woensdag 29 april 2009

Camino 4: Buen Camino

Sinds Burgos, nu zo´n 10 dagen, loop ik op een soort hoogvlakte, op 700 tot 900 meter hoogte. Dit is de meseta, met in de dalen graanakkers. Er zijn weinig dorpjes. Zomers kan het er behoorlijk heet zijn. Toen ik er liep was het aangenaam en het was een van de weinige dagen dat ik niet mijn fleece nodig had. De plaatsjes hebben allerlei prachtige namen. Ik overnachtte in Hontanas, Boadilla del Camino en Carrión de los Condes. In Boadilla wilde ik een colaatje drinken bij de ommuurde herberg, maar werd op de binnenplaats geconfronteerd met een prachtig groen gazon waar een aantal mensen lagen te zonnebaden. Ja, dan eindigt zo´n dag. In Carrión sliep ik in het klooster Santa Clara. Het was daar steenkoud. Bij het klooster was ook een museumpje, met heel veel oude schilderijen, beelden, en een grote verzameling van kerststalletjes. Het schilderij Niño Jesus con dolor de muelas (Jezus met kiespijn) vond ik wel erg grappig. Ik heb er een kaart van gekocht en zal deze een keertje scannen.
Meestal loop ik zo´n 25 km, maar ik wilde ook wel eens kijken hoe het was om een langere afstand te lopen. Van Sahagún liep ik in één keer door naar Mansilla de los Mulas, totaal 40 km. Vroeg opstaan dus en om 7 uur al op pad. Het was een koude dag. De temperatuur blijft een beetje hangen op 10 graden. Het laatste stuk was wel even wat zwaar, heb nog een km op sandalen gelopen, maar ik kwam toch nog redelijk fris aan. Ook in deze herberg kwam ik weer allerlei bekenden tegen, en we combineerden wat etenswaar om er samen een maaltijd van te maken. Van Mansilla ging de volgende etappe naar León. 
In de heuvels met León op de achtergrond.
Vanaf de laatste heuvelrug lag de stad voor me in het dal. In de verte opnieuw bergen, zowel noordelijk als in het westen. Ik sliep in het Benedictijnerklooster. Twee grote slaapzalen, voor het eerst waren mannen en vrouwen gescheiden. ´s Middags leek de stad uitgestorven. Het was zondag, koud en winderig en alles dicht. ´s Avonds, na de siësta, komen de plaatsjes tot leven.
Kathedraal van León
Na een saaie tocht uit de stad, ging het pad verder. Eerst door een heideachtig landschap waar nu in het voorjaar lavendel en brem groeit en bloeit. De weg gaat nog steeds kaarsrecht naar het westen en ik had de hele dag een noordwesterwind op kop. Temperaturen onder de 10 graden, dus de gevoelstemperatuur was niet erg hoog. Het was een monotoon landschap, en de meeste peregrino´s namen de echte route langs de autoweg. Mijn ANWB-boekje beschreef een alternatieve rustigere route en vond het wel prettig om zo in mijn uppie te lopen. Je hoofd raakt helemaal leeg. Gisteren ben ik naar Astorga gelopen. Aan het eind van de dag was het een beetje opboksen tegen de wind die wat harder was geworden. Het landschap was wat afwisselender met een paar klimmetjes en groene weiden. De Montes de León komen dichterbij, met sneeuw op de toppen. Over een paar dagen bereik ik het hoogste punt van de Camino, iets meer dan 1500 meter. Er staat daar ook een groot ijzeren kruis, Cruz de Hierro (Ferro) waar de meeste mensen een paar steentjes achterlaten. Ik heb er ook drie van thuis meegekregen en zal ze daar achterlaten. 
Cruz de Hierro
Opnieuw een leuke herberg in Astorga (San Javier), waar het haardvuur brandde. Ik heb ondertussen een vast ritueel na zo´n etappe: eerst even douchen, en daarna een uurtje diep slapen. Ik vond het een pittige dag, hoewel het slechts 32 km was. Na zo´n dutje ben ik er weer helemaal en heb met een paar mensen een hapje gegeten en ben met een Engelse naar de wedstrijd Barça - Chelsea gaan kijken. Ik geloof niet dat men hier erg warm loopt voor deze Catalaanse club.

Botas
Ik heb uitgerekend dat ik waarschijnlijk over zo´n 11 dagen in Santiago aan kan komen. Het is nog maar 254 km. Mijn benen, rug, schouders en lichaam houden zich tot nu toe goed, maar zoals Frank uit België me onderweg al zei “Ge moet pas victorie roepen als ge in Santiago bent”. Onderweg vallen toch ook wel veel mensen uit met voet- en knieklachten. Ook jonge mensen. Een paar dagen geleden sprak ik een paar keer met een Duitse jongen die de eerste dagen vol enthousiasme een paar keer 40 km had gedaan. Hij rende zelfs de berg af. In León heb ik hem nog geadviseerd om een dagje rust te nemen, maar kwam hem later onderweg strompelend tegen. Eerst nog richting Santiago, maar twee uurtjes later kwam hij me tegemoet: hij hield er mee op. Wel zonde als je je krachten niet doseert.

