zondag 20 mei 2018

Pinksterzondag in Twisk

Op het liedbord van de Doopsgezinde Kerk/Vermaning in Twisk staan deze Pinksterzondag twee getallen. De kerk, ontworpen door de architect Arnoldus Teunis van Wijngaarden, bestaat 150 jaar. De dopers vieren dat op eigenzinnige wijze, “een prettige chaos” zegt de dominee. Ze zijn ook niet gewend zoveel mensen in de kerk te hebben. Het ledental is sinds 1868 teruggelopen van 125 naar minder dan 20. En hij kondigt deze keer af dat afgelopen week twee leden zijn overleden,
Twee bewoners in klederdracht komen op het podium. Zij verbazen zich erover dat in de kerkbanken de mannen en vrouwen door elkaar zitten. Dat was in hun tijd wel anders: mannen rechts en vrouwen links. “En, oh nee, mannen in spijkerbroeken en vrouwen met blote knieën. Dat kan toch niet!”
Een aantal kerkgangers krijgt het headsetje op. Jan Bruin Gzn. spreekt. Het is 1 januari 1868 en hij is met 16 van de 20 stemmen herkozen als diaken. Het jaar ervoor had hij de ‘leeraar’ nog meegedeeld zijn functie neer te leggen, omdat hij het oneens was met de aanbesteding van het nieuwe kerkgebouw. Dat bedanken kon niet op grond van een artikel uit 1838. En nu krijgt hij een prachtbijbel met zilveren sloten als “blijk van hoogachting en genegenheid” omdat hij 25 jaar diaken is.
De dominee vertelt over Sjoerd Hoekstra, de predikant van de Doopsgezinde Vermaning van 1835-1880. Hoekstra was de eerste universitair opgeleide leraar van de gemeente Twisk. Een gemeente die bestaat uit wat hij noemt “eenvoudige landslieden, wiens verstandelijke vermogens doorgaans weinig ontwikkeld zijn”. Er klinkt gelach in de kerk.
Voorlezing uit een boekje geschreven door de kleindochter van de leraar Hoekstra
De Doopsgezinden hadden in 1865 een (schuil)kerk in Twisk, een houten schuur die na 80 jaar dienst, niet meer voldeed. “Het houtwerk was op”, vertelt een Twisker. De kerkeraad heeft fl.10.000,- te besteden en komt een jaar later bij A.T. van Wijngaarden terecht, de stadsarchitect van Medemblik. Zijn eerste ontwerp wordt afgekeurd, omdat de plaatselijke metselaar en timmerman de kosten van de bouw 40% hoger inschatten. Bovendien zijn er “hachelijke tijdsomstandigheden”: een cholera-epidemie, de pokken breken uit omdat in bepaalde dorpen men niet gevaccineerd wil worden, en er is veepest. Een jaar later, in 1867, wordt een nieuw ontwerp goedgekeurd dat fl.10.900,- kost. In negen maanden, van eerste steenlegging tot oplevering, is het gebouw voltooid. In 2018 is de kerk nog steeds in zeer goede staat, hoewel ik wel een scheurtje in het plafond zag.
Vertellen over het leven van A.T.
Ik mag vervolgens ‘namens de nazaten’ vertellen over A.T, maar dat weten jullie al (zie eerdere blogs). Zijn achter-achter-achterkleinzoon, onze zoon, heeft een 2-meterhoge poster ontworpen met daarop de namen van de bouwwerken waarvan wij - tot nu toe - weten dat A.T. de architect is: 4 raadhuizen, 5 kerken, 9 pastorieën, 14 scholen, 3 post- en telegraafkantoren en 1 wees- en armenhuis.
De collecte. Het "Onze Vader" werd vergeten door de dominee, maar "Ach, dat kennen jullie wel", zei hij.
Deze zoektocht naar het leven en het bouwoeuvre van A.T. zit vol verrassingen en bijzondere ontmoetingen. Als dank voor onze bijdrage kregen we een ets van de kerk!
Binnenkort openen we de Wikipedia-pagina over A.T. en over een jaar, op 29 juni 2019, moet een en ander uitmonden in een gedenkwaardig hoogtepunt ter gelegenheid van zijn 200e geboortedag.

zondag 28 januari 2018

There is a reason why Johnny walks...

