zondag 10 oktober 2021

Dag van de Marrons

Het is stil op straat. In Suriname is er een avondklok van 9 uur ’s avonds tot 5 uur ’s ochtends. Die regel geldt ook voor feestdagen. Dus de marrondag wordt dit jaar gevierd met een totale lockdown; het uitgaansverbod geldt de hele dag. Of overdracht van covid-19 hierdoor beperkt wordt, is maar de vraag, want veel families zijn deze dag toch bij elkaar.

Op de marrondag wordt herdacht dat op 10 oktober 1760 de Ndjuka marronstam een overeenkomst tekende met de Nederlandse koloniale bezetter. Door deze ondertekening liet Nederland de marronstam voortaan met rust, maar verplichtte zij de Ndjuka’s om (nieuw) weggelopen slaven uit te leveren. Daarna volgden verdragen met andere stammen. Sinds 2010 is marrondag een officiële feestdag in Suriname.

Marrons zijn Afrikaanse slaven die wegliepen van de plantages en diep het binnenland introkken. De oude namen, bosnegers en boslandcreolen, worden hier nog veel gebruikt, vaak met een denigrerende toon. De naam marron wordt door de marronbevolking met trots gedragen en betekent vluchteling. 
Het leven in het binnenland was eeuwenlang niet eenvoudig. Zelfvoorzienend. Vis uit de rivier. Cassave van de kostgrondjes. Een kalebas om water uit te drinken. Maar met weinig kansen voor ontwikkeling; geen of minder goed onderwijs en weinig toegang tot betaalde banen. 

Gelukkig zijn er goede (rol)voorbeelden, zoals mijn counterpart die naast een baan als huisarts ook de tuberculosebestrijding coördineert. Er zijn ook minder goede voorbeelden, zoals vicepresident Brunswijk (60 jaar) die zichzelf onlangs opstelde in een wedstrijd van zijn voetbalteam tegen een team uit Honduras (https://nos.nl/artikel/2398771-opmerkelijk-surinaamse-vicepresident-brunswijk-60-voetbalt-in-concacaf-league). In de rust deelde hij nog wat bankbiljetten uit. Beide teams zijn uit de competitie gezet.

Elke dag lees ik met plezier de berichten in de Times of Suriname. Steevast staat op de voorkant een foto van ingedeukte of over de kop geslagen auto's. De toedracht wordt nauwkeurig beschreven, inclusief de schade aan de auto en verwondingen van bestuurders en passagiers. Het artikel eindigt vaak met vermelding of de bestuurder een rijbewijs had of alcohol had gedronken.

De krant schrijft ook veel over (huiselijk) geweld. De strafmaat is niet mild in Suriname. De winkeldief die bekende dat hij ‘een pak boutjes en vleeswaren’ uit een winkel had gestolen, kreeg 10 maanden onvoorwaardelijk. Dat hij twee kinderen te verzorgen heeft, deed niets af aan de strafmaat. Mohammed C kreeg 14 maanden voor het stelen van een laptop uit een auto. Hij was herkend op camerabeelden. De rechter geloofde zijn verhaal niet dat hij op straat liep met een zak roti. 



De Times of Suriname heeft ook een pagina met buitenlandse Telegraaf-achtige wetenswaardigheden. Zo weet ik nu dat een Russische arts een hersenschudding opliep nadat een boze echtgenoot hem klappen had gegeven. Deze dermatoloog had een hoofddoekdragende vrouw een compliment gegeven door te zeggen dat ze een mooie huid had. Dat ging de echtgenoot te ver waarna hij overging tot ‘het uitdelen van rake stoten’. 
Elke dag is er ook wel een (negatief) bericht over Nederland, zoals over de slapende gevangenisbewakers in Roermond.

Covid-19 houdt het land ook in haar greep. De vaccinatiegraad is nog niet hoog. Er is veel bijgeloof. Opmerkelijk is dat de prikdiensten afgelopen donderdag een 'prikactie' hielden voor een betere cao. Er werd niet gevaccineerd en geswabd!


