrika Tours reisverslag: circa 100 vellen met verhalen -ook toen nog met de letterprinter- en met allerlei frutseltjes zoals Algerijnse sigarettenpakjes, telex- en telegramberichten, kaarten, adressen van mensen die ik onderweg tegenkwam, et cetera. Een paar jaar geleden las ik Florence voor en was verbaasd de grappige verhalen van een 21-jarige te lezen.

Daarom was ik erg blij toen ik een jaar geleden de flops ergens op zolder tegenkwam. Helaas konden de IT-vrienden en kennissen de flop niet even lezen. Ook Internet gaf maar beperkt mogelijkheden. Harry van Digiklus in Valthermond  -zelf even googlen waar dat ligt- meldde op z'n website dat hij dat kon. Hij stuurde me nog aanvullend advies voor verpakking en verzending: "Doe de diskette's tussen twee stevige stukjes karton. Wikkel het geheel in een paar lagen keukenpapier. Pak dat rondom in, in aluminiumfolie (om te voorkomen dat de diskette onderweg in aanraking komt met magneten). Doe het pakketje in een plastic zak en sluit die goed (tegen vocht onderweg). Doe het geheel in een doosje, en vul de doos met vulmateriaal (stukjes papier oid)". Hij schreef ook "dat niet alle diskettes de tand des tijds overleven". Ik stuurde de backup zoals voorgeschreven, maar kreeg na vele weken bericht dat er niets op stond.

Daarmee is het verhaal niet af, want nu wordt het spannend. Via via kwam ik vanmiddag bij V-Sign op een bedrijventerrein in Nieuwegein terecht. De deur stond open. Op "goedemiddag" verscheen een 60-er die bezig was filmspoelen over te zetten. Hij had al gehoord van mijn verzoek en ik wist dat hij wat tijd nodig had om de 5,25 inch drive weer te installeren omdat hij maar sporadisch vragen krijgt deze flops te lezen. Het laatste half jaar niet. Ik hoop dat deze diskette wel de tand des tijds heeft doorstaan. Aan het transport zal het niet liggen, want dat was gewoon met de auto. En als er nog wat op staat, dan zet ik met terugwerkende kracht verhalen en foto's in de blog voor wie interesse heeft. 
Wordt vervolgd.

woensdag 12 juni 2013

Stall, Oostenrijk

We zijn vier dagen onderweg en weten waarom deze wandeltocht een 'trail' heet. Bij voorkeur worden we namelijk over smalle paadjes geleid door weilanden (Kuheweiden) en langs bergwanden. En als ze niet bestaan dan moeten we ze zelf maken. De rood-witte stenen of met deze kleuren gemarkeerde bomen zijn soms het enige herkenningspunt op de alpenweiden of in de naaldbossen. De grond is dus vaak oneffen en het is nooit vlak. Maar het brengt ons ook door prachtige omgevingen. Zo lopen we voortdurend langs besneeuwde bergtoppen en kolkende watervallen. En we leggen veel hoogtemeters af.

Gisteren was het eindpunt in Marterle, een dorpje op 1800 meter hoogte met 1 kerk, 1 Gasthaus, een paar huizen en verspreid Almhutten, waar boeren in de zomer verblijven met hun koeien. Het familie-Gasthaus was 150 jaar oud. We waren de enige gasten.

In de middagzon trakteerden we ons eerst op bier, waar standaard een Schnapps bij wordt geserveerd. In no-time had de eigenaresse daarna een menu klaar: goulashsoep en Bratwurst met rast patat. 's Avonds praatten we bij de kachel met een boer over hoe hij de bloemen (geraniums) onderhield bij de Almhutten. Toch lastig te verstaan die Oostenrijkers. En daarna was het vroeg slapen onder twee dekbedden en een paar dekens. Het gordijn lieten we open om zo nu en dan even naar het geweldige uitzicht te kijken:
En vandaag ging de weg naar beneden. We zijn nu in Stall, op 900 meter hoogte. In ons boekje was de trail blauw, een makkelijke route dus, maar er waren nog behoorlijk lastige rivieroversteekplaatsen en diepe afgronden. We slaan daarom de komende dagen de zwarte etappes over en wandelen langs de rivier de Möll. Even geen hoogtemeters. En vrijdagavond willen we in Salzburg zijn. Die stad begint ineens te trekken!