Altijd al eens in een privévliegtuig willen zitten (niet echt hoor :-). Er waren 180 niet verkochte stoelen op de heenreis! Terug alle plekken wel bezet.
In ‘Hoe duur was de suiker?’ vertelt Cynthia McLeod over het leven eind 18e eeuw op de plantages in Suriname. Vorig jaar kocht ik bij mijn vertrek uit Suriname dit boek op het vliegveld. Een mooie gelegenheid om het te lezen nu ik weer onderweg en in Suriname ben/was. Hoofdpersonen zijn twee meisjes/stiefzusjes, Elza en Sarith, die opgroeien op de plantage Hebron. Zij denken totaal verschillend over slaven en gaan dus ook heel anders met hen om. Elza huwt en gaat in Paramaribo wonen op de Wagenwegstraat. Toevallig verblijf ik ook in een mooi authentiek huis aan diezelfde straat. 
Achter het logeeradres staat een woning van de beheerder. Achter Elza’s huis stonden slavenkwartieren. Elk huis had wel 5-10 slaven. Bizar om te lezen dat slaven zelfs de vrouwen moesten aankleden. Het boek beschrijft allerlei activiteiten in de straten van Paramaribo. Onderweg naar restaurants loop ik ’s avonds door straten die twee eeuwen later nog dezelfde namen hebben: Heerenstraat, Klipstenenstraat, Jodenbreestraat, Saramaccastraat. Veel is veranderd, maar de warmte is vast hetzelfde. Het is overdag heet. Een lange wandeling naar kantoor is niet verstandig, dus pak ik de taxi. Elza en Sarith hebben voortdurend een of meerdere slaven bij zich om een parasol boven hun hoofd te houden en hen koelte toe te wuiven. Elk kantoor of (hotel)kamer heeft nu airco.
Ik ben in Paramaribo voor een 3-daags symposium over immunologie en infectieziekten. Er spreken ook vier hoogleraren van het Leids en Rotterdams universitair ziekenhuis. Het symposium is voor specialisten (slechts 171 in Suriname), huisartsen en medische studenten. De zaal is goed gevuld. Ik ben ook bijgeschoold door de andere sprekers, o.a. over het zikavirus. Net als de andere sprekers heb ik een ‘bijprogramma’. Mijn gesprekken met het nationaal tbc-programma, en met de longarts die alle tbc-patienten in Suriname behandelt, zijn inmiddels uitgemond in een verzoek om meer ondersteuning te geven en in research te participeren. Ik zal dus binnenkort wel weer die kant uitgaan. Geen slecht vooruitzicht.
Dit keer had ik voor het eerst gelegenheid om eens een middag door de stad te wandelen. Paramaribo centrum staat op de werelderfgoedlijst, en dat is terecht. Prachtige witte houten huizen met mooie veranda’s. Soms erg bouwvallig door de chronische financiële crisis waarin het land al jaren verkeert, en waardoor herstel en onderhoud niet meer plaats vindt. 
Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (!) (Villa Kakelbont). Zoom maar eens in op het balkon.
Een bezoek aan de houten kathedraal met de tombe van de zalig verklaarde Peerke Donders is zeker de moeite waard. Peerke, een Tilburgse pater, werkte 30 jaar in een leprakolonie in Batavia (40 km van Paramaribo). Mijn baas op het RIVM, ook mee op deze trip, kreeg een aantal jaren geleden toestemming om de tombe te openen en de botten te onderzoeken. Conclusie: Peerke heeft zelf geen lepra ontwikkeld.
Interieur van de kathedraal met een prachtig houten dak
Peerke
Zaterdagochtend is de laatste dag van het symposium en ’s middags rijden we terug naar het vliegveld en flitsen langs een billboard met deze grappige slogan: “There is a reason why Johnny walks. Don’t drink and drive!

Kleine dolfijnen (duikelaars)
Avondzon bij plantage Rust en Werk.

zaterdag 13 januari 2018

Waarom ik schrijf...