Maar mijn missie in Suriname is de tuberculosebestrijding!
(Foto afgelopen donderdag tijdens een workshop)



dinsdag 5 oktober 2021

Colourful Curaçao

Beeld bij galerie landhuis Jan Kok
De eigenaar van de galerie in het landhuis Jan Kok legde uit wie Jan Kok eigenlijk was. Een wrede slavenmeester die aan het begin van de 18e eeuw leefde. Rond 1860 werkten er nog 100 slaven op de zoutplantage. Zout was een belangrijk product om vis en vlees te conserveren. Veel meer heb ik nog niet kunnen vinden over deze Jan/Adriaan Kock, die natuurlijk geen mooie plaats in de geschiedenis verdient.


De flamingokolonies tegenover het landhuis hebben de zoutpannen als hun habitat. Een toeristische trekpleister. En terecht. In 2013 was ik hier ook en was ik onder de indruk van de mooie roze kleur van deze vogels. En ik kan me zelfs mijn eerste kennismaking met deze vogels nog herinneren toen we in 1971 met een schoolreis in Artis waren. Ik vond het triest dat ze daar zo in de blubber stonden.


Reden dat ik hier ben, is een tuberculoseconferentie voor de CAS-landen (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) en de BES-eilanden (Bonaire, Saba en Sint Eustatius). Alleen Curaçao (160.000 inwoners) en Aruba (120.000 inwoners) hebben een ziekenhuis. Bij de opening van de conferentie vertelde de Curaçaose infectieziektearts nog wat over de geschiedenis. De Spanjaarden veroverden het eiland al in 1499, maar hadden weinig interesse omdat er geen goud werd gevonden. De West-Indische Compagnie kon het eiland zonder slag of stoot in 1634 veroveren. Er waren maar 30 Spaanse soldaten. En die werden netjes afgeleverd in Venezuela. In 1914 werd het nieuwe goud gevonden en vestigde Shell een olieraffinaderij op Curaçao.

Otrobanda
Punda
Willemstad is een kleurrijke stad, die regelmatig in Nederlandse toeristenfilmpjes voorbijkomt. In 1817 was het Albert Kikkert, de gouverneur, die per decreet stelde dat de huizen pastelkleurig moesten worden geverfd in plaats van wit. Een arts had namelijk geconstateerd dat veel mensen op het eiland oogproblemen hadden en dacht dat dit kwam door de weerkaatsing van de felle zon op de gevels van de witte huizen. En misschien is dat wel waar en zijn daarom ook de huizen in Griekenland/Kreta blauw. Een bron op Curaçao vertelde me overigens dat familiebelangen de echte reden was. De Zeeuwse familie van de gouverneur zou een verffabriek hebben gehad, die een afzetgebied nodig had. De kleurige huizen zijn oogstralend en trekken veel toeristen, ook degene die een half dagje aanmeren met een cruiseschip. Kikkert was ook geen fijne man. In 1795 was hij betrokken bij de executie van de leiders van een slavenopstand en schreef: “… twee negers levendig geradbraakt, en geblaakert, vervolgens onthoofd en de koppen op de galg gezet, een neger de handen afgekapt, en met een moker de kop ingeslagen en toen 5 opgehangen.”

Sprekers NASHKO en minister Volksgezondheid Curacao, 
https://antilliaansdagblad.com/nieuws-menu/24429-eerste-hybride-naskho-conferentie
Dienst Besmettelijke Ziekten (DBZ), Directie Volksgezondheid (DVG), Aruba
Fysieke aanwezigheid is voor samenwerking fijn, maar ook noodzakelijk. Er zijn veel plannen gemaakt met deze energieke club mensen; ook vandaag nog met collega’s op Aruba. Vaak gebeurt dat bij een hapje en drankje. Het hapje zaterdagavond bestond uit lionfish. De Nederlandse naam, koraalduivel, zegt alles. Deze vis die normaal niet in de Caribische Zee voorkomt, heeft geen natuurlijke vijand, plant zich razendsnel voort en is een carnivoor/eet alle visjes op. Naar zeggen is het dier vanuit een aquarium in de Caribische Zee geloosd. De mens is nu de natuurlijke vijand. Ze worden met een harpoen gedood en staan sinds kort op de menukaart. Eat them to beat them. Ik heb mijn steentje ook bijgedragen. 