Vanochtend neem ik nog even tijd in Astorga om het Museo Romano en het Chocolade museum te bezoeken. De etappe naar Rabanal del Camino is maar 19 km, dus als ik rond 12 uur vertrek dan ben ik er wel om 5 uur. Het zal weer een bewolkte dag worden maar de langetermijnvoorspellingen lijken toch wat gunstiger.

vrijdag 24 april 2009

Camino 3: Buen Camino

Het onderkomen na de regenachtige wandeldag op 16/4 was in de herberg San Juan Buatista van Grañon. Halverwege de stenen trap konden de modderige wandelschoenen eindelijk uit. Ik zette mijn botas in een nis naast de andere paar schoenen. De twee vrijwilligers van de herberg, hospitalleros, verwelkomden me met een omhelzing. Carlos, de enige andere pelgrim, was net bezig het haardvuur aan te maken. Aan deze brandweerman uit Burgos was dat wel besteed. Een houten trapje bracht me naar de slaapzolder. Slaapmatjes en dekens waren het enige comfort voor deze nacht. Een deur leidde naar de rest van de toren. In de wasbak waste ik mijn sokken, onderbroeken en shirts en hing ze in de open ramen van de toren. Het klapperende geluid aan de waslijn was een goed voorteken dat het de volgende ochtend wel droog zou zijn.
Was te drogen in de kerktoren
Avondeten in Granon
Met Carlos, de brandweerman, aan het ontbijt
´s Avonds aten we aan een lange tafel de risotto, patatas fritas en vis. Aan tafel zaten ook 6 Belgen en een Amerikaanse die inmiddels waren binnengekomen, nog een Spaanse wandelaar, de twee hospitalleros (Maura uit Italië en Marina uit Spanje), de jonge priester van de parochie en een Boliviaanse bouwvakker. De risotto was van bijzondere kwaliteit, het recept ben ik onderweg weer kwijtgeraakt. De prijs voor overnachting en eten werd bepaald door wat je wilt/kunt afstaan (donativo). Ik voelde me een rijk mens en ging weer op pad.
Buen Camino!

In Ledigos kookte ik gisteravond zelf het potje samen met Matti, een 65-jarige man uit Finland. We komen elkaar al twee weken regelmatig op het pad en in de herbergen tegen en ik nodigde hem uit om mee te eten/koken. Matti maakt een erg gesloten indruk. Hij is nu in ´Ruhe Stand´, zoals hij zijn pensionering noemt. Tot twee jaar geleden was hij priester/theoloog in de Lutherse kerk in Finland. Hij vertelde dat hij gedacht hij veel in gedachten (Gedanken) bij zijn Heer te zijn, maar realiseert dat het leven op de Camino vooral ook alledaags en basaal is: een stapelbed zoeken, het gesnurk. En de volgende dag slaapzak oprollen, rugzak pakken, desayuno scoren met een café solo en veel wandelen, stap voor stap. De rust (Ruhe) in z´n hoofd zal hem goed doen. Je ziet deze Fin tijdens de tocht langzaam ontdooien op de Spaanse hoogvlaktes. Hij heeft nog wel een eindje te gaan.
Buen Camino, Matti!
Met Matti, de twee Aussies Michele en Chris.
Aan de andere plastic tafel in de patio van de alberge deed Antonio zijn verhaal. Negen jaar geleden crashte hij met z´n vrachtwagen op de Parijse rondweg. Hij had z´n been en zijn ruggenwervels op verschillende plaatsen gebroken. Na acht maanden verruilde hij het ziekenhuis voor een revalidatiekliniek. En een jaar later kon hij weer een beetje lopen, hoewel zijn enkel na de 4e operatie was vastgezet (arthrodese). In het revalidatiecentrum heeft hij zich voorgenomen om naar Santiago te lopen. Hij strompelt, maar is al een end op weg.
Buen Camino, Antonio!
Antonio in tranen bij aankomst in Santiago de Compostella
Elke dag beleef je bijzondere momenten. Hele gewone, some hele bijzondere. De ontmoetingen op de Camino zijn dat ook. Martin Bril was goed om de dingen van de dag te beschrijven. Zijn columns waren vaak de enige die ik in de Volkskrant las. Soms las ik ze aan Florence voor. Ik had een bijzondere herkenning in zijn beschrijvingen van ontmoetingen, gebeurtenissen of omgevingen. Zo schreef hij over Harry Muskee (C&B), Corsica, zijn twee dochters die dezelfde leeftijd hebben als Douwe en Koen. En hij was onderweg om dit jaar (ook) 50 te worden. Ik zal tijdens mijn tocht een kaarsje voor hem branden. 
Buen Camino, Martin!
Ermita Virgin del Fuente, onderweg naar Sahagún, waar ik dit verhaal over o.a. Martin Bril schreef.