Soms word ik vroeg in de ochtend wakker, deze keer om half 5, met allerlei ideeën in mijn hoofd. Het uitgeslapen brein komt op gang en mijn partner zal er wel eens gek van worden hoe het dan al op hol is. Het gesprek van DWDD zat nog in mijn hoofd. In de studio van Matthijs van Nieuwkerk waren Neelie Kroes en Matthijs Botman. Meestal lig ik wat onderuit bij dit programma en doe ik dan een powernap. Ook deze keer zat/lag ik daar klaar voor. Ik was net terug van onze jaarlijkse 1,5-daagse bijscholing, de studiedagen van/voor/door tuberculoseartsen. De eerste keer dat ik deze bijwoonde, in 2000, voelde ik me daar gelijk thuis. Dat kwam omdat een derde van de tbc-artsen (oud-)tropenarts was. In DWDD maakte Kroes zich nu sterk voor de tropenartsen en vond het vorig jaar een verkeerde beslissing van minister Schippers om geen geld meer te geven voor de opleiding. Zij benadrukte het belang van hun kennis en expertise voor de Nederlandse gezondheidszorg. Andre van Duin als side-kick maakte een statement: Terugdraaien!”
Waar heb ik het verhaal over die unieke waarde  van de tropenartsen eerder gehoord. Nou, 20 jaar geleden, tijdens het 90-jarig bestaan van de tropenvereniging. Ik had de eer om daarover samen met twee andere tropenartsen een lustrumboek ‘Partnership in International Health’ samen te stellen.
Als er deze ochtend ECG-elektrodes op mijn hoofd waren geplakt, dan hadden deze heel wat hoge actiepotentialen laten zien. Het lijkt misschien op de REM (rapid eye movement) slaap, met dit verschil dat ik behoorlijk wakker was. Vroeger ging ik dan uit bed en zette deze energie om in iets nuttigs. Ook nu nog wel eens. In mijn hoofd maakte ik een afslag naar het schrijven van deze blogs. Inmiddels meer dan 250 verhalen. Ze vertellen wie ik was en wie ik ben geworden. Geschreven tijdens belangrijke periodes van mijn leven, met verschillende redenen. In 1980 en 1981 hield ik een dagboek bij tijdens mijn ‘Afrika-reis’. Pas 25 jaar later deelde ik het voor het eerst, las het zelfs voor. Ik beleefde de verhalen weer, en vond het eigenlijk ook wel knap en grappig geschreven. Tijdens onze 6 tropenjaren stuurden we in totaal 30 rondzendbrieven naar familie en vrienden. Deze werden gebundeld in boekjes, met van de Zambia-periode een oplage van drie en van Ghana ook een behoorlijk exclusieve oplage. De jaren daarna stuurde ik verhalen via de mail: apenstaartjes uit Londen (tijdens mijn studie daar), indrukken van de ‘Camino’, vakantieverhalen, beschrijvingen van buitenlandse bezoeken. Sinds 2011 als blogs en soms ook gewoon een verhaal. Ik had lol in het schrijven, maar vond het ook waardevol om mijn indrukken en gedachten vast te leggen. Voor mezelf, zoals ik ooit met het reisdagboek begon, maar ook voor anderen die het leuk vinden dit te lezen. En voor later zijn ze vast nog een mooie bron voor mijn kinderen en wie weet voor klein-, achterkleinkinderen en anderen. Die gedachte wordt nu nog eens versterkt door mijn zoektocht naar een aantal verwanten uit de negentiende eeuw.

Ook voor mij is het waar wat men gisteren in DWDD zei: de tropencarrière heeft me gevormd en daarmee heb ik ook mijn steentje bij kunnen dragen aan de gezondheidszorg in Nederland en elders in de wereld. Ik was trouwens ooit bij Matthijs van Nieuwkerk... Virtueel, tijdens een mediatraining. Ik vond het verschrikkelijk om zo door hem weggezet te worden en heb de test zelfs afgebroken omdat ik me niet kon voorstellen dat de werkelijke Matthijs zou onder de gordel zou zijn. En dat was vrijdagavond ook niet het geval (https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/381041).

Vakantiebeurs

De nog lege vakantiebeurs met de bewegwijzering naar de Tuberculose Dag 2018
In afwachting op de cursisten
Mijn werk brengt me nog eens ergens. Dit keer naar de vakantiebeurs in Utrecht. Deze week gaf ik donderdag les over tuberculose aan internisten die zich verdiepen in infectieziekten. Er was een zaaltje in het Media Plaza gehuurd, boven de Jaarbeurshal. Het was nog stil toen ik aankwam. 
Na mijn ‘lecture’ kwam ik terecht tussen het vakantieliefhebbende en -voorbereidende publiek. Een tasje over de schouder met informatie over de volgende bestemming. Ik was al bijna weer door de poortjes, in gedachten bij de volgende vergadering met nog een presentatie voor de boeg, toen ik me bedacht dat ik nog wel een half uurtje had. Suriname is over tien dagen mijn volgende reisbestemming; opnieuw voor werk, maar we willen er ook een keer naar toe op vakantie. Een paar folders en tips is dan toch ook wel handig, bedacht ik me. 
De Caribische klanken en dansers maakten me duidelijk waar ik moest zijn. Bij een van de stands vertelde Marsha Mormon haar verhaal dat ik nog even in de folder nalas. In Renkum geboren, op zoek naar haar voorouders, vond ze deze vervallen plantage aan de Comewijne rivier. De plantage Bakkie aan de Warappakreek zal ik zeker een keer bezoeken, al is het alleen vanwege de prettige en deskundige uitleg van Marsha.  