zondag 9 juni 2013

Heiligenblut, Oostenrijk

Na het Pieterpad, het Hollandse Kustpad en de Camino tijd voor een nieuwe uitdaging. In de Volkskrant bijlage stond een aardig stuk over de Alpen-Adria trail, een wandeltocht door Oostenrijk, Slovenië en Italië; met startpunt op de Grossglockner en eindpunt in de buurt van Triest. Dat leek ons wel wat. Het Duitstalige boekje viel een paar weken geleden in de brievenbus. Ik schrok wel van de hoogteverschillen, de ene dag 1000 meter omhoog, de andere dag 1000 naar beneden, en soms op dezelfde dag zowel 1000 omhoog en als 1000 naar beneden. Maar we hadden onze zinnen er al opgezet,  het vliegtuig naar München en een hotel in Heiligenblut geboekt...
20 minuten overstap naar andere bus
De reis was gisteren een hele onderneming. In Worgl bleek onze aansluitende trein niet te gaan vanwege de overstromingen. De lokettiste stuurde ons naar Zell am Zee, maar de conducteur in die trein adviseerde ons om terug te gaan naar Kitzbühel en daar de bus te pakken naar Lienz. We moesten na een uurtje wel uit de bus, omdat 100 meter weg door een steenlawine weggevaagd was. Alle buspassagiers moesten een steil pad afdalen om 20 minuten later in een andere bus over te stappen. Om 9 uur waren we dan eindelijk in Lienz.  Uiteraard was er geen openbaar vervoer meer en bracht een taxi ons de laatste 40 km naar Heiligenblut.
We werden verwacht, in een ander hotel dan we geboekt hadden...
Hier in het hotel adviseerde men ons om niet vanaf Grossglockner naar beneden te lopen, maar er naartoe. Bergop is veel beter voor je knieën dan bergaf.  Een prachtige wandeling langs ravijnen, watervallen en op veel plaatsen nog smeltende sneeuw. De tocht ging over smalle paadjes. Een keer moesten we halfleunend tegen de bergwand over het pad lopen, waar je nog maar net met een voet kon opstaan.
Op 2000 meter hoogte
We wilden naar Kaiser Franz-Josef Hohe,  maar drie kilometer voor de top vertelde een vrouw ons dat het weer ging omslaan en dit stuk nog erg steil was.  We liepen hetzelfde stuk over de sneeuw terug. Eigenlijk waren we wel blij, want de energie was helemaal op na al het klimmen en dalen. En we zaten nu op 2200 meter hoogte, wat we behoorlijk merkten.
Het is nog vroeg in het seizoen en bussen rijden nog niet. Er zat dus maar een ding op en dat was liften, terwijl het zachtjes begon te regenen.  Alle grote auto's reden ons voorbij, maar een witte Fiat 500 stopte.  We konden opgevouwen op de achterbank, bij een Hongaars stel die hier ook op vakantie was en ons afzette voor het hotel in Heiligenblut. Het regent hier nu stevig en het dal zit dicht.

woensdag 8 mei 2013

Stockholm, Zweden

"Leuk, naar Stockholm.. Ga je nog wat van de stad zien?", vroeg een collega me maandag. Afgelopen twee dagen had ik een bijeenkomst bij het ECDC, het Europese RIVM. "Nou, dat zit er waarschijnlijk niet in", zei ik. Mijn vlucht was om 9 uur en ik had maandag eerst dus nog een complete werkdag in Den Haag. Om 5 uur was het nog mooi weer en genoot ik nog van een biertje op het Plein. Van Arlanda, het internationale vliegveld van Stockholm, kun je met een snelle trein naar de stad. Met wat vertraging kwam ik daar om half 1 aan en wandelde in een kwartiertje naar het hotel. Met de bus gingen we de volgende ochtend naar ECDC. Terug liepen we. Ook in Zweden was het mooi weer; de terrassen zaten vol. De organisatie had helaas het diner in het hotel geboekt en iedereen zocht al vroeg z'n kamer op. Woensdag hetzelfde ritje met de bus naar ECDC en halverwege de middag gingen we in taxi's –afhankelijk van de vluchten- naar het vliegveld. Het klopte dus dat ik vrijwel niets van de stad zou zien. Maar dit is geen geklaag hoor. Het was ontzettend boeiend om met een kleine internationale club (2 Amerikanen, 2 Engelsen, 1 Duitser, 1 Fin, 1 Belg, 1 Kroaat) samen met 5 ECDC’ers plannen te maken voor de bestrijding van tuberculose in de EU.  En een volgende keer plak ik er wel een dagje aan vast of ga wat vroeger weg. Het is ook wel fijn om weer gewoon in m'n eigen bed te slapen.