woensdag 22 april 2009

Camino 2: Camino

Kanaal van Castillië bij Boadilla del Camino
Vanochtend om 8 uur ging ik op pad vanuit Boadilla del Camino, de 15e dag. Ik volgde een van de pelgrims. Er lag rijp op de velden en m´n vingers waren in no-time rood, gezwollen en pijnlijk mede door de (noordelijke) wind. Na een kwartiertje, bij het kanaal van Castillië, was zij (een Tsjechische) en ik dus ook de weg kwijt. Geen gele pijlen meer. De zon stond ook niet achter ons, zoals ´s ochtends gewoonlijk is. De camino is namelijk een bijna kaarsrechte weg naar het westen en je loopt ´s ochtends dus lange tijd in je eigen schaduw. Een kwartiertje later zat ik wel weer op de goede route, over een jaagpad naast het kanaal. Een mooie omgeving voor de wandelaar met de vele vogels en een mooi geluid op de ochtend. 
Sluizen bij Fromista
Na 5 km, in Fromista, werd me ook duidelijk waarom dit kanaal nooit gebruikt wordt. Hier waren 4 sluizen die een verval van meer dan 14 meter moesten overbruggen. Het was nu voor een groot deel overgroeid. In Fromista op naar de eerste bar voor de café solo. Ik ging aan een tafeltje zitten bij een Catalaan, Japanse en Koreaanse. We babbelden wat, hadden het over onze verschillende talen en deelden de chocolade croissants. Deze dag zou ik geen grote plaatsen meer aandoen, dus zocht in Fromista verder naar een supermarktje. Iets verderop stond een uithangbord met Alimentacion. 
Het was een klein barretje waar ook groenten, brood, levensmiddelen, etc. verkocht werden. De man/barkeeper stond chorizo te snijden achter de vleesmachine. Mijn noodzakelijk (nood)voorraad voor zo´n dag bestaat inmiddels uit baguette, chorizo, bananen, chocolade, yoghurtjes en een blikje Fanta. Ik kwam inderdaad niks meer tegen en heb bij een beekje uitgebreid geluncht. De laatste twee uren waren een beetje saai, het pad volgde een grote weg naar Carrion de los Condes. Om 3 uur was ik al in deze plaats. Het was al flink warm geworden. De herberg vond ik in een klooster met steenkoude kamers. Vannacht deel ik een kamer met Sally, een Schotse onderwijzeres in een achterstandswijk in Londen, een Italiaan, en Matti, een 65-jarige Fin.
Santa Clara Convent van de Clarissen zusters
Camino betekent pad of weg. El Camino of De Camino is de route naar Santiago de Compostella in Galicië. De route die ik volg heet de Camino Frances. Verschillende Franse routes sluiten in St Jean Pied de Port aan op deze route. Er zijn een stuk of 4 Franse routes, maar ook verschillende Spaanse. Zo kun je vanuit Sevilla over 1000 km de oude Romeinse weg aflopen naar Santiago. Je kunt overigens ook in Nederland beginnen, waar een pelgrimsroute aansluit op de Belgische/Franse. Al deze camino´s komen uit in Santiago.

Ergens in 800 zouden de beenderen van de apostel Jacobus in Santiago gevonden zijn. Het verhaal wil dat ze met een schip vanuit Israël daar naar toe gebracht zijn, nadat hij daar vermoord was. Verder zou diezelfde Jacobus in 800 of 900 een paar keer verschenen zijn en succesvol meegevochten hebben tegen de Moren. Hij wordt daarom ook wel de morendoder genoemd. Dat alles leidde tot een stroom van pelgrims naar het graf van de heilige Jacobus (Sant-iago). Er werden allerlei voorzieningen gebouwd zoals pelgrimsherbergen (hospitium), ziekenhuizen en kerken. Een paar priesters maakten zich verdienstelijk door bruggen te bouwen, want het doorkruizen van de rivieren was een van de grootste problemen, naast de struikrovers. Sommige plaatsen hebben hun naam te danken aan deze bruggenbouwers, zoals Santo Dominga de Calzalda en San Juan de Ortega. De pelgrimsroute bleef een paar honderd jaar heel druk, maar raakte daarna een aantal eeuwen een beetje in de vergetelheid, hoewel een schrijver als Goethe de tocht ook gemaakt heeft. Sinds de jaren 70 is er weer een gestage toename van pelgrims/wandelaars/peregrino´s. De herbergen zijn weer een beetje opgeknapt. Bijna elk dorp heeft wel een of meerdere alberges/refugio´s. UNESCO heeft de Camino ook opgenomen in de lijst van cultureel erfgoed, dus dat doet de route ook goed.