Lionfish fingerfood
Een aanrader voor iedereen die Curaçao aandoet: maak een streetart trip. Ik heb het helaas niet gedaan, maar liep gisteren wel vroeg door de stille straten van Otrobanda en Punda, twee wijken van Willemstad, gescheiden door de Sint Annabaai, en verbonden door een houten loopbrug. De streetart is indrukwekkend.  





Het vrouwentoilet onder deze brug wordt waarschijnlijk niet gebruikt, want was geblokkeerd door een man die daar aan het koken was. Een foto dichterbij mocht ik niet maken.




zondag 19 september 2021

Symposium

Weer iets geleerd: het woord symposium komt van het Griekse symposion dat “gezamenlijk drinken” betekent. In het oude Griekenland kwamen de rijke en invloedrijke lui (aristocraten) tijdens deze maaltijden samen om zich te goed te doen aan voedsel en wijn. Overmatige alcohol werd vermeden. De symposiasten dronken net genoeg om vrolijk te worden, maar scherp genoeg voor een goede politieke of filosofische discussie, of om gedichten te schrijven. De gelegenheid was exclusief voor mannen; vrouwen werden alleen toegelaten om de mannen te vermaken, met muziek of op andere wijze. Dit alles stond op een kaartje in het Museum voor Cycladische Kunst in Athene.


Vrouwelijke fluitspeler om mannen te vermaken
Op twee manieren had ik afgelopen week een ‘symposium’. Ik was terug in Athene om een ‘symposium’ bij te wonen van stakeholders (=betrokkenen) om plannen te bespreken om de Griekse tuberculosebestrijding te versterken. Voor deze bijeenkomst had men vooral de ‘aristocraten’ uitgenodigd. Ik werd voorgesteld aan de professors, de generaal van de luchtmacht en de andere invloedrijke personen. Ze waren op komen draven, omdat ze ‘friends’ waren van mijn gastheer, maar zeker ook omdat ze goede ideeën met elkaar bespraken, in het amfitheater.

Vrijdagavond hadden we als afsluiting nog een klein symposium; een hapje en drankje in een restaurant. Mijn Griekse gastheer verlangde wel naar het oude Griekenland met de alleen-mannen-eet-en-drink-partijen. De twee jonge vrouwelijke artsen aan tafel vonden het prima; de vrouwen waren in het oude Griekenland thuis toch ook al de baas.

Donderdag was het Museum voor Cycladische Kunst nog tot 8 uur open. Een Griekse collega had me de tip gegeven om deze te bezoeken. De Cycladen zijn een eilandengroep dichtbij Athene, met o.a. Naxos. Het museum had vier kleine zalen met fascinerende objecten uit de Griekse oudheid. Eén zaal was vrijwel volledig gewijd aan de vrouwenfiguren die rond 3000 v. Chr. op de Cycladen uit marmer werden gemaakt. 
Allemaal met de typische kenmerken van een ovaal gezicht, grote neus met armen over de borsten gekruist en soms met een gebolde buik die een zwangerschap aanduidde. De beeldjes werden o.a. in graftombes gelegd. In de folder staat dat veel hedendaagse kunstenaars, zoals Amedeo Modigliani en Ai Weiwei, door deze vrouwenfiguren zijn geïnspireerd. Bijna niet voor te stellen dat deze 5000 jaar oude beelden nog zo goed bewaard zijn en tot de eigentijdse verbeelding spreken. 



Nog wat lichaamsonderdelen over..
Marmer doorstaat de tijd goed; met keramiek is dat anders. Een van de twee Goudse potten met stroopwafels die ik voor de artsen had meegenomen, had tijdens de reis wat schade opgelopen. Het was niet moeilijk om in een van de winkels wat superglue te vinden. Mijn vakkundige reparatie (en de inhoud) werden gewaardeerd.