En toen zag ik de vakantiebestemming die al 35 jaar op mijn ‘bucket list’ staat. Ooit heb ik een verhaaltje uit de Volkskrant geknipt waar de Trans Siberië Expres werd besproken. Ik zoek het nog wel een keer op. In mijn herinnering kostte dat toen 600 dollar. Te doen, als student, maar mijn “zilvervloot” spaargeld ging al snel op aan een andere droomreis, naar Afrika. Geld is nu niet zozeer een probleem, maar wel tijd. Tijd en prioriteit kun je maken. En beter maar gelijk doen, want over een paar jaar kan de rug versleten zijn of houdt een ander gebrek je thuis. Deze week maar even in onze teams en met collega’s bespreken en dan boeken en waarschijnlijk in augustus op naar Moskou, Ulaanbaatar (hoofdstad van Mongolië) en Beijing! Tegen de medewerker van het reisbureau zei ik dat ik maar toevallig op deze beurs was en hier anders nooit zou komen. “Ik ook niet”, zei ze. 

woensdag 20 december 2017

Papendrecht

In het Dordts Archief
Met mijn nieuwe passie ontdek ik de vaderlandse geschiedenis en het levensverhaal van betovergrootvader (van Florence) A.T. van Wijngaarden. Eigenlijk is het ook een herstart, want twintig jaar geleden was ik al fanatiek bezig om mijn eigen voorouders in het Groningse archief te zoeken. In Leeuwarden kwam ik zelfs het register tegen waarin vastgelegd is dat 'onze' achternaam 'de Vries' is. Hoe origineel. 
Naamregistratie Haye Hennes de Vries en zijn kinderen Henne en Reinder, 29 januari 1812
Maar een hele generatie De Vries-en was er nooit geweest als Henne Haijes, als loteling, niet een plaatsvervanger had gevonden (gekocht) om 'dienst' te nemen in het Napoleontische leger. Van deze plaatsvervanger, Leon Garson Hartog, is nooit meer iets gehoord. 

De zoektocht is nu gedetailleerder en ik leer en lees ook veel bij over onze vaderlandse geschiedenis. Blijkbaar heb ik weinig opgelet tijdens de 
middelbare school geschiedenislessen, want toen een medewerker van het Nationaal Archief in Den Haag begon over de Bataafs-Franse tijd, had ik geen flauw idee waar hij het over had. Nu wel. 
Rond 1800 was het een boeiende tijd. In 1795 vluchtte stadhouder Willem V en kwamen de patriotten aan de macht en waren we een republiek. In 1806 volgde de Franse bezetting en in 1810 werden we ingelijfd door Napoleon. Napoleon werd in 1812 in Rusland verslagen, en de Franse bezetter verliet het jaar daarop Nederland. Willem (de zoon van Willem V) keerde eind dat jaar terug naar Nederland en werd in 1815 koning van wat nu Nederland, België en Luxemburg is.