dinsdag 14 april 2009

Camino 1: eerste brief

St. Jean Pied de Port, ochtend van vertrek, 8 april 2009
De eerste week van de Camino, de wandeltocht naar Santiago, is al voorbij en het gaat me goed af. Ik ben begonnen in St. Jean Pied de Port, aan de voet van de Pyreneeën. Na een nachtje Parijs, ben ik met de TGV naar Bayonne en een boemeltje naar deze plaats gegaan. Ik overnachtte in een pelgrimsherberg, L’Esprit du Chemin, die gerund wordt door Nederlanders. Dit was nog een luxe herberg. Ik deelde een kamer met Peter, een andere Nederlander, en David, een man uit Guernsey. Een kamer met z´n drieën is een luxe op de Camino! Vanwege kou, regen en sneeuw vertelde men dat de bovenroute, ooit door Napoleon gebruikt, niet goed begaanbaar was. Zes weken eerder was er nog iemand door onderkoeling doodgegaan. De benedenroute gaat grotendeels over de grote weg en is minder spectaculair, hoewel Karel de Grote deze route ook gebruikte om Spanje binnen te vallen. Ik begon dus woensdag 8 april met de benedenroute.
De etappe eindigde in Roncevalles, een 800 jaar oud plaatsje met twee restaurants, een enorm groot klooster bewoont door 5 religieuzen, een museum en een pelgrimsherberg. De alberge was een groot stenen gebouw, het leek op een grote schuur met 1 ruimte met 60 stapelbedden. In de kelder waren douche- en toiletvoorzieningen. Zoals ik verder op de route zou merken is het ritueel steeds hetzelfde: om 22 uur gaat de deur dicht, een kwartiertje later het licht uit. Oordopjes is zeker nodig in een zaal met 120 slapende en een paar snurkende wandelaars/pelgrims/peregrinos. Er was 1 man die de boel aardig heeft wakker gehouden, maar die lag gelukkig ver van mij vandaan en ik had mijn oordopjes in. Om half 7 ´s ochtends ging het licht weer aan en om 8 uur moest iedereen de alberge verlaten.
Roncevalles, herberg met 120 slaapplaatsen
Roncesvalles ligt op 1000 meter hoogte en de ochtend was nog frisjes met ijs op de sloten en plassen, de bergtoppen besneeuwd. De zon kwam er gelukkig snel door en het was een aangename wandeling naar de tweede stop in Larrasoaina. Overnachting hier in het voormalige gemeentehuis. De burgemeester houdt zich persoonlijk met de herberg bezig. Hier deelde ik de kamer met 4 Spaanse vrouwen. De week voor Pasen (Semana Santa) zijn veel Spanjaarden aan het wandelen en is alle accommodatie al snel bezet, inclusief noodvoorzieningen in scholen en dergelijke. Ik was gelukkig redelijk vlot in dit plaatsje, na zo´n 7 uur wandelen, maar later op de dag moesten andere wandelaars taxi´s nemen naar andere plaatsen om een overnachtingsplaats te vinden. Dag 3 was een korte wandeling naar Pamplona, de stad van de stierenvechters. Het was Goede Vrijdag en erg druk in deze plaats. De Jesus y Maria kerk fungeert hier als herberg, met in de gangen de stapelbedden, totaal 112 plaatsen, en in het ruim van de kerk een expositieruimte. Deze keer had ik wel pech want een Australische dame die één bed van me verwijderd lag, snurkte enorm, wist niet dat je zo kon snurken... Midden in de nacht m´n oordopjes maar even te voorschijn gehaald, zodat ik nog wat verder kon slapen.
Jesus y Maria kerk
Puerto del Perdon
Inmiddels was het gaan regenen in Pamplona. De wandeldag van zaterdag begon met 2 graden en het werd maar een paar graden warmer die dag. De poncho aan en over m´n rugzak om de boel een beetje droog te houden en op weg naar Puente la Reina. We moesten over de Puerto del Perdon, een 780 m hoge kam, een aardige klim die extra zwaar was omdat het modderpad was geworden. Ik sliep in de herberg van de Padres Reparadores op een zaal met 11 andere mensen (6 stapelbedden). Dit keer was ik beducht op de zwaarlijvige Spanjaard en had uit voorzorg mijn oordopjes ingedaan. Het was ook nodig. Zondag was het beter weer, het miezerde een beetje, maar niet te koud. Goed wandelweer dus. Ik wilde wel eens weten hoe het is om meer dan 25 km te wandelen, en liep door tot aan Villamayor de Monjardin. Een mooie tocht langs wijngaarden en olijfbomen. 
De meeste tracks zijn heel mooi, een enkele keer moet je door een grotere plaats en dan ontkom je er niet aan om over een industrieterrein of langs een lelijke nieuwbouwwijk te gaan. De laatste paar km ging heuvelop. In mijn boekje stond dat de herberg in dit plaatsje door Nederlanders beheerd werd. Het was hier rustig, er kwam later alleen nog een Ier. Er ademde een wat vreemde sfeer en aan tafel vertelde de Nederlander dat zij ´een bunch of christians´ waren, volgens de Ier: born-again Christians. We lieten ons goed opscheppen. Even wat anders dan een pelgrimsdiner dat in de meeste plaatsen verkocht wordt, met meestal een bord macaroni om de koolhydraten aan te vullen. De man gaf ons na het eten nog een boekje ´levend water´ mee, maar ik heb het maar achtergelaten. Later op de avond belandden we in het dorpscafé en werden om 10 uur uitgenodigd om mee te eten. Er was ruimte voor ´een poco´, maar ik heb het bordje ingewanden maar laten staan. De Ier vond de maag wel lekker.
Bordje ingewanden. De paella was wel lekker...
Gisteren opnieuw 29 km gewandeld, nu naar Viana. Er was een dorpsfeest aan de gang, alle kroegen vol met een leuke drumband die door de straten danste. De alberges/refugios zitten meestal op prachtige plekjes. Deze, de Andres Muñoz refugio, zat op de top van de heuvel, naast de ruïnes van een kerk met prachtig uitzicht op de omliggende heuvels. Vandaag ben ik onderweg naar Navarrete, een tochtje van 23 km. Ik ben nu halverwege, in Logroño, de hoofdstad van de Rioja provincie, bekend van de wijn, en heb even rustpauze in dit internetcafé. Ook bijna alle herbergen hebben internetvoorzieningen, het lijkt meestal op zo´n ouderwets racespel (met stuur). Je moet er een euro ingooien en hebt dan 20 minuten tijd om het Net op te gaan. Dat was vroeger wel anders.
Viana
Verder is kenmerkend van de Camino dat je elkaar vaak tegenkomt, van anderen afscheid neemt en weer nieuwe mensen ontmoet. De wandelaars van het eerste uur ben ik allemaal zo´n beetje kwijt. Een aantal gingen sneller en zijn dus al vooruit, anderen zijn langzamer en zal ik dus waarschijnlijk ook niet meer zien, Spanjaarden zijn weer aan het werk, en degenen die hetzelfde tempo hadden heb ik een paar dagen geleden achtergelaten toen ik wat langere afstanden ging lopen. Het is ook wel goed want de meesten vinden het ook plezierig om alleen te lopen. De laatste paar dagen merk ik dat ik al aardig los ben van werk en andere perikelen in Nederland en dat je je bezig houdt met dagelijkse zaken en vooral de omgeving. Ik heb er ruim 150 km op zitten, dus ben nog wel even onderweg om de 780 af te lopen. En ik ben ook van plan om na Santiago nog door te lopen naar de zee (Fisterra), dat is nog eens 90 km (3 dagen). Als het zo doorgaat, zonder blaren en al teveel spierpijn, dan moet het goed lukken in de 6 weken.
Wilgen bij Roncevalles