Watervogels op een waterkan met deksel, ca. 740 v.Chr.


Terracotta zoomorphic rattle, 600-480 v.Chr.


zaterdag 28 augustus 2021

Het kan en mag weer (2)


Het Goudse suffertje berichtte dat het Goudse Geluk Foodfestival dit weekend plaats vond. Normaal ga ik weinig naar festivals, maar nu we (ook) in de binnenstad wonen, is het aantrekkelijk om er lopend op uit te gaan. En ik had wel zin een feestje, na maanden thuiswerken en reisbeperkingen. Voor vrijdag waren er nog kaartjes, zaterdag was uitverkocht. Zondag zijn er nog kaartjes.

Een pontje bracht ons naar de overkant van de Hollandsche IJssel. Naar een terrein waar meer dan een halve eeuw asfalt werd geproduceerd voor autowegen. In 2013 stopte de asfaltcentrale de productie en lag het terrein er een paar jaar verlaten bij (https://youtu.be/M7o-XYW2QRY). In 2015 organiseerden Gouwenaren het burgerinitiatief GOUDasfalt en lobbyden succesvol bij de gemeente. Deze kocht het ‘Koudasfalt-terrein’ aan en kreeg de stichting gelegenheid om het terrein verder te ontwikkelen. Op hun website lees ik dat “de stichting de karakteristieke industriële aanblik van het terrein wil behouden en het (laten) gebruiken voor activiteiten op het gebied van sociaal ondernemerschap, culturele programmering, evenementen, toerisme, recreatie en duurzaamheid.” Ook al woon ik al 20 jaar in Gouda, dit is me allemaal ontgaan. De gemeente had overigens ook een andere reden, want op deze wijze hoefde het ernstig vervuild terrein niet afgegraven te worden. Een win-win situatie dus.


Na de controle van de QR code in de CoronaCheck-app en de e-tickets stonden we binnen op het festivalterrein. Een poppodium omgeven door een halve cirkel foodtrucks met namen zoals Hungry Jack (voor meatlovers) en Miss Nice Banana (voor Vegan food). Wij kozen voor de spicy food van Bangkok Streetfood. Voor de foodtruckers was dit het eerste festival in anderhalf jaar. Blij dat ze er weer opuit kunnen.


De muziekbands waren nog wat onwennig om weer op te treden. Een van de zangeressen vertelde dat ze weer zenuwachtig was. Hopelijk is het lange wachten definitief voorbij en kan er wel snel vlieguren worden gemaakt. Het fenomeen van de stille disco was me niet bekend: bezoekers vermaakten zich met een koptelefoon op een ander veldje. Dat ga ik volgende keer ook proberen. Nooit te oud toch?
SSST (Silent) DISCO

 

zaterdag 24 juli 2021

Griekenland: het kan en mag weer (van het RIVM)

Brede meanderende rivier op de heenweg, 7 minuten na take-off.
De Rijn? Wie het weet mag het zeggen.
De zonnestralen branden nog even op mijn gezicht. Door het raampje van het vliegtuig. Ik heb ze de afgelopen week nauwelijks gevoeld tijdens mijn bezoek aan Griekenland. En dat terwijl elke dag de lucht strakblauw was met temperaturen van 33 graden.
'EODY'. D staat voor Democratie (=Volk) en Y voor Ygienia, Gezondheid), dus Volksgezondheid
Het EODY, het ‘Griekse RIVM’, heeft ons gevraagd mee te helpen met het ontwikkelen van een nationaal tuberculoseplan. Dat kan binnen een project dat wij namens ECDC, het ‘Europese RIVM’, uitvoeren. De grote waarde van fysieke ontmoetingen werd voor dit soort consultancywerk weer heel duidelijk. Twee maanden stoeiden we om afspraken te maken over een kort document en het programma. Zonder veel succes. Afspraken werden afgezegd of de counterpart verscheen niet in Teams. Het ECDC heeft duidelijke deadlines. Deze maand moet het tussentijdse rapport klaar zijn; in oktober eindigt de ondersteuning. Ik had de handdoek bijna in de ring gegooid. Ook mijn tijd is beperkt. De komende drie weken hebben we vakantie en daarna vliegt de tijd weer verder. Om de impasse te doorbreken, besloot ik maar om mijn bezoek aan te kondigen in deze derde week van juli, en te zien wat er gebeurde. Een goede set. Tijdens autoritten, koffiegesprekken of met een hapje eten werd duidelijk waar de problemen lagen, maar die ga ik hier niet vertellen. :-)
Εθνικός Οργανισμός Δημόσιας Υγείας (ΕΟΔΥ)