In deze tijdsperiode zoek ik informatie over de familie Van Wijngaarden en Kriens, grootouders van A.T., die toen in Papendrecht woonden. Heel bijzonder om te ontdekken wat er allemaal bewaard en opgeslagen is. 
Zo is er een rekening van Johannes Kriens (opa A.T.) uit oktober 1811 voor "het leveren van hout aan de erepoorten alsmede voor het uitsteken der vlaggen". De Franse driekleur werd uitgestoken voor Napoleon die op 5 oktober 1811 Dordrecht bezocht. Napoleon zal vast niet in Papendrecht onder de erepoort zijn doorgelopen, maar de familie heeft ongetwijfeld aan de overkant van de Merwede staan kijken naar het keizerlijk bezoek. 
Paspoort Cornelis van Wijngaarden. 
De schout inviteert bij deze alle civiele en militaire autoriteiten om vrij en ongehinderd te laten passeren naar Ath in Henegouwen en naar herwaarts te laten repasseren. 
Op de website van het Dordts Archief staat dat zij ook een paspoort van Cornelis van Wijngaarden (vader A.T.) in bezit hebben. Het velletje papier vond ik in eerste instantie maar teleurstellend. Er is niet eens een beschrijving van z’n uiterlijk. Maar bij verdere bestudering wordt het interessanter. Want wat moest hij in 1817 in de Belgische provincie Henegouwen, in het plaatsje Ath, maar 60 km gelegen van Waterloo waar Napoleon in 1815 nog een keer werd verslagen. En waarom staan al die rekensommen op het paspoort. De achterzijde bevat de oppervlaktematen van Papendrecht en Matena. Je moet dan wel eerst iets weten over de oude maten, zoals Zuid-Hollandse morgens, Rijnlandse roeden en bunders. Was Cornelis eropuit gestuurd om te leren over het metrische stelsel dat rond die jaren werd ingevoerd? Wie zal het zeggen. Iets opmeten kun je wel aan een timmerman overlaten.
Het Dordts Archief heeft ook registerboeken met bebouwde eigendommen (huizen en schuren) en onbebouwde eigendommen (bouw-, wei- en hooilanden) in Papendrecht. Samen met een gedetailleerde kadastrale kaart uit 1822 is precies na te gaan, waar de familieleden woonden en welke grond zij bezaten. Op de plek waar A.T. geboren is in 1819, staat nu kledingwinkel King Quinna Mode, onderdeel van een lelijk jarenzeventig winkelcentrum.
KRIENS Johannes. Charpentier à Papendrecht (timmerman te Papendrecht)
Overlijdensakte van Johannes Kriens (1823), aannemer van 's Rijkswerken!






dinsdag 31 oktober 2017

Spaans op herhaling

Een van de peperdure maar zeer mooie gebouwen  in Valencia van de architect Calatrava, Hemisphere
Chocolate con churros, typisch Valenciaans gerecht
Luisteren naar het Spaans van Derk Bolt in Spoorloos is toch onvoldoende om deze taal te onderhouden. Twee jaar geleden had ik vijf weken les. Om de taal bij te houden en verder te leren, heb ik me weer ingeschreven bij Don Quijote in Valencia. Vorige week meldde ik me bij de oude locatie buiten het centrum, maar de school bleek juist verhuisd te zijn naar het centrum. Er was meer veranderd. Een ander tekstboek en meer jongeren in de klas. Allemaal tussen de 18 en 25 jaar. De helft uit Nederland en de rest uit China, Rusland en Frankrijk. Zij waren al 4 weken bezig. Even lastig om aan te sluiten, maar na een weekje zit ik ook in het ritme. Vorige week de tegenwoordige tijd van de onregelmatige werkwoorden en  de verleden tijd. Deze week de voltooid verleden tijd. Hieronder een oefening. Benieuwd wie van de Spaanse taalkenners dit foutloos maakt.
Het kikkerspel (onregelmatige werkwoorden, tegenwoordige tijd)
Via tv en krant probeer ik de taal ook wat bij te spijkeren. Hot item is natuurlijk de "Independencia de Catalunya". Vrijdag riep het Catalaanse parlement de onafhankelijkheid uit. Een half uur later verklaarde Madrid de onafhankelijkheid onwettig, op basis van het artikel 155 van de Spaanse grondwet. Over de uitspraak van het getal 155 hoef ik niet meer na te denken. De onafhankelijkheid lijkt nu op een soap, met de Catalaanse premier die het land heeft verlaten, veel bedrijven die hun zaken sluiten (1800 volgens de Spaanse staatsomroep), het Spaanse koningshuis en de EU die zich uitspreken voor een ongedeeld Spanje. Benieuwd of Puigdemont zich morgen bij justitie meldt.
De opstand komt de staat (goed) uit.
Maandagochtend rolde men de rode loper uit bij de Lonja, de oude zijdebeurs van Valencia. Agenten op elke hoek van de straat deden vermoeden dat er hoog bezoek op komst was. Ik kon rustig doorlopen naar de panadería (bakker) om de hoek voor m'n stokbroodje. De hele ochtend cirkelde een helikopter boven mijn school die een paar minuten van de Lonja is. Het hoog bezoek bleek de Spaanse koningin Letizia te zijn, die een prijsuitreiking deed. Haar man, koning Felipe VI, zou dat eerst doen, maar bleef vanwege de Catalaanse crisis in Madrid. 
Reina Letizia (in het wit) bij de Lonja in Valencia
Vandaag is het allerheiligen (Todos los Santos), een nationale feestdag in Spanje. In de winkels zijn huesitos ('botjes') te koop, rolletjes marsepein die men eet ter herdenking van de mensen die (dit jaar) overleden zijn, want na allerheiligen is het morgen allerzielen. Er wordt hier veel afgevierd. Gisteren werd ook Halloween gevierd, met leuk uitgedoste schoolkinderen op straat. Op onze taalschool was het ook knippen en plakken!