Groet van de camino, 
Gerard

maandag 4 augustus 2008

Het zit er al weer bijna op, deze mooie inspirerende en een beetje "sentimental journey" door Zambia. We kijken er met een zeer goed gevoel op terug. Het zijn in dit land, de geur, de kleur, de vriendelijke mensen, het voelde allemaal zo vertrouwd. Het loslaten van alles in Nederland gaat dan als vanzelf en kost totaal geen moeite. Op dit moment zijn 5 jongens aan het drummen. Ze willen Douwe laten zien hoe zij het doen. Het is echt heel gezellig en ongedwongen. De camping waar we nu zijn. de Livingstone Safari Lodge, is helemaal een beetje ongedwongen. Het wordt gerund door een Fries, een beetje een hippie. Ook al is de camping niet zo mooi onderhouden, het is hier wel gezellig. Gisteren heeft Jesse, de Fries, een rafttocht voor ons geregeld, op de woeste rivier de Zambezi. We deden de 7e t/m 25e rapid. Gelukkig zaten we in een stevige boot en zijn niet omgeslagen. De andere twee boten hadden wel een flipover en we moesten de opvarenden uit het kolkende water trekken. Bij zo'n flipover in een rapid kom je nogal snel onder de boot terecht en is het even zoeken in de stroomversnelling hoe je weer met je hoofd boven water komt. Een Australische vrouw kwam lijkbleek in onze boot terecht en we hebben haar later aan de kant afgezet. Het was een prachtige tocht tussen de steile 200 meter hoge rotswanden, die ruim 20 km lang was en totaal zo'n 4 uur in beslag nam.