De directeur van het EODY stelde twee jonge artsen (infectiologen) beschikbaar om hand- en spandiensten te verrichten, en stapte ook zelf vaak in de auto om mee te gaan naar ziekenhuizen en laboratoria. Het plan om tot een plan te komen is nu klaar. Komende weken gaan deze jonge artsen via een digitale vragenlijst alle betrokkenen (‘stakeholders’) benaderen. We hebben een uitgebreide lijst opgesteld wie dat zijn, inclusief andere ministeries, vluchtelingenorganisaties en patiënten zelf. De opgehaalde input wordt begin september in een stakeholdersmeeting besproken. Als covid het toelaat, dan zal ik op korte termijn weer afreizen naar Griekenland.
Oplaadpalen worden geplaatst bij een tankstation aan de snelweg Athene-Patras.


Ook al miste ik overdag de zonnestralen, ’s avonds had ik tijd om in de stad te zijn. De chauffeur vertelde waar ik de beste souvlaki kon eten, de jonge artsen op welk dakterras je cocktails moet drinken met de ondergaande zon (dat bewaar ik voor een volgende keer) en de hotelbediende waar de lokale terrasjes zijn. Athene is een leuke stad; een aanrader voor degene die hier nog nooit is geweest. Magnifiek steekt de Acropolis boven alles uit. Vanuit elke hoek zie je de heuvel met de tempels. 
Deze tijd van het jaar zijn de avonden heerlijk zwoel, met veel, heel veel muzikanten op de straathoeken of in de restaurants. De Grieken gaan pas om 9 of 10 uur aan tafel en het is niet vreemd om na 12 uur je dessert te bestellen.
Visrestaurant waar ik gisteravond met mijn 'gastheer' en een paar andere mensen at.
Ik zie dat het kwart voor 1 was op de klok in het restaturant toen ik deze foto nam.

Traditionele Griekse wijn uit vaten. De wijn heeft deze houtsmaak.

Tijdens deze trips probeer ik me te verdiepen in het land en schrijf daar soms over in de blog, of over een interessante feiten. Op tafeltje lag een brochure waar het op alle bladzijden over het jaar 1821 ging. Dat fascineerde me. Op straat staat soms ook 1821-2021. De oudheid van de Grieken is iedereen bekend, maar wellicht niet dat Griekland 350 jaar door de Turken bezet is geweest. De Griekse revolutie begon in 1821, 200 jaar geleden. Invloedrijke Grieken in verschillende Europese landen vroegen erkenning en steun van Europese landen voor de onafhankelijkheidsstrijd. Alleen Haïti antwoordde positief. Waarom Haïti? Nou, het land was zelf nog maar net onafhankelijk (in 1804) na een succesvolle ‘slavenrevolutie’ en wist wat onderdrukking betekende. Haïti stuurde 45 ton koffie. Voor de Grieken om te verkopen en van de opbrengst de wapens en munitie te kopen voor de strijd. “En nog belangrijker”, staat in het artikel, “ook 100 Haïtiaanse vrijwilligers”. Deze ‘romantische strijders’ kwamen echter nooit aan in Griekenland, omdat ze allemaal tijdens de Atlantische oversteek overleden vanwege ‘hardships’ (moeilijke omstandigheden). Nu is voorgesteld om een marmeren plaquette met een herdenking aan deze bijzondere steun van Haïti in het Griekse parlement te plaatsen en ook om 100 studiebeurzen aan Haïtiaanse studenten te geven. Ik hoop dat het laatste ook gebeurt, want Haïti is een van de allerarmste landen, zo niet het armste, van de wereld, met instabiliteit door orkanen, ziektes en burgeroorlogen. Vorige maand werd de president nog in zijn huis doodgeschoten. Komende jaren ga ik de terugkijk op Griekse onafhankelijkheidsstrijd volgen. Het duurde tot 1832 voordat die onafhankelijkheid een feit was. En ik hoop nog een keer te lezen dat de 100 Haïtiaanse studenten dit keer wel in Griekenland aankomen!