zondag 3 september 2017

Suriname

Kaart bij de Medische Zending. De Medische Zending is verantwoordelijk voor de gezondheidszorg in het binnenland (Interior).
De mededeling dat de vlucht naar Aruba een uur vertraagd is, leidde tot gelag in de wachtruimte. De reden van de vertraging: de bemanning moet verplicht rusten. Ik ben op het Johan Adolf Pengel vliegveld in Paramaribo en wacht op de vlucht naar Curaçao, de enige andere vlucht deze ochtend. Vanuit Willemstad vlieg ik daarna door naar Amsterdam. Het is druk op de vliegroutes, omdat de schoolvakanties in Suriname zijn begonnen. Directe vluchten naar Nederland waren al vol, en ik was noodgedwongen op een dagje langer te blijven. Geen straf!
Dit is mijn tweede bezoek aan Suriname. Het vorige was in 2010. Ook nu hebben we met een WHO-team bekeken hoe het met de tbc-bestrijding in Suriname staat. Ik kwam zondagavond aan. De volgende dag was een dag vol met presentaties. Daarna bezochten we twee dagen lang eerstelijnsklinieken, het academisch ziekenhuis, het sanatorium, laboratoria, een gevangenis, etc.. In twee teams, bestaande uit ieder twee internationale consulenten en verder de tbc-bestrijders van Suriname. In de avonden bespraken we onze ervaringen en formuleerden we conclusies en aanbevelingen. Het moest allemaal in beperkte tijd, omdat we net voor onze trip te horen kregen, dat vrijdag uitviel vanwege een vrije dag in Suriname. ‘History repeats itself’, want ook 7 jaar geleden gebeurde dat. Het betekende ook dat we de terugkoppeling donderdag moesten geven en dat de vrijdag besteed kon worden aan het afschrijven van het rapport. Ook wel fijn om dat af te ronden. Mijn teamgenoten uit Washington en Argentinië vlogen zaterdag terug en ik ging er een dagje op uit.
Net als zeven jaar geleden huurde ik weer een fiets. Bij dezelfde fietsenverhuur en bij dezelfde mevrouw. Met een elastiekje om mijn linker pols reed ik eerst langs de Suriname rivier naar Leonsberg. Het elastiekje moest me eraan herinneren dat je hier links rijdt. Wel handig, want je kunt je vanwege de taal hier gemakkelijk in Nederland wanen. Met een ‘charter-bootje’ stak ik bij Leonsberg de Suriname rivier over en na een stukje varen op de Commewijne rivier kwam ik bij de plantage ‘Rust en werk'. 
Aanlegsteiger 'Rust en werk'
Malots, de ‘kaaimannenman’, stond bij de aanlegsteiger met z’n brommertje de toeristen op te wachten. Ik was het slachtoffer en hij sleepte me mee naar zijn huis waar ik een kokosnoot te drinken kreeg en zijn verhalen aanhoorde. 
Alligator of kaaiman, in het Surinaams ook wel een "waterkip" vanwege het lekkere vlees. De leguaan wordt ook gegeten en noemt men in Suriname daarom ook wel een "boomkip"!
Over een smal zanderig fietspad vervolgde ik m’n weg en kwam aan in plantage Frederiksdorp, nu een toeristisch resort is. Ik volgde het advies van de ‘fietsenmevrouw’ om pas na 3 uur terug te fietsen en viel in slaap in een hangmat onder een huis. 
In de nog steeds fel brandende zon vervolgde ik m'n weg via Niew-Amsterdam, Voorburg en uiteindelijk naar Paramaribo. 
Straatnamen in Voorburg, bij Nieuw-Amsterdam
“Tot de volgende keer”, zei de ‘fietsenmevrouw’, “hopelijk komt u eerder dan 7 jaar”. Ik hoop dat ook. Er zijn goede vooruitzichten dat er nu een structurele samenwerking komt tussen de tbc-bestrijding in Suriname en Nederland. Dan hoef ik dus niet te wachten tot ik 65 ben!
Een Surinaamse collega nam me zaterdag mee naar een Hindoestaanse bruiloft