We hebben nog niet zoveel geschreven over Chilonga, ons oude ziekenhuis, omdat tijdens het schrijven van de eerste nieuwsbrief de electriciteit uitviel. Elke dag wordt de electriciteit een aantal uren afgesloten om aan de groeiende energiebehoefte van het land te voldoen. In Chilonga zijn we in ons oude huis geweest. Net als veel andere gebouwen was het een beetje vervallen. De Ierse nonnnen zorgeden altijd voor een likje verf en raparaties, maar onderhoud heeft een lage prioriteit bij Zambianen. Er is echter wel heel veel op de compound bijgebouwd, sinds de tijd dat we vertroken, zelfs een geheel nieuwe school voor verloskundigen, waar per jaar 40 in opleiding komen. In het ziekenhuis was het tamelijk rustig. Een aantal afdelingen waren dicht of verbouwd tot fysiotherapieruimte of Aids-counselling afdeling. Sinds 2 jaar zijn ook de Aids-remmers op grote schaal beschikbaar in Zambia, o.a. dankzij USAID en Bill Gates. In Chilonga worden zo'n 200 mensen met ARV's behandeld. Er wordt nu ook actief gescreend op hiv-infectie. Alle zwangeren worden op hiv getest. We zagen dat zelfs in een afgelegen rural health centre als Chiundaponde hiv-testen worden gedaan, middels een druppeltje bloed op een filterpapiertje. Doel daarbij is ook om moeder-naar-kind besmetting te voorkomen. Ook bestaat er een programma gericht op mannen: Man Taking Action, zoals Sr. Musampa van het ziekenhuis ons uitlegde. Er wordt schijnbaar ook makkelijker over Aids gedacht nu het een behandelbare ziekte is. Dutch Gibson verwoordde dat mooi, want hij adviseert zijn personeel als ze een paar keer zich ziek gemeld hebben ("malaria"): "Get your blood tested, get your CD4 count en go on the pills". We kenden Dutch en Barbasa nog uit onze Chilonga-Mpika periode. Zij hebben nu een grote uien en tomaten farm, net buiten Lusaka. We hebben bij hen een nachtje geslapen en het was de enige avond dat het later werd dan 12 uur, maar dat is onvermijdelijk bij de Ierse-Engelse gastvrijheid met veel bier.

Onze vorige rondzendbrief hebben we jullie achtergelaten in Flatdogs, South Luanga. Ook de laatste nacht werder we wakker gemaakt door een grazend geluid. Gerard heeft de tent nog even open geritst om nu te zien welk beest er nu aan het grazen was en zag op 5 meter afstand de roze kop van een grote hippo die onverstoord verder ging. Wij zijn de volgende dag via een behoorlijk bumpie dirtroad naar het asfalt in Chipata gereden. Het was al donker toen we bij een nogal typisch Zambiaans guesthouse in Katete aan kwamen. Na wat twijfels besloten we toch te blijven slapen. Voor 5 euro moet je ook niet veel verwachten. Douwe merkte nog op dat het vast de uurprijs van de kamer was... Het straatbeeld van de Great North en East Road wordt tegenwoordig vooral bepaald door de vele fietsers. De fiets is het vervoermiddel geworden in de dorpen. Op de fiest kan bijna alles vervoerd worden, zoals een aantal zakken mealie meel, 3 grote zakken houtskool, 5 kratten bier, takkenbossen, boomstammen, tot golfplaten die zowel dwars als overeind vervoerd worden. Ook de mobiele telefoon is overal aanwezig, tot in het convent (klooster) van de Zambiaanse nonnen. Toen we bij hen op bezoek kwamen, zaten ze alle 8 met hun mobieltje telefoonnummers en religieuze ringtones uit te wisselen.

Onze vakantie stond ook in het teken van ontmoetingen. We hebben oude bekenden vanuit onze Chilonga-tijd teruggezien, zoals Hildah Bwalya. Het was ontroerend om elkaar in de armen te vallen en terug te mijmeren over toen en om te zien hoe het nu met haar is. Voor Zambiaanse begrippen is ze met haar 62 jaar een oude vrouw, maar nog steeds sterk. Tien jaar geleden zag Gerard haar ook terug, toen met haar zieke zoon Edwin en met een zieke kleindochter. Beiden zijn datzelfde jaar overlden. Prisca, de moeder van haar kleindochter, is in Chilonga opgeleid tot verpleegkundige in de tijd dat wij daar ook werkten. We hadden niet verwacht dat zij nog leefde, maar we kwamen haar "gezond" in Mpika Hospital tegen op de MCH-afdeling. Zij is ook op ARV's en zag er goed uit. Zij had een schort aan met een oproep om je te laten testen op hiv. Ook hebben we Rafael ontmoet, onze tuinman, waarvan wij dachten dat hij allang overleden was aan Aids. Ook hij zag er goed uit en heeft een vaste baan op de ZEM-school als schoonmaker. Francis, de tuinman van Hedie en Rene, heeft ons het ziekenhuis laten zien. We zijn met hem mee naar zijn huis gegaan om zijn vrouw en kinderen te ontmoeten. Zijn vrouw heeft een kleine pre-school opgezet in het dorp wat goed loopt. Het is goed te zien dat mensen ondernemend worden en verantwoordelijkheid nemen om geld te verdienen om ook hun kinderen weer verder op te leiden. Zo heeft Tuesday Chandwe een privekliniek in Mpika en is bezig met het opzetten van een klein prive-ziekenhuisje met 10 bedden. Aubrey, zijn zoon van inmiddels 19, gaat medicijnen studeren en hoopt tzt het ziekenhuis van zijn vader over te nemen. In Lusaka hebben we Maureen Simoonga ontmoet. Florence heeft met haar samengewerkt op de moeder-en-kind (MCH) poli. Zij had speciaal om ons te zien de 700 km gereisd naar Lusaka. Het was geweldig om elkaar weer te zien. Ook haar kinderen studeren in Lusaka. We hadden met hen afgesproken op Manda Hill, een van de grote winkelcentra in Lusaka. Namoonga is 4e jaars economiestudent en heeft veel ambities. Peter Junior is 2e jaars medicijnen. Hij heeft een beurs gekregen omdat hij goed presteerde op de middelbare school. Maureen werkt hard als health assistant en bekostigt de studie van Namoonga.
Ook de ontmoetingen met andere rondtrekkende toeristen waren boeiend. Zo kwamen we een Frans gezin tegen, die al voor de 7e keer op vakantie in zuidelijk Afrika was. Zij gaven ons hele bruikbare tips over de North
Luangwa Valley. Adam en Helen, een Zimbabwiaans stel, waren onze buren in een lodge in Mpika. Zij vertelden ons over de vreselijke gebeurtenissen in hun land. Ze hebben nauwe contacten met de oppositie en lieten ons foto's van de misstanden op hun laptop zien, die ze ook naar Europa sturen. Het Australische koppel, Gary en Joan, zijn 60-ers die al 15 maanden over de wereld trekken in een oud VW-busje. We kwamen hen onderweg een aantal keren tegen en zij nodigden ons uit om een keertje langs te komen in Australie.