Een Intensive Care afdeling met 50 bedden.
Binnen 6 maanden uit de grond gestampt voor covid-zorg.


zondag 4 juli 2021

De cirkel is rond


Ze zou vandaag jarig zijn. Mijn moeder. Achtentachtig jaar geleden geboren. In januari doofde het kaarsje dat al langzaam aan het doven was. Bijna 48 jaar later stonden we weer bij het graf. Dit keer niet de schok en grote ontzetting bij het overlijden van mijn vader. Nee, het voelde goed dat ze nu weer samen kwamen. Met hun beide namen nu op de steen. De cirkel is rond. Het einde van haar leven, van het leven van mijn beide ouders.

In 1972 overleed mijn vader. Een dag eerder had hij nog gewerkt, was ‘s avonds op verjaardagbezoek bij mijn oma geweest en had de 130 kilometer teruggereden. Zijn dood was een klap die iedereen op zijn/haar eigen manier verwerkte. Later leerde ik over traumaverwerking: je kunt het (heel lang) weg stoppen of (veel eerder) bespreekbaar maken. Het eerste gebeurde bij mij, bij ons. Doorgaan was het devies. Een week later moest ik op zaterdag het gemiste wiskundeproefwerk bij de docent thuis inhalen. Het cijfer was bepalend voor het advies na de brugklas. Het werd vwo. Het creëerde bij mij een studie- en arbeidsethos van ‘altijd doorgaan’. Mijn moeder is onbewust mijn rolmodel geweest. De traumaverwerking kwam later beetje bij beetje in mijn studietijd. En met het overlijden van mijn moeder nog een laatste stukje.

Ik had al bedacht dat ik graag op haar begrafenis wilde spreken. De woorden komen in zo’n week vanzelf. Hierbij een deel van de tekst:

Je gaf ons structuur en liefde.
Als we uit school kwamen, was er steevast een kopje thee.

En een koekje (uit de koektrommel),

en vast een vraag: “hoe was het op school?”

En dan: “ga maar aan je huiswerk!”

Toen bijna iedereen het huis had verlaten, dacht je na wat je verder wilde.

Je zag een advertentie in de krant voor een oppas.

Je schreef je eerste en enige sollicitatiebrief,

En werd direct aangenomen.

Je had een buitengewone CV,

een indrukwekkende levenservaring.

(ze is zo’n 18 jaar ‘oppasmoeder’ geweest van 2 kinderen)

Ook voor hen een kopje thee na school,

een rustmomentje met aandacht.

Na onze terugkeer (uit Ghana), zorgde je één vaste dag in de week voor onze kinderen

Als zij uit school kwamen,

Kregen ze steevast een kopje thee en een koekje.

En vaak ook de andere kinderen uit de buurt.

Je knutselde heel wat met hen af.

Ook voor hen structuur en liefde.

Eerst een boterham met kaas en daarna eentje met zoet,

en samen pannenkoeken bakken.

De eerste zomer (in het verzorgingshuis) was je nog druk in de weer in de tuin.

Na de eerste herfst en de eerste winter hield dat op.

Meer dan 5 jaar dronken we bij jou een kopje thee,

of koffie,

met vaak iets lekkers er bij,

een koekje of chocola

of aten ijs. Veel ijs.


Het werd steeds stiller,

Stiller in je hoofd.

 

Aan een mooi leven is een eind gekomen.

De cirkel is rond.

Je bent weer bij D.

Je blijft voor altijd in onze herinnering.