donderdag 4 april 2013

Seú in Otrabanda, Willemstad, Curacao

“Na twee of drie dagen ben je wel uitgekeken op het eiland”, zeiden verschillende mensen toen ze hoorden dat we naar Curaçao gingen. Willemstad, de hoofdstad, heb je inderdaad snel gezien. Er zijn maar een paar winkelstraten. Aan de St. Annabaai liggen aan weerszijde de fraaigekleurde historische woningen. Maar er is meer: prachtige baaien, waar je heerlijk kunt snorkelen, zwemmen en zonnen op witte zandstranden. Dat verveelt nooit.
Grote Knip
Je moet ook wat geluk hebben. Zo hoorden we dat er op tweede paasdag een optocht zou zijn in Otrobanda, een wijk in Willemstad. We hadden geen idee of dit een grote of een kleine parade zou zijn. Het was groots... Langs de kilometerslange route waren mensen bezig partytenten op te zetten. Stoeltjes en kooktoestellen werden geïnstalleerd. Wij vonden een schaduwplek naast een winkel, waar mannen domino speelden. Een interessant schouwspel. 
Zij vertelden dat er 43 wagens meereden, maar dat de politie problemen maakte omdat sommige wagens niet (goed)gekeurd waren en/of niet voldoende water bij zich hadden. “Curaçaoënaars houden van wachten want dan kunnen ze alvast feestvieren en drinken”, zei later David een lokale taxichauffeur.
Seú (traditioneel oogstfeestoptocht) in Otrabanda, Willemstad
Na drie uur wachten kwam de eerste wagen, een truck met een band die harde salsabeatmuziek speelde en daarachter een in felle kleuren uitgedoste, dansende en zingende groep mensen. Dat herhaalde zich 42 keer. Volgens de krant deden er 5.000 mensen mee aan de optocht, meer dan 3% van de bevolking... En half Curaçao stond langs de route. Wij genoten en dansten soms mee.





In de vorige blog schreef ik over onze zeeziekte en overgeven onderweg naar klein Curaçao. De krant meldde dat het zondag ‘code geel’ was. Ook de tv had een nieuwsbericht dat cruiseschepen zondag moeite hadden de haven van Willemstad in te komen vanwege het ruwe weer. Het is maar goed dat je dit alles niet van te voren weet.
Ik was ook geïnteresseerd naar de tuberculosesituatie op Curaçao. Volgens de cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) was er maar één tbc-patiënt op Curaçao in 2011 en 5 in 2010. Het tropische winderige zeeklimaat heeft er vast aan bijgedragen dat tuberculose hier nooit een groot volksgezondheidsprobleem is geweest zoals in Nederland. Tijdens een koffieafspraak praatte mijn Curaçaose tbc-bestrijdingscollega me bij. Een beetje over tuberculose, -er was hier vroeger ook een sanatorium-, maar vooral veel over het eiland waar hij z'n hele leven al woont. Ik kende hem via mailcontact over een tbc-patiënt op Bonaire. Het was een aangename kennismaking en ik moest zeker eens terugkomen. Dat doe ik uiteraard graag. 

En tot slot nog een foto van een leguaan die even door onze tuin wandelde.

zondag 31 maart 2013

Klein Curaçao, Curaçao

In de vlag van Curaçao staat een grote en een kleine ster. De kleine ster stelt het kleine Curaçao voor, een onbewoond eiland op 2 uur varen van het grote Curaçao. We hadden deze eerste paasdag een boottrip naar dit eiland geboekt. Ontbijt kregen we op het eiland dus de maag was om 7 uur nog aardig leeg. Toch draaiden onze magen zich behoorlijk om toen de boot de hoge golven van de Caribische Zee trotseerde en hingen we allebei over de reling, te kotsen. We waren lang niet de enige.
Klein Curaçao 
Eenmaal bij het eiland zei de kapitein dat we in het water mochten springen en naar de kant konden zwemmen. De bagage werd in grote waterdichte tonnen geladen en met een motorbootje naar het strand gebracht. 
Met de strakblauwe lucht was het risico groot om te verbranden. Dus vaak insmeren met factor 30 en schaduw zoeken onder de rieten afdakjes. Tenminste, als we niet in een t-shirtje aan het snorkelen waren, want dat is een bijzondere activiteit op dit kleine eiland. Grote scholen vissen zwommen onder ons door en we volgden twee keer een kwartier lang een zeeschildpad. Als de schildpad naar boven kwam, kon je hem bijna aanraken. Fascinerend.
De lunch bestond uit een goed verzorgde barbecue met watermeloen en ananas na. Men had ons verzekerd dat de terugweg - de wind en golven mee - we niet opnieuw zeeziek zouden worden. Dat bleek gelukkig waar. Op de terugweg zwom een school dolfijntjes een tijdje met de boot mee, waardoor we allemaal naar die kant gingen om ze te zien. De boot kwam behoorlijk scheef te liggen, totdat de schipper schreeuwde dat iedereen naar z'n plaats terug moest gaan. 
Het was een bijzondere paasdag, zeker de warmste die we ooit meemaakten. Heel anders dan de paasdag in Nederland, de koudste sinds 1964 en kouder dan de kerstdagen.