Maar natuurlijk waren er ook onderweg heel veel contacten met Zambianen, soms in de dorpen, tijdens de gameviews, op de campings, de markten, de winkeltjes en restaurants. Altijd erg behulpzaam om je verder te helpen. We zullen dit mooie land en de mensen missen, en genieten dus nog maar even van de twee dagen die ons nog resten.

maandag 28 juli 2008

Nadat we de vorige mail naar jullie verstuurd hadden, bracht Edwin de watchman ons terug naar de tent, schijnend met z'n lamp van links naar rechts, elk bosje werd belicht, kwamen we veilig bij onze tent aan. De jongens klommen de boom in en wij kropen in onze tent op de grond. Luisterend naar de Afrikaanse geluiden en het inmiddels vertrouwde hippo-geluid vielen we in slaap. Rond 1 uur 's nachts werden we wakker van geschuivel langs onze tent en geritsel van takken. Een schaduw van een olifant verduisterde onze tent. We hielden onze adem in, maar er gebeurde gelukkig niks.

De ochtenden beginnen altijd vroeg in Zambia. Douwe en Florence zaten aan de picknicktafel toen een olifant hun richting op kwam. Hij bleef op 10 meter afstand staan. Ze doken beiden de auto in en zagen Gerard achter de olifant vandaan komen. Hij ging snel de trap op naar de tent waar Koen lag te slapen. De olifant liep om de boom en begon van de bladeren te eten en liep vlak langs onze tent. Een uurtje later kwam een hele kudde olifanten de rust op de camping verstoren. Ook bij de Zambianen veroorzaakt dat de nodige aandacht. We hebben ze ongeveer een uur gadegeslagen. Langzaam trok de kudde over de camping, op zoek naar bladeren maar ook naar allerlei eten van de toeristen. We moesten snel ons ontbijt met gebakken eitjes opeten. Ook de apen moet je goed in de gaten houden, want die proberen ook van alles open te maken en op te eten. Bij ons verdween een tomaatje van de snijplank. Bij onze buren werd de koelbox open gemaakt.

's Middags en 's avonds gingen we op gamedrive. Totaal 4 uur op een open auto, en rond zonsondergang een sundowner aan het water. Hoogtepunt was aan het eind, toen we met spotlights een luipaard zagen. We hebben hem een lange tijd gevolgd: de auto reed naast hem, op jacht naar een antilope. We hebben (helaas) gemist dat de luipaard deze antilope te pakken kreeg, omdat we om 8 uur uit het park moesten zijn.

Ook vanochtend zijn we op gamedrive gegaan, met allereerst een 2 uur durende wandeling door het park. We hebben verschillende tracks van de beesten bestudeerd, allerlei uitwerpselen bekeken, etc. Na zo’n ochtend lukt het wel om de poep en sporen te herkennen, maar we weten natuurlijk niet hoelang zoiets blijft hangen. Wel mooi om te zien hoe de olifantenpoep door apen weer ontrafeld wordt, en ook door mestkevers en termieten wordt opgegeten. 's Ochtends is het best nog wel koud, en de wandeling was dus beter dan achter op een open auto te zitten. De laatste twee uurtjes van de gamedrive hebben we nog wel rondgereden en giraffen, zebra's, krokodillen, etc. bekeken. Het is elke keer toch weer heel bijzonder om deze beesten in hun natuurlijke omgeving te zien.

De rest van de dag hebben we gerelaxed in Flatdogs, de camping waar we staan. Inmiddels is de auto gerepareerd door Patrick, een mecanicien van de garage alhier. Er bleek een stuk van de remschijf uitgevallen te zijn, en ook alle remvloeistof was eruit gelopen. De auto en de remmen doen het nu weer en we zullen morgen richting Lusaka vertrekken, en daarna naar Livingstone.

Flatdogs is overigens een prachtige plek aan de Luangwa rivier en bestaat sinds 1999. De naam 'platte hond' slaat op de vele krokodillen die hier in de rivier zitten. Verder is het geluid van de hippo's kenmerkend voor deze plek en veel andere campingplekken langs rivieren in Zambia.

zaterdag 26 juli 2008

Inmiddels zijn we weer bij een Internet Access Point. Vandaag zijn we na 4 dagen bushroads aangekomen in Flatdogs, bij Mfuwe. Flatdogs is een camping aan de Luangwa rivier, en ligt tegen het South Luangwa National Park aan. Op de camping komen elke dag ook olifanten, nijlpaarden, apen etc. langs. Net nadat we waren aangekomen, kwam een kudde van zo'n 10 giraffen langs de receptie wandelen. Douwe en Koen hebben hun tent 'opgezet' op een boomplatform, zo'n 3 meter van de grond. Alleen de binnentent staat op, want het is aardig warm hier in de vallei. Als we 's avonds naar het restaurant lopen, en dat hebben we net gedaan, moet dat onder escorte, want ook leeuwen kunnen zich hier op de camping laten zien... Een nijlpaard is vorig jaar in het zwembad geduikeld. Het kostte z'n leven, want hij kon er niet uitgehaald worden. Ook het zwembad moest na deze actie herbouwd worden.

Vorige week hebben we ook verscheidene andere mooie plekjes aangedaan. We zijn twee nachten bij Kapishya Hot Springs geweest, waar 40 graden warm water uit de grond borrelt. Mark Harvey runt deze plek en hij was zo aardig om ons een lodge te geven tegen een sterk gereduceerde prijs. We hebben daar Koen's 16e verjaardag gevierd en 's avonds heerlijk Mexicaans gegeten aan een lange tafel met de andere gasten. Daarna hebben we een dagje en nachtje in Mpika doorgebracht en o.a. Tuesday Chandwe en familie teruggezien. Chandwe werkte destijds met ons in Chilonga en is ook twee keer in Nederland geweest.

Vier dagen geleden zijn we dus van de (verharde) Great North Road afgegaan. De koelbox hadden we volgeladen met tomaten, bananen, kool, zoete aardappelen en brood. De eerste dag zijn we naar de rand van de North Luangwa Valley gereden (escarpment). Toen we in Zambia woonden was de North Luangwa valley niet toegankelijk voor gewone mensen (wel voor biologen). We waren nu dus wel 'excited' om daar door heen te rijden. Mark Harvey had op onze kaart aangetekend waar we de juiste afslagen moesten nemen. Op onze eerste stop, net binnen het park, kampeerden we langs een riviertje met hippo's (nijlpaarden) in Ntwange Community Camp. De 'campingbeheerder' stookte voor ons drie vuurtjes op: een voor een warme douche, een om te koken en een om bij te zitten. We waren de enige campinggasten. De nacht was verder rustig. De volgende dag reden we door het nationale park en zagen onderweg veel antilopen, zebra's, nijlpaarden. De wegen waren erg goed, alleen op het eind was het erg zoeken naar de weg naar de ponton (pont) die ons aan de andere kant van de Luangwa rivier moest brengen. Pas toen Douwe iemand aan de overkant zag staan, wisten we dat we in de buurt waren. Net voor 'sluitingstijd' van het park bereikten we de pont. Alleen Gerard mocht eerst met de auto over. Hij kon eerst de steile oeverhelling niet op, maar dat lukte uiteindelijk met de 4x4. Daarna gingen Florence, Douwe en Koen over. De camping lag naast de pontoon en dezelfde mannen die ons overtrokken, verschenen ook op de camping. Een van hen verscheen even later in een spierwit pak en met koksmuts op. Hij vertelde dat hij voor ons kon koken. 's Avonds zaten we bij het kampvuur nog lang met hen te praten onder een prachtige sterrenhemel en bij het gegrom van de hippo's.
De volgende dag reden we naar Luambe National Park en kwamen onderweg geen enkele auto tegen! Vaak stopten we even bij dorpjes om te vragen of we echt wel op de goede weg waren. Ook in Luambe National Park stonden we weer aan een rivier met hippo's die we 's avonds uit het water zagen gaan en vanochtend weer terug zagen komen. De hippo's grazen namelijk 's nachts. We dronken nog een sundowner in het restaurant dat door een Zuidafrikaanse dame gerund wordt. Vandaag dus ons pad vervolgd. Onderweg moesten we stoppen bij overstekende olifanten, die nog even trompetterden toen we voorbij reden. Douwe heeft vandaag ook z'n eerste 'rijles' gehad in een deel van het South Luangwa National Park. Hij deed het heel goed en vond het leuk. Tijdens het rijden hoorden we al wat gepiep bij een van de banden. We zijn net even langs een garage gegaan hier in Flatdogs bij de camping en blijkt dat een van de remleidingen waarschijnlijk kapot is. We zullen proberen de auto hier morgen te repareren. Morgen en overmorgen gaan we op gamedrive in een open auto door het park. We zullen een nightdrive doen en misschien ook nog een wandeling. Als de auto gerepareerd is, gaan we het asfalt weer op naar Lusaka en zullen dan na een dagje rust doorgaan naar de Vic Falls in Livingstone.