Hieronder ook nog een paar foto's die we afgelopen dagen maakten.
Flamingo's bij lagune 'Jan Kok'
De oranje troepiaal.  Hij/zij zingt ons elke ochtend wakker.
Ook in de tuin van ons huisje, het suikerdiefje.

vrijdag 29 maart 2013

Willemstad, Curaçao


Op de sloten lag nog een laagje ijs toen we woensdagmorgen naar het station in Gouda fietsten voor de vroege trein naar Schiphol. Ons vliegtuig zou om 9.45 uur vertrekken, maar ik zag al in de trein dat deze een uur vertraagd was. In het vliegtuig vertelde de purser dat het eerder geplande vliegtuig vanwege ‘technische gebreken’ vervangen moest worden en dat men nu bezig was dit vliegtuig met kerosine te vullen. Dat gebeurde iets te enthousiast, want even later werd omgeroepen dat de kerosine uit een van de vleugels liep en we werden verzocht in de stoelen te blijven zitten, met de stoelriemen los. De brandweer was inmiddels ook geïnformeerd en we zagen wat zwaailichten naast het vliegtuig. Ik bedacht me wat ik zou doen als er brand zou uitbreken, want we zaten behoorlijk opgesloten in de middenrij met een medepassagier aan beide kanten. Gelukkig werden we gerustgesteld dat met dit weer de ontvlambaarheid van kerosine meeviel. Het duurde nog wel 2 uur voordat de plas kerosine vervlogen was, opgedroogd of op andere wijze onschuldig gemaakt. Om 1 uur werd het sein veilig gegeven en mochten we eindelijk vertrekken. Om 6 uur lokale tijd landden we met applaus in Willemstad, in Nederland was het inmiddels 11 uur ’s avonds.

Naast het tijdverschil moeten we ook een temperatuurverschil van 30 graden overbruggen. Geen straf hoor. En we zijn wel wat gewend.
Vandaag eerst boodschappen gedaan. In een Albert Heijn! Bijna alle producten die je in de Nederlandse Appie tegenkomt koopt liggen hier in de schappen. Ook alle AH-merken. De prijzen zijn alleen wat hoger. We aten pistoletjes en paasbrood besmeerd met becel light, en met een kopje DE koffie in de tuin van ons huis. 
Albert Heijn met daarnaast een Hollandse haringkraam!
De informatiefolder van het huis zette de informatie over het eiland nog eens op een rij. Er wonen hier 150.000 mensen. Vroeger was Curaçao een handelsplaats, o.a. van slaven (3500 per jaar werden verhandeld). In 1916 vestigde Shell een olieraffinaderij in Willemstad, wat veel werkgelegenheid verschafte, want verder zijn hier weinig (landbouw)mogelijkheden. De laatste 50 jaar is toerisme een belangrijke inkomstenbron. Niet verwonderlijk, want de gemiddelde temperatuur is 27,8ºC; het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur 4-5 graden en de gemiddelde zeewatertemperatuur is 27,1ºC. We hebben gekozen niet in een vakantieresort aan de kust te gaan zitten, maar zitten in een buitenwijk van Willemstad in een ruime woning met goede voorzieningen. De komende dagen zullen we het eiland verkennen. Dat zal goed te doen zijn want het is maar 61 km lang en 5-14 km breed. Maar vooral lekker zonnen, zwemmen, eten en uitrusten.
Huizen aan de kade van Punda (De Punt), de oudste wijk van Willemstad
Houten pontonbrug (Wilhelminabrug) naar Otrobanda (de andere kant van de Sint Annabaai)
Een gedeelte van de binnenstad van Willemstad staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.